CuBra
Inhoud Devotie- prenten
Inhoud De Croon
Home
Speciale bijdragen
Rijk rooms leven

CuBra rubriek van Gerard de Croon

U kunt reageren

Klik hier om een e-mail te verzenden 

Gerard de Croon

Devotieprentjes in woord en beeld

Elke week op zondag een nieuwe aflevering

Aartsengel RafaŽl

 

Lid van Gods eredivisie

 

De twee personen op het prentje zijn bezig met een lange tocht, al hebben ze daar naar mijn mening niet het juiste schoeisel voor kunnen vinden.

De Ė gevleugelde- RafaŽl vergezelt de jonge Tobias op diens tocht vanuit Nineve naar Rages in MediŽ.

 

Het verhaal van hun tocht is in zijn geheel te vinden in het oudtestamentische boek Tobit. Dat is een zogenaamd deuterocanoniek boek d.w.z. dat het pas in tweede instantie op de lijst van erkende bijbelboeken is komen staan. Dat geldt b.v. ook voor het boek Job.

 

Ik heb het met genoegen bij deze gelegenheid nog eens gelezen, omdat het vele boeiende elementen bevat: romantiek, spanning, magie. Het verhaal speelt zich af ca 700 v. Chr.

 

Tobit, de oude blinde vader van Tobias, heeft zijn zoon op pad gestuurd om geld op te halen bij een familielid aan wie hij het jaren geleden in bewaring heeft gegeven. Omdat het een lange en gevaarlijke reis is, moest Tobias wel een goede reisgezel zien te vinden. Deze diende zich "toevallig" net aan toen Tobias de deur uitging. De man noemde zich Azarias, want hij wilde niet meteen uit de kast komen als aartsengel.

 

De kleding die de twee dragen valt wijd en soepel, zodat ze lekker kunnen doorstappen. Azarias heeft een degelijke pelgrimsstaf bij zich. Tobias draagt een vis aan een stukje touw en die zal nog een belangrijke rol spelen in het verhaal. Hij heeft hem het dier zelf gevangen in de rivier de Tigris die nog net zichtbaar is rechts op de achtergrond.

 

Voor een beter begrip van de omvang van de expeditie: Nineve lag aan de Tigris, ongeveer tegenover het huidige Mosoel in Irak. De reis eindigt voor Tobias in Ekbatana, het huidige Hamadan in Iran. De totale afstand is meer dan 500 km. En dan moeten ze natuurlijk nog terug ook.

 

In Ekbatana overnachten de twee bij een familielid van Tobias die toevallig een mooie huwbare dochter heeft, Sara. De vader van Sara vindt Tobias een uitstekende huwelijkskandidaat, maar hij waarschuwt de jongeman dat er al zeven mannen door een demon zijn gedood, toen zij de huwelijksnacht met Sara wilden doorbrengen. Een slaapvertrek wordt voor het tweetal in orde gemaakt. Gelukkig heeft Tobias zijn vis nog bij zich, waarvan hij het hart en de lever verbrandt op een kaars. De demon kan daar niet tegen en vlucht de kamer uit. Tobias en Sara blijken het prima met elkaar te kunnen vinden. Tot verbazing van Raguel en Edna, de ouders van Sara, bleek het tweetal ís morgens nog in uitstekende gezondheid. Er werd afgesproken dat de twee jonge mensen voortaan als echtpaar door het leven zullen gaan en dat er 14 dagen bruiloft gevierd zal worden.

 

Azarias reist ondertussen door naar een dorp in de buurt van Ekbatana waar oom GabaŽl het geld van de oude Tobit had bewaard. Hij moet niet alleen het geld ophalen , maar hij moet ook Gabael uitnodigen om de bruiloft mee te komen vieren. Vreugde alom, maar de oude Tobit en zijn vrouw Anna maken zich in Nineve ondertussen zorgen over het welzijn van hun zoon. Die komt uiteindelijk opdagen met zijn jonge vrouw Sara en zijn reisgezel Azarias en in het bezit van een flinke bruidsschat.

Blijdschap bij Tobit en Anna natuurlijk, maar Tobias heeft een bijzondere verrassing in petto voor zijn vader. Hij druppelt wat gal van de vis in de blinde ogen van zijn vader waarna hij de witte vliezen voor de ogen van Tobit zonder moeite kan verwijderen. Tobit ziet weer.

 

Tijd voor Azarias om zijn echte identiteit te onthullen. Ik haal daarvoor de betreffende passage aan uit het boek Tobit.

 

"15 Ik ben RafaŽl, een van de zeven engelen die in de nabijheid van de troon van de Heer verkeren.' '6 Toen Tobit en Tobias dit hoorden, wierpen ze zich ontzet en vol angst ter aarde,17 maar RafaŽl stelde hen gerust: 'Wees niet bang, jullie hebben niets te vrezen, prijs God tot in alle eeuwigheid. 18 Mijn aanwezigheid hadden jullie niet aan mij te danken, God heeft het zo gewild. Prijs hem, loof hem elke dag. '9 Ik was bij jullie, maar heb al die tijd niets gegeten. Wat jullie zagen was een verschijning.20 Nu dan, prijs de Heer hier op aarde, dank God. Ik ga nu terug naar hem die mij heeft gestuurd. Stel alles wat jullie hebben meegemaakt te boek.' En RafaŽl steeg op naar de hemel. 21 Toen Tobit en Tobias waren opgestaan, zagen ze hem niet meer.22 Ze prezen en loofden God en dankten hem voor alle wonderbare daden die hij had verricht in de tijd dat de engel hun verschenen was. "

 

Tobit hfdst. 12 ( Nieuwe Bijbelvertaling, 2004.)

 

Ten slotte:

De naam RafaŽl betekent in het Hebreeuws God heeft genezen.

Over de betekenis van RafaŽl voor onze provincie valt weinig te vertellen. Ik heb geen vermeldingen kunnen vinden van kerken of kapellen waar hij bijzonder vereerd wordt.

Wat wel duidelijk is: RafaŽl vertegenwoordigt een soort schepsels dat steeds meer in de aandacht komt. Dus dit is beslist niet het laatste prentje in deze reeks waarin een engel optreedt.