CuBra
INHOUD MIDDENSTAND
HOME
AUTEURS
TEKSTEN
BRABANTS
AUDIO
SPECIAAL

Print pagina

Middenstandspoëzie

bijdrage 03-05-2007

 

Gé Rood stuurde een rijm in dat hij kent van een kapperszaak:

 

WIL HET U NIET GAAN ALS ABSALON,

KOM DAN IN DEZE KAPSALON

 

Daarmee wordt verwezen naar de bijbelpassage waarin Absalon op de vlucht is, en met zijn lange haren verstrikt raakt in boomtakken. Daardoor valt hij ten prooi aan zijn achtervolgers, die hem doden.

 

De bijdrage van Rood herinnerde ons aan Van Lenneps verzameling 'De uithangtekens' (deel 2, 1868), waarin dit motief behandeld wordt. Hieronder volgt de complete tekst uit Van Lennep, met de bijbehorende illustratie:

 

"Absalon, met zijn haren aan een boomtak hangende, terwijl zijn muildier onder hem doorgaat, is, zoo hier als buiten 's lands, van ouds het pruikemakers-uithangbord geweest. Wij geven er hiernevens een, herkomstig uit Purmerend.

 

 

Het opschrift was doorgaans van denzelfden — min of meer gevariëerden — inhoud, of als het volgende:

Had uwe Koninklijke Hoogheid een pruik gedragen,

Dan zou zij over haar ongeluk nu niet klagen.

Men ziet, de Hollander verliest den behoorlijken eerbied voor den Prins niet uit het oog.

Wij willen er nu ook een Engelsch en een Fransch voorbeeld bijvoegen.

Een barbier uit Northamptonshire had eenvoudig geschreven: "Absalon, hadt gij een pruik gedragen, dan waart gij niet verhangen."

Maar een pruikemaker voegde er David bij, weeklagende op dezen trant:

Och Absalon, och Absalon!

Och Absalon mijn zoon!

Zoo jij een pruik gedragen had,

Je waart niet bij de doön.

Te Parijs kwamen — zoo luidt het verhaal — een pruikemaker en een haarsnijder tegen over elkander te wonen. De eerste hing Absalon uit, en schreef er onder:

Une perruque aurait sauvé sa vie.

De haarsnijder. dit ziende, liet op het zijne een man schilderen die bezig was te verdrinken, en een ander, die toegeschoten was om hem te redden, doch wien alleen de pruik des drenkelings in de hand bleef, en daaronder:

Une perruque est cause de sa mort.

Minder geestig, of liever vrij plomper, was een Dortsche pruikemaker. Onder de gewone voorstelling van Absalon schreef hij:

Zoo moeten ze varen,

Die dragen 'er eigen haren.

Waarop een haarsnijder in de buurt het verdrinken van Jan Willem Friso voor zijn deur liet schilderen, en daaronder:

Zoo moeten ze varen,

Die dragen een andermans haren.

Wij besluiten met het quatrain, dat men nog voor eenige jaren bij La Croix, perruquier-coiffeur te Parijs, Rue Basse 9, lezen kon :

Passans, comtemplez la douleur

D'Absalont pendu par la nuque.

Il eut évité son malheur,

S’il eût voulu porter perruque."