|
Ed
Schilders
Familie
Middenstandsverzen
worden zelden gebundeld. Eerder schreef ik al over de gedichten van de
doe-het-zelver Bob van Daalen uit Leeuwarden, en daarnaast ken ik slecht
één andere bundel. Hij werd me aangereikt door Ko de Laat, die de
middenstandsverzen verzameld heeft die zijn vader, Broer de Laat, in
1967 en 1968 publiceerde in de Tilburgse Koerier als advertenties voor
zijn kledingzaak. Het is bijzonder dat Broer de Laat verzen schreef van
twintig of meer regels, en bovendien in het Tilburgs dialect. Een
fragment uit een voorjaarsadvertentie:
De
crocussen komen uit de grond
ut
gao stillekes vurjaor worre
we
zitte te waochte op de zon
iederêên
is ur vur te porre.
Men
magazèn hangt stampend vol
mee
de allernuuwste pakke
We
steke alleman in ’t nuuw
en
we laote de moed nie zakke.
Meestal
besloot De Laat het gedicht met zijn slogan:
Kekt
irst bij Broer de Laot…
Vur
ge op un aander gaot.
Ko
de Laat vond in zijn familie nog een andere middenstandsdichter, en wel
zijn oudoom August de Laat, die tussen 1910 en 1950 een bekend zanger en
humorist is geweest. August had een platenzaak in Tilburg, en in 1923
schreef hij daarvoor een rijmadvertentie, waaruit dit fragment:
Eenieder
zoekt toch steeds z’n voordeel
't
Zij groot zoowel als klein
Dan
is zeker uw voordeel
Bij
August de Laat daar moet ik zijn.
Want
bovenstaande prijzen
Waartegen
niemand concurreert
Zijn
voor mij zeker de bewijzen
Dat
U mij met een bezoek vereert.
En
Ko de Laat? Die is ook dichter, maar een ‘gewone’. Toch kent hij ook
zijn middenstandsklassiekers, en hij vond een bizar middenstandgedicht
van een begrafenisondernemer. Daarover volgende week.
Ko
de Laat over de gedichten van Broer de Laat
|