INHOUD DE PAAP VAN GRAMSCHAP
REGISTER
HOME CUBRA

Naaijkens msc, Bernard

Naaijkens, Jan

Naaijkens, Jos

Naaijkens, Zjef
Naarus

Naber, J.

Nacht van de columnist
Naninck, Joep

Nederlandsche Boekhuis
Neesen, Koos

Neijnens, Sander
Nepveu, mr. J.I.D.
Nève, Ed de
Nieuwint, Pieter

Nieuwland, Uitgeverij

Nispen, fr. Victor van
Nooteboom, Uri


© Ronald Peeters 1992-2015 & Ed Schilders 2015 & Stichting Cultureel Brabant 2015


 

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K
L
M
N

O

P
R
S
T

U

V

W

 

Ronald Peeters & Ed Schilders

B. Naaijkens - Uri Nooteboom


Naaijkens MSC, dr Bernard A.M. (4 juni 2015)

 

Bron: Lectuur Repertorium

 

Bernardus Alphonsus Maria Naaijkens werd op 16 februari 1899 geboren in Tilburg.  Op 29 september 1918 werd hij geprofest als Missionaris van het Heilig Hart (MSC) en op 15 augustus 1923 tot priester gewijd in Maastricht. Hij overleed op 14 april 1992 In het kloosterbejaardenhuis van zijn congregatie in Tilburg (Bredaseweg).

Bernard Naaijkens was aanvankelijk werkzaam in het onderwijs in Tilburg. Hij zette zijn studie in de klassieke talen voort aan de universiteiten van Freiburg en Nijmegen, waar hij in 1938 promoveerde met een dissertatie over Plato, uitgegeven bij Bergmans in Tilburg: Platoon's leer over de ziel vergeleken met orphische of z.g. orphische opvattingen. Een groot deel van zijn overwegend stichtend-filosofisch werk werd uitgegeven door het Nederlands Boekhuis (Tilburg). Naaijkens was werkzaam als overste in MSC-huizen in Arnhem, Rotterdam  en Den Haag, en als rector bij de Zusters van het Kostbaar Bloed te Koningsbosch (Limburg). 

 

Jos Naaijkens

Gedachtenisprentje bij het overlijden van Bernard Naaijkens

 

Bibliografie Jos Naaijkens uit WorldCat

 

Naaijkens, Jan


Foto: Jan Stads, 2008

 

Jan Naaijkens, in 1919 geboren te Hilvarenbeek, is een bekend publicist van romans, toneelstukken, radiohoorspelen en essayistisch werk. Hij ontving de Toneelprijs van de Provincie Noord-Brabant, de Literatuurprijs van de gemeente Hilvarenbeek en de P.C. de Brouwerprijs. Hij was mede-oprichter en gedurende 25 jaar lang zat hij in de organisatie van de Groot-Kempische Cultuurdagen te Hilvarenbeek. Met een Brabants halfuur kwam hij honderd maal voor de KRO-radio. Naaijkens was in 1946 oprichter van het bij Bergmans in Tilburg gedrukte blad Edele Brabant, dat vier jaar bestaan heeft. Bij zijn 65e verjaardag in 1984 werd de Jan Naaijkens Stichting opgericht, die iedere twee jaar de Jan Naaijkensprijs uitreikt. Van zijn omvangrijke oeuvre, dat alleen al op theatergebied meer dan honderd werken telt, kunnen enkele boeken genoemd worden die iets met Tilburg te maken hebben. 

 

Regionaal Archief Tilburg - Galg der Glorie, 1951.

 

Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de parochie van de Besterd te Tilburg in 1951, publiceerde hij Galg der glorie. Openluchtspel in 5 bedrijven. Het is het verhaal van de heilige martelaren van Gorcum, de patronen van de parochie Besterd. Het werd in 1951 en in 1961 in die parochie opgevoerd. Drie algemene essayistische werken over Noord-Brabant bevatten gegevens over Tilburg: Leer mij ze kennen ... de Brabanders (Leiden, Sijthoff, 1967), Kijk op Noord-Brabant (Amsterdam/Brussel, Elsevier, 1977) en Noord-Brabant in grootvaders tijd ('s-Gravenhage, Kruseman), dat in 1978 bij boekhandel Gianotten in Tilburg ten doop werd gehouden. In 1991 verscheen bij de Brandon Pers in Tilburg de bibliofiele uitgave De man die niet sterven kon.

Encycl. van Noord-Brabant, 3, 1986, p. 141; Rooms Leven van 30-6-1961; NvhZ van 19-11-1978; HN van 18-4-1987; Tilburg Vrij Uit van 16-11-1978; dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990.

  Ronald Peeters & Ed Schilders

29 mei 2015

Jan Naaijkens ontwikkelde zich in de tweede helft van de jaren '30 ook tot een zeer verdienstelijk grafisch kunstenaar (linosnedes, houtgravures) en illustrator. In de oorlogsjaren maakte hij  vijf houtsnedes die illegaal verkocht en verspreid werden. Op minstens twee daarvan wordt de drukpers/uitgever vermeld als 'Sous-Marin Presse' (Onderzeeboot Pers).  Op de hier getoonde rijmprent maakte Naaijkens gebruik van een gedicht van de Franse schrijver Charles Péguy, die als een van de eersten sneuvelde tijdens de slag om de Marne in 1914. Naaijkens maakte de tekeningen en sneed ook de letters. De prent werd gedrukt in een oplage van vijftig exemplaren.

Theo Schouw, Jan Naaijkens, een leven in Brabant, Tilburg, Drukkerij Gianotten, z.j.

 

Particulaire collectie

 

Jan Naaijkens bij de uitreiking van de naar hem vernoemde penning/prijs van het Noordbrabants Genootschap aan Ed Schilders, Den Bosch, 2007. Foto: Peter IJsenbrant.

 

Vanaf 1987 wordt de Jan Naaijkensprijs uitgereikt. Deze prijs, in het leven geroepen door het Noordbrabants Genootschap, wordt toegekend aan een persoon of instelling die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van het culturele leven in Noord-Brabant. Prijswinnaars zijn Gerard van Maasakkers (1987), Tom America (2005),  Ed Schilders (2007), Jacques de Groot (2010), Maarten Jense (2011) en Juan Pablo Plazas (2014).

