INHOUD MAJOIE
CUBRA HOME

2017

Stichting Cultureel Brabant (CuBra)  & Ben van de Pol

Voici - John Majoie

De man die zijn lezers liet lachen

 

Onder redactie van Ben van de Pol

 

Verzen van Voici in De Maasbode

 


Het nummer na de titel verwijst naar het vers in de NTC, zoals opgenomen op de CuBra-pagina's van de verzen van Voici.

 

De Maasbode - zondag 12 februari 1928

 

 

1. Ford (2, enkele kleine wijzigingen)

 

1927

Ik ben op straat

En heel galant

Loop 'k naar d'overkant.

Maar midden op de baan

Blijf ik staan.

Wat komt daar aan?

Wat komt daar aangesnord?

't Is zoowaar een Ford!

Moet 'k nu opzij

Voor zoo'n karwei?

Dat rammelding, dat zwarte vod?

Ik ben wel zot!

Hei! Hei! Op zij!

Zoo roept de chauffeur

Met hoog-roode kleur.

Toch ga 'k op zij,

Da's beste, hei?

Al kom je d'r onder:

't Geeft je geen donder!

't Rijdt over je heen,

En je breekt geen been!

En als je hoort: Tuut! Tuut! heel kort:

Loop door: 't is maar 'n Ford!

 

1928

Weer ben ik op straat;

Nu is 't al laat,

En "en-passant"

Kuier 'k even naar d'overkant.

Maar plots klinkt daar

Een claxon-zwaar.

En thans heel vlug

Vlieg ik terug.

En wat m'n oogen zagen

Was 'n fijne, chique wagen.

Bumper voor en ook een achter,

En geen motor snort er zachter.

Geen hel-verblindend licht

Flikkert nu in je gezicht.

Nu geen schelle, felle lampen

Ter bevordering van autorampen.

Maar wat ik je vertel:

't Was 'n fijn model!

En als je nu hoort:

Tuut! Tuut! heel kort:

Blijf staan: 't Is de nieuwe Ford!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 1 april 1928

 

 

2. Ontwapening! (8, enkele kleine wijzigingen)

 

Reeds ontelbaar vele malen

Heeft de Assemble vergaard,

Om ontwaap'ning te bespreken

En verbanning van het zwaard.

Op de laatst gehouden zitting

Heeft men druk geredeneerd,

Heeft de een nog meer dan d'ander

Heel wat van zijn land beweerd.

't Was 'n int'ressante theekrans:

Rusland was van de partij;

Litwinoff zou even spreken,

Was er als de kippen bij.

"Weg met al dat nare spooktuig,

Wat men wapen heeft genoemd;

Alle zwaarden zijn voor eeuwig

Van nu af aan door mij verdoemd!

Mitrailleurs en oorlogsbooten,

Tanks, kanon en vliegmachien

Mag ik na 'n viertal jaren

Nergens op deez' aard meer zien!"

H, dat was me nou toch ook iets,

"'t Zal wel keezen maar niet gaan",

Zoo dacht Eng'land bij zich zelve,

"En dan 't is met mij gedaan".

Zoo de eene staat na d'ander

Knikte "neen" en gaf "niet thuis",

En na enig na-gebabbel

Ging heel 't zaakje weer naar huis.

Eng'land bouwt weer lekker kruisers,

Uncle Sam wedijvert mee,

Holland koopt 'n nieuwe blik-tank,

Da's ontwapening nou, hoezee!

 

En al werd dan Rusland's voorstel

Door geen enk'len staat aanvaard,

De reclame was uitstekend:

Sovjets zijn van vreedzam aard!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 8 april 1928

 

 

3. Hoog bezoek (9, enkele kleine wijzigingen)

 

H, wat heb ik nou gelezen:

Chamberlain komt naar ons land,

Naar de bollenvelden kijken

Met z'n vrouwtje aan z'n hand.

Dit mag men wel apprecieeren,

Dat een staatsman zooals hij,

Hier naar Holland komt gevaren,

Holland met z'n zand en klei.

Sir, u zult zich dan verwond'ren

Over wat u dan hier ziet,

Want een keuter-boertjes-landje

Is ons Nederland heusch niet!

 

Als u weer bent teruggekomen

Met de boot aan d'overkant,

Maak dan ginds maar eens reclame

Voor dit schoone tulpenland.

