Detail from Avati's cover painting for The Roman Spring of Mrs. Stone, by Tennessee Williams

INHOUD AVATI
HOME
AUTEURS
BEELDENDE KUNST

Print

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in de Kunstbijlage van de Volkskrant op 6 oktober 2005. Copyright Rutger Pontzen & de Volkskrant - copyright afbeeldingen: Gemeentemuseum Helmond & The Estate of James Avati - copyright this Internet presentation CuBra

Rutger Pontzen

Bij Avati krijg je wat je ziet


Avati and model ("my standard old man') posing for the cover of Trouble in July by Erskine Caldwell


Painting for the novel Ellen Rogers by James T. Farrell


Cover painting for In the Wrong Rain by Robert A. Kirsch

Duizenden Amerikaanse jongeren hielden van hem om zijn doelloze bestaan; duizenden ouders hebben hem verguisd om hetzelfde. Holden Caulfield was in zijn tijd, begin jaren vijftig, voor een hele generatie van opgroeiende jonge Amerikanen een voorbeeld. Als non-conformist, een onberekenbare zonderling, een 'rolling stone', of zoals Bob Dylan over deze generatie ook zong, 'like a complete unknown' - wat in het geval van Caulfield nog beter klopte: niemand wist hoe de hoofdpersoon uit J .D. Salingers meesterwerk The Catcher in the Rye eruit zag. Salinger had van hem geen beschrijving gegeven, op het rode petje na dat Caulfield achterstevoren op zijn hoofd droeg.

Vandaar Salingers schrikreactie toen hij in 1952 werd gevraagd in te stemmen met een coverontwerp voor zijn boek door James Avati. Avati had gemeend Caulfield een uiterlijk te moeten geven. Of zoiets als een uiterlijk: op de omslag van Catcher in the Rye had hij de hoofdpersoon schuin van achteren afgebeeld. Het gezicht was slechts voor een klein gedeelte zichtbaar, maar wel nét genoeg om te zien dat Holden Caulfield grote oren had, rode wangen en een wipneus.

Salinger wilde er niet aan, maar moest zijn protest uiteindelijk staken: in vergelijking met de sterstatus die Avati binnen de boekenbranche had opgebouwd, was de schrijver een beginneling.

Als beroemdheid heeft Salinger de illustrator nadien behoorlijk afgetroefd, maar in de jaren vijftig lagen de rollen omgekeerd. James Avati was een grootheid - King of Paperbacks - omdat hij met zijn covers de boeken van Faulkner, CaldweIl, Dostojevski, Isherwood, Farrell, Gordimer en Moravia populair wist te maken bij een groot publiek. Ruim dertig jaar lang, van de jaren vijftig tot en met de jaren zeventig, domineerde de realistische schilderstijl van Avati en zijn epigonen de boekomslagen van enkele honderden paperbacks, bij de grote uitgeverijen als The New American Library (Signet Books) en Bantam Books. Hij groeide daarmee uit tot de meest succesvolle en best betaalde illustrator van de VS. Ook dankzij de leeshonger die na de Tweede Wereldoorlog de kop opstak (voordat de televisie definitief zijn intrede deed), de toenemende welvaart, de publicatie van betaalbare nieuwe boeken en heruitgaven van klassiekers, de mogelijkheid om goedkoop in kleur te drukken en de vondst van een plastic coating die de omslag tegen beschadiging beschermde.

Avati bleek een rasillustrator, die graag de mythe in stand hield een buitenbeentje en autodidact te zijn. Wat maar ten dele waar was. Buitenbeentje, ja, want geboren in 1912 uit een Schotse moeder en een Italiaanse vader, op 15-jarige leeftijd al wees, opgevoed door een strenge tante en een aangetrouwde, Zwitserse oom (die miljonair was en zijn schooltijd financierde). Maar een totale autodidact, nee. Avati heeft wel degelijk enige artistieke scholing gekend. Hij studeerde architectuur en kunstgeschiedenis aan Princeton University. In 1940 trouwde hij met de jonge Jane Hammell, die daarover lang heeft getwijfeld. Begrijpelijk: als dochter van een bloemenschilder (moeder) en ontwerper (vader) moet zij gevoeld hebben dat Avati eerder geïnteresseerd was in het artistieke milieu en de werkzaamheden van zijn toekomstige schoonouders, dan in haar.

Avati werd een paar jaar na hun huwelijk onder de wapens geroepen. Hij belandde op een legerkamp in Texas en werd vervolgens, in 1943, naar het front in Europa gestuurd. Hij werd gestationeerd in Frankrijk en Duitsland, en bleef na de bevrijding enkele maanden in Italië hangen (het huwelijk was toch geen groot succes) om twee cursussen modeltekenen te volgen.

Het is waarschijnlijk de enige tijd geweest dat Avati direct naar model heeft geschilderd. Vanaf het moment dat hij begon te illustreren, in 1949, maakte hij de eerste compositiestudies met olieverf op papier of karton. Vervolgens liet hij professionele modellen, vrienden, toevallige passanten of familie, zoals zijn oudste dochter Alexandra ('Zan'), in de gewenste houdingen voor de camera poseren. Uit die fotoseries blijkt dat Avati zowel illustrator, beeldend kunstenaar als dramaturg was. Zoals zijn dochter later zou vertellen, gaf hij gedetailleerde regieaanwijzingen, over oogopslag, gezichtsuitdrukkingen en houdingen.

