Hoofdstuk 4

Gebouwen, straten en andere spraakmakende zaken

 


 

CUBRA HOME

INHOUD BIJNAMEN
1. Personen, werkelijke naam bekend

2. Personen, zonder werkelijke naam

3. Schoolse bijnamen (leraren en leraressen)
4. Gebouwen, straten en andere spraakmakende zaken

 

In de banner van links naar rechts

Pieta Melis

Peerke Donders

Jan de Kort

'Veugelkôojkes'

Jan Plek

Rocking Louis

De Siemer

 

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X
Y

Z

4.A

 

Aachter Jan Hènse    

kerkhof van de Heikant       

dit lag achter de boerderij van Jan Hensen op den Haajkaant. Vandaar dat men kon horen zeggen: "Den dieje leej aachter Jan Hènse," als men het had over iemand die al dood en begraven was.

 

Aadeefje                                                                         

kleuterschool aan de Burgemeester Rauppstraat

deze werd door bouwpastoor Manders van de parochie Sint Petrus en Paulus zo genoemd naar de "Adammetjes en Evaatjes", dit waren de kindertjes die er hun eerste schreden zetten op hun weg door het R.K.-onderwijs. 

 

AN-JO

dubbel herenhuis aan den Hòlle Wèg

zie bij Hòlle Wèg en in hoofdstuk 2 bij Gruunjas

 

Appelkes van Bòllekes         

firma De Bollekens                  

dit was de fruitkwekerij aan de Enschotsebaan in Enschot van de familie Bertens, opgericht door Piet Bertens in 1954, die op het hoogtepunt 22.000 fruitbomen telde. Was bekend om de appelen die men aan huis verkocht (maar Jo Bertens–de Kort dreef ook een winkeltje op de kwekerij) en die bekend stonden als de Appelkes van Bòllekes. Hun zoon nam in 1986 het bedrijf over maar ging zich meer toeleggen op het kweken van fruitbomen omdat De Bollekens door de oprukkende bebouwing steed meer in het gedrang kwam.

In het jaar dat Piet Bertens De Bollekens de oprichtte (1954) trouwde hij ook, met Jo de Kort. Het was een heel bijzondere bruiloft die ook landelijk aandacht trok, want op dezelfde dag (23 februari 1954) trouwden naast Piet en Jo ook drie jongere broers en een zus van Piet Bertens uit Enschot en een familielid (John van Haaren uit Udenhout) met vier jongere zusters en een broer van Jo de Kort uit Heukelom. Allen trouwden ze op dezelfde dag in dezelfde kerk (de kerk van Petrus Banden in Oiterwijk) voor dezelfde priester (pastoor Van Kemenade) onder toeziend oog van mgr. Mutsaerts van Den Bosch. Vier van de zes paren emigreerden korte tijd later naar Canada, wat de reden was voor deze bijzondere, gezamenlijke aanpak. Allen bleven ze werkzaam in de agrarische sector en hadden een eigen bedrijf. In februari 2004 verkeerden alle bruidsparen van weleer nog in een goede gezondheid en vierden zij gezamenlijk, op dezelfde dag in dezelfde Oisterwijkse kerk op grootse wijze hun gouden bruiloften! Piet en Jo waren op dat moment resp. 83 en 81 jaar oud.

 

Het hele team van het “wereldrecord bruiloft houden” op 23 februari 1954 bij elkaar op de foto. Achterste rij v.l.n.r.: Piet Bertens (x Jo de Kort), Rieka Wolfs (bruidsmeisje), Ad de Kort (x An Bertens), Sjaan van Rijsewijk (bruidsmeisje), Gerrie Bertens (x Annie de Kort), Jos Bertens (x Tny de Kort), Riek van Haaren (bruidsmeisje), John van Haaren (x Lucy de Kort), Annie van Rijsewijk (bruidsmeisje), Frank Bertens (x Rieka de Kort). Voorste rij v.l.n.r.: Jo de Kort (x Piet Bertens, Zus de Kort (bruidsmeisje), An Bertens (x Ad de Kort), Annie de Kort (x Gerrie Bertens), Tiny de Kort (x Jos Bertens), Lucy de Kort (x John van Haaren), Mien Wolfs (bruidsmeisje) en Rieka de Kort (x Frank Bertens). Vooraan op de grond: Anny Bertens met een kussen waarop de 12 ringen liggen.   

