|
|

Blaaikes
Er
is de vorige dagen op de kerkhof zijn best ge-onkruidwied, geveegd,
geboenderd, gesopt en gedaan. Want er komt bezoek. Traditie of gewoonte op
1 en 2 november.
Het koude, kale, kwaaie ril-seizoen
begint. Dag na dag is korter en
donkerder. Er is alle kans op dat het veel waait en het ook echt stormt.
Hier breung’, daar oranjige en geel’ boomblaaikes ritselen en riefelen
in kreengskes achter mekaren in de rondte in het draaien van de weengd.
Alle herfstkleuren waaien bij-in op plaatsen waar het ’Verbooien
in te waaien’ is.
Kroeh–krrr! Dur de schoongeveegde lucht mee allenig nog arme,
kaal geworden takkenbomen met lege kruinen, die ze waarschouwend
naar boven stekenm, vliegen kraanvogels
vrede over ons heen. Aan de voortgeblazer blaren te zien nog tegen de wind
in ook. Er komen deur de dunne nachtlucht ook aanhaauwend meer en meer
ganzen bijeengetroept en ze brengen echte winerse koude mee, én kleine
avontuur-junkskes die verstaan wat er omgaat binnen zo’n
bevolkings-groep als de ganzen.
De wind, blaren, dorheid en de vogels zeggen ons dat het den
tijd is van henengaan en eweg-zijn. Umdaarom is het nú Allerheiligen en
Allerzielen. Het kerkhof hèldt
dan wel geen open huis maar toch zjjn er kijkdagen. En
alle gasten brengen bloemen mee. Voor hen uit de verleejen tijd die we
kenden, goed kenden. Buur, geliefde, verwant, bloedeigen …
Aarde, stof, as. Deez’ begraafplaats. De weengd, wat voert hij aan, wat
eweg? Hoe dichtbij of wijd eweg is gindswijd? Ziel, zin, schim, wens,
verlangen, gebed, geest, engel. Herinnering. Gedachtenis.
Op elk kerkhof is ergens ne niet geboenderde steen. Griezigheid. Letters
van korstmos. Twije woorden. In
Memoriam.
|
|