Detail from Avati's cover painting for The Roman Spring of Mrs. Stone, by Tennessee Williams

INHOUD AVATI
HOME
AUTEURS
BEELDENDE KUNST

Print

Text/Tekst Copyright CuBra & Ed Schilders 2004

Ed Schilders Boeken op zondag

James Avati - Paperback artist

Dit interview werd in augustus 1980 gehouden in Red Bank - New Jersey, en op 31 januari 1981 gepubliceerd in de Boekenbijlage van Vrij Nederland.

 


James (Jim) Avati in zijn atelier. Foto: Ed Schilders


Omslag van de Boekenbijlage van Vrij Nederland, 31 augustus 1981. Ontwerp: Piet Schreuders. Het schilderij stelt James Avati voor in zijn atelier; het werd gemaakt door Stanley Meltzoff


Timmy Avati toont een van de weinige originele schilderijen die in 1980 in Avati's bezit waren. Foto: Ed Schilders.


Avati's schilderij voor het omslag van Theodore Dreisers An American Tragedy: 'Een zachtaardig meisje uit de middenklasse' dat voor het eerst poseerde.


Avati's schilderij voor Alberto Moravia's The Fancy Dress Party, een van zijn 'tableaux'.


Een van Avati's weinige coverillustraties bij een historische roman: Robert Penn Warren's World Enough and Time


Avati's omslag voor J.D. Salingers cult-klassieker The Catcher in the Rye (viermaal vertaald in het Nederlands) De inzet met de tekst lijkt een compromis tussen auteur en uitgever: Salinger wilde letters, de uitgever wilde beeld.


James Avati in 1980. Foto: Ed Schilders

Red Bank, New Jersey, ligt drie kwartier bussen van New York. Het dorp telt, volgens de kaart, minder dan vijfduizend inwoners en lijkt op een decor voor films in de sfeer van de jaren vijftig. Ik ga op zoek naar Mechanic Street, die, dat kan ook niet anders in zo'n filmstadje, een zijstraat van zo’n Main Street blijkt te zijn waarover Sinclair Lewis een roman schreef.

 

Jim Avati woont op de eerste verdieping van het hoekhuis. Zijn appartement ziet er precies uit zoals men zich dat voorstelt van een al wat oudere, alleenstaande heer die op olieverf leeft. Overal tubes verf, potten penselen, messen, paletten, en voor het grootste raam een ezel met work in progress: een schilderij van twee teenagers dat de cover moet worden van een Dell-boek. Tegen de muren leunen tientallen stukken beschilderd board, vrijwel zonder uitzondering de olieverven voor boekomslagen uit de jaren zestig en zeventig. Van zijn beste werk, de schilderijen uit de jaren veertig en vijftig, bezit hij momenteel slechts een viertal exemplaren. De rest, minstens tweehonderd stuks, moet zich (maar zelfs dat is niet zeker) in de obscure opslagruimtes van de uitgeverijen bevinden. *)

Avati is kleiner dan ik me had voorgesteld, maar de Italiaanse achtergrond die uit zijn achternaam opklinkt is duidelijk herkenbaar. Zijn vader was een Italiaanse immigrant die in New York een verdienstelijk fotograaf werd, zijn moeder kwam uit een Schotse familie. Hij werd in 1912 geboren in Bloomfield, New Jersey. Na het overlijden van zijn ouders werd hij grootgebracht door een Schotse tante en een rijke oom die hem naar het sjieke Princeton stuurde voor een gedegen studie en zeker niet om er te leren hoe je schilderijen voor paperbackomslagen maakt.

Toch is hij daar na de Tweede Wereldoorlog mee begonnen, en hij is er, in tegenstelling tot de meeste van zijn collega's, nooit meer mee gestopt.

In vakkringen wordt Avati nu algemeen beschouwd als de vernieuwer van de toen heersende stijl, en als een vakbekwaam schilder die als geen ander het emotionele drama dat zich in de roman ontwikkelt in een omslagschilderij kon vastleggen. Zijn omslagen zijn literaire lichtbeelden. Dia’s die uitnodigen tot het kopen van een boek, maar die hun kracht pas echt doen voelen nadat men de roman gelezen heeft. Dat effect heeft slechts een klein deel van de in die tijd werkende cover artists willen en weten te bereiken. Het is daarom niet verwonderlijk dat juist Avati van zijn uitgever de meeste moderne klassiekers (Dreiser, Farrell, O'Hara, Faulkner, Moravia, Isherwood) te verbeelden kreeg en bovendien werd ingeschakeld bij de uitgave van jonge, veelbelovende auteurs (Salinger, Engstrand, Willingham).