 

den Artsekraant, de Kraant van Arts of den Bèùl van De Gruyter

Nieuwe Tilburgsche Courant (NTC)

genoemd naar de oprichter en hoofdredacteur Antoine Arts. De eerste bijnaam werd ook vaak gebruikt om de plaats op de Heuvel aan te geven waar men voor de ramen van het redactiekantoor het laatste nieuws kon lezen, of de voebòlötslaoge op zondagmiddag. Arts ging in 1879 van start met de Nieuwe Tilburgsche Courant die hij uitgaf naast De Kruisvaan, een blad voor ex-zoeaven, en die in het begin vanwege het kleine formaat ook wel et Kraantje werd genoemd. Als de tweede krant van Tilburg stond de NTC meer open voor vernieuwing en de sociale kanten van het katholicisme dan de tien jaar oudere Tilburgsche Courant (zie de Kraant van Bartje Luyten). De laatste bijnaam, den Bèùl van De Gruyter, was een spotnaam waarmee men wilde aangeven dat er in de krant niets van belang stond. Een buil van De Gruyter was namelijk blanco! Ook na Antoine Arts bleef de NTC een Artsekraant. Zijn journalistieke werk werd voortgezet door zijn zonen dr. Antoon Christianus Bernardus (Arnhem 1873 – Nijmegen 1955, was tevens hoofdredacteur van het Overijsselsch Dagblad), Leo Johannes Josephus (1883-1965) en Henri Koenraad (1885-1942). In 1964 ging de NTC op in Het Nieuwsblad van het Zuiden (zie et Fabriekaantekrantje). De laatste eigenaar en hoofredacteur was van 1955 tot 1964 Paul Arts (1922-2003, zoon van Henri, x Jeanni Schalken, geb. 1922) die daarna adjunct-directeur werd van de Nederlandse Katholieke Sportfederatie in Den Bosch.

 

(foto’s: Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

In de rubriek Weerzien van het Brabants Dagblad heeft begin 2006 een foto gestaan van leden van de familie Arts en personeel van hun krant. De foto is gemaakt in de tuin van de familie Arts op de Heuvel, waar de redactie en drukkerij van de krant ook gevestigd was. De groep zit daar voor de Maria-grot. Vrome katholieke families die er de ruimte voor hadden lieten wel vaker zo’n grot achter in hun tuin aanbrengen, want Lourdes en Fatima waren in. Misschien poseert de hele groep hier wel bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de krant. Dat zou dan in 1929 moeten zijn geweest. De journalist Bernard van Dijk heeft op de foto gereageerd. Hij begon zijn loopbaan bij de NTC maar stapte in 1961 over naar grote de concurrent, Het Nieuwsblad van het Zuiden (sinds 1917, zie et Fabriekaantekraantje). Het ging er volgens Van Dijk heel familiar toe bij de NTC. Toen hij er begon was er geen hoofdredacteur, maar de bekende Pierre van Beek (1907-’93) die chef de bureau was vervulde die rol wel zo’n beetje. Hij staat geheel rechts op de foto hieronder (zie voor bibliografie en biografische gegevens: www.cubra.nl/tilburgsdialect/pierrevanbeek/welcome.htm). De jongen helemaal links op de vooste rij is de al genoemde Paul Arts. Naast hem zijn oom Leo. De andere jongen is Koen Arts, de broer van Paul.

 

Uit het Brabants Dagblad, rubriek Weerzien (11 jan. 2006, door Joep Eijkens)

 

Antonius (Antoine) Henricus Arnoldus Arts (Arnhem 1845 – 1926, x 1872 Cornelia Susanna Aleijda Reh, Arnhem 1848) diende van 1866 tot 1870 als zoeaaf voor paus Pius IX in diens strijd tegen de nationalisten onder leiding van koning Victor Emmanuel II en Garibaldi. Antoine Arts bracht het tot tweede luitenant.

De paus was toen nog een geestelijke én wereldlijke vorst die delen van midden Italië in handen had maar hiervoor steeds minder politieke steun kreeg van de grootmachten Oostenrijk en Frankrijk. Daarom deed hij een beroep op de katholieke jongeren om voor hem te komen vechten. Eerst vonden deze oproepen vooral in België en Frankrijk gehoor, maar vanaf 1866 ook in de grote katholieke centra van zuidelijk Nederland. Een stad als Tilburg was zeer pausgezind. De zoeaven boekten in Italië slechts incidentele successen. Na de val van Rome in 1870 werd de strijd beëindigd en moest de paus zich terugtrekken in het Vaticaan.

