CUBRA

INHOUD PIERRE VAN BEEK
HOME 
BRABANTS
KUNST
FOTOGRAFIE
TEKSTEN
AUTEURS
AUDIO
SPECIAAL

PRINT

Pierre van Beek - Heemkunde-artikelen

 redactie: Ben van de Pol

 

Poppel en Weelde betwisten elkaar een martelaar

Het Nieuwsblad van het Zuiden - zaterdag 12 april 1975

 

Er staat een kapelletje in "De Hegge", een buurtschap in het grensgebied tussen de gemeenten Poppel en Weelde. Het hoort onder Weelde. Dat wordt door de Poppelnaren niet betwist en in hun taal spreken ze dan ook van "de Weldse Heg". De kapel is toegewijd aan de H. Poppelius wiens beeltenis er op de ereplaats prijkt. Met deze Poppelius is echter iets aan de hand: Poppel en Weelde eisen ieder voor zich de eer op de geboorteplaats van deze martelaar van Gorcum te mogen zijn. Het betreft hier niet het enige geval, dat twee dorpen om een heilige "strijden". Overigens, die strijd valt nogal mee. Noch in Weelde noch in Poppel liggen ze er wakker van, maar van tijd tot tijd kan men in gesprekken toch wel eens opvangen, dat hier iets wringt. Niet niks ook, een ingeborene uit vier eeuwen geleden, slachtoffer van het drama van Gorcum en Brielle, tot de zijnen te mogen rekenen! Het vervelende van de historie is nu, dat de geleerden er nog nooit in geslaagd zijn onweerlegbaar vast te stellen wie de eer toekomt. Wie zijn wij om ons daarmee te bemoeien? Liever schenken we aandacht aan de persoon van Poppelius, waardoor dan tegelijkertijd dat kapelletje in "De Hegge" zijn historisch relif krijgt.

 

Veel Tilburgers passeren - op hun tochten naar Turnhout - Poppel en Weelde en toch hebben ze nooit de Poppeliuskapel ontdekt. Wie rijdt er nu ook over "De Hegge" naar Weelde! Jammer als ge dit omweggetje nooit gemaakt hebt want het is vooral hier, dat het agrarisch aspect van Poppel nadrukkelijk onderstreept wordt. Ge ziet het silhouet van het dorp met de daarboven uitrijzende knoptoren weer eens van een andere kant en - als ge er een zintuig voor hebt - voelt ge u misschien ook gegrepen door de nog zo ongerepte beemden en het stille akkerland, nauwelijks zichtbaar aflopend naar de niet ver verwijderde beek de Aa, die we in Tilburg als Ley begroeten. De beemden zijn er grazig en mals. Er doorheen lopen verwaarloosde karresporen, kleine weggetjes over leuningloze bruggetjes, zg. schoren, totdat ge als zwerver onder de wijde hemel niet meer verder kunt. Ja, de hemel is hier wijd en de horizont voor de oningewijde mysterieus, omdat hij voor een deel wordt afgesloten door o.a. de bossen van "De Utrecht". Maar eigenlijk moet ge dit niet weten want zonder dat intrigeert des te sterker de vraag wat daar nu wel weer achter ligt. En is het niet het onbekende in een grenswereldje, waar de stilte naar zichzelf ligt te luisteren, dat schone dromen van verlangens worden gesponnen om met de bollende zeilen van drijvende wolken op reis te gaan naar einders van verbeelding? Dat kan hier op een mooie zomerdag. Maar dan moet ge niet in een auto zitten als ge, vanaf het pleintje achter Poppels charmant raadhuisje, naar de "Weldse Heg" rijdt. Natuurlijk zit ge wl in die auto! Natuurlijk hebt ge ook haast! Eigen schuld als ge niets ervaart van al wat de stille taal spreekt...

