Foto: Nol van Roessel; uit B'ons op Gineind (1984, 4e druk)

INHOUD DODENAKKER
HOME

BRABANTS

AUTEURS
TEKSTEN
INTERVIEWS
SPECIAAL

 

In de nacht van 1 op 2 juli overleed Nol van Roessel in zijn woonplaats Helmond. Hij was bekend als 'de contente mens' en publiceerde en vertelde voornamelijk Brabantse verhalen. In die hoedanigheid trok hij jarenlang door de provincie, onder meer in het gewaardeerde gezelschap van liedjeszanger Ad de Laat. In die combinatie waren zij ook verscheidene keren te bewonderen tijdens de Berlicumse Brabantse avonden in De Gouden Leeuw.

De verhalen die Nol vertelde, verschenen in boekvorm: SkŰn Pertrette (1978); Onder de Stýlp (1979); Bíons op Gineind (1981); Geestig Geloof (1983), en Orgeltrappen (1987). Enkele verhalen uit Geestig Geloof verschenen ook in het Bisdomblad.

Als 'contente mens' maakte hij enkele langspeelplaten: Dín contente mens, Dín Contente Mens Nol van Roessel verteltÖ, en Brabant (samen met de muziekgroep Moek).

Nol werd geboren onder de zondagse leste mis te Schijndel op 30 mei 1920. Het zondagskind was de oudste van vijf zonen van de bakker in een gezin van zes kinderen. Als jongen was hij Ė net als zijn vader - dol op toneel. Hij bedacht zelf stukjes waarin zijn broers soms een bescheiden rol mochten spelen. Ook speelde hij graag pastoor in het kinderspel van de mis die hij opvoerde in de eigen bakkerij. Na afloop mochten zijn broers alles opruimen. Nol studeerde Nederlands aan de Universiteiten van Nijmegen en Utrecht en werd leraar. Hij trouwde in 1951 met Toos van Lindert, de jongste dochter van de bovenmeester van Heeswijk. Zij kregen zes kinderen. Met een kwinkslag verkondigde Nol wel eens dat hij het met zijn Hezikse fortuin nog niet geweten had, als de brug in die dagen al net zo hoog geweest was als nou.

In het onderwijs was hij o.m. werkzaam in Eindhoven, Hulst en Helmond. In die laatste plaats was drs. A. van Roessel korte tijd rector van het Carolus Borromeus College.

Grote bekendheid verwierf Nol met de wekelijkse uitzendingen die hij op zondagmiddag verzorgde voor Omroep Brabant. Daarmee begon hij in 1977 en hij hield dat vijf jaar vol. Vanaf 1 januari 1989 kwam er nog een reprise van zijn uitzendingen op maandelijkse basis. Nol was de eerstbenoemde 'Knoergoeie Brabander'; in dat ‹dense carnavalsgebonden gremium speelde hij met verve de rol van 'Vader Abt'.

Na het overlijden van Ad de Laat stopte hij met zijn optredens. Hij werd te slecht ter been. De laatste jaren sukkelde hij met zijn gezondheid maar toch bleef hij de ontwikkelingen in de wereld en in Brabant en de katholieke kerk in het bijzonder met grote belangstelling volgen, en zo nu en dan publiceerde hij nog een verhaal of tekst. Zo schreef hij een stuk over zijn bewonderde collega Ad de Laat in het gedenkboek 'Zanger van het Zuiden' en in 'Onder ons gezegdÖ in Brabant' leverde hij een mooie bijdrage met bloemrijke Brabantse (Schijndelse) zegswijzen. Ook verschenen er recentelijk verhalen van Nol op enkele dubbel-cdís uit de reeks Brabants op zín Best: 'De herderkesziekte van Tonna Pas, op de cd Vur alle mense; 'Aander Brabant' op de cd Over de onderdeur; en nog geen jaar geleden vertolkte hij zelf het kerstverhaal 'De veurname dame' op de kerst-cd Van goeie wil.

In de Brug zijn ooit enkele stekelige stukjes van Has van Rukven verschenen, waarin de schrijver reageerde op de aanmerkingen die Nol in ditzelfde blad had durven spuien. Het betrof hier vooral kritiek op de spelling van het dialect. Het was geen wonder dat de twee geleerden het oneens waren; Nol bediende zich van een soort cultuur-Brabants en hanteerde daarbij een spelling die heel kort bij het Nederlands bleef, terwijl Has van Rukven juist trachtte het boerendialect zo zuiver mogelijk weer te geven. In de polemiek blijkt dat beiden over een behoorlijke dosis humor beschikten.

Nol van Roessel klonk veel Brabantser dan hij schreef, maar met zijn geschriften gaf hij het Brabantse dialect wel een zekere status. Nol van Roessel zal en moet daarnaast bekend blijven om zijn oer-Brabantse, prachtig relativerende humor. Vele ouderen zullen zijn warme stem en zijn spitse vondsten nooit vergeten. Nol van Roessel heeft het zeker verdiend om als Brabantse meesterverteller voort te leven. In 1998 was hij de zeer terechte winnaar van de Ad de Laat-prijs.

Donderdag 5 juli zal Nol in Helmond begraven worden.