Voor teruggekeerde zoeaven was Tilburg een stad met mogelijkheden. Zij waren zonder nationaliteit omdat ze vrijwillig in vreemde krijgsdienst waren gegaan en zaten zonder werk. In Tilburg werden ze geaccepteerd vanwege hun inzet voor de paus en konden in de sterk groeiende industrie snel een baan vinden. Daarom zijn er circa 65 (ex-) zoeaven geweest die zo enige binding met Tilburg hebben gekregen. Een van de bekendsten is Antoine Arts geworden. Terug uit Italië vestigde hij zich eerst in Den Bosch waar hij in 1872 trouwde met Cornelia Reh. Zij kregen acht kinderen. In 1877 kwam hij naar Tilburg toen men hem vroeg om hoofdredacteur te worden van De Kruisvaan, een blad voor ex-zoeaven dat werd gedrukt bij Bartje Luyten. In 1878 bracht Arts De Kruisvaan over naar een eigen drukkerij die hij opzette in de Poststraat. Een jaar later stichtte hij de Nieuwe Tilburgsche Courant. Na de pauselijke encycliek Rerum Novarum wilde Arts ook de politiek in, omdat hij voorstander was van een katholicisme met een meer sociaal gezicht. Hij moest zich echter eerst laten naturaliseren, wat gebeurde in 1897. Van 1901 tot 1913 zat hij vervolgens in de gemeenteraad van Tilburg en van 1910 tot 1922 in de Tweede Kamer. In dat laatste jaar trad hij uit zijn partij (de R.K. Staatspartij) en nam met een eigen lijst, waar alleen hij en zijn zoon Pius Arts (zie hoofdstuk 1) op stonden, deel aan de verkeiezingen. Zij slaagden er niet in om een zetel te halen. Antoine Arts stierf in Tilburg in 1926. Hij was ridder in de Orde van de Nederlandse leeuw (1910) en drager van enkele Italiaanse onderscheidingen, waaronder een in de pauselijke Orde van Gregorius de Grote. (Voor zoeaven, zie ook hoofdstuk 1: Charles Bastings, Arnoldus van Sommere en onder Gertruda Goijarts, en in hoofdstuk 2: et Zoeaavekoor. Zie ook hierna onder et Vèn). Antoine Arts werd eind 1999 herontdekt als sociaal bewogen journalist-politicus bij de verkiezing van de (sociale) Tilburger van de Eeuw, waar hij op de derde plaats eindigde (voor de nummers 1 en 2 zie hoofdstuk 1: Miet van Puijenbroek en Gerrit Poels).

 

Antoine Arts in 1915 geportretteerd door fotograaf Van Beurden (coll. RAT)

 

den Atteljee of de Wèrkplòts, ook wel: de Verboden Stad                         

Centrale Werkplaats der Nederlandse Spoorwegen

De aanleg van een spoorlijn (1863) en vestiging van een herstelwerkplaats voor spoorwegmaterieel (1866, officieel geopend in 1870) hadden grote gevolgen voor Tilburg. De stad met de oude herdgangstructuur werd ruw doorsneden. Er ontstonden twee Tilburgen: een van boven en een van beneden De Lijn (zie bij “De Lijn”). Dat was de prijs die de stad moest betalen voor een betere bereikbaarheid. Naarmate de werkplaats groeide werd Tilburg ook door den Atteljee geografisch doormiddengehakt, want deze “Verboden Stad” besloeg uiteindelijk een strook van 1 km lang achter het station, van de fraters tot helemaal aan den Bèsterd. In oppervlakte: 75 ha., terwijl het in 1866 begon met 13 ha. Dat was de prijs die de stad moest betalen voor veel nieuwe arbeidsplaatsen. Den Atteljee werd rap de grootste werkgever van de stad, met in 1913 al 1.253 werknemers.

De spoorwegarbeiders liepen in den lande voorop in de strijd voor betere omstandigheden. Hun organisatiegraad was hoog en ze maakten gebruik van het stakingsrecht. Tilburg ondervond dit ook. Echter, de katholieke Raphaëlieten (zie in hoofdstuk 2) namen het niet zonder succes op tegen de gevestigde neutrale bond. Veel vaklieden, zoals metaalbewerkers, kwamen van boven de rivieren, waren niet van katholieken huize en vestigden zich in de omgeving Besterd en Loven. Tilburg werd hierdoor méér dan een overwegend katholieke wolstad. Gelet op de alternatieve bijnaam Verboden Stad had er misschien wat meer aan integratie mogen worden gedaan… Maar toch was hier en daar de invloed van nieuw bloed merkbaar. Zo is de betekenis van de commies der Spoorwegen Antony Kok al genoemd in hoofdstuk 1 en stonden mensen van de Wèrkplòts aan de wieg van het voetbal (zie bij et Bronsgiststròtje) en tennis (zie Blènde Fiel) in Tilburg.  

