INHOUD DE PAAP VAN GRAMSCHAP
REGISTER
HOME CUBRA

Sande, Boekhandel H.D. van de
Sassen, Armand

Saudade Press
Schaduw, Antiquariaat/Uitgeverij
Scheffer, Jan

Schellekens, Jan
Schepers, dr. Johannes Bernard
Schilders, Ed

Schilt, Elie van
Schoenmakers, fr. Anastasius
Schoonebeek, C.H.W./Weingärtner, drukkers

Schotel, ds. G.D.J.
Schraven, Th. J.

Schreurs M.S.C., Jacques

Schreurs M.S.C., p. dr. P.
Schurink, drs. H.J.A.M.
Scryption, Museum voor Schrift- en Kantoortechniek
Servaes, Anke
Servatius OFMCap, pater dr.

SIC
Sicking, J.J.M.
Siemer, Frans

Simons, fr. Domitiaan
Sloet tot Everlo, mr. A.L.N. Baron

Smarius sj, C.F.
Smits, A.L.

Smits & Zonen, Drukkerij Jean
Smits, Drukkerij Piet

Smout, Bart
Smulders, Ferdinand
Smulders, Willem

Spaendonck, Barend Jan van
Spaendonck, Gerard van
Spapens, Paul

Sprengers, C.J.H.

Stadsdichter van Tilburg

Starink, dr. Jan & Gertrude
Steijns, Gerard

Sterenborg, Wil

Sterneberg s.j., H.A.

Straten, Tilburgse literaire
Stripverhalen, Tilburgse

Stripverhalen uit Tilburgse kranten 1920-1950

Stripverhalen uit De Engelbewaarder

Stulp

Stumpel, B.

Sutorius, Anna
Swagemakers, Oda

Swarth, Nick J.


© Ronald Peeters 1992-2016 & Ed Schilders & Stichting Cultureel Brabant 2015-2016


 

 

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K
L
M
N

O

P
R
S
T

U

V

W

 

Ronald Peeters & Ed Schilders

Boekhandel H.D. van de Sande - Nick J. Swarth


Sande, Boekhandel H.D. van de


Hendrikus Dominicus van de Sande werd op 3 augustus 1819 te Tilburg geboren. Hij trouwde op 26 november 1861 met boekhandelaarsdochter Elisabeth Catharina Huberdina van der Voort (1819-1885). Aanvankelijk was hij koopman van beroep, maar in het Adresboek van Tilburg uit 1879 staat hij als boekhandelaar in de Heuvelstraat M 1116 vermeld. Van der Sande is op 16 januari 1884 te Tilburg overleden.
 

GAT, Bevolkingsregisters 1870/1880, deel 15 fol. 761; 1880/1890, deel 20 fol. 213;

Collectie bidprentjes; 'Van der Voort', in: Nederland's Patriciaat, jrg. 47, 1961, p. 348-349.


Regionaal Archief Tilburg

 


Sassen, Armand


Armand Prosper Théodore Sassen (Roermond 1844 - Amsterdam 1909) was van 1869-1881 leraar economie, staatsinrichting en handelsrecht aan de Rijks-HBS Koning Willem II in Tilburg. Hij woonde in Breda maar was in Tilburg actief in het openbare leven. Hij was adviseur van de Tilburgse Spaarbank en hij publiceerde in 1871 in het Staatkundig en staathuishoudkundig jaarboekje een schets van economisch en sociaal Tilburg onder de titel 'Een blik op de nijverheid en den toestand der arbeiders te Tilburg' (p. 229-243). Na zijn vertrek uit Tilburg werd hij directeur van de Rijkspostspaarbank te Amsterdam.
H. Franssen e.a., Jaren van voorzichtig beleid 1866-1991. De huidige Rijksscholengemeenschap Koning Willem II 125 jaar in Tilburg, Tilburg, 1990, p. 37.
Regionaal Archief Tilburg

 

Saudade Press (2 januari 2015)

 

De Saudade Press is een bibliofiele uitgeverij. In 1994 verscheen onder initiatief van Bas Tol, Chris Bergman, Geer Mesman (van de Fado Press) en Walter Kerkhofs de eerste uitgave Weemoed van Jasper Mikkers. Saudade is Portugees voor ongelukkig lot, weemoed. Andere uitgaven van de Saudade Press zijn: Godinnen en andere vrouwen van Cees van Raak (1995), Morgante Maggiore van Frans van Dooren (vertaling van Luigi Pulci, 1996) en Soldaat aan de IJzer van Albert Meegens (1997). Alle uitgaven verschenen in een vaste oplage van honderd exemplaren, gesigneerd en genummerd.

Cees van Raak, Cultureel Lexicon Tilburg 1945-2008 (Tilburg, 2008), p. 298.

Ronald Peeters

 

 


Schaduw, Antiquariaat/Uitgeverij De 

 

Ronald Peeters. Foto: Joost op 't Hoog (2010)


In 1976 begonnen Kees en Corrie Kolen Antiquariaat Nillco, later De Schaduw genoemd, aan de Nieuwlandstraat 25. Het antiquariaat handelt in wetenschappelijke, literaire en nostalgische boeken, en oude prenten. Sedert 1984 is het echtpaar ook als uitgever actief. De eerste uitgave van Uitgeverij De Schaduw was een herdruk van de Catechismus uit 1948. Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan in 1986 van De Schaduw werd Puk en Muk uit de Schaduw van Tilburg uitgegeven, geschreven door Kees Kolen en met een herdruk van het eerste Puk en Muk-verhaal. De uitgeverij zou zich met name gaan specialiseren in het uitgeven van boeken die een nostalgische waarde of een relatie met Tilburg hebben.

Ronald Peeters

 

In 1987 volgden de uitgaven van Uri Nooteboom Jeugd in een fabrieksstad, Jan Donkers Sim en Sam (eerder in 1917 uitgegeven bij de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg) en Jan Horsten De Vier Winden (eerder in 1952 onder de auteursnaam Jan van Tilburg verschenen). In 1987 schreef Kees Kolen het boek Willem II 90 jaar in beeld 1896-1986. In 1988 kwam de heruitgave van het rooms meisjesboek De Doopkaars van M. Everma, pseudoniem voor Sophie Kleverlaan-Grolman (1909-1984) uit. Twee boeken van Herman Post werden door De Schaduw uitgegeven: De hemel is om de hoek (1988) en Te voet naar Rome (1989). De biografie Ed. de Nève schrijver, journalist, verzetsman, 1889-1961 van Emile van der Wilk werd in 1989 uitgegeven. In 1990 volgde de facsimile-uitgave van het Adresboek van Tilburg uit 1879 en in 1991 het stripverhaal van Luc Verschuuren, Kees Kruik en het Geheim van de Tilburgse Kermis.

HN van 2-9-1986, 4-10-1986, 10-4-1987, 28-9-1987, 3-10-1987, 6-11-1987, 18-11-1987, 15-3-1988, 31-1-1989, 22-4-1989, 3-9-1990;

Stadsnieuws van 8-10-1986;

DTK van 15-10-1987, 27-4-1989, 6-9-1990;

Tilburg Vrij Uit van 25-10-1989.
11 januari 2015

Het antiquariaat heet al enige jaren De Refter en is bovendien gespecialiseerd in religieuze kunst en kloosterinboedels.


Scheffer, Jan


De Bossche boekhandelaar Jan Scheffer deed in de zestiende eeuw vele bestellingen bij de bekende Antwerpse drukkerij Officina Plantiniana van Christoffel Plantin en later Jan Moretus. Omstreeks 1600 was Scheffer gedwongen vanwege de onveilige situatie in 's-Hertogenbosch, boekenzendingen uit Antwerpen via tussenpersonen te laten plaatsvinden. In 1600 vond hij daarvoor Jan Waulters en Geeret Verenst uit Tilburg en een 'schoolmeester tot Goorle' bereid.
Dr. C.J.A. van den Oord, Twee Eeuwen Bosch' Boekbedrijf 1450-1650, Tilburg, 1984, p. 269;

Museum Plantin-Moretus Archief, Antwerpen, journaal 1600 (nr. 172), fol. 58, 148 en 191v.

Universiteitsbibliotheek Amsterdam

 

Schellekens, Jan (juli 2015)

 

CuBra

 

Jan Schellekens werd op 9 november 1933 geboren in Tilburg. Zijn Tilburgse herinneringen publiceerde hij op website CuBra onder de titel Herinneringen uit de Hoogvensestraat.

http://www.cubra.nl/schellekens/wecome.htm


Schepers, dr. Johannes Bernard


Regionaal Archief Tilburg

 

Dr. Johannes Bernard Schepers werd op 15 augustus 1865 te Heerenveen geboren. Hij kwam vanuit Grouw naar Tilburg, en was daar van 1891-1895 leraar Nederlands en aardrijkskunde aan de Rijks-HBS Koning Willem II. In 1895 vertrok hij naar Haarlem; hij overleed aldaar op 10 juli 1937.
Schepers promoveerde in 1891 op het proefschrift Groningen als hanzestad. Hij schreef enkele boeken: Friese verzen (1897), Bragi. Mythologische heldendicht (Amsterdam, 1900-1901, drie delen), de gedichtenbundel Zelfkeur (Amsterdam, 1907) en Schilderen-met-de-pen (1908; 1925). In de bundel Zelfkeur staat het sonnet 'Uit Brabant', dat ook door Komrij in zijn bloemlezing De Nederlandse poëzie [...] (Amsterdam, Bakker, 1983, 6e druk, p. 379) en in 'Meulenhoff's Dagkalender Nederlandse poëzie 1991' werd opgenomen.

Schepers heeft ook twee publikaties over Tilburg gemaakt. Hij was in 1894 de eerste serieuze archiefvorser in het Tilburgse Gemeentearchief. Het zijn Droevige dagen. Uit de annalen van een Brabantsch dorp, September 1794-Juni 1795 in Tijdspiegel (3, 1894, p. 353 ev) en Uit oude tijden. Een Brabantsch dorp in het midden der 18e eeuw (Tilburg) in Tijdschrift voor Geschiedenis, Land- en Volkenkunde (10, 1895, p. 321-344). In een brief aan het Tilburgse gemeentebestuur van 27 mei 1895, schrijft hij onder andere over zijn bezoek aan het archief:

 

Het is zoo jammer, dat het oude archief van Tilburg nog zóó weinig geregeld is, dat het haast hopeloos werk is uit de stapels bescheiden het gewenschte te vinden en ik hoop in mijn beide studies het bewijs te leveren en gedeeltelijk reeds geleverd te hebben, dat voor de algemene geschiedenis van Nederland ook de archieven van een open plaats als deze van belang zijn, niet minder dan die van ommuurde vesten als Den Bosch en Breda.

 

Drs. G.J.W. Steijns, 'De zorg voor de archieven in Tilburg', in: A.J.A. van Loon, R.M. Peeters en G.J.W. Steijns, Het Gemeente Archief van Tilburg, Tilburg, 1988, p. 31;

schr. med. drs. Huub Franssen, d.d. 7-1-1992.

Bron: internet 2015.


Schilders, Ed


Tekening: Luc Verschuuren 2014.

 

Ed Schilders, op 30 januari 1951 geboren te Berkel-Enschot, is sinds 1958 woonachtig in Tilburg. Na het Sint Odulphuslyceum studeerde hij aan het Mollerinstituut te Tilburg, was leraar Nederlands en Frans, werkt thans part-time als redacteur bij Schoevers Uitgeverij (Tilburg) en is daarnaast freelance- journalist en schrijver. Hij debuteerde in 1975 in de Haagse Post, is vanaf 1977 literatuur-criticus van Vrij Nederland en vanaf 1979 van de Volkskrant, waarin hij in 1988-1990 de wekelijkse rubriek 'Curiosa' over merkwaardige boeken verzorgde en sinds 1991 de rubriek 'Codex'. Publiceerde verder in Maatstaf, SIC, Het Nieuwsblad, De Groene, Furore, Pure Style, Hard Werken, Talent, Stripschrift, NRC, Avant Garde, Playboy, The New Jersey Monthly, Brooklyn Heights Press, Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur en Tilburg Magazine (redacteur sinds oprichting in 1990).

In Het Nieuwsblad heeft hij vanaf maart 1991 een column. 

In eigen beheer was hij de uitgever van het tijdschrift The Brooklyn Bridge Bulletin (1979-1985). Met Jace van de Ven schreef hij de teksten voor de Tilburgse Revue 'Hemel & Aarde' (1988), en hij werkte ook mee aan 'Kannen & Kruiken' (1986). Hij is correspondent van Maledicta, het Amerikaanse 'jaarboek voor het slechte woord'.

Ed Schilders publiceerde de boeken Brooklyn Bridge (Amsterdam, Drukwerk, 1978), Vergeten boeken, Literaire curiosa en rariora, boekenvrienden en bibliomanen (Amsterdam, W & L Boeken, 1986), De handschoen van Allie Caulfield, of: hoezo van papier? ('s-Gravenhage, Minerva, 1987), De voorhuid van Jezus, En andere roomse wonderen (Groningen, Xeno, 1985), De erfenis van Diderot (Nijmegen, Vriendenlust, 1987). Hij publiceerde één verhaal: 'Wilde Bazaan', in Bloed op het strand (Amsterdam, De Arbeiderspers, 1988).

Ed Schilders was redacteur, samensteller of vertaler van Een doodshemd heeft geen zakken (Horace McCoy, vertaling, Amsterdam, Arbeiderspers, 1976), De laatste hand (Dick Francis, vertaling, Amsterdam, Arbeiderspers, 1981), Sneller dan de dood (Paul Cain, vertaling, Amsterdam, Loeb, 1982), Engelen van de Nacht (prostitutieverhalen; Amsterdam, De Arbeiderspers, 1987; W & L Boeken, 1985), Hollywood, Verhalen uit de filmstad (Amsterdam, Loeb, 1987), De hardste verhalen (vertaling van hardboiled Amerikaanse verhalen uit de periode 1891-1979; Amsterdam, Loeb, 1981). 
Samen met Hans Renders schreef hij Ik pas in mijn koffer: meer dan 100 hersenkrakers (Nijmegen, Cadans, 1988). Werkte mee aan Vrouwen van papier, Erotiek in strips (Zeist, Vonk, 1984).

Over Tilburgse onderwerpen schreef hij drie boeken: Moordhoek (Tilburg, Boekhandel Gianotten, 1988), een gedetailleerde reconstructie naar de moord op het Tilburgse meisje Marietje Kessels in de kerk van de parochie Noordhoek; samen met Ronald Peeters Katholiek Tilburg in beeld (Tilburg, Boekhandel Gianotten, 1990); en ten slotte Het aanzien van Nederland, Tilburg (Abcoude, Uniepers, 1991). In opdracht van Boekhandel Gianotten schreef hij ter gelegenheid van de verhuizing van de boekhandel naar de Emmapassage in oktober 1991, het curieuze boekje Bibliohaptonoom, En andere verhalen over lezen. Voor het boek Het geheime oeuvre van Adriaan Willemen (Tilburg, 1991), schreef hij de inleiding.
Samen met Peter IJsenbrant stichtte hij in 1987 uitgeverij en publiciteitsbureau Dante PB & BP, gespecialiseerd in literaire relatiegeschenken. Onder het imprint van Dante verscheen zijn boekje De muts van Dante (1987). 

NvhZ van 21-5-1983, 17-6-1985, 17-11-1986, 21-4-1987, 19-12-1987, 29-9-1988;

HP van 28-3-1987;

DTK van 16-4-1987, 22-12-1988;

Encycl. van Noord-Brabant, 1, 1985, p. 237-238 en 2, 1986, p. 22.


juli 2001

Hij schreef o.m. ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Drukkerij H. Gianotten B.V. in 1995 een bijzonder typografisch verzorgd boek in cassette: 'in-druk, van Wiegedruk tot Grafschrift'. Verder kunnen genoemd worden Jef van Kempen en Ed Schilders, Literaire wandelroute Tilburg ('s-Hertogenbosch, Het Noordbrabants Genootschap, 1996); Het Geheim van Huize Gerra. De moordaanslag op bisschop Joannes Zwijsen 15 juli 1863. Een poging tot reconstructie (Tilburg, Jan van Laarhoven, 1998).

juli 2015

In 2000 richtte Schilders met Frans Tooten de Stichting Cultureel Brabant op, die sindsdien de website CuBra in stand houdt, een podium en archief voor de Brabantse Cultuur. Binnen CuBra verzorgde Schilders een groot aantal websites, waaronder die van het Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), gebaseerd op de dialectverzameling van Wil Sterenborg, Het papegaaienmuseum van de uit Tilburg afkomstige H. van Boxtel, een rubriek over feest-, straat-,  gezelschaps-, moord- en marktliedjes. Vanaf 2012 is hij webredacteur van het culturele tijdschrift Brabant Cultureel dat op CuBra werd voortgezet.

In 2005 kwam er een einde aan de columns over curieuze boeken die Schilders voor de boekenbijlage van de Volkskrant schreef. Hij bleef recensent voor die krant tot 2015. Zijn column voor Tilburg Plus / Brabants Dagblad verschijnt nog steeds (juli 2015).  Vanaf 2004 is hij eerst medewerker en later redacteur van het tijdschrift Brabants.

Naast vele boekpublikaties in samenwerking met andere, veelal Tilburgse auteurs (zie de bibliografie) publiceerde Schilders tussen 2000 en 2015 onder andere: Slaoi meej aaj mee jèùn meej èèrepel – Aan tafel met Cees Robben (Code-X, Prentebuukske 9, 2008); Elvis Presley en de raadselachtige snorrenepidemie – De geheime geschiedenis van Tilburg (met Jace van de Ven en Frank van Pamelen, uitgeverij Nieuwland, 2008); Grôot fist meej klèèn èèrepel (ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Cees Robben; Prentebuukske 10, Code-X, 2009); de bloemlezing TILBURG van ‘O ja, en waar leg dat dan, Tilburg?’ tot ‘O, dat ik nog in Tilburg was!’ Een bloemlezing over Tilburg, Tilburgers & Tilburgs (Stichting dr. P.J. Cools, 2009); Drie ABC’s voor boekenvrienden (met Frank van Pamelen, Stichting dr. P.J. Cools, 2010); het gedenkboek 25 jaar Tilburgse Revue 1986-2011 (Stichting Tilburgse Revue, 2011); Van aajkes tòt zaandkèùl – Een Tilburgs ABC-boek (Stadsmuseum Tilburg, 2012); ‘k Zie oe daor zo gèère ligge – Tilburgse stadsgezichten van Cees Robben (met Ronald Peeters; Prentebuukske 11, Cees Robben Stichting, 2012)

In 2013 verscheen een nieuwe editie van Moordhoek (Gianotten Printed Media) en vanaf dat jaar vormt Schilders samen met Ronald Peeters, Han van Meegeren en Hans Hop de redactie van de boekenreeks InTilburg. In die reeks verschenen tot oktober 2015 twaalf titels waarvan twee door Ed Schilders: De schonste taol van ’t laand – De mooiste Tilburgse woorden (deel 1, Gianotten Printed Media, 2013), en Ik kan het niet langer houden! (deel 9, Gianotten Printed Media, 2014). Voor dezelfde reeks was hij samensteller van De kapel op de Hasselt – Een bloemlezing uit het werk van 40 Tilburgse auteurs (met Ronald Peeters, deel 2, Gianotten Printed Media, 2014), en Ik praot nie frêet – Een bloemlezing van gedichten in de taal van Tilburg en omstreken (deel 5, Gianotten Printed Media, 2014).

