Detail from Avati's cover painting for The Roman Spring of Mrs. Stone, by Tennessee Williams

INDEX AVATI
HOME
AUTHORS
FINE ARTS

Print

 

Frank Hoenjet

James Avati - Illustrator van het echte Amerikaanse leven

De volledige tekst met afbeeldingen uit de brochure die werd uitgegeven ter gelegenheid van de Avati-tentoonstelling in het gemeentemuseum (Boscotondohal) in Helmond

Door louter toeval brengt het Gemeentemuseum Helmond juist in het sterfjaar van de Amerikaanse illustrator-schilder James Sante Avati (1912-2005) een eerste museale overzichtstentoonstelling van zijn werk. De aanleiding was een interview uit 1980 van de schrijver-journalist Ed Schilders met Avati in de boekenbijlage van Vrij Nederland. Ik werd onmiddellijk geboeid door het werk en de persoon van deze voor mij onbekende boekcoverartiest en deze fascinatie liet me niet meer los. Toen er in 2000 een prachtige documentaire over Avati van Koert Davidse en Piet Schreuders door de VPRO-televisie werd uitgezonden, nam ik als conservator van het Gemeentemuseum Helmond het definitieve besluit een tentoonstelling van Avati’s werk te maken.

Toch duurde het nog tot eind 2003 voordat hiertoe de eerste stappen gezet werden. Mede door het enthousiasme voor het plan van Jan Bongaarts, directeur van het Gemeentemuseum Helmond, besloot ik Ed Schilders te benaderen. Hij wilde ditmaal echter op de achtergrond blijven en verwees me naar die andere kenner van Avati’s werk: de grafisch ontwerper Piet Schreuders.

Al snel werd duidelijk dat Schreuders in het plan een goede gelegenheid zag zijn meer dan 25 jaar durende onderzoek af te ronden in de vorm van een lijvige en rijk geïllustreerde monografie over de

illustrator. Een intensieve periode van onderzoek, doormailen van informatie, afbeeldingen uitwisselen en het beoordelen van werken volgde.

In januari 2005 bezochten we samen New York. Een driedaags bezoek aan Red Bank en Fair Haven in New Jersey bracht ons bij Avati´s beste vriend en collega Stanley Meltzoff, die ons de nodige informatie verschafte. [NOOT 1] Meltzoff beheert Avati´s nog niet verkochte illustraties. Helaas stierf Avati al een maand na ons Amerikaanse bezoek, net voordat we zijn werk via een monografie en tentoonstelling aan een breder publiek kenbaar konden maken.

Hoe meer ik me in het leven en werk van Avati verdiepte, des te completer werd mijn beeld van zijn achtergrond en ambities. James Avati was zeker geen klassieke, autonome kunstenaar, ook al was dat zijn grote droom. Hij had geen opleiding aan de kunstacademie gevolgd. Voordat hij in 1949 zijn eerste omslag-schilderij maakte had hij wel al andere illustraties gemaakt. Zijn vrije schilderijen en afiuarellen oogden verdienstelijk. Hij was een self-made illustrator en bezat alle noodzakelijke gaven om in die jaren een van de meest succesvolle illustratoren te worden binnen het welomschreven kleine terrein van de cover-illustratie.

James Avati - Tobacco Road (1951)

 

Amerikaans Realisme

 

Avati studeerde van 1931-1935 architectuur aan de Princeton University. Contemporaine kunst werd tijdens de colleges kunstgeschiedenis nog niet onderwezen. Gedurende zijn vormende jaren aan de universiteit en de jaren daarna bloeiden een viertal stijlen die in meer of mindere mate verwantschap met Avati’s latere stijl vertonen: het zogenoemde Regionalisme, het Urbaan Realisme, Sociaal Realisme en het Magisch Realisme.

Het werk van de kunstenaars van de eerste drie stromingen –de Regionalisten, Urbane en Sociaal Realisten– paste trouwens perfect in de heersende tijdgeest. Zij schilderden onderwerpen die Avati ook afbeeldde: het alledaagse leven in de stad of op het platteland. De Regionalisten, met Grant Wood en Thomas Hart Benton als bekendste vertegenwoordigers, weerspiegelden in hun voorstellingen de fictie van schrijvende tijdgenoten als William Faulkner en John Steinbeck, auteurs van boeken waar ook Avati omslagschilderijen voor heeft gemaakt. Het waren de jaren van de Depressie.

