INHOUD DOSSIERS
INHOUD W T T
CUBRA HOME

PRINT DEZE PAGINA

 

Het Woordenboek van de Tilburgse Taal wordt mede mogelijk gemaakt door

Bijlage

Tuinboon - tnbon & Tilburgse volksbenamingen

Samengesteld door Ed Schilders / 20121215

 

boeretene

► fldderbon

► klein teentje

► knaawbon

► labbon

► moffelbon

► morrelboon

► scheetlater

► tnbon

 

WOORDENBOEK VAN DE BRABANTSE DIALECTEN

Tuinboon - Benaming voor de als groente gegeten, vrij grote, platte zaden van de grote of Roomse boon. Tuinbonen worden laag bij de grond gekweekt, in tegenstelling tot prinsessenbonen die aan persen of staken groeien. Uit de dikke peulen worden met de duim de boontjes gedrukt en direct gekookt.
 

boeretene

zelfstandig naamwoord, alleen meervoudig gebruikt

Daamen, Handschrift Tilburgs (1916): "boerenteenen - tuinboonen, groote boonen"

Piet van Beers Wie tuinbonen wil eten moet Februari niet vergeten : Ik h ze al in de Wyk gezet/ en merrege gaon ze er in/ M'n Boeretenen wel te verstaon/ en d is naor munne zin. (With Love; 1982-1987)

Piet van Beers Ik hb gezien dtter m'n vrieskaast/ Aorig vol begient te raoke./ Sprtjes, peekus n asperges/ kol spinzie, pastinaoke.// Pultjes, rtjes, kappesners, boeretene, genhmers./ Krotjes, bontjes van de staok./ lke week is t wir raok. (Uit: 'Ogste' - CuBra 19 juli 2004)

WBD III.2.5:84 'boerenteen' = tuinboon - frequent in Tilburg

Stadsnieuws: Vruuger noemde ze knaawbonen ok wl boeretene (200208)

Hans Heestermans, Witte nog? (1988-1994): boere-teene, platte teene (II:51)

C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978): BOERETEE:NE mv. grote bonen, moffelbonen

J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BOERETEENEN zelfstandig naamwoord mannelijk, mrv. - platteboonen, groote tuinboonen; in de Kemp. labboonen geheeten

Jan Naaijkens, Ds Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- boeretene - tuinbonen

Reelick, Bosch' woordenboek (1993 & 2002): boereteene - tuinbonen

boeretene

 

fldderbone

zelfstandig naamwoord, meervoud

Frans Verbunt: tuinbonen

WBD III.2.3:84 'flodderboon' = tuinboon, ook 'labboon', 'knauwboon' -- zeldzaam in Tilburg

► fldderbon

 

grote bon

zelfstandig naamwoord

grote boon = tuinboon

Alleen bekend uit WBD III.2.3:84: zeldzaam in Tilburg

 

klein teentje - kln tintje

zelfstandig naamwoord 'teen', verkleind en extra benadrukt door bijvoeglijk 'klein'

WBD III.2.3:84: Jonge tuinboon die met de peul gegeten wordt. Jonge tuinbonen zijn heel fijn van smaak. Oudere, grotere tuinbonen blijven ook na het koken stug en zijn daardoor minder smakelijk.

► klein teentje

 

knaawbon

zelfstandig naamwoord

tuinboon

Daamen - Handschrift 1916:  "Knaauwboonen - tuinboonen"

Wurrom kunne die jong van de tegesworrige td ok nie mir mee knaauwboone speule? Hoe koom ut d d ut de mode is gegaon? (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

Cees Robben: 'Witte wek wek Wies? knaauwbne'

WBD III.2.3:84 'knauwboon' = tuinboon, ook 'labboon', 'flodderboon' - frequent en uitsluitend in Tilburg

- Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980, Tilburgse Koerier:

Iederen dag w-d-aanders

Sjaan schpte en mndag op
nou, d rook lang nie gk
Ik hb geschraanst tt k niemir kos
van lapbone meej spk.

Dinsdag was et presies gelk
d zaat nie goed bij mn
mar ze zeej: Man, ge ziet tch wl,
dt moffelbone zn.

