CuBra
INHOUD HAANS
HOME
SPECIAAL
AUTEURS
TEKSTEN
BRABANTS

Bureau Pragmatekst

Westpoint 120

5038 KG TILBURG

 

 

© Ad Haans 2006.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

 

 

 

Over 'Eeuwigheid als ontbijt' van Jasper Mikkers


Ad Haans

 

Impressie

Dinsdag 3 juni 2008 werd de nieuwe dichtbundel van Jasper Mikkers, getiteld: ‘Eeuwigheid als ontbijt’ gepresenteerd in boekhandel Livius in Tilburg, ’s avonds om half negen. Jasper werd die dag zestig en dus had de boekpresentatie een extra feestelijk tintje met een extra drankje en vooral veel extra hapjes. Toen de winkelruimte tussen half negen en kwart voor negen door een opvallend groot aantal bezoekers was ingenomen, zette Gertie, de enthousiaste boekverkoopster van Livius die de avond opende, meteen heel fors een ‘Lang zal ie leven’ in, dat aanvankelijk aarzelend maar alras steeds luider werd meegezongen. Jasper glom van plezier om de luide en massale bijval. Vervolgens kwam uitgever en redacteur Jasper Henderson van uitgeverij Nieuw Amsterdam aan het woord om uiting te geven aan zijn grote liefde voor poëzie in het algemeen en voor die van Jasper Mikkers in het bijzonder, waarna Jasper hem dankte voor zijn vriendelijke woorden en de redactie van de uitgeverij roemde voor de precisie, de inzet en de souplesse waarmee zijn bundel was geredigeerd.

Toen leidde Jasper de avond verder in door een soort programmaschets te geven en de voornaamste spreker, de filosoof Charles Vergeer, op zo’n hoge troon te plaatsen dat die er nauwelijks op durfde te gaan zitten. "Na zo’n inleiding", zei deze toen hij eindelijk het woord had gekregen, "kun je maar het beste je mond houden, want je kunt de indruk die gewekt is eigenlijk alleen maar verpesten". Gelukkig deed Charles zijn mond wel open. Met het grootste gemak en schijnbaar zonder enige voorbereiding bracht hij zijn grote waardering voor Jasper onder woorden en schetste hij op humoristische wijze de onderlinge ‘ontmoetingen’, waarvan hij de eerste dateerde op zijn eigen negen- en Jaspers tienjarige leeftijd (Jasper was immers al zestig en hijzelf was nog maar twee jaar negenenvijfitg!), toen hij bij een museum in Enschede het rotsblok leerde kennen, waarover het vogeltje elke duizend jaren even met zijn snaveltje streek totdat de steen door deze activiteit volledig tot niets was gereduceerd. Op het moment dat de kleine Charles Vergeer besefte, dat na deze totale verdwijning van het rotsblok nog maar één seconde van de eeuwigheid zou zijn verstreken, ontmoette hij de dichter Jasper Mikkers, zo zei hij, want Jasper zou immers veel later blijkens de titels van zijn belangrijkste werken een onontkoombaar eeuwigheidsexpert blijken te zijn.

De hoofdspreker van de avond zei nog vele grappige dingen, Victor Vroomkoning las nog vele grappige gedichten over het ouder worden en Michaël Breukers en Isabel Savelkoul zongen nog vele mooie liederen op teksten van Jasper, terwijl ondertussen de wijn- en bierflessen, de fris- en fruitdranken voor de grote dorstige menigte niet aan te slepen waren. Uiteindelijk dankte Jasper iedereen uitbundig en vormde zich een lange rij bundelkopende lezers die voor de tafel van Jasper op een handtekening en een schriftelijke leesaanmoediging stonden te wachten. Schrijver dezes verliet het uitermate gezellige pand in zeer nuchtere staat om half elf in de avond en kan dus niet getuigen hoe laat de deuren zich sloten achter de laatste vertrekkende feesteling.

 

Recensie: Jasper Mikkers: Eeuwigheid als ontbijt

Voor de geliefde van een dichter die vele verhalende gedichten over zijn liefdeservaringen publiceert, is een boekpresentatie als de hierboven in de ‘ Impressie’ beschrevene een hachelijke zaak. Terwijl de auteur allerlei plastische beschrijvingen van lichamen en handelingen voorleest en liefdesontboezemingen citeert, gaan immers vanuit het publiek velerlei steelse blikken haar kant op en leven er achter die blikken vragen als: " Was zij dat?" of "Staat ze te blozen?" Tijdens mijn latere gedachtewisseling met de auteur hierover bleek het imago van zijn levensgezellin inderdaad een van de zorgen te zijn geweest, waarmee hij zijn bundel tijdens de voltooiing omringde. En het moet gezegd: hij is er uitstekend in geslaagd om al zijn erotische ervaringen en/of fantasieën te bezingen en daarbij noch zijn vroegere geliefden noch de huidige ook maar de geringste pijn te bezorgen.

