CUBRA

INHOUD PIERRE VAN BEEK
HOME 
BRABANTS
KUNST
FOTOGRAFIE
TEKSTEN
AUTEURS
AUDIO
SPECIAAL

PRINT

Pierre van Beek - Heemkunde-artikelen

 redactie: Ben van de Pol

 

 

Koob van Beurden maakt nog bijenkorven

Het Nieuwsblad van het Zuiden - zaterdag 11 mei 1968

Korvenmaker aan het werk

'Bieman' bij zijn korven

Beide illustraties uit: Heesch en het Brabants volksleven van weleer (1995)

"Als ge dt zoekt, moet ge bij Koob van Beurden op den Dijk zijn", zegt de aangesproken Poppelse huismoeder, die juist met een tas boodschappen uit "den Unic", het plaatselijke warenhuis, komt. Nog geen vijf minuten later staan we op de achterplaats (er is geen bel aan de deur en kloppen helpt niet!) van nr. 84 aan de straat, die officieel Dijkstraat heet, doch zo nooit door de ingezetenen van het dorp, vlak over de grens, wordt genoemd. We vallen met de neus in de boter. Het lijkt wel afgesproken werk. Niet alleen is Koob thuis maar laat hem in zijn werkplaats nu nog ook net volop bezig zijn met het handwerk, dat onze belangstelling gaande maakte. In optima forma klaar voor een actiefoto. Daarvoor behoeft niet gearrangeerd te worden, al doet zijn jongste dochter die hier ook woont, nog even een poging hem een zondagse jas of trui te laten aantrekken. Maar daar komen we niet van in en Koob vindt het ook niet nodig. Wie bijenkorven in elkaar naait en vlecht, doet dat toch niet op z'n zondags... En nu weet u het: Koob van Beurden behoort tot het uitstervend geslacht, dat bijenkorven kan maken...

 

 

"O, zijt gij van de Tilburgse gazet. Van 'Het Nieuwsblad'. Daar zullen er in Tilburg nog wel zijn, die me kennen. Ik heb in mijn leven wel honderd Hollanders uit Tilburg bekeurd"... zo steekt hij van wal. Het mysterie van deze met bijenkorven niets uit te staan hebbende start wordt spoedig opgehelderd door de toevoeging: "Ik ben zesendertig jaor boswachter op 'De Pannehoef' geweest." "Was het voor lopen over verboden grond?" "Nee, voor streupen"... Die ondeugende Tilburgers toch om daar in het Vlaamse land de hazen en konijnen weg te komen pikken! Er zullen echter onder die stropers er ook wel enige uit Gool en Beek geweest zijn, vermoeden we.

Koob heeft nu 77 jaar bijna volgemaakt. Ge zoudt het hem echter niet aanzien. Hij is dus al lang (vanaf zijn 60) gepensioneerd. Ook het raadslidmaatschap, dat hij nadien nog 2,5 jaar vervulde, heeft hij er aan gegeven. Bij wijze van tijdverdrijf - heet dat tegenwoordig niet vrijetijdsbesteding sinds er een probleem van gemaakt is? - draait Koob nog altijd bijenkorven in elkaar en wat er verder uit de stiel blijkt voortgekomen. Nu dus voor zijn plezier, voor gerief van familie, vrienden en bekenden - destijds omdat hij ze zelf nodig had. Want hij was een geduchte "bieboer".

"Ik heb ooit 124 korven met bijen weggegeven toen ik er mee wilde uitscheiden." Met zijn negentien jaar is hij met zijn twee eerste korven begonnen. En dat gebeurde op "Roovert", bij zijn zuster, die in de tweede boerderij over het bruggeske bij de Roovertse kapel "op 't Hollands" woonde.

Onze korvenman is zelfs op Roovert geboren. Aan de oevers van de Ley, daar waar vroeger een boerderij stond en waar Krayenbrink nog ooit een staminee heeft gehouden. Nu staan er twee wat meer riante woningen. Het heeft dus maar enkele meters gescheeld, of Van Beurden had het levenslicht in Nederland aanschouwd. Drie jaar verbleef hij bij zijn zuster, waar - zoals gezegd - de toekomstige "bieboer" in hem ontwaakte.