En woensdag wir dezlfden hap
ik vuulde me genpt
Ons Sjaan riep: Heej schiet op, ik hb
knaawbone opgeschpt.

Toen et vandaog krk inder was
ging ik pas goed te keer,
ze laachte n zeej: Asteblief,
tnbone vur meneer.

► knaawbon

 

labbon

zelfstandig naamwoord

tuinbonen, vicia faba

WTT 2012 -- de labboon, en dus geen verbastering van lap-boon

.

 

Piet van Beers Goeje raod: Kees Hnne zeej: '"Ik lg zo medene,/ de Labbon, Knaawbon, Boereten n Tnbon in dezelfde rij/ n ik leg er moffelbone bij." (Brabants Bont 1; z.j., ca. 2005)

WBD III.2.3:84 'labboon' = tuinboon, ook 'flodderboon' 'knauwboon'

WBD: Algemeen in Tilburg

Hees labbne (II:29,51)

Biks labbne - zelfstandig naamwoord  - tuinbonen

Bont labo'n - zelfstandig naamwoord vr. labboon, tuinboon, grote boon

Hft LAB-BOONEN, of 'lap-boonen' heet men hier veel de anders zoogenaamde Roomsche-, boeren- of groote boonen. Z.a.

Goem. LABBOON - zelfstandig naamwoord vr. (< ladboon) [?]

Antw. LABBOON zelfstandig naamwoord v. - groote tuinboon

WNT Vicia faba -- 'bezuiden de Moerdijk' (1911)

Verster LAPBONEN, zie Moffelbonen

EDW labboon - tuinboon (zelfstandig naamwoord l.)

► labbon

 

moffelbon

zelfstandig naamwoord

tuinboon

Hij gaaf ze spk meej moffelbone/ boerebrod meej en schf zult/ mar ze han liever kwattastrooisel/ goei eete was er n verspuld. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Gift ze mar zuut)

Moffelbne die zn te taai/ Peeje vend ze te flauw,/ En ak' oover andievie praot, / Zee'se : Ds kattespauw... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: 'Gift ze mar zuut')

Piet van Beers Op dieet: Mar...moffelboone meej 'n papke,/ zn nie te eete zonder spek. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

WBD III. 2.3:84 'moffelboon' = tuinboon, ook 'labboon' - noorden van Tilburg

WNT MOFFEL (I) 3) Groote boonen heeten in Brabant moffels of moffelboonen.

Bosch moffelbone - tuinbonen

Hft MOFFELBOONEN noemt men hier, in Braband en elders, de zoogenaamde groote boonen, ook boerenboonen geheeten, om derzelver schil waarschijnlijk alzoo genaamd, heerschende in het woord 'moffel' het denkbeeld van iets dat tot bedekking dient . Z.a. (ook genaamd 'moffels' of 'boeren-wanten').

Verster MOFFELBONEN: Roomsche bonen, Boerenbonen. De boeren zeggen Flodderbonen, op zommige plaatsen Lapbonen.

► moffelbon

 

morrelboon (mrrelboon -  mrrelbon ?)

zelfstandig naamwoord

tuinboon

Niet in Sterenborgs oorspronkelijke kaartsysteem opgenomen

WTT 2012 -- Alleen aangetroffen in WBD III. 2.3:84, maar daar wel aangeduid als 'verspr. Tilb.' = verspreid over Tilburg. Mogelijk een variant op 'moffelbon'.

► morrelboon

 

scheetlaoter

zelfstandig naamwoord

tuinboon die in sterke mate de ontlasting bevordert, gatverschuiver, blazer

WBD III.3. 2:85 'scheetlater' = ontlastingsboontje

► scheetlater

 

tnbon

zelfstandig naamwoord

Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006) Ons moeder haolde soms de gruunte op de mrt. Erpel, bontjes, erwten en tnbone teulde we zelf, we han aachter et hs enne hille grote hof.

Piet van Beers -- Wie tnbone wil eete,/moet (ze in) Februari/ nie vergeete (te ztte). (www.CuBra; ca 2005)
► tnbon