 

Damesbladen

 

Avati praat graag over het verleden maar hij wordt daarbij soms gehinderd door een zwak geheugen als het om namen, data en titels gaat. Hij lacht vaak en uiterst aanstekelijk. In de loop van het gesprek raakt hij duidelijk vermoeid. Die ochtend is hij om vijf uur opgestaan om te werken, en ook de witte Californische wijn die hij gul rondschenkt zal ongetwijfeld invloed op zijn moeheid hebben gehad.

 

Kunt u iets vertellen over uw opleiding als schilder en illustrator?

Die heb ik niet. Ik ben autodidact. Ik heb architectuur gestudeerd maar heb nooit op een kunstacademie gezeten. Ik heb geen enkele formele artistieke opleiding. Maar zo lang als ik me kan herinneren heb ik altijd al willen schilderen, dat nog liever dan illustreren, en toen ik in het leger was, heb ik wat artwork gedaan voor het regiment. Ik maakte waterverven en toen ik uit het leger kwam, dacht ik dat het wel makkelijk zou zijn om aan de slag te komen als illustrator. Ik heb toen gebruikgemaakt van de G.I. bill (studiebeurs op kosten van het leger) om kunstgeschiedenis te studeren, en ben daarna inderdaad gaan illustreren. Dat moest ook wel, want ik was getrouwd en we hadden een kind en ik moest de kost verdienen. Ik had meteen veel succes en deed veel werk voor de damesbladen, hoewel ik die eigenlijk helemaal niet zo zag zitten. Allemaal heel keurig. Eerst Collier's, daarna McCall's, ik werkte voor Red Book, Women 's Home Companion. Ik had nauwelijks ervaring en ik was niet gewend aan het soort mensen waarmee ik te maken kreeg. Mijn agent verkocht me een hoop onzin en begon steeds meer opdrachten te versieren die ik helemaal niet wilde doen. Ik werd er ziek van. De hele gang van zaken maakte me nerveus. Ik moest het vak toen nog leren, maar mijn werk had iets totaal verschillends en het sloeg aan. Maar ik moest me steeds weer voegen naar de heersende smaak. Ik kon echt niets anders dan wat ik deed en dan vroegen ze me om dit of dat te veranderen. Dat kon ik niet. Dus ben ik ermee gestopt en ben ik gaan werken als timmerman. Huizen bouwen.

 

Avati herinnert zich het jaartal niet, maar het zal in 1948 geweest zijn toen hij -tijdens een timmerkarwei aan een huis - werd opgebeld door Kurt Enoch. Of hij omslagen wilde schilderen voor de dat jaar door Enoch en Victor Weybright opgerichte New American Library (NAL). Enoch was al in 1932 in Duitsland begonnen met de uitgave van Engelstalige paperbacks (The Albatross-reeks) maar moest eind jaren dertig via Parijs en Londen naar de VS uitwijken voor de nazi's. In New York werd hij in 1941 directielid van de Amerikaanse vleugel van Penguin Books tot het in 1948 tot een breuk kwam met Allen 'King Penguin' Lane, en Enoch en Weybright de reeks op hun manier zouden voortzetten. Avati zou tot 1955 het uiterlijk van de omslagen bepalen.

 

Blanke vrouw

 

Avati: NAL was toen een heel klein bedrijfje, net een gezin. Enoch liet me de ene schets na de andere maken voor mijn eerste omslag. En dat was een van die covers waarop we niet helemaal eerlijk waren (het betreft de roman The Last of the Conquerors van William Gardner Smith). Ik geloof dat de hoofdpersoon van de roman een neger was, een Amerikaanse soldaat, en die ontmoette in Berlijn een blank meisje. In die tijd konden we geen neger vóór op een boek zetten. Dat ging volledig voorbij aan wat er cultureel aanvaard was. Het gebeurde nog vaak dat een uitgever een idee voor een omslag prima vond, maar dan dachten ze weer aan die markt en aan dat afzetgebied, bijvoorbeeld de bible belt, sommige dingen kunnen je daar niet doen want dan weigeren de mensen het te kopen. Daar kreeg je zo'n boek niet eens in de kiosk zonder dat er protesten van kwamen. En in het Zuiden, daar was het onmogelijk om een neger samen met een blanke vrouw op het omslag te zetten. Dus kwam er een blanke man op. Tegenwoordig kan natuurlijk alles en iedereen heeft alles al eens gezien. Daarom zijn covers tegenwoordig ook zo tam. Later wilde Kurt Enoch dat ik art director (vormgever) werd bij NAL. Maar dat kon ik niet want hij wilde ook dat ik bleef schilderen. Maar het was een hele interessante tijd. Heel de NAL paste toen nog in dit appartement.

