INHOUD MAJOIE
CUBRA HOME

2017

Stichting Cultureel Brabant (CuBra)  & Ben van de Pol

Voici - John Majoie

De man die zijn lezers liet lachen

 

Onder redactie van Ben van de Pol

 

Aflevering 13 (241-260)

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 18 april 1940

 

 

241 Wij zijn niet bang!

 

Wij leven in een vrij land,

Wij zeggen onze meening,

Al zijn we wel eens ooit bedreigd

Met een gedwongen leening.

Wij zijn verschrikkelijk neutraal,

Valt niets op aan te merken,

Wij pakken echter een spion

Onmidd'llijk bij z'n vlerken.

Wij schieten steeds op elk machien

Dat ons gebied komt schenden

En weten ons met een protest

Naar links n rechts te wenden.

Wij dansen niet den Quisling-wals,

Wij haten landverraders,

Omdat wij voor Oranje zijn

Met Nerlands bloed in d'aders.

Wij blijven liefst ver buiten al

Die ruzie onzer buren,

Maar willen graag den een 'n ons spek

En d'ander boter sturen.

Wij waken niet naar nen kant,

Maar heusch naar beide zijden

En hebben steeds ons best gedaan

Om aanstoot te vermijden.

Wij hopen dat de and'ren dit

Ook werkelijk waardeeren;

Wij zullen anders voor geweld

Niet makk'lijk retireeren!

Wij willen steeds onszelf zijn

En ook onszelf blijven

En zullen dan - als't God behaagt -

Er wel doorhenen drijven!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 19 april 1940

 

 

242 Oh, die kraaien!

 

De lentebode in deez' stad

Is niet het groen in boomen,

Maar wl het fraais dat daarvandaan

Naar ond'ren pleegt te komen!...

Want telkens als het lente wordt

Beginnen ze te zaaien,

Dat leuke vliegend ongediert',

Die lekk're zwarte kraaien.

Het is zoo'n echt gezellig stel,

Het zijn zoo'n lieve dieren;

Je neemt er nog eens iets van mee...

Ze weten je te sieren!...

Wij hebben nu ook iets aparts,

Veneti heeft z'n duiven

En Tilburg kan zr prat gaan op

Z'n kraaien... en hun struiven!

De kraaien-polemiek begint

Thans ook weer op te laaien,

Omdat men hn verwijd'ren wil,

Die onze stad verfraaien.

Want, ja, die vuile kraaien, war,

Vertoonen wel eens lekken

En maken op de keien en...

De hoeden witte plekken...

Er is wel iets te zeggen voor

Bescherming dezer dieren;

Men pookt bij voorkeur hen eruit

Wanneer zij welig tieren.

De een zou heel dat (kraaien)stel

Eens lief'lijk willen aaien;

De ander zou ze stuk voor stuk

Den nek om willen draaien.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Toch is het leuk al dat gezeur

Om onze fraaie kraaien

Die op deez' stad van boven af

Wat "losse flodders" zaaien.

Gelukkig dat men om ziets

Hier velen thans hoort grommen:

Getroost, in menig and're stad

Is 't erger: vallen bommen!...

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - dinsdag 7 mei 1940

 

 

243 Moord

 

Naar aanleiding van den lafhartigen moord op een verpleegster bij Delft, in Mei 1940.

 

Elken dag leest m'in de kranten

Van een wereld vol ellend'

En men raakt onwillekeurig

Ook aan dit soort nieuws gewend.

Al het leed van dezen oorlog

Dringt maar nauw'lijks tot ons door;

Ach, men leest er overhenen,

In de sleur gaat veel teloor.

Plots vindt dan ons oog een nieuwtje,

Dat ons mr dan 't andere raakt;

't Is de moord op een verpleegster,

Die op ons toch indruk maakt.

Wat voor "mensch" heeft op dit meisje

Met zoo'n vrees'lijk plan geloerd

En zoo wreed een jong onschuldig

Bloeiend leven afgesnoerd?

