Kroniek  van de Sociëteit

de Schaapjes

door Anton van Oirschot 

Nov. 1974

Met een aanvulling door Hans van der Haring


Het bordje “onbewoonbaar verklaarde woning”  hangt wit boven de deur !

Foto van het boerderijtje  toen de fam. Van Gils er nog woonde.

 

 

In Juli 1940 - de oorlog was toen nog geen twee maanden oud, werd op een zondagavond bij het uit een klompenmakerij gegroeide Café “de Koude Kachel” in Haaren een bijzonder initiatief genomen, min of meer op advies van de toenmalige burgemeester van Haaren, A. Panis.

“Er is bij de middenstand nooit iets te doen, jullie zouden een sociëteit of zoiets moeten

 

 

 oprichten ,dat is goed voor de gemeenschap” , had de burgemeester gezegd. Het waren Petrus van Abeelen, slager: Johannes Bekkers, postbode, Marinus van de Braak, caféhouder: Adrianus Heesters, kantoorbediende: Lambertus Heesters , monteur : Martinus Heesters, monteur: Cornelis van de Heuvel, schilder : Hendrika van de Braak-Houët ; Petrus Hüsstege, schilder; Johanna van Nieuwburg, dienstbode, Joseph Spoormakers, rijwielhandelaar en Marinus van de Wildenburg ambtenaar ter secretarie, die toen besloten er ook werkelijk iets aan te doen. In “De Koude Kachel” werd  op 4 Juli 1940 het volgende “oprichtingsbesluit”opgenomen .

 

 

De ondergetekenden, allen voorkomende op de lijst, gehecht  aan exemplaar no 1 van dit besluit, hebben op heden den 4 juli 1940 in cafe “De Koude Kachel” , eigenaar M.P. v.d. Braak, A 20 te Haaren opgericht de sociëteit “ de Schaapjes “. Doel der sociëteit is :” door verplichte bijeenkomsten elke donderdagavond wat leven in de brouwerij te brengen en elkander afleiding geven voor de saaiheid van het leven op het ondermaanse”. Lid der sociëteit kunnen worden degenen , die als zodanig door alle leden zijn toegelaten en op de aan exemplaar no. 1 van dit besluit zijn geplaatst . Elk lid ontvangt een genummerd en van zijn foto en handtekening  voorzien bewijs van lidmaatschap. De eigenaar van cafe “De Koude Kachel”, diens echtgenote en dienstbode zijn ambtshalve lid der sociëteit. Contributies worden niet geheven. Teerdagen

 

 

worden gehouden telkens als de leden daartoe besluiten. Ieder is alsdan verplicht het zijne voor de te houden maaltijd bij te dragen.

 

De kosten worden gezamenlijk gedragen .De bijeenkomst op donderdag is vanaf half negen verplicht op boete van 25 cent.

Over politiek mag op de bijeenkomsten niet gesproken worden. Een ieder is verplicht op de bijeenkomsten deel te nemen aan een van de gezelschapsspelen, zoals biljarten, kaarten, Enz.  Het lid dat in het huwelijk wenst te treden, is verplicht hiervan tijdig kennis te geven aan de sociëteit. De kennisgeving te adresseren aan “Sociëteit De Schaapjes” cafe “De Koude Kachel A 20 Haaren NB.

Elk in het huwelijk getreden lid is verplicht binnen 1 maand alle leden te zijnen huize van een traktatie te voorzien. Bij overlijden van een der leden zijn de andere leden verplicht bij de begrafenis aanwezig te zijn. Gevallen bij dit besluit niet voorzien worden door de leden gezamenlijk geregeld. Aldus opgemaakt in 13-voud, waarvan 1 exemplaar ter stadhuize blijft en de overige 12 aan de leden worden uitgereikt te Haaren N.B. op 4 juli 1940 .