 

Nicolaas Jansen

Hoe dan ook, de Poppeliuskapel kunt ge in geen geval missen want de goede asfaltweg, waarop nauwelijks verkeer, loopt er rakelings langs op een wegsplitsing halverwege tussen de buurtschappen "De Hegge" en de "Heibraak". Gedeeltelijk omarmd door een 'n meter hoge haag staat ze daar tegen een achtergrond van loofbomen als een warme stoffering van het toch niet misdeelde landschap. Ze kan niet bogen op hoge ouderdom maar in haar architectuur spreekt ze wl van liefde en toewijding van de bouwers. Bovendien vormt zij een onmiskenbaar teken van rust, die ge zonder meer als een ware weldaad graag over u laat komen. Bankjes voor de kapel nodigen daartoe uit. Zijt ge er alleen, wacht dan maar rustig af hoe uw gepeinzen op reis gaan... Mogen we daarvoor wat voedsel aanreiken?

Hoe zat dat nu met onze Poppelius, de heilige? Ge hebt het al geraden. Die heette helemaal niet zo. Zijn naam was Nicolaas Jansen. Zowel te Weelde als te Poppel zijn er die zeggen, dat hij in het gehucht "De Hegge" geboren moet zijn. Dit behoort nu onder Weelde maar vroeger zou het hier Poppels territoir geweest zijn. Er bestaat een burgemeestersrekening van 1654, volgens welke de 22ste februari ene Biemans van Brussel is gekomen om te vertellen, dat "Poppel gesepareert" was. Ze waren daar blijkbaar in Poppel nogal blij mee, want de schepenen en naburen hebben er een glas op gedronken. Het verteer bedroeg zestien pullen bier en "gebrande wijn", wat de gemeente op zestien stuiver kwam te staan. Over wat voor scheiding het ging, daarover geeft deze rekening geen uitsluitsel. Die van Weelde? Of Ravels?

In het oudste, in het Latijn geschreven verhaal over de Martelaren van Gorcum van de hand van Willem Estius, welke geschiedenis dateert uit 1572, het jaar van het drama, wordt als geboorteplaats Weelde genoemd met de toevoeging, dat Jansen de bijnaam "Van Poppel" droeg. Poppelius is dus de verlatijnsing daarvan zoals in de 16de eeuw gebruikelijk. In de registratie van de universiteit van Leuven komt Nicolaas Jansen voor als Weldensis (Weeldenaar) of ex Welda (uit Weelde). De vraag kan gesteld waarom hij zich niet als Van Poppel liet inschrijven. Een pastoor Boerten uit Weelde heeft ooit meegedeeld, dat er vr de heiligverklaring in 1867 in Weelde nooit over de martelaar gesproken werd. Dan bestaat er nog een getuigenis van een mejuffrouw A.M. Hendrickx, die geleefd moet hebben van 1747-1858, dat de heilige geboren is te Poppel "schuin tegenover de pastorie aan de beukenhaag, waar vroeger een huis moet hebben gestaan". Als aanduiding is dit nogal exact maar het zal ook wel niet mr dan overlevering zijn.

 

Oude pastorie

Wat die pastorie betreft, die bestaat nog steeds. Ze is zelfs een belangrijk historisch monument, want het gaat om niet meer of minder dan een voormalige priorij van Tongerlo. Ze kan wel een paar eeuwen oud zijn. Ze vertoont nog de kenmerken van haar vroegere bestemming. In deze krant van 19 april 1969 hebben we daaraan uitvoerig aandacht besteed toen wij in de gelegenheid waren op de zolder der oude priorij in een kist met eeuwenoude boeken te snuffelen. Poppel mag wel zuinig zijn op zijn pastorie. Menige plaats kan haar op dit bezit benijden! Hebt u die pastorie nog nooit gezien? Gek! Of eigenlijk ook weer niet. Ze ligt namelijk terzijde van de grote doorgangsweg naar Turnhout in de Pastoriestraat bij het begin van o.a. de weg naar Baarle-Nassau.