Doch kom niet na veertien dagen:

"Nederland, ik ben zoo vrij,

Tulpeninvoer is verboden,

Net als die van 't kievits-ei!"

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 22 april 1928

 

 

4. Ze beginnen weer! (12, enkele kleine wijzigingen)

 

Weer is 't voorjaar aangebroken,

d'Oorlogstijd is weder daar;

Burgeroorlog, grootste onheil,

Staat weer met z'n rampen klaar.

Noord en Zuid gaan nu weer strijden,

Tsjang-tso Lin en Tsjang-Kai-Shek,

Wu-Fu tegen Kreng-jan-Salie;

Van die namen word je gek!

Wordt de wereld dan nooit wijzer?

Komt er dan nooit vreed'op aard?

"Loop!" zoo zeggen de Chineezen,

"Vrede lap ik aan m'n staart!"

Communisme viert daar hoogtij,

Nergens gaat die zaak zoo goed;

Groote steden gaan ten gronde

En er vloeit onschuldig bloed.

Och, hoelang zal het nog duren,

Dat deez' krijg heeft afgedaan?

En hoelang voordat een keizer

Eens op China's troon zal staan?!

Niet heel gauw zal dit gebeuren

In dat helsche Hemelsch' Rijk,

Want reeds sinds drie lange jaren

Staat daar vrede aan den dijk!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 20 mei 1928

 

 

5. Primo-Secundo (27, gewijzigd)

 

Senor Primo de Rivera,

Spanje's eerste generaal,

Gaat na enk'le maanden trouwen

En wel voor de tweede maal.

Reeds verscheid'ne lange jaren

Is deez' staatsman weduwnaar,

Maar nu trouwt hij eene schoone:

Spaansche oogen, gitzwart haar.

Groot is het verschil in leeftijd

Tusschen deze hij en zij;

Hij is vijftig en zij dertig,

Maar het trouwen staat hem vrij!

Zal hij nu nog "Primo" blijven

Als hij eenmaal is getrouwd?

Zal hij niet "Secundo" worden,

Zoodat hem die stap berouwt?!...

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 3 juni 1928

 

 

6. Van Lear Black's avonturen (20, enkele kleine wijzigingen)

 

H, dat vind ik nou echt jammer

Wat ik daar weer heb gehoord:

d'Internationale vliegtocht

Is door averij verstoord.

Boven d'Afrikaansche wouden

Werd het toestel plots onklaar;

Verder vliegen was gevaarlijk

Want de vleugels deden raar.

Jammer dat dit juist gebeurde,

Alles ging tot nu zoo goed,

En men was zoo ver gevorderd,

Geysje was vol goeden moed.

En nu moet die groote vogel

Van de K.L.M. naar huis;

Maar niet lang blijft Black beneden

Want hij voelt zich daar niet thuis!

Gauw zal hij wel weer gaan vliegen

In de lucht tot elken prijs,

En oprecht wensch ik den vliegers

Wederom een goede reis!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 10 juni 1928

 

 

7. Modern-verkeer (23, enkele kleine wijzigingen)

 

          (Historisch)

 

Vreeselijke consternatie

Voor dien man uit Rotterdam,

Toen hij aan den trein te laat was,

Oh, wat vond hij dat toch lam!

Hij was trein-kok moet u weten

Op de Pullman naar Parijs;

En den post, dien hij bekleedde,

Gaf hij ook zoo maar niet prijs.

Maar de K.L.M. bracht uitkomst,

Had direct een vliegtuig klaar.

En hij vloog daarmee naar Brussel,

Maakte weer het eten klaar!

 

Ja, zoo gaat 't in deez' tijden.

Ook al mis je dan den trein,

Met een sneller vliegmachientje

Kun j'er nog veel eerder zijn!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 15 juli 1928

 

 

8. "Comfort" in den bioscoop (nieuw)

 

Ja, comfort dat is maar alles

In den hedendaagschen tijd.

Ieder mensch is maar het liefste

Van elk ongemak bevrijd.

Want zoo is de nieuwste vinding

In Amerika gedaan,

Waar de menschen o, zoo gaarne

Naar de bioscopen gaan.

Moeders nemen daar haar baby's

Mede naar den bioscoop,

Nou, en u begrijpt, die schreeuwerds

Zetten alles overhoop.

Maar dit zal niet meer gebeuren,

Want een slimme directeur

Heeft een kamer laten maken

Met een extra dikke deur.

