INHOUD MAJOIE
CUBRA HOME

2017

Stichting Cultureel Brabant (CuBra)  & Ben van de Pol

Voici - John Majoie

De man die zijn lezers liet lachen

 

Onder redactie van Ben van de Pol

 

Aflevering 4 (061-080)

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 27 september 1929

 

 

061 Zomerhulde

 

Mogen wij die schoone zomer,

Die zoo goed heeft aangedaan,

Zooveel vreugde ons verschaft heeft,

Zonder dankje laten gaan?

Deze zomer die ons allen

Toch zo heerlijk heeft bedacht,

Zveel zon ons heeft geschonken

Als wel niemand had verwacht.

Hoeveel dagen liggen er niet

Achter ons van zonneschijn,

En wij weten uit ervaring:

Het kon heel wat kouder zijn.

Neen, het was een reuze zomer

Voor het bosch, de hei, de zee;

Zoo'n vacantie maak j'in Holland

Heusch niet alle jaren mee.

Neen, we hebben heusch geen klagen,

Deze zomer was echt "af";

'k Wou dat elk jaar ons zulk een

Afgewerkte zomer gaf!

Ook de herfstmaand September

Draagt ons aller sympathie,

Zij heeft zich zeer goed gehouden,

't Was n zonnepozie!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 3 oktober 1929

 

 

062 Gustav Stresemann

 

In den vroegen triesten morgen

Is hij plots'ling heengegaan,

Hij die steeds zijn landsbelangen

Zoo met kracht heeft voorgestaan.

Een der grootste diplomaten,

En gegoten uit n stuk,

Heeft de dood thans weggenomen

Uit het leven met n ruk.

Hij die Duitschland's grootste steun was,

Stresemann, hij is niet meer;

Plots'ling is de dood gekomen,

Stresemann, hij keert niet weer

Schitt'rend wist hij steeds te pleiten

Voor het welzijn van zijn land

Met zijn groote woordenrijkdom

En intelligent verstand.

Deze man, te vroeg gestorven,

Nooit voor tegenspoed gezwicht,

Was een voorbeeld voor de wereld

Bij de vervulling van zijn plicht.

Duitschland rouwt met groote droefheid,

En oprecht is ook de smart

Bij't ontslapen van deez' staatsman

Met zijn echt Duitsch nobel hart.

Duitschland zal hem nooit vergeten,

Die zoo plots werd neergeveld;

Ook zoo iemand kan men noemen

Met het grootste recht een held!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 5 oktober 1929

 

 

063 Luchtpost

 

Eindelijk na menig proefvlucht

Kwam de luchtdienst dan tot stand,

En verbinden onze Fokkers

Onze Oost met 't Moederland.

En thans vleugelt reeds het derde

Vliegtuig over land en zee;

Holland gaf weer vol vertrouwen

Hare post aan 't vliegtuig mee.

En uw brief is in tien dagen

Daar waar deze wezen moet,

Terwijl de boot zoo'n reisje in

Ruim dertig dagen doet.

Nu bereikt ge uw familie

Door de radio met uw stem;

Is 't niet dringend, wel, dan doet ge't

Maar per brief per K.L.M.

 

En zoo zou men kunnen zeggen:

"Zeil of stoom, kies vrij uw sop,

Maar de post gaat niet meer mede,

Zoekt het hoopvol hooger op!"

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - maandag 7 oktober 1929

 

 

064 10 jaar K.L.M.

 

1919 - 7 October - 1929

 

In de tijden van de Ruyter

Was ons Holland zeer gevreesd

Om zijn uitgebreide vlootmacht,

(Die er heel gauw was geweest!)

Doch verscheid'ne eeuwen later

Kwam er weer een nieuwe vloot

Die meer kansen op vooruitzicht

En betrouwbaarheid ons bood.

Van deez' luchtvloot viert thans Holland

Het tienjarige bestaan,

En de K.L.M. staat als de

Beste maatschappij vooraan.

Menig vlucht werd ondernomen,

Altijd met succes bekroond;

Hare luchtvloot is betrouwbaar

Wat reeds dikwijls is getoond.

't Afgeloopen tiental jaren

Was een waar prestatiestuk;

Holland wenscht dan ook van harte

Deze Maatschappij geluk.

En zij nam in slechts tien jaren

Letterlijk een groote "vlucht";

Als 't zoo door gaat blijft ze zeker

Lang nog meester van de lucht.

