INHOUD VAN SCHILT
HOME

BRABANTS

AUTEURS
TEKSTEN
INTERVIEWS
SPECIAAL

Elie van Schilt

Stille kracht? Wanu

 

Het was de laatste buitenpost, Plunpang, gelegen langs de spoorlijn van Babbat naar Tjepu.

Dwars door onze post liep de straatweg en steeds werd daar door een van ons wacht gelopen; overdag gewoon op de weg en 's nachts vanuit een bunkertje, gemaakt van zandzakken.

De soevereiniteitsoverdracht was al getekend, maar toch liepen wij nog vaak patrouille, en we maakten soms ook nog vuurcontact, ditmaal niet meer met de TNI, maar met ongeregelde troepen van de Darul Islam of met ploppers die aan het rampokken waren.

Tijdens dat wachtlopen aan de straatweg had ze hem gezien, Wanu.

Blijkbaar had hij in die periode voor haar iets aantrekkelijks, want Wanu zocht toenadering; telkens kwam ze terug om hem te zien.

Maar hij zag haar voor het eerst in de Toko ketjil in de kampong; men kon daar allerlei dingen kopen, maar ook iets drinken.

Uit verveling liep hij daar wel eens langs; er was een klein zitje, en hij dronk daar dan een flesje limoen en liep dan op zijn gemak weer terug naar onze post.

Tot op een middag Wanu ook in de Toko was; ook zij dronk een flesje limoen en ze raakten in gesprek. Dat verliep vaak komisch, daar zij Javaans sprak en maar enkele woorden Maleis kende.

Echter met behulp van de eigenares van de Toko kwam hij haar naam, Wanu, te weten, ook dat zij de dochter was het kamponghoofd (kepalakampong of Betingi) iets verder aan de weg gelegen, en ook dat ze nog een saudara (broer) had, ook militair, maar bij de TNI.

Wanu was een prachtige Javaanse jongedame, licht getint, ook mooi gekleed met een prachtige sarong en daarop een mooi geborduurd wit baadje.

Toen hij aanstalten maakte om te vertrekken, maakte zij hem duidelijk dat ze graag een eindje mee wilde lopen, tot aan onze buitenpost. Eerst had hij de gedachte dat het haar misschien te doen was om een baantje te verwerven op onze post als baboe, later bleek dat echter helemaal niet te kloppen, ze had namelijk in haar ouderlijk huis zelf de beschikking over een baboe en nog meer bedienend personeel.

Bij de post aangekomen namen zij afscheid, maar niet voordat ze beiden kenbaar hadden gemaakt elkaar graag weer te willen zien. Maar gezien zijn onregelmatige diensten konden ze geen afspraak maken.

Desondanks: telkens als hij de Toko ketjil bezocht was ook daar aanwezig Wanu, en ook was zij blijkbaar druk met het Maleis bezig geweest want ze werd voor hem steeds beter verstaanbaar, dat bleek eerst nadat ze elkaar diverse keren hadden ontmoet.

Op een keer kwam hij in de Toko terwijl Wanu niet aanwezig was. Hij vroeg toen aan de eigenares of Wanu vaak in de Toko kwam en stomverbaasd kreeg hij te horen dat ze er alleen was op de dagen dat hij ook kwam. Dat was iets wat hij niet kon begrijpen: geen afspraak maken en toch telkens er zijn.

Toen hij haar erop attendeerde dat hij er nu toch ook was en Wanu niet, antwoordde zij "Ze zal zo wel hier zijn", en inderdaad, nog geen vijf minuten later verscheen Wanu.

Was dit de zogenaamde stille kracht of goena goena? Maar er waren wel meer dingen in IndiŽ die wij niet begrepen.

Die middag maakte Wanu hem duidelijk dat ze hem graag bij haar roemah wou ontvangen. Na haar duidelijk te hebben gemaakt dat dit alleen kon met toestemming van zijn commandant, zou hij proberen dit te regelen.

Weer wandelden zij samen terug naar de post, wel zo als het hoort in dit land, zij liep een beetje schuin achter hem, maar toch zo kort dat ze met elkaar konden praten.

Ongeveer een week later lukte het hem een dag vrij te krijgen om naar Wanu te gaan, en gelukkig trof hij haar een dag daarvoor in de Toko om dit te regelen.

De volgende morgen werd hij met koeda en kar (sado naar ik meen) opgehaald en na een tien minuten draven waren ze bij haar ouderlijk huis, waar Wanu reeds stond te wachten.

Eerst werd hij voorgesteld aan haar vader, die redelijk goed met de Hollandse taal overweg bleek te kunnen, en een paar uur later kwam haar broer opdagen. Die bleek een kapitein bij de TNI te zijn, en ook die sprak een behoorlijk woordje Hollands.