Maar waar de literatuur kritisch en pessimistisch was en juist de donkere kanten van het bestaan in kaart bracht, vierden de Regionalisten het plattelandsbestaan van de Midwest. De Regionalisten waren verwant aan de destijds fameuze Mexicaanse muralisten. Zij bewierookten in hun grote muurschilderingen de heroïek van de eerlijke arbeider. Dergelijke afbeeldingen waren in de gehele Verenigde Staten –mede door actieve overheidssteun– in publieke gebouwen als postkantoren en stations te zien.

Een stroming als het Urbaan Realisme –met representanten als Reginald Marsh, de gebroeders Soyer en Isabel Bishop– grossierde in nieuwe onderwerpen als het Newyorkse uitgaansleven, immigranten die werk zoeken of de opkomst van de werkende vrouw. De Sociaal Realisten, onder wie Philip Evergood, William Gropper en Ben Shahn, legden in tegenstelling tot de Urbane Realisten veeleer de harde en vileine kant van de samenleving bloot.

 

Tussen 1940 en 1942 was Avati als assistent-etaleur verbonden aan een Newyorks warenhuis, onder leiding van de magisch-realistische schilder Walter Murch (1907-1967). Omdat ze nauw samenwerkten, is Murch wellicht de enige kunstenaar van de genoemde stromingen die Avati direct heeft kunnen beïnvloeden. Diens bekendste werken dateren van eind jaren veertig. Hij maakte toen stillevens die het patina van de voorbije tijd onthullen. Avati keek bij Murch waarschijnlijk de kunst van het schilderen af en leerde hoe je een onderwerp of object schilderkunstig ‘neerzet’.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel het doek voor de realistische stromingen in de Verenigde Staten. Na de oorlog werd pijnlijk duidelijk dat de realistische stijl teveel overeenkomsten had met het officiële (Staats-) Sovjet Realisme. En juist toen in de kunstwereld de abstracte kunst doorbrak, startte de carrière van Avati als illustrator en realistisch schilder van het Amerikaanse leven.

Dat de omslagschilderijen van paperbacks in die naoorlogse jaren realistisch waren, is zeker niet verwonderlijk. Het potentiële koperspubliek van paperbacks bestond immers niet uit kunstkenners, maar uit mensen die in het leven van alledag vertrouwd waren geraakt met realistische afbeeldingen. Denk daarbij aan de muurschilderingen in postkantoren en andere overheidsgebouwen.

De door illustratoren gehanteerde realistische stijl uit de jaren dertig en veertig was typisch Amerikaans. Er is één man die stilistisch in de buurt van Avati komt, en dat is Amerika’s grootste illustrator van de twintigste eeuw: Norman Rockwell (1894-1978). Rockwell werd vanaf 1916 bekend door zijn vele omslagen van het populaire The Saturday Evening Post. Maar waar Avati passie, treurnis, ellende en wanhoop overtuigend weet te verbeelden, daar laat Rockwell ons het Amerika zien zoals Amerika zich graag wil afficheren: een land van vrijheid, onbegrensde ambitie en geloof. De belangrijkste overeenkomst tussen Rockwell en Avati is de stijl van illustreren oftewel het realistisch neerzetten van overtuigende personages, menselijke interactie, gevoel voor kleur en aandacht voor de stoffage (interieur, omgeving).

 

Het geheim van Avati

 

In een uitvoerig interview dat de Nederlandse ontdekker van Avati, de schrijver en journalist Ed Schilders, in 1980 met hem had, blijkt dat Avati dacht dat de voorstellingen op zijn omslagschilderijen wellicht voortkwamen uit oude films die hij had gezien.[NOOT 2] In de jaren dertig en veertig overheerste de realistische cinema van o.a. Howard Hawks en Lewis Milestone, regisseurs die verfilmingen op hun naam hadden staan van dezelfde auteurs die ook Avati later van omslagen voorzag. En dan waren er natuurlijk Frank Capra’s films uit het New Deal-tijdperk over het kleinburgerlijke en melodramatische leven, de Films Noirs en de sociaal-kritische films.

Avati moet de geschilderde billboards en de filmaffiches hebben gezien. Die toonden veelal de erotische spanning tussen een man en een vrouw. Soms dook er een derde persoon op, die de liefde tussen de hoofdrolspelers op de proef stelde

James Avati - sketch for 'The World of Suzie Wong'

 

Die destijds gangbare realistische stijl in de populaire beeldcultuur sloeg Avati ongetwijfeld in zijn geheugen op.