 

Vouwblad met een lied en linosnede van Jan Naaijkens, uitgegeven bij gelegenheid van de 'Kruikenklottermarkt' in 1956.

 

 

Ronald Peeters

'Sous marin Presse', nr. 3, 1944

 

 

 

 

Ingekleurde linosnede

 

De goede weg, 1945; binnenwerk

 

De goede weg, 1945; Voor- en achterzijde en binnenwerk

Digitale bewerking van binnenwerk

 

Droomuitleg; verlovingskaart Jan Naaijkens en Agnes van Kalmthout; 1946.

 

Linosnede

 

Bibliografie uit WorldCat

- Het varken - Een - ik zweer het - waargebeurd verhaal, aan zijn kleinkinderen verteld door opa

- Jan Naaijkens over Cees Robben

- Jan Naaijkens - De Voorhoede (1953) - eenakter. Gestencild typoscript.

- Dè's Biks - woordenboek van het dialect van het Hilvarenbeeks
- Het varken

- Over Frans Mandos

 

Naaijkens, Jos (15 november 2015)

 

Jos Naaijkens

 

Jos Naaijkens werd in 1944 geboren in Tilburg. Nadat hij zijn onderwijsbevoegdheid had gehaald op de Tilburgse kweekschool St. Stanislaus, is hij aan het Brabants Conservatorium gaan studeren voor de akte Schoolmuziek. Hij werkte als docent muziek en Culturele en Kunstzinnige Vorming op het Mill Hillcollege in Goirle.
Naaijkens is zeer geïnteresseerd in de historie en het dialect van Tilburg. De dialectteksten die hij schrijft, lichte verzen en herinneringen, verschijnen op www.CuBra. Op die website verzorgt hij ook een rubriek waarin de geschiedenis en de uitgaven van drukkerij en uitgeverij R.K. Jongensweeshuis centraal staan.

www.CuBra.nl

Bron: www.CuBra

 

Jos Naaijkens - teksten

Jos Naaijkens - RK Jongensweeshuis

 

Naaijkens, Zjef (25 juli 2015)
 

Bron: website Milieucafé Tilburg

 

Zjef Naaijkens (Hilvarenbeek 1952) was als organisator en bestuurder betrokken bij onder andere het jongerencentrum Lieve Hemel (1970-1977) en de Bikse Fiste in Hilvarenbeek (1977-1981), Noorderligt en het Leijparkfestival in Tilburg (1985). Ook was hij tekstschrijver, zanger en muzikant bij het gezelschap R.K.  Veulpoepers B.V. en speelde hij bij de  Fanfare van de Eeuwigdurende Bijstand, Vloepsuper, MM Wops en het Akoesties Polka Orkest. In 1987 bracht Naaijkens zijn solo-lp Harmoniemodel uit. In 2009 publiceerde hij het boek Zout bier in Den Egelantier: De legende van RK Veulpoepers BV. Zjef is een zoon van Jan Naaijkens.

Berry van Oudheusden, Ronald Peeters, Paul Spapens en Jan Stads, Encyclopedie van Tilburg (2008), p. 342.

Ronald Peeters

 

 

Naarus (pseudoniem van Bernard de Pont)  5 juni 2015

 

Erven Bernard de Pont

 

Onder de schuilnaam Naarus schreef Bernard de Pont in de oorlogsjaren een dertigtal columns voor het blad Groot Tilburg. Nadat hij zijn geboortestad had verlaten en in Oosterbeek was gaan wonen, stuurde Naarus regelmatig bijdragen naar Groot Tilburg, waarin hij zijn herinneringen aan Tilburg en de Tilburgers vermengt met de nostalgie van de buitenstaander die zijn geboortegrond mist. Bovendien geven de moeilijke oorlogsomstandigheden aan de columns van Naarus een onverwachte doorkijk naar de tijdgeest van de jaren ’40 van de vorige eeuw. Naarus werd geboren op 7 april 1897 in Tilburg en overleed op 2 oktober 1975 in Oosterbeek, waar hij begraven ligt. In een van zijn meest treffende columns spreekt hij de wens uit dat hij het liefst in Tilburg begraven zou worden, en wel ‘Aan de oevers van de Leij, te midden van de mensen die ik zo bemind heb.’

De columns van Naarus zijn gepubliceerd op CuBra, en vervolgens in eigen beheer uitgegeven door een familielid.

http://www.cubra.nl/tilburgsdialect/naarus/welcome.htm

 

Ed Schilders


Naber, J.


Ronald Peeters.

 

J. Naber, afkomstig uit Tilburg, debuteerde in 1967 met het sterk autobiografische boek Links timmeren (Amsterdam, Van Ditmar). Het verhaal handelt over de jeugdherinneringen van de hoofdfiguur, en het speelt in de parochie Korvel in de jaren veertig.

 

Ik heb er ook geen foto van. Het decor van mijn jeugd bleek verdwenen, telkens wat meer, als ik thuiskwam.
Maar soms komt met een schok weer boven, wat ik beleefde op de tweede pinksterdag in mei 1940. Toen wierpen twee achtervolgde Franse vliegtuigen hun bommen af op de hoek van de straat, waar de stad begon.

Regionaal Archief Tilburg

Bombardement op de BeKa-fabriek, 13 mei 1940, in de St.-Josephstraat.

22 juni 2015

Josephus Johannes Antonius Maria (Jos) Naber, geboren te Tilburg op 18 juli 1922 en overleden te Riel op 26 december 2005. Hij trouwde in 1950 in Tilburg met Gijsberta Helena (Zus) Struycken. Jos Naber woonde in zijn jeugd op Korvelplein 45.
  Regionaal Archief Tilburg, Gezinskaart 1921-1939 62/127.

Nacht van de columnist (1 augustus 2015)

 

Tweemaal vond de Nacht van de Columnist, georganiseerd door Stichting Fenomeen in Tilburg plaats. Op 20 november 1992 gaven veertig columnisten uit Nederland en Vlaanderen acte de présence in de Katholieke Universiteit Brabant tijdens de eerste Nacht van de Columnist. Om één uur 's nachts werd de winnaar van de Audax Columnistenprijs bekend gemaakt door juryvoorzitter Gerrit-Jan Wolffensperger. De prijs van 15.000 gulden ging naar Henk Hofland voor diens columns in nrc Handelsblad. De tweede Nacht van de Columnist vond plaats op 26 november 1994, locatie Schouwburg. De jury o.l.v. Henk Hofland kende toen de Audax Columnistenprijs toe aan Max Pam. Een geplande derde Nacht van de Columnist is er niet gekomen.

