Dierenliedjes - opgetekend door Ben Hartman

Ik wou dat ik een dier was... - met muzieknotatie

Ik wou dat ik een dier was

 

Het valt zovele mensen, zo zwaar om mens te zijn

Ze trachten het wel te wezen, ze zijn het maar in schijn,

Ik wil het vrij bekennen, ik wou ik was een dier

Dan behoefde ik niet te zingen, voor 'n ander zijn plezier.

 

Ik wou dat ik een koe was, dan was ik o zo blij

'k Liep de hele dag te grazen in een of andere wei,

Krijg ik het mond- en klauwzeer dan ben ik niet gezond

Dan laat ik mij verkopen voor 30 cent het pond.

 

Ik wou dat ik een kip was, zo mollig en zo rond

Ik kakelde hele dagen, vanaf de morgenstond,

Verveel ik mij dan leg ik, uit tijdverdrijf een ei

Maar met zo'n beetje kakelen is gauw een dag voorbij.

 

Ik wou dat ik een vlooi was , dan had ik het zeker goed

Ik prikte al die meisjes, ik leefde van haar bloed,

Kon ik mijn vrouwtje prikken, had ik plezier ervan

Ik weet precies de plaatsjes, waar ze 't niet verdragen kan.

 

Ik wou dat ik was een hondje, zo poezelig en zo klein

Er is niet aangenamer, dan poezelig te zijn,

Ik hoefde niets te laten, ik strijd voor mijn fatsoen

Dan deed ik op de straten wat ik niet in huis mocht doen.

 

Ik wou dat ik een olifant was, van grote kwaliteit

Met een hele lange slurf, dan slurpte ik altijd,

Die hele dikke poten, die staan mij ook wel aan

Dan ga ik op mijn grootma, haar eksterogen staan!

 

Ik wou dat ik een aap was, en 'k word het ook misschien

Zo'n aap als ik zou wezen, heeft u nog nooit gezien,

Dat was dan volgens Darwin, voor u een grote straf

Als ik een aap zou wezen, dan stammen jullie van mij af.

 

Ik wou dat ik een zwijn was, al klinkt het ook wat goor

Daar heb ik van alle dingen, het meeste aanleg voor,

En ieder jong en oude, die hielden veel van mij

Want vele mensen houden het meest van zwijnerij.

 

Ik wou dat ik een paard was, dan was ik een edel dier

Want paarden die zijn edel, dat weet u allen hier,

Dan laat ik mij dresseren, bij Carr een maand of elf

En als ik dan ben uitgeleerd, begin ik voor mijzelf.

 

Ik wou ik was een ezel, ia, zo riep ik dan

Ia is ook het enige wat een ezel zeggen kan,

Vroeg men mij om te trouwen, dan zei ik, nee heel fijn

Want zei ik dan, ia, dan zou ik de grootste ezel zijn.

 

Ik wou ik was een zebra, met strepen zwart en wit

Ik vind het niet onaardig, als je vol met strepen zit,

Als zebra had ik waarlijk, een hele mooie kans

Ik ging reclame maken, voor Zebra-Kachelglans.

 

Ik wou dat ik een bok was, wat zou dat heerlijk zijn

Ik ben er voor geboren, om bokkerig te zijn,

Als pas geboren bokkie, riep ik gedurig b

En later zou ik schreeuwen, van je bokkie, bokkie, b.

 

Ik wou dat ik een ooievaar was, dat was bepaald een pracht

Ik had het willen wezen, die in Den Haag 't prinsesje bracht,

Zou ik een prinsesje brengen, o, j wat een plezier

Dan liet ik mij bekronen, als hofleverancier.

 

Nu weet u dames en heren, precies hetgeen ik wens

Maar ik ben eenmaal geboren, in de gedaante van een mens,

Om als een dier te leven, die kunst is o zo klein

De grootste kunst op aarde, dat is om mens te zijn.


Mevrouw van Grunsven-van der Zanden uit Vorstenbosch zong dit lied voor ons in 1978; zij kende 6 koepletten.

Heel veel later, in 2003 vond ik ditzelfde lied, nu met 14 koepletten, in een schriftje dat was volgeschreven met liedteksten in 1911 door de Heer A.Hermes uit Schijndel.

Ik heb nu de indruk dat het liedje kompleet is!


Klik hier voor een liedblad op de website van Het Geheugen van Nederland