CuBra

INHOUD ED SCHILDERS

CUBRA HOME

 

 

Ed Schilders
Van Toronto naar Tilburg en Terug

 

Frontispiece uit Keats’s Shakespeare. Naar een aquarel van Joseph Severn.

Keats lezend aan boord van de Marie Crowther, september 1820, op weg naar Italië.

 

Het moet vóór 2002 zijn geweest want op het voorste schutblad staat de prijs die ik voor het boek betaald heb nog aangegeven in guldens. Ik kocht het bij een antiquariaat in Tilburg waar het mijn aandacht trok omdat ik in die tijd een wekelijkse rubriek over curieuze boeken verzorgde in boekenbijlage ‘Cicero’ van de Volkskrant, een taak die een gestage aanvoer noodzakelijk maakte van boeken waarover ik een verhaal zou kunnen vertellen. Dit leek me zo’n boek, en ik heb er een paar jaar later inderdaad twee afleveringen aan kunnen wijden.

Het boek heet Keats’s Shakespeare, a Descriptive Study Based on New Material. Het werd geschreven door Caroline F. E. Spurgeon, en gepubliceerd in 1928 door Oxford University Press. Spurgeon (1869-1942) was de tweede vrouw die aan een Engelse universiteit hoogleraar werd en de eerste in de Engelse Letterkunde (London University). Een deel van haar werk is op het internet beschikbaar op archive.org maar helaas niet het boek dat hier centraal staat.

In Keats’s Shakespeare onderzoekt  Spurgeon de invloed van Shakespeare op de wording van John Keats’ Endymion. Daarbij baseert zij zich op de Shakespeare-uitgaven die Keats las en herlas, en waarin hij hartstochtelijk passages onderstreepte, aantekeningen maakte, commentaar toevoegde, en zelfs zo nu en dan een tekeningetje krabbelde. Op minstens twee plaatsen maakte hij gebruik van de witruimte om er een sonnet te pennen waartoe de lezing hem geïnspireerd had.

Daarmee is deze studie een vroeg voorbeeld van wat tegenwoordig het onderzoek naar ‘marginalia’ wordt genoemd. Hoewel ik een liefhebber ben van zulke beschouwingen, en ik het belang van de marginalia van Keats bij zijn Shakespeare niet zal ontkennen, werd ik al vrij snel nog meer getroffen door een aantal ‘sporen’ in dit exemplaar die je ook ‘marginaal’ kunt noemen, maar dan in de niet-filologische betekenis van het woord.

 

Toronto

Om te beginnen was dat de paradox. Het exemplaar dat ik gekocht had, had ooit deel uitgemaakt van de collectie van een openbare bibliotheek in Toronto. Dat was makkelijk vast te stellen. Op alle fotopagina’s waarop pagina’s uit de Shakespeare van Keats gereproduceerd worden, heeft de bibliothecaris steevast een vet stempel gezet met de naam van de bibliotheek, uiteraard om te voorkomen dat zo’n afbeelding werd uitgescheurd. Het eigendomsrecht wordt nog eens benadrukt door hetzelfde stempel, maar dan met een perforatietang: Toronto Public Library. Achter in het boek is een formuliertje geplakt met gestempelde uitleendata (acht keer tussen 1935 en 1938). Aan de binnenkant van het achterplat is een envelopje geplakt waarin waarschijnlijk het identiteitskaartje van het boek zat.

 

   

 

 

 

Aan de binnenkant van het voorplat is ten slotte een soort van ex libris geplakt waarmee de bibliotheek de lener waarschuwt. De gekalligrafeerde tekst is niet helemaal leesbaar, want er is een tweede ex libris overheen geplakt, waarover straks meer. Maar wat duidelijk is gebleven luidt in vertaling: ‘De bibliothecaris zal elk geretourneerd boek controleren, en als blijkt dat daarin onderstreept is, het inktvlekken vertoont, ezelsoren heeft,  of anderszins beschadigd is, dan zal de lener aansprakelijk worden gesteld ten bedrage van de waarde van het boek.’

Het moge duidelijk zijn dat zich daarmee de contouren aftekenden voor een column onder de noemer ‘de omgang met boeken’. De bibliothecaris  mag naar hartenlust een boek bestempelen, beplakken en perforeren, de lener wordt beboet voor een ezelsoor of onderstreping. En dát in een studie die juist het grote belang aantoont van de sporen die een lezer achterliet. Dat die lezer toevallig John Keats heet en een groot dichter was, is geen argument. Keats verrijkte het boek door passages die hij mooi vond te onderstrepen en van uitroeptekens te voorzien. Hij gaf zijn visie op het auteurschap van Titus Andronicus door alle regels, soms hele pagina’s door te krassen als hij dacht dat die niet door Shakespeare geschreven waren. Van het commentaar van Dr. Johnson bij sommige stukken had hij blijkbaar een grondige afkeer, streepte het woest door, en sprak Johnson toe: ‘Fie Johnson’ en ‘Lo fool again!’