 

Gewoon afgekeken

Dat alles vertelt Koob, terwijl hij onverstoord en kalmpjes het stro tot banden vlecht, die hij weer met dunne bandjes van bamboeriet aan elkaar bevestigt, nadat hij zo'n bamboebandje met zijn met speeksel bevochtigde duim en wijsvinger wat beter glijdbaar heeft gemaakt. Centimeter na centimeter draait de korf tussen zijn knien en het werk vordert zienderogen.

"Hoe lang werk je nu op zo'n korf?" "Nou zou ik het nie meer zo vlug kunnen, maar vroeger... als ik 's avonds om zes uur een korf opzette, was hij om elf uur klaar. Nog voor ik naar bed ging, konden de bien er in." "Hoe zwaar weegt een korf eigenlijk?" "Zo door elkaar tien pond. Met de stekken voor de raten erbij rekenen we gemeenlijk op twaalf pond."

"Hoe hebt ge dat werk geleerd?" Koob maakt er niet veel ophef over en bagatelliseert het als de doodgewoonste zaak van de wereld. Ge blijkt er niet voor naar een school of een baas te hoeven. "Ik heb het gewoon bij een bieboer afgekeken. Zo moeilijk is het nie. Het was bij Teris van Zebese." "Hoe schrijf je die naam?" "Dat weet ik niet. Zo noemden ze hem. Hij woonde hier in Poppel op het Hoogeind." Dus schrijven ook wij de naam maar, zoals we hem hoorden uitspreken in de hoop dat het in Poppel geen lachertje wordt... "'t Is eigenlijk niks in z'n eige. As ge het 'nen keer gezien hebt en ge zijt van aanpakken, dan kunde het zo", onderstreept Koob.

Wat er bij te pas komt, is hier in de werkplaats gemakkelijk te overzien: wat schoofjes stro, waarvan er een hele stapel in een hoek ligt, een busseltje bamboebandjes en een naaipriem. Die priem vormt eigenlijk het hele gereedschap en die bestaat uit niets anders dan een scherp aangepunt stukje eikenhout. Het wordt gebruikt om een gat te prikken in de voorafgaande stroband, waardoor het dunne rietbandje wordt gestoken en daarna strak aangetrokken.

 

Voor mij geen ring

Er zijn korvenmakers, die met een ring om de stroband werkten om de band bij elkaar te houden. Zij moesten die dan telkens verder schuiven. Koob heeft zich daarmee echter nooit beziggehouden. Dat lag hem niet. "Het schoot niet zo goed op en daarom naai ik altijd met de hand. Ik ga niet liggen frutten." We leren verder, dat uit n "schobbeke" stro "hendig" een korf komt en dat vroeger als verbindingsband griend, 'n taaie houtsoort die aan het water groeit, werd gebruikt. Het geschaafde bamboe, waarvan onze korvennaaier zich thans bedient, is eigenlijk bestemd voor het vlechten van stoelen en het onderscheidt zich van dat voor korven doordat het wat smaller is. Dat smalle riet kost 300 frank de kilo. "We krijgen dat spul van Herentals. Vroeger kostte het bijna niets, maar nu is het duur."

 

Simpel: begin

Het spreekwoord dat alle begin moeilijk is, geldt niet voor het opzetten van een bijenkorf. Je neemt gewoon een bundeltje stro, knijpt het vast in elkaar tot de dikte van een flinke manneduim, draait aan het uiteinde een bandje er een paar maal om en tussendoor, buigt het beginpunt om in een hoek van negentig graden en begint er dan maar het bandje omheen te slingeren. Alleen opletten, dat de stroband overal even dik blijft. Loopt hij naar zijn einde, waar hij dunner pleegt te worden omdat de halmen niet alle even lang zijn, dan tijdig een nieuwe bundel met omwikkeld eind in de vorige steken. Zo blijft ge maar aan de gang.