Ed Schilders

Tilburgse onderwerpen

 

 

 

Over boeken

 

 

 

 

 

 

Bibliofiele uitgaven & Curiosa

 

Met Martin Hulsenboom en Peter  IJsenbrant.

 

 

Brandon Pers

 

InTilburg

 

 

 

 

 

Prentebuukskes - Cees Robben

 

Scenario's voor stripverhalen in samenwerking met Luc Verschuuren

 

Vertaler en samensteller

 

 

 

Tijdschriften

Tekening: Peter Pontiac

 

Websites - ontwerp en redactie CuBra

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bibliografie


De muts van Dante

Het geheim van Huize Gerra

Bibliohaptonoom

Het rijke Roomse lezen

Tilburg in citaten

De pelle humana

Een keuze uit de Volkskrant-columns over curieuze boeken

Een keuze uit boekrecensies in de Volkskrant

Schilders, Ed & Luc Verschuuren - De Ballade van Kees Kruik

 

De voorhuid van Jezus

Schilders, Ed - De Comediekwestie (Tilburg Tijdschrift)

Schilders, Ed - De prenten van Cees Robben (Tilburg Tijdschrift)

Schilders, Ed - Over Karel Janson / Hans van Uden (Tilburg Tijdschrift)

 

Schilt, Elie van (juli 2015)

 

CuBra

 

Elie van Schilt werd in 1928 geboren in de Tilburgse wijk Hasselt, meer in het bijzonder 'de Jordaan'. Pas in 1998 begon hij zijn herinneringen aan het leven in deze volkswijk te noteren, alsmede die aan zijn soldatentijd in Nederlands-Indië, voor het grootste deel in het dialect van Tilburg.

http://www.cubra.nl/elievanschilt/welcome.htm


Schoenmakers, fr. Anastasius


Henricus Cornelius Nicolaas Schoenmakers werd op 6 december 1858 te Tilburg geboren als zoon van koperslager Arnoldus Schoenmakers en Elisabeth van Kuik. Op 16 april 1876 trad hij in bij de Fraters van Tilburg onder de naam frater M. Anastasius. Een jaar later vertrok hij naar 's-Hertogenbosch. In 1890 - hij was inmiddels naar de Ruwenberg overgeplaatst - publiceerde hij onder het pseudoniem F.M.A. Arnolds het uit vier delen bestaande werk Bossche legenden en verhalen, uitgegeven door de stoom-snelpersdruk van P. Stokvis & Zoon te 's-Hertogenbosch. In deel vier staat een hoofdstuk over mgr. J. Zwijsen en zijn relatie in Tilburg met de prins van Oranje, de latere koning Willem II. In 1989 publiceerde drs. Coen Free als vijfde deel in de reeks 's-Hertogenboek, de sinds 1985 jaarlijkse boekenweek-uitgave van Coen Free en boekhandel Adr. Heinen in 's-Hertogenbosch, het boek Eén Bosschenaar geldt meer dan tien Gelderschen als gij! Bloemlezing uit 'Bossche legenden en verhalen' van F.M.A. Arnolds.
Fr. Anastasius Schoenmakers overleed op 13 maart 1894 in het fraterhuis te Tilburg.

GAT, Bevolkingsregisters 1870/1880, deel 10, fol. 224 en deel 12, fol. 239k;

GAT, Collectie bidprentjes; Archief Generalaat Fraters Tilburg; Brabants Dagblad van 8-3-1989.


Ronald Peeters

 

 

Schoonebeek, C.H.W. / A.M. Weingärtner (15 november 2015)

 

Cornelis Hermanus Wilhelmus Schoonebeek werd geboren te Den Haag op 28 oktober 1853. Hij vestigde zich in Tilburg omstreeks 1879-1880. Hij was van beroep steendrukker. In het Weekblad van Tilburg van 1 november 1879 meldt hij dat zijn steendrukkerij verplaatst is van de Parallweg (de latere Spoorlaan) naar de Antoniusstraat tegenover de St. Dionysiusschool. Hij is dan de opvolger van steendrukker Antonius Marinus Weingärtner. Deze Weingärtner was geboren in Oosterhout op 25 april 1830 en kwam op 16 mei 1873 vanuit Eindhoven in Tilburg wonen. Hij vertrok op 30 oktober 1879 weer uit Tilburg en ging in Vught wonen. Schoonebeek overleed op 15 februari 1884 te Tilburg. Zijn bedrijf werd als ‘Kleur- en Steendrukkerij’ voortgezet door de Wed. Schoonebeek en Zoon. Er is geen drukwerk van Schoonebeek bekend.

Weekblad van Tilburg 1879-1884, coll. Koninklijke Bibliotheek; RAT, Bevolkingsregister.

 

 Bron: Delpher

Tilburgsche Courant 16 december 1880

 

Tilburgsche Courant 21 december 1879


Schotel, ds. G.D.J.


Ronald Peeters. Gegraveerd portret door F.A. Heijman naar een foto, frontispiece bij Koninklijk Bezoek, Amsterdam, Lohman jr. 1859. Hieruit blijkt dat Schotel een van de eerste Tilburgers is geweest van wie een fotoportret is gemaakt. Zie hierover:

Jan van Eijck: Tilburgse curiosa 1. Dominee G.D.J. Schotel (1807-1892). Een van de eerst gefotografeerde Tilburgers (1859), in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XI (1993), nr. 1, p. 21-22.

 

Gillis Dionysius Jacobus Schotel werd op 9 april 1807 te Dordrecht geboren als zoon van de schilder Johannes Christianus Schotel. In 1835 werd hij predikant in Lage Zwaluwe en in 1841 te Chaam. Hij schreef toen een artikel over 'Oudheden van Alphen (N.B.)' (1841) en voor het Evangelisch Kerkblad het artikel 'Tegenwoordige toestand van Chaam, Alphen en Baerle-Nassau' (1844). In juni 1846 werd hij predikant van de Nederlands- Hervormde gemeente van Tilburg. Hij woonde samen met zijn vrouw Catharina Leonora Johanna de Leeuw (Roosendaal 1818 - Leiden 1877) in de Heuvelstraat, in 1850 op nummer 1944 en in 1860 op nummer 162. Schotel was in Tilburg erg bevriend geraakt met koning Willem II. Toen de vorst hier in 1849 overleed, schreef hij De dood des konings. Brief van dr. G.D.J. Schotel, predikant te Tilburg, aan dr. H.P. Timmers Verhoeven, predikant te 's-Gravenhage ('s-Hertogenbsoch, Gebr. Muller). Het boekje beleefde 14 drukken in een totaal-oplage van 14.000 exemplaren. Hij beëindigt zijn brief met:

'Tilburg ! Gij hebt een kort, maar schoon 
tijdperk beleefd ! De Koning, wiens lijk
zelfs niet van u scheiden kan, heeft
uw naam onsterfelijk gemaakt !'

 

Ds. G.D.J. Schotels Tilburgsche avondstonden uit 1850 (Amsterdam), opgedragen aan zijn vriend H.J. Baron van Doorn van Westcapelle, minister van Staat, is door hem zo genoemd, zo schrijft hij, wijl het de vrucht is van mijn avond-letteroefeningen gedurende mijn driejarig verblijf in deze stad. Het boek bevat verhandelingen onder de titels 'Martinus, bisschop der Galliërs' en 'Blik in de geschiedenis van het tooneel, inzonderheid te Dordrecht'. In 1850 bezocht zijn vriendin Elise van Calcar hem, en zij schreef over dit bezoek Tilburgsche mijmeringen ('s-Hertogenbosch, Gebr. Muller, 1851). Voor haar boek Hermine (1851) schreef Schotel een voorwoord.

Als cultuurhistoricus schreef hij talloze boeken en artikelen. Genoemd kunnen worden: Kerkelijk Dordrecht (2 delen, 1838-1845), Letter- en oudheidkundige avondstonden (1840), De abdij van Rijnsburg (1851), Oude zeden en gebruiken in Nederland (1859), Geschiedenis der rederijkers in Nederland (2 delen, 1861-1862), Het Oud-Hollandsch Huisgezin der 17de eeuw (2 delen, 1867) en Het maatschappelijk leven onzer voorouders (1868). In zijn Tilburgse tijd schreef hij onder andere in de Kerkelijke Courant het artikel 'Goede Vrijdag te Tilburg' (1850), Iets over de uitwendige gedaante van Jezus Christus, dat hij opdroeg aan de Tilburgse Gravin van Bylandt geb. Van Hogendorp ('s-Hertogenbosch, 1852), en Mijne Gemeente ('s-Gravenhage,1855).

Na zijn emeritaat op 1 maart 1862, vertrok hij op 7 april 1862 naar Leiden en voltooide daar het door A.J. van der Aa begonnen Biographisch woordenboek der Nederlanden (21 delen, Haarlem, 1852-1878). In 1877 werd zijn omvangrijke bibliotheek, bestaande uit 3819 nummers (waaronder vele seriewerken), in 's-Gravenhage geveild. Schotel overleed op 9 december 1892 te Leiden. In Tilburg werd in 1923 het Schotelplein naar hem genoemd.

GAT, Bevolkingsregister 1849/1859, deel 14 fol. 160; 1860/1870, deel 12 fol. 203;

dr. W.N. du Rieu, 'Levensbericht van dr. Gillis Dionysius Jacobus Schotel', in: Levensbeschr. Letterk., 1893, p. 188-244;

Willem van Toorn (red.), Querido's letterkundige reisgids van Nederland, Amsterdam, 1982, p. 561 (door Carel Swinkels);

Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 145.

juli 2001

Drs. J.A.M. van Eijck, G.D.J. Schotel (1807-1892) predikant en schrijver, in: J. van Oudheusden e.a. red., Brabantse biografieën 1, Meppel (etc.), 1992, p. 150-153.
Jan van Eijck, Tilburgse curiosa 1. Dominee G.D.J. Schotel (1807-1892). Een van de eerst gefotografeerde Tilburgers (1859), in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XI (1993), nr. 1, p. 21-22.

 

Ronald Peeters

 

Regionaal Archief Tilburg

Heuvelstraat

 

Ronald Peeters


 

Schraven, Th. J. (24 november 2015)

 

Th. J. Schraven is de familienaam van frater Albertinus. Over hem is weinig bekend, behalve dat hij in Tilburg in de congregatie van de fraters trad, en dat hij al circa 1905 publiceerde. Van zijn publicaties werd het jongensboek In de oude toren het bekendst. Het verscheen in 1928 als nummer 3 in de Roomsche Reeks van het R.K. Jongensweeshuis, en werd in 1935 herdrukt als Onder de oude toren. De zeer fraaie tekeningen in dit boek zijn van Bernard Reith.

Over Voortvluchtig schreef Boekenschouw (1925): ‘Het verhaal speelt zich af in, de vierde eeuw na Christus en wordt verondersteld eene vertaling te zijn van een handschrift, dat bewaard werd in een klooster te Cairo. Als stichtende lectuur voor de jeugd is het boek zeer aan te bevelen en de keurige uitgave moge de aanbeveling kracht bijzetten.’

 

Ed Schilders

 

 

 

 

 

 

Schraven, Th J. De Held Van Castilië: Naar Het Fransch. Amsterdam: Bekker, 19??.

Schraven, Th.J. Emilianus, Of, De Soldaat-Martelaar. Amsterdam: Bekker, 1905.

Schraven, Th.J. Een Heldengezin: Uit De Geschiedenis Van Het Beleg Van Verdun in Den Fransch-Duitschen Oorlog. Amsterdam: Bekker, 1906.

Schraven, Th J. Voortvluchtig: Een Verhaal Uit De Kerkvervolging in Egypte. 's-Hertogenbosch: Mosmans, 1912. 

Schraven, Th J. Jesus Ons Leven: Handboek Voor Allen, Die in Oprechte Liefde Met Jesus Vereenigd Willen Leven. Venloo: Mosmans, 1913. 

Schraven, Th.J. De Soldaat-Martelaar. Amsterdam: R.K. Boekcentrale, 1925.

Schraven, Th J, and B Reith. In De Oude Toren. Tilburg: Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis, 1928. 

Schraven, Th J, and B. Reith. Onder De Oude Toren. Tilburg: R.K. Jongensweeshuis, 1935.

 

Schreurs MSC, Jacques (22-11-2015)

 

Bron: DBNL

 

Jacobus (Jacques, Jac.) Hubertus Schreurs werd op 9 februari 1893 geboren in Sittard. Hij overleed op 30 januari 1966 in het Sint-Jans-Hospitaal in Weert. Hij liet een omvangrijk oeuvre na –  gedichten, romans, kerkgeschiedenis, heiligenlevens, passiespelen, reisverslagen – maar postuum zou zijn naam vooral verbonden blijven aan Dagboek van een herdershond, Willy van Hemerts televisieserie (1978-1980) gebaseerd op de trilogie Kroniek eener parochie (1941-1948) waarin Schreurs zijn ervaringen verwerkte als kapelaan in de Limburgse mijnstreek in de jaren ’30.

In 1907 kwam Jacques Schreurs naar Tilburg om missionaris te worden bij de paters MSC (Missionarissen van het Heilig Hart, ‘Rooi Harten’) aan de Bredaseweg. Vijf jaar later vervolgde hij zijn opleiding in Arnhem als ‘postulant’, en hij werd in 1919 in Utrecht tot priester gewijd. In dat jaar keert hij terug naar Tilburg, waar hij tot 1925 werkzaam is als parochiepriester en leraar aan de Apostolische school. In die jaren komt ook zijn dichterlijk talent tot een eerste bloei. In tegenstelling tot Anton van Duinkerken en Michel van de Plas, die beiden het seminarie de rug toekeerden omdat hun literaire aspiraties niet getolereerd werden, kreeg Schreurs van zijn congregatie alle gelegenheid zijn talenten als schrijver te ontplooien. In de jaren ’30 zou hij door de congregatie geheel vrijgesteld worden om te kunnen schrijven.

Schreurs publiceert in zijn Tilburgse jaren in veel literaire tijdschriften, en in 1922 verschijnt zijn eerste bundel: Voorjaar, in hetzelfde jaar gevolgd door Voor U alleen en in 1924 door De Bloeiende wijnstok (alle drie Castricum, Dante Alighieri).

Dat zelfs in katholieke kring de gedichten van Schreurs niet algemeen met gejuich ontvangen werden, was in die jaren waarin de eerste generatie moderne katholieke schrijvers zich ontwikkelde niet ongewoon. Ongewoon was wel de ongenuanceerde en hautaine wijze waarop Hendrik Moller de poëzie van Schreurs belachelijk probeerde te maken in het door Moller opgerichte tijdschrift Roeping (jaargang 2, eerste deel), het tijdschrift waaraan Schreurs nota bene vanaf het eerste nummer had bijgedragen. Moller pakte paginalang uit over De Bloeiende wijnstok met kwalificaties als ‘Lelik van rietme’ (SIC, Moller schreef een soort van vereenvoudigde, lelijke Nederlandse spelling), ‘rammelende bijna huppelende regels’, ‘niets zeggende regels’, en concludeerde: ‘Nee, dat is me te bar; zulke dingen mocht Pater Schreurs toch niet laten drukken. Ik wou wel dat ie deze hele bundel maar stilletjes thuis gelaten had. Ik heb wel 'ns horen zeggen, van iemand die dan erg lelik was: ‘hij is 'n remedie tegen de liefde’; maar heus, zulke verzen zijn 'n remedie tegen et rijm, en zouen voor velen worden 'n remedie tegen de dichtkunst.’

De klap kwam hard aan bij Schreurs. Zo hard dat hij in de volgende tien jaar nauwelijks nog poëzie gepubliceerd heeft. Schreurs was daarbij niet in de laatste plaats teleurgesteld dat zijn confrater msc’er Maurits Molenaar, redacteur van Roeping,  geen stelling nam in deze kwestie maar zich in zwijgen hulde. Wie wel stelling nam was Albert Kuyle in het literaire tijdschrift De Gemeenschap (jaargang 2, 1926):

‘Het is alleen maar de vraag: waarom we geen verzen van Jacques Schreurs meer zien? Dicht hij niet meer? Publiceert hij alleen niet meer?

Ik hoop dat hij niet behoort tot een van hen die zwijgen omdat ze niet dùrven spreken.

Hij is een dichter wiens (misschien niet groote) talent zeker is. Wiens werk nog meer en beter liet verwachten. Maar die gevallen is in de valkuil der incompetente kritiek.

Dirk Coster zag in hem, na een aantal eeuwen, voor het eerst weer de zoete lyriek van het Katholicisme herboren worden. Vooral de zoete, die niet in slappe gedaanten de tanden zette.

Dr. Moller leverde op zijn poëtisch lichaam een sectie die in plaats van met het mes, met de roestige tuinhark geschiedde.

Ik heb zoo'n vermoeden dat ze elkaar voor één keer de hand kunnen reiken, omdat ze een dichter tot zwijgen hebben gebracht. Overschatting en een plompe uitval hebben het stil gemaakt om dezen zanger.

Zelfs van een pijlschot kan een sijsje dood gaan. Laat staan van een schietblaasbalg.

Schreurs, laat het weer lente worden! De boom heeft takken genoeg, en te weinig vogels!’

In 1935 stelde Bernard Verhoeven een bloemlezing samen uit het tot dan toe verschenen dichtwerk van Schreurs onder de titel Sterren en dauw (Vox Romana, Schiedam). In zijn inleiding luidt het: ‘In eigen kamp vereenzaamd in zijn pleit voor de onschendbare rechten van de traditioneele waarden in de poëzie, zweeg de dichter ontgoocheld, toen de bruuske critiek de vijandigheid van den dag in een doodvonnis vastlegde.’