Wat misdeed dit jonge meisje,

Dat haar leven had gewijd

Aan verpleging harer naasten,

Juist het tegendeel van nijd?

'k Zou de diepte willen peilen

Van't gemoed van zulk een man,

Die daar ziets weerzinwekkends

Van zichzelf verkrijgen kan.

Wat voor "mensch" zou dt toch wezen

Die een weerlooz' jonge vrouw

Zoo het leven dorst benemen

En geen blijk geeft van berouw?...

Want ng laat hij naar zich zoeken,

Mist op aard' misschien zijn straf,

Doch de zware last der wroeging

Schudt hij nimmer van zich af.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

En zou hij ook niet eens denken

Als hij zich alleen bevindt

Aan die stille vrouw: de Moeder

Van't door hem gedoode kind?...

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 10 mei 1940

 

 

244 Moederdag

 

Op den twaalfden - ditmaal Zondag -

Van de mooiste maand van't jaar

Denken alle goede kind'ren

Heel speciaal 'n keer aan haar,

Die men nimmer kan vergeten,

Die het liefste is op aard',

En voor wie in ieder hart steeds

Een vst plaatsje wordt bewaard.

Als je groot wordt dan besef je

Meer en meer wat moeder is;

Als ze niet meer daar mocht wezen

Voel je hl lang het gemis.

Wat een moeder heeft geschonken

Kan een moeder slechts alleen;

Liefde 'lijk die van een moeder

Vind je hier op aard' maar n.

Als je alles hebt verloren,

Iedereen je soms verlaat,

Zul je moed en troost steeds vinden

Als je naar je moeder gaat.

Ook al is deez' trieste wereld

Zoo vervuld van haat en nijd

Moederliefde is onverwoestbaar

En die blijft ten allen tijd'.

Allen die nog zoo gelukkig

In't bezit van moeders zijn,

Hebben Zondag weer revanche-kans,

Of je groot bent of nog klein.

Reeds de allerkleinst' attentie

Doet het moederhart zoo goed;

En indien z'al rust in vrede

Brengt haar dan een stille groet.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 16 mei 1940

 

 

245 Voorjaarsverschijnselen (1)

 

Als de dagen langzaam lengen

En de zon steeds warmer schijnt...

Als de overjas geleid'lijk

Van het straattooneel verdwijnt...

Als de ijscoman weer postvat

Op den hoek van onze straat...

Als men om in dauw te trappen

's Zondags naar Den Bosch toe gaat.

Als de lindeboom bemest wordt

En het park steeds meer groent...

Waar dan 's avonds op de banken

Hier en daar al wordt gezoend...

Als caf's zich uit gaan breiden

Met terrassen op 't trottoir...

De gepensionneerden 's morgens

Al op stap gaan met sigaar...

Als de vogels nestjes bouwen

En de kalv'ren dartel zijn...

Als het 's middags al een beetje

Te benauwd wordt in den trein...

Als de melkman al vr achten

Staat te fluiten aan de deur

En de dienstmaagd kan doen gieg'len

Ook al is ze ng zoo'n zeur...

Als de "plisiegenten" lachend

Op een zonnig plekje staan

En gemoed'lijk kunnen blijven

Als er iets wordt fout gedaan...

Als de bollenvelden lokken

En men daar elkaar verdringt...

Als de saaiste boer van Cromvoirt

Op het veld een liedje zingt...

Als de schilders weer in touw zijn

En de schoonmaak wordt gepleegd...

Als met mr elan dan anders

Menig stoepje wordt geveegd...

Als er in de krant zoowaar al

Bosch- en heibrand wordt gemeld...

Als de bakvisch 's Zondagsmorgens

Haar vriendin van "sjans" vertelt...

Als de slagersjongen fluitend

Naar zijn verste klanten rijdt

En nog lust heeft om te lonken

Naar de goorste keukenmeid...

Als het meest verwaande meisje

Stiekum naar een jongen loert...

Als er hier en daar door straatjeugd

Al een boompje is gemoerd...

