Dierenliedjes - opgetekend door Ben Hartman

Het Paard (4 liedteksten)

1) De perdemert

 

En ik waar dr um n bisje naor de perdemert gegaon

Van je foep en van je falderie o, la

En toen ik r ankwam waar de mert al hast gedaon

Van je foep en van je falderie eweg, eweg, eweg

Van je foep en van je falderie eweg, eweg.

 

En er stond toen alleen nog mar n ouwe, kromme ruin

Van je foep en van je falderie o, la

En hij stond gebonden al aon n dorren tuin

Van je foep en van je falderie eweg, eweg, eweg

Van je foep en van je falderie eweg, eweg.

 

En ik zei dr wel boereke, wa vraogde vur d perd

Van je foep en van je falderie o, la

En ie vroeg me n daolder, da was ie toch wel werd

Van je foep en van je falderie eweg, eweg, eweg

Van je foep en van je falderie eweg, eweg.

 

En ik leidde mee mn bisje al over unne dijk

Van je foep en van je falderie o, la

En hij viel ochrm mee zn billekes in t slijk

Van je foep en van je falderie eweg, eweg, eweg

Van je foep en van je falderie eweg, eweg.

 

En ik leidde mee mn bisje al langs unne sloot

Van je foep en van je falderie o, la

En ochrm die mugskes die staken m toen dood

Van je foep en van je falderie eweg, eweg, eweg

Van je foep en van je falderie eweg, eweg.

 

En toen kwaamp er Nellekes van den bekker krek voorbij

Van je foep en van je falderie o, la

En mn triestig hart da worde toch zo blij

Van je foep en van je falderie eweg, eweg, eweg

Van je foep en van je falderie eweg, eweg.

 

En toen heb ik lief Nelleke s lekker flink gekust

Van je foep en van je falderie o, la

En toen ik t gedaon ha, mocht t vort gerust

Van je foep en van je falderie eweg, eweg, eweg

Van je foep en van je falderie eweg, eweg.

 

En nou gaon we trouwen t komend jaor in mei

Van je foep en van je falderie o, la

En dan doen we as de veugelkes, ieder jaor n ei

Van je foep en van je falderie eweg, eweg, eweg

Van je foep en van je falderie eweg, eweg.

 

 

Dit lied werd ons voorgezongen door de heer van Helvert in Berlicum in 1980.

Van dit lied bestaan, alleen in Noord-Brabant al, eindeloos veel varianten.

Van Helvert gebruikte een mooie melodie, alleen de tekst is onvolledig.

Mevrouw Mieke van Grunsven-van der Zanden uit Vorstenbosch zong een variant van dit lied in 1978.

De melodie is wat minder fraai dan die uit Berlicum, de tekst daarentegen is veel uitgebreider en geeft de essentie van het verhaal weer.

Volgt nu melodie en tekst uit Vorstenbosch:


 

2) De Baokelse mert

 

Ik zou eens naar die Baokelse mert toe gaan

Van die homme van die hare, van die hotufaldera, hoera

En verdjen toe ik er kwam was de mert gedaan

Vigedom, vigedel, hij moes eweg, eweg, eweg

Vigedom, vigedel, hij moes eweg, eweg.

 

En toen stond er nog zon ouwe ruin

Van die homme etc

En die stond gebonden aan een dorrentuin

Vigedom etc.

 

En ik zeg toen, wa vraagde vur dien beest

Van die homme etc.

En hij vroeg hem ene daolder, da was het meest

Vigedom etc.

 

En ik booi m er wel drie stuivers veur

Van die homme etc.

En verdjen ik kreeg het er deur

Vigedom etc.

 

En toen leidde ik met mijne ruin al neven unne sloot

Van die homme

En toen kwamen er twee mugskes en die pisten m dood

Vigedom etc.

 

En toen kwam daor Mieke van de mulder krek voorbij

Van die homme etc.