Ed Schilders

 

Naninck, Joep


Bron: Noordbrabants Schrijversboek 1981; foto Jan Verhoeff
 

Dichter-journalist Joep Naninck werd geboren in 1914 te Tilburg. Na het behalen in 1941 van zijn doctoraal Engelse taal en letterkunde in Nijmegen, was hij enige jaren docent in Waalwijk. In de Tweede Wereldoorlog heeft hij gevangen gezet in het gijzelaarskamp te St. Michielsgestel. Van 1945 tot 1978 was hij hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Zijn belangrijkste werken zijn At her casement (Tilburg, Henri Bergmans, 1939) en naar aanleiding van zijn gevangenschap Hart in Ballingschap (Tilburg, Henri Bergmans, 1946). Hij publiceerde gedichten in onder andere Roeping, Brabantia Nostra, in Were Di (1946) en in het Noordbrabants schrijversboek 1981 (1981). Naninck is ridder in de Orde van St. Gregorius de Grote.

Dr. P.C. Boeren, Van Maas tot Schelde, Nijmegen, 1944, p. 75; dr. H. Kapteijns, 'Letteren in Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe Brabant, III, 's-Hertogenbosch, 1955, p. 273-274; Noordbrabants schrijversboek 1981, 's-Hertogenbosch, 1981, p. 136-141; Encycl. van Noord-Brabant, 3, 1986, p. 142; dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990, p. 227, 268 en 297.
juli 2001 Drs. Christianus Cornelius (Joep) Naninck, geboren te Tilburg op 2 oktober 1914, overleed te Vught op 30 juli 1995. Hij was Officier van Oranje-Nassau en drager van het Verzetsherdenkingskruis.
Ronald Peeters

Hart in ballingschap, met rechts detail van het omslagontwerp door Kees Mandos

 

at her casement, met omslagontwerp door Kees Mandos.

Regionaal Archief Tilburg

 

Trouwkaart van Joep Naninck, 1943.

De ballade van de rode lippen

Bespreking van Hart in Ballingschap in Roeping

 

Nederlandsche Boekhuis (21 september 2015)

 

De oorsprong van uitgeverij Het Nederlandsche Boekhuis is niet duidelijk. De firma bestond al ruim tien jaar toen in 1918 de uit Rotterdam afkomstige Gerard C.J.M. Verbiest (1894-1979) de directeur was. Na zijn middelbare schoolopleiding bij de jezuïeten aan het Canisius College in Nijmegen studeerde Verbiest MO-Nederlands aan de Rooms-Katholieke Leergangen, in die tijd nog gevestigd in Amsterdam. Vanaf 1920 woonde hij aan de Industriestraat 1, en vanaf 1932 aan de Boerhaavestraat 76. Zijn bedrijf was aan de Langestraat 70 gevestigd. Het Nederlandsche Boekhuis was een algemene uitgeverij die zich op een groot publiek richtte maar met een uitgesproken katholieke signatuur. In het fonds vinden we in de loop der decennia belletrie, stichtelijke verhandelingen, populaire lectuur (onder andere detectives), politiek en aardrijkskundig werk.

Verbiest en zijn uitgeverij hebben daarnaast een hoofdrol gespeeld in de roerige geschiedenis van de katholieke boekcensuur. Die begint in 1904 met de verschijning van het tijdschrift Lectuur, een initiatief van dr. Hendrik Moller. De uitgever was H.G. van Alfen (Haarlem) en in België werd het maandblad verspreid door Jules de Meester (Rousselaere). Het 'bestuur' van Lectuur werd gevormd door P. Buissink, dr. P. Dirckx, J.M.J. Knaapen, H.W.E. Moller, prof. M.P.P. Rath, dr. L. Scharpé, dr. Jos. Schrijnen, W. de Veer s.j., en dr. Th. M. Vlaming. Moller was de redactiesecretaris en oefende die functie uit vanuit zijn woonhuis, Sarphatikade 19, Amsterdam. Hij schreef ook het openingsartikel van het eerste nummer en omschreef daarin het doel als volgt:

‘Een betrouwbare handleiding te geven voor de menigte van boeken en tijdschriften, die onophoudelijk verschijnen; hun waarde voor wetenschap en kunst aan een gezonde kritiek te toetsen; en aan te wijzen of zij gevaarlijk zijn of niet voor geloof en zeden.’ [Lectuur 1904-1; Moller]

Lectuur was echter geen lang leven beschoren. Conflicten over het te voeren beleid leidden in 1906 tot Mollers vertrek uit de redactie, maar ook onder de nieuwe naam, Boekenschouw wil het maandblad maar niet tot bloei komen.  Pas in 1912, als de jezuïet A.B.H. Gielen als hoofd- en enig redacteur is aangetreden, gaat het tijdschrift een belangrijke rol spelen als voorlichtingsblad voor de katholieke boekhandel, de bibliotheken, en het onderwijs. Gielen was van de harde lijn, de Roomse Boekenwet en de Index van verboden boeken waren zijn uitgangspunten, die hij met verve toepaste op de boeken die hij besprak of liet bespreken. Vanaf 1919 verschijnt Boekenschouw plotseling bij een andere uitgever: Het Nederlandsche Boekhuis. Gielen blijft hoofdredacteur, maar het lijkt er sterk op dat zijn radicale lijn hem al snel in conflict heeft gebracht met de uitgever, Gerard Verbiest, die naar alle waarschijnlijkheid in Amsterdam les heeft gehad van Hendrik Moller. Het is opvallend dat Moller juist in dezelfde tijd de door hem gestichte Katholieke Leergangen van Den Bosch naar Tilburg heeft overgebracht (1918). Het Nederlandsche Boekhuis werd in die tijd eveneens de uitgever van het door Moller opgerichte Tijdschrift voor Taal- en Letterkunde, en van het literaire tijdschrift dat vooral jonge katholieke auteurs onder zijn hoede nam: Roeping. Stond Verbiest onder invloed van de dr. Moller die in 1906 het door hem opgerichte recensietijdschrift Lectuur door de achterdeur had moeten verlaten? Zocht Moller revanche via Verbiest? Zeker is dat Moller noch Verbiest de enige katholieken waren die Gielen liever zagen gaan als hoofdredacteur. Gielens rechtlijnige opvattingen over moreel verantwoorde lectuur strookten niet met de hogere culturele idealen en normen die Moller en zijn geestverwanten nastreefden en propageerden.