Eén reden om juist Tilburg en Zwolle een hoofdwerkplaats te gunnen was de ruime beschikbaarheid van grond achter het station. In het begin was in den Atteljee het ambacht duidelijk aanwezig. Zo was er een Zadelmakerij, omdat de NS toen nog paarden inzette voor het rangeren van wagons (zie hoofdstuk 1: J.J. van Odijk), en werd er volop aan houtbewerking gedaan voor de inrichting van de personenrijtuigen e.d. Al in 1892 vond er een zekere herverdeling van werk plaats tussen de diverse locaties. Tilburg raakte het werk aan de goederenwagons kwijt en concentreerde zich nu op personenrijtuigen en locomotieven. In 1932 werden in het kader van een reorganisatie ook de personenrijtuigen afgestoten en specialiseerde Tilburg zich op revisie en reparatie van stoomlocomotieven (tot 1955). Dit kostte arbeidsplaatsen. In september 1944, een maand voor de bevrijding van Tilburg, werd de werkplaats nog getroffen door een Duits bombardement dat aan drie medewerkers het leven kostte.

In de jaren negentig moest de NS verzelfstandigd worden. Dit betekende voor de werkplaatsen dat ze werden losgekoppeld van het vervoersbedrijf en in NS Materieel ondergebracht. De werkplaats ging door onder de naam NedTrain. In 2007 werd er een overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de NS, inhoudende verplaatsing van de werkplaats naar industrieterrein Loven en verkoop van alle grond met opstallen achter het station aan de gemeente. In 2011 vond de verhuizing plaats, waarna er achter het station een nieuw te ontwikkelen stadsdeel klaar lag. Het bedrijf op Loven ging in een nieuwe jas verder als NedTrain Componenten Bedrijf voor herstel en revisie van componenten van railgebonden materieel.  

 

Intussen was er achter het station vanaf 1866 een reeks bedrijfsgebouwen neergezet die hoogst interessant bleek uit architectonisch en industrie-historisch oogpunt. Een zevental werd kort na de deal met de NS als gemeentelijk monument aangewezen, in afwachting van verdere plannen. Ook kreeg een aantal gebouwen vrijwel direct een tijdelijke bestemming om de Spoorzone zo snel mogelijk tot leven te wekken. De economische crisis van 2008-’12 bood langer respijt dan verwacht om na te denken en plannen te maken voor de toekomst van de Spoorzone (zie daar en kijk op www.spoorzone013.nl/)

 

Het spits werd afgebeten door de Houtloods, het wat afgezonderd gelegen oudste gebouw (1867) van de voormalige werkplaats. Na een restauratie door Bedaux De Brouwer Architecten ging hier in 2015 restaurant De Houtloods van start. 

 

Volop herstelwerkzaamheden in de grote LocHal (foto 1913, Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

De LocHal beschikte over een 125-tons kraan om locs te liften, zoals op deze foto is te zien. In 1955 ging de  laatste stoomlocomotief hier in revisie. De monumentale LocHal wordt in 2017-‘18 gerestaureerd en verbouwd voor culturele en educatieve doelen (w.o. een nieuwe stadsbibliotheek) en als ontmoetingsplek (coll.RAT)

 

Foto uit 1939 van de Polygonale (veelhoekige) Loods die toen net een jaar in gebruik was. De draaischijf vóór de vijf deuren is uit 1929. Met die schijf kon de locomotief in juiste positie worden gebracht om door een van de deuren naar binnen te rijden. Boven het gebouw uit zijn net twee torenspitsen te zien: links die van de kapel van de fraters en rechts die van de “Paoterskerk” (zie daar) aan de Gasthuisstraat. De Polygonale Loods is in 2017 geheel opgeknapt met het oog op een nieuwe bestemming als horecazaak.

 

Interieur van de Koepelhal na het vertrek van de NS in 2011. Deze hal is in 1902 helemaal aan de oostzijde van het complex gebouwd als derde Wagenmakerij. Toen deze niet meer nodig was om wagens te maken, deed zij vooral dienst als magazijn en soms als bedrijfstheater. Zo werd er na de bevrijding toneel, operette en revue opgevoerd voor spoorwegpersoneel en genodigden. Omgeven door de indringende geur van oude stoomlocomotieven heeft daar toen ook een nog jonge Toon Hermans opgetreden in het "Theater Plezier van Floris Meslier." Voor de toeschouwers, die tijdens de oorlog niets meer gewend waren, zijn dit onvergetelijke gebeurtenissen geweest. Ook artiesten als Rita Corita en Willy Alberti hebben de akoestiek van de Koepelhal mogen beproeven (foto: Wendy van ’t Klooster)

 

Met Tilburg kwam het goed. De tweedeling werd uiteindelijk opgelost. In 1962 werd het Hoogspoor voltooid (zie daar) waardoor er een einde kwam aan alle overwegellende op drie vitale punten in de stad. De verhuizing van de Wèrkplòts bracht tal van nieuwe mogelijkheden. In 2016-’17 kwamen er voor langzaam verkeer nog twee onderdoorgangen gereed: een onder het station uit 1965 zelf en een in het verlengde van de Willem II straat. Voor het autoverkeer werd de Burgemeester Brokxlaan door het gebied van de voormalige werkplaats getrokken zodat de Spoorlaan aan de zuidkant van het station werd ontlast. Vóór de nieuwe noordelijke ingang van het station kwam het Burgemeester Stekelenburgplein te liggen.