 

 

De Naam van de Sociëteit werd gebaseerd - niet zozeer op het alom  bekende gezegde, dat 99 schapen en een  Haarense boer 100 beesten zijn - maar meer op het wapen van Haaren, dat in 1818 door de Hoge Raad van Adel definitief werd vastgesteld:” zijnde  een schild van sinopel, beladen met schaap en lam, lopende op een terras, alles van zilver en gekeerd ter rechterzijde des schild” Al vanouds kende Haaren verschillende”scaapscoijen”, waarvan er al in de oude akten van het kasteel uit 1478 worden genoemd. Daaraan zal het dorp dan ook wel zijn wapen te danken hebben. In het stamhuis, oorspronkelijk een klompenmakerij werd op het einde van de vorige eeuw al een biertje getapt ; in 1895 werd  de zaak vernieuwd en uitgebreid met een verlof-vergunning, waaruit dan ook spoedig een echt cafe ”de Koude Kachel” groeide , een naam, die later werd omgezet in “Den Bartel “ van Bartholomeus van den Braak. Men kwam ook werkelijk elke donderdagavond bijeen.

 

In het Café en na sluiting tijd, bij Van den Braak in de keuken. In 1942 telde de soos twaalf leden, te weten F. Spoormakers, M. Heesters, Ad Heesters,  P. Abeelen,

P. Hüsstege, N. Boelens , ( kunstschilder) , J. Bekkers, J. Akkerboom, M v d Braak, C van den Heuvel ( uit Helvoirt) en mej. v d Braak. Midden in den oorlog werd nog een soos maaltijd georganiseerd met o.a. ham, spek, zult, en met gebraden kip als hoofdgerecht. Eregasten waren de Haarense politieman, het hoofd van de vrijwillige brandweer en de zwarthandelaar, die voor de etenswaren had gezorgd . Het werd een grandioos feest. Waarbij aan het einde overgebleven kippengeraamte op een lange raamstok werd gestoken en door de postbode voor de neus van een Duits officier werd gehouden. De soos harten hebben toen stil gestaan, maar de Duitser besloot het allemaal maar goed op te nemen , accepteerde het kippenrestant en begon er aan te kluiven. 

 

Er is - volgens overlevering - slechts een keer en dat was jaren later, politiecontrole geweest, maar toen de soos zei een beroep op de burgemeester te doen was de controle over.  Het borreltje van 35 cent bleef Van den Braak in de oorlog zonder rantsoen schenken, want ook als er officieel niets meer te tappen was, werd er door de soos leden wel weer een fles uit de kelder opgediept. Het was biljarten geblazen, kaarten en afzakken, het bleef een gezellige toestand tot aan de zwarte bladzijde van de sociëteit. Twee Leden moeten namelijk in deze kroniek apart worden genoemd: Marinus van den Wilgenberg en Ad Vissers, die beiden werkzaam waren op de gemeentesecretarie van Haaren. Zij gaven in de oorlog een illegaal blaadje uit “De Dageraad”  Geallieerd ochtendblad . Zij waren ook nauw betrokken bij het helpen van onderduikers in het dorp. Het gevolg was dat er van het bevolkingsregister van de gemeente op den duur niet veel meer klopte. Onderduikers liepen rond met valse persoonsbewijzen, onder andere namen, die toch officieel geregistreerd stonden en met leeftijden , waarbij jaren waren overgeslagen.

 

 

Kortom het werd zo’n puinhoop, dat besloten werd het hele geval in kisten op de hei te verstoppen. Maar er moest een officieel tintje aan gegeven worden. Daarom werd eind 1943 de zogenaamde “overval” op de secretarie in scene gezet. Het gemeentehuis zou geplunderd worden door de ondergrondse. De hele cartotheek moest  officieel verdwijnen. Het gebeurde volgens plan in het begin van 1944. Het hoofd van de luchtbescherming, Sjef Spoormakers, was ervan op, de hoogte Vissers en Van den Wilgenberg zouden overrompeld worden. En men vond hen met enkele anderen dan ook “geboeid” in het gemeentehuis. De Duitsers gaven opdracht het hele bevolkingsregister binnen 24 uur aan te zuiveren. De bevolking van Haaren werkte zo veel mogelijk mee, want opnieuw moesten de valse persoonsbewijzen kloppen met het bevolkingsregister.

 

Er werden naar aanleiding van de aanval, mannen uit de illegaliteit in Eindhoven gearresteerd.  In Haaren nog niet. Er kwam kort daarop, in Den Haag echter  een tip binnen dat ambtenaren van de gemeente Haaren vuurwapens droegen. Er was nl. met de revolver van de politieman  geschoten, eerst door Vissers en later door  Van den Wilgenberg. Iemand had hierover een brief geschreven naar de bezetter, die er prompt werk van maakte. De twee ambtenaren werden in maart 1944 gearresteerd en tevens werd de zogenaamde overval er aan vast gebreid. Ook de burgemeester werd opgepikt, maar direct weer vrijgelaten toen Vissers en Van den Wilgenberg verklaarden dat hij nergens iets mee te maken had  gehad en dat zij op eigen verantwoording van de “overval” hadden mee gewerkt. En zo ging het ook met Sjef Spoormakers, die weer door bemiddeling van de burgemeester op vrije voeten kwam. Vissers en Van den Wilgenberg stierven , toen zij  in februari 1945 van het concentratiekamp Sachsenhausen naar Buchenwald werden overgebracht.