In 1919 was Gielen begonnen met de uitgave van het jaarboek Jaarlijksche Boekenschouw, een lijvige gids  waarin schrijvers en hun werk met ultrakorte ‘besprekingen’ werden gewaardeerd of verguisd. De uitgever was Het Nederlandsche Boekhuis. Jaarlijksche Boekenschouw staat onder zakelijke leiding van H. van der Mark, en verschijnt tot en met 1934. Het blad afficheert zich als: ‘Onmisbaar voor ouders en opvoeders die leiding hebben te geven bij de keuze van boeken, onmisbaar voor bibliotheken, die zich immers niet alleen hebben te oriënteeren over wat er verschijnt, maar ook omtrent de toelaatbaarheid van bepaalde lectuur. [JBS 1923-203]

In 1924 lijkt een conflict tussen Gielen en de uitgever tot uitbarsting te zijn gekomen. Gielen wordt afgezet als redacteur, en begint in 1925 met de uitgave van de Standaard-catalogus, die overigens slechts twee jaarafleveringen gekend heeft. Vanaf 1924 verschijnt Boekenschouw echter niet meer bij het Nederlandsche Boekhuis maar bij uitgeverij Foreholte in Voorhout, waar het bleef verschijnen tot en met de laatste jaargang 1940-41. Gielen had de machtsovername door het Nederlandsche Boekhuis blijkbaar ten dele kunnen afwenden. Hij heeft zich over deze kwestie in zijn tijdschrift slechts zeer summier uitgelaten. Als Gielen in 1924 een proefnummer van de komende jaargang rondstuurt om duidelijk te maken dat Boekenschouw veranderingen zal ondergaan, vraagt een lezer waarom dat nodig is. Gielen antwoordt kort maar met zijn typische gevoel voor drama: ‘Deze groote onkosten moest ik mij getroosten om mijzelf en mijn periodiek te beschermen tegen eene daad als waarschijnlijk in de uitgeverswereld nog nooit is voorgekomen.’ [Boekenschouw 1924, pagina 288] Een mogelijke aanleiding tot onvrede binnen de katholieke gelederen over Gielens beleid, mag gevonden worden in Gielens totale onbegrip voor de literaire vernieuwingen in en door het werk van de jonge katholieke schrijvers die in de jaren twintig debuteerden. In het genoemde proefnummer voor 1925 kondigde hij ook een artikel aan onder de veelzeggende titel ‘De Katholieke Jongeren en de Verminking van hun Katholieken Zin’. Dat het conflict hoog was opgelopen mag blijken uit de start van een nieuw tijdschrift door Het Nederlandsche Boekhuis: Boekzaal der geheele weereld. De ambities van het nieuwe tijdschrift spatten van de titelpagina af. De ondertitel luidt: ‘Geïllustreerd internationaal maandschrift voor bibliographie’. De tekst daaronder maakt duidelijk dat het blad een voortzetting wil zijn van ‘De Aeloude Boeksael [van] Pieter Rabus opgerigt in 1692’. In de redactieraad hebben onder anderen zitting: Prof. dr. F. van Benthem O.P., Ir. L.J.M. Feber, Dr. Jacoba Hol, de Vlaamse letterkundige Wies Moens, en de Tilburgse frater Sigebertus Rombouts. Als redacteur-secretaris staat vermeld Dr. H. van der Mark. Ten slotte lezen we als uitgeversnaam en plaatsen van uitgave: ‘Het nederlandsche Boekhuis – Tilburg Rotterdam Weltevreden (Batavia) Brussel Antwerpen’.

Het Nederlandsche Boekhuis had de slag om het verantwoorde katholieke boek uiteindelijk toch verloren. De Boekzaal der geheele wereld en de Jaarlijksche Boekenschouw leggen in 1934 het loodje. Boekenschouw bleef eigendom van uitgever Foreholte, en gaf als recensiedienst voor bibliotheken en pedagogen de katholiek-kritische toon aan tot 1941.

Ondertussen had Gerard Verbiest een nieuw plan ontwikkeld. De oprichting van een ‘Informatie Dienst Inzake Lectuur’, afgekort IDIL. Het zou hem een pauselijke onderscheiding opleveren en daarmee ook de bijnaam ‘De paus van Tilburg’.  Zie daarvoor het lemma IDIL.

 

Bron: Internet 2015 - Uitgaven Nederlandsche Boekhuis

Literaire uitgaven:

 

 

 

Stichtelijke ontspanningslectuur voor volwassenen - Uitgaven in de reeks 'Keurboekerij'

 

 

 

Ontspanningslectuur voor volwassenen - detectives

Binnen het fonds van het Nederlandsche Boekhuis waren Percy King en Guy Hamilton de meest gepubliceerde auteurs. Beide auteursnamen zijn een pseudoniem van Willem (Johan Cornelis) van Santen (Rotterdam 1885-Renkum 1944).

 

 

Van Agatha Christie werden twee titels in vertaling uitgebracht.

 

 

Het debuut van Willem Waterman (1939). Waterman zou noodgedwongen (hij kreeg een beroepsverbod als journalist van tien jaar wegens collaboratie) na de oorlog uitgroeien tot een populaire auteur van jongensboeken met de Bob Evers-serie. Al snel na verschijning van zijn debuut bleek dat Waterman nooit in Amerika was geweest.

 

 

Ed Schilders

Uit een catalogus van het Nederlandsche Boekhuis circa 1930:

 

 


 

Ed Schilders - Katholieke recensie-uitgaven

 

 

 

 

 

Verzameling gelegenheidsgedichten, onder de schuilnaam 'Een kloosterzuster van de congregatie van Tilburg'. De naam van de auteur is niet bekend, evenmin als het jaar van uitgave.

