Dierenliedjes - opgetekend door Ben Hartman

Haan en hen  (4 liedteksten) - lino: Rolf Janssen

Toen ik jong was

 

 

1) Toen ik jong was had ik zo graag een haan

Maar ik wist niet hoe ik hem hieten zou

Kukelekaan zo hiet ik mijn haan en:

 

Refrein: Kriele zo hiet ik mijn hennekes

Van 's mrgens vruug tot 's aovonds laot

Altijd krielen mijn hennekes.

 

2) Toen ik jong was had ik zo graag een man

Maar ik wist niet hoe ik hem hieten zou:

Lange Jan zo hiet ik mijn man,

Kukelekaan zo hiet ik mijn haan en:

 

Refrein.

 

3) Toen ik jong was had ik zo graag een vrouw

Maar ik wist niet hoe ik hem hieten zou:

Floddermejou zo hiet ik mijn vrouw,

Lange Jan zo hiet ik mijn man,

Kukelekaan zo hiet ik mijn haan en:

 

Refrein.

 

4) Toen ik jong was had ik zo graag een meid

Maar ik wist niet hoe ik hem hieten zou:

Lieve Geit zo hiet ik mijn meid,

Floddermejou zo hiet ik mijn vrouw,

Lange Jan zo hiet ik mijn man,

Kukelekaan zo hiet ik mijn haan en:

 

Refrein.

 

5) Toen ik jong was had ik zo graag een hond

Maar ik wist niet hoe ik hem hieten zou:

Driemaal Rond zo hiet ik mijn hond,

Lieve Geit zo hiet ik mijn meid,

Floddermejou zo hiet ik mijn vrouw,

Lange Jan zo hiet ik mijn man,

Kukelekaan zo hiet ik mijn haan en:

 

Refrein.

 

6) Toen ik jong was had ik zo graag een koe

Maar ik wist niet hoe ik hem hieten zou:

Rondom Toe zo hiet ik mijn koe,

Driemaal Rond zo hiet ik mijn hond,

Lieve Geit zo hiet ik mijn meid,

Floddermejou zo hiet ik mijn vrouw,

Lange Jan zo hiet ik mijn man,

Kukelekaan zo hiet ik mijn haan en:

 

Refrein.

 

 

Dit stapellied kent ontelbare varianten!

Bovenstaande versie tekenden we op in Vorstenbosch bij mevrouw Mieke van Grunsven-van der Zanden.

 

 

 

t Henneke

 

 

1) Toen ik getrouwd was zei de boer, dat ik n henneke moest hebben

Toen ik er een had wist ik niet hoe ik het heten moest,

Kiriolie heet mijn henneke

s mrgens in een nuchtere kooi en s avonds weer in t benneke.

 

2) Toen zei de boer dat ik een haan moest hebben

Toen ik er een had wist ik niet hoe ik hem heten moest,

Kukelekaan heet mijn haan,

Kiriolie heet mijn henneke

s mrgens in een nuchtere kooi en s avonds weer in t benneke.

 

3) Toen zei de boer dat ik een kat moest hebben

Toen ik er een had wist ik niet hoe ik hem heten moest,

Plat van Gat heet mijn kat,

Kukelekaan heet mijn haan,

Kiriolie heet mijn henneke

s mrgens in een nuchtere kooi en 's avonds weer in 't benneke.

 

4) Toen zei de boer dat ik een gans moest hebben

Toen ik er een had wist ik niet hoe ik hem heten moest

Tante Jans heet mijn gans

Plat van Gat heet mijn kat

Kukelekaan heet mijn haan

Kiriolie heet mijn henneke

s mrgens in een nuchtere kooi en s avonds weer in t benneke.

 

5) Toen zei de boer dat ik een hond moest kopen

Toen ik er een had wist ik niet hoe ik hem heten moest,

Driebond heet mijn hond

Tante Jans heet mijn gans

Plat van Gat heet mijn kat

Kukelekaan heet mijn haan

Kiriolie heet mijn henneke

s mrgens in een nuchtere kooi en s avonds weer in t benneke.