James Avati - photo of model Zan for 'Lola: A Dark Mirror' (1959)

 

Vanaf zijn debuut in 1949 illustreerde hij literatuur van schrijvers die tot dan toe maar bij een beperkt publiek bekend waren, waaronder Erskine Caldwell (1903-1987) en James T. Farrell (1904-1979). Die paperbacks haalden miljoenenoplagen! Caldwell en Farrell zijn twee auteurs die Avati’s wereld verbeeldden: de tegenslagen en verlangens in het gewone leven van de armere (blanke) Amerikaan in de stad of kleinsteedse omgeving, zoals Red Bank, Avati’s woonplaats. Die fictie was nu juist geschreven tijdens zijn eigen vormende jaren: de jaren dertig en veertig.

In de tijd dat hij samen met Walter Murch als assistent-etaleur in een Newyorks warenhuis werkte, vond hij ook emplooi als illustrator van damesbladen. In 1949 maakte hij zijn eerste omslag-schilderijen voor Bantam en de toen pas opgerichte New American Library (NAL).

In het Schilders-interview vertelde Avati hoe hij in zijn eerste jaren te werk ging. Eerst las hij het boek en liet het verhaal op hem inwerken. Dan bedacht hij een scène waarin de essentie van het drama moest worden samengebald. Dat vermogen beheerste hij meesterlijk. Daartoe maakte hij enkele schetsen van de scène, die voorafgingen aan een fotosessie.

Avati ging als een filmregisseur aan het werk. Hij bouwde een set op, huurde professionele modellen en liet hen de scène voor het oog van zijn fotocamera naspelen. Soms vroeg hij gewoon mensen van de straat voor hem te poseren of figureerde een van zijn kinderen. Met de best geslaagde foto als voorbeeld, begon hij aan het omslagschilderij. Kleine details, zoals de houding van het hoofd of de mimiek van een typerende gelaatstrek, die op de foto niet goed zichtbaar waren, paste hij al schilderend aan.

Uit een interview met zijn vriend Meltzoff blijkt dat Avati meerdere versies van zijn schilderijen maakte. Hij corrigeerde houdingen, voorzag een gezicht van een iets andere mondhoek of haalde nog een detail van de stoffage (de omgeving en aankleding van de scène) weg. Avati corrigeerde keer op keer op dezelfde drager. In zijn drang naar het perfecte omslagschilderij smeerde Avati de verf in zulke dikke lagen op het board, dat dit een haast dicht-gelopen en spiegelend oppervlak kreeg. Die drager was bijna zonder uitzondering van hardboard. Daarnaast werkte hij op andere industriële materialen als homasote, masoniet en illustration board. Board was goedkoop, stug (doek geeft tijdens het schilderen mee) en bovendien gemakkelijk onder de arm mee te nemen wanneer hij de trein naar New York nam om zijn eindresultaat aan de uitgever te laten zien.

In het vraaggesprek met Ed Schilders bekent Avati emotioneel altijd zeer betrokken te zijn geweest bij de verhalen. Tegelijkertijd vormde zijn werk als omslagillustrator hem in twee opzichten: hij las veel wereldliteratuur, die hij door zijn opdracht bovendien tot op de bodem doorgrondde, én hij leerde eigenlijk spelenderwijs schilderen. Het weergaloos knappe realisme lijkt het best bewaarde geheim van Avati, die nooit een kunstacademie heeft gevolgd. De anatomie klopt, er is een echte interactie tussen de personages, de geschilderde omgeving –een slaapkamer, een straatscène of een boerderij– versterkt de pointe van Avati’s voorstelling en daarnaast creëert hij in de voorstelling ‘schilderachtige’ effecten. Omdat omslagschilderijen nieuw waren, verhief Avati zijn prachtige covers onbedoeld tot standaard.

Dat ‘schilderachtig’ effect wordt geïllustreerd door het werk Love and Money uit 1956, waarin hij de voorzijde van een bar –waar een vrouw tegen aanleunt– geheel opbouwt uit kleurvlakken. Van dichtbij oogt het als een lappendeken van verschillende kleurnuances; van iets verder weg geven die nonchalant neergezette kleurvlakken juist een ‘schilderachtig’ effect. Bovendien vergroot het de spanning in het schilderij tussen de redelijk precies weergegeven personages en de omgeving (inclusief decorstukken). Ooit noemde Avati een aantal stil-levens van Cézanne als inspiratiebron voor die schilderstechniek. Eenmaal kopieerde hij voor een achtergrond letterlijk het motief van een behang dat hij in een schilderij van Cézanne had gezien.