 

 

4.B

 

Badhuisstraat                             

Prinses Julianastraat             

de officiële straatnaam werd in de oorlog door de Duitse bezetter verboden. Daarom werd deze straat tijdelijk genoemd naar het bekende openbare badhuis dat daar stond (zie ook hoofdstuk 1 bij Herman van der Waarden)

 

Het badhuis aan de Prinses Julianastraat op een foto uit 1921. Rechts de Damsstraat of et Stròtje van Taminiau (zie daar). In 1963 werd het badhuis gesloopt (van Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

de Baggerweg                             

verlengde Sweelincklaan    

in Tilburg-Noord, die in 2001 een rechstreekse verbinding werd tussen deze wijk en de nieuwe Noordoosttangent (de Burgemeester Bechtweg)

 

et Baksestròtje of et Stròtje van Baks

Lange Schijfstraat    

het nog bestaande stukje van deze straat tussen Schouwburgring en Lieve-Vrouweplein werd vroeger genoemd naar de familie Bakx die hier op een hoek woonde, waar nu café “de Schouw” is (Schouwburgring 190. Zie ook in hoofdstuk 1: Baard Baks)    

 

den Baol Boemel

recreatieve stoomtrein van Tilburg naar Baarle-Nassau v.v.

 

Met behulp van een obligatielening werd in 1974 de SSTT onder stoom gebracht (foto: website Ad Kusters, pagina Bels Lijntje)

 

nadat in 1973 het doek definitief viel over het goederenvervoer via et Bèls Lèntje (zie daar) werd een jaar later de Stichting Stoomtreinmaatschappij Tilburg-Turnhout (SSTT) opgericht die een recreatieve treindienst moest onderhouden tussen Tilburg en Baarle-Nassau (halte landgoed Schaluinen).  Omdat het Belgisch deel van het tracé toen al niet meer geschikt was ging het toeristenvervoer vanuit Tilburg (station West, nu Universiteit) niet verder dan Baarle-Nassau (Baol). In het begin (1974-’76) huurde de SSTT een stoomlocomotief (de 3737) met rijtuigen van de NS.

 

De van de NS gehuurde Loc 3737 met zijn indrukwekkende stoet rijtuigen trok in het begin veel bijkijks tussen Tilburg en Baarle-Nassau (foto: Tiny van Eindhoven, PVE)

 

Daarna werkte de SSTT met eigen materieel dat bestond uit opgelapte locomotieven uit de Limburgse mijnbouw en oude rijtuigen die men ergens in Duitsland op de kop had kunnen tikken. Janus van Raak (zie hoofdstuk 1) heeft een rol gespeeld: hij kocht op een gegeven moment twee oude locomotiefjes op waarvan hij één goede liet maken. Het ging een aantal jaren goed. Er werd zelfs een jaarlijkse “race” georganiseerd tussen de stoomtrein en antieke auto’s van Lips-Autotron, die veel aandacht trok.

Maar in 1982 reed de laatste loc, de NS 8826, voor het laatst over het spoor, na discussie met de NS over de kosten die niet uitmondde in een haalbare regeling. In 1984 ging de SSTT failliet. De spoorlijn werd in 1986 in België afgebroken en in 1987 in Nederland. De gemeente Tilburg en haar zuiderburen investeerden in de aanleg van een recreatief fietspad over het tracé, nu wel helemaal tot Turnhout.  

 

De laatste Loc, NS 8826, hier nog in actieve dienst in 1981.