De fictie van de verhalende hoofdstructuur schermt de privacy van de geliefde schitterend af. (Zijn eigen privacy zal hem als schrijver een zorg zijn!) Zo maakt Jasper Mikkers niet alleen zijn geliefde(n) en zichzelf, maar ook veel minnende of gemind hebbende lezers heel gelukkig met deze poëzie. Tussen de eerste aanblik van irisgroene ogen in het eerste gedicht en de verdwijning van de geliefde in de dood aan het eind van de bundel schildert de auteur vele prachtige liefdesmomenten, die zeer overtuigend verklaren waarom het lyrisch subject tenslotte eindigt in onherstelbare verstening en passiviteit. Door dit ontroerende slot waarin het lyrisch subject na de verdwijning van de geliefde vergeleken wordt met een ‘ over een rivierbed rollende steen’, is de bundel meer geworden dan een hooglied op de erotiek. De gedichten vertolken in hun samenhang de volheid van het menselijk leven, van de tintelendste vitaliteit tot de aangrijpendste tragiek.

In het openingsgedicht ‘"Groene iris" - ik moet tussendoor even opmerken dat de titels van de gedichten zonder hoofdletters en heel bescheiden tussen haakjes geplaatst onder het gedicht ‘ hangen’ – volgt er op de plotselinge aanblik van irisgroene ogen in een bruin gezicht al snel een moment van volstrekt mystieke overgave in de zin van een volledig buiten zichzelf getreden zijn. Het ik van de beide geliefden is volkomen bodemloos geworden en uitgewist is ‘ alle stof waarvan we zijn gemaakt’, aldus de dichter. Dat erotiek en mystiek heel verwant zijn aan elkaar blijkt in de volgende gedichten eveneens, waar het voor altijd willen behouden en het in het hier en nu willen blijven duidelijk worden verwoord. Zowel de opperste erotische ervaring als de mystieke kenmerken zich door tijdloosheid en door onuitsprekelijkheid. De dichter zegt het in het gedicht "Lakens rapen" zo:

Beminnen is zo kort worden

van zinnen, zo van stof

dat taal noch teken overblijft

bloot het bloot is dat niet uit te spreken

 

is worden wat voor woorden ligt

onvervangbaar voor besef van tijd verglijdt

 

is weten dat het niet gezegd

niet uitgelegd

ook later niet

en niet proberen

maar lakens rapen

en zwijgend slapen.

 

Soms is de geliefde een tovenares, een meesteres, een furie of een dier, ze is in alle gevallen onmetelijk, niet te bemeten. Haar handelingen veroorzaken gevoelens van kwetsbaarheid, pijn en huiver en maken de minnaar stil, blind en doof in een overweldigende ervaring van volmaaktheid. Jasper Mikkers doet mij in zijn thematiek, zijn metaforiek en prachtige formuleringen herhaaldelijk denken aan andere beroemde erotische dichters. Een titel als "Als de ochtend nadert" doet aan het beroemde gedicht van Hooft denken, aan die tweespraak tussen de minnaar en zijn lief Galathea, die begint met de regel: "Galathea siet den dach comt aen" en die zo prachtig eindigt met: "Danck hebt van u sachte kuskens en van als". In dat "als" (=alles) zit bij Hooft al datgene opgesloten wat een dichter in de zeventiende eeuw ongenoemd liet en wat een dichter als Jasper Mikkers zonder schroom onder woorden brengt. In het gedicht "Voorbereiding" brengen woorden als "haar wimpers beefden" bij mij dat schitterende gedicht van Leopold "O, nachten van gedragene extase" tot leven waarin het lyrisch subject na het minnen het volgende bij zijn geliefde waarneemt: En eindelijk het nauw te speuren zweven/ van de twee wimpers, van de wonderlicht/ bewerktuigde, die werden slank gezwicht/ en dan oneindig slepende geheven". Bij Mikkers wordt de gewaarwording van de bevende wimpers gevolgd door die van het stokken van de ademhaling, eveneens een detail dat in Leopolds erotische poëzie te vinden is, zonder daarmee te willen zeggen uiteraard, dat het bij Mikkers niet authentiek en oorspronkelijk zou zijn. Bij Mikkers staan er de prachtige regels:

 

haar wimpers beefden bij het glijden

van mijn hand langs borst en dijen

haar adem ademhalen oversloeg

 

Het stokken van de ademhaling is hier prachtig hoorbaar gemaakt in de ritmiek van de versegel. Zulke schitterende plastische formuleringen vindt men op meer plaatsen in Mikkers poëzie. In "Overal open" wordt de ontvankelijkheid van de minnaar als volgt uitgedrukt:

