CUBRA

INHOUD PIERRE VAN BEEK
HOME 
BRABANTS
AUTEURS

PRINT

Pierre van Beek - Typisch Tilburgs

 redactie: Ben van de Pol

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 5 december 1957

 

 

Typisch Tilburgs en Tilburgse typen 10

 

Gezelschapsliedjes en aftelrijmpjes

 

 

Wat anders verloren dreigt te gaan

Het vorig artikel eindigde met de herinnering aan vroeger gezinsleven, waarin ook gezelschapsliedjes het hunne bijdroegen om de familieband te verstevigen. We laten een liedje volgen, dat naar aanleiding daarvan op onze schrijftafel belandde. Hier volgt dus dat oud gezelschapsliedje:

 

     Er was eens een boom,

     Zo een lieflijke boom,

     Zo een schone boom.

     En de boom stond in de aarde

     En bloeide zo schoon.

 

     En aan die boom

     Daar kwam een tak,

     Zo een lieflijke tak,

     Zo een schone tak.

     En de tak aan de boom.

     En de boom stond in de aarde

     En bloeide zo schoon.

 

     En aan die tak daar kwam een blad,

     Zo een lieflijk blad,

     Zo een schoon blad.

     En het blad aan de tak.

     En de tak aan de boom.

     En de boom stond in de aarde

     En bloeide zo schoon.

 

     En op dat blad daar kwam een nest,

     Zo een lieflijk nest,

     Zo een schoon nest.

     En het nest op het blad.

     En het blad aan de tak.

     En de tak aan de boom.

     En de boom stond in de aarde

     En bloeide zo schoon.

 

     En in dat nest daar kwam een ei,

     Zo een lieflijk ei,

     Zo een schoon ei.

     En het ei in het nest.

     En het nest op het blad.

     En het blad aan de tak.

     En de tak aan de boom.

     En de boom stond in de aarde

     En bloeide zo schoon.

 

     En van dat ei daar kwam een jong,

     Zo een lieflijk jong,

     Zo een schoon jong.

     En het jong uit het ei.

     En het ei uit het nest.

     En het nest op het blad.

     En het blad aan de tak.

     En de tak aan de boom.

     En de boom stond in de aarde

     En bloeide zo schoon.

 

De pret bij dit gezelschapslied was om - kalm beginnend te zingen - telkens vlugger met deze samenzang de regels achter elkaar te laten volgen. Begrijpelijkerwijs konden meerderen dan het tempo en de woorden niet blijven volgen. Dit had een gebrabbel en uit de wijs raken tot gevolg, dat dan de nodige hilariteit verwekte tot men onechtig even pauzeerde om met een ander liedje vaart en vreugd er in te houden.

 

Aftelrijmpje

We herinnerden ook aan kinderspelen en kinderliedjes van vroeger. Nu schrijft een oude lezeres (aan wie voor haar meeleven dank betuigd wordt), dat zij zich uit haar kinderjaren nog twee heel oude spelletjes herinnert en de daaraan voorafgaande afteldeuntjes. Als men krijgertje ging spelen, moest vooraf bepaald worden, wie de eerste "vangster" of "vanger" zijn zou en om dit uit te maken telde het haantje-de-voorste van het groepje af door bij elk der zinnen een der kameraadjes op de borst te tikken. Schrijfster veronderstelt, dat de liedjes uit de Franse tijd moeten stammen en hier naderhand verbasterd werden. Dat kan waar zijn, als we nagaan hoe bejaarde mensen nog tal van verbasterde volksuitdrukkingen en woorden bezigen, bijv. verkèt (vork) afkomstig van het Frans fourchet. "Hij heeft niets te kiskedieje" hoort men bezigen in de betekenis van: hij heeft niets te zeggen, te beslissen. Zou dit een verbastering zijn van "Qu'est et que dit?" Hier volgen de aftelrijmpjes:

 

     Un dun don,

     Ziede geen, ziede gon.

     Zie het hart van Mère.

     Malle malle Mère.

     Pinpolette,

     Franse mussette,

     Franse maçon:

     Un dun don.

 

     Roemeleboesje,

     Desie diezie d'eau

     Rappele mente beau

     A ra fitica,

     Cappelemente ici da.

     A ra ka.

 

     Hoeveel zijn er gebleven?

     Tien, twintig, dertig, veertig, vijftig,

     Zestig, zeventig, tachtig, negentig, honderd.

     Slaat de kat voor zijn g..

     Dat het dondert.

 

Voor ditmaal kunnen we het er, dunkt me, weer wel mee doen: men leeft mee en helpt zo onbewust mee verzamelen al datgene, dat uit folkloristisch oogpunt beschouwd weldra zal zijn verdwenen. Dit is dan ook de enige reden, waarom wij deze serie artikelen in ons blad begonnen en met bijval van het lezend publiek hebben kunnen voortzetten.

 

De folklore

Als we nagaan hoe de stem der folklore ons de levensgewoonten onzer voorouders, vaak uit lang vervlogen tijden, verklankt, dan is 't begrijpelijk hoe andere landen, bijv. België en Zweden, folkloristische opsporingsdiensten hebben, die de wetenschap, die volkseigenheden naspeurt, de behulpzame hand bieden. Dan wordt een boek van Prof. Dr. J. Huizinga: "Homo Ludens" als proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur, voor ons betekenisvol. En dat de Vlaming Alphons de Cock zijn hele rijke leven gewijd heeft aan 't ophalen en rangschikken en vergelijken van volkseigenheden dwingt eerbied af. Hij diepte bijv. aftelrijmpjes op, die teruggaan tot Jan Hyoen en Keizer Karel.

Mogen we voor Tilburg op deze wijze daarom ook niet meehelpen te verzamelen, wat anders dreigt verloren te gaan en alweer de Tilburgsche schakel in een geheel gemist zou worden??