INHOUD WTT
HOME

Het Woordenboek van de Tilburgse Taal wordt mede mogelijk gemaakt door

Het Tilburgs Alfabet (Van aajkes tt zaandkl) werd geschreven door Jace van de Ven.

Klik hier voor de letters die niet tot de officile spelling behoren:

C

Q

X

Y

A

B

D

E

F

G

H

I

J

K
L
M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Wil Sterenborg

Van naa tot nuuwsgiereg

naa, naaw

bijwoord

nu, nou -

Vruuger en naa, titel van een Korvelse Revue, 1926.

Cees Robben Nao al t zuut der vurrige daogen/ t zilte naa op oewen dis..... (19540306)

Cees Robben Gao-naa-toch-gaa... (19570817)

Cees Robben Naa hedde daor himmel gin mlderkes mir... (19570525)

Cees Robben - Ik licht naa t hske... en rij meej de ton... (19570309)

Dialectenqute 1876 - Naauw hemme we wir nije menisters - nu hebben we wer nieuwe ministers

Cees Robben: 'dan denkte: naast gedaon'

Dirk Boutkan:  (blz. 24) 'naw' = naaw

Antw. NA (zuivere a) bijwoord - nu, Fr. maintenant

 

Tijs Dorenbosch - Vignetten uit De Mus en D'n rgel van Piet Heerkens (1939 & 1938)

naacht, nachje

zelfstandig naamwoord

nacht

Kees en Bart: ginnen enen naacht rust

Den aovond komt, daornao de naacht

die over oe valt mee alle maacht; (Piet Heerkens; uit: Dn rgel, Vesperklokke, 1938)

Cees Robben: ene kaawe naacht; et zal te naacht gin drie uur wrre;

Cees Robben: wij hbbe vannaacht meej vf man gewkt;

Cees Robben: 'Ik heb van hil den naacht nog gin og dicht gedaon'

Et leuke waar d die naachtmis meej Kerstmis, k echt s naachts wier gedaon.(Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Ridderverhaole wieren er verteld. Ik vond d aaltij hl spannend, veural asse bij naacht en ontij afspeulde en meej gierende strmen gepaord gingen.(Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
 

naachtl

zelfstandig naamwoord

bep. uil; nachtbraker

Antw. NACHTUIL zelfstandig naamwoord, mannelijk. - iem.die 's nachts laat uitblijft

WNT NACHTUIL - ... In Z-N. ook in den zin van: nachtraaf, nachtlooper, die tot diep in den nacht blijft drinken, spelen of rinkinken.

 

naachtmis

zelfstandig naamwoord

nachtmis; heilige mis die begint om 12 uur middernacht van 24 op 25 december om het kerstfeest te vieren; na deze nachtmis werd thuis het kerstmaal genuttigd.

Cees Robben As ik vruuger uit de naachtmis kwaam stond t kenn al te pruttele en lagen de kortelette in de pan te kiskassen... (19691212)

 

naad

voegwoord

nu (nu dat...)

Naad zen vrouw dertussent is, heetie de zrg vur drie kiendjes.

 

naaget

samentrekking

nu je het

SJAREL. J, naaget zegt, daor stao me ok iets van veur. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 20 april 1945)

 

naagtemiddag

bijwoord

vanmiddag; verbastering van 'na de middag'; mogelijk ook bedoeld als 's middags in het algemeen

Van Delft - - Is iemand niet thuis, dan "is ie krk weg", "komt seffens thuis" of: wij komen "saanderdags" of "van 't naagtemiddag mar weer is aon". (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 110; 20-04-1929)

 

naaje

werkwoord, zwak

1. slaan

WBD III.1.2:30 'naaien' = slaan; ook: 'ertegenaan peren, bossen'

WBD III.1.2:57 'een labbezoet geven'

erop naaje - erop slaan.

B ik zal em es p zen gezicht naaje - slaan

2. snel weglopen, maken dat je wegkomt

- uitdr. der tussent naaje - er vandoor gaan, 'm smeren

- naajt em! - smeer 'm, maak dat je wegkomt! hoepel op!

V naajtem Pius

W iemand deej die der tussen tnaaide, wies ik ok, die liep ineens hl hard. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

WBD III.1.2:128 'daaruit naaien' = op de loop gaan

WBD III.1.4:238 'eruit naaien' = kwaad weglopen

Fries - tnaaije 'ervandoor gaan' (Posthumus)

3. aannaaien, aanzetten

Cees Robben: 'hij naait oe impesaant 'n oor aon'

WBD III.1.2:84 'naaien' = smijten; ook! gooien'

4. gemeenschap hebben

WBD III.2.2:105 'naajen' = geslachtsgemeenschap hebben

Lodewijk van den Bredevoort -- en toen naaide hij ze z det de tift langs der bne liep. (ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

► wegnaaje

Overige bronnen

Bosch naaie - naaien; slaan, schoppen; beetnemen, afzetten; hard weglopen naaje - naajde - genaajd

Cornelis Verhoeven: NAAIEN (nje) onov. en ov.ww - 1. met naald en draad kleren maken of verstellen; 2. grof woord voor: slaan: 'rop nje; 3. grof woord voor: overhaastig weggaan; 'r t nje.

Antw. NAAIEN zie wdb.; bij 't gemeen voor 'futuere, coire' (ook in Mnl.)

Jan Naaijkens, D's Biks: naaje ww - naaien

 

naajgat

zelfstandig naamwoord

vrouwelijk geslachtsdeel

WBD III.1.1. lemma  vrouwelijk geslachtsdeel naaigat, uitsluitend opgetekend voor Tilburg

 

naamerlek

bijwoord

namelijk

- Et begos namerlek 'n bietje langdraoerig te wrre. (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

naamp

oude verleden tijd van 'neeme'

nam

Kees en Bart: in dienst naamp

Cees Robben Tiest Vermeeren naamp unne raomscheut... (19560428)
Cees Robben En hij naamp rap de beene... (19700213)

Antw. NAAM - 2e hoofdvorm van 'nemen'; ook NAMP

 

naanie
samentrekking
nu niet
Cees Robben Dus naa-nie of dan nie of nt nie... (19640710)
Cees Robben Toenie.. Naanie... N-notnie.. (19861128)
 

naarcht, rrecht, etc.

zelfstandig naamwoord, mannelijk, en dus niet onzijdig

aanrecht

WBD naarcht, aonrcht - aanrecht

uit 'den aanrcht': proclisis fonologische varianten: nrcht, nrcht

 

naatie

samentrekking

nu hij

SJAREL. Wel, ik denk, naatie getrouwd is (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 27 april 1945)

 

naaw, naa

bijwoord

nou, nu

DANB d wrdt naaw en hil nuuwe stad

K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - NOUW - nu, nunc, iam. Kil.

 

naaw

bijwoord, bijvoeglijk naamwoord.

nauwkeurig, precies, net; nauw, eng

D stikt nie z naaw - Dat komt niet zo net

Van Delft - "'t Zit er nauw in", zegt de kleermaker, die maar amper een kleedingstuk uit een lap stof kan maken. Hetzelfde zal ook een ander vakman zeggen, die slechts met moeite de benoodigde hoeveelheid materiaal voor een bepaald werk heeft. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 109; 13 april 1929)

Bende gek z naauw motte nie speuren. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit t klokhuis van Brabant 9; 22-02-30)

Pierre van Beek: Et zit er naaw in - een lap stof is volgens de kleermaker amper groot genoeg voor het gewenste

- Hij is erg nauw in 't kruis. - Hij is zeer conscintieus, gewetensvol. (A.J.A.C. van Delft; 1961; in: Nieuwe Tilburgse Courant, Bekoring van dialect; Typische zegswijzen uit onze streek; uit de volksmond opgetekend)

Dialectenqute 1876 - naauwe schoene - nauwe schoenen

WBD III.4.4:225 'nauw' = idem, eng, ook 'smal', 'krap', 'bekremmeld'

Jan Naaijkens, D's Biks: naaw bijwoord - precies, nauwkeurig

A.P. de Bont: na.u, bijvoeglijk naamwoord. en bijw. naauw - nauw, nauwkeurig, juist, precies

Antw. NAUW bvw - zie wdb. - Het nauw zuken - alles scherp nagaan

 

naaw

voegwoord

nu

Naa et blft sneuwe, gao ik nie de deur t.

 

naawe

werkwoord, zwak

nauwen, spannen, nijpen, erop aankomen

- naawe - naawde - genaawd

Cees Robben t Begienter te naauwe... (19691010)
Cees Robben [Man spreekt] Ik ben thuis den baos.. Mar as t er naauwt is ons vrouw den baos... Mar as t er naauwt en wedernaauwt, dan ben ik den baos... [Dan heb ik hetlaatste woord...] (19811113) Robben voegde aan deze prent een voetnoot toe: t naauwt er = t spant er wedernaauwt: t spant er heel erg.

Henk van Rijen:  naaw naaw et er - nu gaat het spannen

CiT (104) 'Naaw nawet er' - nu spant het er

Haor naawe - spannen

Antw. NAUWEN ww.onp. - Nijpen, gevaarlek worden. (Ook in Mnl.)

Hoeufft: NAAUWEN voor benaauwen. B.v. Niemand weet waar het naauwt.

A.P. de Bont: na.we(n), zw. onpers. ww. naauwen - nauwen, "het aanwezig zijn van groote drukte, haast of levendigheid" (Brabantius): 'Et naawt er' - men is er zeer druk, zeer gehaast; ook: er wordt hevig getwist.

Jan Naaijkens, D's Biks: naawe ww - spannen: 't naawt erom - 't is 'n dubbeltje op z'n kant

Hees 't naawt (VIII:11)

 

naken

zelfstandig naamwoord

Nicolaas Daamen woordenlijst 1916: "naken - 't is 'n vies naken (een vreemdsoortige vent)"

 

naks

bijvoeglijk naamwoord

Henk van Rijen: naakt

 

nao, n

bijwoord, voorzetsel

na

N zis uur koom ik nao. - Na zes uur kom ik na./ n zisse

Dirk Boutkan:  (blz. 41) 'nao/ n ' als ww-deel

Cees Robben Nao al t zuut der vurrige daogen/ t zilte naa op oewen dis..... (19540306)

 

naobuur

zelfstandig naamwoord.

nabuur

Dialectenqute 1876 - de genoddigde gaaste, vrnden en noabure

WBD III.3.1:520 'nabuur' (ook naober) = buurman; ook genoemd: 'buurman, gebuur, buur, naaste buur'

WNT NABUUR

 

naod, naoj, naoie, ndje, naojke

zelfstandig naamwoord

naad

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: vrtdoen d oew naoje kraoke ('75) - je uit de naad werken

KAREL. Nou me dunkt! Ge ziet bekaant niks aanders dan naoie! Ik wed dettie wel uit virtig verschillende lepkes bestao, diechche aon bekare het gedriegd. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 15 december 1944)

WBD naod (II:923)

Bosch naod - naad

naden; spieren van het lichaam

Cees Robben oew naoi kraoke... (19660225) [van het werken]

 

naogel

zelfstandig naamwoord.

nagel

Pierre van Beek Met iemand, die "geen naogels heej om z'n eigen te krabben" is het al niet veel beter gesteld als met degene, die "gin hem(d) aon z'n lijf heej". (Tilburgse taalplastiek 14 Nieuwe Tilburgse Courant dinsdag 23 mei 1950)

Frans Verbunt: ginne naogel hbben om n oew kont te krabbe

Ts han ze ginne naogel gehad om der kont te krabbe. Kaole kak waar et en daor waar alles meej gezeej. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

Frans Verbunt: zenge vuulen as en vloj tusse twee naogels

J et rke Romse lve hiet dieje td naa. Mar zo rk waare de miste meense toen nie. De fabriekaanten n pestoors wl. Mar veul Tilbrgse aawers han de grotste moeite om al die Romse mundjes te vulle, n sommegte waare meej al der knderrkdom zo rm as Jb. Die han dikkels gin rome in der bkske leut, jao zogezeej gineens ene naogel om n der kont te krabbe! (G. Steijns; Grot Dikteej van de Tilburgse Taol 2005)

Stadsnieuws: Zenge vuule as en vloj tusse twee naogels (090408)

WBD III.2.1:499 'nagels' = klauwen

A.P. de Bont: noa.gel, zelfstandig naamwoord, mannelijk. - nagel l)het bekende hoornachtig bedeksel van vinger of teen; 2)spijker; 3)navel.