Hierin kunnen dan de baby's

Netjes worden neergezet,

Kunnen ze maar lustig schreeuwen,

Niemand die er nog op let.

 

Straks zie ik nog oude tantes

Naar den bioscoop toe gaan,

Met haar kleine kamerhondjes

Aan een riempje achteraan.

Wel, je deponeert zoo'n beestje

In een derg'lijk janklokaal,

En zelf ga je fijn genieten

Van't programma in de zaal!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 5 augustus 1928

 

 

9. Ministers-avonturen (29, enkele kleine wijzigingen)

 

Die was goed voor enk'le dagen

Met Zijn Excellentie Kan

Voor de schipbrug daar in Arnhem,

Was me dat een reuze pan.

U moet weten toen zijn auto

Voor de brug kwam aangezwaaid

Werd dit stuk verkeersbelemm'ring

Voor zijn neus juist weggedraaid.

Hij kon best wel even wachten

Op den trein van twee na vier,

En z lang zou het niet duren

Want hij had nog n kwartier.

Maar het wachten duurde langer,

Langer dan men had gedacht,

En ik wed dat de minister

Nimmer z lang heeft gewacht.

D'eene sleep kwam na de ander

Langzaam, langzaam langs de brug,

Het kwartier was reeds verstreken

En ng week de brug niet terug.

Gauw toen even tel'foneeren

Naar den chef van het station

Om nog even slechts te wachten,

En gelukkig dat het kon.

Maar nog immer voeren sleepen

Tragisch langzaam door den Rijn,

En zoo miste de minister

Tch nog den vertraagden trein.

 

Maar gewis na enk'le jaren

- En dat is dus al heel vlug -

Ligt in plaats van dit obstakel

Ginds een mooie vaste brug!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - dinsdag 28 augustus 1928

 

 

10. Nooit meer oorlog! (33, gewijzigd)

 

Lang nog zal die dag ons heugen,

Die zoo hoogst voorname dag,

Dat de oorlog zijn verbanning

Plechtig uitgesproken zag.

Want zoo zwoeren vijftien landen

Gister plechtig d'oorlog af;

Ach, ik wou dat deze daad nu

Eind'lijk eens den vrede gaf!

Och, ja zeker, ruim tien jaren

Is er vrede op deez'aard,

Maar nog is er een en ander

Dat den Vrede zorgen baart

Mocht het menschdom nu eens leeren,

Dat alleen zachtmoedigheid

Bij geschillen tusschen landen

Tot het beste einde leidt.

Hoeveel weemoed en ellende

Bracht ons niet die wereldbrand;

Dat men nu toch wijzer weze

En zich richte naar God's Hand.

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zaterdag 17 november 1928

 

 

11. Luchtvaart (64, gewijzigd)

 

De vijf vluchten naar Indi - Hulde!

 

Welkom dapp're luchtvaarthelden!

Welkom in uw vaderland!

Met ontzag voor uw prestatie

Drukken wij u thans de hand!

Nog zoo kort is het geleden,

Dat ge heenvloogt hiervandaan,

En slechts enk'le weken later

Zien w'u weer in Holland staan.

Ook al gaat het met de and'ren

Niet zoo goed op deze vlucht,

Onze K.L.M. blijft zeker

Lang nog meester van de lucht.

Een succes is deez' retourvlucht,

Een succes ook voor ons land,

Zulke vluchten sterken tevens

Met de Oost den vriendschapsband.

 

Hulde dan aan zulke kerels!

Hulde zulk' een Maatschappij!

Tot den roem van ons klein landje

Draagt de K.L.M. veel bij!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zaterdag 19 januari 1929

 

 

12. "Impossible!" (40, gewijzigd)

 

Noodsignalen klinken angstig,

Weer is er een schip in nood;

En zij snellen weer ter hulpe

Springen in de reddingsboot.

Menschenlevens gaan zij redden,

And'ren zijn ginds in gevaar;

Altijd staan die brave mannen

Voor hun medemenschen klaar.

Ze doorklieven dan de golven,

Banen zich een weg door zee,

Maar het wilde, woeste water

Sleurt hen onmeedoogend mee.

Zij die and'ren wilden redden,

Wilden helpen uit hun nood,

Vonden daar hun kille graven,

Stierven er een heldendood!...