 

6) Toen zei de boer dat ik een guit moest hebben

Toen ik er een had wist ik niet hoe ik hem heten moest

Brandspuit heet mijn guit

Driebond heet mijn hond

Tante Jans heet mijn gans

Plat van Gat heet mijn kat

Kukelekaan heet mijn haan

Kiriolie heet mijn henneke

s mrgens in een nuchtere kooi en s avonds weer in t benneke.

 

7) Toen zei de boer dat ik een koe moest hebben

toen ik er een had wist ik niet hoe ik hem heten moest

Rontelumtoe heet mijn koe

Brandspuit heet mijn guit

Driebond heet mijn hond

Tante Jans heet mijn gans

Plat van Gat heet mijn kat

Kukelekaan heet mijn haan

Kiriolie heet mijn henneke

s mrgens in een nuchtere kooi en s avonds weer in t benneke.

 

8) Toen zei de boer dat ik een paard moest hebben

toen ik er een had wist ik niet hoe ik hem heten moest

Langstaart heet mijn paard

Rontelumtoe heet mijn koe

Brandspuit heet mijn guit

Driebond heet mijn hond

Tante Jans heet mijn gans

Plat van Gat heet mijn kat

Kukelekaan heet mijn haan

Kiriolie heet mijn henneke

s mrgens in een nuchtere kooi en s avonds weer in t benneke.

 

9) Toen zei de boer dat ik een vrouw moest hebben

toen ik er een had wist ik niet hoe ik haar heten moest

Janneke Kijf heet mijn wijf

Langstaart heet mijn paard

Rontelumtoe heet mijn koe

Brandspuit heet mijn guit

Driebond heet mijn hond

Tante Jans heet mijn gans

Plat van Gat heet mijn kat

Kukelekaan heet mijn haan

Kiriolie heet mijn henneke

s mrgens in een nuchtere kooi en s avonds weer in t benneke.

 

 

Toon Gevers uit Loosbroek zong op vespertoon dit stapellied in 1981.

De melodie is een ironische nabootsing van kerkgezangen ( bijvoorbeeld: vespers, metten en psalmen ) die meestal eentonig waren en in het, voor velen, onbegrijpelijke en onverstaanbare Latijn.

 

 

 

t Hennedeurke

 

 

1) Ik kwam lest langs ons hennendeurke

En toen kreeg ik

unne hennenpik (2x)

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

2) Ik kwam lest langs ons hanendeurke

En toen kreeg ik

Unne hanenpik (2x)

Unne hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

3) Ik kwam lest langs ons eendendeurke

En toen kreeg ik

Unne eendenkwijk (2x)

Unne hanenpik

Unne hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

4) Ik kwam lest langs ons ganzendeurke

En toen kreeg ik

Unne ganzenhals (2x)

Unne eendenkwijk

Unne hanenpik

Unne hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

5) Ik kwam lest langs ons kranendeurke

En toen kreeg ik

Unne kranenkrans (2x)

Unne ganzenhals

Unne eendenkwijk

Unne hanenpik

Unne hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

6) Ik kwam lest langs ons geitendeurke

En toen kreeg ik

Unne geitensik (2x)

Unne kranenkrans

Unne ganzenhals

Unne eendenkwijk

Unne hanenpik

Unne hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

7) Ik kwam lest langs ons schapendeurke

En toen kreeg ik

Unne schapenbleir (2x)

Unne geitensik

Unne kranenkrans

Unne ganzenhals

Unne eendenkwijk

Unne hanenpik

Unnen hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

8) Ik kwam lest langs ons varkensdeurke

En toen kreeg ik

Unne varkenssnuit (2x)

Unne schapenbleir

Unne geitensik

Unne kranenkrans

Unne ganzenhals

Unne eendenkwijk

Unne hanenpik

Unne hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

9) Ik kwam lest langs ons koeiendeurke

En toen kreeg ik

Unne koeienhoorn (2x)