Schreurs zelf heeft zich pas veel later over de affaire uitgelaten en wel in een enquête ten behoeve van een dissertatie. Zijn antwoorden werden door Théresia Spanjaard gepubliceerd in haar biografie van Schreurs (Jacques Schreurs Missionaris van het Heilig Hart, Tilburg z.j. [1977])

‘Mijn. eerste publicaties in de moedertaal,  verschenen in het toen reeds kwijnende Van Onzen Tijd. Tegelijkertijd kreeg ik contact met Marie Koenen en Felix Rutten en droeg  ik verzen bij in hun idealistisch opgezette tijdschriften Jong Leven  en  Limburg. Voorts nog in het door [Albertine] Smulders geredigeerde jeugdtijdschrift Mei. Toen al deze periodieken ter ziele waren – welk ander Nederlands auteur heeft aan zoveel doodsbedden van tijdschriften gestaan als ik? – vond ik in De Beiaard een best onthaal en in zijn geestelijke vader Gerard Brom een gewaardeerde zedemeester. Een tuchtmeester vond ik in Moller die intussen het tijdschrift Roeping in het leven geroepen had en waaraan ik desgevraagd mijn medewerking had toegezegd. Ingewijden weten hoe het me met die medewerking vergaan is, die op niets meer of minder dan op een afstraffing, lees afslachting, is uitgelopen, waartegen Dirk Coster spontaan in het geweer kwam en die door Albert Kuyle als een ‘vivisectie met de tuinhark’ werd betiteld. Weinigen echter weten dat de toorn die zich over mij ontlastte in nog andere dingen zijn grond vond, dan in Mollers bezorgdheid om de schoonheid.’

Met dat laatste bedoelt Schreurs waarschijnlijk dat Moller zijn pijlen vooral op Schreurs richtte om Brom, die het werk van Schreurs geprezen had, te treffen.

Théresia Spanjaard besluit het hoofdstuk over de Tilburgse jaren van Schreurs met de woorden: ‘Jac. Schreurs, met een hart dat diep gekwetst door de unfaire behandeling van zijn vrienden, gaat uit Tilburg weg; maar met een ongeschokt vertrouwen in de goedheid van het leven en een sterk geloof in zijn dichterschap.’

In Tilburg heeft Schreurs echter ook vrienden voor het leven gemaakt, maar niet in literaire kring: de schilder-beeldhouwer Albert Verschuuren  en de schilder Jan van Delft. Daarnaast vermeldt Spanjaard in haar biografie dat Schreurs ook met genoegen voldeed aan verzoeken voor gelegenheidsgedichten bij ‘doopsels, communiefeesten, huwelijk, priesterwijzing, en zelfs bij overlijden’. Een van zijn bekendste verzen, het lange ‘Viaticum’ ontstond op verzoek van een vriend, Van Doren, bij gelegenheid van de plechtige communie van zijn dochter Paula.

De bronnen worden in de tekst genoemd, uitgezonderd Waar ligt Poot? Over de laatste rustplaats van Nederlandse en Vlaamse schrijvers, Hans Heesen, Harry Jansen, Ed Schilders; De Prom, Baarn 1997. Een Belgisch proefschrift over Jacques Schreurs’ leven en werk  is nog niet geraadpleegd, iets wat geen gemis lijkt, aangezien Schreurs zich ten overstaan van Théresia Spanjaard met name over het biografisch deel laatdunkend heeft uitgelaten. De biografie van Théresia Spanjaard biedt vooral een zeer grote hoeveelheid onbewerkt documentatiemateriaal. Daarnaast is de tekst in informatief opzicht een betrouwbare bron. De uitgave ontstond na de dood van Schreurs toen bekend werd dat Kroniek eener parochie voor televisie bewerkt zou worden. De uitgave werd verzorgd door het moederhuis MSC in Tilburg (1977) maar werd helaas gedrukt in een veredeld soort stencilprocédé in een oplage van slechts 250 exemplaren die niet in de handel gebracht zijn. Niettemin is dit de belangrijkste bron over het leven van Jacques Schreurs.

Ed Schilders

 

 

Portret van Jacques Schreurs uit de bundel Sterren en dauw (1935), door Albert Verschuuren, samengesteld door Bernard Verhoeven.

 

Ronald Peeters

 

Jacques Schreurs is de dichter  van  de  volgende  regels,  die populair zijn geweest als tekst voor bidprentjes


Als een boek ligt heel mijn wezen
voor Uw aanschijn open, Heer;
wil mijn groote schuld niet lezen,
op Uw goedheid hoop ik, Heer....
Wil dat droef deel van mijn leven,
waar op weinig, zwarte blaen
al mijn schuld staat uitgeschreven,
dezen dag toch overslaan. 


Schreurs M.S.C., p. dr. P.


Petrus Gerardus Hubertus Schreurs, geboren op 10 juli 1924 te Stramproy (L.), deed van 1938-1944 zijn gymnasiale studie aan het Bisschoppelijk College Weert, en werd op 21 september 1945 geprofest in de Congregatie van de Missionarissen van het H. Hart te Tilburg. Daarna studeerde hij filosofie (1945/1947) en theologie (1947-1951). Op 10 september 1950 werd hij tot priester gewijd. Van 1952-1972 was hij missionaris in de Filippijnen, van 1972-1974 pastoor te Well (L.) en in 1974 keerde hij weer terug naar de Filippijnen. In 1984 is hij naar Tilburg gerepatrieerd.
Van 1988-1990 deed hij zijn doctoraalstudie theologie (missiologie) aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen, welke hij cum laude afsloot.
P. Schreurs heeft diverse historische artikelen in de Filippijnen, Australië, Amerika en Spanje geschreven, en twee belangrijke boeken: Angry days in Mindanao. The Philippine Revolution and the War against the United States in east and northeast Mindanao, 1897-1901 (Philippines, Cebu City, San Carlos University, 1987) en Caraga Antigua, 1521-1910. The Hispanization and Christianization of Agusan, Surigao and east Davao (Phlippines, Cebu City, San Carlos University, 1989). Op dit laatste werk is hij op 13 maart 1991 aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen gepromoveerd. Met dit boek werd hem in 1991 door de 'Manilla Critics Circle', een genootschap van Filippijnse literatoren en journalisten, de nationale prijs voor de geschiedschrijving van de Filippijnen toegekend.
In 1992 zal zijn derde boek verschijnen: Terug in het erfgoed van Franciscus Xaverius. Het herstel van de Katholieke missie in Maluku, 1888-1948. Pater dr. P. Schreurs woont thans in het M.S.C.- Missiehuis aan de Bredaseweg te Tilburg.

Dr. P. Schreurs, Caraga Antiqua, 1521-1910, Cebu City, 1989, p. 490; HN van 20-8-1991.
juli 2001: HN van 25-7-1992 over zijn derde boek.

Schurink, drs. H.J.A.M.

 

Regionaal Archief Tilburg


Drs. H.J.A.M. Schurink (Maarssen 1907 - Venlo 1985) was van 1941-1972 gemeente-archivaris van Tilburg. De neerlandicus Schurink, die in 1940 tijdelijk assistent was van de taalkundige prof. dr. Jac. van Ginneken, heeft geen geschriften van enige omvang gepubliceerd. Hij is echter wel de eerste, en tot nu toe de enige, die een Bibliographie van Tilburg heeft gepubliceerd. Dat was in het boek Van heidorp tot industriestad (Tilburg, Henri Bergmans, 1955, p. 244-272), een bundel met artikelen over de geschiedenis van Tilburg, waarvan hij ook mede-redacteur was. Hij voerde samen met dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt de redactie van de bundel De opkomst van Tilburg als industriestad (Nijmegen, 1959).

G.J.W. Steijns, 'Bij het overlijden van drs. H.J.A.M. Schurink. Archivaris van Tilburg 1941-1972', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 3, nr. 3, okt. 1985, p. 17-18.

Collectie Ronald Peeters

Steijns, Gerard - In memoriam H. Schurink (Tilburg Tijdschrift)
27 juli 2015

H. Schurink stelde in 1968 het fotoboek Tilburg in oude ansichtkaarten samen (Zaltbommel, Europese Bibliotheek), dat werd herdrukt in 1973, 1976, 1977 en 1978.

 

Scryption, Museum voor Schrift- en Kantoortechniek


Op 30 november 1988 opende auteur en collectioneur van schrijfmachines Rudy Kousbroek aan de Spoorlaan in Tilburg Scryption, Museum voor Schrift- en Kantoortechniek, waarmee de stad haar derde museum rijk werd. In feite bestond het Schrift- en Schrijfmachinemuseum al jaren. Grondlegger is de Tilburgse frater Ferrerius van den Berg, die al in 1954 op de zolder van het fraterhuis aan de Gasthuisring zijn collectie schrijfmachines, pennen, inktstellen, schrijfbenodigdheden, rekenmachines etc. voor het publiek tentoonstelde. Deze leraar schoonschrijven, steno en machineschrijven was in 1949 met zijn verzameling begonnen. 

In 1981 werd de collectie in de Stichting Schrift- en Schrijfmachinemuseum ondergebracht. Deze stichting exploiteert thans dit unieke museum, dat financieel geheel door het bedrijfsleven wordt gedragen; een unieke situatie in Nederland. De gehele ontwikkeling van het schrift en het schrijven, van kleitablet tot het moderne elektronische kantoor wordt in het museum tentoongesteld. De omvang van de collectie is zo groot, dat Tilburg met trots kan zeggen de grootste collectie ter wereld binnen de gemeentegrens te hebben, een collectie die het zeker waard is voor de stad behouden te worden. De toen in Parijs (nu Brussel) wonende auteur, en eveneens verzamelaar van schrijfmachines, Willem Frederik Hermans, bezocht het museum Scryption. Hij heeft zijn eigen idee over het tentoonstellen van schrijfmachines: De mooiste schrijfmachineverzameling zou moeten bestaan uit alle ooit gefabriceerde modellen, puntgaaf, in lange rijen naast elkaar op overzichtelijke tafels.

Regionaal Archief Tilburg

 

Leesbord: Aap Roos Zeef Muur - in Schrijfmachinemuseum aan de Gasthuisring.

 

Stadsmuseum Tilburg

 

Ronald Peeters

KenE van april 1987, p. 82-83; Brabantia, 36, nr. 2, april 1987, p. 13-14; De Stem van 4-4-1987; NRC van 27-4-1990.
juli 2001 Het museum heet thans Scryption. Museum voor schriftelijke communicatie.  Grondlegger fr. Ferrerius van den Berg overleed op 5 november 1997 op 82-jarige leeftijd.
De op 27 april 1995 overleden schrijver Willem Frederik Hermans liet het Scryption zijn collectie van ongeveer 200 schrijfmachines na. Deze schrijfmachines werden tentoongesteld van 3 maart tot en met 1 september 1996 onder de titel De liefste machine ooit uitgevonden. S. Jacobs schreef een gelijknamig boekje (Tilburg, Scryption, 1996, ISBN 90-75159-09-9, 48 blz.) over W.F. Hermans als schrijver en verzamelaar, de verbanden tussen de collectie typemachines en zijn literaire werk en een beschrijving van zijn complete collectie.  
Op 25 maart 1995 was Hermans nog in Tilburg tijdens de Nacht van het Boek. Het was een van de laatste optredens van de schrijver. 
Zie: BD van 18-8-1995, 23-8-1995, 9-9-1995, 4-3-1996.

  januari 2015 Cees van Raak, Cultureel Lexicon Tilburg 1945-2008 (Tilburg, 2008), p. 298.

Per 10 januari 2011, na een bestaan van 22 jaar, is het museum gesloten nadat de gemeente Tilburg de subsidie had stopgezet.


  mei 2015

 

Kindertekeningen op het prikbord in Scryption, enige weken voor de sluiting van het museum. Foto's Ed Schilders.

 

5 december 2015

 

De rode IBM schrijfmachine van W.F. Hermans in diens nagebootste werkhoek in Scryption. Foto: Ed Schilders.

 

WorldCat

Verwiel, H. 1987. "Scryption: boeiend nieuw museum in Tilburg". Brabantia. 36 (2): 13-14.

Stichting Vrienden van het Scryption (Tilburg). 1990. Scrypt: bulletin van de Vrienden van het Scryption. Tilburg: Stichting Vrienden van het Scryption.

Doms, J. P. M. 1991. Inktstellen uit eigen collectie II: versierende ontwerpen uit de 19e eeuw. Tilburg: Scryption.

Scryption: Museum voor schrift- en kantoortechniek. 1991. Tilburg: Scryption.

Dons, J. P. M. 1991. Inktstellen uit eigen collectie I: functionele ontwerpen uit de 20e eeuw. Tilburg: Scryption.

Doms, J. P. M. 1992. De Remington. Tilburg: Scryption.

Doms, J. P. M. 1992. Nationaal Museum van de Speelkaart Turnhout te gast: typografie van de speelkaart in steendruk. Tilburg: Scryption.

Dons, J. P. M. 1992. Jong geleerd ... oud gedaan: school, winkel en kantoor in speelgoed. Tilburg: Scryption.

Dons, J. P. M. 1993. Scryption: Museum voor schrift- en kantoortechniek. Tilburg: Scryption.

Doms, J. P. M. 1993. Moret Groep Collectie. Tilburg: Scryption.

Vugts, Agnes, and Carine van Vugt. 1993. Geheimschrift: over de geschiedenis en methoden van de cryptologie. [Tilburg]: Scryption.

Alberts, Gerard, Marian Emmen, and Dania ten Hoopen. 1994. Het meest gelezen gaatje: de ponskaarteninstallatie in de administratie. Tilburg: Scryption.

Een verzameling. 1994. Tilburg (Spoorlaan 434a): Scryption.

Berkel, Rob. 1994. Scryption: een verzameling : de collectie van het Scryption, museum voor techniek en vormgeving van schrift en kantoor. Tilburg: Scryption.

Berkel, Rob, and Frans Ellenbroek. 1995. Het sprekende lichaam: non-verbale communicatie bij mens en dier. Tilburg: Scryption.

Jacobs, Stef. 1995. De mooiste machine ooit uitgevonden. Tilburg: Scryption.

Scryption (Tilburg), and H.G. Briër. 1995. Olivetti design: een tentoonstelling in het Scryption, museum voor techniek en vormgeving van schrift en kantoor, Tilburg, 1995.

Berkel, Rob. 1995. A is een koetje (dat staat op zijn kop): waar komen onze letters vandaan? : over de geschiedenis van het schrift en het alfabet. Tilburg: Scryption.

Briër, H. G. 1995. Olivetti design: een tentoonstelling in het Scryption, museum voor techniek en vormgeving van schrift en kantoor, Tilburg 1995.

Briër, H. G. 1995. Olivetti design. Tilburg: Scryption.

Mulder, Ischa, Ilse van Gils, and Agnes Vugts. 1996. Geld!: van loonzakje tot chipkaart : 50 jaar betalingsverkeer in Nederland. Tilburg: Scryption.

Jacobs, Stef, and Agnes Vugts. 1996. De liefste machine ooit uitgevonden: Willem Frederik Hermans en de typemachine. Tilburg: Scryption.

Mulder, Ischa, Ilse van Gils, and Agnes Vugts. 1996. Geld! Van loonzakje tot chipkaart: 50 jaar betalingsverkeer in Nederland, tentoonstelling Scryption, september 1996 t/m maart 1997.

Berkel, Rob. 1996. Calligrafie in drievoud: de kunst van het schrijven in het Westen, de Arabische wereld en het Verre Oosten. Tilburg: Scryption.

Staring, Katja. 1997. Copy art: kopiëren met de K van kunst. Tilburg: Scryption.

Lambers, Ank, Peter Ligtenberg, and Agnes Vugts. 1998. Wie zoet is krijgt letters. Tilburg: Scryption.

Lambers, Ank, Peter Ligtenberg, and Agnes Vugts. 1998. Wie zoet is krijgt letters: tentoonstelling, 14 november 1998 t/m 1999, Scryption, Museum voor Schriftelijke Communicatie, Tilburg.

Vugt, Carine van. 1998. 20 Parels uit de collectie Scryption. Tilburg: Scryption.

Berkel, Rob. 1998. De wereld in 3-D: van Venusbeeld tot Cyberbabe. Tilburg: Scryption.

"Musea op internet". 1999. Museumpeil Noord-Brabant. 1999 (12): 2-4.

As-Vijvers, Anne Margreet, and Rob Berkel. 1999. Miniaturen en monnikenwerk: Middeleeuwse manuscripten uit een Brabantse collectie. Tilburg: Scryption Boekenfonds.

Schretlen, Ignace, and Rob Berkel. 1999. Apenkrabbels & Kinderschrift: de creatieve oorsprong van het schrijven. Tilburg: Scryption.

Meijer, Els de. 2000. Els de Meijer: goud op sneeuwEls de Meijer : gold on snow. Tilburg: Scryption.

Meijer, Els de, Machteld Klees, and Michelline Ammaq. 2000. Goud op sneeuw = Gold on snow. [Tilburg]: Scryption.

Berkel, Rob, and Rudy Kousbroek. 2000. Het ABC van Japan: schrift en schrijven in een fascinerend land. Tilburg: Scryption.

Schuurmans, T. 2001. Schrijver in de dop: alle facetten van de vulpen. Tilburg: Scryption.

Spierenburg, Hanny, and Dery Timmer. 2001. Schrijven in stof: borduren met letters en tekens. Tilburg: Scryption Boekenfonds.

Berkel, Rob. 2001. Tussen ganzenveer en wiegendruk: oude handschriften en drukken uit de collecties van de Theologische Faculteit Tilburg en de Paters Kapucijnen te 's-Hertogenbosch. Tilburg: Scryption Boekenfonds.

Berkel, Rob, and Annemarie van Dam. 2002. Op het lijf geschreven: letters op lichaam en kleding : body, text and fashion. Tilburg: Scryption.

Berkel, Rob, Ferran Bach, and Dorus Brekelmans. 2003. A is een koetje (dat staat op zijn kop): het verhaal van het schrift en het alfabet. Leuven: Davidsfonds/Infodok.

Scryption. 2004. De Schrift & Het schrift: taal en tekst van de Bijbel. Tilburg: Scryption.

Keken, Hans van. 2004. Het apenstaartje. Tilburg: Scryption Boekenfonds.

Berkel, Rob. 2005. Muziek OpSchrift: de wereld van de muzieknotatie. Tilburg: Scryption Boekenfonds.

Paepe, Marten de, and Rob Berkel. 2006. Sex(e) op kantoor: honderd jaar man en vrouw op de werkvloer. Tilburg: Scryption.

Landwehr, John, Geert Bekkering, Rob Berkel, and Rien van Buren. 2006. Plezier met papier: van aankleedpop tot zinsbegoocheling. Tilburg: Scryption.