Hulde dan aan zulke leiders,

Hulde zulk een maatschappij;

Tot den roem van ons klein landje

Draagt de K.L.M. veel bij!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - dinsdag 8 oktober 1929

 

 

065 Herfst

 

De blaad'ren dwarr'len langzaam neer,

Het is gedaan met 't mooie weer;

De herfst is thans in het land

En toont zich van den guren kant.

De zomer heeft nu afgedaan,

Die is met moeite heengegaan;

De herfst is in vollen gang

En doet zich gelden van belang.

Hij is er weer al is-ie laat,

Een Westenwind giert door de straat;

En ziet daar boven in de lucht

De zwaluw die naar't Oosten vlucht.

De mooie dagen zijn voorbij

Van bloempjes plukken op de hei

Of baden aan het zonnig strand:

De herfst heerscht met straffe hand!

De zomer heeft ons veel verwend,

Want regen heeft hij niet gekend,

Doch wat er toen te weinig viel

Dat voel je nu tot aan je ziel!

Met heimwee naar die zomerzon,

Die toen gedaan heeft wat ze kon,

Begroeten wij den herfst nu

Met regenjas en paraplu!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 9 oktober 1929

 

 

066 Te veel van het goede

 

De regen viel in stroomen neer,

Wat was me dat een hondenweer;

En bij het gloren van den dag

Was alles water wat men zag.

Wat eens een mooie straatweg was

Is nu herschapen in een plas;

De boer die nog om water vroeg

Heeft nu waarschijnlijk wel genoeg!

En wat de zomer heeft gestuit

Dat valt er nu met bakken uit;

't Is niets dan water wat men ziet

Nu is het letterlijk: "Het giet!"

De plotseling verraste stad

Die moet nu baden in haar nat.

Het is een uitkomst voor de jeugd

Deez' onverwachte watervreugd';

De auto's spatten huizenhoog,

Geen plekje blijft er dan ook droog.

't is water na en water voor,

En onmeedoogend stroomt het door;

Een regenbuitje doet soms goed,

Doch dit is niet zooals het moet.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 10 oktober 1929

 

 

067 Zou het gemeend zijn?

 

Met bravour en heel veel ophef

Voer de Engelsche premier

Met zijn dochter en gevolg

Naar de Yankee's over zee.

Schitterend werd hij ontvangen

Als een held van weet-ik-wat,

Zoo gaf New-York vriend'lijk hem het

Eereburgerschap der stad.

Bij de vele conferenties,

Die de Brit met Hoover hield,

Waren beiden met de beste

Bedoelingen bezield.

Als het allemaal gemeend is

wat er zooal is gezegd,

Is de grondslag voor den vrede

Tusschen hen voorgoed gelegd.

Want het is van groote waarde

Dat John Bull met Uncle Sam,

Die elkaar zoo'n beetje haatten,

Tot deez' overeenkomst kwam.

Leven deze groote landen

Met elkaar op goeden voet,

Dan zien allen wel de toekomst

Met gerust hart tegemoet.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 12 oktober 1929

 

 

068 De man die goud goochelde!

 

Duitschland schijnt het land te wezen

Van de mannen met genie,

Doch daaronder zijn er velen

Met een stoute fantasie.

Want zoo heb je een professor,

Uit dit schoone land vandaan,

Die een reis wil ondernemen

Met een vliegtuig naar de maan!

De professor heeft raketten,

Die hij in het vliegtuig doet;

Na een start met harde knallen

Onderneemt hij dan de route.

Wat de man daar nu van plan is

Klinkt heel aardig wel misschien,

Doch deez' krachttoer des professors

Wil ik eerst toch wel eens zien!

Maar nu is er nog zoo'n snuiter

Uit dat ondernemend land,

Wat die kerel voor den dag brengt

Lijkt mij wel zoo int'ressant.

Deze man - zijn naam is "Tausend" -

Dat is pas een toffe vent,

Die maakt goud uit lood of 't niks is,

Wat een reuz'experiment.

Jammer dat het weer niet echt is,

Ook al is het iets dat "klinkt",

Maar u weet "het is niet alles

Goud wat er op aarde blinkt!"

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - dinsdag 15 oktober 1929

 

 

069 Eigen schuld!

 

Vol verwachting tuurden velen

Ongeduldig in de lucht,

Om de Zepp'lin te bewonderen

Bij zijn Nederlandsche vlucht.

Doch het Duitsche wereldwonder

Heeft ons allen genegeerd;

Onverrichterzake zij we

Toen maar weer naar huis gekeerd.

Slechts het ronken der motoren

Is door velen wel gehoord,

Doch de Zepp vloog onmeedoogend

Links van Tilburg rustig voort.