Na wat gepraat over allerlei dingen, waarbij de machtswisseling zorgvuldig buiten het gesprek werd gehouden, kwam rond twaalf uur een heerlijke rijstmaaltijd op tafel, met alles erop en eraan. Na deze maaltijd werd nog even iets gedronken, en zowel broer als vader vertrokken naar hun kamer voor de middagrust.

Zonder schroom nam Wanu hem bij de hand en nam hem mee naar haar kamer, waar hem kenbaar werd gemaakt dat hij op het bamboe-bed kon gaan liggen. Met de gedachte 'wat kan mij gebeuren', heeft hij zich uitgekleed op zijn pendek na en is gaan liggen.

Even later kwam Wanu binnen met losjes een sarong om haar heen geslagen. Ze kwam naast hem op de bali bali liggen, gooide de sarong van zich af en nestelde zich tegen hem aan.

Ze begon zachtjes te praten en vertelde hem al getrouwd te zijn (soedah kawin) geweest, maar haar man was gesneuveld als TNI-soldaat in de strijd tegen de Hollanders.

Even kwam de gedachte in hem op, toch nog in een hinderlaag te zijn gelopen. Maar zij vertelde verder: haar man had haar geen kind (anak ketjil) kunnen bezorgen, haar man was door Hollanders gedood en nu moesten die ook maar zorgen dat ze toch haar anak kreeg.

Het bleek dat ze de buitenpost al vaak had bekeken en hem had uitgekozen om vader te worden van haar anak.

Hij maakte haar duidelijk dat de overdracht van de buitenpost aan de TNI op zeer korte termijn zou gaan gebeuren, hij dan ging vertrekken en haar misschien nooit meer zou zien.

Dat alles was voor haar geen beletsel, ze wou alleen een kind van hem als vergoeding voor het verlies van haar man.

Hierop begon zij hem te strelen op een dusdanige manier dat het voor hem geen moeite koste aan haar wens te voldoen, vooral daar zij steeds liet blijken ook van het minnekozen te genieten.

Na een uurtje vertrokken beiden naar het mandihok, na terugkeer bleek de baboe zijn pakian inmiddels te hebben gewassen en gestreken. Na eerst afscheid te hebben genomen van haar vader en broer werd hij weer teruggebracht naar de buitenpost.

Nadien heeft hij haar nooit meer gezien. Eerst in Surabaja hoorde hij van een baboe die met hen was meegegaan, maar nog regelmatig de kampong bezocht waar Wanu woonde.

Wanu was in verwachting en in de kampong wist men niet beter of zij was in verwachting van haar overleden man, ondanks dat die al meer als een jaar terug was gesneuveld.

Meer dan 25 jaar later is hij teruggegaan naar Indonesia, voor een vakantiereis; hij heeft toen ook de kampong bezocht waar Wanu woonde tijdens de periode hierboven omschreven.

In een Toko heeft hij wat vragen gesteld en stomverbaasd hoorde hij dat Wanu nog steeds in de kampong woonde.

Ze bleek vier kinderen te hebben, maar ook nu was haar man inmiddels alweer vijf jaar overleden en ze woonde met drie van haar kinderen in het ouderlijk huis.

Daar heeft hij haar bezocht en ondanks dat hij 25 jaar ouder was geworden, herkende zij hem direct, maar ook Wanu bleek haar schoonheid te zijn kwijtgeraakt. Er werd veel gepraat, ook nu werd hij genodigd voor de maaltijd, maar niet een van haar kinderen was daarbij, slechts zij beiden zaten aan tafel. Toen was het moment van afscheid daar.

Bij zijn vertrek gaf zij hem een enveloppe met het verzoek deze pas te openen bij terugkeer in Holland. Zoveel geduld kon hij niet opbrengen. Terug in het hotel in Surabaja heeft hij de enveloppe opengemaakt.

Daarin een paar foto's van Javaanse kinderen, maar een ervan meende hij te herkennen, maar hij kon zich niet herinneren waarvan, het was immers al zolang geleden.

Na zijn terugkeer thuis ging een jaar later zijn jongste zoon voor een vakantie naar Turkije, hij kwam helemaal bruin door de zon terug, en eerst toen hij hem zag op Schiphol, wist hij waarom een kind op de foto's van Wanu door hem werd herkend.

Wij veteranen hebben nooit echt kunnen doordringen in de gedachtegang van de Javaan of Balinees en noem maar op. Daar leefde echter veel meer als dat er naar buiten kwam.

Wij allemaal die er zijn geweest, hebben vaak het gevoel er toch iets te hebben achtergelaten in dat tropische land waar wij moeilijke dagen maar ook mooie dagen hebben gehad.

 

NAAR BEGIN VAN DEZE TEKSTPAGINA