 

naogelbk

zelfstandig naamwoord

Frans Verbunt: navel

WBD III.1.1:124 'nagelbuik - navel'

Stadsnieuws: n waast ok oewen naogelbk goed t: in de kltje woonen ok meense (250407)

Jan Naaijkens, D's Biks: naogelbik zelfstandig naamwoord - navel

 

naogelgrs

zelfstandig naamwoord

kruidnagel, 'krnaogel', 'kruinaogel', 'kruidnaogel'

WBD III.2.3:132 'nagelgruis' = kruidnagel

WNT NAGELGRUIS, in het algemeene Ndl. minder gewoon dan b.v. in het Fries 'nagelgrs' - gebroken of gemalen kruidnagelen

 

naogoje

werkwoord, zwak

nagooien

WBD nagieten (afspoelen van een onthaard geslacht varken)

 

naoje

werkwoord, zwak

naaien

DANB en getrouwde vrouw moet kunne naoje

WBD 'nje' en naoje (II:923,922)

WBD oover et kpke naoje (II:1192)-over (het) kopje naaien (= overhandsen)

naoje - naojde - genaojd

M In tegenstelling tot in 'zaaje, maaje, graaje' heeft de stamklank zich in 'naoje' niet gehandhaafd, wegens de homofoon 'naaje'(= coire)

A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Geen umlaut, (volgens krt.48 en blz. 91/92)

 

naojmdje, -mske

zelfstandig naamwoord.

naaister, modinette Frans Verbunt: we speule hier nie meej de naojmdjes (gezegd bij het kaarten)

WNT NAAIMEISJE - dat bij een naaister werkzaam is en aldus meteen het vak leert

 

naojmesjien

zelfstandig naamwoord.

doede d opt naojmesjien?

Antw. NAAIMACHIEN zelfstandig naamwoord.o. (niet v.) - naaimachine

 

naojmske, -mdje

zelfstandig naamwoord.

naaimeisje

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: meej gin naojmskes speule (HM '70) - kaartterm! niet met ondeskundigen spelen

 

naojring

zelfstandig naamwoord.

naairing

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: nen naojring vl (De'59) = niets (naairing = vingerbeschermer bij het naaien, die aan twee kanten open was)

 

naojspaon

zelfstandig naamwoord

WBD naaispaan: het instrument waarmee men bij het naaien de stukken leer bij elkaar houdt (II:731)

 

naojster

zelfstandig naamwoord

naaister

 

naokend, nkt

bijvoeglijk naamwoord

naakt, bloot, simpel

gezegde -- en naokende tas teej - kopje thee zonder koekje o.i.d.

Naarus Brieven van een oud-Tilburger (1940; CuBra) Dat ziedde in oewen gist van die stoere Batavieren mee bistevellen om, mee de hore op dre kop daor rondwaandele. Ge ziet er om n kampvuur zitte, waor ze in wild vrkske of n hert aon t rosteren zen, naokende Batavierenkiendjes dartelen om oe henen en perbeeren iets te raoken mee dr pelsjes en bugskes.
Lechim uit: Vuls te ht (ongedateerd)
'n Moeder roept: Md schaomt oe ge
Mee zo'n bekaant host naokend kld!
't Is mn wel goed hoor, zee d'r dochter
Vur iets aanders is 't te 'ht.
Lodewijk van den Bredevoort Naa, ik wil gaon vraoge of we meuge gaon fietsen, ik doe de deur van de kaomer oopen en zie hullie baaie spiernaokend liggen.(uit: Kosset dn brne eigelek wel trkke?, 2006)
Piet van Beers (CuBra)
n konde irst n kiepenaai
vur n naokend kwartje haole!!!
Strak zn de aaikes (lt mar op)
vur gin goud nog te betaole.
En moeder roept: Md schaomt oe ge/ meej zon bekaant hst naokend kled/ Tis mn wel goed hor, zeej der dchter/ vur iets aanders ist te het (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Vuls te het)

WBD III.1.3.19 'naakt' = naakt; ook 'bloot', 'naaks'

WBD III.1.3.20 'nakend' = idem

A.P. de Bont: bijvoeglijk naamwoord. 'nakend' - naakt

Jan Naaijkens, D's Biks: nakend bijvoeglijk naamwoord - naakt

A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - nakend - naakt (div. dial.) = mnl. nakent

WNT NAAKT, daarnaast in de gesproken taal: NAKEND

 

naokwalm

zelfstandig naamwoord

PM onaangename nawerking na een genot

Henk van Rijen: nagalm, gevolgen, uitvloeisel

Stadsnieuws: Agge zukke dinger doet, moete de naokwalm kunne veele (251009)

WBD III.4.4:253 'nakwalm', 'nagalm' = echo, ook: 'galm', 'weerklank'

Cornelis Verhoeven: NAKWALM (naokwalm) m - onaangename nawerking na een genot (zie blz.99)

 

naom

zelfstandig naamwoord

gez. D kunde ginne naom geeve: Je kunt de reden niet noemen

M noam

Cees Robben: ik kan naa nie p deren naom koome;

Stadsnieuws: et maag ginne naom hbbe (110206)

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord, mannelijk. 'naom' - naam; verb. 'z'ne naom zette' tekenen.

 

naor, nr

voorzetsel

naar

Nr school, nr hs, nr et wrk Waor kkte naor? - Waar kijk je naar?

B n - naar

Cees Robben Den irste zondag van de maai/ dan trokken wij dur stad en haai/ mee de meziek naor Meuleschot/ naor Ln of Beek.... (19540508)

 

naorcht

zelfstandig naamwoord

Frans Verbunt: aanrecht

Cees Robben Waor leej mn schaors, troeleke..? .. Op dn naoricht.... menneke... (19580118)

nrrcht

 

naoste
bijvoeglijk naamwoord
volgende
Cees Robben de naoste week krg ik den uitsleutel... [uitslag] (19641009)
 

naovraog

zelfstandig naamwoord

navraag, extra vraag naar iets

...ze moessen er nog enkele rijen stoelen bijzetten omdetter zooveul naovraog waar. (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 11; NTC 10-12-1938)

 

nat

bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord

Henk van Rijen: bekakt, dikdoend

WBD III.1.2:267 'gezworen nat' = etter

WBD III.2.2:30 'nog nat' - nog niet zindelijk (kind)

WBD III.2.3:154 'nat' = sap (van bv. vruchten)

WBD III.4.4:49 'het is een natte' = druilerig, nat weer

Id. 50 'nat weer, natte kou' = koud, nattig weer

 

nathaawerke

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

HTW borreltje, drankje

 

nathiel

zelfstandig naamwoord

sjieke lui, kakkerige mensen

W hk men ge dikkels op zitte vrte bij die nathielen in de keuke. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

 

natmaoke

werkwoord, zwak

natmaken

WBD weken: het in water leggen van loopzool en ander leer (II:756)

- natmaoke - mkte nat - natgemkt

- ook vocaal krimping in tegenwoordige tijd: gij/hij mkt nat

 

natnk

PM pedant, arrogant iemand

Cornelis Verhoeven: NATNEK (natnk) m - onervaren, onwijze en niettemin zelfverzekerd optredende persoon. Z.a.

WNT niet vermeld

Van Dale: NATNEK (volkst.) nathals; ook voor: vent v. niks, waardeloze kerel.

Jan Naaijkens, D's Biks: natnk zelfstandig naamwoord - ingebeeld sujet ... z.a.

 

natsjaak

zelfstandig naamwoord

natnek, verwaand persoon

- Hij komt veul bij z'n natsjaakekeffee p et Piusplein. (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

- Ik zeg: Naachtburgemister? gaode gij dan mar gaaw nor oew kameraoi op et gemintehs, tusse de aandere natsjaake zitte.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

► natzwiebel

 

natteghd

nat weer

zelfstandig naamwoord

We krge ng veul natteghd

Antw. NATTIGHEID zelfstandig naamwoord, vrouwelijk. - regen, sneeuw, stofregen (ook in Brab.)

 

natteneerke

zelfstandig naamwoord

dasje of strikje; van: nette heer, net heertje

- Daor was is in Bosse koopvrouw in dskes en petten en zoo, en die verkocht goed, want ze was er hendig aon. t Mist waren het van die strikskes die ge met in klemke aon oewen boord kost klemmen. As ge bij die vrouw is in dr kraom keekt, dan sprong zop oe aaf, en t volgend oogenblik hadde al zon strikske onder oew kien vaast zitten. t Zelfde moment hazze de spiegel vur oe neus hangen en dan zizze op zn Boschs: Kaik nou is, bende nou niet innen natten Eer? In de miste gevallen wier der zeuve stuiver betaold en gongen ze as Nette Heeren verder, mar die dskes, die hietten nao dien td nie mir, daske of strikske mar Natteneerkes en ds lang zo gebleve. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

 

natzwiebel

zelfstandig naamwoord

natnek, aansteller

- die natzwiebels van de T. (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

ne, nen

lidwoord

een ('n), mannelijk (slot-n is fonetisch geconditioneerd, d.w.z. verschijnt vr onmiddellijk volgende klinker, h, d, t, b en r.)

Nieuwe Taalgids 78:537. Ontstaan uit 'ene(n)'

nen heer, nen boer, nen hof, nen aawen dmstk, ne pestoor, ne kster

Antw. NE, NEN (toonloze e) - een, Fr. un; vr een mann.zelfstandig naamwoord.: ne mens(ch), ne goeie jongen, ne kleine wagen. Begint het onmiddellijk volgende woord met b, d, h, r, t of eenen klinker, dan zegt men 'nen': nen heer.

 

n

tussenwerpsel

nee(n)

Cees Robben: Naa schrk ik nie, o n d nie; hoe-jee n; nee, geene kaant t;

Cees Robben: tis makkelek 'n' zegge, agge nie wrdt gevraoge; n, d nie d;

 

nf, nfke

zelfstandig naamwoord

neef

nf n nicht

Nicolaas Daamen woordenlijst 1916: "kezn, nf - neef"

gij nichjes en gij nefkes, (Piet Heerkens; uit: Dn rgel, Van de luien bekker, 1938)

Dirk Boutkan:  (blz. 59) onze/ jullie/ hullie neef

 

ng

bijvoeglijk naamwoord

vurig, nijdig, pienter, driftig

Dialectenqute 1876 - ng ( = fr- mme) en ng mnneke - een pienter ventje, een vurig ventje

Toe dsse ng wier n de Jaon/ en goei opmieter kreg. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Blot slao dod...)

Henk van Rijen:  w wier ie wir ng - wat werd hij weer nijdig!

Cees Robben llieje Sjennie is n nch hundje... D-wel.. Hij is vernoemt flnich.. (19600122)
Cees Robben uit de hgte.. en w ng (19611201)

WBD III.1.4:31 'nijg' = vlug van begrip; 218 'nijg' = onstuimig

WBD III.1.4:143 'nijg' - flink; 227 'nijdig' = boos; 229 'nijg' = driftig

Jan Naaijkens, D's Biks: ng - bijvoeglijk naamwoord - nijdig, driftig

Antw. NIJG bvw+ bijwoord - moedig, werkzaam, driftig, geweldig, fel. (ook in Brab.) E nijg prd. 'Ne nijge werkman. Loopt zoo nijg nie.

Cornelis Verhoeven: NIJG (ng) bijvoeglijk naamwoord - driftig, gehaast: 'n ng mnneke; ook: vlug, op korte termijn.

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord. vr. ' nijgigheid' - haast, drift. bijvoeglijk naamwoord + bijw. ' nijg' - vurig, driftig, vlug, fel, hard. Z.a.

 

neege

telwoord

neegeste - negende

Cees Robben: neege mnde llnde; ene neegeneuger; Dialectenqute 1876 - nge (sic)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: tisser ene van de neegenenneegeteg (D'16) - bedoeld wordt: een school meester. (Variant: Negenennegentig schoolmeester, honderd gekken, in Oost-Brabant, 1892)

Goem. NEGEN - n:ge tw.: mej ons n:gene; NEGENDE - n:geste

 

nge

neigen/ nijgen

werkwoord, zwak en sterk

nge - ngde - gengd / nge - neg - geneege: geen vocaalkrimping

 

neegende

telwoord

negende

Dirk Boutkan: : blz. 90

 

neegeng, neegenger

zelfstandig naamwoord

negenoog

1. riviervis

Wiki - De prikken, lampreien of negenogen (Petromyzonidae) zijn een familie van kaakloze vissen (Agnatha). Er zijn ongeveer 40 soorten, waarvan de meeste in zoet water leven. De mond is rond (zie afbeelding) en volwassen dieren hebben een rasptong met tandjes. Sommige soorten zuigen bloed bij andere vissen. De rivierprik (Lampetra fluviatilis) is een vissoort uit de familie Petromyzontidae.


