CUBRA

INHOUD PIERRE VAN BEEK
REGISTER TILBURGSE TAALPLASTIEK
HOME 
BRABANTS
KUNST
FOTOGRAFIE
TEKSTEN
AUTEURS
INTERVIEWS
SPECIAAL

print pagina

Tilburgse Taalplastiek

 op deze pagina's heeft Ben van de Pol een keuze gemaakt
uit de veelheid van lezenswaardige onderwerpen in T T P


Uit de schatkamer van de Tilburgse Taalplastiek (10)

 

GEERTJE DE VLUG, GERARDUS DICTUS DIABOLUS OF ST. GEERTE?

 

"Den duvel" verschijnt nogal eens ten tonele in de Tilburgse Taalplastiek. Deze duistere figuur blijkt volgens aflevering 61 vervuld te zijn van begeerte naar een bepaald persoon. De vraag is echter naar wie precies dit verlangen uitgaat.

 

"Hij heej 't er op als de duvel op Gerte" is een krachtvergelijking om een groot verlangen tot uitdrukking te brengen. In hetzelfde gezelschap hoort ook thuis: "Hij is zo gloeiend op de centen as de duvel op een ziel". Met bovenvermelde Gerte zal wel de voornaam Geert bedoeld zijn. Maar welke Geert is dit geweest? Vermoedelijk een figuur uit een of ander verhaal van een man, die zijn ziel aan de duivel verkocht had.

 

Een paar maanden later in aflevering 74 meent Pierre van Beek ontdekt te hebben wie met Gerte bedoeld wordt: de 18e-eeuwse beroepscrimineel Geertje de Vlug. In het artikel "In 1767 stond op de Heuvel een schavot" dat in Het Nieuwsblad van het Zuiden verscheen en ook opgenomen is in "Terugblik op Tilburg", een door de Heemkundekring Tilborch in 1994 uitgegeven verzamelbundel van artikelen van Pierre van Beek, staan meer bijzonderheden over de misdadiger G.B., door vriend en vijand Geertje de Vlug genoemd omdat hij regelmatig uit gevangenissen wist te ontsnappen. Ook in Tilburg deed hij in 1767 zijn bijnaam eer aan, maar dat was slechts uitstel van executie. Drie maanden later werd hij in Thorn in Duitsland wegens moord opgepakt en opgehangen. Een goed idee van Pierre van Beek om de link tussen het spreekwoord en Geertje de Vlug te leggen, want ieder zichzelf respecterende duvel zou het een grote eer gevonden hebben de ziel van dit geboefte op zijn conduitestaat bij te mogen schrijven.

 

Enige tijd geleden gaven wij hier de uitdrukking: "Hij hee-g-'t er op als d'n duvel op Girte". Men zegt echter ook: op Girtjes. Een briefschrijver meent, dat dit laatste woord geen voornaam zou zijn, maar gewoon een meervoud van een zelfstandig naamwoord: girt-girtjes, wat dan "zieltjes" zou beduiden. Wij delen die opvatting niet, al roept de uitdrukking in haar geheel wel de associatie met zielen op. Liever houden wij het op n bepaalde ziel en wel die van Geert. De vormen met "e" en "es" achter een voornaam komen in ons dialect mr voor. Bv. ik heb Jantjes niet gezien, en: zeg het maar tegen Piete. Bij het lezen van het artikel in dit blad van 30 november ll. getiteld: "In 1767 stond op de Heuvel een schavot" kregen we plotseling een idee. We stuitten daar op de naam van een beruchte bandiet, die vroeger o.a. in Tilburg opereerde. Dat was Geertje de Vlug. Nu lijkt het voor de hand liggend, dat de duivel zeer begerig is op een ziel, z zwart van de misdaad, dat hij bijna de duivel zelf evenaart. Kan de volksverbeelding dat zo niet gezien hebben? Dan zou de uitdrukking dus slaan op de ziel van die Geert of op Geerte of Girtjes. Mocht onze veronderstelling omtrent onze Geert juist zijn, dan zou de uitdrukking uit de tijd van rond 1767 stammen.

 

Toch scheen Pierre van Beek niet helemaal tevreden met deze verklaring, want in aflevering 140 vinden we een nieuwe optie:

 

Een krachtuitdrukking om aan te geven hoe arm iemand wel is, zien wij in de vergelijking: "Zo arm, dat de duvel hem nie heffen of dragen kan". Deze duvel zijn we in onze rubriek nog nooit tegengekomen. Wel die van de andere vergelijking: "Hij heeft het er op als de duvel op Geertjes". Wij voeren deze nog eens ten tonele, omdat we een notitie aantroffen, die erop kan wijzen, dat de uitdrukking op een zeer hoge ouderdom zou kunnen bogen. We lazen nl. dat men te Gent de uitspraak kent: "Hij sloeg er op als de duvel op Geraard". Men veronderstelt daar, dat met Geraard bedoeld zou kunnen zijn de heer van het bekende Gents kasteel "Het Steen" op de Reep. Dit heerschap noemde zich wel in het Latijn: "Gerardus dictus diabolus" (Geraard, genaamd de duivel). Dit heerschap werd reeds in 1295 te Gent begraven. Als het allemaal klopt, leeft hij dus nog altijd voort in de taal.

 

Nieuwsgierig geworden sloegen wij er "De Brabantse Spreekwoorden" van Hein Mandos ook nog eens op na. In totaal komen wij dan op drie keuzemogelijkheden voor het personage in het bewuste spreekwoord, want in dit naslagwerk vonden wij op pagina 148 onder het item "geld" het volgende:

 

Op 't geld zijn als de duivel op Geertjes.

Spreekwoordelijke vergelijking. Begerig zijn naar geld. St. Geerte (= Gertrudis) is de patrones van de reizigers, met deze heilige hebben zich herinneringen aan de oud-Germaanse godenwereld (Freija) vermengd. Men beval de ziel aan de hoede van Geerte aan, bij wie die, eveneens bij Freija, de eerste nacht na de scheiding van het lichaam geherbergd werd. De duivel kon zijn buit dus niet aan en had het daarom gemunt op Geerte.