 

een bries strijkt langs mijn dijen

alles in me schuift gordijnen weg

mijn lijf gaat overal open

 

Uit een volgend gedicht " Dit ingepakte leven" komt de volgende fraaie slotstrofe:

 

stijf van eeuwigheid staat het leven

alles is, niets gaat, niets komt

niets rest dan een hemel die zich kromt

boven de nevelveren van ons nest

 

De minnaar zit boordevol ‘ carnal knowledge’, "hij weet hoe hij haar pakken moet" , zodat hij haar "als een slechtvalk uit de wolken in zijn handen" kan laten vallen, terwijl ze zich volkomen weerloos overgeeft met "de meest verbaasde grote ogen". In het gedicht "In de spiegel van haar geur" staan ook van die prachtige regels:

 

in de spiegel van haar geur

zie ik haar in een hoek vlak om de deur

 

In het gedicht "Het repeteren van de plekken" zijn we bij de oerbron van de Europese erotische poëze: de hoofse cultuur uit de twaalfde/dertiende eeuw, waarin de hoofse ridderromans ontstonden en daarmee tegelijkertijd het beeld van de hooggeplaatste onbereikbare Vrouwe die haar vazal jarenlang door helse avonturen laat gaan en dan tenslotte zijn brandend liefdesvuur beantwoordt met een kuise kus op het voorhoofd. Iets van die intense eredienst van de liefde en van die relatie van de vazal tot zijn onbereikbare koningin is te proeven in dit gedicht, ondanks de veel vrijere erotiek natuurlijk:

 

ik bereid me voor in mijn dromen

oefen het kussen, repeteer de plekken

die ik met mijn lippen zal bedekken

 

zal ze toestaan dat ik onbevredigd blijf

dat ik haar koester, dat ik haar koos

laat rollen in de schaal van mijn lijf

 

ik haar tot leven breng met lome kussen

met tong en vinger streel, haar mond en keel

totdat haar adem stokt, haar hart het wil begeven

 

ook als haar schoonheid me de adem beneemt

mag ik niet komen en niet gaan

niet stromen, moet ik blijven staan

 

Net als in die verre hoofse tijden mag de minnaar niet klaarkomen, want niet de bevrediging maar het pure onzegbaar brandende verlangen is in feite het hoogste genot. Als de minnaar alleen is, zoals in het gedicht "Als ik alleen ben" is het orgasme wel geoorloofd en Mikkers heeft niet de minste moeite met het zeer plastisch verwoorden daarvan:

 

tongen krommen om mijn tepels

honderd handen voeren me tot razernij

mijn lippen worden heet en zwaar, ik ril

krampen trekken spieren strak tot in mijn tenen

in een geboorte uit mijn eigen bekken barst ik uit elkaar

 

Mikkers voert de plastiek van de beschrijving en het boeiende vertellen in deze bundel tot grote hoogte. Neem de volgende scène, waarin zij hoog in een boom in allerlei lenige standjes en met blote kuiten in te grote hoge schoenen takken aan het snoeien is, terwijl hij vanonder opkijkt en tenslotte na een bijna-ongeval aan zijn brandende verlangen bezwijkt. Het is een prachtig gedicht met hele mooie details zoals die van de geur van het hout. Ik geef u hier de eerste twee strofen:

 

onbereikbaar hoog

in de geur van gewond hout

dwingt groeien haar tot lenigheid

en onvermoede standen

zoeken haar handen naar houvast

 

zaagsel dwarrelt naar beneden

haar enkels staan in veel te grote schoenen

haar klusjesbroek spant strak

een opgestroopte pijp hangt op een blote kuit

Helaas is het niveau van de bundel niet steeds zo hoog. In het gedicht " Mooier dan voorheen" wordt de erotiek in contrast geplaatst met het religieuze, maar de afkeer van de religie haalt helaas ook het poëtisch niveau van de erotiek omlaag. De zinnen "een oase is de liefde voor wie zich weet omringd/ door een woestijn van deugd" of "terwijl ze hun geloof belijden, luisteren naar preken/ vloeien orgasmen door ons heen" overtuigen mij geenszins. Maar over het algemeen is de bundel van Jasper Mikkers een juweel van erotische poëzie te noemen vol krachtige taalplastiek. Een strofe als de volgende brengt mij tot grote bewondering en zo zijn er nog vele in de bundel aan te wijzen:

 

de huizen sliepen, blauwe dromen spookten in hun ogen

                        soms richtte een merel zijn tent in voor de nacht

                        met timmerend gefluit, teksten van insecten dreven

                        door de lucht, er piepten wielen van een winkelwagentje

 

‘ Eeuwigheid als ontbijt’ van Jasper Mikkers is een bundel om te hebben en om regelmatig in te zien. Het is dubbel genieten, zowel van de muze als van Eros.

 

 

Ad Haans

Tilburg, augustus 2008