Rivierprik - bron: Wikipedia

2. Karbonkel

Wikipedia - Een karbonkel, negenoog of koolzweer is het voorkomen van een aantal steenpuisten die naast elkaar in hetzelfde gebied bestaan, soms onderling vervloeiend.

Cees Robben Onze Peer hee unne pst in zunne nek z grt as unne riksdaolder... Unne negen-euger zeker..? (19811023)

Hein Quinten - Kh veul laast van unne negenger. (Tilburgse spreuken; ca. 1990)

 

neeje

tussenwerpsel

nee, neen

Kees en Bart: neeje

 

neeme

werkwoord, sterk

nemen

Cees Robben: Gij moest en vurbild neemen n nzen nuuwen buurman.

B neeme - nom/naam - genoome;

Dirk Boutkan: : neeme - naam - genoome

- vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij nimt

Dialectenqute 1876 - ik neem, veranderd in: ik nim, hij nimt

Dialectenqute 1876 - Ze nmen ( van mme. fr.) aalles wetter te krgen is

Goem. NEMEN - n:me wkw (namp, gene:me)

 

n-ntnie
samentrekking
nee, nooit niet
Cees Robben Toenie.. Naanie... N-notnie.. (19861128)
 

nep

persoonsvorm

kneep

- verleden tijd van npe

 

npe

werkwoord, sterk

knijpen

npe - nep - geneepe

vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij npt

em npe - in de knijp zitten, in angst zitten

Dirk Boutkan:  (blz. 40) in verl. tijd: nep, maar: nipte gij?

Stadsnieuws: Ge meugt wl in oew haande npe dt amml goed aflopt (180309)

WBD III.1.2:106 'nijpen' = knijpen 106 'nijpen' = knellen

WBD III.1.3:211 nijpen' = knellen gezegd v. schoenen; OOK: 'wringen, drukken'

Antw. NIJPEN zie wdb. Fig. iemand nijpen - hem te veel doen betalen; straffen, doen uitboeten: Ge moet die krel maar is wel nijpen.

Jan Naaijkens, D's Biks: npe ww - knijpen WNT NIJPEN - Wsch. in verband staande met o.a. KNIJPEN

 

nperd

knijper; bangerik

zelfstandig naamwoord

Antw. NIJPER zelfstandig naamwoord, mannelijk. - nijdigaard, heimelijke persoon.

 

nreges

bijwoord

nergens

- n et lkt nt nreges op.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

nrf

zelfstandig naamwoord

nerf, 'bladaojer'

WBD huidschimmelziekte (bij koeien), ook genoemd 'kjeghd'

WBD 'nref' - nerf, de nerflaag, kant v.d. huid waar haar heeft gezeten.

WBD 'nrefkaant' - nerfkant, behaarde kant v.e. huid (II 595)

WBD 'kalfsnref' - kalfsnerf (bep. leersoort) (II 663)

WBD 'slangenref ' - slangenerf (bep. leersoort)

WBD 'vissenref' - vissenerf (bep. leersoort)

WBD 'genreft lr' - generft leer

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord, mannelijk. 'nerf(t)'- de hardere, van oneffenheden voorziene buitenkant van leer; 2) begroeide bovengrond, bovenkorst van wei- of hooiland.

 

neering

zelfstandig naamwoord

nering

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: neering is gin rve (Kn'50): alleen een zaak of winkel brengt de klandizie niet aan; wat de eigenaar doet, is ook belangrijk

 

neet

zelfstandig naamwoord; luis

WBD III.4.1:26 'kale neet' (= kaole neet) - jong en kaal vogeltje; ook: kaol jong of nestjong

Hoeufft: NEET-OOR voor een kittel-oorig mensch.

Cees Robben - Vruuger zaate in de luis... En naaw vort in de neeten (19721208) [De prent gaat over de kosten van het sinterklaasfeest; na de tekst van Robben is een gedrukte Voetnoot toegevoegd: Luis moet men verstaan als kinderen. Neeten staan hier voor kleinkinderen.]

 

neetekont

zelfstandig naamwoord.

Van Delft - "Hij is een neetekont." Dit is: Hij is een akelige, humeurige kerel. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 109; 13 april 1929)

 

neteldoek

Ill.: Thom

zelfstandig naamwoord.

1. plant

WBD neteldoek (II:880)

WBD III.4.3:224 neetelduukske - salomonszegel (Polygonatum multiflorum)

2. stofnaam (textiel)

neteldoek
J.T. Bonthond, Woordenboek voor de manufacturier (1947) Neteldoek - Ongebleekt katoenen weefsel. Soms gebleekt, geverfd of bedrukt. Oorspronkelijk gemaakt van brandnetelvezels. Toepassing: voeringstof, overhemdenstof, enz.

Tilburgsche Courant, 9-5-1878


WBD II.4. p. 878-9 Oorspronkelijk uit netelgaren, later van licht katoen of mousseline vervaardigd los weefsel in effen binding" (Van Dale). Van Breugel zegt op p. 62: Neteldoek, dat hoofdzakelijk voor morgenmutsjes werd gebruikt, kwam uit Zwitserland, uit Sint-Gallen; men kende drie soorten." Op p. 82 zegt Van Breugel i.v.m. het maken van de rouwpoffer: De linten, welke bij de zondagse poffer uit een soort damast bestonden en gemaakt waren van zuivere natuurzijde of van kunstzijde, waren bij een rouwpoffer van books of neteldoek."
neteldoek: nteldoek, K 183 (= Tilburg)
WNT lemma Neteldoek 1911 - znw. onz.; het zeldzame mv. ter aanduiding van verschillende soorten. ↪Benaming voor een soort van losgeweven stof, vroeger vervaardigd uit de bastvezels van sommige soorten van netels (zie OUDEMANS, Leerb. 2, 602), later van lijnwaadachtig katoen (KUYPER, Technol. 2, 266), en in dat geval hetzelfde als mousseline (Ald.). Hedendaags word geen netel-doek meer uit de netelen vervaardigt, schoon men veelerleij zoorten van zeer fijne of grover witte stoffen heeft, die den naam van netel-doek draagen, maar die van Vlas of Katoen, inzonderheid van de laatste gemaakt worden, en meest alle uit Oost-Indin, Persien, enz. koomen, CHOMEL 2286 a [1771]. Van de groote brandnetel is de bast van de steng dikwijls gebezigd om daarvan eenen fijnen en vrij sterken draad te verkrijgen, hetwelk nog voor weinige jaren in Duitschland herhaald is. Van daar de naam neteldoek, sedert door weefsels uit katoen geheel en al verdrongen, V. HALL, Landh. Flora 196 [1854].

 

neetoor

zelfstandig naamwoord

pestkop, treiteraar, judas, plager

Anoniem 1959
De meulesteller was unne neetoor,
die Nillus wel 'n bietje zocht,
Om dettie bij hum, gin sigaore
of 'n rulleke pruimtebak kocht.

(...)
Mar de meulesteller was nie te genaoke,
die liet zun eige nie vur gleupert en neetoor uitmaoke.
(Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 19 november 1959; Uit Tilburgs folklore - 'n Kaoi rikkemedaosie)
► voor de volledige tekst zie rikkemendaosie.htm

Cees Robben Lpt naor de hel neet-r... (19730608)
Cees Robben t zen neet-ren van jong (1650115)
WBD III.1.4:82 'neetoor' = persoon met een lastig karakter

WBD III.1.4:102 'neetoortje' = lastig kind

WBD III.1.4:409 'neetoor' = geniepige plager

Cornelis Verhoeven: NEETOOR m - pestkop, plager, iemand die spijkers op laag water zoekt. (= niet-oor? z.a.)

Antw. NEETOOR zelfstandig naamwoord, vrouwelijk. - (met zachtl. e en schrpl. o) - kregelig, vitziek, kitteloorig persoon.

WNT NEETOOR - in versch. bekend als scheldwoord vr een kitteloorig, vitziek, bedillerig iemand.

 

neeve

voorzetsel, bijwoord

naast, neven; bij de buren

Den boer liep neeve zen prd. - De boer liep naast zijn paard.

Enqute over Je favoriete Tilburgse woord op Facebookpagina Je bent een echte Tilburger als... maart 2013 -

 

WBD III.1.4:l6 'erneven zijn', 'erneven zitten', 'ernaast zijn', 'ongelijk hebben' = zich vergissen

WBD III.1.4:245 'erneven vatten' = teleurgesteld worden

WBD III.4.4:l33 'neven' = eerstvolgend, ook '(daar)naast', 'achter'

Bosch neve - naast, ernaast, vlakbij

Cornelis Verhoeven: NEVEN (neffe) voorzetsel - naast. Vgl. 'langs'

Antw. NVEN en NEFFEN voorzetsel Hetz. als nevens, Fr. ct de, prs de. Hij woont hier nven de deur. Er nven zijn - mis zijn. Dat is er nven - verkeerd.

WNT NEVEN, ook NEFFEN

 

nffe

voorzetsel

naast, neven

Nffe wie zaate gij? - Naast wie zat jij?

Cees Robben En zit de rest dr neffe (19600916)

Interview met de heer De Kok (1978) j, ik kn die straot  nffe b, nffe et spoor daor! Zuidoosterstraot! KLIK HIER om de audiobestanden van dit interview te beluisteren )

De Wijs -- j Kees, ik z wel neffen oe willen gaon zitten.. mar d stao nie (16-01-1975)

er nffe zn

iets verkeerds doen, het mis hebben, abuis zijn

KAREL. D was er neffe zeker? (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 20 april 1945)

De Wijs -- (uit diepzinnig gesprek opgevangen) - ik zeg ik docht dekket goed daacht mar j, ik was er neffe omdk daor z gezegd zogezeed gin gedaacht op gehad had. (17-10-1966)
Cees Robben N meneer... Ge zt er neffe... (19580315)
Cees Robben gedoegeter neffe [je doet het ernaast = verkeerd] (19560707)
Cees Robben D was er neffe, meneer... (19791123)

nffe et ptje piese

naast het potje plassen

Frans Verbunt: nffen et ptje piese - zich ergens aan schuldig maken

 

WNT NEVEN, ook NEFFEN

Bosch neffe - naast

Jan Naaijkens, D's Biks: nffe voorzetsel - neven, naast, mis; ge zit 'r himmel nffe

Antw NEFFEN zie 'neven'

Hoeufft: NEFFEN, neven of nevens, voor 'langs' of 'voorbij'; b.v. 'zult gij eens aankomen, als gij eens nffen gaat?'. Zoo ook zegt men 'iemand neven sturen' voor 'iemand aan de deur afwijzen'; het zal dus wel zooveel zijn als iemand naar het nevenstaande huis verzenden.

 

nffenaaf

samengesteld bijwoord uit neven en af, beide in de betekenis langs,
er langs af
Cees Robben Waast er drrem neffenaaf..../ en blijft van oew krsken aaf...! (19550226) [CRW In deze prent bij Aswoensdag 1955 neemt Robben een loopje met het Askruisje dat op Aswoensdag door katholieken gehaald werd in de parochiekerk. De katholieke folklore wilde vooral onder kinderen - dat dit kruisje niet mocht worden afgewassen. Uiteraard lukte dat nooit. Toch had Robben in deze prent een tip om een poging te wagen: wel in bad gaan, wel wassen, maar er neffenaaf, eromheen, en dus vooral niet aan je kruisje komen.]
Cees Robben Desser vlak neffenaaf.. (19681025)
 

nftenalte

onbepaald voornaamwoord

geen van allen

De Wijs -- Hedde gllie de [d] neftenalte nie? (geen van alle niet) (17-10-1972)

 

negoosie

zelfstandig naamwoord.

handel

Van Delft - "As 't was da (indien) 'k ne vent kos kreijgen, dan liet ik munne negotie vaoren." Dreef ik geen handel meer. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929)

 

nei

bijvoeglijk naamwoord

nieuw

en nei boks, een nieuwe broek

voor Tilburg nog niet opgetekend

iets neis: iets nieuws

Achche zelf iets neis moet koope laote zoe betaole dechche nie wit waor che blft. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 2 februari 1945)

 

nk, nkske

zelfstandig naamwoord

nek

Cees Robben In oew bekske... dur oew nekske (19601007)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: zooas de nk draajt, draajt de kp (Pierre van Beek: Tilburgse Taalplastiek 1970) - de man schikt zich gewillig (de vrouw heeft de broek aan)

WBD III.1.1:111 'nek' = hals

 

nkke

werkwoord, zwak

nekken, de nek omdraaien

De Wijs -- Zukke meense mossen ze nekke (feb. 1962)

 

npt

persoonsvorm van werkwoord 

knijpt

Hij npt en eugske toe. - Hij doet een oogje dicht.