 

Ronald Peeters

 

Bibliografie Nederlandsche Boekhuis uit WorldCat


Naar het begin van de pagina

Inhoud De paap van gramschap

CuBra Home


Neesen, Koos


Regionaal Archief Tilburg

 

Jacobus Johannes Maria ('Koos') Neesen werd op 25 november 1917 in Zeist geboren. Hij kwam op 6 juni 1945 in Tilburg wonen. Hij werkte bij drukkerij/uitgeverij Bergmans en later als journalist bij Rooms Leven en bij Het Nieuwsblad van het Zuiden (muziek). Hij was medewerker van de bladen Edele Brabant en Noord-Brabant.
Koos Neesen publiceerde drie boeken: samen met Frans van Aarle het fotoboek Tilburg bij avond en bij nacht (Tilburg, Bergmans-MCH, 1972), samen met Jan van den Berg het fotoboek Tilburg een stad werd stad (Tilburg, Henri Bergmans, 1972) en het gedenkboekje Honderd jaar achter de kaart gekeken. Bijzondere Raad Tilburg van de Vincentius vereniging 1881-1981 (Tilburg, 1981). Koos Neesen overleed te Tilburg op 25 juli 1985.

Encycl. van Noord-Brabant, 3, 1986, p. 163; dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990, p. 331.

Ronald Peeters & Ed Schilders

 

Frans van Aarle - de zoon van Frans van Aarle die Tilburg bij avond en bij nacht fotografeerde. Scans van originele afdrukken van Frans van Aarle sr.

 

 

Neijnens, Sander

De tekst van dit lemma verschijnt binnenkort

 

Sander Neijnens over de sigaren van zijn vader en grootvader

 

Ed Schilders

 

 

 

Rugnummers, Tilburg, z.j.

 

Nepveu, mr. J.I.D. (en Franciscus Lievens Kersteman)


Mr. J.I.D. Nepveu schreef vanaf 1840 verhalen in het blad Aurora, die in de boeken Bertha Coppier ('s-Gravenhage, 1840) en Studie en uitspanning. Verzamelde verhalen van Mr. J.I.D. Nepveu (Utrecht, 1852) werden herdrukt. Studie en uitspanning, zo zegt hij in zijn voorwoord, is de titel, waaronder ik dit elftal mijner romantische lettervruchten op nieuw de wereld inzend. Het eerste verhaal in de bundel, Tobias Morello (1669-1674), dat hij in 1840 schreef, gaat over Lijs de Saint Mourel, de partisane die haar bewogen carrière in Tilburg is begonnen. Een geval van travestie om bestwil. 

Het verhaal begint in 1669 op de Heuvel. Daar stond tegenover de lindeboom herberg De Gekroonde Zwaan (waar later hotel 'De Gouden Zwaan' van H.B. Hegeman heeft gestaan; thans Burger King op de hoek van de Zwaanstraat). Kastelein was weduwnaar Cornelis Weijerman, die daar met zijn zoon Jacop en het kamermeisje Lieske of Lijs de Saint Mourel woonde. Zij was de dochter van Ludovic de Saint Mourel, een Fransman die in Oisterwijk woonde. En dan, in een novembernacht van 1669, speelt zich in de herberg een drama af. Een Frans zakenman wil in de herberg overnachten, valt voor de charmes van de Franssprekende Lieske en probeert haar onder valse voorwendsels mee te nemen naar Frankrijk, waar hij haar zogenaamd naar haar rijke familie zou terugbrengen. In een poging om haar 's nachts te schaken, wordt hij door een ongelukkige val aan zijn eigen degen geregen: hij zakt 'stervend' in elkaar.

Een andere, minder romantische versie van het verhaal, vertelt dat zij 'een Tilburger die haar vastgreep, met een mes, dat zij steeds bij zich in de gordel droeg' neerstak. Hoe dan ook, Lieske voelt zich schuldig aan moord en vlucht op aanraden van Weijerman naar Hilvarenbeek. Daar wist zij mannenkleren te bemachtigen en zo als jongen verkleed de grens over te steken. In het Vlaamse Dendermonde liet zij zich als trommelslager in Spaanse dienst werven onder de naam Tobias de Mourel, wat later verspaanst werd tot Morello. Zo ging zij jaren door het leven als man en nam zelfs deel aan de guerrillastrijd tegen de Fransen in 1672. De 17-jarige Tobias werd bevorderd tot vaandrig en kreeg het bevel over een halve compagnie. 

Bij toeval ontmoette zij ook Jacob Weijerman, die als lijfknecht in dienst was van een zekere Van Zuylenstein. In 1673 werd zij bij de verovering van Bonn gewond door een schot in de borst. Toen ontdekte men dat vaandrig Tobias Morello een vrouw was en dat betekende het einde van een roemruchtige carrière in het leger. Iedereen sprak over de stoutmoedige amazone, en een jaar later werd zij zelfs door stadhouder prins Willem III van Oranje in zijn hoofdkwartier te Breda ontboden. Met een jaargeld van 200 gulden stichtte zij op de Grote Markt aldaar een herberg. Daar is zij ten slotte met de eens afgewezen Tilburger Jacob Weijerman getrouwd. 

Uit dit huwelijk is Jacob Campo Weijerman geboren (1677-1747), over wiens opvallende levenswijze in 1756 door Franciscus Lievens Kersteman het boek Zeldzame Levens-Gevallen van J.C. Weyerman ('s-Gravenhage, uitg. Pieter van Os) verscheen. Uit het Aanhangzel bij dit boek, dat in de tweede druk van 1763 werd opgenomen, blijkt overduidelijk dat Nepveu zijn verhaal hieruit gehaald moet hebben. Alle eer komt Franciscus Lievens Kersteman (1728-1792) toe. Deze schreef overigens over een ander geval van travestie, dat hij tijdens zijn verblijf als vaandrig in Breda meemaakte, het boek De Bredasche heldinne (1751). 