Berkel, Rob. 2008. A is een koetje (dat staat op zijn kop): de geschiedenis van het schrift en het alfabet. Tilburg: Scryption.

Stichting Onterfd Goed. 2012. Stichting Onterfd Goed / beleidsplan 2012-2015. [S.l.]: [s.n.].

 

Servaes, Anke (januari 2015)

 

 

Regionaal Archief Tilburg


Anke Servaes is het pseudoniem voor de schrijfster Anna Gertruda Wijdom, die sinds 1964 in de wijk Wandelbos met een straatnaam wordt vereerd. Zij werd geboren te Tilburg op 26 november 1897 als dochter van Dirk Wijdom (geb. 1865 te Wormerveer) en Diederika Johanna Römer (geb. 1865 te Dordrecht). Haar vader, ingenieur bij de Nederlandse Spoorwegen, was afkomstig uit Wormerveer. De familie Wijdom woonde in de Willem II-straat (op 20 april 1890 is hun eerste dochter Gertha te Tilburg geboren). Op 13 oktober 1900 vertrok het gezin naar Rotterdam.
Anna was aanvankelijk kinderverpleegster te 's-Gravenhage, en werd daarna apothekersassistente te Amersfoort, waar zij in 1926 trouwde met de schrijver Rein Valkhoff. In 1928 vertrok het echtpaar Valkhoff-Wijdom naar Bergen (NH). Anna, aanvankelijk Nederlands Hervormd, ging in 1940 over tot het katholieke geloof.

Reeds in haar Amersfoortse jaren begon zij te schrijven. Als pseudoniem koos zij toen Anke Servaes, herinnerend aan de St. Servaeskerk te Maastricht, de stad waar haar man tien jaar had gewoond en waar hij van hield. In 1927 schreef zij het meisjesboek Knolletje (Utrecht, De Haan, 1927). Onder invloed van haar werk in kindertehuizen schreef zij bij uitgeverij Hollandia te Baarn de romans Bezoekuur (1935), Spreekuur (1936), Kinderzaal (1936), Kinderen die over zijn (1937) en Moeder Liesbeth (1938; heruitgave 1968). Later kreeg zij meer belangstelling voor het misdeelde kind in het algemeen en voor het kind dat door oorlogsleed of door criminaliteit was getroffen. Toen ontstonden de eveneens bij Hollandia uitgegeven romans Wie volgt (1939), Internaat (1941), Kindertoevlucht (1941), Oorlogskinderen en Paul alleen (1947). Twee novellen werden gebundeld in Het Raadsel, en postuum verscheen nog het boek Koos. Haar boeken werden vertaald in het Duits, Deens, Noors en Zweeds.
Anke Servaes overleed op 16 september 1947 te Alkmaar, en zij werd te Bergen begraven.

GAT, Bevolkingsregisters 1890/1900, dl. 15, fol. 150 en 1900/1910, dl. 40, fol. 75;

Anke Servaes. Een keur uit haar werk, met biographie, beoordelingen en andere bijdragen, Bussum, z.j.;

Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 146-147.


Ronald Peeters (boven) & internet 2015

 

Servatius OFMCap (30 november 2015)

 

Pater dr. Servatius werd op 26 maart 1912 geboren in Udenhout als Lambertus Cornelis Antonius van de Ven. Op 9 september 1931 begon hij aan zijn opleiding in het klooster van de capucijnen aan de Korvelseweg in Tilburg. Vervolgens studeerde hij Theologie in Nijmegen, was hij lector aan het Theologicum van zijn orde in Udenhout, en werd hij secretaris van de Provinciaal van de Nederlandse capucijnen. Hij overleed in Tilburg op 6 maart 2006.

Aan het Theologicum in Udenhout was ook pater dr. Auxentius OFMCap werkzaam als lector (kloosternaam van Theodorus Fredericus Wijnhoven, geboren op 22 mei 1921 in Rotterdam). Auxentius en Servatius publiceerden in 1954 samen De kerk en het boek, een theologisch-juridische verhandeling over de Boekenwet en de Index. Het werk werd uitgegeven door Stichting IDIL in Tilburg en in de Opvoedkundige Brochuren reeks van Sigebertus Rombouts.

Lectuurrepertorium; Regionaal Archief Tilburg.

 

Ed Schilders

 

 

De kerk en het boek

 

SIC


Tijdens de Nacht van het Boek op 14 maart 1986 in de Katholieke Hogeschool Tilburg, werd het eerste nummer van het Tilburgse literaire kwartaalblad SIC gepresenteerd. Het was het initiatief van Peter IJsenbrant en Ton van Zeeland, die er een landelijk podium voor jonge beginnende auteurs van wilden maken. Ook bekende auteurs publiceren erin. SIC geniet als letterkundig tijdschrift inmiddels een landelijke bekendheid. Het tijdschrift wordt uitgegeven door de Stichting SIC. Jaarlijks verschijnen er themanummers, zoals het themanummer Reizen door de Nacht (1988) en de nummers over het katholieke geloof in de literatuur (1989) en het Derde Wereld-nummer (1989). Enkele auteurs die in SIC publiceerden: Hella Haasse, Remco Campert, Jasper Mikkers, Jaap Houdijk, Ed Schilders, Hans Renders, Jan G. Elburg, Jaap Goedegebuure, Heinz Polzer (Drs. P.), Jace van de Ven, A. F.Th. van der Heijden, Frans van Dooren, Wim Zaal, en vele anderen.
Momenteel (1992) bestaat de redactie uit Jaap Houdijk (secretaris), Theo Mulder, Wim Voermans en Ton van Zeeland.

DTK van 13-3-1986;

Theo Stielstra, 'Veel zeuren, knutselen en corresponderen. Het succes van SIC', in: Een literair katern voor Brabant, bijlage bij: Brabantia, jrg. 38, nr. 7, aug. 1989.
 

Ronald Peeters, Ed Schilders, Peter IJsenbrant

Sic

  8 oktober 2015

 

In de tweede jaargang van SIC (1987) verscheen een 'tijdschrift in een tijdschrift': De Handschoen van Allie Caulfield. Daarin verzamelde Ed Schilders berichten met betrekking tot curiosa uit de leescultuur.

Ed Schilders in SIC - De handschoen van Allie Caulfield compleet

 

Sicking, J.J.M.
 

Bron: Roomsch Leven, 1937


Jacobus Josephus Maria Sicking werd geboren op 17 juni 1894 te 's-Hertogenbosch geboren. Hij studeerde aan de seminaria van het bisdom 's-Hertogenbosch, werd in 1918 tot priester gewijd, was achtereenvolgens kapelaan te Gemert, te Tilburg en te 's-Hertogenbosch, van 1933 tot 1937 conrector van 'Mariënburg' te 's-Hertogenbosch, werd in 1937 pastoor van de Sint Jorisparochie in Stratum, en was sinds 1964 rector verzorgingscentrum De Vredeburcht (later Den Herdgang) te Tilburg. In 1977 ging hij met emeritaat.
Hij publiceerde De Gilden (1928), Guido Gezelle, Priester en Dichter (1929), Gods Geheimenissen (1949), Sint Joris in Stratum (1958) en De godsdienstige vorming in het verleden (1966). Daarnaast schreef hij ook vele historische bijdragen over Brabantse onderwerpen in Brabantia, Brabants Heem en Historische Bijdragen Heemkundekring Tilborch. Rector Sicking overleed op 30 maart 1984 te Tilburg.

Brabantia, jrg. 15, 1966, nr. 6;

Encycl. van Noord-Brabant, deel 4, 1986, p. 43-44;

GAT, Collectie bidprentjes.

Bron: Encyclopedie van Eindhoven

 

Bibliografie van Jacob Sicking in Encyclopedie van Eindhoven


Siemer, Frans


 
Regionaal Archief Tilburg

 

Franciscus Theodorus Lucien Maria ('Frans') Siemer werd op 25 september 1887 te Gorinchem geboren. Siemer studeerde aan het kleinseminarie De Ruwenberg te St. Michielsgestel en vestigde zich op 15 november 1920 vanuit Groningen te Tilburg. Hij trad in bij de fraters van Tilburg en werd in 1912 tot priester gewijd. Aanvankelijk was hij leraar Frans en aardrijkskunde en later Duits (1909-1953, 1958-1959) aan het Sint Odulphuslyceum. Hij stond bekend onder de naam de Siemer en was de vriend van de studenten uit Brabant, die hij gastvrij ontving in zijn kamers in de Bisschop Zwijsenstraat en later in 'den herd' van de Oliemeulen aan de Reitse Hoevenstraat. Hij was een verdienstelijk 'amateur' graficus, -schilder, -beeldhouwer, -uitgever, -dichter, -essayist, -regisseur en -toneelschilder. Hij was promotor van de tweede Tilburgse Kunstkring en de schetsclub 'de Kriek'. 

Hij schreef, soms onder pseudoniem 'O. Mulder of Piet Meulenkamp (van de Oliemeulen) gedichten. Siemer werd vooral bekend als mentor spiritualis van de studentenverenigingen NOS (Sint Odulphuslyceum) en St. Leonardus (R.K. Leergangen), van het Brabantse studentengilde van O.L. Vrouw, dat op verschillende plaatsen in Brabant kapelletjes stichtte, van de beweging en het tijdschrift Brabantia Nostra en van vele periodieken van jongeren. Hij publiceerde gedichten en essays onder andere in Brabantia Nostra en in Kangoeroe, het studentenblad van St. Leonardus. Hij ontving de dr. P.C. de Brouwerpenning. Siemer is op 23 december 1966 te Tilburg overleden.
In 1988 werd een speciale herdenkingsuitgave 'de Siemer' door Drukkerij en Uitgeverij MSC uitgegeven. Ter gelegenheid van het tiende lustrum van het Tilburgs Studentencorps St. Olof in oktober 1977, werd in de Tiendschuur een overzichtstentoonstelling over leven en werk van Siemer georganiseerd. Anton van Duinkerken, met wie hij bevriend was, besteedde in zijn boek Brabantse herinneringen (1964) in het hoofdstuk 'Aan de Leergangen' veel aandacht aan hem. In 1978 werd naar hem het Frans Siemerpad bij de Oliemeulen genoemd. 

GAT, Bevolkingsregister 1910/1920, deel 74 fol. 4;

NvhZ van 25-7-1957, 19-9-1957 en 28-9-1977;

NTC van 5-6-1952 en 2-6-1960; Anton van Duinkerken, Brabantse herinneringen, Utrecht/Antwerpen, 1964 (1979 3e druk), p. 265-286;

Herdenkinsuitgave 'de Siemer', Tilburg, Drukkerij en Uitgeverij MSC, 1968;

 Siemer, uitgave bij de expositie rond Frans Siemer, t.g.v. tiende lustrum van het Tilburgs Studentencorps St. Olof, 1977;

Encycl. van Noord-Brabant, 4, 1986, p. 44;

Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 147;

dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990, m.n. p. 74-77.

Ronald Peeters

Speciaal nummer van De Kangoeroe bij het gouden priesterfeest van Frans Siemer, Hilvarenbeek 1962

 

Bijdrage van Anton Eijkens aan het Siemernummer van De Kangoeroe, 1962

 

Houtsnede van Frans Siemer voor Hamlet, melotragikomedie in twee bedrijven.

 

Nummer 26 van De Kangoeroe

 

Karel de Beer

'Het lied van de Brabantse eer'; tekst en muziek Th. van Delft, tekening Frans Siemer.

 

Ed Schilders

'Zelfportret' - linosnede. Uit herdenkingsuitgave de Siemer (Tilburg 1988). De twee volgende afbeeldingen: linosneden uit deze uitgave.

Kamer  van Frans Siemer in De Oliemeulen. Tekening Frans Mandos, 1939.

 

 

 

Tijdschriftcovers van Brabantia Nostra in 1936 met linosneden van Frans Siemer

 

Tentoonstellingsboekje 1977


Grafisch werk van Frans Siemer op CuBra KLIK HIER

 

Een portret van de Siemer door Anton van Duinkerken - Tekst bij de Siemer-tentoonstelling in 1977

- L.C. Michels - Een scholierlijk tweegesprek - scherts over Frans Siemer

- Anton van Duinkerken over de Katholieke Leergangen, L. C. Michels, en de Siemer

- Anton Eijkens over De Siemer

- Anton van Duinkerken over Keye = L. C. Michels (Roeping, 1957, jrg.34)

- José Boyens herdenkt Frans Siemer, 1968

- Siemer, Frans – Leonarduslied

- Siemer, Frans – Bijdragen aan De Kangoeroe

- Willem Smits - Veur de Siemer; uit het feestnummer van De - Kangoeroe bij het 40-jarig priesterjubileum van Frans Siemer, 1952

- Jos. Bedaux – Openingsrede bij de Siemertentoonstelling 1977

Knipsel Siemerlied

 

Simons, fr. M. Domitiaan (1 september 2015)

 

Ludovicus, Gerardus, Albertus Simons werd op 1 juni 1907 geboren in Tilburg in de parochie Korvel. Na de lagere school bezocht hij de fraterschool en de fraterkweekschool in Tilburg. In 1925 trad hij in als novice bij de fraters van Tilburg. Als onderwijzer en als leraar werkte hij op een tiental lagere scholen en ulo’s in Tilburg en Den Bosch. In 1970 wordt hij aangesteld als plaatsvervangend overste en later als overste  in het frateruis in Leeuwarden; in 1983 keert hij terug in het fraterhuis in Tilburg, waar hij op 11 januari 1986 overlijdt. Hij werd drie dagen later begraven op de kloosterbegraafplaats van Huize Steenwijk in Vught.

Onder zijn fratersnaam Domitiaan leverde hij bijdragen aan De Engelbewaarder.

 

De Engelbewaarder, 1949.

Curriculum vitae in het archief van de Fraters CMM in Tilburg.

 

Sloet tot Everlo, mr. A.L.N. Baron

 

 

Ronald Peeters


Mr. Arnoldus Leonardus Nicolaas Baron Sloet tot Everlo (Denekamp, 25 mei 1855 - ?), kwam op 29 maart 1893 vanuit Elst naar Tilburg, en werd daar griffier bij het kantongerecht. Op 12 mei 1905 vertrok hij naar Rotterdam. In 1895 publiceerde hij bij de Tilburgse uitgever en drukker Antoine Arts het boek Koning Willem II en Tilburg, ter gelegenheid van het bezoek van koningin-regentes Emma en koningin Wilhelmina aan Tilburg. Het bevat onder andere allerlei bijzonderheden over het verblijf van de vorst in Tilburg. Twee exemplaren op oud-Hollands papier en gebonden in wit satijnen-stempelband werden, zo staat in de Tilburgsche Courant, aan 'H.H. M.M. de Koninginnen' aangeboden. Op de voorzijde van de band prijkten de wapens van Nederland, Waldeck Pyrmont en Tilburg, op de achterzijde het wapen van de familie Sloet. Op de binnenzijde van het witzijden omslag en afgerand met vergulde kantelen, was het wapen van Nederland in gouddruk aangebracht. Beide exemplaren zaten in étuis van blauwzijden pluche met zilveren garnituur. Deze prachtbanden werden vervaardigd in de binderij 'De blauwe wereld' te Amsterdam door A. van Hooft.

 

Bron: Delpher

 

Nieuwe Tilburgsche Courant 12 mei 1895

 

Advertentie van uitgever Antoine Arts in de Nieuwe Tilburgsche Courant van 18 mei 1895

 

Bedankbrief aan Sloet tot Everlo. Nieuwe Tilburgsche Courant van 18 juli 1895

 

GAT, Bevolkingsregisters 1890/1900 deel 27, fol. 270 en 1900/1910 deel 34, fol. 75;

NTC 12-5-1895 en 18-5-1895;

GAT, Bibliotheek, inv. nr. 2078.
 

Smarius sj, Cornelis Francis (27 augustus 2015)

 

Cornelis Francis Smarius werd op 3 maart 1823 geboren als zoon van Johanna Smulders en Cornelis Smarius, een bakker uit de Heikant.

Francis Smulders volgde zijn priesteropleiding bij de jezuïeten – mogelijk aan het Amerikaans College in Leuven – en vertrok in 1848 naar de Amerikaanse missie. Daar ontwikkelde hij zich tot een vooraanstaand en geliefd kanselredenaar. Jeroen Ketelaars schreef over hem: ‘Smarius was bijzonder goed van de tongriem gesneden. Zijn talenten openbaarden zich duidelijk nadat hij een uitnodiging had geaccepteerd om, ten overstaan van een zevenduizendkoppig publiek, een redetwist aan te gaan met een ijzervreter van een methodistenpredikant. ‘De overwinning van de priester was voor iedereen duidelijk en hij werd zelfs luide toegejuicht,’ schreef collega-Jezuïet F. van Hoeck in een artikel. En missionaris Pieter de Smet was niet minder enthousiast: ‘Ik durf gerust verklaren, dat P. Smarius eene eerste plaats bekleedt onder de beste redenaars van Amerika.’ Smarius’ reputatie als onoverwinnelijk kanselredenaar bleef stijgen. Men noemde hem zelfs ‘de Lacordaire van Amerika’, naar de beroemde Franse priester-jurist.’

In 1865 stelde Smarius een bundel samen met zijn preken: Points of Controversy. A Series of Lectures. Er verschenen diverse herdrukken; het exemplaar dat wij vonden in Archive.org meldt het 33ste duizendtal in een editie uit 1870.

Daarnaast publiceerde hij nog: The Real Presence. St. Paul, Minnesota, Catholic Truth Society of America,18??; The pagan and christian families: A lecture delivered before the members of the mercantile library association at Wyman's Hall, December 23rd, 1850, St. Louis, W.D. Skillman, 1851.

Smarius overleed op 1 maart 1870 in Chicago, waar hij pastoor was. 

http://www.cubra.nl/auteurs/jeroenketelaars/smarius.htm

Bibliotheek Tilburg University

 

Opdracht van Smarius in het exemplaar uit de bibliotheek van Tilburg University, collectie van de voormalige bibliotheek van de Theologische Faculteit.

 

Smits, A.L. (25 november 2015)

 

A.L. Smits is het pseudoniem waaronder twee fraters van Tilburg (CMM Brothers) leerboeken publiceerden op hun vakgebied: de handenarbeid. Het betreft bovendien twee broers. Frater Amato werd als Adrianus Josephus Antonius Smits in Tilburg (Elzenstraat) geboren op 24 augustus 1920. Frater Longinus werd op hetzelfde adres als Pierre Josephus Alphonsus Antonius Smits geboren op 16 april 1928. Beiden waren leraar handenarbeid aan de Kweekschool voor onderwijzers in Goirle.

