INHOUD RKJW
CUBRA HOME

 

Jos Naaijkens

UIT DE RIJKE GESCHIEDENIS VAN DE TILBURGSE DRUKKERIJ R.K. JONGENSWEESHUIS


 

 

Dwientje bij de zandmannetjes

 

Auteur: N. Doumen (Frater Nicetas)
Illustrator: Leo van Grinsven

 

 

Vaak gaat Dwientje naar tante Lijs. Het is geen echte tante maar Dwientje noemt haar zo. Tante Lijs kan mooie verhalen vertellen. De verhalen over de zandmannetjes spreken Dwientje wel érg aan.

 

Dwientje krijgt van tante Lijs te horen waar de zandmannetjes wonen. ‘Eerst moet je dat hele bos door, daarna loop je een kwartier om en dan ’n uur lang recht vooruit. Daar is weer een ander bos en vooraan op de hoek staat een dikke beukeboom’.

 

Dwientje gaat naar de zandmannetjes. Hier beleeft ze met de kaboutertjes allerlei avonturen. Aan koning Edelhart stelt ze de volgende vraag: ‘Ik wil zo graag Sneeuwwitje worden bij jullie’.
De kabouters zijn gewoon niet te houden. Ze vliegen door de lucht, duikelen over haar heen, ze juichen, joelen, jubelen en gillen van leutigheid.

 

Iedere avond wordt er door de kabouters vuurwerk afgestoken. Maar niemand mag het zien. Dwientje echter is er een keer getuige van.

 

Ze voelt zich schuldig en krijgt het idee dat ze iets verkeerd heeft gedaan. Bang is ze om van de zandmannetjes straf te krijgen. En inderdaad, ze wordt door de zandmannetjes achterna gezeten. Ze vlucht. Ze schreeuwt: ‘Moederrr…’

Dwientje zit bij de deur en moeder tikt haar zachtjes tegen het hoofd.

 

 

‘Maar er was ook iets, dat moe niet begreep. Dwientje was veel braver en veel gehoorzamer als vroeger. Hoe kwam dat toch?....
Eens op ’n winteravond, toen ’t meisje langer mocht opblijven, vertelde ze over de zandmannetjes en wat ze daar had ondervonden. Toen begreep moe alles’. 

De auteur frater Nicetas Doumen.

Josephus Theodorus Doumen werd op 6 november 1876 te Rotem (Belgisch Limburg) geboren. Op 25 maart 1894 trad hij als frater Maria Nicetas in de Congregatie van de Fraters van Tilburg. Als onderwijzer was hij werkzaam op scholen in Tilburg, Oss, Cuijk, Boxtel, Goirle, Raamsdonksveer en ’s-Hertogenbosch.  
Van 1940 tot zijn dood in 1955 verbleef hij in het fraterhuis ‘Johannes Berchmans’ te Zonhoven in de Belgische provincie Limburg. Hij werd er belast met lessen aan het toenmalige Sint-Jan Berchmansgesticht, het juvenaat met normaalschool van de fraters. Onderstaande foto uit 1944 is genomen op de binnenplaats van het fraterhuis ter gelegenheid van zijn gouden kloosterfeest. De jubilaris zit in het midden op de voorste rij omringd door confraters.

 

Foto ter gelegenheid van het gouden kloosterfeest van frater Nicetas Doumen (1944).
Frater Nicetas Doumen zit op de eerste rij, zesde persoon van links.

 

Enkele boeken geschreven door frater Doumen en uitgegeven door ‘De Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg’:
Jongens van sta-vast (1925), Spijkers met koppen (1927), De kleine bloedgetuige (1932), Kleuter Pietertje (1932), Houteren Jantje (1934), Hans Kiekeboe (1940) en Fiel (1941).
Twee stripverhalen onder het pseudoniem Jos. van den Bosch: Tante Leida Pannelat ((1937) en Steven Sterkenarm (1938).
Samen met frater Joseph Reijnders schreef hij de leesmethode ‘ik lees al’.   

     


Gedachtenisprentje frater Nicetas Doumen (1876-1955).

 

Bronnen
N. Doumen, Dwientje bij de zandmannetjes, Tilburg en Amsterdam, 1941
Archief Fraters van Tilburg
https://nl.wikipedia.org/wiki/Tilburg
http://www.cubra.nl/De-paap-van-gramschap/d.htm#Doumen,_fr._Nicetas

Jan Gerits, Limburgse Monografieën – Nicetas Doumen, Gruitrode, 2008