En ik gaf ze nog meer as ons koei of ons geit

Vigedom etc.

 

En ik heb ze nog in eer en deugd gekust

Van die homme etc.

En ze zei, doe het nog maar eens gerust

Vigedom etc.

 

En toen alle veugelkes linnen een ei

Van die homme etc.

Toen gongen we samen trouwen in de maand van mei

Vigedom etc.

 

En toen wellie samen naar de kerk zouden gaan

Van die homme etc.

Wist ze toch wa ze um zou slaan

Vigedom etc.

 

En toen sloeg ze um dn ruin zn huid

Van die homme etc.

En van me leven zaagde gin schonder bruid

Vigedom etc.

 

En nou raoit is wa men op die bruiloft at

Van die homme etc.

t Was biefstuk van de ruin zn gat

Vigedom etc.

 

En nou raoit is wa men op die bruiloft dronk

Van die homme etc.

t Was mulluk da de keel uitstonk

Vigedom etc.

 

En nou zit ik hier met mn Mieke achter in de hei

Van die homme etc.

En as ge komt kieke dan krijgder de koffie nog bij

Vigedom etc.


 

3) Van den boer

 

Dit lied moet als volgt gezongen worden:

Eerste koeplet: A1, B1, C, D1, E1, F.

Tweede koeplet: A2, B2, C, D2, E2, F,

Op deze manier verder t/m koeplet 7!

 

A: En den boer die stond:

1) mee peerden op de mert, peerden op de mert

2) mee koeien op de mert, koeien op de mert

3) mee geiten op de mert, geiten op de mert

4) mee schapen op de mert, schapen op de mert

5) mee baggen op de mert, baggen op de mert

6) mee kiepen op de mert, kiepen op de mert

7) allenig op de mert, allenig op de mert.

 

B: 1) mee zeven dikke peerden op de peerdenmert

2) mee zes dikke koeien op de koeienmert

3) mee vijf dikke geiten op de geitenmert

4) mee vier dikke schapen op de schapenmert

5) mee drie dikke baggen op de baggenmert

6) mee twee dikke kiepen op de kiepenmert

7) de boer die stond allenig op de boerenmert.

 

C: 1 t/m 7: En de boeren kwamen kijken en d'r wierd er eentje zot

 

D: 1) zes van die peerden stak ie mee zijne riek kapot!

2) vijf van die koeien stak ie mee zijne riek kapot!

3) vier van die geiten stak ie etc.

4) drie van die schapen stak ie etc.

5) twee van die baggen stak ie etc.

6) een van die kiepen stak ie etc.

7) dien enen boer die stak ie etc.

 

E: 1) en het zevende is gebleven, den boer die zat er neven

2) en de zesde is gebleven, den boer die zat er neven

3) en de vijfde is gebleven, den boer etc.

4) en het vierde is gebleven, den boer etc.

5) en de derde is gebleven, den boer etc.

6) en de tweede is gebleven, den boer etc.

7) en toen is ie door gebleven, den boer die liet zijn leven,

 

F: 1 t/m 7:

Maar de rest die nam de benen en ze gingen aan de haal

Boeren en boerinnnen en de kinder allemaal

En de jong van de klas, mee de mister in de pas

Rap lijk de pielekes in de waterplas

Mee de blokken aan de been, mee de blokken aan de voet

Spek in de bonen dat is goed!

 

Tekst en melodie van dit stapellied zijn geschreven door Floris van der Putt, oud-pastoor van de Noord-Brabantse plaats Lieshout.

Van der Putt maakte in zijn studententijd op het klein en groot seminarie in St.Michielsgestel en Haaren, samen met studiegenoot en vriend Harrie Beex, al veel liedjes.

Ze hebben in de loop der jaren allerlei soorten liederen gemaakt.

Gelegenheidsliederen voor een kampvuur of voor feesten, liederen voor gildes en over patroonheiligen en geestelijke liederen, met name voor de nederlandstalige liturgie.