Mr. J.I.D. Nepveu, Studie en uitspanning. Verzamelde verhalen, Utrecht, 1852; Gerard van Leyborch, 'Een nachtelijk drama in hotel De Gekroonde Zwaan op de Heuvel in 1669', in: TC van 11-10-1937; Jacques R. Sinninghe, 'Uit woelige dagen. Partisane begon haar bewogen carrière in Tilburg', in: NvhZ van 11-12-1951; Pierre van Beek, 'Drama in Tilburgse herberg in 1669', in: NvhZ van 23-3-1970; De satiricus Jacob Campo Weyerman, de luis in de pels van de verlichting, tentoonstellings-catalogus Koninklijke Bibliotheek, 's-Gravenhage, 1987; Thera Boon-Corthals, Schrijvers achterna. Een literaire wandeling door Breda, Breda, 1989, p. 50-55.
juli 2001: Ook beschreven door Marcel C.A. van der Heijden, Lys Sint Mourel en andere Tilburgse schatten. Tilburg in het werk van enkele schrijvers (Tilburg, Jan van Laarhoven B.V., 1994), p. 5-22; R.M. Dekker, G.J. Johannes en L.C. van de Pol, De Bredasche Heldinne. F.L. Kersteman (Hilversum, Verloren, 1988).

25 juli 2015

Mr. Jan Ignatius Daniel Nepveu werd geboren op 3 februari 1810 te Utrecht en hij overleed aldaar op 16 maart 1887. Hij schreef het verhaal over Tobia Morello niet in 1840, maar in Aurora. Jaarboekje voor 1841 (’s-Gravenhage, bij K. Fuhri).
Regionaal Archief Tilburg

Tobias Morello

 

Ronald Peeters

 

 

F.L. Kersteman over Lys Sint Mourel; door Marcel van der Heijden


Nève, Ed de


 

Emile van der Wilk

 

Honderd jaar na zijn geboorte, werd in 1989 een uitvoerige biografie over Ed. de Nève door mr. Emile van der Wilk bij de Tilburgse uitgeverij De Schaduw uitgegeven. Ed(ouard) de Nève is het pseudoniem van Willem Johan Marie ('Jean') Lenglet, die op 7 juni 1889 te Tilburg werd geboren als zoon van de uit Arnhem afkomstige Jean Emanuel Alexander Gustave Lenglet (1855-1901) en de Tilburgse Johanna Petronella Nooteboom (1861-?); verwant aan de schrijver Cees Nooteboom). 

Zijn laatste boek is de sterk autobiografische roman Bij ons op den Heuvel (Enschede, M.J. van der Loeff, 1948), waarin hij over zijn kinderjaren in Tilburg, 'Wolstad' in het boek, schrijft:

 

Het huis, waarin Hubert Lagache (Lenglet) geboren werd, was een smakeloos brokje architectuur door een aannemer uit Wolstad opgetrokken. Het onderscheidde zich echter in niets van de andere huizen, die op dit gedeelte van de Spoorlaan in mateloze verveling en troosteloosheid een rij woningen vormden, waarvan de welvaart der bewoners af te leiden was uit de minder of meer pretentieuse meubels, die achter de dubbele vitrage gordijnen verborgen bleven aan het oog der voorbijgangers. En altijd stond er in het midden van elk vensterraam der benedenverdieping een pot of een pul, of soms zelfs een kristallen coupe, meestal van pompeuse wansmaak.
Achter de huizen lagen de kleine tuintjes, uitziende op het lange rangeerterrein der spoorwegen, wier werkplaatsen aan de overkant der lijnen met hun stijlloze gebouwen een triest en somber uitzicht boden.

 

Het stofomslag van dit boek siert een tekening van de Tilburger Jim Brair (pseudoniem van Guus Gimbrère, 1914), voorstellende de lindeboom met de Heuvelse kerk van Tilburg.
Zijn jeugd bracht De Nève door aan de Spoorlaan 378. Hij zat op instituten in Oudenbosch, Nijmegen en Kerkrade en op de Rijks-HBS Koning Willem II in Tilburg. In 1910 woonde hij bij de bekende fotograaf Henri Berssenbrugge in Rotterdam, die van 1901 tot 1906 in Tilburg een foto-atelier bezat. 
Ed de Nève zou vervolgens als journalist een avontuurlijk leven leiden. Voor de Eerste Wereldoorlog was hij enige tijd secretaris van James Gordon Bennett, de directeur-eigenaar van de Europese editie van de New York Herald. In 1914 meldde hij zich bij het Vreemdelingenlegioen om met de Fransen tegen de Duitsers te vechten, maar hij werd na een maand afgekeurd. Hij zou sindsdien volgens zijn zeggen, tijdens de oorlog bij de Franse Geheime Dienst geweest zijn. Na de oorlog is hij tot 1922 secretaris van de Japanse delegatie bij de geïnterallieerde controle-commissie in Oostenrijk en Hongarije geweest. Voor Het Volk was hij correspondent in Londen (1935-1936) en daarna voor de Daily Herald correspondent in Nederland en West-Duitsland. De Nève trouwde vijf keer, onder andere met de belangrijke Engelse schrijfster Jean Rhys en de bekende Nederlandse schrijfster Henriëtte van Eyk, met wie hij respectievelijk van 1919-1933 en 1936-1946 gehuwd was. 

Hij werkte op literair gebied nauw samen met Jean Rhys. Samen met Henriëtte van Eyk schreef hij Aan den loopenden band (Amsterdam, Querido, 1934). Zijn eerste boek was In de Strik (Amsterdam, Andries Blitz, 1932), dat ongeveer tegelijkertijd uitkwam in Engeland (Barred, Londen, Desmond Harmsworth, 1932) en in Frankrijk (Sous les Verrous, Parijs, Librairie Stock, 1933). Daarna verschenen Kerels (Amsterdam, Querido, 1933), Muziek Voorop (Amsterdam, Querido, 1935), Schuwe vogels (Amsterdam, Querido, 1937), Glorieuzen (Enschede, Van der Loeff, 1946), Poolse Nachten (Enschede, Van der Loeff, 1948) en Bij ons op den Heuvel (Enschede, Van der Loeff, 1948). Verder schreef hij de brochures Spanje, Dapper Spanje (Bussum, De Vrije Pers, 1937), Durango, eens een zonnige Spaansche stad (1937), Nederlandsch Roode Kruis Hulpkorps, zijn ontstaan en zijn arbeid (1945) en Indien de Nederlandsche Regering in Londen... (Enschede, Van der Loeff, 1947).
Zoals in de geschiedenis van dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, te lezen is, was hij actief betrokken bij het Nederlandse verzet. Zo zorgde hij vijf maanden lang voor het voortbestaan van Vrij Nederland. Hij bracht ook bemanningsleden van neergestorte vliegtuigen naar Engeland terug en kwam daarvoor in een concentratiekamp terecht.
Jean Lenglet overleed op 27 oktober 1961 te Amsterdam, en werd in Diemen begraven. Op de grafsteen staat zijn naam en pseudoniem: Willem Johan Marie Lenglet dit Ed. de Nève. 
Henriëtte van Eyk, Dierbare wereld, Amsterdam, De Bezige Bij, 1973; Emile van der Wilk, Ed. de Nève schrijver, journalist, verzetsman, 1889-1961, Tilburg, De Schaduw, 1989; HN van 31-1-1989 en 22-4-1989; DTK van 20-4-1989 en 27-4-1989. Marcel C.A. van der Heijden, Lys Sint Mourel en andere Tilburgse schatten. Tilburg in het werk van enkele schrijvers (Tilburg, Jan van Laarhoven B.V., 1994), p. 59-72 ('Bij ons op den Heuvel. Ed de Nève').

