INHOUD MAJOIE
CUBRA HOME

2017

Stichting Cultureel Brabant (CuBra)  & Ben van de Pol

Voici - John Majoie

De man die zijn lezers liet lachen

 

Onder redactie van Ben van de Pol

 

Aflevering 6 (101-120)

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 23 april 1930

 

 

101 De ruikende film

 

Nu de talkie-film Holland

In n slag veroverd heeft,

Is het zeker dat men ook de

"Smellie" nog wel overleeft.

Na de song- en talkie-film

Komt er thans een nieuw product,

Een Amerikaansche vinding,

Die uitstekend is gelukt.

Met de "smellie" kun je ruiken

Wat er op het witte doek

Straks geprojecteerd wordt,

Ook al is het peperkoek.

Krijg je dus een stadsgezichtje

Uit Berlijn, dan ruik je vast

Geurende Berliner Bollen,

Zooals bij Berlijn dat past.

Zo heeft ied're stad haar luchtje,

Elk tafreel zijn eigen reuk,

Die het meest er bij te pas komt;

Lijkt mij wel bijzonder leuk.

Zit er dus een Amsterdamsche

Scene bij de film in,

Wel, dan ruik je ook natuurlijk

Dat fijne luchtje van 't Rokin.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - dinsdag 29 april 1930

 

 

102 Holland's zeepoort

 

Ter gelegenheid van de opening der IJmuider zeesluizen in 1932.

 

Heden is er iets bijzonders,

'Lijk de krant reeds heeft gemeld,

Want de zeesluis van IJmuiden

Wordt thans in gebruik gesteld.

Na een werk van vele jaren

Kwam de grootste sluis tot stand;

Staat daar nu als een enorme

Toegangspoort van Nederland.

En de grootste zeekasteelen,

Onverschillig welk formaat,

Schuiven statig door dit grootsche

Werk van Neerland's Waterstaat.

Neen, wij doen nu niet meer onder

Voor een ander waterland;

In den bouw van zulke sluizen

Hebben wij de overhand.

Door het trekken aan een handle

Opent zich de wijde poort

En stoomt straks het grootste stoomschip

Door IJmuiden's zeestraat voort.

Dit is nu weer echt een staaltje

Van techniek en energie;

't Is een kroon op vele werken

Van het Nederlandsch genie.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 2 mei 1930

 

 

103 Het honderdste

 

't Is voor mij een waar genoegen

Dat ik juist op dezen dag

In dit uitgelezen dagblad

't Honderst' versje schrijven mag.

Want wij vieren immers heden

't Eeuwfeest van een groot poet,

Van den grooten Vlaamschen dichter

Die Guido Gezelle heet.

Bovendien is het de eerste

Van de maand der pozie,

Van de schoone lieve Meimaand,

Maand der dichtersfantasie!

In de reeds geschreven versjes

Kwam - ik weet het - soms wel wat

Dat voor enk'le krantenspellers

Reden was voor fel debat.

Maar ik ben gelukkig nuchter

En wat flegmatiek van aard,

Zoodat zulk een oppositie

Mijn gemoed nooit heeft verzwaard!

't Is tenslotte toch maar gekheid

In een rijmpje samgebracht,

Om hetwelk een verstandig

Lezer eens een keertje lacht.

Daarom rijm ik ook weer verder,

Doe nog meer aan "pozie",

En ontvangt u maar bij deze

Weer de groeten van

                                Voici.

 

Tilburg, 1 mei 1930

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 8 mei 1930

 

 

104 Gold rush

 

Eene Duitsche helderziende,

Die bijzonder helder zag,

Raadde dat er bij Zaandam een

Groote schat verborgen lag.

En een lichtgeloovig heerschap

Vond dat heelemaal niet gek;

Hij begaf zich zonder dralen

Naar de aangeduide plek.

Kocht die op voor weinig duiten,

Zett' een schutting er omheen

En begon met enk'le gravers

Aan den grond van zand en steen.

En ze groeven zich een ziekte

Tot een viertal meters diep,

Vonden echter niet het gaatje

Waar de schat sinds eeuwen sliep.

En met tranen in de oogen

Is de kuil toen weer gevuld;

De Zaandamsche schat is dus weer

In een diep geheim gehuld.

De "directie" is vertrokken,

Evenals die held're "schat"

Die het 'lijk zoovele dezer

Bij 't verkeerde einde had.