-2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'npe', met vocaalkrimping

overlijden

Cees Robben Het mar ginne bange degger tussen uit nept, Jaon... (19720519)

 

nptang

zelfstandig naamwoord

knijptang

A.P. de Bont: neptang, zelfstandig naamwoord. vr. - nijptang

Antw. NIJPTANG (ook met verkorte ij uitgespr.: neptang) zelfstandig naamwoord, vrouwelijk.

Jan Naaijkens, D's Biks: nptang zelfstandig naamwoord - knijptang

 

nrgeraand, nrgaand, nrgeraans, nvveraans, nrges

bijwoord

nergens, nergens anders

►nievraans, nergens ►ievraans, ergens

Van Delft - "Nergeraans" (men zegt ook "nergeraand") beteekent: nergens. Zelfs hoort men gecombineerd zeggen: "ievraand ergens". (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929)

"Ik zie niks, hier nie, ginder nie, nergerand nie!" (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in NTC 31-12-1938 18-2-1939)

n Paor daog laoter zik, k z hil de stad afgewist, dr zen nvverans gin Noren [schaatsen] mir te krge... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

De Wijs -- As get nergenns veint, motte ieveraans kkke (23-10-1963)

Cees Robben: Hdde gllie rgeraand n gedraajd? N, nrgeraand.

Cees Robben: netuurlek wir ieveraans nirgeleej, n nrgeraans mir te vne;

Cees Robben: we gn tch nrges nr toe;

Mar nrgeraans was ie gewist/ niemand had em gezien... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Toe de aaw toe)

Ik haol wir vorsgebakke mik/ bij onzen gen bekker/ want toen die meej vekaansie was/ wast nrgeraans zo lkker. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Wir int gerel)

Tiest foeterde d hil de wreld/ nrgeraans gin rust mir gaaf... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Nrgeraans gin rust)

Tis wl en vrmde krstgedaachte/ Tch . . . hoek de wreld ok bekk,/ hst nrgeraans is iets te vne van krst-vreede in de praktk. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Vreede n Sneuw...)

Interview met de heer De Kok (1978) Op den Heuvel n de Besterd, aanders nrgerand nie KLIK HIER om de audiobestanden van dit interview te beluisteren

 

Bosch nergand - nergens

Antw. NERGERANS bijwoord - nergens, Fr. nulle part. Ook: nieverans en nievers

Hoeufft: NERGERHANDS, voor 'nergens'. ERGEND, voor 'ergens' z.a.

Cornelis Verhoeven: NERGAND bijwoord - nergens (wsch. hypercorrecte vorm naar 'iemand'; zie blz.27)

A.P. de Bont: nrgent, nr(e)ges - nergens

 

nt]
bijwoord
precies
Cees Robben t Is net z ge zegt (19720421)
 

netuurlek

bijwoord/bijvoeglijk naamwoord

natuurlijk

Kees en Bart: 'netuurlijk'

Cees Robben: netuurlek wir ieveraand nirgeleej;

Cees Robben: die hdde netuurlek wir ieveraans verloore geleej;

WBD III.1.4:57 'natuurlijk' = idem; ook 'tuurlijk'

 

n

tussenwerpsel

Henk van Rijen: hoeft niet, niet nodig

 

neudoek, neusdoek

zelfstandig naamwoord

M omslagdoek

zie ook: neuzek

Nicolaas Daamen woordenlijst 1916: "neusdoek - kleine omslag doek voor burgervrouwen"

WBD III.1.3:154 'neusdoek' = sierlijke omslagdoek met franjes

WBD III.1.3:156 'neusdoek' = bont geruite langwerpige omslagdoek

WBD III.1.3:150 'neusdoek' = omslagdoek

A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Tilburgs westen: neuzdoek, nuuzdoek, nuzdoek; oosten: nuzzek, neuzek (blz. 148)

A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - krt.97: neusdoek

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord, mannelijk. 'neuzek' - neusdoek, wollen omslagdoek over schouders en borst bij vrouwen.

Antw. NEUSDOEK zelfstandig naamwoord, mannelijk. - omslagdoek, doek dien vrouwen over rug + schouders dragen

Jan Naaijkens, D's Biks: 'neujzdoek' zelfstandig naamwoord - neusdoek

 

neuje

werkwoord, zwak

Dialectenqute 1876 - de genoddigde gaaste

WBD III.3.1:39 'noden', resp. 'uitnodigen, verzoeken, vragen' = uitnodigen

B neuje - neude - geneujd; ik neu, gij/hij neut

A.P. de Bont: n.je(n) zw.ww.tr. 'neuien' - noden, (uit)nodigen

Taalk. Mag. I:319 - NEUGEN = aanzoeken

 

neuke

werkwoord, zwak

- neuke - nukte - genukt

- met vocaalkrimping, behalve in inf., praes. meervoud, praes. ik-vorm

- uitmaken, deren; weggooien

Et nukt nie - het doet er niet toe, het maakt niets uit

Pierre van Beek: Nukt dieje rommel mar in den hoek - neergooien

Cees Robben Luste gllie sewle n tas koffie.. Ik neuk m aanders toch mar in den gtsteen.. (19720804)

Frans Verbunt: d nukt de baoker nie, ast kiendje mar gezond is

Vunderink - Den dksel eraaf, n toen hb ik die troep/ gelk in die pan meej soep genukt. (Henritte Vunderink, haovermoutepap, uit: Tis de moejte wrd; 2011)

WBD III.2.2:105 'neuken' = geslachtsgemeenschap hebben

Hees 't neuk, geneuk, nuksel (V:39)

Jan Naaijkens, D's Biks: neujke ww - neuken; weggooien, schelen

Antw. NEUKEN- bedriegen, foppen; - aan = knutselen, knoeien; kijven, grollen; telen

Cornelis Verhoeven: NEUKEN ov.ww - plat woord voor: neergooien: ik nukte 't gelk tege de grond. Ook onpers. en met ontkenning gebruikt om onverschilligheid uit te drukken: d nukt nie - dat maakt niets uit, dat kan me niets schelen.

ZAFR. NEUK, ww. (geneuk) (plat) 1. slaan, veral met die vuis; 2. lol, sanik; hinder: 'Hulle neuk al die heeldag met my'.

WNT NEUKEN - 6) van zaken: hinderen, er iets toe doen

 

neukepietje

zelfstandig naamwoord. verkleinwoord

onbeduidend klein kind

WBD III.4.4:223; 'neukepietje' = iets kleins in zijn soort, ook 'geneuk'

 

neuker

zelfstandig naamwoord

WBD III.4.4:297 'neuker' = kwart liter, ook 'halfke' of 'uppie'

 

neure

werkwoord, zwak

neurien

Laot ons simpele liekes neure;/ laot ons zingen en nie treure,/ w-t-er hier ok maag gebeure! (Piet Heerkens; Kritieke, gepubliceerd in De Zaaier, bijlage van de Nieuwe Tilburgsche Courant, 1941)

 

neus, nuske

zelfstandig naamwoord.

neus

Kees en Bart: 'net of w'uit ons neus bloejen'

...de vurste was zon amchtig kemiek mnneke mee zon aorig nuske... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: en neus as en schoenmaokersvthoorentje (D'16) spreekwoordelijke vergelijking.

Hij ha vrkeseugskes en n nuske om te laache. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: daor hoeft nie iedereen zen neus oover te snutte (Pierre van Beek: Tilburgse Taalplastiek 1968) daar hoeft niet iedereen zich mee te bemoeien

De knderkes staon alleml/ rme zo goed as rke / meej der nuske teege de rt/ nr et tgepakt te kke. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Sintreklaos ok)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: ieder moet er zen neus oover drge, tt Jan Rap mee zenen rgel ('70)

Dan zit ie frd op de tribune/ Z'n lekkend nuske af te buunen. (Gieleke wsch. ps. van Michel van de Ven (Lechim) ongedateerd knipsel uit onbekende bron; ca. 1960-1980)

Henk van Rijen:  gelk heej gin neus - het gelijk heeft twee kanten

WBD III.4.3:278 steeknuske, prikneus - bolderik (Agrostemma githago)

WBD III.1.2:340 'kwaaie neus' = uitslag onder de neus

 

neusgaote, neusgaoter
zelfstandig naamwoord, meervoud van neusgat

neusgaten
- Cees Robben Van unne kreugel worde nog is lilluk k... Daor krde grte neusgaoter van en lang reme... (19730330)

- Mar j, op 'n gegeeve moment begos-ie ammel moelek te doen n kreg-ie et en bietje hoog in zen neusgaote, dus de saomewrking wier verbrooke.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

- Die wve hbben et ammel fort futte hoog in der neusgaote.... (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

neuzek

zelfstandig naamwoord

neusdoek; omslagdoek, sjaal; op of onder jas gedragen

Interview dhr. Van den Aker -- 1978 -- Op men klumpkes ging ik nr, van de Koejstraot moes ik nr et Gurke toe n dan moes ik, dan was ik zon neuzek om, witte nie, mene krk in menen enen rem n men brod n den aandere kaant. (transcriptie Hans Hessels 2014) ► Klik hier voor audiofragment

 

nie

bijwoord

niet

Kees en Bart: niemir

Cees Robben Dus naa-nie of dan nie of nt nie... (19640710)

Dialectenqute 1876 - nimt ie nie meer? - neemt hij niet meer?

DANB hij kan nie vrt f trug

Henk van Rijen:  nie as naaw - nooit zoals nu

Henk van Rijen:  teege den aovend waar ie nie mir bekwaom - ... was hij dronken

Henk van Rijen:  nie noj - niet ongaarne, niet met tegenzin

Hoeufft: NIE, voor 'niet', in de meeste gevallen. Vaste regel is moeilijk te geven. Oud-Gothisch 'ni' = niet. NIET is samengesteld uit nie-it. Z.a.

A.P. de Bont: ni, bijwoord 'nie' - niet

Antw. NI, NIE bijwoord Wordt meest altijd gebruikt voor 'niet', FR. ne pas

WvM 'da'k nie mir kos ophouwe'

- NIE treedt dikwijls als versterking op bij ontkennende woorden.

... t wor pekaant hil de dag nie licht nie. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

Hij zeej: Miet, belt den dokter mar/ want ik z niks nie lkker (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: D hai liever)

...want zon bui valt, weezeluk waor,/ aaltij hier n not nie daor. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et weer)

 

niefel

telwoord, bijvoeglijk naamwoord

Henk van Rijen: 'H heej-t-ur niefel van' = Hij heeft er niet veel van.

 

niemam

voornaamwoord

niemand

Dirk Boutkan:  (blz. 67) 'ze laoten ok niemam binne'

 

niemer, niemir

bijwoord

niet meer

De Wijs -- (gehoord bij n afscheid: ) Zeg, as ik oe niemer zie, tot ziens war. (09-04-1973)

Kees en Bart: niemir

DANB meej de keegels wrdt nie mir gespuld

Cees Robben Ik wil t niemer heure (19661021)
Cees Robben Ik ben niemer z kneukelvaast Willem... n glas bier gao nog, mar krom staon en op mn hukkes zitten desser niemer bij... (19670825)
Cees Robben Ik gao dr niemer uit... zeej Jan,/ t zl is vuls te koud (19670428)

Cees Robben Ik maoket zellef niemir meej... (19600916)

Audioregistratie 1978 -- Ge onthouwt d niemer h腔 (interview met dhr. Hermans, transcriptie door Hans Hessels)

Getrouwde vrouwe moge niemer werke (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

- Met extra ontkenning: Dan hoefde ok not niemer bang te worre van gin man nie. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Ik woon er allang niemer, op t Hasseltpleintje... (Ed Schilders; W zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009)

Haor - niemer - niet meer

Jan Naaijkens, D's Biks: nt niemer - nooit neer

A.P. de Bont: nimer, bijw.verb. (niet meer) 'niemer' - niet meer. Vgl. voor de ontwikkeling WNT s.v. nimmer.