Beex maakte meestal eerst de tekst en van der Putt schreef er later een melodie bij.

Maar zowel Beex als van der Putt maakte soms n melodie n tekst.

Bekend van hen zijn bijvoorbeeld het lied van Hertog Jan, van Dubbele Jan, van Caastere kermis en nog veel meer!

Al deze mooie liedjes werden uitgebracht in de liedbundel, 'De Brembos' die in 1947 voor de eerste keer werd uitgebracht!


 

4) Het ijzeren paard

 

Vrolijk rent door bos en beemden

t IJzeren paard maar lustig voort, (2x)

Krachtig snuivend, dartlend briesend

Door geen zweepslag aangespoord.

Altijd is ons zwartje klaar,

Om te hollen, hollen maar. (2x)

 

Of het hele dagen rondsnelt

Nimmer is het moe of mat, (2x)

Want mijn eigen ogen zagen

Dat het kachelkolen at

Ja, t behoeft niet op de baan,

Onder t eten stil te staan. (2x)

 

Is dat niet een aardig zwartje

Is dat niet een kostelijk beest, (2x)

Nee, er is geen beter draver

Op de wereld ooit geweest

Spoortrein heet zijn lange staart,

Ken je nu de naam van t paard. (2x)

 

 

Op t Lidwina in Schijndel, een voormalig ziekenhuis en verzorgingshuis, zongen Mevr.van de Broek-van de Pas en zuster Johannita van de Spank dit lied.

Toon Gevers uit Loosbroek zong het lied ook, in 1980. Bij hem heet het: "De spoortrein". Tekst en melodie zijn eender als die uit Schijndel.

Het is wel inmiddels wel duidelijk wat hier bedoeld wordt met het ijzeren paard!

 

Aanvulling:

Op de Tilburgse boekenmarkt van 28 augustus j.l. kocht ik een liedboekje dat
samengesteld is door Lo van der Werf en als titel heeft meegekregen:
"Daantje zou naar school toe gaan... en andere oude schoolliedjes".
Tot mijn verbazing vond ik daarin een liedje dat ik zelf meermalen optekende
en dat hierboben te vinden is.
In het boekje van Lo van der Werf staat "De ijzeren Harddraver". De tekst is
identiek aan die van "Het ijzeren paard" n er staat een tweestemmige
melodienotering bij. Zie de muzieknotatie: Klik Hier
Het lied schijnt, volgens de inhoudopgave, gemaakt te zijn door P. Louwerse.
Ik heb die naam gezocht in het prachtige boek "De hele Bibelebontse berg",de
geschiedenis van het kinderboek in Nederland en Vlaanderen van de
middeleeuwen tot heden, uitgegeven in 1990 door Querido's uitgeverij te
Amsterdam.
Een van de samenstellers van dit boek is mijn oude leraar Nederlands van de
HBS in Boxtel, Piet Buijnsters.

P. Louwerse (1840-1908)was een Zeeuwse onderwijzer.
In Souburg, op Walcheren, is in 1940 de honderdste geboortedag van hem
gevierd.
Louwerse was een jeugdboekenschrijver, auteur van historische verhalen en
maker van schoolliederen.
Zijn beste werk,zo noemde hij het zelf,is de "Gellustreerde vaderlandse
geschiedenis voor jong en oud" uit 1886.
Louwerse wordt beschreven als een "vurig vaderlander" en een fervent
aanhanger van het Huis van Oranje.

Of Louwerse zowel tekst als melodie maakte wordt niet helemaal duidelijk uit
wat er over hem geschreven is, maar lijkt me wel aannemelijk.
Ik denk dat hij veel schoolliedjes gemaakt heeft getuige de inhoud van
"Daantje zou naar school toe gaan".
Zo loop je, door te snuffelen op een boekenmarkt en tegen betaling van drie
euro,toch onverwacht tegen leuke en leerzame dingen aan.