 

Intussen was Haaren bevrijd, in oktober 1944. Er kwamen andere tijden. Het “vervelende leven in dit ondermaanse “ kreeg weer meer kleur. De behoefte was niet meer zo groot als in de oorlogsjaren. En bleven er nog wel komen op de soos avonden, maar geleidelijk aan zakte - nu in plaats  van de soos leden - de  sociëteit zelf af. Helemaal “slapend” is de soos eigenlijk toch weer niet geweest. Er bleven twee leden trouw komen, Sjef Spoormakers en Jan Akkerboom. En ook al was er in die sluimerende periode dan geen sprake potverteren en gezamenlijke maaltijden, de twee trouw gebleven schaapjes kwamen donderdagavonds biljarten en kaarten in het stamhuis. Dat bleef zo jaren aan een stuk, totdat de sociëteit “De Schaapjes” onder een borrelpraatje opnieuw tot leven werd gewekt.

 

Er werd gesproken over het melkkannetje, dat met een afbeeldingen van schaapjes erop, nog als tastbaar bewijs bij  café “Den Bartel” stond en waarin het oprichtingsbesluit werd bewaard. Het kwam allemaal op tafel en het was gauw rond, dat de soos opnieuw, maar wel iets anders van opzet, van start zo gaan. Ben Hüsstege nam het initiatief, dat volop werd gesteund door de leden van de oude sociëteit , Sjef Spoormakers en Jan Akkerboom. Er werden door Ben Hüsstege een stuk of 10 vrienden uitgenodigd om “De Schaapjes “ weer mee van de grond te helpen. Ze kwamen en bleven donderdagsavonds komen , om te toepen, te borrelenen te discussiëren. En op hun beurt brachten zij weer vrienden mee. Zo kwam de soos “De Schaapjes in 1965 weer tot Leven. Maar er was wel een duidelijk verschil met de oude soos. De leden van de “oorlogsschaapjes” kwamen allen uit Haaren, op een uitzondering na, die kwam uit Helvoirt.

 

 

De Leden van de soos uit de zestiger jaren kwamen uit Haaren, Oisterwijk, Tilburg, Berlicum, Raamsdonksveer, Breda, Bergen-op-Zoom, Goirle, Moergestel, s’Hertogenbosch, Amsterdam  en zelfs uit Spanje. Een ander duidelijk verschil was : het niet langer gemengd zijn van de sociëteit. In de oude soos waren de kasteleins vrouw en de dienstbode nog “ambtshalve” lid . Het werd nu een uitgesproken herensoos . De Notulen van de eerste vergadering van de soos, van 29 maart 1965, opgemaakt door secretaris Ben Hüsstege, mogen in dit historische overzicht niet achterwege blijven. Ze luiden als volgt; De vergadering kon pas laat beginnen en bestond uit de volgende punten; 1. Gelul. 2. Verkiezing Bestuur.  3. Nog meer gelul. 4, Enkel verstandige opmerkingen o.a. van Joop van Susante (iets te verstandig), Bernard Warmerdam, Arnold v d, Braak, Rob Stevens en Marc Taminiau. 5. Opmerkingen en voorstellen van andere leden, waaruit met moeite de hierna te noemen punten waren te distilleren.

6e Opwekkende en veelbelovende woorden van de gekozen voorzitter Henk Vollaers.

7. Vroegtijdige  sluiting door de kastelein.

Het bestuur bestond uit H. Vollaers, voorzitter, B. Hüsstege, secretaris, B. Warmerdam, penningmeester. De Soos kreeg, dank zij de inbreng van een professor van het groot seminarie van Haaren, een mooie spreuk mee; “Ad huc multum fruamus internos” In het begin is er nog getracht om verschillende beroepen in “De Schaapjes” te verzamelen . Maar al spoedig zouden de architecten en de artsen voor een meerderheid zorgen. De sociëteit was intussen dus wel wat veranderd en wilde ook duidelijk besloten zijn. Maar het stamhuis ‘café’ ‘Den Bartel” - de vroegere “Koude Kachel” - groeide in die mate, dat de soos niet meer kon beschikken over een eigen besloten avond. Er kwamen daar steeds meer feesten, bruiloften en  partijen.