- Handenarbeid op de lagere school (Zwijsen, Tilburg 1966, 1969)

- Maak iets voor Kerstmis (Zwijsen, Tilburg 1965)

- Werken met hout (Zwijsen, Tilburg 1966)

- Werken met metaal (Zwijsen, Tilburg 1967)

- Gips (Zwijsen, Tilburg 1965)

- Hout (Zwijsen, Tilburg 1966)

Lectuurrepertorium; WorldCat; Catalogus Zwijsen Stadsmuseum Tilburg; Regionaal Archief Tilburg.

 

Smits & Zonen, Drukkerij Jean


Johannes Henricus 'Jean' Smits werd op 3 juni 1863 te Roermond geboren. Op 16-jarige leeftijd kwam hij in Tilburg wonen, waar hij zich bij Antoine Arts op de Heuvel verder in het drukkersvak ging bekwamen. In 1886 begon hij zijn eigen drukkerij aan de Noordhoek M 670 (later Noordstraat 85).

In een oplage van minstens 2000 exemplaren gaf hij vanaf 4 november 1890 het weekblad De Vooruitgang, Nieuws- & Advertentieblad uit. Deze krant werd in 1902 voortgezet als Tilburgsch Weekblad, nieuws- en advertentieblad. Er zijn nog enkele losse exemplaren van deze twee kranten in de Persbibliotheek te Amsterdam en in het Gemeentearchief Tilburg bewaard gebleven. Vermoedelijk is de uitgave bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog gestaakt. Voor het R.K. Gymnasium werd vanaf 1904 de boekenreeks Letterkundige Bibliotheek gedrukt. 

In 1912 voerde de firma de naam 'Tilburgsche Handelsdrukkerij Jean Smits & Zonen'. Er was ook een kantoorboekhandel aan verbonden. In 1921 heeft de firma haar uitgeversactiviteiten hervat met de uitgave van een nieuwe krant: Tilburgsche Post, nieuws- en advertentieblad.

Dit vrijdags verschijnend weekblad werd in een oplage van 11000 exemplaren gedrukt. In de jaren dertig verscheen het twee keer per week. Bekend was de wekelijks terugkerende samenspraak van het duo Kees & Bart in Tilburgs dialect. Van 1928-1936 drukte hij ook het Tilburgsch Advertentieblad. Van beide kranten zijn eveneens in het Tilburgse Gemeentearchief nog exemplaren aanwezig. De drukkerij was later gevestigd aan de Schoolstraat en de Elzenstraat. Jean Smits overleed op 20 september 1942 te Roermond en werd in Tilburg begraven.

Drs. W.J. Pouwelse en dr. F.J.M. van Puijenbroek, 'Kranten in Tilburg', in: De Lindeboom, III/IV, 1979-1980, p. 189;

 herdenkingskrantje Drukkerij Piet Smits, 1970;

GAT, Collectie bidprentjes.
Regionaal Archief Tilburg

Noordstraat

 

 

 


Smits, Drukkerij Piet
 

Drukkerij Piet Smits werd in 1926 door Petrus Josephus Maria Smits aan de Korvelseweg 130 opgericht. Piet Smits, geboren op 1 juni 1895 te Tilburg, leerde het drukkersvak bij zijn vader Jean Smits. Bij het bedrijf kwam al spoedig een winkel in schrijf- en kantoorbehoeften. In 1930 verhuisden de drukkerij en winkel naar de Korvelseweg 30, en vanaf 1935 tot heden is de zaak op de Korvelseweg 46 gevestigd. Het bedrijf is na zijn dood op 10 augustus 1961, voortgezet door zijn zoon Jan. De drukkerij leverde naast familie- en handelsdrukwerk ook veel drukwerk in Esperanto, zoals de periodieken Vojo-Vero-Vivo, Nederlanda Katoliko, Espero Katolika, Brido en Muzilo-Bulteno. Enkele boeken in Esperanto die Smits uitgaf zijn: La vojagoj de Gulivero, Pri Piedpilkludanto (1933), en in de serie Kristana Kulturo de werken Erna en Emile Peltier. Piet Smits was uitgever van typisch Tilburgse publikaties zoals: De Korvelseweg (1984), en twee drukken van Tilburgs dialect (1984 en 1985). Hij is ook drukker van het Kermisblad.
Jan Smits deed in januari 1992 zijn zaak over aan E. Smits (geen familie), die al meer dan dertig jaar in het bedrijf werkzaam was.

Herdenkingsuitgave Drukkerij Piet Smits, 1970; GAT, Collectie bidprentjes; HN van 19-12-1991.

april 2015

 

 

 

Ronald Peeters

De uitgave Pri Peidpilkludanto is een Esperanto-vertaling van Van een voetballer van de Tilbugse frater Victor van Nispen. Het impressum van de boekuitgave luidt: 'Tilburgo, Eldonejo Piet Smits, 1934.'


Naar het begin van de pagina

Inhoud De paap van gramschap

CuBra Home


Smout, Bart (1 mei 2015)

 

Bron: Twitter

 

Bart Smout (1983) debuteerde in 2009 met de roman Lege lijnen (Prometheus). Daarnaast was, en is hij mogelijk nog (2015), actief als columnist voor de website joop.nl, de literaire tijdschriften Passionate en de Reactor, Mest Magazine, en is hij wetenschapsredacteur bij Univers, de universiteitskrant van Tilburg University. Korte verhalen van zijn hand verschenen in De Brakke Hond, Passionate Magazine en De Titaan. In 2015 verscheen zijn dichtbundel Blijkbaar wordt het toch erger als je er niets aan doet (Tilburg, Geroosterde Hond).

 

Bron: Internet

 


Jasper Mikkers in gesprek met Bart Smout naar aanleiding van de publicatie van Smouts roman: "Lege Lijnen", tijdens het programma van Cultureel Café in Zaal 16 op 25 oktober 2009.

 

Smulders, Ferdinand

 

Bron: Lectuur-Repertorium / Nederlandse Poëzie Encyclopedie

 

Ferdinand Smulders werd geboren te Schijndel in 1907. Hij woonde achtereenvolgens in Schijndel, Udenhout, Helvoirt, St. Michielsgestel, Nijmegen en 's-Hertogenbosch. Hij studeerde enige jaren aan het klein-seminarie Beekvliet te St. Michielsgestel, ging naar het Sint Odulphuslyceum te Tilburg, en studeerde klassieke talen in Nijmegen en Nederlands bij dr. L.C. Michels aan de R.K. Leergangen te Tilburg. In de oorlog werkte hij tijdelijk als ambtenaar op een distributiekantoor in Tilburg.
Hij schreef gedichten onder het pseudoniem Paul Vlemminx in de tijdschriften Roeping, Brabantia Nostra, De Nieuwe Eeuw, De Schouw en Frankenland. Onder zijn pseudoniem publiceerde hij ook enkele gedichtenbundels: Den Hof der jonkheid (Nijmegen, Het Venster, 1931), Speciosa Deserti (Asten, Het Venster, 1933), Ontginningen (Asten, Het Venster, 1935), Land der Zuidwandelaars (Tilburg, Boekhandel Triborgh, 1938), Tusschen beemd en akker (Tilburg, 1940) en De groene warande (Helmond, Uitgeverij Helmond, 1954). In deze laatste bundel, met gedichten uit de periode 1933-1939, staat het gedicht De Vijfberg, over de prehistorische grafheuvels op de Regte Heide te Goirle (1e en 5e strofe):
 

Aan het westeinde van de Meierij
nabij de westelikste Maasvallei,
daar ligt de Vijfberg al drieduizend jaren
temidden van de Rechthei. - In de klare
Septemberlucht ziet men den burg van Til
tussen de torens van Goorle en Riel.

Eerbiedig plaatste men 't verbrande lijk
in een boomkist: een uitgeholde eik.
Dan ging men plaggen in de ronde steken,
om die te leggen op de kist, tot teken
dat deze heuvel was een heiligdom,
tot God het stof tot leven riep weerom.

 

Ronald Peeters

 

Ferdinand Smulders was naast dichter een bekend heemkundige. Vanaf 1961 werkte hij aan het zogenaamde Bossche schepenprotocol 1365-1500 in het Rijksarchief te 's-Hertogenbosch. Hij schreef honderden grote en kleine artikelen in onder andere de heemkundige tijdschriften De Kleine Meijerij, Brabants Heem en Actum Tilliburgis. Over het middeleeuwse dorp Tilburg publiceerde hij in de periode 1950-1954 de artikelenreeks 'Tilburg rond 1450' in de Nieuwe Tilburgse Courant.
Ferdinand Smulders overleed op 26 juni 1972 te 's-Hertogenbosch. Op zijn bidprentje is het gedicht Raubraken uit de bundel Speciosa deserti (1933) afgedrukt.
Dr. P.C. Boeren, Van Maas tot Schelde, Nijmegen, 1944, p. 64-67 en 76;

dr. H. Kapteijns, 'Letteren in Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe Brabant, III, 's-Hertogenbosch, 1955, p. 269-271;

NvhZ van 22-2-1983;

H. Mandos, 'In memoriam Ferdinand Smulders', in: Brabants Heem, XXIV, 1972, p. 44-52;

Encycl. van Noord-Brabant, 4, 1986, p. 64 en 263;

dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990.

  juli 2001

Marcel van der Heijden, 'Ferdinand Smulders (1907-1972). Dichter (Paul Vlemminx), heemkundige en archiefvorser', in: Brabants Heem, 53, 2001, nr. 2, p. 62-75. 

Werk van Ferdinand Smulders / Paul Vlemminx op CuBra

In memoriam door Pierre van Beek (CuBra)
Lauran Toorians over Paul Vlemminx (CuBra)

Paul Vlemminx in de Nederlandse Poëzie Encyclopedie

Ontginningen

Den hof der jonkheid

61 Heemkundeartikelen van Ferdinand Smulders, bezorgd door W. de Bakker en met een biografische schets door J.G.M. Sanders.

Vlemminx, Paul - Gedicht uit Brabantia Nostra - De Vijfberg

Vlemminx, Paul - Gedicht uit Brabantia Nostra - Epiphania

Vlemminx, Paul - Gedicht uit Brabantia Nostra - Gaude Virgo

Vlemminx, Paul - Gedicht uit Brabantia Nostra - In het groen

Vlemminx, Paul - Gedicht uit Brabantia Nostra - Witte waterlelie

Ed Schilders

Advertentie in Brabantia Nostra, 1935

 

Advertentie in literair tijdschrift Het Venster (Asten, derde jaargang, nummer 8-9, 1935)

 

Smulders, Willem


Regionaal Archief Tilburg


Wilhelmus Hubertus Arnoldus ('Willem') Smulders werd op 27 maart 1879 te Rosmalen geboren. Hij was de oom van de historicus en dichter Ferdinand Smulders (Paul Vlemminx). Willem Smulders studeerde op het groot-seminarie St. Michielsgestel. Hier schreef hij vele gedichten, die gedeeltelijk onder pseudoniem werden gepubliceerd in het maandblad Van Onzen Tijd en in De Katholieke Illustratie (1899). Hij was een van de eerste Brabanders die meewerkten aan het blad Van Onzen Tijd. Zijn lyrisch werk werd in 1906 gebundeld in Cantica Graduum. De ongewijzigde herdruk uit 1935 (Nijmegen) werd voorzien van een inleiding door Anton van Duinkerken, die deze lyriek van verlangen een belangrijke plaats toedicht in de katholieke letterkundige geschiedenis van Nederland. In 1904 werd Willem Smulders tot priester gewijd, waarna hij kapelaan werd in Made. Op 22 augustus 1912 werd hij in Tilburg benoemd tot kapelaan in de parochie Korvel. Op 19 augustus 1916 vertrok hij naar Boxtel; hij was vervolgens, van 1925 tot zijn dood in 1942 (Nijmegen), pastoor te Ooy en Perringen.

Smulders werd ook bekend door zijn bijbelse toneelstukken. Hij publiceerde een bijbels drama in drie bedrijven De verloren zoon (Zevenbergen, 1910), het zeg- en zangspel voor zeven engelen De Hemelsche Altaarwacht (Nijmegen/Utrecht, 1912), een bewerkt 15e-eeuws mysteriespel genaamd Die sevenste bliscap van Onzer Vrouwen (Nijmegen/Utrecht, 1912, met een inleiding door dr. H. Moller), een bijbels drama in drie bedrijven De barmhartige Samaritaan (Zevenbergen, 1922) en Maria's zeven vreugden, een oratorium dat door Willem van Kalmthout, directeur van het Tilburgs conservatorium, op muziek werd gezet. Met zijn toneelstuk De verloren zoon werd in 1915 het Oisterwijks openluchttheater ingewijd. Hij was ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
R.K. 'Wie is dat?', Leiden, z.j. (ca. 1925), p. 127;

dr. H.W.E. Moller, Geschiedenis van de Nederlandse letterkunde, Tilburg, De Kempen, 1932 (4e druk), p. 328-329 en 350;

Willem Smulders pr., Cantica Graduum, Nijmegen, 1935, p. 125;

Gedenkboek ... 75-jarig bestaan der parochie Korvel, Tilburg, 1925, p. 26;

GAT, Bevolkingsregister 1910/1920, deel 25 fol. 145;

Kees Spierings, 'Toneel in Brabant', in: Brabants Jaarboek, 's-Hertogenbosch, 1950, p. 49;

dr. H. Kapteijns, 'Letteren in Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe Brabant, III, 's-Hertogenbosch, 1955, p. 261;

Anton van Duinkerken, 'Het Tijdperk van de Prieserdichters', in: Brabantse herinneringen, Utrecht, 1964 (derde druk, 1979), p. 167- 178;

Encycl. van Noord-Brabant, 4, 1986, p. 65.

Ronald Peeters

 

Knipselmap

 

Spaendonck, Barend Jan van (28 september 2015)

 

Ronald Peeters

 

Barend Jan van Spaendonck werd geboren te Tilburg op 16 augustus 1924. Hij was de zoon van mr. B.J.M. van Spaendonck, algemeen secretaris van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Tilburg en Omstreken (1922-1962) en oprichter van Bureau van Spaendonck. Mr. dr. Barend Jan van Spaendonck volgde zijn vader op jonge leeftijd op als directeur, later voorzitter van de raad van bestuur en tenslotte commissaris van de Stichting Bureau Van Spaendonck. Hij schreef enkele boeken over de textielgeschiedenis van Tilburg en over de familie Van Spaendonck: Gerard Cornelis van Spaendonck 1804-1873. Enkele facetten van de Tilburgse samenleving in het midden der negentiende eeuw (1995; Tilburgse Historische Reeks 6), In de Wol geverfd. De Tilburgse wollenstoffenindustrie vanuit de optiek van een lokale ondernemersvereniging (1896-1940) (2000; waarop hij op 75-jarige leeftijd promoveerde; Tilburgse Historische Reeks 10), Het Laatste Bedrijf. Van André van Spaenonck & Zonen naar Spandon. De geschiedenis van een familiebedrijf (2004; Tilburgse Historische Reeks 12) en Genealogie en Familiegeschiedenis Van Spaendonck 1350-2006 (2006). Barend Jan van Spaendonck was Officier in de Orde van Oranje-Nassau en hij overleed te Tilburg op 10 november 2011.

Ronald Peeters

 

 

 

 

 

Cor van der Heijden over B.J. van Spaendoncks dissertatie  In de wol geverfd (Tilburg, Tijdschrift 2000)

B.J. van Spaendoncks repliek en Van der Heijdens dupliek (Tilburg, Tijdschrift 2000)

 

Spaendonck, Gerard van
 

 

Regionaal Archief Tilburg


Gerard van Spaendonck werd op 22 maart 1746 te Tilburg geboren als zoon van Jan Anthony van Spaendonck, de rentmeester van de prins van Hessen-Kassel, die de heerlijkheid Tilburg en Goirle in bezit had, en Theresia Couwenberg. Op achttienjarige leeftijd ging hij in 1764 in de leer bij schilder Herreyns te Antwerpen en in 1769 vertrok hij naar Parijs, waar hij enkele jaren als miniatuur- en decoratieschilder heeft gewerkt. In 1774 werd hij benoemd tot koninklijk botanisch miniatuurschilder aan het hof van koning Lodewijk XVI. Hij kreeg een woning in het Louvre toegewezen. Na het overlijden van madame Françoise Madeleine Basseporte in 1780, volgde Gerard haar nu officieel als koninklijk miniatuurschilder op en hij verhuisde naar de koninklijke tuinen. Hij ging toen aan de zogenaamde vélins (velijnen) werken, botanische studies in gouachetechniek op een speciaal soort perkament. Aan deze serie hebben overigens ook kunstenaars voor (vanaf 1645) en na hem gewerkt. Opdrachtgevers waren de opeenvolgende koningen Lodewijk XIII tot en met Lodewijk XVI. Gerard vervaardigde tussen ca. 1781 en 1785 zo'n 55 bladen. De velijnen behoren tot de belangrijkste botanische werken ter wereld. De 6500 bladen in 105 albums, berusten in het Musée d'Histoire Naturelle te Parijs. Een Tilburger valt de eer te beurt aan deze bijzondere boekenreeks, oplage één, te hebben bijgedragen. Een andere bekende kunstenaar die eraan heeft meegewerkt was Pierre-Joseph Redouté. 

In 1793 werd Gerard van Spaendonck benoemd tot Professeur d'Iconographie, en in 1795 werd hij directeur van de Jardin des Plantes (de koninklijke tuinen van het Louvre) en tevens directeur van de porseleinfabriek te Sèvres. Tussen 1799 en 1801 gaf hij in eigen beheer vierentwintig gravures uit, die naar zijn aquarellen werden vervaardigd. Het waren zes series van vier stuks, die gebundeld werden onder de titel Fleurs dessinées d'après nature par G. van Spaendonck (Paris, chez l'Auteur au Jardin des Plantes). Ze behoren tot de beste plantengravures. Na zijn dood werd in 1826 het zeldzame boekje Souvenirs de Van-Spaendonck, ou Recueil de fleurs, lithographiées d'après les dessins de ce célèbre professeur [..] (Paris, Librairie de Castel de Courval) door Auguste-Philibert Chalons d'Argé uitgegeven, met negentien litho's door G. Engelmann. Van dit werk bestaan ook facsimile-uitgaven in het Engels door W. Blunt Gerard van Spaendonck: flowers drawn from nature (Sharpthorne, 1957) en in het Frans door K.L. Handler Les plus belles fleurs de G. van Spaendonck, 1746-1822 (Parijs, z.j.). Dit laatste werk was enige jaren geleden nog volop verkrijgbaar bij De Slegte.
In 1804 ontving hij als een der eersten de pas ingestelde orde van het Legioen van Eer, en in 1808 werd hem door keizer Napoleon de titel van graaf verleend. Gerard van Spaendonck overleed op 11 mei 1822 te Parijs en werd op de beroemde begraafplaats Père Lachaise begraven.
J.F.H. Lommen liet in 1863 bij E. Goewie jr. in Tilburg het curieuse boekje Levensbeschrijving van Gerardus van Spaendonck drukken, dat in het begin van deze eeuw door Antoine Arts te Tilburg werd herdrukt. Naar Gerard van Spaendonck werd in 1922 in Tilburg een straat genoemd.