 

Was u zich ervan bewust dat u iets heel anders aan het doen was?

Nee! Ik was gewoon met me zelf aan het worstelen. Ik was me van niets anders bewust dan dat ik iets probeerde te maken dat zij zouden accepteren en waarvan ik vond dat het het materiaal goed vertegenwoordigde. Ik begreep ook al die bijval niet zo goed maar ik was meteen in trek want de boeken verkochten goed. En het waren uitstekende schrijvers. Faulkner en Farrell... Moravia, Salinger, Wright... De echte top, en dus verdienden ze het om verkocht te worden. Mijn omslagen werden een soort voorbeeld, en ze begonnen me te imiteren. Dat heeft het na een tijdje voor mij wel moeilijk gemaakt. Het was een soort realisme en de esthetiek daarvan boeide me zeer. Dat was voor mij de enige reden om te schilderen: die verhalen vertellen. Ik raakte zeer emotioneel betrokken bij het materiaal waarvoor ik covers moest schilderen. Het was een soort dubbele opvoeding. De literatuur was verhelderend en ik leerde schilderen. Bij iedere opdracht dacht ik, Oh God! Help me! (lacht luid) maar ik deed niets liever.

Ik kreeg in de eerste plaats te maken met de moeilijkheid van de interpretatie, ik moest in het verhaal een idee zien te vinden waarvan ik dacht dat ik er een omslag van kon maken. Daarna maakte ik schetsen en probeerde ik dat idee aan de uitgever te verkopen. Als ik zijn toestemming had moest ik de hele toestand organiseren. Modellen zoeken en achtergrondmateriaal, een omgeving die ik kon schilderen. Het frustreerde me steeds weer dat ik niet rond kon reizen om te zien hoe die plaatsen er in werkelijkheid uitzagen. De Mississippi afzakken en de stadjes daar bekijken. Daar had ik geen tijd voor en ze betaalden me maar een mager bedrag. Alles bij elkaar leek het wel op een theaterproductie want ik moest het scenario bedenken, vanuit het boek, dat wel, maar toch: hoe zien die mensen er uit, wat doen ze voor de camera. Ik moest ze regisseren... in het begin vond ik dat allemaal heel beangstigend.

 

Spel met het libido

 

Hoe koos u uit de roman het moment dat u voor het omslag gebruikte?

 

Meestal lag ik daar in bed over te piekeren. We 

hadden kinderen, een heel druk huishouden en dan dacht ik er 's nachts over na. En dan kwam er vanzelf wel iets, een beeld in m'n hoofd. Dan zag ik wat ik wilde maken. Later heb ik wel eens gedacht dat die beelden iets te maken hadden met hele oude films die ik gezien had. Ik wist niet waar ze vandaan kwamen, dus misschien is dat het wel. Soms dacht ik heel lang na over het verhaal en wat het wilde zeggen. Ik probeerde iets te bedenken dat precies aangaf hoe het verhaal was. Een sleutel naar de sfeer (the mood), zodat iemand die het boek kocht niet verrast zou worden door de inhoud.

 

Dat laatste zegt hij grijnzend want het is maar al te bekend dat tientallen omslagen uit de jaren vijftig en later in het geheel niets met de inhoud of de atmosfeer van de boeken te maken hadden. Marktgevoelige ingreepjes als in blanken veranderde negers, blondgeworden zwartharige vrouwen (de covers van James M. Cains Postman), de voortdurende suggestie van erotiek en geweld. Het was een merkwaardig commercieel spel met het libido van de potentiële koper waarbij men ook weer niet te ver kon gaan. Als in Steinbecks To a God Unknown Rama naakt in de deuropening verschijnt en Joseph haar 'volle borsten' ziet, is dát natuurlijk hét moment voor de cover. Maar Rama's volle borsten werden kuis bedekt met een sluier. Avati -en dat is toch wel de meest opvallende eigenschap van zijn werk - heeft zich altijd ver gehouden van de in die tijd bijna verplichte 

sadistische en erotische stijlfiguren en clichés. Geen siliconenstukken en Charles Atlas-adepten maar zwervers, straatjongens, ontredderde vrouwen.