Antw. NEMEER bijwoord - niet meer. Ik bezit niks nemeer.

 

niemes

onbepaald voornaamwoord

niemand

Van Delft - "Niemes", dit is niemand. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929)

niemes wit waor vandaon... (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: Maonsverdustring, 1932)

B is er niemes nie? - is er niemand?

-- Mar toenker niemes nie mir vne kos... (Karel de Beer - Bijnamenboek; 2007)

Niemes wies ze te wone. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Piet van Beers Historisch: Hy slipt heel zuutjes dichterby,/ zo, d 't gin niemes heurt. (With Love; 1982-1987)

Piet van Beers Gin katte: Hij is niemes tot laast... (t lfde buukske, 2010)

Piet van Beers - 'Herfst 1982': Dan hoefde oe ge vur niemes te schaome. (CuBra)
Piet van Beers - 'Twee goudvinke': n der zal dan niemes zgge d d nie waor is. (Cubra)

Cornelis Verhoeven: NIEMES, oud woord voor 'niemand'. Vgl. 'iemes'.

A.P. de Bont: nimes, vnw, 'niemes' - niemand.

Jan Naaijkens, D's Biks: niemes voornaamwoord - niemand; ook: geniemes

 

nieperd

zelfstandig naamwoord

Frans Verbunt: knijperd: in zene nieperd zitte - in de knel zitten

Frans Verbunt: bed: in zene nieperd krpe - in bed kruipen

 

niergend

bijwoord

nergens

niergend laag/ zo'n simpel dink,/ of 'k heij z'n schoon geheim vernommen... (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: Levensles, 1932)

►nrgeraand

 

nierke

werkwoord, zwak

vervelen; (= nirke 'herkauwen'?)

Henk van Rijen:  ze stn wir meej zen ammlle te nierke - ze staan weer met zn allen te vervelen

 

nieteegenstaonde

woordspeling

Van mrrege kreege we taol/ ik moog ene zin opgeeve/ Waort woord "niettegenstaonde"/ In moes worre geschreeve/ Ik wies irst nie wk zggen moes/ Toen in ens en licht opgng/ "onze Paa draogt ene slappen boord,/ hij kan nie tegen staonde". (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Niemer nr school )

 

nievraans, nieveraans, nieveraand

bijwoord

nergens

►nrgeraans ►ievraans

Van Delft - "Nievraand" beteekent: nergens. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929)

B nieverans - nergens

R.J. nieverans

Nicolaas Daamen woordenlijst 1916: "nieverans, nieverus - nergens"

Cees Robben Dr was nog nieveraans gerucht... (19560609)
Cees Robben En naa is ie nieveraans mir te vne...(19850726)

Anoniem 1959
Jaans zaag de kaoi rikkemedaosie,
naauw kossie nieveraans aonlegge.
(Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 19 november 1959; Uit Tilburgs folklore - 'n Kaoi rikkemedaosie)
► voor de volledige tekst zie http://www.cubra.nl/wtt/documentlemmas/rikkemendaosie.htm

- Ge kunt ze nieveraans mee vurgelke. t ' is hil aander volk,
't 'is gin sort van meense... (Hein Quinten, Tilburgse spreuken; ca. 1990)
A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - nievers - nergens (brab. vel.)

Hoeufft: NIEVERHANDS, voor 'nergens' of het verouderde 'nievers', samengesteld uit 'ne' (niet) en 'ievers' (iewaarts). Z.a.

K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - NIEUWERS, NIEUWERANDS. nergens. Kil.'niewers'. Z.a.

Dumbar NIEVERS, idem.

 

nijnaogel

zelfstandig naamwoord.

stroopnagel, nij(d)nagel

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: van vuule krde nijnaogels (D'16) - waarschuwing aan iemand die iets nauwkeurig betast

Str. nijnaogel (2:109)

WNT NIJDNAGEL, NIJNAGEL - Hetzelfde wat nu gewoonlijk stroopnagel heet: een plaats waar de huid langs den nagel is ingescheurd.

Naar het begin van de pagina

Inhoud Woordenboek Tilburgse Taal

CuBra Home

niks

voornaamwoord

niets

'f niks' (n niks) dient ter versterking v.e. ontkenning

MP gez. Ge ht niks vur niks as ene scheet in oewe slaop.

R.J. 'deh noem ik niks gin schaand'

KAREL. 't Is nog mar niks ginnen zomer, war Sjarel. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 2 februari 1945)

V ze blef allen aachter want ze ha gin knder f niks

V ik z nie goed n niks (nie)

Dialectenqute 1876 - Ze doen der niks goeds

B niks

WBD III.4.4:283 'niksnie', 'nikskenie' = onbelangrijk

WBD III.4.4:284 'nikswicht' = iets onbelangrijks

WNT NIKS - in de gemeenzame taal gebruikelijk in den zin van niets.

Hoeufft: NIKS, even als het Plat-Duitsche 'nix', van het Hoogd. 'nichs' voor 'niets', wordt elders meestal schertsende gezegd. Hier vrij algemeen, ook in den beschaafden spreektrant. Z.a.

Antw. NIKS vrnw. Wordt overal gebruikt voor 'niets'.

 

Nilles

eigennaam

Nelis > Cornelis; hier: de heilige Cornelis en diens bedevaartsoord in Esbeek

Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - Mar nt as in Orscht daor bn ik ok verschillende keere nr toe gewist toen in dieje td, in dieje td, d was den Hllegen Ek! n Esbeek d was vur de, vur de, de Nilles, vur de kinkhoest! Klik hier om dit bestand te beluisteren

 

nimt

werkwoord, persoonsvorm

neemt

Dialectenqute 1876 - ik neem, veranderd in: ik nim, hij nimt

tegenwoordige tijd sing. 2e + 3e pers. van 'neeme', met vocaalkrimping

Cees Robben Mee liefde nimt de grond ze op.. (19571102)

 

ninne

werkwoord, zwak

drinken (door kinderen)

Pierre van Beek: ik zal jou is laote ninne

(Werd decennia geleden in Goirle gebruikt; nu daar nagenoeg onbekend.)

Nicolaas Daamen woordenlijst 1916: "ninnen 'k mot irst nog is ninnen (drinken)"

- ninne - ninde - genind

A.P. de Bont: nine(n), zw. ww.intr. (vooral kindertaal) 'ninnen' - drinken. 'Luste g nie meer te ninne?' 'Ninne zulde!' (tot een hond gezegd).

Cornelis Verhoeven: ninnen, onov. ww. ... Als mijn herinnering mij niet bedriegt, werd dit ww. bij ons gebruikt als kinderlijke en wat jolige aanduiding voor: plasse

WNT NINNEN, onz.zw.ww. Een reeds oud woord ter aanduiding v.h. drinken, zooals de kleine kinderen dat doen. (Verg. Verdam 4, 2452) In het Romaansch bestaan vormen voor 'klein kind' en voor 'wiegen', gelijkende op 'ninnen'.

 

nir, tenir

bijwoord

Henk van Rijen: neer, terneder

Dirk Boutkan:  (blz. 41) 'neer/ nir' als ww-deel

 

nirgeleej

voltooid deelwoord van 'nirlgge'

Henk van Rijen: neergelegd (vd. van 'neerlegge')

 

nirke

werkwoord, zwak

herkauwen

WBD nirke, nierreke, nierike, (hs K 183) nierken - herkauwen

Nicolaas Daamen woordenlijst 1916: "nierken - herkauwen der koeien, geiten enz."

A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - nirken, nierken, euriken, hirke, hrke, irke - herkauwen

Cornelis Verhoeven: Cornelis Verhoeven:: nirken - herkauwen; verwant met snurken, nurks en nors? Z.a.

WS of misschien uit 'neerkauwen', zoals in K127, l64a, 156 enz.?

A.P. de Bont: ne.reke(n), resp. nirke(n), nirke(n), zw.ww.intr. 'nerikken' 'herkauwen'

Antw. NIRKEN, NIRRIKEN - hetz. als hirken, irriken, herkauwen

 

nirkltse

werkwoord, zwak

neersmijten, neergooien

Kees en Bart: 'neerkletsen'

- nirkltse - kltste neer - nirgekltst

 

nirlaote

werkwoord, sterk

neerlaten WBD m.b.t. de melk: laten lopen (door een koe), ook: 'laote lope'

nirlaote - liet neer - nirgelaote

 

nirtlle

werkwoord, zwak

Henk van Rijen: neertellen, betalen

 

nirvalle

werkwoord, sterk

neervallen

Waor is ie tenirgevallen?

- nirvalle - viel neer - nirgevalle

Hoeufft: Waar is hij nedergevallen? d.i. waar is hij, bij zijne aankomst, ingetrokken?

 

nirztte

werkwoord, zwak

Henk van Rijen: neerzetten, 'nirpltse'

 

nisje

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

nestje

Cees Robben: 'Toen wees ie me 'n nisje aon'

 

nissele

werkwoord, zwak

nestelen

...et gruun n den ooverkaant/ (...) Daor nisselde w mrels in... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et Prd van zer)

 

nisselplngske

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

plankje ter ondersteuning bij het veterstrikken, gentroduceerd t.g.v. het Grot Diktee 2008 (3e lustrum)

Uitleg 'Nisselplngske' voor deelnemers aan Tilburgs Diktee, kermis 2014.

 

nissels

zelfstandig naamwoord, altijd meervoud

schoenveters

B nestel

WNT: lemma nestel - Koord waarvan het einde gestoken wordt in een malie, ten einde het gemakkelijk door een opening te kunnen halen; veter.

- Men nissels zitten in de knp. - Mijn schoenveters zitten in de knoop.

Cees Robben Doew-nissels-vaast... Drek-trap-trop... (19580503)

Enqute over Je favoriete Tilburgse woord op Facebookpagina Je bent een echte Tilburger als... maart 2013 -

WBD Onder 'veter' is het Tilburgse woord niet vermeld (II 719).

Frans Verbunt: krg ik jouwe nissel, want men piske van men zwipke is kwt

WBD III.1.3:251 'nestel' = schoenveter? ook 'rijgnestel', 'schoennestel'

Hees nistel, nissel (I:21, III:24)

Cornelis Verhoeven: NESTEL m (gewoonlijk uitgesproken als 'nissel') archasch woord voor: rijgtouwtje, schoenveter. Vgl. 'bendel'.

Antw. NESTEL, ook NISTEL zelfstandig naamwoord, mannelijk. - veter, Fr. lacet

Jan Naaijkens, D's Biks: nissels zelfstandig naamwoord - nestels, schoenveters

A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - nestel, naastel - veter (div. dial.)

 

nist, nisje

zelfstandig naamwoord

nest, bed

...mar naa wier et vort negen uur, tien uur, half elf soms eer ie uit z'ne nist kwaam gekropen... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Kareltje Vinken; feuilleton in 10 afl. in NTC 13-4-1940 24-8-1940)
Lee den dokter nog in z'nen nist? (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de NTC 25-2-1939 18-4-1939)

Laot in de nist, hommeles is't. (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, Lui zweet..., 1941)

Cees Robben Unne nist jonge fraterkes... (19760903)
Cees Robben Kom toch uit oewe nist, Nillis... (19821126)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: nie in den nist ruure (VB Tilburgse Taalplastiek 1970) - gezegd door een ouder, als de vrijer niet de oudste dochter maar een jongere ten huwelijk vraagt.

Ge waart in et kiepenhok gekropen en ge had er aaikes uit de nist gehaold en 'n stuk of tien hadde 'r op de deur van de schuur kapot gebutst en uitgesmeerd en toen kwaamde mee oew haanden en oew kleere vol aaiketiet binneloope en ge riept d ge de deur toch zoo schoon geverfd had! (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Oome Teun op collecte; feuilleton in 3 afl. in de NTC 12-8-1939 26-8-1939)

Ene nist jng katte in mn maog/ gebonk in mene kop... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Not mir...)

