CUBRA

INHOUD PIERRE VAN BEEK
HOME 
BRABANTS
AUTEURS

PRINT

Pierre van Beek - Typisch Tilburgs

 redactie: Ben van de Pol

 

Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 19 maart 1959

 

 

Onze folklore 4

 

Zegswijzen in de streek

 

Het volk pleegt geen blad voor de mond te nemen

 

 

De duivel speelt een grote rol in de volkstaal

 

Het volk is in zijn uitdrukkingen vaak grof, doch veelmaals ook zeer raak. Meestal zijn de beelden, die het gebruikt, aan z'n dagelijkse omgeving ontleend.

Zo noteerden we onder meer:

01. God borgt wel, maar scheldt niet kwijt. Dit wordt gezegd om aan te duiden, dat iemand geen directe straf op aarde om slechte daden behoeft te ondervinden, zonder er zeker van te zijn, dat het kwaad toch eenmaal gestraft zal worden.

02. Hem heeft een goede engel gediend. - d.w.z. per toeval is hem een geluk te beurt gevallen; of: Onverwacht is iets goed afgelopen buiten eigen toedoen.

03. "'t Is een engelke in de hemel", hoort men over een pasgestorven jong kind zeggen met de bedoeling de bedroefde ouders te troosten.

04. Hij verdient daardoor een stoel in de hemel. - duidt op ondankbaar goed werk, waar generlei aards loon voor in uitzicht staat.

05. Van een losbol zegt men: "Dit is als 't varken van St. Teunis". - De verklaring zou zijn, dat enige varkens, die aan de H. Antonius toebehoorden, vrij langs de straten rondliepen.

06. We zullen de kerk in 't midden laten. - in de betekenis van willen schipperen; een oplossing treffen, die alle partijen bevredigen kan. (Waarschijnlijk is de uitdrukking ontleend aan de omstandigheid, dat het kerkgebouw meestal in 't midden van een dorp of wijk staat.)

07. Verhuizen kost bedstrooi. - Verhuizen brengt meestal vele ongedachte kosten mede.

08. Driemaal verhuisd is eens afgebrand.

09. Aan huurhuizen en dienstmeiden is alles weggegooid. - Geen van beide bevorderen het belang van hem, die ze benut.

10. De broodkruimels steken hem. - Hij doet zeer dartel, wordt overmoedig en let niet voldoende op de kleintjes.

11. Hij is in de lappermand. - Het is met zijn gezondheid niet in orde, zodat er iets aan gedaan moet worden. - Hij is aan de sukkel. (Deze laatste uitdrukking kan ook op moeilijkheden in zaken slaan).

12. "Ik heb nog een eike met hem te pellen." - Of: een appeltje met hem te schillen. Ik moet hem nog eens ernstig over iets "onder handen nemen"; ik wil hem eens flink de waarheid zeggen.

13. "Ge moet niet zo den beest rijden" in de betekenis van: Ge moet niet zo ondeugend zijn; zo brutaal; zo balorig. (Dit zal wel verband houden met de folkloristische gebruiken, die in sommige streken bestonden, om iemand, die zich misdragen had, op een beest (ezel of paard) te schand rond te rijden.)

14. Van iemand, die op de laatste zondag, dat er gelegenheid bestaat tot het vervullen van zijn Paasplichten, ter H. Communie gaat, hoorde ik zeggen: "Hij gaat met de rooi rokskes", terwijl een ander zeide: "Hij gaat met strooi in 't haar".

15. "Het appelmanneke komt om zijn geld" zeide een moeder tot een kind, dat onrijp fruit gegeten had en toen van buikpijn klaagde.

16. "'t Is een draaibord" - Hij waait met alle winden. - Hij huilt met de wolven, waarmee hij in 't bos is.

17. "Door de bank" gebruikt men in de betekenis van: gewoonlijk; doorgaans.

18. "In de bonen zijn" - betekent: verstrooid, verward zijn. "Z'n positieven niet bij mekaar hebben."

