INHOUD TOORIANS
HOME
AUTEURS
TEKSTEN
BRABANTS
AUDIO
SPECIAAL
KUNS

Pangur Bán / Witte Pangur
Vertaling: Lauran Toorians

Eén van de bekendste gedichten in het Oudiers gaat over de witte kat Pangur. De sprekende ik-persoon is een geleerde monnik die in deze de lof zingt over zijn huisdier, waarin hij veel van zichzelf herkent. Het gedicht dateert uit de vroege negende eeuw.

 

Originele, Oudierse tekst

 

Messe ocus Pangur bán,

cechtar nathar fria aindán;

  bíth a menma-sam fri seilgg,

  mu menma céin im aincheirdd.

 

Caraim-se fos, ferr cach clú,

oc mu lebrán léir ingnu;

  ni foirmtech frimm Pangur bán,

  caraid cesin a maccdán.

 

Ó ru-biam - scél cen scís -

innar tegdais ar n-óendís,

  táithiunn - díchríchide clius -

  ní fris'tarddam ar n-áthius.

 

Gnáth-húaraib ar gressaib gal

glenaid luch inna lín-sam;

  os mé, do-fuit im lín chéin

  dliged ndoraid cu ndronchéill.

 

Fúachaid-sem fri frega fál

a rosc a nglé-se comlán;

  fúachimm chéin fri fégi fis

  mu rosc réil, cesu imdis.

 

Fáelid-sem cu ndéne dul,

hi nglen luch inna gérchrub;

  hi tucu cheist ndoraid ndil,

  os mé chene am fáelid.

 

Cía beimmi amin nach ré,

ni derban cách a chéle.

  maith la cechtar nár a dán,

  subaigthius a óenurán.

 

Hé fesin as choimsid dáu

in muid du-ngní cach óenláu;

  du thabairt doraid du glé

  for mu mud céin am messe.

 

Vertaling

 

[Mijn] 'witte Pangur' en ik,

wij hebben elk onze eigen vaardigheid.

Zíjn gedachten gaan uit naar de jacht,

en die van mij naar míjn specialiteit.

 

Ik verkies rust boven roem -

in mijn boekje studerend met vlijt;

de witte Pangur benijdt mij niet,

hij houdt het liever bij jolijt.

 

Wanneer wij samen - dat is nooit saai -

met zijn tweetjes in ons huisje zijn,

dan hebben wij - in onbeperkt spel -

allebei iets dat ons scherp houdt.

 

Gewoonlijk na een fel gevecht

blijft er in zijn net een muis,

terwijl ik een duistere regel vang

die maar moeilijk te begrijpen is.

 

Hij richt zijn scherpe blik

vol aandacht naar de kale wand.

Zelf richt ik mijn open ogen,

hoewel zwak, op het scherpen van verstand.

 

Vangt hij met zijn scherpe klauw een muis

dan is hij blij en dartelt heen en weer;

en als ik een lief-lastig probleem bevat,

verheugt mij dat al net zo zeer.

 

Hoe lang we ook zo zullen zijn,

nooit zijn wij elkaar tot last.

Elk van ons bemint zijn kunst,

en geniet wat hem het beste past.

 

Hijzelf is een meester in

hetgeen hij elke dag weer doet;

wat moeilijk is tot klaarheid brengen,

doe ik zelf steeds vol goede moed.