Als de kinderwagen-moeders

Fier door onze straten gaan

En al kletsend op het smalste

Deel van het trottoir gaan staan...

Als de wereld ondanks oorlog

Toch nog zoo beroerd niet lijkt...

Als men 't leven ondanks zorgen

Van de zonnezij bekijkt...

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Nou, dan zou'k U willen vragen:

Doet dan een bekentenis,

Dat dit alles komt omdat het...

Wel, omdat... het lente is!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 8 juni 1940

 

 

246 De handen ineen en de blik omhoog

 

Zoo kreeg - misschien ter loutering -

Ook ons te kleine land

Een schroeiwond als gevolg van

Den woesten oorlogsbrand.

D'ellende bleef ons niet gespaard,

Wij kregen ook ons deel;

Het had wel erger kunnen zijn,

Maar 't is ook gauw te veel.

En nu het land zich al herstelt,

De wonde langzaam heelt,

Is eenheid meer dan ooit gewenscht

En zij men niet verdeeld.

Ach, schort uw oordeel nog wat op,

Gij zijt uw hoofd nog kwijt;

En als ge 't weer gevonden hebt,

Bezint U dan een tijd.

Loopt de historie niet vooruit,

En overweegt eerst goed,

Alvorens gij uw oordeel velt,

Hoe of het dan wl moet.

Er worde nu niet nagekaart,

Geen borrel-strategie;

Men houd' elkaar niet bezig met

Wat onzin-fantasie.

Het is nu een critieke tijd,

Geen tijd toch voor critiek;

Wij zijn nu geen familie meer

Van zwammend Jan Publiek.

De handen uit de mouwen nu,

De wederopbouw vraagt

Dat men elkaar in alles steunt,

Elkanders lasten draagt.

Ons land heeft toch waarachtig wel

Voor heeter vuur gestaan;

Weest nuchter nu, tradities hoog,

Dan zal het wel weer gaan!

De last is toch nog niet zoo zwaar,

Dat men daar onder zwicht;

Men sla de handen nu ineen,

Den blik omhoog gericht!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - maandag 10 juni 1940

 

 

247 Nu we weerloos zijn

 

Bij al het bonte nieuws dat in

De krant wordt opgedischt,

Heeft iedereen den laatsten tijd

Toch nog wel iets gemist.

Dat is het nieuwtje van De Bilt

Dat in een hoekje ligt;

Het meest gelezen maar het minst

Geloofde weerbericht.

Wij staken graag den draak ermee,

Toch missen wij het nu

Al werd er wel eens zon gemeld,

Zij 't zon mt paraplu.

Sarcastisch heeft men steeds gevraagd:

Wat meldt vandaag De Bilt?

En al vertrouwde men het niet,

Het werd toch wel gewild.

Die vraag wordt nu vergeefs gesteld,

Er is geen weerbericht;

We leven in een weer-loos land,

De weerfabriek is dicht!

 

Vandaag voorspel ik u eens wat,

U kunt er van op aan:

Gezien ik morgen jarig ben

De zon weer hoog zal staan!

 

Zeg, hebt u ook gemerkt, dat sinds

Men van De Bilt niets leest,

Het weer - da's toch wel sterk, h -

Zoo prachtig is geweest?!...

 

VOICI

 

 

Ook Corry uit de Stationstraat nam de dichtpen ter hand om enkele welgemeende lovende woorden aan Voici te wijden:

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - dinsdag 11 juni 1940

 

 

Aan Voici!

 

Bijna altijd als ik 's avonds

Even in mijn krantje zie,

Is het eerste wat ik opzoek

Het gedichtje van Voici.

Want de pit die er van uit gaat

Laat je lachen op zijn tijd,

Doet je meegenieten van zijn

Onverstoorb're geestigheid.

Ieder zal het met me eens zijn:

Al zijn versjes zijn O.K.

En je leert op 't laatst zelf ook nog

Zoowat rijmelen ermee.

Dus mijn beste rijmelmeester

Neem dit versje van mij aan,

Kon 'k 't beter, wel dan zou ik

Voor u ook 'ns dichten gaan.

