INHOUD GESCHREVEN STAD
HOME

TEKSTEN

AUTEURS
BRABANTS
INTERVIEWS
SPECIAAL

Geschreven stad

Munttorenstraat - Marco Draijer

 

't Is goed om vroeg op te staan. Als tegen 5 uur de zon opkomt - je hoort vogels achter je in de bomen en bosjes langs de spoorlijn en vr je is de straat heerlijk leeg. Achter je, op het paadje tussen flat en spoor, lopen nog geen studenten. Als straks de trein van half negen er is, rommelt het onder je van de honderden voetstappen. Het is nu rustig en van deze rust wordt door sommige inwoners van de buurt bewust gebruikgemaakt. Alleen een vroege bezoeker zoals de zwerver zul je dan kunnen zien.

De zwervers: komen niet alleen voor in steden als New York en Parijs en op de televisiebeelden, ook in deze kleine provinciestad die zichzelf zo groot acht, zie je ze. (Ze zal blij zijn met de metropolische air die de daklozen haar aanmeten.) De zwervers die zich graag tussen de mensen begeven of zelfs vrienden hebben, zijn in het centrum te vinden. De mensenschuwen zie je meer in de buitenwijken, zoals bij mijn flat. Je moet er oog voor hebben als je in deze rustige buurt in West woont, maar wanneer je vroeg opstaat, kun je de mannen observeren.

Ik zeg: mannen. Vrouwen zul je hier ook niet zien. Voorzover ze er zijn, zwervende vrouwen, leven ze in het centrum. Vraag me niet waarom, ik zie hier nooit zwerfsters. Ik zeg ook: mannen, en niet mannetjes. Je ziet ze wel eens verschrompeld op een bankje zitten met zo'n prachtige verzameling bierflesjes om hen heen. Dat zijn mannetjes, zielige mannetjes. Nee, de zwervers hier behouden hun waardigheid. Ze hebben ook meer bezittingen. Vrijwel allemaal lopen ze met een fiets aan de hand, vaak een krot maar toch. Achterop bevindt zich bijvoorbeeld een zelf geconstrueerd kratje, uit allerhande materialen samengesteld zoals een vogel zijn nest bouwt, of een oude sporttas, misschien het laatste overblijfsel uit de vroegere bezittingen met nog dat ene paar voetbalschoenen waarmee het doelpunt tegen de kampioen van de zaterdagklasse werd gescoord, of desnoods een leeg bierkratje. Ook daarin kan tenslotte iets vervoerd worden.

Zo zag ik er laatst een: Het is fris, februari, koffietijd: nu is de straat leeg omdat alle werkende mannen inmiddels vertrokken zijn. Ik zie hem weer bij de containers van onze flat. Hij is laat. Er moet wel een dringende reden zijn om zo midden op de dag rond te snuffelen in het afval. Nog dezelfde fiets en dezelfde sporttas als altijd. Hij ziet er gesoigneerd uit met zijn grijze haar en groen gestreept colbertje boven een oranje, wat kleinzittende pantalon. Daar weer onder heeft hij Adidas-gympen. Prachtige kleren, die hem verheffen boven zijn lotgenoten. Hij kan ermee naar een bal, voor zijn gevoel. Nee, niet flauw zijn: geen gekostumeerd bal. Hij voelt zich echt een heertje, soms zelfs een zakenman, soms een deftige entertainer. Hij heeft ook een redelijk goede fiets. Alles wat hij uit de container haalt, bekijkt hij goed. Vaak legt hij het weer weg om het vervolgens weer te pakken. Dan kijkt hij om zich heen, legt het weer weg, pakt het weer. Als hij verder wil gaan, blijft-ie plotseling staan, hij ziet onraad ergens, ik zie niks. Hij doet weer twee stappen naar achteren en blijft spiedend om het hoekje kijken. Dan legt hij een tasje, waar-ie eerder zo besluiteloos over was, weer weg en stapt op z'n fiets. Rustig, als een toerist, rijdt hij weg. Even later komt de vuilniswagen langs. Wanneer hij zich nog zal bedenken over de tas, is het nu te laat.

Voordat de vuilnisman komt, zie je hier regelmatig mensen naar buiten komen met tv's, wc-potten, beddenspiralen, salontafels, matrassen. Alles kan in de containers, denken ze. Grof Vuil komt hier zeker niet langs. De zwerver kan er misschien nog wat mee, kan het misschien ergens slijten. Zou deze sjofel geklede heer de saprofiet van onze buurt zijn?