Met de geboorteplaats van onze Poppelius zijn we intussen niet veel verder gekomen. Misschien hebben zowel Weelde als Poppel gelijk. Door een ondeugende speling van het lot hebben de Poppelnaren zich evenwel een "troost" kunnen bezorgen. Bij de bouw van de kapel had men rood zand nodig, "zavel" zeggen ze in Vlaanderen. Laat dit zand nu gehaald zijn op Poppels territoir! En daarom zeggen die van Poppel niet zonder leedvermaak en met een grijns in de richting Weelde: "En toch staat hij (Poppelius) op Poppelse grond." Dat kan tenminste geen mens betwisten!...

 

"Het Vercken"

Nicolaas van Poppel was maar een arme drommel van huis uit. Dat getuigt Estius en het blijkt ook uit het feit, dat hij in Leuven zijn opleiding genoot als "pauper Porcensis", dat is bij het college "Het Vercken", dat toen ook een door Jan van Standonck uit Mechelen gesticht convict voor arme studenten omvatte. Er bestaat de dag van vandaag met dit Leuvens "Vercken" nog een tastbare "band" in Tilburg, een detail van de "petite histoire", dat maar aan weinig Tilburgers bekend is. Toen in 1779 Primus van Gils voor zijn onderscheiding van "primus" (eerste) te Leuven, als geboren Tilburger, in zijn vaderstad werd ingehaald, gaf daar ook een delegatie van de Leuvense Studentenclub "Het Vercken", waar Van Gils stond ingeschreven, acte de prsence. Deze deputatie voerde een vaandel mee met een varken er op. Ze heeft dit later laten restaureren en toen cadeau gedaan aan het Tilburgse gilde St. Joris, dat bij de inhaling ook aanwezig was. Bij dit gilde berust dit vaandel nog altijd. Misschien wel tot grote verbazing van Sint Joris zaliger gedachtenis "himself", die het altijd mr bij zijn draak gehouden heeft. Nicolaas van Poppel was een brave jongen. Als staaltje van zijn goedheid wordt gemeld, dat hij - na de dood van zijn moeder - zijn erfdeeltje aan zijn vader afstond want deze kon het best gebruiken.

Tijdens zijn studie te Leuven bezat Nicolaas een kapelaans beneficie van de St. Goedele te Brussel. Op 26 maart 1556 behaalde hij zijn licentiaats in de faculteit der vrije letteren. Hij was een goed student en bezette de 35ste plaats van de 180 kandidaten. Op verzoek van Leonardus van Vechel, pastoor van Gorcum, werd Nicolaas diens medewerker in de parochiearbeid. Daar trok onze Vlaming vooral de aandacht doordat hij zich bij voorkeur aanbood voor het slechtste en vervelendste werk tengevolge waarvan hij spoedig de bijnaam van "het slaefke" kreeg. Nadat hij enige tijd als assistent gewerkt had, werd hij medepastoor. Van Vechel regelde het z, dat ze om beurten met de rechten van pastoor dienst deden. Alleen in heel moeilijke affaires bleef de beslissing bij Van Vechel liggen omdat die de oudste was. Nicolaas heeft er nog aan gedacht Jezuet te worden. Vrienden meenden, dat hij dat beter laten kon en hij luisterde naar die raad.

Door de inval van de Watergeuzen trokken zich ook boven Gorcum donkere wolken samen. Papa Jan Jansen, die nattigheid voelde, toog naar Gorcum en zei tot Nicolaas: "Jongen, wees nou wijs en kom mee naar het zuiden. Dat gaat hier mis." Nu luisterde "het slaefke" niet en er toog een bedroefde vader alleen huiswaarts. Ook Van Vechel zag de bui aankomen. Zolang de Watergeuzen echter niet in Gorcum waren, deden de beide pastoors alles om de burgers aan te sporen tot verdediging van stad en godsdienst. Maar de Geuzen kwamen en de twee pastoors alsmede een aantal aanzienlijke burgers, die zich in de versterking de Blauwe Toren bevonden, moesten capituleren. Nicolaas verbleekte bij zijn arrestatie en was wat ontdaan. Daarvoor bestond wel reden want hij had de andersdenkenden steeds fel aangevallen. Van Vechel dacht nog een kans te maken omdat hij eens een wederdoper van de dood gered had.