Avati: 'Het was soms heel moeilijk om de modellen te vinden waarvan ik dacht dat ze bij de karakters uit het boek pasten. Ik ging vaak naar de Silver Studios of naar Bob Osonitsch. Die hadden boeken vol met foto's van modellen en coördineerden de fotografie. Ik zocht de modellen uit en een tweede en een derde keus en dan kwam iedereen bij elkaar om de foto's te maken. Ik stelde nogal wat eisen aan een model. Schoonheid, dat zei me niet zoveel. Het ging om andere kwaliteiten. Ik gebruikte soms modellen die nog nooit geposeerd hadden. Het meisje op de Dreiser-cover bij voorbeeld (An American Tragedy) poseerde voor de eerste keer. Ik vond haar de vleesgeworden verbeelding van the American sweetheart, een zachtaardig meisje uit de middenklasse. Over dit schilderij was ik indertijd heel tevreden. Ik was ook vaak heel teleurgesteld, hetzij over de karakterisering, hetzij over de keuze van de kostuums. Ik zou willen dat ik meer tijd had gehad. Ik heb ook zelf foto's gemaakt, van achtergronden en mensen die hier in de buurt woonden. Ik had één vaste, lichtelijk gedegenereerde oude man. Die haalde zijn gebit voor me uit zijn mond, trok er gezichten bij. Hij kwam recht uit een boek van Erskine Caldwell. Maar het was moeilijk om mensen te regisseren die geen ervaring hadden, dus ben ik ermee gestopt.

 

Hoeveel tijd had u voor één schilderij?

Dat was een kwestie van geld. Hoe lang kon ik van twee tot driehonderd dollar leven? Ik heb maar zelden tegen een deadline hoeven werken... maar mijn bankrekening...

 

Uw bankrekening was uw deadline.

Precies.

 

Een ander kenmerk van een (kleiner) deel van Avati's omslagen is het grote aantal personen dat hij afbeeldde. De doorsnee cover toont twee of drie personen, een Avati niet zelden een tiental of meer. Vooral de covers voor romans als die van Farrell en Motley, die in de achterbuurten gesitueerd zijn waar het leven zich per definitie op straat afspeelt, hebben door hun hoge bevolkingsdichtheid aan sfeer gewonnen. Avati: Voor al die modellen heb ik zelf moeten betalen. Ik werkte voor een vast bedrag en zulke covers kostten me heel wat geld. Tegenwoordig neemt de uitgever de onkosten meestal voor zijn rekening. Maar toen niet.

 

Realisme

 

Hebben daarom zo weinig omslagschilders van die grote tableaux geschilderd?

Dat kun je wel zeggen. Zeker. Bij mij was dat altijd een soort gewetenskwestie. Ik kreeg zo'n idee en dat wilde ik dan heel graag uitvoeren. Dan was het de vraag of ik me dat kon veroorloven. Soms kon ik dat niet. Dan bedacht ik manieren om dezelfde modellen meerdere keren te gebruiken. Door verschillende invalshoeken te gebruiken, verschillende kostuums.

 

Als Avati eind jaren veertig voor NAL begint te werken, betekent dat de definitieve doorbraak van een realisme waarmee tot dan toe slechts op kleine schaal en vaak zeer amateuristisch geëxperimenteerd is. Een groot deel van zijn werk bestaat uit een herverbeelding van werk dat eerder is uitgegeven onder uiterst symbolische omslagen. Over de doorbraak van dit realisme laat Avati geen twijfel bestaan: 'Het verkocht beter. Realisme is heel "leesbaar". Iedereen kan zien waar je het over hebt. Je kunt wel zeggen dat de fotografie tegenwoordig de meest gangbare manier van communiceren is als het om beelden gaat. Kunst (hij gebruikt het Engelse woord artwork, dat hier slechts door omstandigheden met een hoofdletter verschijnt) die op fotografie is gebaseerd, bevat een ready-made niveau van aanvaarding. In feite is dat echt een lager intellectueel niveau maar net als alles kan het die speciale, subtiele kwaliteiten hebben. Als ik een bepaalde reden zou moeten noemen waarom mijn werk succes had, dan zou ik zeggen omdat mijn manier van verbeelden op heel wat manieren aanvaard kan worden. Het was "leesbaar" op meerdere, zeer verschillende niveaus. Uit zo'n werkwijze komen soms heel moeilijk op te lossen problemen voort. De essentie van een boek kan iets zijn dat maar heel moeilijk in beelden te vangen is. Het boek is heel erg de moeite waard maar het gaat in feite over de dood. Dat verkoopt heel moeilijk. Toch is het een prachtig boek. Je wilt dat de mensen het lezen. Hoe krijg je dat dan voor elkaar? Als dat lukt, dan is dat een heel mooie ervaring.’