Margriet van Boven en Sam Segal, Gerard & Cornelis van Spaendonck. Twee Brabantse bloemenschilders in Parijs, Maarssen, 1980;

Margriet van Boven, 'Gerard en Cornelis van Spaendonck; bloemenschilders uit Tilburg', in: Tableau, jrg. 3, nr. 2, nov./dec. 1980, p. 454-456;

Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 154;

J.F.H. Lommen in Bibliotheek KUB Tilburg, Brabant-collectie, nr. map 5-15. Daar wordt ook het manuscript van dat boekje bewaard;

Een korte biografische schets in: Edmond Meelis, Uit Tilburgs verleden, Tilburg 1900, p. 119.

A.J.A.C. van Delft in Nieuwe Tilburgsche Courant, zaterdag 10 oktober 1925: 'Van vroeger dagen 60: Tilburgsche schilders 3'; voor de tekst daarvan op CuBra
KLIK HIER

Ronald Peeters, 'Gerard van Spaendonck (1746-1822). gevierd Tilburgs bloemschilder aan het Franse hof', in: Tilburg, XVIII (2000), nr. 1, p. 18-21. N.B. Verscheen ook in: Tilburg Magazine, III (1992), nr. 2, p. 12-17.

Mr. B.J. van Spaendonck, Gerard Cornelis van Spaendonck (1804-1873). Enkele facetten van de Tilburgse samenleving in het midden der negentiende eeuw (Tilburg, 1995), p. 171 en 255-256.

27 juli 2015

De biograaf van Van Spaendonck, J. Lommen, is Jo(h)annes Franciscus Hubertus (alias Jean François) Lommen, geboren te Roermond op 10 maart 1828 als zoon van Hendricus Ludovicus Lommen en Anna Maria Ketels. Hij vestigde zich in 1853 met zijn vrouw Catharine Leonie Kruger (Antwerpen 1832 – Tilburg 1868) te Antwerpen. In 1861 keert hij terug naar Roermond om zich op 4 november 1862 te Tilburg te vestigen. In 1865 wordt hij aangeduid als ‘practizijn’ (werkzaam in het vrije beroep), maar in Roermond stond hij in het bevolkingsregister ingeschreven als zaakwaarnemer. In 1865 is hij kandidaat-notaris te Tilburg. In 1872 verhuist hij naar Antwerpen. Hij overleed te Brussel op 13 november 1882. Het boekje over Van Spaendonck bevindt zich ook in de Collectie J.A. van Spaendonckstichting (Regionaal Archief Tilburg, archief 659, inv. nr. 1426).

Mr. B.J. van Spaendonck, Gerard Cornelis van Spaendonck (1804-1873). Enkele facetten van de Tilburgse samenleving in het midden der negentiende eeuw (Tilburg, 1995), p. 171 en 255-256.

Ronald Peeters over Gerard van Spaendonck (Tilburg Tijdschrift, 2000)

Uit: Fleurs dessinées d'après nature, ca. 1800. Bron: internet 2015

 

  Ronald Peeters

 

 

Door K.L. Handler, Parijs, z.d.

 

Brabant Collectie

 

 

Graf van Gerard van Spaendonck op begraafplaats Père Lachaise in Parijs; foto's Ronald Peeters.

 

Het graf van Van Spaendonck, geschilderd door een van zijn leerlingen, Antoine Chazal. Bron: website Tumblr 2015.

 

Gedenksteen op het appartementengebouw dat op de plaats staat van het geboortehuis van de gebroeders Van Spaendonck, hoek Houtstraat en Groeseindstraat; foto: Ed Schilders.

 

 

Scène uit de Tilburgse Revue Gloria Historia (2009) opgevoerd ter gelegenheid van 200 jaar stadsrechten. Links (zittend): koning Lodewijk Napoleon: midden: Pieter Vreede; rechts: John van Erve in de rol van Gerard van Spaendonck. Foto: J. van der Pas.

 

Een bijzonder schilderij. Hommage aan Gerard van Spaendonck door een van zijn leerlingen, de markiezin de Grollier (1742-1828)

 Grotere weergave

 

Portretgravures van Gerard van Spaendonck

Bron: www.gallica

 

Denis Diderot - Over een schilderij van Gerard van Spaendonck

Over deze bloemen heeft men opgemerkt […] dat hoe mooi ze ook waren, je ze toch zou kunnen verwijten dat ze geen geur hebben. Het is waar dat niets de luister en levendigheid van hun kleuren evenaart; maar vind je er ook dat lichte dons, dat soort wasem dat als enige bij de waarneming het idee kan oproepen van de milde geuren die zij uitwasemen?

[Over hetzelfde schilderij]

De hertog van Enghien raakte betoverd toen hij als kind van een jaar of acht negen voor deze mooie vaas met bloemen stond. Men stelde hem voor aan de kunstenaar. ‘Ach, mijnheer,’ zei de jonge prins […] ‘vindt u het goed als ik er eentje pluk?’

Oeuvres complètes de Diderot revues sur les éditions originales, deel 12; J. Assézat, Parijs, Garnier Frères, 1876. www.gallica.

 

Jacob Grimm

…dit [schilderij] staat, dunkt me, boven alles wat ik ooiot in dit genre heb gezien. Ik denk niet dat de kunst ooit nog hoger kan stijgen. Dit is de natuur zelve, de natuur in al haar frisheid, in al haar luister…

Franse wikipedia, lemma Van Spaendonck

 

Adriaan van der Willigen

De Heer van Spaendonck, van Tilborg geboortig, verdient niet alleen de hoogachting der Hollanders, omdat hij een van de weinigen is, die den oude roem en luister der Nederlandsche school nog op eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche en vriendelijke geaardheid en genegenheid voor zijne landslieden, zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om door hem met vriendschapsbewijzen overladen te worden. Vaderlandsche jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan, wanneer zij te Parijs komen, ook staat maken, dat zij door hem voortgeholpen zullen worden.

Reize door Frankrijk in gemeenzame brieven, Haarlem, A. Loosjes, 1805.

 

 


Spapens, Paul

 

Foto: Jan Stads. Collectie Ronald Peeters


Paul Spapens, op 26 november 1949 te Hilvarenbeek geboren, studeerde Nederlands op het Mollerinstituut en is woonachtig te Tilburg. Hij was van 1975-1976 redacteur van Tilburg Vrij Uit en daarna van 1976-1979 eindredacteur van het Tilburgs Hogeschoolblad. Hij was met Henk Smulders in 1979 mede-oprichter van Stadsnieuws, waarvan hij van 1980 tot 1984 hoofdredacteur was. Daarna was hij freelance-journalist en in 1987 werd hij redacteur bij Het Nieuwsblad

Paul Spapens heeft een aantal boeken geschreven: Het Zand door de tijd genomen (Tilburg, 1981), ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van het winkelcentrum Westermarkt; het stripverhaal De spookstad Tilburg. De avonturen van Nillis en Kiske (tekeningen Wout Paulussen; Tilburg, Boekhandel Gianotten, 1982), het eerste stripboek dat Tilburg als onderwerp heeft; Veel vermaak en weinig wol. De geschiedenis van de Tilburgse kermis (met Hennie van Oers en Lauran Wijffels, Baarle-Nassau, E. de Jong, 1986); Tilburg aan tap en tafel. Horecagids van Tilburg (met Jace van de Ven, Tilburg, Boekhandel Gianotten, 1986); Kapellen in Midden-Brabant (tekeningen Ton Derks, Tilburg, Het Nieuwsblad, 1987), waarvan de meeste verhalen reeds eerder in Het Nieuwsblad werden gepubliceerd; Smokkelen in Brabant. Een grensgeschiedenis 1830-1970 (samen met Anton van Oirschot, Hapert, De Kempenpers, 1988); Tappen uit een geheim vaatje (samen met Piet Horsten, Hapert, De Kempenpers, 1990), en ten slotte De grens gemarkeerd. Grenspalen en grenskantoren aan de landzijde (samen met Kees van Kemenade, Hapert, De Kempenpers, 1991).

Encycl. van Noord-Brabant, 4, 1986, p. 86; HN van 21-6-1986, 24-9-1988 en 30-10-1991.

juli 2001
Kees van Kemenade en Paul Spapens, 365 Heiligendagen (Hapert, Kempen Pers, 1993), Joep Eijkens en Paul Spapens, Morgen zijn we vrij. Oorlogskroniek Midden-Brabant van D-Day tot de bevrijding 1944 (Tilburg, Brabant Pers, 1994), Joep Eijkens en Paul Spapens, Een vrijheid zonder vrede. Oorlogskroniek Midden-Brabant oktober '44 - mei '45 (Tilburg, Brabant Pers, 1995), Vrouwke, 't is vastenaovond. De geschiedenis van vier eeuwen vastenavond en carnaval in Tilburg (Tilburg, Carnavalsstichting Tilburg, 1996), Paul Spapens en Piet Horsten, Driekoningenzingen. Een lange en levende traditie (Utrecht, Nederlands Centrum voor Volkscultuur, 1996), Een muis in de melk. De geschiedenis van de consumentenbescherming in Brabant (Eindhoven, Kempen Group Studio, 1996), Paul Spapens en Martin Willemsen, Tilburgs Kookbuukske (Tilburg, Stichting Tilburgse Taol, 1997), Abraham fietst naar het beloofde land. een fietsreis van Nederland naar Jeruzalem (Tilburg, Syntax Publishers, 1999), Ineke Strouken en Paul Spapens (red.), Wat de pot schaft. De Geschiedenis van de dagelijkse maaltijd (Utrecht, Nederlands Centrum voor Volkscultuur, 1999), Heilige Boontjes. Volksdevotie in Tilburg en omgeving aan het eind van de twintigste eeuw (Tilburg, Jan van Laarhoven, 1999), Sinterklaas is jarig. 100 jaar openbare Sint-Nicolaasviering in Tilburg (Tilburg, Syntax Publishers, 2000).
Paul Spapens is voorzitter van de Stiching Tilburgse Taol. Voor bio- en bibliografische gegevens, zie ook de website CUBRA (Cultureel Brabant)
.

Ronald Peeters

Heilige Boontjes

Paul Spapens - Levensbeschrijving van Cees Robben (Tilburg Tijdschrift 2001)

 

Sprengers, C.J.A. (7 augustus 2015)

 

C. Sprengers werd in 1881 in Den Bosch geboren. In 1906 werd hij tot priester gewijd. In 1928 werd hij pastoor in Heesch en in 1935 in de Tilburgse parochie ’t Goirke. Hij overleed in Tilburg in 1959. In 1912, toen hij leraar was aan het kleinseminarie in Sint-Michielsgestel, schreef Sprengers een Handleiding voor misdienaars, die uitgegeven werd door Bergmans in Tilburg. Het werkje beleefde minstens acht drukken, waarvan de achtste verscheen onder de auteursnaam 'C. Sprengers, pastoor te Tilburg'.

Joost van Hest, ‘O, prachtig huis!’, Tilburg 2015.

Ed Schilders

 

Stadsdichter van Tilburg (26 juli 2015)

Het idee om in Tilburg een Stadsdichter te benoemen werd door schrijver/dichter Jasper Mikkers in 2002 geopperd en op de lokale politieke agenda gezet door raadslid Martin Degen. Er werd een Stadsdichterscomissie ingesteld en Jace van de Ven werd als eerste voor twee jaar benoemd (2003). Hij werd opgevolgd door: Nick J. Swarth, Frank van Pamelen, Cees van Raak, Esther Porcelijn, Jasper Mikkers, en Martin Beversluis. De Stadsdichter van Tilburg wordt traditiegetrouw geïnstalleerd in het Paleis Raadhuis tijdens de boekenmarkt Boeken Rond het Paleis, op de laatste zondag van augustus. Het portret van de Stadsdichter wordt geschilderd door Ivo van Leeuwen. Deze portretten worden getoond in de Openbare Bibliotheek. Van een aantal Stadsdichters is ook een buste te zien [kunstenaar ons niet bekend] in de bibliotheek, maar de reeks is momenteel (2015) niet compleet.

Stadsdichtersportretten in de Bibliotheek Midden-Brabant (Koningsplein)

Jace van de Ven - 2003-2005

 

Nick J. Swarth - 2005-2007

 

Frank van Pamelen - 2007-2009

 

Cees van Raak - 2009-2011

 

Esther Porcelijn - 2011-2013

 

Jasper Mikkers - 2013-2015

 

Martin Beversluis - 2015-2017

 

V.l.n.r: Jace van de Ven, Nick J. Swarth, Frank van Pamelen; foto Ed Schilders

 

2002 - Oproep in Brabants Daglad; tegenwoordig behoeft een kandidaat niet meerte solliciteren maar wordt de stadsdichter door een gemeentelijke commissie benoemd.

 

Cartoon van Luc Verschuuren in Brabants Dagblad/Tilburg Plus

 

Links: Nick J. Swarth, en Frank van Pamelen die hem opvolgt als stadsdichter tijdens de inauguratie in het Paleis Raadhuis. Foto Ed Schilders.

 

Starink, Jan & Gertrude Starink (19 september 2015)

 

Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen. Jan Starink voert het woord ter gelegenheid van het vijftigjarig doctorsjubileum van zijn promotor Gerard Brom; Nijmegen 2 oktober 1957.

 

Jan Starink werd op 12 juni 1927 geboren in Den Haag. Zijn studie Nederlandse letterkunde in Nijmegen rondde hij in 1952 af met een dissertatie bij Gerard Brom: De katholieke roman, Bijdragen tot zijn geschiedenis (Nijmegen/Utrecht, Dekker & Van de Vegt NV), waarin hij het werk bestudeerde van internationaal bekende katholieke schrijvers als Chateaubriand, Manzoni, Mauriac, en Graham Greene. De kennis van en belangstelling voor de Europese literatuur is kenmerkend voor de radioprogramma’s die Starink tot diep in de jaren ’70 zou maken voor de KRO. Het betrof hoorspelversies van letterkundig werk, en vooruitstrevende literaire programma’s als Babel en SPKTKL (Spektakel).

Van de uitzendingen van Babel zijn twaalf Babelschriften in druk verschenen, over onder anderen Paul van Ostaijen, Marcel Proust, het Surrealisme, Du Perron, Mondriaan, Van Doesburg, Dante, Petrarca, Boccaccio, en Hooft.

In 1968 maakte Starink met Karel Meuwesse voor de KRO een herdenkingsprogramma over Anton van Duinkerken.

Tot 1964 was Starink bovendien docent aan de Katholieke Leergangen en woonde hij in Tilburg. Vanaf 1964 is hij hoofd van de afdeling Cultuur van KRO Radio en woont hij in Hilversum maar hij blijft lesgeven aan de Leergangen.

Aan een aantal van de literaire programma’s van de KRO is in de jaren ’70 ook Ruth Sabatier verbonden, pseudoniem van Ruth Smulders (Breda, 30 september 1947 – St. Ives (Cornwall), 9 juli 2002). Smulders was een oud-studente van Starink, met wie zij in 1977 in het huwelijk trad. Als Ruth Sabatier gaf zij in 1971 in eigen beheer haar eerste dichtbundel uit: de weg naar egipte. Deze gedichten zouden later de opmaat blijken te zijn naar een doorwrochte cyclus gedichten in vijf delen, alle vijf onder de hoofdtitel De weg naar Egypte. Deze bundels verschenen onder de naam Gertrude Starink bij uitgeverij Polak & Van Gennep. Voor de derde bundel ontving Starink in 1996 de Herman Gorterprijs. De vijfde bundel werd in 2001 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2011 werd ze op Poetry International geëerd met een aan haar gewijd programma, en in 2012 verscheen de verzamelde uitgave bij uitgeverij Het Balanseer in Aalst.

In 1985 verhuisden Jan en Gertrude Starink naar het plaatsje St. Ives in Cornwall. Het echtpaar begon daar een antiquariaat en vertaalde de onvertaalbaar geachte antiroman The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman (Het leven en de opvattingen van de heer Tristram Shandy) van Laurence Sterne (824 pagina's). De vertaling verscheen in 1990 bij Atheneum- Polak & Van Gennep. Gertrude Starink overleed in 2002 en werd begraven in het nabij St. Ives gelegen dorp Phillack. Jan Starink keerde terug naar Nederland en ging in Den Bosch wonen.

Naast zijn radiowerk is Jan Starink ook altijd betrokken gebleven bij het cultureel leven van Tilburg en Brabant. Hij was medewerker van het tijdschrift Brabantia, schreef recensies voor het Nieuwsblad van het Zuiden, en van 1957 tot 1964 was hij voorzitter van het bestuur van de RK Openbare Leeszaal en Bibliotheek in Tilburg. Vanaf 1966 was hij voorzitter van de Algemene Katholieke Kunstenaars Vereniging. In 1971 verscheen Het vrolijk leren, of Alwie zoet naar school toe gaat, die leert wat goeds en doet geen kwaad: een steekproef over het onderwijs in de literatuur, in de Tilliburgis-reeks van de Studium Generale van de Katholieke Leergangen. In 2011 reikte hij aan wethouder Marjo Frenk en directeur Leo Pot van Theaters Tilburg de eerste exemplaren uit van het fotoboek Hommage, een ode van zes fotografen aan de schouwburg. Starink deed dat in zijn kwaliteit als lid van het allereerste bestuur van de Tilburgse Schouwburg.

Jan Starink overleed op 18 juni 2014 in Den Bosch.

'Geen luxe, maar levensbehoefte Openbare Bibliotheek in Tilburg

1913-1988', door Henk van Doremalen; in Tilburg - Tijdschrift voor

geschiedenis, monumenten en cultuur, jaargang 6, nr. 1/2, maart 1988.

- Theo Schouw, Muzikaal, kleurrijk & vol taal, Tilburg, Fontys, 1997.

- Wikipedia Gertrude Starink.

- Digitaal archief Stadsnieuws, 4 april 2011.

- PDF De Utrechtse Boekhouder tijdschrift voor Utrechts literair erfgoed, nr. 12, 30 maart 2015.

- http://dehoningpot.blogspot.nl/2014/06/jan-starink-1927-2014.html

- Wim Bary & Jan van den Berg, Stadsschouwburg Tilburg, Uitgegeven bij de feestelijke ingebruikneming van de Stadsschouwburg - Tilburg op 1 maart 1961.