Reeds in de gevangenis kreeg Nicolaas het zwaar te verduren. De Geuzen meenden namelijk, dat er kerkschatten verborgen zaten. Hoe dan ook, Nicolaas bleef zwijgen. Van Vechel deed een poging om Van Poppel vrij te kopen. Daartoe werd geld ingezameld maar Van Vechel gaf dit geld in handen van een "quacksalver", die door Nicolaas vaak vermaand was voor zijn "toverij". Dat was dus wel aan het verkeerde adres. "Kun je net denken! Uitgerekend voor den dieje!" kan de "quacksalver" gedacht hebben en hij smeerde hem met de centen over de grens.

 

Opgehangen

Het drama van de Martelaren van Gorcum zullen we niet in details oprakelen. Het is al erg genoeg in zijn slot. Gorcum viel 27 juni 1572 in handen van de Geuzen. De gevangenen werden 7 juli naar Den Briel overgebracht naar Lumey en 9 juli even buiten de stad opgehangen in een oude turfschuur van het verwoeste klooster Te Rugge. Daar stierf Nicolaas van Poppel met achttien metgezellen o.w. Leonardus van Vechel. In Tilburg is naar de laatste een straat genoemd. In verband hiermee lijkt het ons interessant dat W. Lampe O.F.M. meedeelt dat Van Vechel zelf als Vechel, derhalve zonder "van", ondertekende. Ook in het Latijn! De "van" zou derhalve niet in de straatnaam thuis horen. Overigens erkent de auteur, dat deze martelaar wl van Vechel afkomstig zal zijn.

Over het geboortejaar van Nicolaas vertelt Estius, dat Van Poppel bij zijn dood bijna veertig jaar was en dat hij toen al veertien jaar in Gorcum had gewerkt. Zijn wijding valt dus in 1558.

 

Curieus

In verband met de dood van de martelaren staan er een paar curieuze verklaringen genoteerd. In de nacht van hun gruwelijke dood verschenen zij aan enkele burgers van Gorcum. Tot dezen behoorde Mathias Estius, de vader van de hierboven reeds vermelde geschiedschrijver Willem Estius. Mathias getuigt, dat Nicolaas van Poppel toen aan zijn echtgenote, wier biechtvader hij geweest was, de zegen gaf zoals hij dat tijdens zijn leven placht te doen. Dan is er nog een verklaring van een plm. 70-jarige vrouw Hyldegundus van Est. Op 4 december 1619 verklaart zij, onder eed, van haar vader vernomen te hebben, dat hij in de nacht van de dood van de martelaren in de droom (in visioen) zijn biechtvader Nicolaas van Poppel de onderpastoor, bijgenaamd "het Slaefke", had gezien en dat Nicolaas haar vader de zegen gaf als tijdens zijn leven.

En zo staat dat dan allemaal met de H. Poppelius, die in de rust van de landelijke landouwen van de buurtschap "De Hegge" onder Weelde, buiten het moderne verkeer, zijn kapel bezit. "Toch op Poppelse grond!" Is het niet aardig daar straks, als de lente weer het groen aan bomen en struiken gestoken heeft, eens te gaan kijken? Met dit verhaal als achtergrond zullen streek en kapel misschien dan wel tot spreken geraken. Van hart tot hart, van ziel tot ziel! En als ge dan toch over Poppel komt - neem dan ook die eerbiedwaardige pastorie even mee!

 

PIERRE VAN BEEK