Vrouw en kind'ren blijven achter,

Lijden thuis een schrik'lijk leed,

Bij 't verlies van zulk' een vader,

Dien men nimmer meer vergeet

 

En de zee ruischt weder verder,

Geeft dan straks haar prooien weer;

Met ontzag voor zulke helden

Buige men de hoofden neer!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 10 februari 1929

 

 

13. Miss Holland! (41, ongewijzigd)

 

Heeft ze kuiltjes in haar wangen?

Schoone oogen, rasecht haar?

Heeft ze mooie slanke beenen,

Staan d'r tandjes naast elkaar?

Dit werd laatst heel streng bekeken

In Tuschinski, Amsterdam,

Waar een stel Hollandsche meisjes

Voor het groote voetlicht kwam.

Eentje werd er uitgekozen,

Opgezonden naar Parijs

Om met and'ren ginds te dingen

Naar den eersten schoonheidsprijs.

 

Maar wat gaan we nou beginnen?

Waar wil Holland nu naar toe?

Gaan we nu voort'ook al meedoen

Aan dat vrees'lijk flauw gedoe?

Zoekt gij Holland's mooiste vrouw soms?

Gaat dan langs het kille strand,

Daar vindt gij de zeemansvrouwen,

Schoonste vrouwen van ons land!

Gaat ze zoeken bij de zieken,

Waar ze waken dag en nacht;

In de groote ziekenhuizen

Is de vrouw die gij verwacht!

Gaat ze zoeken in de mijnstreek,

Waar ze zwoegen om hun brood,

Waar ze elken dag bedreigd zijn

Met heur mannen zwarten dood!

Zoekt op kleine koude kamers,

Waar de meisjesjeugd studeert;

Zoekt desnoods politievrouwen,

Grootegast heeft het geleerd!

Daar zult gij de echte vinden,

Daar vindt gij de ware VROUW!

Niet met poeders, lippenstiften,

Ook niet op een beauty-show!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 17 maart 1929

 

 

14. Socialisme? (43, ongewijzigd)

 

Wat een vreeselijk' ontdekking!

Wat een reuze mop was dat!

Hoort eens hoe Polak zijn vrienden

Schitterend te pakken had!

Leden van de Eerste Kamer,

Van de Tweede evengoed,

Hangen in een garderobe

Heel gerust hun jas en hoed.

Die Polak is eens gaan snuff'len,

Heeft er heimelijk geloerd

En daar vond hij toen twee jassen,

Allebei met bont gevoerd.

Nu wou hij toch ook eens weten,

Wie de eigenaar wel was

Van elk dezer kledingstukken,

En het resultaat was kras!

d'Eene was van Lou de Visser,

Zeker een kapitalist?

Neen, dat moet u heusch niet denken,

Want hij is "de" socialist!

En die and're, moet u weten,

Die behoorde aan van Kol!

Waar blijft nu het socialisme?

Zijn de rooden soms op hol?

 

Deze mop is onbetaalbaar,

En zij geeft een goeden kijk

Op het ware socialisme,

Socialisme in praktijk!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 25 augustus 1929

 

 

15. Oud maar dapper! (nieuw)

 

Was me dat een flinke dame

Deze Engelsch' Hertogin;

Zij vloog trots haar zestig jaren

Blij de wijde wereld in.

Deze jonge oude dame

- Hebt u ooit zooiets gezien?! -

Vloog van Londen naar Karachi

In een heusch-echt vliegmachien.

Dat is toch verduiveld aardig,

Die noem ik een pionier,

En zij was ook ongetwijfeld

Wel de oudste passagier!

En zij maakte in zes dagen

Deze vliegtocht op en neer;

't Is een meegaan van de oudheid

Met het modern snel-verkeer.

Deze dame heeft ook vroeger

Nog de trekschuit wel gekend;

Met een diligence voorzeker

Langs een lange weg "gerend".

Maar zij wilde ook eens weten

Wat voor een gevoel het geeft

Als men in een snorrend vliegtuig

Tusschen aard' en hemel zweeft.

Aan de Hertogin van Bedford

Daarom een verdiend: Bravo!

Als men haar nu spreekt van vliegen

Zegt ze trotsch: "I did't also!"

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 29 september 1929

 

 

16. Zomerhulde (61, enkele kleine wijzigingen)

 

Mogen wij dien schoonen zomer,

Die zoo goed heeft aangedaan,

Zooveel vreugde ons verschaft heeft,

Zonder meer zoo laten gaan?