Regionaal Archief Tilburg

De opening van de jeugdbibliotheek op 26 juni 1959. Jan Starink assisteert lintknipstertje Bernadette Clerckx.

 

Ed Schilders

 

Illustratie uit Babel - Boek in geding, door Ruth Sabatier. Tekenaar niet bekend.

 

Ed Schilders

Aantekeningen van Jan Starink in Laurence Sterne a Political Romance 1759 (Scolar Press, Menston, 1971)

 

 

 

Bibliografie WorldCat - Jan & Gertrude Starink / Ruth Sabatier

Karel Meuwesse en Jan Starink - Herdenkingsprogramma KRO Radio Anton van Duinkerken.

Dissertatie van Piet Keijsers over het oeuvre van Gertrude Starink

Lauran Toorians over Gertrude Starink en de Gorterprijs (Brabant Cultureel 1996)

 

Steijns, Gerard (13 oktober 2015)

 

Ronald Peeters. Foto: Jan Stads 2008.

 

Drs. Gerardus (Gerard) Joseph Wilhelmus (Tilburg 1942) studeerde geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, was enige jaren leraar aan het Cobbenhagencollege en behaalde het diploma Hoger Archiefambtenaar. Hij werkte van 1973 tot 1980 bij het Stadsarchief Breda en hij was van 1980 tot 1998 gemeentearchivaris van Tilburg. Onder zijn leiding verhuisde het Gemeentearchief (thans Regionaal Archief Tilburg) naar de Kazernehof. Bij de opening in 1988 schreef hij met Arjan van Loon en Ronald Peeters Het Gemeentearchief van Tilburg. Steijns publiceerde vele artikelen over de geschiedenis van Tilburg, onder meer in Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur. Hij is tevens actief in het Tilburgs en Brabants gildewezen, onder meer als lid van het Koninklijk Handboogschuttersgilde Sint Sebastiaan van Willem III (in 2006 werd hij koning van dit gilde). Hij schreef het boek De Koningen van het Sint-Sebastiaansgilde Tilburg en hun zilver (1989). Steijns was bestuurslid van de Stichting Tilburgse Taol en hij was in 1994 de eerste winnaar van het Grôot Diktee van de Tilburgse Taol. In 2004 publiceerde hij met Paul Spapens, Wil Sterenborg en Frans Verbunt het boek Goedgetòld, diksjenèèr van de Tilbörgse taol en in 2006 met Sjef Maas het Ik zal zinge hil men lèève: Tilburgs liedboek.
Steijns is al sinds het einde van de jaren zestig actief in het Tilburgs carnaval, onder meer als organisator en jurylid van het Blèrconcours. Ook was hij voorzitter van de commissie die in 2008 een tentoonstelling over 44 jaar openbaar carnaval in Tilburg organiseerde en schreef hij met Ruud Damen Et Buukske. Wè en Hoe in de Tilburgse Taol (2008). In 2013 ontving hij de zilveren Kruik voor zijn inzet in het behoud van de Tilburgse Taol. Hij heeft o.a. de proclamatie, teksten voor de Kruikenviering, liedjes, motto’s en algemene benamingen omgezet in het Tilburgs.
Samen met Joep Eijkens, Jeroen Ketelaars, Ronald Peeters, Ed Schilders, Paul Spapens en Jan Stads schreef hij De historische canon van Tilburg in vijftig verhalen (2008), met Joost van Hest ‘Bewijs van ontwaakten kunstzin’ De Heikese kerk in Tilburg: geschiedenis, gebouw en inventaris (2011) en met Ronald Peeters Een rondgang door het Paleis-Raadhuis. Koning Willem II, stadsbestuur Tilburg, Vincent van Gogh (2012).

Berry van Oudheusden, Ronald Peeters, Paul Spapens en Jan Stads, Encyclopedie van Tilburg (Tilburg, 2008), p. 466-467.

 

Ronald Peeters

 

 

 

 

 

 

Publicaties van Gerard Steijns in Tilburg, Tijdschrift

1984 nr. 3 (Tongerlo)
1989 nr. 4 (Hessen Kassel)
1990 nr. 3 (Heikese kerk)
1999 nr. 2 (Willem II)
2000 nr. 3 (Jeruzalem)
2001 nr. 2 (Zorgvlied)
2001 nr. 3 (St. Sebastiaan)
2002 nr. 2 (Zorgvlied)
2004 nr. 1 (St. Sebastiaan)
2005 nr. 3 (Aard en karakter van de Tilburger)


Sterenborg, Wil (januari 2015)


Foto: Joep Eijkens

 

Wil Sterenborg, geboren in 1923 te Lichtenvoorde, maar al sinds 1937 woonachtig in Tilburg, was docent Nederlands en conrector aan het Sint Odulphuslyceum. Hij is een bekend deskundige op het gebied van de spelling van de Nederlandse taal. Samen met de Tilburgse neerlandicus Peter Smulders corrigeert hij sinds 1987 jaarlijks de Troonrede. Dit doen zij vanuit de Taaladviesdienst, onderdeel van het genootschap Onze Taal, waarvan Sterenborg medewerker en Smulders hoofd is.
Wil Sterenborg schreef in 1984 een artikel over de spelling van het Tilburgs dialect, en was medesamensteller van het bij Drukkerij Piet Smits uitgegeven en gedrukte boekje Tilburgs dialect. Zijn ingevoerde spelling van het Tilburgs dialect werd officieel goedgekeurd door het Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen te Amsterdam. Hij publiceerde artikelen over spelling, en over Het Woordenboek der Nederlandsche Taal in het tijdschrift Onze Taal. In het boek Onze Taal! Zestig jaar strijd en liefde voor het Nederlands ('s-Gravenhage, 1991) door De Jong en Burger, werd Sterenborg ons geheime wapen genoemd.

W. Sterenborg, 'Erkende spelling voor Tilburgs dialect', in: Tilburg, jrg. 2, 1984, nr. 2, p. 10-11;

HN van 5-1-1985, 14-3-1985 en 15-9-1987;

DTK van 7-2-1985 en 21-2-1985.

3 januari 2015

“Wat bedoelt u hier eigenlijk?”, vroeg Sterenborg ooit aan Kok. “Hij zei ‘geen idee, maar laat het maar staan’. ‘Ja, maar’, zei ik, ‘dat begrijpt toch geen mens’. ‘Dat hoeft ook niet’, zei Kok.” De huidige premier is volgens Sterenborg zelden tot enige aanpassing van zijn oorspronkelijke tekst bereid. “Lubbers gaf ons altijd gelijk, maar met Kok valt niet te discussiëren.” (NRC van 21 september 1999).

Wil Sterenborg ,‘De spelling van straatnamen’, in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XV (1997), nr. 1, p. 9-13; Karel de Beer, m.m.v. onder andere van Wil Sterenborg, Tilburgs Bijnamenboek (Tilburg, 2000), 142 blz.; Paul Spapens, Gerard Steijns, Wil Sterenborg en Frans Verbunt, Goedgetòld. Diksjenèèr van de Tilbörgse taol (Zaltbommel, 2004), 480 blz.; In 2004 werd door zijn vrienden een verlaat cadeau voor zijn 80ste verjaardag, maar op de dag dat hij een Koninklijke onderscheiding ontving voor zijn vele verdiensten op taalkundig gebied, het boekje De vrienden van De Wil. Liber Amicorum voor Wil Sterenborg (o.r.v. Henk van Doremalen, Ronald Peeters en Paul Spapens) aangeboden.

5 februari 2015

De enorme verzameling dialectwoorden van Wil Sterenborg -- circa 10.000 archiefkaarten -- vormt de basis voor alle lexicografische publicaties over het Tilburgs dialect, van de eerste kleine uitgaven door drukkerij Smits en het woordenboek van Henk van Rijen tot het meest omvangrijke standaardwerk 'Goegetòld'. In 2010 nam Ed Schilders het initiatief het 'corpus Sterenborg' in zijn totaliteit te digitaliseren en als website te publiceren. Dankzij medewerking van Stadsmuseum Tilburg, enige vrijwilligers en enige sponsoren is dat gelukt. Dit grootste naslagwerk van een Nederlands stadsdialect wordt nog steeds (2015) uitgebreid, en is als 'Woordenboek van de Tilburgse Taal'  (WTT) onderdeel van CuBra.

22 mei 2019

Wil Sterenborg overleed op 15 mei 2019 in Tilburg. Op 21 mei 2019 verscheen in het Brabants Dagblad de overlijdensadvertentie waaruit blijkt dat hij toen al in 'in besloten kring' was gecremeerd.

 

Stadsmuseum Tilburg.

Een van de circa 10.000 systeemkaartjes van Sterenborgs verzameling dialectwoorden.

 

Van links naar rechts: Ronald Peeters, Wil Sterenborg, Ed Schilders bij de overdracht van het dialectarchief van Sterenborg aan Stadsmuseum Tilburg. Foto: Joris Buys.

 

website Woordenboek Tilburgse Taal

 

Ronald Peeters

Foto: Frans van Ameijde

 

Ed Schilders

De oeruitgaven van de Tilburgse woordenlijsten.

 

Kleine uitgaven van Wil Sterenborg in eigen beheer over aspekten van het dialect. Ze werden door hem voorzien van omslagjes met een typische kalligrafie. De gefotokopieerde exemplaren werden door hem verstrekt aan dialectologen en liefhebbers van het Tilburgs dialect.

 

 

Woordenboek van de Tilburgse Taal op CuBra

Sterenborg - Biografie op CuBra

Sterenborg - publicatie-overzicht op CuBra

Sterenborg over de taalkundige achtergrond van het Tilburgs

Sterenborg, Wil cs - De Korvelseweg - Woordenlijst Tilburg

Sterenborg, Wil - Tilburgs dialect, 1ste druk

Sterenborg, Wil - Tilburgs dialect, 2de druk

Sterenborg, Wil - De stomme E

Sterenborg, Wil - Tilburg of Tilbörger?

Sterenborg, Wil – (Van) alles over de sjwa

Sterenborg, Wil - De spelling van het Tilburgs erkend (Tilburg Tijdschrift)

Sterenborg, Wil - Het Tilburgs leesplankje (Tilburg Tijdschrift)

 

Sterneberg S.J., H.A. (22 mei 2015)

 

Hugo Antonius Sterneberg werd op 14 juni 1883 geboren in Oosterhout. Tussen 1896 en 1903 studeerde hij aan het jezuïetengymnasium in Katwijk, en aan het Canisianum in Maastricht. In 1916 wordt hij priester gewijd en na de Eerste Wereldoorlog (1919) vertrekt hij naar Nederlands-Indië, waar hij pastoor wordt in Batavia. In 1932 laat hij daar zijn eerste en enige dichtbundel drukken bij Drukkerij Centrum, onder de titel Een Busselke Braobaansch. Daarmee was pastoor Sterneberg de eerste Brabantse dialectdichter (in boekvorm).

Tot 2005 werd aangenomen dat Sterneberg zijn gedichten in het Oosterhouts dialect schreef, mede doordat de inleiding bij de bundel geschreven is door Oosterhouter Piet Kerstens, later minister in ballingschap en lid van de Tweede Kamer. Nader genealogisch onderzoek door Michel de Koning en Frans Gouverneur heeft in 2005 echter aan het licht gebracht dat pater Sterneberg de zoon was van een leerlooier uit Amsterdam,  en een Tilburgse moeder: Anna Maria Theresia de Bondt. Zij was de dochter van Johannes Cornelis de Bondt, lid van de Tilburgse gemeenteraad en grossier in manufacturen uit de Heuvelstraat. Het gezin Sterneberg verhuisde in 1886 naar Tilburg. Het is dus waarschijnlijk, gezien Hugo’s leeftijd, een Tilburgse moeder, en jeugdjaren in Tilburg, dat Hugo de Tilburgse tongval heeft aangeleerd. In een publicatie in het tijdschrift Brabants (jrg. 1, nr. 4, maart 2005) heeft Michel de Koning, die jarenlang als leraar Nederlands aan het Sint-Odulphuslyceum werkzaam was, aangetoond dat Sternebergs klankgebruik op het Tilburgs gebaseerd is. Dat zulks niet meteen opvalt bij lezing van de verzen, is het gevolg van het ‘literaire dialect’ dat Sterneberg schreef: een dialect dat vaak ontdaan is van de eigenschappen die het minder toegankelijk maken voor een bovenlokaal publiek. Ook Guido Gezelle en pater Piet Heerkens hebben die stilistische ingreep toegepast. Niettemin vond De Koning nog genoeg aanwijzingen in de klankleer om met zekerheid te kunnen stellen dat het Tilburgs ten grondslag ligt aan Sternebergs Busselke Braobaansch.

Pater Sterneberg publiceerde in de jaren ’30 ook enige gedichten in Brabantia Nostra. Hij overleed op 2 april 1956 in Rotterdam en liet in handschrift vier schriftjes na met vijftig dialectgedichten onder de verzameltitel ’n Nuuw haffelke (in particulier bezit, niet uitgegeven). Twee daarvan zijn afgedrukt in de genoemde aflevering van Brabants (p. 29), en een ervan is ook te vinden op website CuBra.

 

Michel de Koning in Brabants (2005)

Verder komt de aai voor 'ei' veelvuldig voor, dat is zowel Baronies als Tilburgs, bijvoorbeeld in haai ( = hei). Tilburgse trekjes bespeuren we in dè voor het West-Brabants 'da' (=dat). (…) in de vier schriftjes (…) duikt het Tilburgs veel duidelijker op. Opvallend Tilburgs zijn onder meer de nadrukkelijk gerekte 'aa' in woorden als praacht, kraacht, belaast, de 'eu' in eugen en streuptocht, die andere - o zo Tilburgse - 'eu' in schreuwen, urst voor 'eerst', vuutje voor 'voetje', allinnigt en fiste, blaoi voor 'bladeren'. Het is al Tilburgse muziek die de lezer in de oren klinkt.

 

Ed Schilders

Bron: Brabantia Nostra, jaargang 3 (1937), pagina 244.

Gedicht uit nalatenschap Sterneberg

Complete uitgave 'n Busselke Braobaansch

 

Straten, Tilburgse literaire (januari 2015)


Tilburg bezit thans ruim 1700 straatnamen. Veel straten zijn genoemd naar 'Tilburgse' auteurs/drukkers, zoals: Antoine Arts, H. Berkvens, prof. dr. F.C. Donders, dr. B. Dijksterhuis, pater Henri Geurtjens, Antonius van Gils, Edmond Meelis, dr. H.W.E. Moller, Lambert Poell, Frater Sigebertus Rombouts, ds. G.D.J. Schotel, Anke Servaes, Frans Siemer, Pieter Vreede, Augustinus Wichmans, en Lambert de Wijs. Als er nog eens een echte Tilburgse schrijverswijk met straatnamen voorzien moet worden, dan is dat dunkt mij, geen moeilijke opgave. Veel Tilburgse auteurs verdienen beslist een straatnaam. 
Algemeen bekende Nederlandse en Vlaamse (literaire) auteurs die in Tilburg een straatnaam kregen zijn: J.A. Alberdingk Thijm, Nicolaas Beets, Willem Bilderdijk, Anna Blaman, Gerard Brandt, Elise van Calcar, Antoon Coolen, Isaac da Costa, Frederik van Eeden, Willem Elsschot, Frans Erens, Guido Gezelle, Vincent van Gogh, Geerten Gossaert, Herman Heyermans, P.C. Hooft, Marie Koenen, Jacob van Lennep, Jacob van Maerlant, Hendrik Marsman, Top Naeff, Potgieter, Adrianus Roland Holst, Arthur van Schendel, Hugo Verriest, Joost van den Vondel en Belle van Zuylen.
Curieus zijn ook de straatnamen die ontleend zijn aan (de boeken van) Jules Verne: Kapitein Ardantstraat, Kapitein Grantstraat, Kapitein Hatterasstraat, Nautilusstraat, Kapitein Nemostraat, Paganelstraat, Kapitein Rondairestraat en de Jules Verneweg.
Er is in Tilburg zelfs een Auteurslaan!

Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987;

Ronald Peeters, 'Nieuwe straatnamen', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. VI, 1989, p. 17-21 en jrg. VIII, 1990, p. 107-110.
 

Stripverhalen, Tilburgse


Regionaal Archief Tilburg. Etalage van W. Bergmans aan de Markt in 1949 met promotiemateriaal voor Kuifje-albums. Foto: Schmidlin

Grotere weergave
 

Reeds voor de oorlog verschenen in de Tilburgse kranten en in het jeugdtijdschrift De Engelbewaarder diverse stripverhalen. We volstaan hier met een eerste inventarisatie van in album verschenen stripverhalen van Tilburgse auteurs/tekenaars en van Tilburgse uitgevers.
In 1937 verscheen bij de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg het album Avonturen van tante Leida Pannelat, geschreven door Jos. van den Bosch (pseudoniem van fr. Nicetas Doumen) en getekend door Leo van Grinsven. Er is ook een druk uit 1940 bekend. Dit stripverhaal verscheen eerder in De Engelbewaarder (jrg. 51, 1934-35), maar toen in dichtvorm in plaats van in verhalende vorm. Uit 1949 is het album Steven Sterkenarm bekend, eveneens van Van den Bosch en Van Grinsven, en gepubliceerd door het R.K. Jongensweeshuis. In de 54e jaargang van De Engelbewaarder (1938-1939) werd Steven Sterkenarm en Bram de Boef gepubliceerd, dat in 1939 in boekvorm verscheen.

In de periode 1946-1948 publiceerde Het Nieuwsblad van het Zuiden de strip Bonny Day in vier verhalen (Bonny Day, Bonny Day in Afrika, Bonny Day in Amerika en Bonny Day in een reis om de wereld). In 1948 werd door Het Nieuwsblad van het Zuiden het album Bonny Day in een reis om de wereld uitgegeven.
Boekhandel Gianotten gaf in 1982 in een oplage van 500 stuks de strip De spookstad Tilburg. De avonturen van Nilles en Kiske uit, geschreven door Paul Spapens en getekend door Wout Paulussen. In hetzelfde jaar publiceerde Wout Paulussen in Het Nieuwsblad van het Zuiden de strip De avonturen van Renate en Wous.