 

“De Schaapjes’ werden terug gedrongen in een hoekje; er heerste soms een wat studentikoze sfeer. Kortom er moest iets gebeuren. Het bestuur besloot te gaan verhuizen. Men vond een nieuw tehuis in café ‘De Zwaan” in Haaren, maar slechts voor een korte tijd. Het café was weliswaar op donderdagavond voor overigen gesloten, maar  het nieuwe clubhuis beantwoorde toch niet helemaal aan de verwachtingen . In 1965 verhuisde de soos al naar het oude bierhuis van het kasteel, de herberg van Janus van Boxtel, toen nog een ouderwets boerencafé. Maar in de notulen van augustus  1965 werd nog wel duidelijk, wat de vestiging van de soos betreft, opgenomen:”Het clubhuis is Van den Braak” wegens gebrek aan ruimte en mogelijkheid maar tijdelijk: Van Boxtel”  Er kwam in 1966 een nieuw bestuur: Ben Hüsstege werd voorzitter; F. Janssen secretaris en F. Calon penningmeester.

 

 

Olieverfschilderij van het Boerderijtje  Gesigneerd Jan Paymans  Haaren Nbr. 12-2-’43 

 

Van Boxtel was een uitgelezen stamkroeg, waar in de vroegere open schouw de tapkast stond opgesteld. Maar de verandering van “De Schaapjes” bleef in het dorp niet onopgemerkt. Het was volgens Haarense begrippen “vrimd volk” dat zich hier achter gesloten deuren kwam ontspannen of uitspatten. En het tijpische was wel dat er nu alleen maar mannen gesignaleerd werden. Heerlijke wilde verhalen over onderling lieve vriendjes, die het zo goed met elkaar konden vinden, deden de ronde. De soos “De Schaapjes” werd zo’n beetje het zwarte schaap van het dorp en dat  werd dan gesymboliseerd in het echte zwarte schaap van f 130,- dat door de soos  aan schaapsherder Kiske Keuninkx voor zijn Nemerlaer kudde werd aangeboden. Toen de schaapskudde onder de trein raakte waarbij ook het zwarte soos schaap om het leven kwam, werd besloten een nieuw zwart schaap aan de kudde toe te voegen,

 

 

maar ook deze mascotte is in 1971, toen de herder naar het ziekenhuis moest en besloot er maar mee op te houden, spoorloos verdwenen . Toen men  - kennelijk door gedrag van sommige leden - het oude verhaal niet meer kon rijmen, kwam er een ander voor in de plaats : de beroemde bus uit Breda, vol met wufte vrouwen, die de soos avonden dan komen opluisteren, en welke bus nog steeds moet komen. Bij Janus van Boxtel werd op grootste wijze het 25 - jarige bestaan van de  Schaapjes gevierd en steeds meer kreeg men de smaak te pakken om niet alleen de hele herberg maar ook de stal van deze oude boerderij-kroeg te veroveren. Er was bij sommige leden duidelijk behoefte aan een volslagen eigen ruimte , waar ieder bijvoorbeeld zijn eigen club of stoel neer zou kunnen zetten; waar je een leestafel zou kunnen vinden. Er waren architecten genoeg in de soos en die werden dan ook prompt ingeschakeld tuin het plan.

 

 

 

De schaapsherder Kiske de Keuninkx woonde met zijn schapen aan de Schaapskooiweg in Oisterwijk.

Vroeger was dat de “Parallelweg” In het zicht van Kasteel Nemerlaer.

Voor de oplettende lezer is het door de soos geschonken Zwarte Schaap zichtbaar.