Slechts 'n poov're gelukwensch

Is wat ik u bieden kan;

Blijf nog lang de versjesschrijver

Die 't publiek bekoren kan!

 

CORRY

Stationstraat

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 12 juni 1940

 

 

248 Onze helden

 

Geleid'lijk keerden zij weer terug

Die dappere soldaten;

Zij kwamen rechtstreeks van het front

Of werden vrijgelaten.

Zij hebben zich vol moed geweerd,

Zij deden wat zij konden;

De tegenstander had het zwaar

Daar waar zij hem weerstonden.

Er is niet zonder reden reeds

Veel lof hun toegezongen;

Voor immer hebben zij respect,

Bewond'ring afgedwongen.

Zij hebben voor ons dierbaar land

Het meest in pand gegeven;

Zij zetten alles op het spel:

Hun bloed en hun jong leven.

De tegenstander heeft erkend,

Dat zij zoo dapper streden

En heeft door een loyale daad

Verbittering vermeden.

Zoo kwamen zij behouden terug

In huis of in gezinnen;

Zij konden wellicht niet den strijd

Maar wel onz' harten winnen.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Men heeft in een onzaal'gen tijd

De weermacht veel verweten,

Toch heeft zij Nerland's eer gered,

Dt mag men nooit vergeten.

Aan hen die niet zijn weergekeerd,

Die achter zijn gebleven:

Een groot saluut - zij gaven voor

Het vaderland hun leven.

Zij vielen op het veld van eer,

Zij blijven onze helden,

Die men tot in het nageslacht

Met eerbied zal vermelden.

En gij, die soms een zoon betreurt,

Een echtgenoot of vader,

Wel, troost u met hun beter lot,

Tot hen zegt God: Treedt nader!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 13 juni 1940

 

 

249 Per kar en per fiets

 

Nu d'auto's hier zijn opgelegd,

Benzine moet gespaard,

Nu is de eer zoowaar weer aan

Het vaak versmade paard.

De taxi's liggen in den hoek,

Het rijtuig met koetsier

Viert weer triomf en d'autobus

Werd weer een Jan Plezier.

De vrachten tast men thans weer op

Een oude sleeperskar

En Kees de voerman grijnst met recht:

"Ze moete mn wir, war?!"

Waar thans de automobilist

Langs holle wegen staart,

Daar zegt hij met een variant:

"Mijn auto voor een paard!"

 Getapt is alom in het land

Thans ook het stlen ros;

Wie vroeger in een auto lag,

Die trapt er nu op los!

En had men zich de luxe van

Chauffeur gepermitteerd

Dan heeft men hem per tandem gauw

De "vrtrap" aangesmeerd.

Per paard en wagen of per fiets

Trekt Holland er op uit,

Waardoor de vaart van snelheidsdood

Voorloopig is gestuit.

Een ander voordeel van verkeer

In zeer vertraagden trant

Is dat men thans pas eens goed ziet

De schoonheid van ons land!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 14 juni 1940

 

 

250 Bloote beenen

 

Ze is heel lief, knap en charmant,

Sportief en Fifi hiet-ze,

Toch vind ik haar niet meer zoo leuk

Wanneer ik haar zie fietsen.

Want "mode" schijnt het weer te zijn

 - Ze wil er zich voor leenen -

Om sjansend langs de straat te gaan

Met bloote bleeke beenen.

En als ze nou maar zachtjes bruin

Of welgevormd waren,

Dan was zoo'n demonstratie nog

Een btje te verklaren.

De meeste echter zijn affreus,

Die zijn gewoon afschuuw'lijk;

Ze zouden soms wel kunnen zijn

Beletsels voor een huuw'lijk.

D'r zijn soms van die beenen bij

Met soort van muggebeten;

Je vraagt je af: hoe komt z'er bij?

Of: zou ze dat nou weten?

Ik vind ze toch maar so-wie-so

Al die ontkouste meisjes

Met beenen met de mot erin

Of kuiten als radijsjes.