"Dat voel ik subiet in mijn handen of het strooi te dun wordt." Er komt echter toch wel wat mr bij kijken. Niet alleen moeten de banden goed aan elkaar worden bevestigd, maar men behoort ook de vorm in de gaten te houden. Die vorm dient schoon en gaaf te zijn. Als hij scheef te voorschijn komt, is het natuurlijk geen vakmanschap. "Ach, ge leert dat allemaal vanzelf door het veul doen. Ik heb in mijn leven al wat korven gemaakt. Ik zou er nog genoeg kunnen leveren voor Herentals. Die gaan dan naar Engeland, maar ik begin daar niet meer aan."

 

Niet kunnen laten

"Ik ben al eens van plan geweest met de bien op te houden. Een vijftien jaar geleden heb ik zo'n veertig korven, die maar n keer gebruikt waren, verbrand. Daar heb ik altijd spijt van gehad, want ik heb van de bien toch geen afscheid kunnen nemen. Als ge dat oew hele leven gedaan hebt, kunt ge het nie meer laten."

Alle kinderen van Koob hebben korven van hem gehad. En er waren nogal wat kinderen. Vijftien in totaal, waarvan twee overleden. De anderen allemaal getrouwd. Zeven jongens en zes meisjes. Van Beurden zelf is nu zes jaar weduwnaar. Zijn vrouw was ook al 70 toen ze stierf.

 

Schemerlamp

Met het gesprek over de kroost zijn we bij een geheel nieuw chapiter beland. Om heel eerlijk te zijn, dat wat Koob op onze foto tussen zijn knien houdt geklemd, is helemaal geen bijenkorf. Behalve korven maakt hij de laatste tijd heel andere dingen. Dat hadden we trouwens al bij aankomst gemerkt, want de dochter stalde direct een collectie voorwerpen voor ons uit, die eveneens onder de nijvere handen van haar vader waren ontstaan.

"Ja, nu maak ik allerhande dingen. Dat is eigenlijk de schuld van mijn dochter. Ze vroeg 'nen keer of ik nie een mandje kon maken voor een fles. Zo'n klein prutskorfje. Dat heb ik gedaan. Het ging prima. Toen kwam van het een het ander en was het hek van de dam." Wat er over die dam gekomen is, krijgen we te zien: een zaaikorf met hengsel zoals die door de boeren niet zoveel meer gebruikt wordt, een fruitmandje, een miniatuurbijenkorf, een sokkenmand met deksel en zowaar een wieg, waarin ge wel over de Ley, die in Poppel nog Aa heet, naar Holland kunt varen, want de poten staan er nog niet onder. Al dat naai- en vlechtwerk is namelijk waterdicht. De opdrachten worden steeds raarder. In Poppel staat in een goei kantoor een schemerlamp met een geheel op bijenkorfmanier gevlochten kap. "'t Is een heel ding geworden. Ga maar eens kijken. Ge zult ze wel mogen zien." Dat hebben we prompt geprobeerd, maar er was niemand thuis.

En, laten we het nu maar verklappen, het werkstuk dat Koob thans onderhanden heeft, is een onderdeel van de voet van een schemerlamp zoals de wereld er misschien nog wel nooit een gezien heeft. Aan de gesloten kant moet er een breed voetstuk onder komen. Op de op de foto zichtbare opening komt een dikbuikige reuzenfles - zo een waarin chemische bedrijven zuren plegen te vervoeren. Deze fles wordt tot ongeveer de helft, met de hals omhoog ingebouwd. Op die hals komt dan de gloeilamp en de hemel mag weten wat er allemaal nog meer aankomt. Ongetwijfeld zal het een fantastisch gezicht zijn, al dat stro en het in de fles stralende licht. Tussen het gebabbel door heeft Koob zijn tijd niet verdaan. De schemerlamp in wording is al weer zienderogen een stuk gegroeid. Als ze klaar is, mogen we komen kijken. En dat doen we!

 

PIERRE VAN BEEK