 

Dat met Janus van Boxtel goed besproken was, zou worden uitgewerkt: de stal van de boerderij, aansluitend an het café, zou de soos ruimte worden. Grote verbouwingstekeningen werden gemaakt , besproken en aangepast. Het zou een ruimte worden, compleet met balustrade, open haard, zithoek, bar en wat de sociëteit eigenlijk maar zou kunnen verlangen. Janus van Boxtel was genegen een gedeelte van de stal - een oppervlakte van 60m2 - aan de sociëteit te verhuren. Hij ging akkoord met de huur van f 500,-  per jaar, In eerste instantie  zou dat zijn voor  de duur van 10 jaar en daarna telkens voor 5 jaar. De verbouwing en inrichting werden geschat op zo’n f 10.000,-, wat door eigen inbreng gereduceerd zou kunnen worden tot f 5.000,- De benoemde verbouwing en inrichtingscommissie deed voortreffelijk werk, maar later bleek - allemaal voor niets. In januari 1967 kwamen de eerste moeilijkheden.

 

Het was allemaal nog wel goed, maar van Boxtel  zou alleen met de huur akkoord gaan wanneer hij zelf een nieuwe woning zou kunnen bouwen. De soos dacht een oplossing gevonden te hebben door hulp aan te bieden. Er werd zelfs een ontwerp voor de woning toegezegd.

In oktober 1967 schreef het bestuur echter een vergadering uit, waarop duidelijk nog eens over de sociëteits ruimte gesproken moest worden. En zelfs voor een spoedige  oplossing zou moeten gezorgd. De verbouwing van de stal was definitief van de baan. De ruimte en vooral de nieuwe gastheer werden beneden de maat bevonden. Het was een croquetje, dat eigenlijk hélemáál de deur dicht deed . Het was de gewoonte, dat er door verschillende leden ook wat gegeten werd, maar langzaam maar zeker veranderde de uitsmijter in een spiegelei; de croquetjes in een bierworstje . Men ging zelf het dorp in om wat eetbaars te halen toen er soms niets was.

 

 

De gezamenlijke leden van de sociëteit de Schaapjes op het jaarfeest in 1974

In de zitkuil van het boerderijtje . Anton van Oirschot  is de eerste persoon links.

 

De sfeer veranderde  duidelijk, toen de oude Janus van Boxtel eerst geleidelijk, toen helemaal de zorg van het café en ook van de soos avonden overdroeg aan zijn zoon Ad. Toen de overredingskracht onderhand uitgeput was besloot het bestuur de knoop maar door te hakken. De stalverbouwing bleef bij praten. Het eten kwam helemaal niet meer van de kachel. Het zou definitief een eigen ruimte moeten worden. Het was de bedoeling een boerderij aan te kopen aan de Posthoorn, de oude boerderij van de fam. Merks , op welke plek zich later een bekend dierenarts zou vestigen ( Ad Voeten) Alle boerderijen, die in Haaren en omgeving te koop werden aangeboden, werden bezocht en bekeken. Er werd nog gedacht aan kelders in Oisterwijk. Tijdelijk zocht de soos onderdak in de club Haarens Kasteel in de kelders van het kasteel Nemerlear , waar een oud gebruik weer in ere werd hersteld; een soos diner met vrouwen.

 

In die tijd viel het bestuursoog op een oud kasteel boerderijtje op de weg naar Oisterwijk, dat lang bewoond is gewest door het grote gezin van Van Gils, maar dat bij de ruilverkaveling als onbewoonbaar verklaard geval ten deel was gevallen aan de landbouwer Versteijnen, die wel iets voelde voor het plan van de ‘Schaapjes”, een geregelde huur en een kosteloze verbouwing. In januari 1968 werd met meerderheid van stemmen besloten het boerderijtje alvast te huren voor f 20,- per week. Er werden een bouwcommissie, een financiële commissie , en een vergunningscommissie benoemd. En er kwam een nieuw bestuur: Fr Calon werd voorzitter , H de Groot, secr. En T Steen , penningmeester . Omdat de soos nog geen rechtspersoon was werd het boerderijtje op naam gezet van Ben Hüsstege  en Frans Calon. Het bleef er verwaarloosd staan, totdat zeer (een beetje te )  enthousiast op 27 juli 1968 besloten werd te beginnen met slopen en breken.