Ik ben niet tegen wat vertoon

Van vrouw'lijk schoon - dat weet je,

Maar soms dan denk ik toch wel eens:

"Zeg, spaar je nou een beetje!"

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Hoe ik er over denk zal ik

Niet verder laten blijken,

Want anders zegt er straks nog een:

"Dan moet'er nie naar kijke!...

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - maandag 17 juni 1940

 

 

251 Niet zwammen!

 

Praat nou niet meer over bommen,

Over troepen enzoovoort;

Over dingen die uw buurman

Weer van and'ren heeft gehoord.

Praat niet over oorlogskansen,

Over oorlogsmat'riaal;

Over treinen met kanonnen

En weet-ik-'t-allemaal.

Kondigt niet - hoe wilt ge't weten? -

Zoo maar bomaanvallen aan,

Net alsof zooiets tevoren

Op den "plakzuil" heeft gestaan!

Praat vooral niet over dingen,

Die men niet bewijzen kan;

Leurt voorzeker niet met cijfers,

Want ge weet er tch niks van!

Zit elkaar niet op te winden,

Beurt elkander eens wat op;

Neemt een biertje en tapt hoogstens

Een niet-politieke mop.

Zit daarachter niet te smoezen

Met de koppen bij elkaar:

Vol verhalen van "ze-zeggen",

Want het meeste is niet waar!

Praat ook niet van "lamawaaie",

Zuchten moet je evenmin;

Steek je handen uit de mouwen

En je neus niet v'ral in!

Ja, het komt nu op prestaties

En niet meer op praten aan;

Laat die mosterd na den maaltijd

En dat nakaartspel maar staan!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 19 juni 1940

 

 

252 Generaal pardon

 

Juist toen Generaal Ptain bij

Ieder op de lippen was,

Bleek het Generaal Pardon plots

Waar men in de krant van las.

Wel een rare variatie,

Maar toch even actueel,

Ook al leest men van "pardon" dan

Tegenwoordig niet te veel.

Niet onaardig van de fiscus

Om ons voor de tweede maal

Tot berouw een kans te geven;

Da's nou nog eens joviaal!

Generaal pardon wil zeggen:

Gij, daar, die wel beter wist,

Doe maar net alsof je neus bloedt,

Of je j'eigen hebt vergist!

 

Gij, die stiekem hebt gefoezeld

En den Staat niet hebt verschaft,

Wat den Staat pleegt toe te komen,

Wel, ge wordt nog niet gestraft.

Gij, die twijfelachtig pover,

Te bescheiden hebt gedaan

En wat nullen hebt vergeten,

Laat u niet te lg aanslaan.

Dus nu waarheid neergeschreven,

Waar men eerst maar iets verzon;

Klopt rouwmoedig op uw borst en

Zegt onnozel: "Oh, pardon!"

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 20 juni 1940

 

 

253 Het kan verkeeren!

 

Ze zeggen dat - het zal dan wel! -

De wereld wordt hervormd;

Dat bleek al nu den onderkant

Zoo angstig wordt bestormd.

Want vroeger werd een vliegmachien

Aanschouwd met open mond,

Maar tegenwoordig kruipen wij

Voor 't onding in den grond.

Wanneer je iets verduisterd had,

Dan ging je in de kast,

Terwijl thans door de overheid

Verduist'ring wordt gelast.

We hadden vroeger vleesch-in-blik,

Wat ons best smaken kon;

Ook dt gaat binnenkort niet meer:

Dat wordt dan vleesch-op-bon.

Wie pas nog in een auto zat,

Die zucht nu op een fiets;

Wie vroeger voor ontwaap'ning was,

Die zegt nu plots'ling niets.

Bij somm'ge winkeliers kreeg j'eens

Een bon wanneer j'iets kocht;

De kooper wordt thans zelf beleefd

Eerst om een bon verzocht.

Wie vroeger aan de armen graag

Wat eten heeft gebracht,

Die wordt thans zelf "bedeeld" en met

Een beete broods bedacht.