't Andere Holland heeft genoten

Van het feeriek gezicht,

En was dankbaar voor d'attentie

Aan ons Nederland gericht.

 

Ook wij hadden hem gezien wel

Als men moeite had gedaan

Om "Herr Doktor" te bewegen

Over Tilburg heen te gaan.

Want zoo was er menig stad toch,

Die niet op 't programma stond,

Doch die na verzoek met "aanbod"

Haar wenschen in vervulling vond.

Als hier van gemeentewege

Het verzoek maar was gemeld,

Had de Zepp'lin ons verzeker

Zondag niet teleurgesteld.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 25 oktober 1929

 

 

070 De eeuw der snelheid

 

Elke morgen, elke avond

Ziet men telkens in de krant

Al die lange ong'lukslijsten

Van ons autoracend land.

De gevaren op de wegen,

Ze vermeerd'ren meer en meer,

Alle dagen vallen offers

Van het razend snelverkeer.

Deze eeuw van steeds meer snelheid,

Van een woek'ren met den dood,

Heeft de ongelukskolommen

Wel aanmerkelijk vergroot.

Auto's jakk'ren langs de wegen,

Storen zich niet aan gevaar;

Zij belanden in de slooten

Of zij rijden op elkaar.

't Is een wagen van je leven

In deez' snelheidsmanie-tijd

Als je rustig in een wagen

Over Holland's wegen rijdt.

't Is maar razen en maar racen

Langs de spiegelende baan;

't Leven van zijn medemenschen

Komt er blijkbaar niet op aan.

En wat heeft men aan dat racen

Waar men zoo aan is gehecht:

Al die snorders komen eenmaal

In een gasthuis toch terecht.

Autorijders rijdt toch kalmer,

En besef eens wat gij doet;

't Is zoo dikwijls reeds bewezen:

"Haastige spoed is zelden goed"!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - maandag 4 november 1929

 

 

071 De Sklarek-affaire

 

Weer eens een schandaal-affaire,

Weer sensatie wat er luidt;

Ja, men ziet het, de schandaaltjes

Zijn de wereld nog niet uit!

Die gewiekste broeders Sklarek

Hadden echter niet lang pret

Van de vele duiten die ze

And'ren hadden afgezet.

Was het hier maar bij gebleven,

Dan was 't allemaal heel leuk,

Maar daar is wat bijgekomen,

Heel dat zaakje had een reuk!

Want er is nu eerst gebleken,

Dat ook mannen van gezag

Meer van deez' affaire weten,

Dat is iets wat nou niet mag!

En zoo ziet men wat er achter

Al die schermen zoo gebeurt;

En hoe thans het een en ander

Zoo maar donker is gekleurd.

Tevens is het merkwaardig

Wat men daar in Duitschland deed,

Hoe daar een confectiezaakje

Heel Berlijn heeft uitgekleed.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 6 november 1929

 

 

072 Vorstenleed

 

Aman-Ullah heeft vol spanning,

En verwachting ook misschien,

Het verloop der burgeroorlog

In zijn landje aangezien.

Nadir Khan, een neef van deze,

Vond hij vast een reuzekracht,

Dat hij het met zijn klein leger

Er zo fijn heeft afgebracht.

Aman-Ullah had verwacht nu

Dat zijn neef wel zeggen zou:

"Lieve oom, het is in orde,

Wordt weer koning, kom maar gauw!"

Oom heeft op z'n neus gekeken,

Nadir Khan klom op den troon;

Zette op zijn eigen hoofdje

Heel gemoed'lijk oompje's kroon.

Oom z'n kans is nu verkeken,

Hij blijft zitten waar hij zat,

Hij kan eeuwig blijven wachten

Daar in Rome, d'eeuw'ge stad!

Aman-Ullah was voorbarig,

Hij heeft weer te hard gedraafd;

Al te waar zijn Vondel's strofen:

"En wie swoeght, en draeft en slaeft"

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 13 november 1929

 

 

073 Het vliegende parlement

 

De geachte heeren leden

Van het Engelsch Parlement

Gaan een aardig tochtje maken

In het heerlijk firmament.

Met het grootste Engelsch luchtschip

Gaan de heeren in de lucht

Om nu ook eens te genieten

Van een echte Zepp'lin-vlucht.

Ook zij willen wel eens weten

Hoe het met zoo'n luchtschip gaat

Dat zij zelf lieten bouwen

In 't belang toch van den Staat.

Och, wat zullen zij genieten,

En wat vinden zij dat fijn;

Ja, het is toch wel een voorrecht

Om Senator daar te zijn!