 

Een schaft ruimte was aanwezig; men moest eigen stoelen meebrengen. En dat gebeurde. Het ging geleidelijk allemaal verder. Er werd zelfs een begin gemaakt met de bouw, die zeer voorspoedig ging totdat in de loop van 1968 iemand van de gemeente vol interesse eens kwam kijken en totdat de gemeente de bouwstop uitsprak. Het boerderijtje was n.l. onbewoonbaar verklaard en dat moest allereerst ongedaan gemaakt worden. De plannen werden onmiddellijk bij de gemeente ingediend. Eerst de ontheffingen de onbewoonbaarheidsverklaring, vervolgens de bouwvergunning. Het moest allemaal naar de provincie toe om goedgekeurd te worden en de omwonende, alsmede Brabants Landschap en Brabants Heem mochten er geen bezwaar tegen hebben. Intussen Brande het Kasteel, waar de soos tijdelijk onderdag genoot, in maart 1969 af. De Schaapjes kropen daarna in de bijgebouwen, het klein theater van het kasteel.

 

Wachtend op de eigen bouw onder een nieuw bestuur bestaande uit H. Snelten, voorzitter, H. de Groot, secretaris, T. Steen, penningmeester, in de loop van het jaar vervangen door M. Raaijmakers. Op 17 juli 1969 kwam de vergunning af. En meteen gingen soosleden aan de nieuwe slag. Er werd gemetseld en getimmerd dat het een lieve lust was, vooral tijdens de werkweekeindes van de doe-het-zelf-schaapjes. De eerste steen werd gelegd in een kolommetje tussen schouw en bar, welke zuil - gedeeltelijk weer gesloopt - kenmerkend is voor de bouwstijl van de Schaapjes.
Met ingang van 18 september 1969 konden dan de soosavonden in de eigen ruimte worden gehouden. Men moest eigen glaswerk en een kussentje meebrengen. Er kwam een kroegcommissie, er werden schapenbonnetjes gedrukt en verkocht. Maar de organisatie liep toch niet helemaal gesmeerd.
 

In augustus 1970 werd door Frits Janssen een voorstel over de exploitatie van het boerderijtje bij de soos ingediend om deze een gezondere basis te geven. Ria Janssen bleek bereid deze op zich te nemen.En de soos ging daarmee akkoord. Intussen bleek er al voor f 8000,- geïnvesteerd te zijn, terwijl er nog eens zo’n zelfde bedrag op tafel zou moeten komen. Er werd een lening uitgeschreven, op voorstel van Hein Snelten. Er werd ook opnieuw onderhandeld met de eigenaar, die akkoord ging met een langere huurperiode, die op 1 mei 1971 zou ingaan voor de tijd van 20 jaar, dus tot 1 mei 1991., voor f 100,- per maand. Er kwam dan wel een stuk oorterrein bij, omdat het in de bedoeling lag - wat even ook gebeurd - om zondags met de kinderen - de echte lammetjes dus - te gaan spelen. Daaraan herinneren ook nog de houten monumenten achter het boerderijtje, waarvoor Joop Cornelis zorgde. Er werd een beplantings projekt uitgevoerd onder leiding van Hugo de Groot. En dan komt ineens “vreemd Papier “ in de archieven voor;

 

“De ondergetekenden, TH. . Steen, H.C. de Groot en M.J. Raaijmakers verklaren bij deze akte op te richten de vereniging Sociëteit De Schaapjes, te vestigen in de Haaren. Deze vereniging wordt opgericht op heden 2e april 1970 voor de tijd van 29 jaren, zoadat zij zal eindigen op 2 april 1999, behoudens eventuele verlenging op wettige wijze. Op 28 januari 1971 komt dan het zo lang gewenste papier . “Wij Juliana, bij de gratieGods koningin der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau enz. Enz, enz, op de voordracht van secretaris van justitie van 26 januari 1971 _ nummer vereniging 69.081 - hebben goed gevonden en verstaan de overlegde statuten der navolgende vereniging goed te keuren en ze mitsdien te erkennen, te weten Sociëteit De Schaapjes, gevestigd te Haaren in de provincie Noord-Brabant. Soesdijk, 28 januari 1971, was getekend: Juliana.

 

1971 was ook het jaar, waarin - zoals ze aanvankelijk genoemd werd - de subsoos van start zou gaan op de zaterdagavonden, onder de naam “De Lammetjes”, waarvan dan de schaapsleden met hun vrouwen automatisch lid konden zijn. In Juni 1971 - er was inmiddels een nieuw bestuur gekozen, bestaande uit Ad Goosen, voorzitter, A. Sinot, secretaris en P. van Mol -  die al eerder de financiën had overgenomen - als penningmeester , kwam er echter een noodkreet van de beheerster. Bij regenweer stroomt het water door lekken in het dak de keuken binnen: de muren van de keuken zijn vochtig, waardoor er last van schimmel is: bij flinke regenbuien komt het water door de deur naar binnen tot in de kuil: op verschillende plaatsen in het rieten dak zitten grote gaten de vloer, muren en plafonds van de toiletten moeten nog afgewerkt worden: de gierput moet herhaaldelijk leeg worden gehaald. De bouwactiviteiten werden vernieuwd , er werd ook een rietdekker ingeschakeld.