Een rijtuig vond men ouderwetsch,

Dat was al uit den tijd,

Maar wie er thans nog een bezit,

Die wordt toch veel benijd.

Wanneer er ooit verdeeldheid was,

Dan zeker in ons land;

Ook dt verandert wat wel blijkt

Uit onzen "eenheidsband".

 

Zoo ziet men dat, wat Breero zei,

Nog altijd opgeld doet;

"Het kan verkeeren" wist die al,

En zie: Hij had het goed!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 21 juni 1940

 

 

254 Voor eigen volk

 

Wie onzer had onlangs vermoed

Toen Nederland spontaan

Zijn plicht van naastenliefde voor

De Finnen had gedaan,

Dat ook ons eigen land zoo kort

Nadien in nood zou zijn.

Al is ons leed bij vergelijk

Van and're landen klein,

Toch bleek het noodig dat er thans

Een oproep wordt gedaan

Om onze handen tot herstel

En hulp ineen te slaan.

Een nationaal groot offensief

Van financieelen aard

Wordt morgen ingezet op hen,

Wier have bleef gespaard.

Dan ramm'len door het gansche land

En vr het eigen land

Collectebussen op en neer,

Geeft dan met gulle hand!

Wij brachten graag een offer als

Een land noodlijdend was;

Houdt deez' traditie hoog en dan:

Forceert naar kracht uw kas.

Toont allen - wie 't maar even kan -

Uw beste sentiment;

Toont nu dat uw liefdadigheid

Hier k geen grenzen kent.

Geeft morgen gul voor Nederland,

Voor eigen volk in nood;

Ons land is klein, maar 't blijk' opnieuw:

In daden is het groot!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 21 juni 1940

 

 

255 Morgen geen smoesjes!

 

Morgen komen er tenslotte

Dan weer bussen in de stad,

Waar niet enkel wij hier maar het

Heele land behoeft' aan had.

Ook al zijn het rammelbussen

En al gaan ze op en neer,

Tch zijn deze bussen welkom,

Ook al vragen zij wat "smeer".

Want het zijn collectebussen

Waar je hl veel geld in doet;

Waar je niet aan kunt ontkomen

Met de smoes: ik ga te voet.

Wat u morgen niet moet zeggen,

Is bv. : "Gaf al wat!",

Of: "Ik zal het nog wel sturen",

Of: "Ik ben dat schooien zat!"

Zegt niet aan de deur zoo'n smoesje

Als: "Ik heb het niet meer klein",

Laat de dienstmaagd nou niet zeggen,

Dat "ze uit logeeren zijn".

Zegt vooral niet kinderachtig:

"Hier zijn ook de ruiten stuk",

Of: "Ik steun reeds mijn familie",

Of: "Ik heb het nu te druk".

Stuurt ze aan de deur niet door met:

"Oh, we weten hier van niets",

Of: "Mevrouw ligt net te rusten",

Moppert niet: "Tisaaltij"-iets!

Zegt niet van die flauwe dingen,

Net als: "Hebt u hiervan terug?",

Of: "Ik heb nie as 'n tientje",

Of: "Het groeit niet op m'n rug!"

Morgen moet ge ook niet zeggen:

"Ach, 't convenieert me niet",

"Heb geen putj' om't uit te scheppen",

Of een ander kluitj' in't riet.

Zegt beslist geen domme dingen

Als bv.: "Hebbetnie!",

"Laat ze voor d'r eigen zorgen",

"Zitten zelf zonder spie!"

Weg met al die flauwe praatjes,

Tast nu allen in den zak;

Denkt eens aan uw landgenooten

Zonder goed en onderdak.

Toont u nu eens allen morgen

Van den meest royalen kant,

Want het gaat nu om heropbouw

Van't gehavend vaderland!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 22 juni 1940

 

 

256 Pot er nog wat bij!

 

Wilt uw dubbeltjes en kwartjes,

Guldens, briefjes en zoo meer

Nog een wijle goed bewaren

Tot een volgenden keer.