 

Was dat nou niet iets voor Holland

Om ons heele Kabinet

Ook de lucht eens in te sturen,

Dat lijkt mij een reuze zet!

Laat toch onze Kamerleden

Ook genieten van zoo'n vlucht,

want ze zitten z lang binnen,

En dan zijn ze eens "gelucht!"

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 15 november 1929

 

 

074 Lichtweek

 

Onze Heuvelstraat biedt heden

Een verblindend licht gezicht,

En zij baadt zich thans in weelde,

In de weelde van het licht.

Heel wat duizend en mr lichtjes,

Ook al zijn ze nog zoo klein,

Maken, Edison ter eere,

Daar een waardig lichtfestijn.

En de "Heuvelstraatjepikkers",

Wand'lend daar van acht tot tien,

Hebben toch wel slechte oogen

Als zij "haar" nu ng niet zien!

Vele donk're, duist're zaken

Komen er nu aan het licht;

Dames doen deez' week hun koopjes

Met het stralendste gezicht.

Maar daar zijn nog veel meer "lichten"

In deez' lichte Heuvelstraat:

Bij-, op-, vr- en ladelichten

Is iets wat hier makk'lijk gaat!

Deze hel-verlichte Broadway

Biedt een feeriek gezicht;

Heel het leven lijkt hier lichter,

Wordt door 't licht licht verlicht.

In deez' straat waarin men heden

Zoo spontaan het lichtfeest viert,

Waren nimmer d'etalages

Zooals heden opgesierd.

Ieder's schreden zijn deez' week licht

Naar deez' lichte straat gericht

Die zoo schitt'rend weet te vieren

De herdenking van het licht!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 22 november 1929

 

 

075 De tank van Holland!

 

Elk land heeft tegenwoordig

Iets waarop het trotsch kan zijn,

Zoo heeft Duitschland zijn Graf Zepp'lin,

Eng'land heeft den snelsten trein.

En Amerika kan bogen

Op de grootste oorlogsvloot;

En zoo is er iets bijzonders

In elk land van klein tot groot.

Holland heeft thans ook het zijne

In den vorm van een tank,

Ook al zou die kunnen doorgaan

Voor St. Nicolaas-geschenk.

't Is wel niet een van de grootste,

Maar ons land is toch maar klein,

Waarom zou dit lieve tankje

Dan ook grooter moeten zijn?

't Is een aardig stukje speelgoed

Voor den Hollandschen soldaat,

Die er voor de variatie

Met vermaak mee oef'nen gaat.

Het verdwijnt wel in den modder

Want het is niet erg groot,

En het blijft ook wel eens steken

Of het zakt soms in een sloot.

Maar je moet zoo nauw niet kijken,

Gun ons leger ook wat pret,

Of de boer die voor wat stuivers

't Onding steeds op 't droge zet.

n ding is er mee bewezen:

Dat men niet bevreesd moet zijn,

Dat bij oorlog hier een tank komt

Op ons drassige terrein.

Als de Belgen hier ooit komen,

Wat ik maar "bij voorbeeld" zeg,

Zakt hun heele tankenleger

Vast in Holland's modder weg!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 27 november 1929

 

 

076 De leege gevangenis

 

Wel een prettige ervaring

Als gevang'nisdirecteur

Daar te moeten constateeren:

d'Heele zaak is er van deur!

U moet weten in Santander,

Om zijn groot gevang beroemd,

Was een dezer dagen eenen

Nieuwen directeur benoemd.

Deze toog met veel genoegen

En vooruitgestoken borst

Naar de schoone stad Santander

Ter aanvaarding van zijn post.

Toen hij echter in't gebouw kwam

Was het er zoo doodsch en kil,

Alle deuren stonden open,

Tevens was het er zoo stil.

En zijn vreeselijk vermoeden

Was in waarheid niet verkeerd:

Heel de groote troep gevang'nen

Was 'em lekkertjes gesmeerd!

Och, wat zullen ze nu lachen

Met den armen directeur,

Die zoo blij was met z'n baantje

En wat stelt men hem teleur!

Deze was zoo in zijn nopjes

Toen hij zijn benoeming kreeg,

Maar het was al niet meer noodig

De gevangenis was leeg!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 4 december 1929

 

 

077 Dooden-Zondag

 

Als men elken Maandagmorgen

Zoo eens in de kranten leest,

Kan men pas eerst recht bemerken

Dat het Zondag is geweest.

Want de lange ong'lukslijsten

Die vermeerd'ren meer en meer;

Elke Zondag vallen offers

Van 't moderne verkeer.