Uiteindelijk werd uit alle foto's het beste exemplaar minutieus in verf overgezet, zonder dat hij er iets noemenswaardig aan veranderde. Je kunt het natuurlijk zien als een abc’tje binnen het schildersvak, wat het ook wel was. Maar toch, wie de resultaten van zijn schilderdrift bekijkt, op de omvangrijke overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum in Helmond, zal moeten toegeven dat het meer dan illustraties zijn. De dramatiek binnen de rechthoekige afbeelding is verrassend goed georganiseerd. Het oog dwaalt over het oppervlak van detail naar detail. Avati werkte veel met scherpte-diepte. Het is of je door een cameralens naar het tafereel kijkt, maar dan picturaal. Wat Avati thematisch belangrijk achtte, schilderde hij vanuit een haast abstracte verfbrij scherp; de rest liet hij in een impressionistische toets vaag.

De wat kunstmatige miniatuurwereld die Avati bouwde, heeft referenties met de anekdotische genreschilderkunst uit verschillende eeuwen, van Jan Steen, Adriaan van Ostade, Boucher, Fragonard en William Hogarth. Eigentijdser gezien zit Avati ergens tussen Thomas Eakins en Bob Ross, tussen filmstill-fotografie en affichekunst. En natuurlijk verwant aan die andere impressionistische eenzaamheidsschilder, Edward Hopper. Hopper (die ook enige tijd als illustrator werkte) was zeker een betere schilder, bovendien subtieler in zijn ensceneringen. Maar Avati is de betere psycholoog. Zijn gezichten vertonen meer expressie, de mimiek is gevarieerder en de kleine details in gebaren, lichaamstaal en entourage maken duidelijk dat Avati het boek niet alleen had gelezen, maar dat hij de 'guts of the story' ook kon uitbeelden. Hij wist hoe je een hele roman, met diverse verhaallijnen, plots en nevenplots moest condenseren tot één treffende mise-en-scene.

Avati's stijl was uiterst effectief. De onderwerpen zijn dan wel tragisch, dramatisch en romantisch, de manier van uitbeelden is eerder prozaïsch. Die nuchtere benadering van het onderwerp ( n zijn vak) maakt Avati bij uitstek tot een Amerikaanse schilder/illustrator. Het is een soort realisme dat in Europa niet bestaat: dicht op het onderwerp, zonder al te veel symboliek of mystiek, niet metaforisch. Kortom, van het adagium 'what y ou see is what you get'. Schilderkunst die meer is gebaseerd op de eerlijkheid van het ambacht dan op de vervoering van de verbeelding, of het ongewisse. In die zin nam hij zijn taak - dienstbaar te blijven aan de inhoud van het boek - behoorlijk serieus. Haast als een morele opdracht: 'Ik kan me dag herinneren dat ik voor mijn ezel stond en tegen mijzelf zei: je moet het zo goed doen als je kunt; de tijd van zomaar wat aanrommelen is voorbij, je moet je hier serieus op toeleggen.'

Natuurlijk, er hangt om de afbeeldingen van Avati ook de geur van goedkoop effect. Ontblote dijbenen, een net iets te diep uitgesneden decolleté, de bevallige rondingen van heup en billen, stoere torso's, een brede kaaklijn en de eeuwige aanwezigheid van bungelende sigaretten in de linker- (of rechter)mondhoek - het zijn inkoppers voor wie de aandacht van de kijker wil krijgen. Clichés en overacting maken dat de afbeeldingen soms blijven steken op het niveau van operette en musicals. Alles is net iets te veel opgemaakt en te dik aangezet.

Latente seks, insinuerende houdingen en wulpse oogopslagen -- de wereld van Avati was, zoals hijzelf ook toegaf, uit een uiterst eenvoudige man-vrouw-verhouding opgetrokken. Broeierige ensceneringen die in de verbeelding van de potentiële koper een eigen leven gingen leiden en oplagecijfers deden stijgen. Avati begreep heel goed dat nieuwsgierigheid en voyeurisme uitstekend waren voor de verkoop, en heeft dat tot het einde van zijn carrière weten vol te houden (hij bleef tot ver in de jaren tachtig doorwerken, en stierf begin 2005, na twee huwelijken en meerdere geliefdes, en acht kinderen rijk).

In die zin was Avati de perfecte voortzetting van het pr-beleid van de verschillende uitgeverijen door wie hij was ingehuurd. Ook die taak nam hij serieus.

Toch is het werk minder een beelddiarree dan je op grond van die commercialiteit zou verwachten. Zeker niet binnen de optimistische cultuur van kort na de Tweede Wereldoorlog. In een tijd dat menigeen in Amerika voornamelijk dacht aan een nieuwe, luxueuze levensstijl, of zich afvroeg hoe de 'Commies' te verslaan en de werelddominantie te verwezenlijken.

Zeker, Avati verzon de onderwerpen niet zelf. Hij illustreerde ze naar de boeken die hij van een cover moest voorzien. Toch zit er in zijn werk te veel coherentie, om daar niet de hand van de schilder in te zien. Ook thematisch. Een soort fatalisme dat tegengesteld was aan waar de Amerikaanse droom voor stond. In plaats van de vrijheid van keuze en de onbeperkte mogelijkheden van de nieuwe tijd uit te drukken, schilderde Avati melancholie, noodlot en onoverkoombare tragedie.

Het zijn de oude, eeuwige thema's: overspel, ontrouw, huiselijk geweld, jaloezie, afgunst, verleiding, eenzaamheid en verbittering. Natuurlijke driften en gemoedstoestanden die eerder verwijzen naar een biologisch krachtenspel dan naar een cultureel optimisme. Jongemannen die verliefd worden op de verkeerde vrouw, meisjes die zich in de armen storten van overspelige mannen, minnaars die op geld belust zijn en moeders die hun kinderen verwaarlozen - de thema's zijn van alle tijden en (zodoende naar het schijnt) onoplosbaar. En zonder duidelijk aanwezige reden of motief, zoals James Deans 'rebel without a cause' of de doelloze dwalingen van Holden Caulfield die Avati een gezicht gaf.