|
Ed
Schilders
Voor
al uw verse vis
Vandaag
de vishandel. Die vormt, net als de bakkers en de slagers, een
beroepsgroep waarin men zich gretig van het rijm bedient om de fijne
waar aan te prijzen. Maar in tegenstelling tot de bakkers (zie de
aflevering van vorige week), vloeit de dichtader van de visboeren
aanzienlijk eenvoudiger. Van de vijftien verzen die we binnenkregen,
rijmt vis viermaal op is. Op een van de Waddeneilanden zag Rody
Chamuleau een haringkar met:
Weet
je wat lekker is?
Vis!
Jef
van de Ven herinnert zich uit Oisterwijk:
Smit’s
Vis
De
beste die er is.
En
Merel Boers merkt op dat er vaak sprake is van een formule:
Er
is pas vis
Als
… er is.
Waarbij
op de plaats van de puntjes de naam van de visboer ingevuld kan worden.
Het is inderdaad opvallend dat de vishandelaar zich al rijmend graag
bedient van zijn voor- of achternaam. J.H. Jacobs kende op de Markt in
Den Bosch een kraam met:
Eet
vis van Henk
Dat
is een geschenk.
Bij
wijze van grap deed Jacobs ooit net alsof hij zonder te betalen wilde
weglopen. ‘Toen maakte Henk mij duidelijk dat ik de tekst niet al te
letterlijk moest nemen.’ Eveneens uit Den Bosch:
Loop
niet om
Koop
vis bij Tom
(ingezonden
door Eric Meuffels).
Amsterdam:
Voor
al uw verse vis
Naar
vishandel Chris
(Hans
Krol).
En:
Een
goede wenk
Eet
vis van Henk
(Bert
Bobeldijk).
Dolf
Hell wijst eveneens op een formule, waarbij haring rijmt op openbaring.
Hij herinnert zich van het Koningsplein in Amsterdam:
Van
Bommels haring
Een
openbaring.
Natuurlijk
zijn er ook pogingen om origineler te zijn. Ko de Laat over de viswinkel
van Klaas Bot in Tilburg:
Geen
slagzin maar een feit
Bot
voor kwaliteit.
Of:
Haring
mals en vet
Vitamine
van A tot Z
(Peter
Burger).
De
mooiste van deze week werd gestuurd door Hanny Tel, juist omdat het rijm
een beetje kreupel is (twee verschillende o-klanken), en de regels zo
ongelijk zijn; echte middenstandspoëzie dus:
Stop!
Eet
eerst bij Jan een haring op.
|