 

De ideeënrijke Marc Taminiau (geb. Amstenrade 1940, x 1964 Marjan van Mook, geb. 1942) was een belangrijke aanjager van de SSTT. Hij werkte van 1968-’74 bij de Tilburgse VVV, waarvan vier jaar als directeur. In 1974 stapte hij over naar Lips-Autotron en in 1982 naar de Efteling. Vervolgens  werd hij oprichter en directeur van het Land van Ooit in Drunen (1989-2007). Als een echte Taminiau is hij ook lid geweest van hockeyclub TMHC Tilburg aan de Bredaseweg. Na de tijd van de “echte” goederentreinen kwam ook De Baol Boemel daar regelmatig langs gereden. Het tracé van et Bèls Lèntje liep immers vlak achter de hockeyvelden (nu van HC Tilburg) om en kruiste de Bredaseweg ter hoogte van de Zwartvenseweg. Toen de hockeyclub in 1975 vijftig jaar bestond werd er een groot lustrumfeest georganiseerd in Schaluinen. Marc Taminiau zorgde ervoor dat de Baol Boemel een extra stop maakte bij de hockeyclub om een groot aantal feestgangers, leden en reünisten, naar Baol te brengen. De feestreis werd een groot succes en iedereen kwam ook weer veilig thuis.

 

de Baon van Van Gelôove                                                                  

wielerbaan Enschotsestraat

deze wielerbaan aan de Enschotsestraat bevond zich van 1937 tot circa 1945 tegenover het abattoir en werd genoemd naar eigenaar Van Geloven van bijbehorend café ’t Abattoir.

 

Wielerbaan Enschotsestraat in 1933, met linksachter ingang abattoir (Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

Bartje Mutsers                           

A&N Mutsaerts                           

wollenstoffenfabriek uit 1867 aan de Kuiperstraat, sinds 1880 Pironstraat bij de Gasthuisstraat, genoemd naar een van de oprichters, Norbert (Bart) Anthonie (1836-1908) Mutsaerts. De andere was zijn jong overleden broer Cornelis Adriaan (1835-‘70). Zie verder in hoofdstuk 1 bij Peter (Kwèèk) Mutsaerts en Franciscus (Schroef) Mutsaerts.

 

De fabriek van A&N Mutsaerts werd in 1880 op dit punt aan de Pironstraat (hoek Gasthuisstraat) gevestigd en groeide door tot 400 arbeidsplaatsen in de zestiger jaren. Sloot in 1977.

 

et Bèls Lèntje                              

spoortraject Tilburg - Turnhout

deze spoorverbinding werd in 1866-’67 aangelegd door de Chemins de Fer du Nord de la Belgique en geëxploiteerd door de Belgische maatschappij Grand Central Belge, wiens netwerk tot Noord-Frankrijk ging. Belangrijke reden voor onze zuiderburen om fors te investeren in deze verbinding was om een goed vervoerstraject te krijgen voor hun steenkolen uit m.n. de Borinage naar Nederlandse fabrieken, zoals de textielfabrieken in Tilburg. Ook zetten zij in op reizigersvervoer, getuige de bouw en inrichting van vier nieuwe stations op het traject t.w. in Riel, Alphen, Baarle-dorp en Weelde-Merksplas. In de goede tijden werden er 20.000 reizigers per jaar vervoerd. Als hoofdverbinding tussen Nederland en België kwam deze spoorlijn echter niet uit de verf vanwege de realisatie van de Moerdijkbrug, die een snellere verbinding over Roosendaal mogelijk maakte. Het reizigersvervoer over het Bels Lijntje werd dan ook in 1934 gestaakt, met uitzondering van sommige speciale treinen zoals die voor bedevaartgangers naar Lourdes. De laatste goederentrein reed in 1973.

In Tilburg sloot het enkelspoorse Bels Lijntje vlak voor het NS-station aan op de spoorlijn die uit de richting Breda kwam. Op dat punt opende Mathieu Kessels in 1898 zijn nieuwe muziekinstrumentenfabriek (Industriestraat, nu Hart van Brabantlaan - St. Ceciliastraat). Dus van het station uit gezien boog het Bels Lijntje daar af naar het zuiden. Rond 1950 groeiden er echter twee problemen voor dit Tilburgse deel van het tracé: door de plannen met betrekking tot het Hoogspoor (zie daar) incl. een nieuw rangeerterrein kon het Lijntje niet meer zo dicht bij het station zijn eigen richting kiezen, en vanwege geplande woningbouw in het zuidwestelijk deel van de stad was de aanwezigheid van een spoorlijn daar niet meer gewenst. De gemeente besloot om het Bels Lijntje vanuit de stad gezien pas later naar het zuiden te laten afbuigen, zodat het om de Oude Warande heen parallel aan de Zwartvenseweg de Bredaseweg kruiste. Deze omleiding werd in 1958 gerealiseerd (zie kaartje).

