Belevenissen van een Juffertje in 't Groen
door Anouk Reefman
 

 

 

Kool ⁿ = ?

Met een flinke dosis lef trek ik de stoute schoenen aan.|
Er is gelegenheid om eerst te oefenen, dus wellicht wordt er dan NU aan MIJ de fel begeerde kunst geopenbaard!
Ik ga meedoen aan de Nationale Tuinvogeltelling. Een uitstekende gelegenheid om te leren vogelen, niet waar? De Vogelbescherming biedt deze gelegenheid en heeft daartoe een ondersteunende tellijst verspreid en een herkenningsposter van prominente tuingasten.
Een goed begin is het halve werk, ik besluit de spelregels door te nemen.


bron: www.vogelbescherming.nl

Ik ben wat schuchter, want in mijn ervaring tellen de leden van onze Gestelse Natuurgroep in no time tig veders op z’n Latijn, terwijl ik de allereerste op zoek in m’n Nederlandse boekje.
Jarenlange ervaring met het tellen in het ‘wild’, krijg je niet zomaar bijgebeend als juffert. Een doorstart vanuit onze tuin lijkt me een goeie springplank om de achterstand in te lopen.


Onze Zorro, de boomklever, lust basmati rijst met saffraan.

Volgens de spelregels dienen de tuinvogels voorafgaand aan het grote telmoment, een tijd te wennen aan voer en water op een vaste plek. Nou, de mezenbollen vliegen hier al zonder vrieskou enige tijd de pan uit, dus ik besluit ze voortaan zelf te maken van paardengranen en oud frietvet.


Geen mezenbollen, maar: ‘mezenkanters’.  

Water schijnt pas een probleem voor ze te worden als de vries echt doorzet, een vetlaagje hebben onze tuinvrienden wel nodig om warm te blijven.


Het is tenslotte elke dag nog steeds stevig oefenen voor het zwemdiploma-A.

Volgens de aangeleverde tips kan ik ijsblokjes aan gruzelementen slaan, die in hun snavel smelten zonder gevaar van een onbedoelde wetcoat.
Ik kijk naar buiten en snap het niet: elke morgen begint hier met prachtig veel rijp op het groen, ze kunnen die (ijs)druppels toch wel “drinken” dan?
In de stad is dat echt niet anders, zelfs anderhalve boom lijkt me daartoe genoeg, dus dat winter waterprobleem klinkt een beetje overdreven.


Goed plan: waterdruppels drinken.

Een ander probleem is dat de vogels niet alleen op de voerplank komen eten. We hebben geen hek ‘om de tuin’ dus wat telt wel dan en wat niet? Vanuit het raam gezien, vliegen vogeltjes bovendien af en aan, en hoe weet ik wie al drie keer eerder is geteld?
Andere vogels vallen niet eens te tellen, als ze in groten getale neerstrijken in de populieren aan den einder. Ze kronen deze kale koninginnen zo naar een eerste plaats in de top-10, zonder te turven. Naar mijn smaak zijn het Russische Spreeuwen, ‘dwaalgasten’ dus.
Een multiculturele tuinvogeltelling is natuurlijk ook mogelijk?
Ik heb namelijk wel begrepen dat de zomer tuinspreeuwen inmiddels ergens in Frankrijk de boel onderpoepen.


Jij ongekroonde koningin, tooit je takken met fiere vogel vleugels.

Hoe komen we nou tot een gezamenlijke tuinvogeltop-10?
Houd het simpel juffert! Het moment van een uur telt. Een willekeurig gekozen uur in het weekend van 17 op 18 december. Daar de resultaten van doormailen. Het gaat om aandacht voor de tuinvogeltjes.
Goed, ik ga oefenen.
Met liefde laat ik het niveau van ‘sijs en drijfsijs’ ver achter me en werk ik aan mezelf als beginnend ‘tuinteller’.
Dertien van de twintig benoemde en afgebeelde vogels op de poster herken ik al, dus het moet goed komen!


De kanter graantjes lijken goedgekeurd.

Ik kies één van de twee voederplekken uit als arena, voor de grote ramen van de keuken en de eetkamer. Het wordt een riant groot telraam, dus het kan niet missen. Maak de borst maar nat: here we come and count!

Ik start een probeersel van 5 minuten turven.
Kooltje, kooltje, kool, kool, kool, kool, kooooőőol, heggenmus?, kool, nee, ‘t is ‘n vinkenvrouwtje?, kool, kool, kool! Zucht. Kool.


Winterse Koolschotel!

Nu zitten er tien koolmezen op de plank te bunkeren. Maar ook een boomklever en een boompieper in de belendende Esdoorn, er kijkt een ekster toe in de Vlier, de kraaien en kauwen krassen (onzichtbaar) op het dak en een houtduif probeert tegelijkertijd de woning van onze bosuil in de notenboomgaard te kraken. Tot overmaat van ramp komt er een heggenmus aanvliegen, hij twijfelt, maakt een slinger richting Vlier, ziet de ekster en belandt alsnog op de voederplank.
Mijn kladlijstje, lijkt nergens op.


Vanaf een paardenrug gezien: de stilte van onze wintertijd. 

Dit wordt geen succes, ik doe het vast verkeerd. Als we zo doorgaan weet ik zeker dat de koolmees op nummer 1 prijkt in de tuinvogel top-10 2005. Vorig jaar was dat de huismus. Ik heb geen huismus gezien.
Hollands glorie aan dit huis komt voorwaar niet verder dan de kool.
 

 www.vogelbescherming.nl