Werklui die achterbleven

Deden evenwel niet zoo,

Want zij willen nu beginnen

Op hun eigen risico!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 14 mei 1930

 

 

105 Zomertijd

 

Wilt vanavond er om denken

Vr dat u naar bed toe gaat,

Dat u een bijzond're handgreep

Toch vooral niet overslaat.

Want het gaat weer zomer worden,

Dus de klok een uur vruit;

En bedenkt dat deze klok ook

Morgen n uur vroeger luidt.

Dus nu komt er ook een einde

Aan een grooten achterstand,

Die wij reeds sinds weken hadden

Met elk ons omringend land.

Holland doet het op z'n sokken,

Komt een volle maand te laat;

Demonstreert dat het in enk'le

Dingen nog ver achterstaat.

Alle and're groote landen

Hebben reeds lang zomertijd;

Holland moest weer achterblijven,

(Om de onafhank'lijkheid?!)

Wilt ge echter weer gelijk staan,

Stapt dan niet te gauw in bed;

Zorgt dat ge eerst de klokken

Maar een uurtje verder zet.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - dinsdag 10 juni 1930

 

 

106 Pinksteren 1930

 

Deze schoone Pinksterdagen

Zijn hiermede weer voorbij;

Uitgedarteld zijn de menschen

Aan het strand, in bosch en hei.

Zulk'een zomerrijke Pinkst'ren

Maakten wij maar zelden mee;

De herinn'ring aan deez' dagen

Stemt alleen reeds ons tevre.

Uitgefietst en uitgevlogen,

Afgedrenteld en -getrapt,

Uitgetourd en moe gewandeld

Zijn we weer in huis gestapt.

't Waren twee vacantiedagen

Waar je werk'lijk iets aan had;

Die terecht de oorzaak waren

Van een uittocht uit de stad.

Jong en oud is uitgetrokken,

Uitgenoodigd door de zon,

Van dewelke wij getuigen,

Dat het heusch niet beter kon.

En na twee van zulke dagen

Zijn wij allen hoogst voldaan,

Toegerust met nieuwen ijver,

Aan den arbeid weer gegaan.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 14 juni 1930

 

 

107 Van ijs tot water

 

Op de vele spotternijen

Heeft Veraart maar niet gelet,

En hij heeft d'experimenten

Onbekommerd voortgezet.

Nu tenminste is gebleken

Dat hij heel wat verder kwam

Dan die uitgespaaide zoekers

Naar de schatten van Zaandam.

Want opnieuw heeft de "professor"

Het maar weer eens geprobeerd;

Hoogst voldaan is't regenwonder

Op de aarde weergekeerd.

Ja, het heeft nu heusch geregend,

't Was een heele dosis nat;

Hij tracteerde't ondermaansche

Op een kostloos gratis bad.

En hij liet het ijskoud reeg'nen,

Strooide vele kilo's ijs,

Uit een vliegtuig naar beneden

(Maak je zuster nou wat wijs!)

Want dat heele regenkunstje

Lijkt mij toch bijzonder klein,

Daar dat ijs toch onderweg wel

Door de zon bewerkt zal zijn.

Was het dan nog zulk een wonder

Dat het ijs toen't onder was,

Eenmaal door de zon gesmolten,

Was veranderd in een plas?

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 27 juni 1930

 

 

108 Het doel bereikt

 

Na een korte tusschenlanding

Is het doel dus weer bereikt;

En heeft Smith zijn vliegprestaties

Met een groot succes verrijkt.

d'Oceaan is weer bedwongen

Door een luchtexperiment

Van een viertal dapp're mannen

Uit het oude continent.

Van het Oosten naar het Westen,

Wat veel zwaarder wordt geacht,

Hebben zij in goed twee dagen

Dezen grooten tocht volbracht.

En een Hollandsche machine

En een Hollandsche piloot

Heeft gewis den goeden afloop

Van den overtocht vergroot.

Holland heeft dus ook zijn aandeel

In 't succes van dezen tocht,

Die helaas door vele and'ren

Met het leven werd bekocht.

Moed en goede voorbereiding

Maakte echter deze vlucht

Tot een ware overwinning

Op het water en de lucht.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 9 juli 1930

 

 

109 Voorzorgsmaatregelen

 

Wat een hitte, wat een hitte!

Wordt er algemeen gezucht;

Ja, je wordt wel haast gebraden

Door die zwaar geladen lucht.

Naar de kranten schrijven is het

In Sibeerje zelfs mis,

Want ze zeggen dat er daar ook

Al een hittegolf is.

Als je na zoo'n warm dagje

Doorgebraden bent en moe,

Wel, dan wil je na een tijdje

Naar je legerstede toe.