Elie van Schilt - We haolde ok jong eksters uit ut nist, voeierde ze mee natgemokt ouw brd, gemengd mee braandnetelblaoikes en stukskes pierwurm. (Uit: Tilburg waor zen oe bossen; CuBra ca. 2000)

Td om oewe nist op te zuuke, isset nie keind? (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Ik koom en des fn om te weten, veur jullie, die dees lezen, t un hl grot hshauwe, zeg gerust enne nest. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Piet van Beers Bim bam bom: Daormee jaogde ie de meense/ al heel vruug der niste t. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

Piet van Beers En gouwe fist: De jongste bruur t onze nist/gaaf meej zen vrouw dees gouwe fist. (Het zeventiende boekje, 2010)

WBD III.4.2:66 'nest' - konijnenhol; ook genoemd 'hol', 'konijnenhol' of 'pijp'

WBD III.2.2:34 'nest' - verwend kind

WNT NEST' - zelfstandig naamwoord. onz., in 't Mnl. m., gelijk thans nog in Zuid-Nederland.

 

nistspl

zelfstandig naamwoord

Frans Verbunt: et nistspl speule - huwelijksplichten vervullen

 

n, nao

bijwoord, voorzetsel

na, achter

Cees Robben: n den listen afzakker;

DANB n de schft spanne me et prd vur de nuuw kr

Henk van Rijen:  n zisse koom ek nao

 

ndderaand

bijwoord

naderhand

Ndderhaand stnne ze n de kaant. - Naderhand stonden ze aan de kant.

Kees en Bart: naoderhaand

Drie minuten nodderhaand dronken we ouwe klaore (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit t klokhuis van Brabant 8; 31-12-29)

Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - De Piushaove dttis, d hbbe ze toen ndderaand ok meejpesaant tegelk oope gemkt daor, h, d kenaol, d is durgetrokke Klik hier om dit bestand te beluisteren

Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - Et ging oover den diejen, hmeer gldndderaand hbbe ze d gedaon gekreege, zo stillekes aon, h. Klik hier om dit bestand te beluisteren

 

nd

voegwoord

nadat

Kees en Bart: 'naod'

 

ndel, ndil

zelfstandig naamwoord

Henk van Rijen: nadeel

WBD III.1.4:341 'nadeel' = idem

 

ndnke

werkwoord,sterk

nadenken

Cees Robben: Dnkte gij naa mar nao vurd ge prikt, ik zal nao oewe preek wl ndnke

WBD III.1.4:1 'nadenken' = denken ...; ook 'prakkiseren'

ndnke - dcht nao - ngedcht

 

ndil, ndel

zelfstandig naamwoord.

nadeel

Kees en Bart: 'benaodild'; 'vurdeel-naodeel'

 

ndrppele

werkwoord, zwak

nadruppelen

Frans Verbunt: later binnenkomen op een vergadering

 

noe
bijvoeglijk naamwoord
nieuw
Cees Robben Daor staat nu vredig de noe-kerk (19660527)
 

noemer, noemerke

zelfstandig naamwoord

nummer

R.J. 'noemerke tien'

Kees en Bart: noemer zis, noemer en van lijst zis

noemerke vier, 'n leuk kabouterke,

kreeg den schoone naom van Wouterke. (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, Van Kees en Kee, 1941)

Cees Robben En ze trouwde noemer drie.. (19621102)

Henk van Rijen:  htie ok ene noemer tusse zen schaawerblaoj bmmele? - Droeg hij ook een (rugnummer?)

CiT (28) 'Haj okkene noemer tussche z'n schouwerblaoie bemmelen?'

A.P. de Bont: numer, zelfstandig naamwoord, mannelijk. 'noemer' - nummer

 

ngaon

werkwoord, sterk

nagaan

Henk van Rijen: 'ngaon, naogaon'

 

ngges
bijwoord
nog eens
Cees Robben Moette-me-noggus... k..k kkakhiele...(19560128)
 

 

njaor

zelfstandig naamwoord.

najaar

Lechim --

(Tilburgse Koerier, ca. 1975)

 

nk

zelfstandig naamwoord

WBD nokbalk (horizontale balk als verbinding tussen de toppen van de kapgebinten, resp. v.d. daksparren); ook 'nld' genoemd.

WBD nok v.h. dak (hoogste gedeelte, horizontale lijngevormd door snijding van twee dakvlakken); ook 'vrst' genoemd.

 

nkbalk

zelfstandig naamwoord.

nokbalk

WBD nkbalk (horizontale balk als verbinding tussen de toppen van de kapgebinten, resp. v.d. daksparren); ook 'nk' genoemd.

 

nkt, naokend

bijvoeglijk naamwoord.

naakt, 'naokend'

WBD III.4.3:337 'naakte dame' = herfsttijloos

Hoeufft:. Hoeufft: 'nokt', voor naakt, onder het gemeen. Het is Plat-Brabandsch. Huygens in 'Trijntje': '... ick sie ou nooh m nockte beentjens stappe'.

Goem. NAAKT - nokt bijvoeglijk naamwoord.

 

nlaote

werkwoord, sterk

nalaten

WBD III.1.4:49 'nalaten' = zich onthouden van

WBD III.1.4:374 'nalaten' - verzuimen

 

nld

zelfstandig naamwoord.

naald

WBD nld (II:1057) - naald

WBD nld (II:1060) - naald

WBD 'nolt' (II:1115) - naald

WBD 'naolde' (II:1116) - naalden

WBD III.4.3:99 nld - dennennaald; ook genoemd: spl, mastespl of pin

Antw. NAALD (uitspr.: naold, nld, nld, nail), Fr. aiguille

 

nldenbak

zelfstandig naamwoord

naaldebak

WBD 'noldembk' (II:l060) - naaldenbak

 

nlop

WBD nawort (de vloeistof die - in de brouwerij - de tweede keer gewonnen wordt uit het beslag)

WNT NALOOP - B) De latere loop, o.a. bij het distilleren. Z.a.

nmeete

werkwoord, zwak

Van Delft - "Hij heeft den kastelein nagemeten" zegt men van iemand, die te veel gedronken heeft en daarna gebraakt. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929)

 

nommer

zelfstandig naamwoord.

nummer

Cees Robben Nommer drie (19600304)

WNT NUMMER, nommer

 

nondedomme

bastaardvloek

Cees Robben: Non-de-domme schiet toch op Drikka Gij wordt vort hoe lammer hoe lammer (13-10-1978)

Overzicht van alle bastaardvloeken

 

nondejuu - nondetjuu

uitroep - vloek; verbastering van (au) nom de Dieu

Cees Robben (19840907)

Cees Robben Perdejuu.. Non-de-juu.! (19720923)

Henritte Vunderink -- Dus smiddags nr den Heuvel,/ n al bij den bocht/ ston enen ijskooboer die/ benaan meej slagroom ok verkocht./ Vur ons gin daogelekse kost,/ d stond noot opt menuu./ Gelk mar ieder tweej besteld,/ d smokte, nondetjuu!! (uit Krmes, in kZal van oe blven haawe, 2007)

A.P. de Bont: nnded':, nndej - basterdvloek

Overzicht van alle bastaardvloeken

 

nondejuuke

zelfstandig naamwoord.

vlinderdasje

Henk van Rijen:  'nondejuuke meej sker' - brandewijntje met suiker

WBD III.1.3:145 'nondejuke' = vlinderdas

Stadsnieuws: Ik kreeg bij mn kemuuniepkske en schon nondejuuke - vlinderdasje (080407)

Naar Fr. 'Nom de Dieu', met diminutiefsuffix.

Misschien genoemd naar de kreten tijdens zijn bevestiging.

 

nondekenon

bastaardvloek

Frans Verbunt: ongekend fatsoenlijke krachtterm

Cees Robben (19840831)

 

nondekntter

bastaardvloek

Cees Robben (19840914)

 

Cees Robben - Prent van de week 02-04-1976

nondetonnr

tussenwerpsel

Henk van Rijen: gematigde vloek (Fr. nom de tonnre)

Cees Robben: Nondetonnair Naris.. is 't naa glad.. of zemme zat. (02-04-1976)

Overzicht van bastaardvloeken

 

nonnepreut

zelfstandig naamwoord

spotnaam voor een non

Pierre van Beek: Zuster nnnetreut - rappelscheut - erappelzak - ??????? -zuster is enen knapzak.

Cornelis Verhoeven: PREUT, v. oud woord voor het geslachtsdeel v.e. koe; alleen gebruikt als onpreuts scheldwoord voor: vrouw: ''n nonnepreut' - een trut van een non.

 

nnnie

samentrekking: nog niet

- D kunde gullie nnnie al hddet gre. (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

nonselaant

bijwoord/bijvoeglijk naamwoord

nonchalant, achteloos, slordig

Cees Robben [over kunstenaars:] w nonselaant en interressaant (19590321)

Henk van Rijen: 'nonsjelaant'

WBD III.1.4:15 'nonchalant zijn' = veronachtzamen

WBD III.1.4:150 'nonchalant' = slordig = fr. 'nonchalant' met vocaalreductie en rekking v.d. slotsyllabe

 

nod

zelfstandig naamwoord

nood

R.J. hij ha zonnen hoge nod; halverweege krge wij al hoge nod

Cees Robben - ..En hedde gij dan nt nd..?  (19631108)

 

nodeg

bijvoeglijk naamwoord/bijwoord

nodig

Cees Robben: hij heej zene riek hard nodeg m oovernd te blve;

Niets te maken willen hebben met iets: ...want daor ha z'n zuster niks mee noodig... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 8; NTC 19-11-1938)

 

nodlanding

zelfstandig naamwoord.

noodlanding

Kees en Bart: 'noodlaanding'

 

nooga

zelfstandig naamwoord

nougat, noga

Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - Jaaaene mallemeule n enen hoogaatie n ene ootoosktters n zo n dan gebakkraome n snoep n nooga, ollieblle n, j, pllinge n zo. Klik hier om dit bestand te beluisteren

 

noj

bijwoord

node, ongaarne

Ze din et tch z noj. - Ze deden het toch zo ongaarne.

Belaasting betaolen is wel een van de dingen die 'ne meensch 't nooist doe... (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit t klokhuis van Brabant 7; 30-11-1929)

De Herfst die daocht: ik zie 't nie nooi,/ zoo'n bietje locht d veen ik mooi! (Piet Heerkens; uit: De Mus, De jaorgetij, 1939)

De Wijs -- Mee dieje maantel heb ik ginnen aord, die doek zo nooi aon, t stao wel vlug as ge hard lopt en ik veint wel schn mar ik veint nie zo leuk (09-07-1967)

Cees Robben k Zie m na-mar immel nooi-war... (19680119)
Cees Robben Ik zie d huudje k z nooi (19831209)
- met een ontkenning: graag
Cees Robben Ik zieget nie nooi... (19831014)
- in een (soort van) vergrotende trap:
Cees Robben Mar ik zie zer toch nie te nooier om... (19661014) [Maar daarom zie ik haar niet minder graag]

En ding wies ik wel zeker, et waar et noiste wk deej. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Ansems - Hij moppert, mar toch doe tie 't nie zo nooi... (Tony Ansems, Hij heget nog steeds over heur; van de cd Tilburgse Liekes American Style; 2008)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: wie et miste heej , strft et nojst (Pierre van Beek: Tilburgse Taalplastiek 1970)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: noj, noj, Peer Noje waar k ene meens (D'16) - reactie als iemand zegt 'ik doe et noj' = met tegenzin

Bosch nooi - node, niet graag Jan Naaijkens, D's Biks: nooj bijwoord - node, ongaarne

WNT NOODE - Gewoon is in de oudere taal de samengetrokken vorm noo; nooie, nooi schijnt vooral in het zuiden te zijn gebruikt.

 

noordss

Ill.: Naumann

zelfstandig naamwoord.

