|
Veni,
vidi, fietsie
Ed
Schilders
Van
fietsenmakers had ik het niet verwacht: dichterschap. Wat is er nou
poëtisch aan een tandwiel of een kettingkast? Toch spelen de
rijwielherstellers, dankzij uw inzendingen, in onze eredivisie van de
middenstandspoëzie. Als overtuigde fietsers kan de redactie van deze
rubriek dat zeer waarderen. We hebben er al enige genoemd en voegen er
nu een toptien aan toe.
Ga
niet van honk
Zonder
rijwiel van Piet Vonk
(ingezonden
door Peter Burger).
Over
de winkel van J. Niks:
Wie
Niks niet kent
Is
niks gewend
(Bernard
Kruithof).
Wat
zijn toch vroeg verstijfd uw leden
Had
u maar een Venson-fiets bereden
(Jace
van de Ven).
Koop
brommers
Bij
Lommers
en:
Jac
Lommers onbetwist
Uw
rijwielspecialist
(Jef
van de Ven).
Uit
een advertentie uit de jaren ’50:
U
geniet pas echt
Op
een Sparta van De Regt
(Kees
van de Kreeke).
Uit
Moergestel in het begin van de jaren ’50 herinnert Ton van de Wouw
zich een etalage waarin een pop, gekleed als Volendams meisje, op een
fietsje zat en ook werkelijk de pedalen rondtrapte. ‘Het boeide mij
zo, dat ik dagelijks op weg naar school even voor die etalage ging staan’,
schrijft Van de Wouw. Er stond een bordje bij:
O,
wat rijdt mijn fietsje fijn
Dat
zal wel van Van Opstal zijn.
Jo
Ruijzenaars schrijft dat ze ‘een echte fietsenmakersdochter’ is. Aan
de voordeur van hun zaak hing een tekst die een variant is op het ‘stelen
van stelen’ (eerder in deze rubriek):
Nooit
zag u fietsen
Fietsen
zoals
onze fietsen
fietsen.
In
de winkel zelf hing een zeer originele tekst, een variant op een
gevleugeld woord:
Veni
Vidi Vici
Ik
kwam en zag,
En
kocht zo’n fietsie.
Caesar,
die alles te paard deed, zou er trots op geweest zijn.
|