Deze zomer die ons allen

Toch zo heerlijk heeft bedacht,

Zveel zon ons heeft geschonken

Als wel niemand had verwacht.

Hoeveel dagen liggen er niet

Achter ons van zonneschijn,

En wij weten uit ervaring:

Het kon heel wat kouder zijn.

Neen, het was een reuze zomer

Voor het bosch, de hei, de zee;

Zoo'n vacantie maak j'in Holland

Ook niet alle jaren mee.

Neen, we hebben heusch geen klagen,

Deze zomer was echt "af";

'k Wou dat elk jaar ons zulk een

Afgewerkten zomer gaf!

Ook de herfstmaand September

Draagt ons aller sympathie,

Zij heeft zich zr goed gehouden,

't Was n zonne-pozie!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 6 oktober 1929

 

 

17. Herfst (65, enkele kleine wijzigingen)

 

De regen klettert klat'rend neer,

Wat is me dat een hondenweer;

De herfst is thans in het land

En toont zich van den kwaadsten kant.

De zomer heeft nu afgedaan,

Die is met moeite heengegaan;

De herfst is in vollen gang

En doet zich gelden van belang.

De regen striemt je in 't gelaat,

Een Westenwind giert door de straat;

En ziet daar boven in de lucht

De zwaluw die naar 't Oosten vlucht.

De mooie dagen zijn voorbij

Van bloempjes plukken op de hei

Of baden aan het zonnig strand:

De herfst heerscht met straffe hand!

De zomer heeft ons veel verwend,

Want regen heeft ze niet gekend,

Doch wat er toen te weinig viel

Dat voel je nu tot aan je ziel!

Met heimwee naar die zomerzon,

Die toen gedaan heeft wat ze kon,

Begroeten wij den herfst nu

Met regenjas en paraplu!

 

VOICI

 

 

De Maasbode - zondag 13 oktober 1929

 

 

18. Op 't Najaar (nieuw)

 

Jawel, mijn beste vriend Voici,

De zomer is "kapot", compris?

Praat niet van bloempjesplukken, zulle,

Maar zoek maar naar je winter-spulle

't Is lang genoeg mooi weer geweest

Zeg maar vaarwel aan 't hittefeest.

 

We hebben lang genoeg gezweet,

Gezucht: "Wat is het toch weer heet!"

De herfst? die is aan 't blarenplukken

Het strandgenot? dat ligt aan stukken.

De storm? hij rammelt aan je ruit,

De frissche lucht blaast in je snuit.

 

Dat heimwee naar het mooie weer,

Die zon, die zwaluw en nog meer,

Dat loopt wel los, 't kon z niet blijven.

Maar, laat ons er niet over kijven.

De zomer is een lust geweest,

Maar mij bevalt de kou het meest.

 

VOILA

 

 

De Maasbode - zondag 24 november 1929

 

 

19. De tank van Holland! (75, enkele kleine wijzigingen)

 

Ieder land heeft tegenwoordig

Iets waarop het trotsch kan zijn;

Zoo heeft Duitschland zijn "Graf Zeppelin,

Eng'land heeft den snelsten trein.

En Amerika kan bogen

Op de grootste oorlogsvloot;

En zoo is er iets bijzonders

In elk land van klein tot groot.

Holland heeft thans ook het zijne

In den vorm van een tank,

Ook al zou die kunnen doorgaan

Voor St. Nicolaas-geschenk.

't Is wel niet een van de grootste,

Maar ons land is toch maar klein,

Waarom zou dat lieve tankje

Dan ook grooter moeten zijn?

't Is een aardig stukje speelgoed

Voor den Hollandschen soldaat,

Die er voor de variatie

Met vermaak mee oef'nen gaat.

Het verdwijnt wel in de modder,

Want het is niet erg groot,

En het blijft ook wel eens steken

Of het zakt soms in een sloot.

Maar je moet zoo nauw niet kijken,

Gun ons leger ook wat pret,

Of den boer die voor wat stuivers

't Onding steeds op 't droge zet!

n ding is er mee bewezen:

Dat men niet bevreesd moet zijn,

Dat bij oorlog hier een tank komt

Op ons drassige terrein.

Als de Belgen hier ooit komen

- Wat ik maar "bij voorbeeld" zeg -

Zakt hun heele tanken-leger

Vast in Holland's modder weg!

 

VOICI