Want opnieuw werd daar waarachtig

Ons ter elfder uur' gemeld,

Dat de "groote nationale"

Weer 'n keer is uitgesteld.

Dit mag niet van invloed wezen

Op uw beurs en goede hart;

Legt nu wat ge wilde geven

Veertien dagen maar apart.

Laat het geld dan rustig liggen,

Legt 't niet te vr opzij;

Bij dit uitstel doe'k een voorstel:

Pot er nog 'n bietje bij!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - maandag 24 juni 1940

 

 

257 Afscheidsgroet aan Jantje Pijn

 

24 Juni 1940.

 

Jantje Pijn zal niet meer fietsen,

Althans niet meer op de baan,

Op z'n lauw'ren gaat-ie rusten

En z'n racefiets laat-ie staan.

Hoe men soms ook moge denken

Over onze wielersport:

Jantje toonde toch prestaties,

Had aan wilskracht geen tekort.

Want hij deed het met z'n beenen,

Met z'n moed en eigen kracht;

Energie liet hij vaak blijken

En hij heeft het ver gebracht.

Hij begon als simp'le jongen,

Werd beroemd als "Jantje Pijn",

Is gekroond tot wielerkoning,

Was een held op zijn terrein.

En nou kunnen ze wel zeggen:

"Ach, die nare fietserij!"

Maar de Pijn wist-wel-van-wanten,

Hield er zijn verstand k bij.

Want het geld dat hij "betrapte",

Heeft hij waarlijk niet verbrast;

Schepte zich een net bestaantje,

Wat hem ook weer keurig past.

Zeker heeft hij bijgedragen

Tot de faam van onze stad,

Die in hem een fairen sporter

En een selfmade-kerel had.

Jan "Kanonbal" laat een leemte

Op de oude wielerbaan,

Nu men hem daar niet meer grijnzend,

Ruggekrommend rond ziet gaan.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Jan, ze zullen je wel missen

Met je leuk-brutale snuit,

Met je wervelwind-manieren

En je blijkbaar stalen huid.

Lang nog zullen wij je heugen

Als de groote Jantje Pijn

Die door ons zoozeer getapt was,

Thans ns tapt... als kastelein.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 27 juni 1940

 

 

258 Motorloos

 

Ze hebben onzen redacteur

Z'n "motorke" gestolen,

Zoodat-ie thans ook slijten zal

Zijn lang gespaarde zolen.

Ik ken 'em wel dien "riddeteur"

Met zijn verchroomde "plofje",

Dat hij angstvallig steeds ontdeed

Van elk vuil en stofje.

Men zag het dingske altijd staan

Bij brand en ongelukken;

Het had een zeer verwaand geluid,

Liep hard en niet met snukken.

"Motobcane" zoo heette het

(En nou niet om te plagen:

Maar als je't omdraait zou't den naam

"Bekaant 'ne motor" dragen!)

Nu is het "plofje" weggehaald,

Heel stiekem in het donker;

Een ander is er mee vandoor,

Die speelt nu fijn de pronker!

Die wou ook wel eens op zoo'n ding

Een beetje rond gaan toeren,

Al is er thans toch niet veel kans

Om "moterkes" te moeren.

Want wie nu op dien motor rijdt,

Die zal dat wel niet mogen;

En als-ie geen benzine heeft,

Dan zit-ie z op't droge!

 

Geachte motor-redacteur,

Ge kunt een nieuw gaan koopen,

Maar troost u dat zoovelen thans

Weer fietsen ofwel loopen!

 

VOICI

 

 

De waardering van een lezer voor de gedichten van Voici die ook begrijpelijk zijn voor de gewone man, blijkt uit de volgende ontboezeming:

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 27 juni 1940

 

 

Onzen dank aan Voici

 

Als 's avonds hier de krant verschijnt,

Is het eerste wat ik zie

Geen hoogdravende politiek

Maar het versje van Voici.