juli 2001: Lenglet was een neef van de schrijver Uri Nooteboom (1903-1945).

Collectie Ronald Peeters, Regionaal Archief Tilburg, Internet, Ed Schilders

 

 

 

Stofomslagtekening: Jim Brair (pseudoniem van Guus Gimbrère)

 

 

9 juli 2015

In 1936 verscheen een curieuze brochure (16 pagina's) die kenmerkend is voor De Nève's politieke opvattingen in de jaren '30 en zijn activiteiten als vredesactivist: Waarom Carl von Ossietzky de Nobel-Prijs voor de vrede verdiende (Uitgave Lantaarn-Uitgeverij, Officieel Bureau der Jongeren Vredes Actie, Amsterdam).

De Duitse journalist en pacifist Carl von Ossietzky (1889-1938) gold in Duitsland als het boegbeeld van het anti-fascisme. In 1933 werd hij gearresteerd en geïnterneerd in diverse concentratiekampen. Om zijn zaak te steunen werd hem in 1936 de Nobelprijs voor de Vrede (1935) toegekend. Dat werd door de Duitse regering als een provocatie en belediging beschouwd, en Von Ossietzky kreeg geen toestemming de prijs in Oslo in ontvangst te nemen, wat leidde tot internationale protesten.

 

 

Nieuwint, Pieter


Petrus Josephus Gerardus Maria Nieuwint werd op 26 juni 1945 te Utrecht geboren. Drs. Pieter Nieuwint is literair docent taalvaardigheid aan de Tilburgse Letterenfaculteit en kleinkunstenaar. Hij richtte in 1965 samen met de Tilburger Ivo de Wijs het Cabaret Ivo de Wijs op, waarin ook zijn zuster Aggie Terlingen en Richard Fritschy zaten. Tijdens de Tilburgse Nacht van het Boek 1991 interviewde hij de bekende schrijver Charles Palliser (van het boek 'De Quincunx') en trad hij ook op als liedjeszanger en declamator (onder andere met een lied over Tilburg. Samen met Heinz Polzer (Drs. P) en Ivo de Wijs schreef hij Ollekebollekes (Amsterdam, Loeb, 1976) en Potverdriedubbeltjes (Utrecht, Bruna, 1975).
Wim Ibo, En nu de moraal. Geschiedenis van het Nederlands cabaret 1936-1981, Alphen aan den Rijn, 1982, p. 214-215; HN van 18-3-1991. 

 

Nieuwland, Uitgeverij / Huib Stam (7 november 2015)

 

Van 1992 tot 2007 had Huib Stam Reisboekwinkel Atlas in de Nieuwlandstraat. In 2005 begon hij Uitgeverij Nieuwland. De eerste succesvolle uitgave betrof een serie van elf Grote Historische Topografische Provincie Atlassen, waaronder Historische Atlas 1836-1843 Noord-Brabantschaal 1:25.000 (Thijs Caspers & Huib Stam; 2008).

De uitgeverij richt zich onder meer op cartografie, reisgidsen van Nederlandse steden, Noord-Brabant en algemeen maatschappelijke onderwerpen. Ook werden er diverse boeken over Tilburg uitgebracht, zoals Dwalen door Tilburg (Berry van Oudheusden en Anja Sparidaans; 2006; in 2011 ook als vertaling A Touch of Tilburg: a guidebook), WeerZien: Honderd oude foto’s en hun verhaal (Joep Eijkens en Paul Spapens; 2006), de fotoboeken Tilburg in de jaren ’60: Op weg naar een nieuwe stad, Tilburg in de jaren ’80 en Tilburg in de jaren ’70 (Rinus van der Heijden en Jeroen van Eijndhoven; 2007, 2008 en 2009), Tilburg met hart en ziel (Jeroen Ketelaars, Ronald Peeters, Spapens en Jan Stads; 2007), Tilburgse kermis 1950-2000: Een halve eeuw vermaak in beeld (Lauran Wijffels en Van Eijndhoven; 2007), Encyclopedie van Tilburg (Van Oudheusden, Peeters en Spapens; 2008),  Popmuziek in Tilburg: 1960-2010 (Paul Geerts en Hans Rube; 2009), Met de westenwind in de rug: Een fietstocht van Nederland naar Moskou (Paul Spapens; 2007) en De Moord op Marietje Kessels (Godelieve Kessels en Peter Nissen; 2011). In 2006 werden ook afleveringen van het tv-programma De Wandeling verwerkt naar het boek De Wandeling: Een selectie van 20 avonturen met René Bastiaanse (Thijs Caspers, Jasper Mikkers en Patrick Timmermans; 2006).

Omdat hij volgens eigen zeggen niet meer tegen het medium internet kon concurreren stopte Huib Stam op 1 januari 2007 met zijn Reisboekhandel Atlas en ging verder als uitgever. Uitgeverij Nieuwland is thans gevestigd in Utrecht.