 

 

Oude situatie bij de afsplitsing van het Bels Lijntje nabij het station Tilburg. Het dubbelspoor rechts is de spoorlijn Tilburg – Breda. Links ergens achter de schoorsteenpijp stond in 1898 de nieuwe muziekinstrumentenfabriek van Mathieu Kessels. De fotograaf moet op de voetgangersbrug van de overweg Gasthuisstraat hebben gestaan (foto: website Ad Kusters)

 

 

Hoe het na 1973 verder ging met het Bels Lijntje staat hiervoor beschreven bij den Baol Boemel. Enkele jaren na de beëindiging in 1983 als toeristische attractie werd besloten om in navolging van de Belgen de spoorlijn maar op te doeken. In 1988 kocht de gemeente Tilburg de grond van de NS en werd er een begin gemaakt met de aanleg van een toeristisch fietspad over het tracé. Het Bels Lijntje had vervolgens nog een aardige verrassing in petto. Nadat het er enkele jaren stil en verlaten had bijgelegen bleek dat er in de bermen een rijke natuur was ontstaan. Dit kwam, zo werd verondersteld,  door al het plantaardig kiemmateriaal dat in de loop der tijd met de kolen uit België was meegevoerd en overal langs de lijn wortel kon schieten nu de bermen niet meer werden bijgehouden. 

 

Oprukkende bebouwing van de nieuwe wijk De Blaak (Dintel) in 1977. De spoorlijn ligt er dan nog en zal nog een jaar of vijf jaar dienst doen als toeristische spoorlijn tussen Tilburg West en Baarle-Nassau (foto: Tilburgse Herinneringen op Facebook)   

 

De ambitieuze opzet waarmee de spoorlijn Tilburg – Turnhout aanvankelijk werd opgezet blijkt tenslotte uit het feit dat er ooit 27 wachtposten langs stonden (waarvan er zes bewaard zijn gebleven). In het licht van de geschiedenis is het niet zo verwonderlijk dat et Bèls Lèntje ook een prooi werd van degenen die graag de spot dreven met dit soort “bloopers”. Men zei in Tilburg wel, als er iemand met een groots plan op de proppen kwam waar men geen geloof in had: "Et Bèls spoor ister mar en bisje bij."

 

Bij de viering van het 150-jarig bestaan van het Bels Lijntje kwamen deze drie mannen in april 2017 bijeen bij een van de wachtposten waar zij hun jeugd beleefden, v.l.n.r.: Piet Soethout, Jef van Hout en Ad Adriaansen. Zij haalden herinneringen aan die tijd op voor het Brabants Dagblad. Zo vertelde Jef van Hout (die ook bijdroeg aan het Tilburgs Bijnamenboek uit 2000): “Als de trein in aantocht was begon het glas van de petroleumlamp in de kamer te rammelen.”

 

den Bèrndèèk                             

Berkdijksestraat                      

welke naam reeds zeer vroeg (vijftiende eeuw) voorkomt in documenten, naar alle waarschijnlijkheid als een route waarlangs schaapskuddes hun weg vonden naar heidevelden. In de negentiende eeuw staat de Berkdijk op de kaart als onderdeel van de Oude Baan (zie daar) van Tilburg naar Breda. Den Bèrndèèk was met andere woorden in vroeger tijden, hoewel niet meer dan een zandweg, vanaf de Korvelse kerk dé uitvalsweg naar Breda. Maar in 1827 werd de (huidige) de Bredaseweg aangelegd, als een streep van de Delmerweg en café Het Dorstige Hert naar de Heikese kerk. De Berkdijksestraat werd daarmee een secundaire verbinding die pas vanaf 1899 ook werd bestraat. In 1954 volgde opnieuw een amputatie, toen de Ringbaan West werd doorgetrokken (zie in hoofdstuk 1 bij Weuw Franken) en ten westen daarvan alles moest veranderen voor de bouw van woningen en winkels in de wijk Zorgvlied, waardoor den Bèrndèèk voortaan van et Körvel doodliep op de ringbaan. Zelfs de kènderköpkes werden vervangen door nette klinkers. Aan de overkant van de ringbaan herinneren alleen nog de Burgemeester Beckersstraat aan het vroegere tracé van de Berkdijk, en een stuk Friezenlaan tussen de Gilzerbaan en Het Dorstige Hert waar de oude bestrating is blijven liggen.