 

En als de roman u niet aansprak?

Ik besloot altijd of ik een cover maakte of niet, nadat ik het boek gelezen had. Het moeilijkste vond ik me met een historische roman te identificeren. Dat is vaak gewoon standaardwerk. Dat heb ik geleerd. Tegenwoordig kan ik dingen doen zonder dat ik er emotioneel bij betrokken ben. In mijn begintijd zou ik heel wat dingen niet voor elkaar hebben gekregen die ik nu gewoon doe. Dingen die volledig buiten mijn belangstelling of ervaring liggen.

 

In mijn eigen verzameling Avati-covers vind ik later, inderdaad slechts één historische roman, Robert Penn Warrens World Enough and Time. Prachtig. Ann Cook bezoekt Jeroboam Beauchamp in zijn cel. Beiden nemen laudanum in, een paar paragrafen na de door Avati gekozen scène. Menig andere omslagschilder zou twee lijken hebben afgebeeld, een omgevallen glas op de grond. Robert Penn Warren mag tevreden zijn. Wie niet tevreden was, was Jerome D. Salinger toen zijn geruchtmakende Catcher in the Rye bij NAL moest verschijnen. Avati's cover voor dit boek is technisch zwak, maar het beeld van de van de lezer weglopende Holden Caulfield is en blijft voor liefhebbers van deze roman een beeld dat recht doet aan de intrigerende figuur Caulfield.

Avati: Salinger. Dat was weer een van die situaties waarin de uitgever weer heel hebzuchtig was. Salinger was fel tegen een afbeelding op het omslag en op zekere dag kwam hij naar de uitgever. Samen zijn we toen in een apart kamertje gaan zitten en ik zei tegen hem, "Come on... die lui moeten het verkopen, die weten precies hoe je iets moet verkopen." Hij heeft lang geaarzeld. En vanuit zijn standpunt bekeken had hij gelijk. Maar hij was toen nog niet zo bekend als hij nu is.

 

Wat wilde Salinger op de cover?

Ik meen dat hij iets wilde dat sentimenteler was. De carrousel, het park. Of alleen maar zijn naam. Later zouden ze het boek inderdaad op zijn naam hebben kunnen verkopen, maar op de massamarkt verkoop je niet veel boeken op de naam alleen. Toen hebben ze er ook nog die tekst en dat witte vierkant ingewerkt. Wie op dat idee is gekomen? Dat herinner ik me niet. Hoe dan ook, misschien ben ik wel de enige die Salinger ooit van gedachten heeft kunnen doen veranderen.

De aantrekkingskracht van een Avati-verzameling houdt - wat mij betreft - op bij het einde van de jaren vijftig. Zijn werk kent dan niet meer de indringende relatie met de roman die eronder schuilgaat. Dat is mijn interpretatie van de verandering. Die van hem zelf is harder, komt onverwacht, maar tekent zijn persoonlijkheid.

 

U zei net, dat u dingen kunt doen, en doet, zonder enige emotionele betrokkenheid. Vindt u dat uw werk daardoor veranderd is?

Mijn werk is zo veranderd dat je niet eens meer kunt zien dat het een en dezelfde persoon is. Tegenwoordig is mijn werk... Ik heb vaardigheden… Net als een goochelaar. Ik kan goochelen. Mijn emotionele investering is tegenwoordig minimaal. Gewoon: ik weet hoe je iets kunt doen en dus doe ik het. Ik... het is heel iets anders. (Sneller:) ik geloof niet meer in mijn werk. Het is niet echt. Ja. Dit (hij wijst naar de fotokopieën) was echt. Het was misschien niet levensecht, maar voor mij was het echt


*) Later zijn veel originelen uit die periode inderdaad teruggevonden in een pakhuis van uitgeverij New American Library, en weer in bezit gekomen van de maker.