Berry van Oudheusden, Ronald Peeters, Paul Spapens en Jan Stads, Encyclopedie van Tilburg (Tilburg, 2008), p. 348 en www.uitgeverijnieuwland.nl

Ronald Peeters

 

 

Nispen, Victor van (april 2015)

 

Fraters van Tilburg

 

Victor Dingeman Henricus Joannes van Nispen werd geboren in Oss op 14 september 1899 en trad in het noviciaat van de Fraters van O. L Vrouw Moeder van Barmhartigheid in Tilburg op 18 april 1917. Hij overleed in fraterhuis Joannes Zwijsen in Tilburg op dinsdag 14 oktober 1986 en werd begraven op het kerkhof van de Fraters bij Huize Steenwijk in Vught op 17 oktober 1986. Voor de uitgeverij van het RK Jongensweeshuis schreef hij het jeugdboek Van een voetballer. (Tilburg, 1926, Drukkerij R.K. Jongensweeshuis). Dit jeugdboek werd ook vertaald en uitgegeven in het Esperanto door de Tilburgse drukkerij Smits. Hij publiceerde in De Engelbewaarder / De Gouden wiek.

Caesarius Mommers & Ger Janssen, Zwijsen een passie voor uitgeven, Tilburg, 1997  Uitgeverij Zwijsen B.V.).
Karen Ghonem-Woets, Boeken voor de katholieke jeugd. Verzuiling en ontzuiling in de geschiedenis van Zwijsen en Malmberg, Zutphen, 2011.

Bron: internet 2015

 

Bron: Catawiki 2015

 

Ed Schilders

Kort verhaal van Victor van Nispen in De gouden wiek, jaargang 1951.

 

Bij een verhaal uit De Engelbewaarder, 1948

 

Nico Verhoof

Exlibris door H. Corvers.

 

 

Victor van Nispen over Henricio Rossieau en zijn werk.

Henricio Rossieau

 

Nolet, Annelies (22 juni 2015)

 

Annelies Nolet debuteerde in 1999 met haar roman Gewiste sporen. In 2002 verscheen haar tweede roman Mazzeltof, waarin haar man Ernst Elzas (Tilburg 1919 - Vught 2010) model stond voor de hoofdpersoon Max. In 2013 schreef zij de biografie Ene mejuffrouw van Velzen (1894-1967).

Ronald Peeters (links) & internet 2015.


Nooteboom, Uri

 

Ronald Peeters

Urias Henricus Alphonsus ('Uri') Nooteboom werd op 12 juli 1903 te Tilburg geboren als zoon van Anton Nooteboom en Gezina Koopmans. Hij studeerde aan het klein-seminarie Beekvliet te St. Michielsgestel, waarna hij het groot-seminarie te Haaren en het het gymnasium van het Sint Odulphuslyceum in Tilburg bezocht. In 1926 deed hij daar staatsexamen. Van 1926-1928 studeerde hij notariaat aan de R.K. Leergangen te Tilburg. In 1928 ging hij aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen klassieke talen studeren. Onder het pseudoniem Uno publiceerde hij gedichten in het Nijmeegse studentenblad Vox Carolina. Hij werd daar universitair correspondent van De Gelderlander en later van De Maasbode, waarvan hij in 1936 als redacteur werd benoemd. In de oorlog werd hij voorgedragen als hoofdredacteur van De Gelderlander, en hij kreeg deze functie meteen na de bevrijding van Nijmegen op 17 september 1944 uitoefenen. Hij schreef er dagelijks hoofdartikelen in. 

Zijn journalistica over de jaren 1933-1943 liet hij onder de titel Werken en Dagen in Nederland clandestien drukken. Hij publiceerde het boek Jaren en jeugd in Brabant (Neerbos, Drukkerij Weesinrichting, z.j.), waarin uitvoerig zijn jeugd in Tilburg wordt beschreven. Laatstgenoemd werk werd ook opgenomen in de onder redactie van Antoon Coolen uitgegeven bundel Land en volk van Brabant (Amsterdam, Kosmos, 1950). Het hoofdstuk Jeugd in de Kempen werd herdrukt door een actieve vriendenkring in Riethoven, en het hoofdstuk Jeugd in een fabrieksstad werd in 1987 in boekvorm door Uitgeverij De Schaduw in Tilburg uitgegeven. Ook in het tijdschrift Tilburg (jrg. 4, nr. 4, 1986, p. 16-18) werd een fragment onder de titel Een fabrieksstad in herinnering opgenomen. In 1945 verscheen Tusschen vrijheid en vrede (Nijmegen, De Gelderlander), een bundeling van zijn hoofdartikelen in De Gelderlander, in 1946 Journalistieke opstellen (Amsterdam, Elsevier) en in 1948 Het land der Sniedersen.
Tijdens een reportagereis op 12 april 1945 werd hij in het pas bevrijde Zutphen dodelijk getroffen door een Duitse scherpschutter.

Gedenkboek van het Sint Odulphuslyceum Tilburg 1899-1959, Tilburg, 1959, p. 134; Hein Mandos, 'Uri Nooteboom Tilburg 1903 -Zutfen 1945', in: Brabantia Nostra, jrg. 8, 1945, p. 68-70; Encycl. van Noord-Brabant, 3, 1986, p. 189; drs. Kees Kolen, in: Jeugd in een fabrieksstad (Tilburg, 1987), p. 3-5.

Ronald Peeters

Uri Nooteboom in het oude Kerkje in Waalre, juli 1944; frontispiece bij Journalistieke opstellen (Amsterdam 1946); foto: Martien Coppens.

juli 2001: Uri Nooteboom was een neef van de schrijver Ed de Nève.

 

In memoriam

 

In memoriam Uri Nooteboom, door Hein Mandos.

 In memoriam Uri Nooteboom, door F. van der Meer.

Uri Nooteboom over dichtbundels van Frank Valkenier, Luc van Hoek en Paul Vlemminx


Naar het begin van de pagina

Inhoud De paap van gramschap

CuBra Home


Naaijkens msc, Bernard

Naaijkens, Jan
Naaijkens, Jos

Naaijkens, Zjef

Naarus

Naber, J.

Nacht van de columnist
Naninck, Joep
Nederlandsche Boekhuis

Neesen, Koos
Neijnens, Sander

Nepveu, mr. J.I.D.
Nève, Ed de
Nieuwint, Pieter
Nieuwland, Uitgeverij

Nispen, fr. Victor van

Nooteboom, Uri