Tot slot noemen we de stripalbums van Luc Verschuuren: Kees Kruik (Tilburg, Het Nieuwsblad, 1986), Hartediefje. Avonturen in het Hart van Brabant (Tilburg, Streek VVV Hart van Brabant, 1988) en Kees Kruik en het geheim van de kermis (Tilburg, De Schaduw, 1991).

  juli 2001

Zie ook Caesarius Mommers en Ger Janssen, Zwijsen, een passie voor uitgeven. Geschiedenis van een educatieve uitgeverij (Tilburg, Uitgeverij Zwijsen B.V., 1997).
Ed Schilders en Luc Verschuuren maakten de stripboeken Terreur over Tilburg (KBU Uitgevers, 1993), De Ring van Roxanna (Tilburg, Tilburgsche Waterleiding Maatschappij, z.j.) en Het teken van de slang (Tilburg, Tilburgsche Waterleidng Maatschappij, z.j.). In 1998 verscheen De zaak schaakmat in Tilburg, geschreven door Huibert van der Meer en  getekend door Eric Mezon (uitgave Concept BV, Nieuwkuijk), een reclamestrip in 'De Stedenreeks'.

Ronald Peeters

 

 

 

 


 

(2 augustus 2015)

Vanaf 1994 werkt Tilburger Richard van de Pol als zelfstandig illustrator/vormgever/striptekenaar. Voor KBU Uitgevers (Oisterwijk) tekende hij een aantal door het bedrijfsleven gesponsorde stripboeken. In deze reeks tekende hij onder het pseudoniem L. Swinkels het stripalbum Het geheim van Gijsbrecht, naar een scenario van T. de Mattos (pseudoniem van Ed Schilders).

 

Voor korte strips zie ook De bedenkelijk kijkende grondeekhoorn.

 

13 november 2015

Op 12 november 2015 verscheen het Kuifje-album De juwelen van Bianca Castafiore in Tilburgse vertaling als De sieraoj van Bianca Castafiore. De vertaling was een initiatief van Kuifjeliefhebber J.G.H.M. van Liempd in samenwerking met de Stichting Tilburgse Taol, die ook de uitgever is. Het album werd vertaald door Hans Hessels, Theo van Iersel, Esther Nagtegaal en Ed Schilders.

 

 

5 januari 2017

De Tilburgse Kuifje-liefhebber Jan van Riel stelde een collage samen met het omslag en knipsels uit het album, plus signaturen van de betrokkenen. Het ingelijste geheel siert zijn stripbibliotheek.

 

 

 

 

Stripverhalen uit Tilburgse kranten, 1920-1950 (18-11-2016)

 

Mijnheer Pimpelmans en z'n auto - Vanaf najaar 1928 in de Tilburgsche Courant; auteur: G. Th. Rotman.

 

 

De luchtreis van Meneer Emmen - Slotaflevering in de Tilburgsche Courant van 11 maart 1929. Auteur: G. Th. Rotman.

 

 

Bobby's apenstreken - vanaf 26 mei 1929 in de Tilburgsche Courant; berijmde tekst; door G. Th. Rotman.

 

 

Van twee jongens die zoo graag vlogen - Vanaf 1 juli 1929 in Tilburgsche Courant; auteur(s) niet bekend.

 

 

De vlucht uit de poppenkast van Jan Klaasen en Trijntje - vanaf 14 november 1929 in de Tilburgsche Courant; auteur(s) onbekend).

 

 

Alidas en zijn toverkat - vanaf 27 mei 1947 in het Nieuwsblad van het Zuiden; auteur(s) onbekend.

 

 

Kapitein Gay - Startdatum in het Nieuwsblad van het Zuiden onbekend (eind 1945; deze kranten bevinden zich [nog] niet in website Delpher).

 

 

Bonny Day - vanaf 30 april 1946 in het Nieuwsblad van het Zuiden; auteur(s) onbekend.

 

Aankondiging van de strip Bonny Day in het Nieuwsblad van het Zuiden, 27 april 1946.

 

 

 

 

Dick en Dorus - Vanaf 13 juli 1946 in Nieuwsblad van het Zuiden; auteur(s) onbekend.

 

 

Bonny Day in Afrika - Vanaf 9 september 1946 in het Nieuwsblad van het Zuiden; auteur(s) onbekend.

Aankondiging van 'Bonny Day in Afrika', Nieuwsblad van het Zuiden 9 september 1946.

 

 

 

De jacht door New-York - vanaf 17 januari 1947 in het Nieuwsblad van het Zuiden; auteur(s) onbekend.

 

 

Slotaflevering van 'De jacht door New-York', 7 maart 1947 in het Nieuwsblad  van het Zuiden.

 

De Kapitein van den Geheimen Dienst - vanaf 8 maart 1947 in het Nieuwsblad van het Zuiden; auteur(s) onbekend.

 

 

www.delpher

 

Stripverhalen uit De Engelbewaarder (18-11-2016)

 

Het Ros Beyaert - Tekst Marie Koenen, Tekeningen Jan  Waterschoot. In: De Engelbewaarder, jaargang 1955-1956.

 

'N geheimzinnige reis van Piet Pekel - Tekstschrijver niet bekend; tekeningen van Jan Lutz. In: De Engelbewaarder, jaargang 1947-1948.

 

Steven Sterkenarm en Bram de Boef - Tekeningen Leo van Grinsven. In: De Engelbewaarder, jaargang 1938.

 

Willy kiest de binnenvaart - Tekeningen Jan Lutz (?), tekst Ant. Kersten. In: De Engelbewaarder, jaargang 1955.

 

 

Stumpel, B. (27 augustus 2015)
 

Bernardus Stumpel werd op 8 augustus 1838 geboren in Delft en werd op 5 januari 1905 hij in de gemeente Tilburg ingeschreven. Hij werkte onder meer als hoofdonderwijzer in Boxmeer, als hoofd van een rooms-katholieke ULO in Wijk bij Duurstede, en in Geldrop. Vanaf 1888 was hij eigenaar van een galanteriewinkel in Boxmeer. Deze winkel deed naar verluidt tevens dienst als kantoorboekhandel en drukkerij. Hij overleed op 17 augustus 1921 in Tilburg.

Stumpel was dus al op gevorderde leeftijd toen hij vanaf 1908 gedichten begon te publiceren in de Tilburgsche Courant en de Nieuwe Tilburgsche Courant. Het betreft overwegend religieuze gelegenheidsgedichten, niet ongelijk de trant waarin eerder Henri Dolmans eveneens in de krant publiceerde. Hoewel hij onder zijn gedichten enige malen vermeldt: ‘Uit mijn Otium cum dignitate’ [Rust in waardigheid], lijkt daarmee niet te worden verwezen naar een boekpublicatie maar eenvoudigweg naar de klassieke manier om aan te geven dat men de pensioengerechtigde leeftijd bereikt heeft.

De verzen van Stumpel verschenen tot 1918 ter gelegenheid van hoogtijdagen als Kerstmis, Pasen, en Allerzielen. Ook koningin Wilhelmina werd op haar verjaardag regelmatig door hem vereerd met een lofzang. Daarnaast publiceerde hij een aantal humoristische gedichten die wij tegenwoordig tot de light verse zouden rekenen. Hoewel – voor zover nu bekend – het nooit tot een gebundelde uitgave gekomen is, een dichterlijk lot dat hij deelt met Dolmans en Lechim, lijkt Stumpel in Tilburg toch een gewaardeerde gelegenheidsdichter te zijn geweest. Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag plaatste de Nieuwe Tilburgsche Courant een poëtisch eerbetoon aan zijn adres, geschreven door de priester Victor Zwijsen.

Jeroen Ketelaars op CuBra

 

 

http://www.cubra.nl/auteurs/jeroenketelaars/welcome.htm

 

Knipselmap

 

Sutorius, Anna (29 mei 2015)

 

Bron: Lectuur Repertorium

 

Anna Maria Nicolasina Sutorius werd op 8 mei 1880 in Tilburg geboren als dochter van wolhandelaar W.H.A. Sutorius (Spoorlaan) en Anna M.J. Swagemakers. Ze bleef ongehuwd en is op zeker moment verhuisd naar Bilthoven (Utrecht) waar ze op 30 juni 1954 is overleden.

Anna Sutorius begon al circa 1905 te schrijven en te publiceren voor een breed jeugdig lezerspubliek, van versjesboeken voor de allerkleinsten tot avontuurlijke jeugdromans voor jongens en meisjes. Haar originaliteit werd onmiddellijk gewaardeerd en ze werd een van de bekendste jeugdschrijfsters van Nederland. Het succes van haar boeken is mede te danken aan de betrokkenheid van begaafde illustratoren (onder wie Rie Cramer), en de fraaie boekverzorging. Sommige van haar versjes hebben haar ruimschoots overleefd. Bijvoorbeeld het klassieke ‘Onder moeders paraplu’.  

Bron: internetsites boekhandelaren (2015)

 

Ed Schilders

Bijdrage aan De Engelbewaarder, 1952.

 

Ronald Peeters

 

Bij het overlijden van Anna Sutorius plaatste De Engelbewaarder een volledige pagina ter herdenking, een kerstgedicht van haar hand met als toelichting: 'Het hier geplaatste kerstgedichtje behoort zeker tot haar allerlaatste pennevruchten.'

 

Bibliografie uit WorldCat

Knipselmap

 

Stulp (31 juli 2015)

 

Studentenblad van het Mollerinstituut, Nieuwe Leraren Opleiding, Tilburg, dat in de jaren 1971-1974 een achttal keren verscheen, met als hoofdredacteur onder andere Sammie (Tom) America, die ook tekende voor de omslagen. Een aantal medewerkers van Stulp is later in kranten en tijdschriften gaan publiceren, onder wie Ed Schilders, Hans Hoenjet en Will Ogrinc. Het bevatte (studentikoze) journalistieke stukken, boek- en plaatrecensies, interviews en ook gedichten, toneel en strips. Stulp was een doorn in het oog van de directie, het diende namelijk een instituutskrant te zijn. Een van de katholieke pedagogen gaf in zijn woede zelfs het juiste pad aan: zij, de studenten, moesten dat soort werk maar in tijdschriften als Vrij Nederland en Maatstaf publiceren - zij zijn hem daar nog steeds dankbaar voor.

Raak, Cees van, et al, Cultureel Lexicon Tilburg 1945-2008. Wolf Publishers, Tilburg, 2008.

Ed Schilders

 

 

Swagemakers, Oda (januari 2015)


Ronald Peeters

 

Mariëtte Emilia Nicolasoma Eduarda Swagemakers werd op 21 oktober 1916 in de St. Josephstraat 124 te Tilburg geboren. Zij bracht een gedeelte van haar jeugd door in de villa De Lange Akker aan de Bosscheweg in Berkel-Enschot, gebouwd door haar vader textielfabrikant Leon Swagemakers (firma Swagemakers-Bogaers), en waarvan zij in 1920 de eerste steen legde. Zij studeerde aan de Academie voor Beeldende Vorming van de R.K. Leergangen te Tilburg en werd rond 1936 actief in de studentenvereniging Sint-Leonardus en de kring rond de priester Siemer in de Oliemeulen aan de Reitse Hoevenstraat. Als dichteres debuteerde zij in 1935 onder het pseudoniem Maria Dietse in Brabantia Nostra. Gedichten van haar werden verder onder andere in Roeping opgenomen. In 1937 trad zij als Domna Oda Swagemakers O.S.B. in bij de benedictinessen van de priorij Schotenhof nabij Antwerpen. Aanvankelijk bekwaamde zij zich toen in tekenen en schilderen, maar zij ging zich later toeleggen op het beeldhouwen. In 1983 verscheen haar bundel Vijftig verzen 1932-1982 (Antwerpen, Stichting Mercator-Plantijn VZW/Venlo, Van Spijk B.V.).

GAT, Bevolkingsregister 1910/1920, deel 6 fol. 170;

dr. P.C. Boeren, Van Maas tot Schelde, Nijmegen, 1944, p. 73;

dr. H. Kapteijns, 'Letteren in Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe Brabant, III, 's-Hertogenbosch, 1955, p. 273;

NvhZ van 22-2-1983;

dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990, p. 216-217.
  juli 2001

Lauran Toorians, 'Maria Dietse / Oda Swagemakers. Van Rooms-Brabants tot de zen van het fietsen', in: Brabant Literair (bijlage van Brabant Cultureel, 50, 2001, nr. 6), p. 11-14.
 

 

Op 14 oktober 2006 overleed zuster Oda Maria op 89-jarige leeftijd in de priorij Regina Pacis van de benedictinessen in Schotenhof (België), alwaar zij op 18 juli 1938 was ingetreden. In de wereld heette zuster Oda: Maria Mariëtte Swagemakers. Ze werd geboren op 21 oktober 1916 in Berkel-Enschot. Als schrijfster publiceerde ze onder het pseudoniem Maria Dietse. Zuster Oda Maria werd begraven op de begraafplaats van Schoten.

 

Ed Schilders. Oda Swagemakers op hoge leeftijd nog aan het beeldhouwen in haar atelier in de priorij van de benedictinessen. Fotograaf onbekend.

 

3 juni 2015

Oda Swagemakers was lid van studentenvereniging Sint-Leonardus. Nog tijdens haar studentijd koos zij ervoor in het klooster te treden. Tijdens de laatste vergadering van Leonardus die zij bijwoonde, werd haar een gedicht uitgereikt dat verwijst naar een spraakmakende situatie in haar ouderlijk huis:

 

 

Voorzijde van de aankondiging door de ouders dat Mariette Swagemakers als domna Oda Maria in de priorij Regina Pacis in Schotenhof, door 'Eeuwige geloften en maagdwijding' verenigd zal worden met Christus, en 'haar leven zal opdragen aan God'. De tekening van de heilige Oda werd vervaardigd door Luc van Hoek.

Oda Swagemakers op CuBra

Oda Swagemakers - Gedichten

Twee bijdragen aan Geschreven Stad (2000)

 

 

Swarth, Nick J. (7 augustus 2015)

 

Lino door Ivo van Leeuwen, uit: Het geslacht Sus # 3

 

Nick J. Swarth is de schrijversnaam van Joost Geerts, die in 1959 in Tilburg werd geboren. De naam is gevormd naar die van een op jonge leeftijd verongelukte leeftijdgenoot van Swarth en de dichteres Hélène Swarth (1859-1941). Nick J. Swarth won in 1999 de Literaire Prijs van de provincie Gelderland voor Sterrevink's kledij, een monoloog over versterving. De tekst werd gepubliceerd in het tijdschrift Parmentier. In maart 2000 verscheen de bundel Horror Vacuï! een docudrama in 14 staties, met illustraties van Jeroen de Leijer. In 2004 schreef hij de tekst voor het muziektheaterstuk Ich war die Krawatte von Prins Claus, en in 2005 verschenen de dvd en dichtbundel de napalmsessies. In augustus 2005 werd Swarth benoemd tot stadsdichter van Tilburg en verscheen zijn novelle Het pikkie met de kale wup, met tekeningen van diverse kunstenaars. Op 17 april 2007 werd zijn gedicht 'mussenmanieren', vormgegeven door Sander Neijnens, naast de Pauluskerk aangebracht. In oktober 2007 verscheen Naked city poems, verzamelde stadsgedichten, met linosnedes van Ivo van Leeuwen, een uitgave van teleXpress.

Raak, Cees van (et al), Cultureel Lexicon Tilburg 1945-2008. Wolf Publishers, Tilburg, 2008.

7 augustus 2015

Nick J. Swarth ontwikkelde zich steeds meer tot een totaallperformer. Voor zijn vele theateractiviteiten in binnen- en buitenland zie zijn persoonlijke website. Van zijn papieren publicaties moeten nog genoemd worden: ¡Mondo manga! Utrecht, IJzer, 2009, en Mijn onsterfelijke lever. Utrecht, Uitgeverij IJzer, 2010. In 2007 startte Swarth met vormgever/typograaf Sander Neijnens projecten waarbij teksten in de openbare ruimte van Tilburg werden aangebracht. Zie hiervoor het lemma Plekgedichten.

Ronald Peeters, Ed Schilders

TeleXpress - deel 3 in de bibliofiele reeks Het geslacht sus.

 

Uit: Het pikie met de kale wup; illustratie Jeroen de Leijer.

 

WorldCat

LEIJER, J. D., & SWARTH. (1999). Horror vacui: een docudrama in veertien staties. [S.l.], [s.n.].

SWARTH, N. J., HEINSEL, K., & LUYCKS, I. (2002). Kaka, kuus & knikker: het varken in de kunst en cultuur van het avondland. Tilburg, TeleXpress.

SWARTH, N. J., LOHMANN, C., & LUYCKS, I. (2002). Vier zure zultsculpturen. Tilburg, TeleXpress.

SWARTH, & LUYCKS, I. (2005). Het pikkie met de kale wup: 15 jaar roze maandag : Tilburgse kermis 2005. Tilburg, TeleXpress.

SWARTH. (2005). De napalmsessies. Utrecht, IJzer.

SWARTH. (2007). Naked city poems. Tilburg, Telexpress.

LEIJER, J. D., SWARTH, DRIESSEN, B., & BAX, A. (2008). Horror vacui: een docudrama in 14 staties. Utrecht, IJzer.

SWARTH. (2009). ŁMondo manga! Utrecht, IJzer,

SWARTH. (2012). Mijn onsterfelijke lever. Utrecht, Uitgeverij IJzer.

 


Naar het begin van de pagina

Inhoud De paap van gramschap

CuBra Home


Sande, Boekhandel H.D. van de
Sassen, Armand
Saudade Press

Schaduw, Antiquariaat/Uitgeverij
Scheffer, Jan
Schellekens, Jan

Schepers, dr. Johannes Bernard
Schilders, Ed
Schilt, Elie van

Schoenmakers, fr. Anastasius
Schoonebeek, C.H.W./Weingärtner, drukkers

Schotel, ds. G.D.J.
Schraven, Th. J.

Schreurs M.S.C., Jacques

Schreurs M.S.C., p. dr. P.
Schurink, drs. H.J.A.M.
Scryption, Museum voor Schrift- en Kantoortechniek
Servatius OFMCap, pater dr.

Servaes, Anke
SIC
Sicking, J.J.M.
Siemer, Frans
Simons, fr. Domitiaan

Sloet tot Everlo, mr. A.L.N. Baron
Smarius sj, C.F.

Smits, A.L.

Smits & Zonen, Drukkerij Jean
Smits, Drukkerij Piet

Smulders, Ferdinand
Smulders, Willem
Smout, Bart

Spaendonck, Barend Jan van

Spaendonck, Gerard van
Spapens, Paul
Sprengers, C.J.H.

Stadsdichter van Tilburg

Starink, dr. Jan & Gertrude

Steijns, Gerard

Sterenborg, Wil
Sterneberg s.j., H.A.

Straten, Tilburgse literaire
Stripverhalen, Tilburgse

Stripverhalen uit Tilburgse kranten 1920-1950

Stripverhalen uit De Engelbewaarder

Stulp

Stumpel, B.

Sutorius, Anna

Swagemakers, Oda

Swarth, Nick J.