James Avati - cover painting for Erskine Caldwell's 'Love and Money'

 

King of paperbacks

 

Schildert hij in de eerste maanden van zijn debuutjaar 1949 soms nog wel eens een anatomisch onhandig neergezette interactie tussen een man en een vrouw, zoals duidelijk te zien is in het werk Crime and Punishment (Signet), later dat jaar is die onhandigheid al omgezet in een overtuigend samenzijn van een man en een vrouw (Kiss Tomorrow Goodbye, Signet).

In A World I Never Made (Signet) bewees de toen al drie jaar actieve cover-schilder dat hij een meester is in de mise-en-scène. Zeven personages staan in een nogal theatrale opstelling bij elkaar op straat. De man die links in beeld wordt afgesneden bekijkt de vrouw in het midden kritisch en sommige kinderen lachen haar uit. Avati heeft de achtergrond schilderachtig ‘vlekkerig’ gehouden, en gedempte kleuren meegegeven. Daardoor komen de helder geschilderde personages beter uit.

In dit werk toont Avati zich een meester in gelaatsuitdrukkingen, stofuitdrukking (denk aan de groene rok van de vrouw) en de betekenis van lichaamstaal. In de jaren vijftig bleef Avati schilderijen maken die het gehele vlak vullen. Meestal zien we in deze vlakvullende composities twee of meer personages in een duidelijk herkenbare omgeving (straat, café, hotel).

James Avati - cover painting forJames T. Farrell's 'A World I Never Made'.

 

Soms, zoals in 1955, presenteert Avati een voorstelling tegen een witte ondergrond. In The Lying Days (Signet) laat hij veel ruimte in de marges open. Vervolgens verdubbelt hij het beeld, doordat hij over de eerste compositie twee bloemen schildert. Dat geeft diepte aan de voorstelling. Achter de bloemen zien we een vrouw in een onderjurk die met haar knie op een bed steunt en in gedachten is verzonken. De bloemen op het eerste plan versterken de sensuele en dromerige sfeer van het werk.

Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig plaatste hij vaker een inzet in het beeld. Dit was bijvoorbeeld een wit vlak waar de uitgever later een tekst in drukte, of een inzet waarin een andere scène uit het boek werd afgebeeld. Het omslag is dan in wezen een mini-beeldverhaal (zie bijvoorbeeld More Deaths than One, Signet 1957).

In de jaren 1958 en 1959 maakte hij steeds vaker schilderijen waarbij de figuur alleen tegen een monochrome achtergrond wordt gezet. Het onderste deel van de voorstelling is nog wel van stoffage voorzien, maar het middelste en bovenste deel van de voorstelling is leeg. Dat stuurt alle aandacht naar de figuur op de voorgrond. Voorbeelden van deze werkwijze zijn Two Women (Signet, 1959) en Southways (Signet, 1960).

James Avati: cover painting for Nadine Gordimer's 'The Lying Days'

 

De genoemde schilderijen maakte hij voor de succesvolle Signet-reeks van NAL. Voor Bantam –onder leiding van de inspirerende art-director Len Leone– vervaardigde hij in de eerste helft van de jaren zestig een aantal bijzondere werken. In Juniper Island (1961) zien we een jongeman en een jonge vrouw in een duingebied. Ook hier hebben we met een vlakvullende compositie te maken. Maar nu zijn duinen, zee en lucht door Avati getransformeerd tot een haast abstracte achtergrond, in de traditie van grote romantische schilders als Caspar David Friedrich en William Turner. De eenheid van de compositie wordt versterkt door de blauw-groene waas die in de gehele voorstelling zit verweven. Dit kleurt de beleving van de scène. De man steekt een sigaret op, en de zittende vrouw staart bedroefd voor zich uit. Het is een van de vele post-coïtum scènes die Avati in zijn carrière heeft gemaakt.

James Avati - painting for 'Juniper Island', with model Zan posing. Insert: Avati's photograph

 

The Winter of Our Discontent (Bantam, 1962) is een goed voorbeeld van werk uit de jaren zestig waar de figuren als silhouetten tegen een egale, lichte achtergrond worden geplaatst. Alle aandacht gaat nu uit naar de personages. In The Winter zijn dat twee vrouwen en een man die in koele oranje tinten samenzijn. Toch betekent dit niet dat Avati na 1965 geen vlakvullende composities meer maakte. Soms keerde hij weer terug naar zijn werkwijze uit de jaren vijftig. Maar zijn stijl werd vanaf 1965 losser én meer esthetisch.

