|
Snijden
Ed
Schilders
Ooit
hoorde ik dit kappersrijm vertellen:
Absalom,
O Absalom
Kom
vaker in mijn kapsalon.
Het
slaat natuurlijk op het noodlot van Absalom, een zoon van koning David,
die op de vlucht met zijn lange haren aan een boomtak bleef hangen, en
door zijn achtervolgers gedood werd. Weet iemand of dit rijm ook door
kappers in de vorige eeuw nog gebruikt werd? Tot nu toe waren de
ingezonden kappersrijmen in ieder geval niet bijbels, maar vooral
praktisch.
Vakantiegevoel?
Eerst op de kappersstoel
(ingezonden door Peter Burger). Of:
Voor scheren en knippen
bij
Pietje de kapper binnen wippen
(Harry
Wijgergangs, Berlicum, circa 1950). En voor het weekeinde:
Hier
wordt snor en baard geschoren
Zondags
niet maar daags tevoren
(opgetekend
door Anne Marie Akkermans uit de mond van de 90-jarige mevrouw Van den
Langenberg). Met de volgende variant (1930), gemeld door Jack Elemans:
Wie
goed wil zijn geschoren
Komt
’s morgens vroeg of daags tevoren.
Verwijzingen
naar de bijbel, en met name het oude testament, kwamen in de vorige eeuw
al bijna niet meer voor. We kregen slechts één bijdrage, en wel van
Bart en Martin van de Ven uit Boekel die een advertentie vonden uit
1911:
Methusalem
was o zoo oud, toch werd zijn gebeente koud
Goliath
was o zoo groot, toch wierp hem kleine David dood
Samson
had o zoo’n groote kracht, toch kreeg hem Dalia in haar macht
Maar
een Dekkers fiets blijft wat zij was, sterk, sierlijk, schoon, is dat
niet kras?
In
‘De uithangteekens’ van Van Lennep (1868) vonden we Samson terug:
Delila
sneed Samson het hair af en doe [toen] wierd hij gebonden
Hier
verkoopt men zoetemelk en scharbier en snijt katten en honden. Maar dat
‘snijden’ heeft niks met de kapper te maken!
|