Henk van Rijen: noordsijs, barmsijsje, paapje (Carduelis flammea)

WBD III.4.1:l35 'noordsijs', ' noordsijsje', 'sijsje - barmsijs'

WNT NOORDSIJS, ook Noordsche sijs, benamingen van het barmsijsje

 

not, not nie

bijwoord

nooit

 "Noot moet iemand noot zegge!" (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de NTC 25-2-1939 18-4-1939)
Freddags gaok noot nie de netuur in... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

Annemieke, pront en groot,

vijf en twintig pas geworre,

zie de jongens al mee snorre...

mar den eene z'n haor is rood...

en dien aandere... neemt ze nt!... (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, Annemieke, 1941)

De Wijs -- N en nog ns n, n nie, mrreg nie en nt nie (23-02-1972)

Cees Robben Wie heej gin haost en nt gin vort... (19570615)
Cees Robben Nt genog en nt content... (19601007)
Cees Robben Hij h dn baos nt iets miszaaj... (19600701)
Cees Robben - ..En hedde gij dan nt nd..? (19631108)
Cees Robben Un vrouwetong en unne gtestart .. staon nt stil.. (19640626)
Cees Robben - .. en liege meude nt... (19641231)
Cees Robben Nt op td... (19760102)

Cees Robben Dus naa-nie of dan nie of nt nie... (19640710)

Lechim - ...not hagget rizzeltaot... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Daklos)

DANB hij zal et not vr brnge; hij komt not en menuut te laot

Henk van Rijen:  ze hn em not nie kunne vatte - ze hebben hem nooit kunnen pakken

Henk van Rijen:  not niks - nooit iets

Henk van Rijen:  strojhuuj ziede hst not nie mir - ... zie je bijna niet meer

Piet van Beers Praote z as ge t geleerd ht: Doe of ' t not nie aanders was. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

B - no-ot

A.P. de Bont: no'it, bijw. - nooit; verbinding 'nooit nie' - nooit

Goem. - NOOIT - nunt nit, ook 'nunt' bijwoord

Jan Naaijkens, D's Biks: 'nt' bijwoord - nooit

WNT NOOIT , in vroeger tijd, en thans nog in Vlaanderen, ook nooint en soms NOOT.

 

np

zelfstandig naamwoord.

Van Beek - "Veel kinderen is de zegen van den Heere, maar ze houden de noppen van de kleren." (Nwe. Tilb. Courant; Uit Tilburgs folklore; 18 juli 1958)

 

npzer

zelfstandig naamwoord.

nopijzer

WBD 'npzer' (II:1057) - nopijzer

 

npke

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Henk van Rijen: nopje

WBD III.1.4:191 - in zijn nopjes zijn = vreugdevol zijn

 

nppe

werkwoord, zwak

geweven stukken van fouten ontdoen; bewerking van het geweven textiel die vooral door gehuwde dames als thuisarbeid werd verricht omdat het gehuwde dames verboden was in een fabriek te werken.

1941 - Een oude weverswoning, ergens in Oel. Aan den vaalblauw bekalkten wand speelt een oude hangklok met de koperen maneplak voor het slingerruitje kiekeboe", op den maatslag van den tijd: tik-tak. En onder de oude hangklok zit een jong meisje te noppen. Haar teere vingeren hanteeren behendig het pluisijzer, dat als een nijdig vogeltje pikpik de noppen uit het weefsel trekt. (NTC; Kruispolka, Frank Klaroen = Willem van Mook Brabantsche Novelle; 26-2-1941)

Interview Jolen - 1978 - Die was ok van Tilburg, die heej ok bij Vendoore gewrkt, bij Vendoore-Dams. Daor hb ik ze tenminste tgehld, hh! W deese daor? Jao, stukke, stukke meej nppe n stppe n zo. Jjjjj!! (transcriptie Hans Hessels, 2013) ► KLIK HIER om naar de pagina met de audiobestanden van dit interview te gaan

Interview dhr. Van den Aker -- 1978 -- Daor hb ik ok in de apperetuur gestaon (Gooyaerts), daor hk alles gedaon, geprst, gestpt, genpt. (transcriptie Hans Hessels 2014) ► Klik hier voor audiofragment

► zie ook plze

 

nppes

zelfstandig naamwoord

niets

- Noppes mee de klep toe. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

 

npster

zelfstandig naamwoord

nopster; textielarbeidster die geweven stukken controleert op ongerechtigheden, en die verwijdert met een nopijzer. ►nppe

Interview Hermans - 1978 - Wanneer d nu meej d mesjien gaare gemaakt wrt, dan gebeurt nog wlles ot omd d stfdtter ng wlles dtter ng wl van boove op de mesjien ligt, en pluisje leej, h, ds ongelijk n die verhooging, die wrt er dan juist wrt er afgehaald dttet wir gelijk was, d zn de npsters, de naom zeeget al, h, d zn npkes (transcriptie Hans Hessels, 2013)► KLIK HIER om het interview te beluisteren

 

nr, naor

voorzetsel

naar

Cees Robben: de zaok nr de klote; ge gaoter nie nr toe;

Cees Robben: zene rug stao nor et wrke, en zen maog nor et hongerlije;

DANB zuukt is nr menen hoed; de tweed dtsers kwaame nr bte

Henk van Rijen:  nr school, nr hoos n nr et werk

WvM 'me unne koets mee peerde nao Boksmr'

 

norde

zelfstandig naamwoord.

het noorden

Henk van Rijen: noorden

 

nrs

zelfstandig naamwoord.

WBD het narijzen van het deeg

 

nrmaal

zelfstandig naamwoord, vrouwelijk

de normaalschool, oudere naam voor kweekschool

Audioregistratie 1978 - mar die kon ok goed leere, nouw, n die stuurdenie vurrt, irst nr de nrmaal in Waalwijk want toen kossie ng nie nr de kweek, toen wassie te jong veur... (Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels)

 

nrrcht, nrrcht, naorcht

zelfstandig naamwoord.

aanrecht

Meej den handdoek dieter bij de nrregt aaltij hong, zonne blauwgerte, moes ik men ge mar afdrge. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

De radio stond dan op de nrregt want in de kaomer zitte waar der dur de week nie bij. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

Op de nrregt laag de moter van et wasmesjien, die digget niemer. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
Stadsnieuws: Der stao me tch enen hop omwaas op de nrrcht. (140207)

Enqute over Je favoriete Tilburgse woord op Facebookpagina Je bent een echte Tilburger als... maart 2013 -

 

norweege

zelfstandig naamwoord, meervoud

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: et waar vrij norweege (D'16) - er was geen onraad (oir = van - af; op weg zijn = in orweege, wat in gesproken taal klinkt als innorwege)

 

nsmaok

zelfstandig naamwoord

nasmaak

Cees Robben: de koffie spuulde de zaolege nsmaok wg

 

nst

bijvoeglijk naamwoord, sup.

naast, eerstvolgend, dichtstbijzijnd

Dialectenqute 1876 - hij is den noaste

Cees Robben: de nste week krg ik den tsleutel (uitsluitsel)

WBD III.4.4:133 'naast' = eerstvolgend

superlatief van 'nao'

Antw. NAAST bvw. - eerstvolgend

Jan Naaijkens, D's Biks: 'noste' bijvoeglijk naamwoord - naaste, de noste femielie

 

nst

voorzetsel

naast

Henk van Rijen:  den boer stin nst zen prd - de boer stond naast zijn paard

 

nstenbaaj

bijwoord, voorzetsel

ten naaste bij, ongeveer

Hij fiedelde zoo-mar-ongeveerten-

naoste-bij w raok, (Piet Heerkens; uit: Dn rgel, Jan Viool, 1938)

diktee 2000 'In sisteg f zo te nstenbaaj ...'

Frans Verbunt: 'te nstebaaj' - zo ongeveer; ook: nstenbaaj

Antw. NAAST EN BIJ - omtrent: Hoe laat is 't? Zal naast en bij twee uren zijn.

WNT TEN NAASTE BIJ - 2 ongeveer

 

nvle

ww. zw.

WBD afscheiding geven na het kalven, gezegd van de koe, ook 'witvle'

nvle - vlde nao - ngevld

ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: vlt nao

 

nvraant

bijvoeglijk naamwoord

schrijnend, navrant

 

nvvenaant

bijwoord

naar verhouding, navenant

Hij prt wl mar doe nvvenaant nie veul.- Hij praat wel maar doet navenant niet veel.

Nicolaas Daamen woordenlijst 1916: "noavenaant - en alles waas er noavenaant (naar gelang)"

Novvenaant we hier zo'n goeie baon hadden zn er toch mar weinig goei fietsers (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit t klokhuis van Brabant 6; 21-11-1929)

Van Delft - "'t Ies nen goejertrouwen vent naovenaant ie zoveul geld hee." "Naovenaant" is eigenlijk advenant uit de samenvoeging "naar advenant", hetgeen betekent: in evenredigheid, in overeenstemming met het vorige. (Volgens Van Dale zegt de spreektaal: "na venant".) (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 118; 8 juni 1929)

Kees en Bart: 'alles naovenaant'

De Wijs -- t Lkt w, mar t is navenaant niks (feb. 1962)

De Wijs -- tis nie veul naovenaant dettis (1965)

De Wijs -- Wat hebt u n prachtige Hals, mevrouw! -J en z is alles naovenaant (23-09-1970)

Cees Robben De geurkes novvenaant... (19701016)
Cees Robben De judasweek is wir vurbij, en t weer was novvenaant... (19800404) [Robben voegde aan de prent een voetnoot toe: Judasweek = goedeweek]
Cees Robben En novvenaant zun verstaand viel ie nie dur de maand (19811127)
Cees Robben [over een koe:] Un uier as n maand... Mar gin speene novvenaant... (19871023)
Cees Robben t Lekt hil w... Mar t is novvenaant niks.. (19620316) [over een modern schilderij]

Mistentds gingt zingen goed;

novvenaant wier dr veul opgehaold.

Vooral in winkels en cafees,

dor wierde echt onthaold.

(Jos Naaijkens; Drie koninge; CuBra, ca 2005)

Audio-opname 1978 Dhr. Bertens Nvvenaant dtter veej was krege ze der aantal n nvvenaant dsse slaagers hadde krege ze zogezeej der vles n d ging sewle in kieloos gepaord n d ging sewle in enen halleven bist gepaord n et ging ok wlles in enen helen bist gepaord. (Collectie Heemkundekring Tilborch; transcriptie: Hans Hessels ► Klik hier voor audiofragment)

ik waar nog aaltij un kln menneke, naovenaant menne lftd.(Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Witt. "naovenaant" (S.G. 345 a venant 1; blz.87, 32, 90, 108, 111, 179)

WNT NAAR ADVENANT, ook na (ad)venant, ontleend aan 't fr. l'avenant; i.p.v. bepaling met van, of een bijzin met dat.

Goem. A(D)VENANT - In 'na a(d)venant' - 'nu:venant' voorzetsel, bijwoord, vw: Prijzen navenant de markt. Fr. selon, l'avenant, selon que.

A.P. de Bont:: nvenaant, bijw. verb. 'navenant'; vanaant resp. venaant - naar verhouding.

Cornelis Verhoeven: NAVENANT (novvenant) bijwoord (uit Fr. l'avenant) naar verhouding, gezien in een groter geheel: 't valt novvenant ammal nie tege.

Jan Naaijkens, D's Biks: novenant bijwoord - in verhouding tot

Haor noffenaant - navenant

 

nzaojke

zelfstandig naamwoord. verkleinwoord

GG nakomertje

GG ons Sjaantje waar en nzaojke n ze wier nvvenaant ok verwnd

 

nuchtere

bijvoeglijk naamwoord

nuchter

A.P. de Bont:: bijvoeglijk naamwoord. 'nuchteren' - nuchter: e nuchtere jungske - een pasgeboren kind

Antw. NUCHTEREN - nuchter, Fr. jeune; niet dronken; pasgeboren.

 

nuffenr

effenaar

WBD nuffenr, uffenr, ffeneer (II:1001) - effenaar, toestel om kettingdraden gescheiden te houden.

Opm. 'nuffenr' is wsch. een geval van metanalyse.

 

nukt

persoonsvorm van het werkwoord

et nukt nie - het doet er niet toe, het maakt niets uit gez. D nukt de baoker nie, ast kiendje mar gezond is. - Dat maakt de baker niets uit, als t kindje maar gezond is

Cees Robben: D nukt nie

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: d nukt de baoker nie, ast kiendje raar gezond is - dat is van ondergeschikt belang

tegenwoordige tijd sing. 3e pers. van 'neuke', met vocaalkrimping

Jan Naaijkens, D's Biks: d nukt de baoker nie, as ...