 

 

Keats’ aantekeningen in King Lear.

Uit het tekeningetje rechts leidt Spurgeon af dat de onderstreping is aangebracht op 4 oktober 1818.

 

   

Marginalia van John Keats; afbeeldingen uit Spurgeon's boek.

Links: een sonnet van Keats aan het eind van 'Hamlet'.

Midden: een sonnet in 'Shakespeare's Poems'.

Rechts: voetnoot van Keats bij 'Troilus and Cressida'.

KLIK OP DE AFBEELDING VOOR GROTERE WEERGAVE

 

Tilburg

Er was nog iets anders wat me boeide. Over de hierboven genoemde kalligrafie die oproept tot keurig lezersgedrag is het ex libris geplakt van de bibliotheek van de fraters van Tilburg.

 

 

Deze congregatie mocht zich ooit beroemen op een zeer fraaie letterkundige collectie, maar tijdens de neergang van het ‘Roomse leven’ vanaf de tweede helft van de jaren ’60 liep ook het aantal kloosterlingen terug, en eind jaren ’90 kwam het moment waarop die bibliotheek ontmanteld moest worden. Na het afstoten van deelcollecties, werd het restant en bloc verkocht aan een Tilburgs antiquariaat. Waaronder Keats’s Shakespeare.

Ik had dus een boek  gekocht dat in 1928 in Londen was gepubliceerd, en wel een exemplaar daarvan dat in 1935 in Toronto, Canada, in een openbare bibliotheek stond, maar dat  ook het ex libris draagt van een Tilburgse bibliotheek. Dit exemplaar had blijkbaar een behoorlijke wereldreis achter de rug met als eindbestemming mijn boekenkast. 

 

 

 

Maar alsof Keats’s Shakespeare nog niet genoeg bestempeld en beplakt was in Toronto en Tilburg, zag ik in het boek ook nog een stempel dat we een ‘ex dono’ kunnen noemen, een stempel vanwege de schenker van dit boek. En dat was het ‘Canadian Book Centre’ dat gesponsord werd door ‘The Canadian Council for Reconstruction through UNESCO’, en door ‘The Canadian Library Association’. Ik nam het voor kennisgeving aan maar nadat ik in de Volkskrant  een column had geschreven over Keats, Shakespeare en Spurgeon, was een lezer zo attent mij een kopie toe te sturen van een rapport dat in 1950 gepubliceerd was door dat Canadian Book Centre: Report of Operations 1948-1950.

 

Het Canadian Book Centre werd in juli 1948 in Halifax in het leven geroepen door de Canadian Library Association (Ottawa) in samenwerking met de Canadian Council for Reconstruction through UNESCO. Het idee was de eenvoud zelve. In Europa was de oorlogsschade aan bibliotheken en boeken enorm, en Canadese bibliotheken en lezers konden waarschijnlijk wel wat boeken missen om de bibliothecaire noden te lenigen. De voorbeelden in het rapport vormen een verre van compleet maar toch indrukwekkend overzicht van ‘gesneuvelde boeken’. Middelburg wordt genoemd als enige Nederlandse bibliotheek met een verlies van 100.000 banden. In Polen ging van het totale bezit van 22 miljoen banden twee-derde verloren. Milaan verloor 55.000 banden, de openbare bibliotheek in Warschau 317.000. De bibliotheken van Leuven en Douai bestonden niet meer.

Om te beginnen legde het Book Centre aan honderdvijftig bibliotheekinstellingen in Europa het plan voor met de vraag ‘welk type boeken zij het meest dringend nodig hadden’. De respons was ‘immediate and overwhelming’. In een later stadium — nadat de voorraad beschikbare boeken gecatalogiseerd was — ontvingen de Europese bibliotheken die zich hadden aangemeld lijsten per vakgebied, waarmee ze hun voorkeuren gericht konden aangeven. Aan honderdtwintig Nederlandse bibliotheken werden 1012 van zulke catalogi verstuurd, eenenveertig bibliotheken maakten hun voorkeur kenbaar. Uit de respons blijkt dat in ons land de meeste belangstelling bestond voor biografie, geschiedenis en economie.

 

 

‘March of Books’-promotie. Uit het genoemde rapport.

 

Tegelijkertijd werd in Canada een campagne gestart om boeken van ‘wetenschappelijke, technische en culturele aard’ in te zamelen onder de tweetalige slogan ‘March of the Books / En Avant les Livres’. Uiteraard werden alle bibliotheken benaderd, zoals de Openbare in Toronto, maar  het contact met particuliere  schenkers werd gecoördineerd door de ‘Boy Scouts Association’, de padvinders. In totaal ontving het Book Centre 250.000 boeken en tijdschriftbanden.  Daarvan werden er 65.000 ‘discarded’, afgekeurd voor verzending naar Europa.