En dan zet je al de ramen

Van je slaapvertrek heel wijd

Zeer verfrisschend open opdat

Koele wind naar binnen glijdt.

Maar ook dit zal niet meer lukken

Want het blijkt te zeer gewaagd,

Sinds de stad door een brutale

Dievenbende wordt belaagd.

Als de menschen dan hun ramen

's Nachts nog open laten staan,

Geeft men deze eed'le heeren

Nog mr kans hun slag te slaan.

Al de ramen en de deuren

Moeten dus ook 's nachts nog dicht

Anders word je wellicht strakjes

Zelf uit je bed gelicht!

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 23 juli 1930

 

 

110 Van vreugde tot rouw

 

Daar waar eerst de blijde jubel,

Een vreugdekreet nog had geschald,

Is het feest in puin gevallen,

Heeft de dood de vreugd' vergald.

Een ontzettend tragisch drama

Was het slot van dezen dag,

Die zoo zonnig was begonnen,

Doch een droevig einde zag.

Vreugdetranen der herkregen

Vrijheid zijn nu plots ontaard

In een stroom van droevig weenen

Om deez' nieuwe ramp op aard'.

En het luide juub'lend Rijnland

Kwam van vreugde in de rouw

Om een ramp die plots zich voordeed

In het donk're avondgrauw.

Dit was 't einde van een feestdag,

Die geindigd is in smart;

 

Somm'ge dingen in de wereld

Zijn toch werk'lijk dikwijls hard.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 13 augustus 1930

 

 

111 De natte zomer

 

De hulde die ik vorig jaar

Den zomer heb gebracht,

Die wordt beslist door geen van u

Dit jaar opnieuw verwacht.

Wat dit nu voor een zomer is,

Dat weet geen mensch misschien;

Zoo'n uitgedropen stuk seizoen

Heb ik nog nooit gezien.

Want regen is het steeds maar door

Wat elke dag ons geeft;

Het weegt wel zwaar wat dit getij

Op zijn geweten heeft.

Wat worden wij weer gul onthaald

Op zulk een regenval,

Die zooveel van vacantievreugd'

En zomerzon ons stal.

De regen, die geen einde neemt,

Bracht reeds in veel de klad;

De helft van de zomer is

Tot op de huid toe nat.

De regen die in Yankeeland

Te weinig nederdaalt,

Daar worden wij in Holland thans

Klaarblijk'lijk op onthaald.

Gelukkig is er nog een troost:

Het regent overal,

Terwijl er toch nog wel eens ooit

Een eind' aan komen zal.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant -zaterdag 4 oktober 1930

 

 

112 Dit scheiden valt niet zwaar

 

De zomer is nu weer voorbij,

De winter is in 't zicht;

De zomer heeft nu afgedaan

En heeft zijn taak verricht.

Er waren mooie dagen bij

Van held'ren zonneschijn,

Maar toch had deze zomertijd

Wel beter kunnen zijn.

Hij heeft niet al zijn best gedaan,

Veel regen uitgegriend

En heeft daarom een compliment

Niet heelemaal verdiend.

Hij had wel anders kunnen zijn

En heel wat minder nat,

Want bracht hij niet door regenval

In menig plan de klad?

Het heimwee naar dit nat seizoen

Is hoogstwaarschijnlijk klein;

De herfst zal toch ongeveer

Hetzelfde wel zijn.

 

Wanneer nu straks de wintertijd

Opnieuw wordt ingeluid,

Dan denkt alleen maar aan de klok:

Een uurtje achteruit.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - maandag 6 oktober 1930

 

 

113 Hoogere krachten

 

Dit is dan het droevig einde

En de laatste acte tragique

Van de trots der Britsche luchtvaart,

Van een wonder der techniek.

Alles wijdde eens zijn krachten

Aan den bouw van dit gevaart'

Dat de luchten zou trotseeren,

Onverwoestbaar werd verklaard.

Maar toen kwamen and're krachten,

Forsche slagen der natuur;

Voor het overschatte luchtschip

Sloeg hiermee het laatste uur.

Wat vernuft en menschenhanden

Hadden in elkaar gezet,

Is nu door de kracht der stormen

Machteloos daar neergeplet.

En zoo stortten de bewoners

Met hun machtig luchtkasteel

Gillend, brandend naar beneden,

Dood, verwoesting werd hun deel.

't Is een slag voor hen die dachten

Dat zooiets onmoog'lijk kon,

En een slag nog eenmaal grooter

Voor het trotsche Albion.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - dinsdag 2 december 1930

 

 

114 Onze nationale trots

 

Wanneer men zoo de kranten leest

En al dat nieuws ziet staan,

Dan knikt men eens maar trekt men zich

Van al 't gedoe niets aan.