Hees wa nukt'a (II:10 + III:9)

 

nulleke

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Henk van Rijen: nulletje

Henk van Rijen: nulleke-enog - de slimste niet

 

nunneke

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

zustertje, nonnetje

Pierre van Beek: een soort fluitje uit jonge rog gemaakt

GD05 ons taante Sjaan waar as nunneke ingetreejen op den Aawendk

verkleinwoord van 'non', met umlaut

 

nuske

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

neusje

verkleinwoord van 'neus', met vocaalkrimping

Cees Robben ...ziet ie om zn nuske wit... (19581122)
Cees Robben dr zit n vlieg op oew nuske... (19690620)
Cees Robben Mar swels d den Sjarel zun nuske uit-snoot... (19560526)

►neus

 

nutje

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

neutje; alleen in deze verkleinvorm van neut een 'borreltje'; niet te verwarren met 'nutje', verkleinwoord van 'noot', noot.

Koos stond zene gal te spierse/ bij zen nutje n de kiest... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Gefrut meej de friet)

Ge drinkt naa van oe nutje vort/ host driekwart n accns (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Moet d naa persee?)
...mar gij oe nutje, ikke koffie... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Van veurenaaf aon)
Ge vat w vruuger nr oe nutje... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Zo gao d dan, zeej Peer)

Twee cnte hier, ene stver daor/ d maokt mn ok gin mieter/ mar wrom moet den draank omhoog/ meej drie gulde de lieter?/ Beznige? Allee ds goed/ mar ik dnk ondertusse:/ Wie zn er wir et biste mee?/ Die zlf gin nutje lusse! (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et mkt hullie niks)

Ons moeder zeej dt vur onze paa/ natuurlek gin cht fist is/ asser op zene vadderdag/ gin nutje bij gewist is. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Vadderdag)

...meej en nutje bij de haand,/ pas gevuld toe n de raand (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et kerwaai is geklaord)

Piet van Beers Vrmde kst: Gif mn mar wk hier gewnd z,/ ene goeje vtte pt./ Zuurkolstamp f brne bone.../ n 'n nutje toe...  tt slt. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

 

nutje rolle

werkwoord, zwak

kinderspel

Van Delft - Het "nootje rollen" geschiedde met een schuin tegen den muur geplaatste plank, waarbij op eenigen afstand van het ondereinde eene noot gelegd was. Ieder mocht nu om beurt met een noot langs die plank rollen en raakten de noten elkaar, dan was degene, die de noot op den grond had moeten leggen, deze kwijt. Hetzelfde geschiedde met eikels of ander rollend materiaal. Was de voorraad van den een ten koste van den ander aanzienlijk vermeerderd, dan begon vaak de handel over zooveel voor n cent, ofwel enkel en alleen om een "oppers of mis". Het geluk mocht dan weer beslissen. (Nwe Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 104; 16 maart 1929)

 

Nuukerk
toponiem
Wikipedia - Nieuwkerk is een gehucht op de Nederlands-Belgische grens tussen Goirle en Poppel. Het Belgische deel hoort bij de deelgemeente Poppel van de Belgische gemeente Ravels. Nadat in 1638 de Goirlese pastoor gedwongen werd te vluchten, werd in 1639 een grenskerk gebouwd. De Tilburgers bouwden hun grenskerk in 1652. De streek, tot dan toe Steenvoirt genoemd, kreeg nu de naam: Nieuwkerk. De Kapel van Sint-Jans-Gool bevindt zich op de plaats van de voormalige grenskerk en werd gebouwd omstreeks 1820.
WTT - Cees Robben schreef een 15-regelig gedicht onder de titel Nuukerk over het vervallen en in onbruik geraakte kapelletje als tekst bij de Prent van de week van 13 maart 1957.
- Voor het boek Grenskapellen van Dom. de Jong, verzorgde Robben de tekening op het omslag.


De oorspronkelijke grenskapel; tekening Cees Robben

 

 

Foto: uit 'Grenskapellen'

 

Prent van de week van 19731231; op deze nieuwjaarswens tekende Robben de kapel van Nieuwkerk; in het naastgelegen klooster had hij de weken daarvoor gerevalideerd na een hartaanval.

Ook begin 1982 werd Cees Robben behandeld voor zijn hartklachten, en herstelde hij na de ziekenhuisopname eveneens op Nuukerk. (19820326)

 

nuus, nuuws

zelfstandig naamwoord

het nieuws; iets nieuws

korte uu

- Waorom n revue? Och t is weer s w daanders en weer s w nuuws. Willem van Mook, voorwoord in programmaboekje van de Korvelse revue Vruuger en naa, 1926.

Cees Robben Des gin nuus.. ik wiesser van... (19590328)
Cees Robben Wir iets nuus (19600116)
Cees Robben Ak mrege iets nuus begien (19710122)
Cees Robben Men kender wille toch wel elke week w nuus, Nel... En zelf hek nog ginne buuste-haauwer aon mn kont... (19860926)

In vruuger td ha iederen/ w nuus aon meej de Paose. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Ze maoken et vort wl van aaier)

Stadsnieuws: Asse w nuus nheej, dan draajt ze zolang vur oew neus toedgge der iets van zgt (290407)

Ik ha binne- bij btelaands nuuws gezet en stad- en streeknuuws dur mekaare. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

Tilburg heeter nog jaore laast van gehad, desse toen zon heisa gemokt han d jaor over un paor gevalle van pokke. Tilburg waar wel wereldnuuws gewist, mar zo, ha naa ok wir nie gehoeve. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
Antw. NUUS - nieuws (Antw., Brab. en elders)

 

nuut, nuu, nuuw, nuuwt

1. bijvoeglijk naamwoord

nieuw

Dirk Boutkan:  'nt' (nieuw) (blz.19); et hs is nuut; et nuuwe hs, en nuuw hs (48)

nuuw rpel = nieuwe aardappels

Mn nuuw schoen(e) zn ng nuut. - Mijn nieuwe schoenen zijn nog ongedragen.

- Cees Robben n nuu pet (19780602)

- Zo draaie wij bevobbeld de nuuste hitsingle van Tieske van Grven  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

- DANB n de schft [het schaften] spanne me et prd vur de nuuw kr

- DANB d wrdt naaw en hil nuuwe stad ;

- Dirk Boutkan:  (101) en hel nuuw stad

- WNT XI:230 NUUT, nuwe, nuwer, nuutste: 'iets nuuts' Z.a.

- A.P. de Bont: niut, bijvoeglijk naamwoord. 'nieuwt - nieuw: ''Hij (de japon) is nieuwt'; 'Die fiets he'k nieuwt gehad, d.i. onbereden gekocht

- Dialectenqute 1876 - soms: nuuw of nuuwd, soms: nij of n; 'nen nuwen boek, 'n nuuwd buukske

- Dialectenqute 1876 - 'n nij rtuig mid 'n aauw prd er veur

2. bijwoord

Kees en Bart: 'op nuut'

3. zelfstandig naamwoord

Ze was himml int nuut. - Ze was helemaal in nieuwe kleren gehuld.

Cees Robben   in t nuut... (19550806)

Et mooiste aon de irste communie waar, degge hillemol in et nuut wiert gestoke, tot nuuw schoenen toe. Et wier onderhaand wel td degge ens w nuuts kreegt. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Antw NIEUW (uitspr.: nief, in 't N.: noew, noewt) - nieuw

Jan Naaijkens, D's Biks: nuuwt, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord - nieuw 'in 't nuuwt'

Hoeufft: NIEUWD, voor 'nieuw' Z.a.

3.1. Nieuwjaar:

Cees Robben: Ze spulde saom vant aaw int nuu

Irst vier daoge rondom de stal/ was wnd op onze meule./ Daor wir drie daoge aachteraon/ om vant aaw int nuu te speule. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Allee, strkte war....)

Overige bronnen

Keyser nuwt, nuwwer, nuwst - nieuw

WAT (XI:230) NUUT, nuwe, nuwer, nuutste; iets nuuts Z.a.

A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - nuuw (krt.35); nij/nj/neej/nej/ni-j: grootste deel v. T (blz.55)
 

nuuver

Bijwoord (lange u)

IJverig, nijver

- Een roestpraatje (Weekblad van Tilburg, 5 oktober 1867) - Moejer! zoo nuver legde 't aon m t gelap aon die mouwen.

- De Bont - bijw. nuver, ijverig

- Dialectenqute 1876 - nuver

 

Nuuw
naam, onzijdig
Nieuwjaarsdag; ook Et Nuu
Cees Robben Wij speulen wir van t Aauw in t Nuuw (19601230)
Cees Robben Ik heb al minstens duuzend keer/ Van t Aauw in t Nuuw gespuld..! (19601230)
Cees Robben En we speule mar wir deur... mee de kaort van t Aauw in t Nuuwe... (19860103)
Cees Robben Ze spulden saom van t Aauw in t Nuu.. (19710102)

 

nuuwjaor, nuujaor

zelfstandig naamwoord

nieuwjaar

- Beste Meense, stadgenoote, / k Heb veul wensen vur oe klaor. / In in rmke opgeschreve / k wens oe: ZAOLIG NUUWEJAOR. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

Ik wens oe mee dees Nuwejaor

geen enkel peltje grijze haor! (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, Nuwejaor, 1941)

Cees Robben Zaolig nuujaor, vans gelke... (19860103)

Ast waor wier wmme ammol wnse/ dan zogget vur grot n kln/ en plezierig n gelukkig/ n... en zaolig nuujaor zn. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Kwot waor wier wmme wnse)

Mar naa is alles wir gewon/ n Nuujaor is begonne. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Allee, strkte war....)

't Nuuwjaor d begonnen is/ Brengt ok vur Willem II/ Mee grote hpen goeie hoop/ Ok brgen zrgen mee. (Gieleke wsch. ps. van Michel van de Ven (Lechim) ongedateerd knipsel uit onbekende bron; ca. 1960-1980)

WBD (III.3.2:301) nuuwjaor

- nuuwjaor wnse

Antw. NIEUWJAAR, NIEVEJAAR, in 't N. NOEJAAR zelfstandig naamwoord, mannelijk. en niet o. -Nieuwjaarsdag 

Jan Naaijkens, D's Biks: nuuwjaor zelfstandig naamwoord - nieuwjaar

Hees nuuwjaor (I:54)

 

Bakker van de Camp uit de Veestraat, met nieuwjaarskoeken maar nu voor moederdag gebakken

nuuwjaorskoek, nuujaorskoek

zelfstandig naamwoord

nieuwjaarskoek

Tekening: Frans Mandos Tzn (1945): 'De tekening stelt voor: de in Tilburg en omstreken gebruikelijke nieuwjaarskoeken met gespoten suiker, de zogenaamde "nuuwjaor". Ze zijn doorgaans ongeveer 25 cm lang, ze kunnen echter wel een halve meter en nog grooter zijn.'

Et Tilburgs heej in dieje td en leesplngske, en kookbuukske, tusse de schfdeuren n nuujaorskoeken opgeleeverd. (G. Steijns; Grot Dikteej van de Tilburgse Taol 1998)

WTT 2013 - De traditie van de nieuwjaarskoek is in Tilburg waarschijnlijk jonger dan mogelijk verondersteld wordt. De oudste vermelding ervan troffen we aan in de Nieuwe Tilburgsche Courant van 31 december 1924 en wel in het bijschrijft van deze foto:

"DE NIEUWJAARSKOEK. In verschillende streken van ons land treft men nog merkwaardige gebruiken, bij deft aanvang van het nieuwe jaar, aan. Onze foto toont een Noord-Brabantsch gebruik, waarbij buurlui elkaar met suiker versierde koeken aanbieden. De meest typische opdrachten in gespoten suiker sieren deze reuzen-koeken." Het is opmerkelijk dat daarbij met geen woord verwezen wordt naar het bestaan van een dergelijke traditie in Tilburg. De eerste advertentie die we vonden voor nieuwjaarskoeken van Tilburgse bakkers dateert van 27 december 1929 (NTC). Het betreft bakkerij 'Ze Zijn Er', ook bekend om zijn worstenbroodjes ►wrstebrod

Nieuwe Tilburgsche Courant 29-12-1933

 

nuuwsblad

zelfstandig naamwoord

nieuwsblad, krant

het Nieuwsblad van het Zuiden, de krant waarin Cees Robbens prenten vanaf 1970 verschenen
Cees Robben Spulde gij k in den Bingo van het Nuuwsblad..? (19810417)

WBD III.3.1:310 'nieuwsblad' = krant

WBD III.1.4:10 'nieuwsblad' = nieuwsgierigaard

 

nuuwsgiereg

bijvoeglijk naamwoord.

nieuwsgierig 

WBD III.1.4:8 'nieuwsgierig' = idem


Naar het begin van de pagina

Inhoud Woordenboek Tilburgse Taal

CuBra Home