Gaat voort als ik u vragen mag

Met eenvoudige gedichten,

Die ook den burgerman verstaat

En zijn bestaan verlichten.

Vele van zijn rijmproducten

Heb ik al opgespaard,

Des avonds uit de krant geknipt,

Zij zijn het heusch wel waard.

En nu ik in den laatsten tijd

Veel vrijen tijd geniet,

Lees ik uw rijmpjes dikwijls na

En ik verveel me niet.

En de Redactie van dit blad

Geef ik den goeden raad:

Zet Voici tot werken aan,

Gij ondervindt de baat.

Want deze verzen zijn voorwaar

Bij ieder populair,

Geachte schrijver onzen dank,

Wij hopen op nog meer.

 

EEN WAARDEEREND LEZER

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 28 juni 1940

 

 

259 Die hebben niks gemist

 

Volgens te Lima, hoofdstad van Peru, ontvangen berichten, hebben Peruaansche militaire vliegers op verkenningsvlucht in het diepst van een oerwoud een kolonie ontdekt van ongeveer 400 blanken, die na den tijd der rubberconjunctuur door wilde Indianenstammen van de bewoonde wereld werden afgesneden, in 't oerwoud moesten blijven en 25 jaar lang niet in contact zijn geweest met de "beschaving" (Juni 1940).

 

Ach, hoe hebben deze blanken

In die vijf-en-twintig jaar

In dat woud 't kunnen stellen

Zonder krant, 'n goei sigaar,

Zonder radio en auto's,

Bioscoop en wat al meer;

Zonder permanent en roomijs

En misschien wel zonder kler!

Och, wat zal het hen toch spijten

Thans niet hier te kunnen zijn

In dit schoone, lief Europa,

Want daar is het toch zoo fijn!...

Maar ik vrees wanneer ze kwamen

En ze keken dat eens aan,

Dat z'er gauw "tabak" van kregen,

Terug naar't oerwoud zouden gaan.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Ja, gij blanke woudbewoners,

Blijft maar rustig waar gij zijt,

Want wij zijn van de beschaving

Wellicht mr dan jullie kwijt.

Wij begrepen hier elkander

Sinds 'n tijdje niet meer goed,

Achteraf, ja, nou't te laat is,

Weet men dat het nders moet.

Juist toen jullie je verscholen

In dat Peruaansche bosch,

Maakte men de groote fout en:

Thans komt de reactie los.

Wij verdeelden wel een beetje,

Doch verdeelden het verkeerd;

Van verdeeling kwam verdeeldheid,

Maar... we hebben iets geleerd!

Weest gelukkig, oerwoudisten,

Dat ge hier nog niets van wist;

Voor de rest: van de "beschaving"

Hebt ge zeker niets gemist!...

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 29 juni 1940

 

 

260 De vette gemeente

 

Da's het nieuwste tegenwoordig:

De gemeente Oisterwijk

Sticht een varkensfokkerijtje,

Geeft daarmee van vetlust blijk.

Om de varkens vet te mesten

Is met spoed ook aangesteld

Een speciale fokcommissie

Die den vetstand week'lijks meldt.

d'Afval van de Oisterwijkers

Wordt nu keurig gesorteerd,

Netjes den gemeentevarkens

Ter vetmesting aangesmeerd.

Met dit al heeft het bestuur thans

Van dit graag bezochte oord

Een nog meer toeristen lokkend'

Varkenspotje aangeboord.

Oh, daar komen nu voorzeker

Koeien en ook schapen bij,

Hiervoor passende commissies

En een eigen boerderij.

Het bestuur van deez' gemeente

Wt het wel en heeft reeds vaak

Menig varkentje gewasschen

Zij't niet voor zoo'n vette zaak!...

De bedoeling van dit voorstel,

Dat zoo gretig werd aanvaard,

Is beslist een soort revanche

Die als volgt zij verklaard:

d'Oisterwijksche B. en W.-ers

Hebben op hun breeden rug

Nogal vaak hun vet gekregen,

Maar nou geven zij het terug!

 

VOICI