 

 

Aanvoer van ingekomen boekenpakketten bij (hieronder) het Boekencentrum in Halifax.

 

 

Het grootste deel kwam uit de reguliere Canadese bibliotheken. Die hielden, zegt het rapport, ‘grote schoonmaak’. De lijst is niet gespecificeerd maar als eerste wordt de Public Library van Toronto genoemd.

Na ontvangst werden de boeken geselecteerd en vervolgens op onderwerp gecatalogiseerd en naar een bestemming in Europa verscheept, meestal via het adres van de Canadese ambassade of een consulaat. In totaal werden circa duizend Europese bibliotheken begunstigd. 85.000 boeken konden gericht worden toegekend aan een bibliotheek die daarom gevraagd had. Voor Europa minder interessante of minder urgente titels, vooral educatieve uitgaven, vonden hun weg naar Ethiopië, India en Trinidad.

In Europa kwamen de meeste boeken terecht in de ‘Western Zone’ van Duitsland, gevolgd door Polen, Nederland, en Frankrijk. Per hoofd van de bevolking ontving Nederland de meeste items, in totaal 13.999 boeken dan wel tijdschriftbanden.

Op 15 juni 1950 werd de operatie afgerond en sloot het Canadian Book Centre de deuren aan de Terminal Road in Halifax. 

 

 

De ‘Trophy Wall’ in het Book Centre.

Daarop werd alles aangeprikt wat in de geschonken boeken door de vorige eigenaar werd achtergelaten.

Krantenknipsels, droogbloemen, devotieprentjes, boodschappenbriefjes, foto’s…

Terug

Het boek van Caroline Spurgeon vertelde me dus niet alleen het verhaal van een grote Engelse dichter die zich voor zijn werk liet inspireren door wat hij bij Shakespeare las. Dat was een verhaal over de zichtbare sporen die in een boek worden achtergelaten. Spurgeons boek had het geluk dat het tijdens zijn leven nog enige andere tastbare kenmerken opliep, die een tweede verhaal vertelden: de reis van de uitgever in Londen naar een bibliotheek in Toronto. Door een wereldoorlog verhuisde het naar het Book Centre in Halifax en vandaar per boot naar Nederland, waar het in Tilburg, mogelijk na een verblijf in de Openbare Bibliotheek, werd opgevangen in de bibliotheek van de fraters. Uiteindelijk kwam het in mijn boekenkast en op mijn leestafel terecht.

Was het verhaal daarmee ten einde?

In 2007 las ik in een persbericht dat Heather Jackson de ‘key note speaker’ zou zijn op een symposium over marginalia  in Den Haag. In 2001 had ik in de Volkskrant haar boek Marginalia, Readers Writing in Books besproken maar pas in 2007 kreeg ik het idee voor een volgende aflevering van Keats’s Shakespeare: Heather Jackson was hoogleraar aan de universiteit van… Toronto.

Door omstandigheden was ik verhinderd dat symposium bij te wonen, maar het contact was gelegd. Ik vertelde haar het verhaal zoals ik het hierboven aan u verteld heb, en deed het voorstel om mijn exemplaar terug te sturen naar een bibliotheek van haar keuze in Toronto. Daarmee zou, vond ik, dit exemplaar van Keats’s Shakespeare van een welverdiende rust kunnen genieten. Jackson vond dat een mooi voorstel maar had een nog beter plan: geen rust. Geheel in de lijn van haar vakgebied (marginalia), stelde ze voor om dit exemplaar van Spurgeons boek niet alleen op te nemen in de universiteitsbibliotheek maar ook ‘as a teaching tool in a collaborative program in book history and print culture at the University.’ Het verhaal van dit boek als lesstof.

En zo geschiedde.

Ik heb toen voor mijn Keats’s Shakespeare een cassette laten maken en het geheel met mijn toelichting naar Jackson en de Universiteit van Toronto gestuurd. Daar werd het met groot enthousiasme ontvangen en opgenomen in het lesprogramma ‘Book history and print culture’ onder leiding van David Galbraith. In de universiteitskrant zei Galbraith daarover: ‘It’s not even so much that the book itself is rare, it’s the material history of its transmission that’s so interesting. It really speaks to a very important history of the role that Canadian libraries played in reconstructing European libraries at the end of the world war. Books like this let you make other sorts of arguments. Keats’s Shakespeare has found a good home.’

 

 

Heather Jackson overhandigt ‘mijn’ Keats’s Shakespeare aan David Galbraith. Foto Sandra Alston.