James Avati - God's High Table (1973)

 

De schilderijen uit de jaren zeventig en tachtig, zoals High Tide at Noon (Avon, 1975) en God’s High Table (Avon, 1973), verraden vaardigheid en een zekere routine. Ze ogen vanzelfsprekend. In beide werken bevinden de afgebeelde jeugdige paartjes zich op de grens van bebouwing en braakliggend terrein of natuur. In God’s High Table overheerst een ovale compositie (medaillon-vorm), die hij dan al een aantal jaren regelmatig toepast. Binnen die ovaal zien we een man met een plunjezak die in een bloemenveld aan de rand van de stad zijn geliefde ontmoet. In dit werk heeft Avati duidelijk plezier gehad in de stoffage: de klaprozen in het veld overheersen de compositie.

Met werken als The Night Swimmers en Making Time (beide voor Dell, 1980) liet Avati nogmaals zijn grote kwaliteiten zien. De vrouw in Making Time is een bekoorlijke vrouw met een glas champagne in haar hand.

James Avati - Making Time (1980)

 

Avati heeft haar frontaal en solitair afgebeeld. Door haar in een blauw-paarse jurk af te beelden tegen een neutrale blauw-paarse achtergrond gaat al onze aandacht naar haar naakte huid en haar mooie gracieuze figuur. In The Night Swimmers zit een tienermeisje met twee jongetjes aan de rand van een zwembad. De maan werpt een groen-blauwig licht over hen en het water.

In deze werken toont Avati zich een meester: personages, attributen en lichtval zijn overtuigend geschilderd. Avati leeft zich opnieuw uit in de stofuitdrukking. Alleen is de spanning die de composities van de jaren vijftig en vroege jaren zestig bezaten verdwenen. Maakte hij toen indrukwekkende tablaux-vivants, nu rust de meester uit en vertoont hij nog slechts af en toe zijn fenomenale kunsten.

 

Avati is nooit een autonoom kunstenaar geweest. Hij dankt zijn succes aan zijn métier als illustrator. Toch zijn er opvallende overeenkomsten tussen zijn werk en dat van de kunstenaar Edward Hopper (1882-1967).[ NOOT 3] Volgens Stanley Meltzoff kende hij Hoppers werk van reproducties en enkele tentoonstellingen, ook al was Avati geen fervent museumbezoeker.

Overigens schilderden Avati en Hopper vergelijkbare onderwerpen. Ze hadden een voorkeur voor typische scènes uit het Amerikaanse leven die zich afspeelden tegen het decor van hotels, restaurants, theaters, cinema’s, kantoren, tankstations en slaapkamers. Bij beiden ligt steeds de nadruk op het kleinsteedse karakter van de scènes en de realistische uitbeelding van de figuren.

Wat Hoppers werk vooral typeert is het melancholische karakter van de schilderijen. Hij verbeeldde de eenzame mens in een vluchtige, materiële wereld. Hopper schilderde het Amerikaanse leven, maar zonder de politieke of sociaal geëngageerde agenda van zijn tijdgenoten. En in die verwante thematiek van het echte alledaagse Amerikaanse leven excelleerde ook de grote James Avati, King of Paperbacks.

 

 

Frank Hoenjet

conservator moderne kunst Gemeentemuseum Helmond


Noten

1 De informatie van Stanley Meltzoff kwam voort uit meerdere gesprekken tussen Meltzoff, Piet Schreuders en de auteur van dit artikel in Fair Haven, 18 en 19 januari 2005. Meltzoff was sinds de jaren vijftig vriend en collega-illustrator.

2 Ed Schilders, ‘James Avati – Paperback artist’, in: Vrij Nederland, Boekenbijlage, 31 januari 1981 (het interview vond plaats in augustus 1980 in Avati’s toenmalige woonplaats Red Bank, New Jersey)

3 Voordat Hopper zich inschreef voor de New York School of Art, volgde hij van 1899 tot 1900 een opleiding aan de Newyorkse School of Illustrating. Tot de jaren twintig moest hij met illustraties zijn basis-inkomen verdienen.

Voor zover we weten heeft Avati Hoppers vooroorlogse en beste werk nooit in het echt gezien, ondanks het feit dat Hopper al in 1933 zijn eerste overzichtstentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York had. Avati was toen zelf 21 jaar en Princeton-student.