 

En er werd verwarming aan gelegd. Sjef Leseman stelde zich met zijn bankrekening garant. Maar  de soosboerderij zou daarna het mikpunt worden van andere lasten: een serie inbraken, waarbij nogal het een en ander werd geroofd te koste van de Janssens . Een enkele dief kon later worden gegrepen. Intussen gingen de donderdagavonden van de schaapjes door; er werd voornamelijk gedebatteerd en getoept; er kwam een enkele lezing  - waarbij die over drugs van Dr. v. d. Kuy wel apart vermeld moet worden; Met Pinksteren werd het vanaf 1970 een traditie om met vele solosleden naar hermeszuil te gaan; er werd begonnen met een halfjaarlijkse toepconcours tergen de Modernisten uit Vught. Er kwam een nieuw bestuur in 1972. Bestaande uit Ad Voeten, voorzitter, Jan Froklage, secretaris , en P van Mol ( niet weg te krijgen ) als penningmeester.

 

En eindelijk, - na 3 jaar, 2 maanden en 9 dagen -zou dan besloten worden het boerderijtje maar eens te gaan “openen”, nadat eerst de leden van de gemeenteraad op 7 dec. 1972  eens zelf konden komen kijken wat er nou allemaal wordt uitgespookt. Er kwam een nieuwgebruik bij. Soos leden gingen bij toerbeurt hun culinaire kunsten voor de andere schaapjes vertonen. De sociëteit zorgde inmiddels nog voor nieuwe deuren en ramen  met beter passende ruitverdeling. Toen er moeilijkheden dreigden in verband met de soos vergunning werd er een nieuwe vorm gevonden;  A en B - leden. A, - leden zijn dan de echte schaapjes, terwijl de B-formule wordt toegepast voor bezoekers van het boerderijtje op andere avonden. Zo bleef de donderdag avond de schaapjes avond waarop nog steeds het toepen hoogtij viert.      En het bier , het vloeide Voort……

 

Verantwoording

De brochure werd de leden aangeboden ter gelegenheid van het jaarfeest op vrijdag 29 november 1974 .  De Kroniek is geschreven door Anton van Oirschot. Schriftuur a Verdonk. Gedrukt in offset oude persen van ; BV Drukkerij Bergmans  MCH. Tilburg. Er werden 100 exemplaren gedrukt.

Hans van der Haring heeft het handgeschreven kroniek exact overgenomen inclusief

al de aanhalingstekens en coma’s . De opgesomde bestuurslijst en de ledenlijst achter in het boekje heb ik niet overgenomen.   Omdat ik in mijn jeugd aan de Posthoorn 27 in Oisterwijk woonde, kenden wij de schaapherder persoonlijk, maar ook de fam. Voeten.  maart 2020

 

 

Foto van het boerderijtje “de schaapjes “ na de verbouwing in 1981

 


Het vervolg, een  aanvulling door

Hans van der Haring

2020

 

In die tijd (1972) was ik actief in het klein theater van Kasteel Nemerlaer , ik organiseerde er met een stel vrienden. Een Folk Club “ Sociëteit De Fezelaer”.  Er traden daar o.a. voor ons op; Bram en Freek  toen;  Neerlands Hoop in Bange dagen ; Sjef van Uytsel , Miel Cools , Cyriel Havermans, Saskia Martijn , Jan Akkerman. De Snaar ; t’Kliekske , Wannes Raps , de Amazing Stroopwafels, enz. Wij organiseerde elke maand een optreden. Maar het klein theater werd ook door andere activiteiten bezet, en zo konden wij,  volgens Anton van Oirschot een keer niet terecht .  Ik ontmoette  Ad Voeten, toen voorzitter van “De Schaapjes” en hij vertelde dat zij iemand zochten die de verzorging van de donderdag avondsoos op zich wilde nemen. En daar had ik wel oren naar. In ruil daarvoor kreeg ik de  rest van de dagen de beschikking over het boerderijtje  om er “ de Fezelaer”  verder te organiseren. Na een nieuw bestuur hiervoor geformeerd te hebben , de oude vrienden vonden het boerderijtje te klein en de verantwoording te groot. Zijn wij verder gegaan met de organisatie van “De Fezelaer” , Hans van der Haring samen met Teun de Bok  zorgden voor de bar, Ton van Campen, regelde  boekingen van de artiesten,  Jose Mallens verzorgde lay out van het drukwerk en berichten naar de media en hielp mee achter de bar,  Ad van den Nieuwelaar en Nettie de Haas  regelden het lidmaatschap en Inde de entre  bij de ingang.   Zo hebben wij 12 jaar lang deze avonden  een keer in de maand georganiseerd .

