|
|
Ed
Schilders
Friet
van Piet
De
eerste inzendingen van middenstandspoëzie maken duidelijk dat het
verschijnsel van alle tijden en alle beroepsgroepen is. Vishandelaren
gaan momenteel aan de leiding, gevolgd door bakkers, slagers, en
kappers, maar we kregen ook verzen over bloemisten, olieventers, een
antiquair, en zelfs een begrafenisondernemer. En dit verhuisbedrijf
(ingezonden door Peter Burger): Henk van der Scheur/ Van deur tot deur.
Ze komen allemaal aan bod, maar vandaag maken we een reisje door de
tijd. Leny van der Sanden-van Buul schreef over een actie van de
middenstandsvereniging in Vlijmen tijdens de crisis van de jaren ’30.
Die maakte een groot bord dat tegen een schuur naast ‘de Vlijmense
veiling’ werd gehangen, met de tekst: Koopt in den vreemde niet/ Wat
eigen plaats u biedt! Uit de jaren ’40 dateert de herinnering van
Arnold Backx, uit Oosterhout, waar zijn oma woonde. Een groentezaak had
daar als uithangbord: Mensen met smaak/ Eten groente uit deze zaak. Dolf
Hell was kind van middenstanders in de jaren ’50 in Enkhuizen: zijn
moeder had een ‘Foundation’-winkel; corsetten en bh’s dus. ‘Rond
Pasen gebeurde het,’ schrijft Hell, ‘toen zette ze een tekening in
onze etalage van een eendje dat uit het ei kroop en dat verkondigde: Al
ben ik jong, toch weet ik wel/ Een maatcorset koopt men bij Hell.’
Trouwens, ook Dolf heeft het geweten: ‘Op het schoolplein werd het me
zelfs nageroepen.’ Rond 1970 had Chris Bergman rijles in Vught: U
rijdt bekwamer/ Door les bij Kramer. Uit de middenstandsverzen kiezen we vandaag die van de frietboeren. Hans
Krol zag in Haarlem de eenvoud zelve: Friet/ Van Piet. De frietbakker
van Renzo Verwer, in Woerden, was begaafder als dichter én
middenstander: Eet friet van Piet/ Maar vergeet ook zijn ijsje niet. En
uit Den Haag kent Peter Burger: ‘Piet Patat/ Bakt de hele concurrentie
plat.
|