De oogen dwalen door de krant,

Gaan over alles heen,

En wat ons niet zoo int'resseert,

Laat ons zoo koud als steen.

Een ongeluk, of groote brand,

Schandaaltjes of een moord,

Dat boeit ons wel, alleen omdat

Sensatie ons bekoort.

Berichten van de K.L.M.

Die vallen ons niet op;

Wij zien alleen sensatienieuws

Met vet gedrukten kop.

We zijn ze al zoo lang gewoon,

Die vluchten naar de Oost,

We kennen de na elke tocht

Gebruikelijke toast.

Zij vliegen maar steeds af en aan

Van West naar Oost en terug;

Wij zeggen hoogstens tot elkaar:

Wat gaat het voort toch vlug!

Maar hij die daar zoo heel alleen

Een zakenreisje deed,

Is toch een pionier die men

Zoo licht maar niet vergeet.

De mannen van de K.L.M.,

Van Tijen evengoed,

Zijn allen bij elkaar een groep,

Die Holland eer aan doet.

Zij zijn vertegenwoordigers

Van onzen luchtvaartstaf

En met respect neem ik toch graag

Voor hen mijn hoedje af.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 31 december 1930

 

 

115 Zalig Nieuwjaar!

 

Als straks de klokken in groot koor

Hun twaalf slagen slaan,

Dan is het oude jaar voorbij

En heeft weer afgedaan.

Wij denken dan een oogenblik

Aan die vervlogen tijd,

Totdat ook die weer ondergaat

In de vergetelheid.

Het jaar was weer vol lief en leed,

Bracht voor- en tegenspoed,

Maar goed beschouwd bracht het helaas

Ons toch meer kwaad dan goed.

Want vele rampen telden wij

Op allerlei gebied;

Een ode op het oude jaar

Past in dit kader niet.

Maar alles is nu weer voorbij

En met verfrischten moed,

Met een herleefde hoop gaan wij

Het nieuw jaar tegemoet.

De beste wenschen doen wij dus

Vanavond aan elkaar:

Veel heil en zegen wensch ook ik

U in het Nieuwe jaar.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 3 januari 1931

 

 

116 Maarschalk Joffre

 

Zoo sneedt ten laatst' na langen strijd

De dood het leven af

Van een die al zijn krijgstalent

Geheel aan Frankrijk gaf.

Hij was een ultramilitair,

Een man met wijs beleid,

Die heel zijn leven aan het lot

Van Frankrijk heeft gewijd.

En toen dit land door woest geweld

En oorlog werd vernield,

Toen was het Joffre die den staf

En ook het land behield.

Geen wonder dus dat heel het land

In rouw nu is gehuld

Voor hem die steeds zijn krijgsmansplicht

Tot 't einde heeft vervuld.

En hij die in het heetst van 't vuur

Den dood heeft getrotseerd,

Heeft zich ook thans in dezen strijd

Geen oogenblik geweerd.

Maar had het onvermijd'lijk lot

In stilte reeds aanvaard

En stierf als een ware held,

De eer van Frankrijk waard.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 24 januari 1931

 

 

117 Klaaglied

 

Hoe men Holland's lof ook zinge

Om z'n bosschen en z'n hei,

Om z'n landelijke wegen

Door de vlakke groene wei,

Om z'n schoone wandelpaden

En z'n lief'lijke natuur:

Het klimaat is ver van heerlijk,

Maakt een mensch haast overstuur.

Want hoe lang is het al regen,

Alsmaar regen zonder eind;

Van dat aak'lig miez'rig weertje

Waar je bijna in verdwijnt.

Elke morgen weer dat nare

Nat en vies idee op straat,

Als je in de regen smeltend

Op de bus te wachten staat.
Blijft de regen achterwege

Dan komt evenmin de zon,

Neen, dan giert er wel een storm

Net alsof 't niet anders kon.

Of mislukte sneeuw bemoddert

De van nat doordrenkte grond

Trots de hevige protesten

Van den anti-regenbond,

Waar toch allen toe behooren

Die gebukt gaan onder 't lot,

Dat ons Holland is beschoren

Door het "zonneschijnverbod".

Holland kan ons dierbaar wezen

Maar toch nooit om het klimaat,

Waar eenieder van moet hoesten,

Waar een menschdom in vergaat.