En ook ied'ren Maandagmorgen

Is het weer een droeve lijst

Van de vele ongelukken,

Die voor onze ogen rijst.

Hij die na een week van werken

's Zondags eens een ritje maakt,

Heeft veel kans dat hij meteen dan

In een ziekenhuis geraakt.

Alles raast maar langs de wegen,

Nooit is het gevaar te groot,

Doch hoe dikwijls moeten zij het

Niet bekoopen met den dood.

Van op Zondag wat te touren

Is de aardigheid reeds af;

Al zoovelen reden 's Zondags

Met hun wagen in het graf

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 7 december 1929

 

 

078 Het Rijnland vrij!

 

Weer een schrede in de richting

Van den vrede is gedaan,

Want de vreemde Fransche troepen

Zijn uit Rijnland heengegaan.

Vreugde heerschte dezer dagen

In de landen aan den Rijn,

Die thans, na een tiental jaren,

Vrij van vreemde smetten zijn.

Een herinn'ring aan den oorlog

Is hiermede weer voorbij;

Duitschland is in vreugdestemming,

Want het Rijnland is weer vrij!

En het land dat eens misdaan heeft,

Doch zijn zonden heeft belijd,

Heeft zijn straf nu uitgezeten,

Is voorgoed nu weer bevrijd.

Aan den mast waar eens de Fransche

Driekleur hoog en dreigend lag,

Wappert thans in volle vrijheid

Weer de fiere Duitsche vlag.

1 December is een datum

Die van groot belang zal zijn

Door den uittocht uit het Rijnland

Van die vreemde Wacht om Rhein.

Doch bij al de groote vreugde

Denkt men ook met droefenis

Aan den grooten Duitschen staatsman

Aan wien dit te danken is.

Hij die deez' vervroegd' ontruiming

Door zijn plicht bewerkt heeft,

Heeft de schoone resultaten

Jammer niet meer overleefd.

Doch het dankb're Duitsche volk,

Dat hem niet vergeten kan,

Zal met eerbied steeds gedenken

Doktor Gustav Stresemann!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 21 december 1929

 

 

079 Woorden maar geen daden

 

De wereld is vol zoetigheid,

Ook waar men gaat of staat,

Daar klinkt het alles even mooi,

Verkoopt men schoone praat.

Amerika en Engeland

Die meenen het zoo goed,

Doch als ze konden sloegen ze

Elkaar wel op d'r snoet!

Itaal'je sloot met Marianne

Een hechten vriendschapsband,

Maar heeft toch ondertusschen ook

Aan Frankrijk zeer het land.

En op den Balkan heerscht steeds rust,

Het is er uiterst stil,

Doch wie weet wat deze stilte

Voor den storm zeggen wil?

In het Oosten is de toestand

Ongetwijfeld zeer critiek,

Maar dat komt alleen door toedoen

Van de Sovjet-politiek.

Amerika wil pais en vree,

Ontwapening der vloot,

Doch wie zag ooit een huich'larij

Zoo monsterachtig groot?

En Engeland ontwapent ook

En doet met alles mee,

Maar wil toch ondertusschen ook

De baas zijn op de zee!

Zoo draait de wereld maar steeds door,

Al roept men nog zoo luid
Om vrede en ontwapening,

Men komt geen stap vooruit.

Zoo werd er nu reeds jaren lang

Gesproken en gedaan,

En is men ondertusschen maar

Geen stuk vooruit gegaan.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - dinsdag 31 december 1929

 

 

080 Zalig Nieuwjaar

 

Bij het lezen van dit dichtje,

't Laatste wat ik dit jaar schrijf,

Is het afgeleefde jaartje

Bijna uitgeput en stijf.

Want wij zijn al weer gekomen

Aan het einde van dit jaar,

En een nieuw staat in zijn frischheid

Tot te voorschijn springen klaar.

't Was een jaar zooals veel and'ren,

Met veel vreugde, soms ook smart,

Met wat tegen- en wat voorspoed,

Dikwijls zonnig, soms ook hard.

Doch dat zijn we nu vergeten,

Want dat alles is voorbij;

Weer een nieuw jaar opent heden

Een onafgebroken rij.

En zoo gaan we maar steeds voorwaarts

Met den blik vooruit gewend,

Denken niet meer terug aan 't oude,

Want dat is nu aan z'n end.

En zoo varen w'in den maalstroom

Van den tijd maar rustig mee;

En ontvangen weer een nieuw jaar

Met z'n wel en met z'n wee.

Veel geluk en nog meer zegen

Wenscht u thans uit sympathie,

Op oprecht gemeende wijze,

In het nieuwe jaar

 

VOICI.