 

 

Uithangbord van “De Schaapjes”.  Gesmeed bij Nico Mûller-Jabusch  en geschilderd door zijn moeder Rietje Mûller-Jabusch  Als Schapen;  Hans , Vera en onze Naan  het lammetje 

 

Verder waren er thuis ; De Schaapjes sociëteit elke donderdagavond. Er werd er ook nog een Jazz sociëteit opgericht “The Old Jazz Farm “ Ook had de vogelwerkgroep “Falcolater www.vwgmiddenbrabant.nl   er hun vergaderavonden. En heeft er de disco soos “ Le sous- sol “  van Jan de Bruin en Rob de Beer er ook nog een aantal maanden plaats gevonden. In 1975. zegde ik mijn vaste baan op , en ging op zondagmiddag  open als een oud Brabants café met karakter ,

gespecialiseerd in originele Belgisch bieren. Dat liep steeds beter, samen met de aanvraag van privé feesten. Werd het een echte party-boerderij.  In 1979. maakte ik plannen om de schuur  van de boerderij ook in gebruik te nemen. In 1980 heb ik de boerderij aan de achterkant grondig verbouwd en uitgebreid in samenwerking met een vriend van mij;  Architect Hans Nouwens.

 

Samen met  vrienden en Victor Pollen die toen bij mij in dienst was hebben wij de verbouwing gedaan. In die tijd was een buurman,  Dolf Gijtenbeek  directeur van het Brabantse Landschap . Die mij er op attendeerde dat er een hele mooie boerderij in Goirle ter beschikking kwam,  “De Nieuwe Hoef” in oktober 1983, ben ik daar samen met mijn vriendin Vera gaan kijken en waren wij  meteen verliefd op deze schitterende oorspronkelijke Tiendhoeve uit 1641 op een privé landgoed “Gorp aan de Ley”  Wij huurde “de Nieuwe Hoef”. Vanaf 1 februari 1984.  Vera zorgde voor de feesten

 

 

in de Schaapjes , ik ging mij bezighouden met De Nieuwe Hoef. En op zondagmiddag  was ik altijd in de schaapjes  om de feesten te bespreken  en de zondag middag te runnen.  De verplichting voor de verzorging van de soos avonden op donderdag bleef. Maar het soos bezoek liep terug, en ik zat daar vaak voor 5 á 6 leden, van half 8 tot 01.00. uur of soms nog later.  Omdat het officiële huurcontract eind 1999 was afgelopen, had ik met de buurman , eigenaar van het boerderijtje , Dr. Versteijnen. nieuwe afspraken gemaakt .  Verlenging van de huur tot eind 2001, met een optie van nog 5 jaar.

Uiteindelijk heb ik meer dan 1000 soos Schaapjes donderdag avonden verzorgd. In januari 2002 brandde door kortsluiting ?  het boerderijtje s’nachts af.  En eindigde het contact  van verhuur.

 

 

 

Zie ook het boek “Ziehier! Wij verkopen 77 kasteelhoeven van Kasteel Heeswijk “  Blz. 146.

Geschreven door Rien en Florian de Visser 2015. ISBN .978-90-824524-0-2

 

De sociëteit De Schaapjes  keerde na de brand weer even terug naar de kelders van Kasteel Nemerlaer.  Maar het ledental daalde, en werd daarna een huiskamer soos,

 

 

 

in toerbeurt bij de leden thuis. Nog steeds op de donderdagavond. De sociëteit bestaat nu nog en heeft nog plusminus acht leden .   

 

Hans van der Haring maart 2020.