Unne varkenssnuit

Unne schapenbleir

Unne geitensik

Unne kranenkrans

Unne ganzenhals

Unne eendenkwijk

Unne hanenpik

Unne hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

10) Ik kwam lest langs ons ezelsdeurke

En toen kreeg ik

Een paar ezelsoren (2x)

Unne koeienhoorn

Unne varkenssnuit

Unne schapenbleir

Unne geitensik

Unne kranenkrans

Un ganzenhals

Un eendenkwijk

un hanenpik

Un hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

11) Ik kwam lest langs ons paardendeurke

En toen kreeg ik

Unne paardenpoot (2x)

Un paar ezelsoren

Unne koeienhoorn

Unne varkenssnuit

Unne schapenbleir

Unne geitensik

Unne kranenkrans

Unne ganzenhals

Unne eendenkwijk

Unne hanenpik

Unne hennenpik

Vogellijk ons henneke, zo rijk ben ik. (2x)

 

 

Ik kreeg de tekst van dit stapellied van wijlen Wout Hellings uit Schijndel.

Hij heeft het nooit voor mij gezongen.

 

 

 

Kriele

 

 

1) Toen ik ha n henneke

Alle mensen vroegen nou

Hoek mn henneke hieten zou:

Kriele mn henneke.

 

2) Toen ik ha n henneke

Moes ik hebben n haantje

Alle mensen vroegen nou

Hoek mn haantje hieten zou:

Kukelekaan hiet mn haan

En Kriele mn henneke.

 

3) Toen ik ha een haantje

Moes ik hebben een hundje

Alle mensen vroegen nou

Hoek mn hundje hieten zou:

Kromkont hiet mn hond

Kukelekaan hiet mn haan

En Kriele mn henneke.

 

4) Toen ik ha een hundje

Moes ik hebben een poeske

Alle mensen vroegen nou

Hoek mn poeske hieten zou:

Miezemoeske hiet mn poeske

Kromkont hiet mn hond

Kukelekaan hiet mn haan

En Kriele mn henneke.

 

5) Toen ik ha een poeske

Moes ik hebben een perdje

Alle mensen vroegen nou

Hoek m'n perdje hieten zou:

Kwikstert hiet mn perd

Miezemoeske hiet mn poeske

Kromkont hiet mn hond

Kukelekaan hiet mn haan

En Kriele mn henneke.

 

6) Toen ik ha een perdje

Moes ik hebben n kalfke

Alle mensen vroegen nou

Hoek mn kalfke hieten zou:

Anderhallef hiet mn kalf

Kwikstert hiet mn perd

Miezemoeske hiet mn poeske

Kromkomt hiet mn hond

Kukelekaan hiet mn haan

En Kriele mn henneke.

 

7) En toen ik ha een kalfke

Moes ik hebben een wefke

Alle mensen vroegen nou

Hoek mn wefke hieten zou:

Veul Gekijf hiet mn wijf

Anderhallef hiet mn kalf

Kwikstert hiet mn perd

Miezemoeske hiet mn poeske

Kromkont hiet mn hond

Kukelekaan hiet mn haan

En Kriele mn henneke.

 

8) En toen ik ha een wefke

Moes ik hebben een menneke

Alle mensen vroegen nou

Hoek mn menneke hieten zou:

Dikke Pens hiet mn mens

Veul Gekijf hiet mn wijf

Anderhallef hiet mn kalf

Kwikstert hiet mn perd

Miezemoeske hiet mn poeske

Kromkont hiet mn hond

Kukelekaan hiet mn haan

En Kriele mn henneke.

 

 

Dit leuke stapellied dat zich gemakkelijk laat uittekenen op bijvoorbeeld een doek, is opgenomen in Oss bij mevrouw Hendriks-Kops.

Haar dochter, Els was lid van volksmuziekgroep Fluitekruid uit Tilburg, zij zette het lied op hun repertoire en op deze manier is het bekend geworden.