 

VOICI

 

 

Ook  GEVONDEN boog zich eens over het slechte weer:

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 28 januari 1931

 

 

Aan Voici

 

Betreffende het slechte weer

 

Inderdaad, het is geen toestand,

Zulk een regenbui-seizoen,

En het ong'luk is dat niemand

Iets er tegenin kan doen.

Voor Veraart, de regenmaker,

Is het heelemaal geen werk,

Als hij 't wr eens kon verand'ren

Was dit wel verduiveld sterk!

Zoo staan wij dus allen macht'loos

Tegenover de Natuur;

't Is maar goed ook, anders zou het

Toch te gek zijn op den duur!

 

Voor de schaatsenfabrikanten

Is het 'n heel slechte tijd,

Want met zulk weer is de "wegschaats"

Hoogstens iets waar men op rijdt!

Jammer is het voor de IJsclub,

't Is hier algemeen bekend,

Dat die daar nu maar voor niets ligt

Met een splinternieuwe tent!

Dit gebouw dat staat te prijken

Met de naam "TABAKSFABRIEK",

Echter is het nog zoo ver niet,

't Is reclame, geacht Publiek!

 

GEVONDEN

24 Jan. '31

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 30 mei 1931

 

 

118 De zieke zomer

 

Langen tijd heb ik gezwegen

En geen dichtjes meer gedicht,

Wijl ook ik voor de malaise

En de crisis ben gezwicht.

d'Animo was ver te zoeken

En de stof al evenzeer,

Maar de tijden zijn nu beter

En begin ik dus maar weer.

Deze vroege warme zomer

Brengt weer pozie in 't land

En bevolkt weer de bosschen,

Wandelparken en het strand.

Maar een ouderwetsche zomer

Schijnt zoo langzaam uit den tijd;

Want de dagen loopen warm,

Weg is dan de aardigheid.

Na twee overheete dagen

Breekt er steeds een onweer uit

Met een regen die als 't ware

Uit de zwarte wolken spuit.

Ja, maar de mensch is nooit tevreden:

Dan te warm, dan te nat;

Maar dit is zooveel als zeker:

In den zomer zit de klad.

n ding hoef je niet te vreezen,

Zoo heeft ook De Bilt gedacht,

Want die meldde dezer dagen:

Nachtvorst wordt er niet verwacht.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 16 september 1931

 

 

119 Haagsche hopjes

 

Met een matig enthousiasme

En in vrij bedaarde taal

Sprak de Landsvorstinne gist'ren

Tot de Staten-Generaal.

De malaise drukt haar stempel

Op het koninklijke woord

Dat de leden van de Kamers

Gister hebben aangehoord.

Dat de crisis hier ook heerschte,

Och, dat wisten wij al lang;

De manier om z'op te lossen

Lijkt mij toch van meer belang.

De Minister van de Centen

Doet er nog een schepje op,

Zit met een tekort te kijken

Van ik weet niet hoeveel pop.

De belastingen wat hooger,

De benzineprijs omhoog,

De salarissen wat lager

Zijn de pijlen op zijn boog.

En de boeren en de burgers

Van den Nederlandschen Staat

Kunnen weer eens krom gaan liggen

Nu de klok weer "dokken" slaat.

 

VOICI

 

 

Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 28 oktober 1931

 

 

120 De Zondags"rust"

 

Er zijn 's Maandags vele menschen

Die met schrik en schuddend hoofd

In de kranten moeten lezen

Van "Verong'lukt" of "Beroofd",

Van een "Autobotsing" of van

"Overreden en gedood";

Ja, dat ongelukkenlijstje

Wordt per week steeds eens zoo groot.

Jan-en-alleman rijdt auto,

Hotst daarmee langs 's Heeren baan;

En een menschenleven minder

Komt er thans niet meer op aan.

Doch wat niet alleen kolommen

Maar een halve krant beslaat,

Is de sport die tegenwoordig

's Zondags op den voorgrond staat.

Vroom- en Drees- en brandweermannen,

Bus-, politiepersoneel,

Grond-, fabrieks- en straatarbeiders

Spelen zich aan voetbal scheel.

Vroeger rustte men des Zondags

Na zes werkdagen uit;

Tegenwoordig wordt de rustdag

Voor de sport maar uitgebuit.

Op den rustdag werken velen

Harder soms dan in de week;

Komen 's Maandags op hun werk

Uitgeput en gansch van streek.

 

Na den arbeid wat ontspanning,

Lijkt mij zelfs noodzaak'lijkheid,

Maar men moet niet overdrijven

Want ook hier hoort matigheid.

 

VOICI