19. Dat kind schreit "om een haverklap" wil zeggen: om een kleinigheid, zonder voldoende aanleiding. Om 'n haverklap komt ie iets vragen, d.w.z. zonder noodzakelijkheid.

20. Hij keek of ie het te Keulen hoorde donderen, wil zeggen: Hij keek beteuterd. (Vroeger zou men te Keulen tijdens onweder wel driehonderd klokken geluid hebben, zodat het onmogelijk was de donder te horen. Vandaar  deze zegswijze.)

21. Hij zit op een schopstoel. (In de 14e en 15e eeuw was de schopstoel een strafwerktuig. Nu bezigt men de uitdrukking om aan te duiden, dat iemand bv. in een huurhuis woont, waar hij uit moet, of: Slechts tot wederopzeggens heeft hij die betrekking, of: Men is hem graag kwijt.

22. Zo oud als de weg naar Rome. - Zo oud als Methusalem. (die 969 jaar werd.) Iets, dat zeer oud is.

23. "Bij broeken betalen geen doeken." - Waar heren in 't gezelschap zijn, behoeven de dames niet te betalen.

24. Fluitende vrouwen en brullende koeien zijn zelden goei, zegt men tot of over meisjes, die fluiten.

25. Als kinderen lelijke gezichten trekken of zeuren, zegt moeder: "Als ge 't klokske van Rome hoort slaan, blijft ge zó kijken!" (Als de kleine de fopperij niet snapt, zal hij wel een ander gezicht zetten.)

26. "Ge kunt 't op uw buik schrijven en met de hemdslip uitvegen", zegt iemand die het geleende niet wil teruggeven.

27. Hij zit in 't pierenkuiltje. - Hij is dood en begraven.

28. Hij zuipt als een ketellapper (ketelbuter, d.i. ketelboeter).

29. Hij is de duvel ontkropen. - 't Is een slimme vocativis. - 't Is een gladde vogel. - Hij is de duivel te glad af.

30. Hij kijkt als een duivel, die wijwater gelekt heeft.

31. Hij vloekte alle duivels uit de hel. - hij vloekte erg.

32. 't Is een duivel in mensengedaante. - 't Is een boosaardig mens.

33. Als een engel duivel wordt, is hij de kwaadste van allen. Liefde, die in haat verkeerde. is de felste van venijn.

34. Waar God een kerk bouwt, sticht de duivel een "kapelleke" (café).

35. Hoe meer de duivel heeft, hoe meer hij hebben wil. - Rijke mensen kunnen vaak het minst iets missen.

36. 't Eerste gewin is kattegespin en 't leste heeft van de duvel in.

37. 't Is of de duvel er mee speelt. - 't Is onverklaarbaar, hoe zoiets niet slagen wil. - Telkens is er tegenkanting of ongeluk bij dat werk.

38. Als hij zat thuis komt, is er de duvel te koop, d.w.z. dan is het er niet pluis, raast en tiert hij.

39. Hij was bij de duvel te biecht, d.i. hij had misplaatst vertrouwen geschonken aan iemand, die hem niet welgezind was.

40. Hij laat geen duivel op zijn hart smoren. - Hij zegt, waar het op staat. Hij spreekt rechtuit.

41. Dat dank je de duvel!". - Uitroepen van dezelfde betekenis als: Dat geloof ik wel!

42. Hij is te lomp om voor de duvel te dansen. - Hij is dom en onhandig.

 

Vooral uit de laatste zegswijzen ziet men, dat de duivel in de volksspraak veel voorkomt. Daar zal het volksgeloof en de vrees niet vreemd aan zijn. Waar het volk veel mee te maken heeft, er over hoort of er iets van ziet, ontleent het allicht zijn spraak. Denk maar eens aan de drank en de drankellende. Hoeveel uitdrukkingen houden niet met drinken verband. Ook die eens na te gaan, is wel interessant.