 

Foto boven: het punt tegenover Het Dorstige Hert waar de Berkdijksestraat (rechts, nu Friezenlaan) op de Bredaseweg uitkomt. Foto onder: vanaf café-restaurant Het Dorstige Hert leidt sinds 1827 de Bredaseweg recht naar het stadshart. Vroeger stond hier een tolhuis aan gemeentegrens. Waarschijnlijk stamt dít pand van het café uit 1847; zeker is het sinds 1926 een horecazaak, toen Frans de Rooij het in bezit kreeg en het tot in de jaren zeventig als zodanig expoiteerde. Nu nog is het een populaire zaak (foto 1934, Tilburgse Herinneringen op Facebook)      

 

In 1860 liet de fabrikant J.N. Diepen acht arbeidershuisjes bouwen aan de Berkdijksestraat. In 1955 moesten drie ervan wijken vanwege de aanleg van de Coba Pulskenslaan die daar op de Berkdijksestraat moest uitkomen. Deze huisjes zijn steen voor steen afgebroken en weer opgebouwd in het Openluchtmuseum in Arnhem. In 1998 volgde een vierde dezelfde weg. 

 

 

De Berkdijksestraat richting Korvelse kerk in 1954. De bomen zullen kort daarna verdwijnen om ruimte te maken voor het verkeer. Daar waar de straat breed genoeg was heeft men de bomen laten staan.

 

De eenvoud van het leven van vroeger: de vrouw van Kees Abeelen aan de Berkdijksestraat zit verstelwerk te doen op het erf van de boerderij. Foto uit 1901 door Henri Berssenbrugge, coll. RAT (zie ook Kees Nieuwenhuijzen: Henri Berssenbrugge, Straat- en landleven 1900-1930, Amsterdam 1976)

 

den Bèsterd (1)                          

den Bijster                    

in 1559 vermeld als: “lant den Bijster aent Molenstraetken.” Groeide uit tot een actieve buurt “boven de Lijn” met veel winkels en wekelijks een grote markt, m.n. stoffenmarkt, op en om het centrale Besterdplein die nog steeds klandizie trekt uit heel de regio (zie ook hoofdstuk 1, bij Sjaak van de Elsen, Leo Geerts en Louis van der Heyden). Hier is ook de meest noordelijke locatie van de Tilburgse kermis. Veel Tilburgers van boven de lijn starten er hun rondgang over de kermis. Heel lang, tot en met 1995, werd ieder jaar op moederdag ook de wielerwedstrijd "De Ronde van den Bèsterd" gehouden. Deze traditie werd op 18 juni 2017 weer opgepakt met een wielerronde … op vaderdag. Op de foto een van de wielerkoersen uit het verleden met de massale drukte daarbij langs de route.

 

 

den Bèsterd (2)                          

Besterdstraat                             

in Goirle

 

de Biechtstuultjes

zijpad van de Lange Nieuwstraat   

zijpad van de Lange Nieuwstraat tussen het St. Rochusgesticht (waar mensen verbleven met een besmettelijke ziekte) en de ketelmakerij van Gebrs. Deprez. Daarlangs stond een metershoge muur met steunberen. De hoeken die daardoor waren ontstaan waren ideale scharrelhoekjes, waar ook volop gebruik van werd gemaakt. Hier werd dus 's avonds goed en langdurig gevreeën! 

 

Tekening van De biechtstuultjes door Kees Koster (coll. Ed Schilders)

 

de Bille van Marjèt

embleem “Hart van Brabant”

zo werd het embleem genoemd van de manifestatie “Hart van Brabant” in 1959. Het was toen 150 jaar geleden dat koning Lodewijk Napoleon in et Kastiltje (zie daar) van Van Dooren Tilburg tot stad verhief. Dit werd op grootse wijze gevierd waarbij de stad zich afficheerde als het middelpunt van Noord-Brabant en de Benelux. Het embleem (een samensmelting van een hart met de letter B) kreeg al gauw als bijnaam "de Bille van Marjèt," naar de echtgenote van de voorzitter van de Stichting Hart van Brabant, Han “Puntje” Janssen (x Mariëtte van Kemenade, zie hoofdstuk 1). Het verhaal wil dat zij daar aanleiding toe gaf door de strakke zomercreaties waarin zij aan de zijde van haar echtgenoot annex voorzitter paradeerde over het expositieterrein in het Leijpark, waar van 24 juli - 16 augustus 1959 de grote tentoonstelling over leven en werken in het Hart van Brabant werd gehouden. Overigens had Mariëtte Janssen - van Kemenade ook creatief heel wat in haar mars. Zo had zij het kobaltblauwe uniform voor de hostesses van deze tentoonstelling zelf ontworpen.

 

Mariëtte Janssen - van Kemenade zien we hier acteren als koningin bij de festiviteiten vanwege het 50-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina in 1948. Hier zit zij met haar “gemaal Prins Hendrik” (Jan Kerstens) aan haar zijde en “Prinses Juliana” op haar schoot. Zij staan voor “Mariëngaarde” aan de Burg. Damsstraat (coll. RAT)

 

In april 1971 nam hockeyclub Tilburg deel aan het toernooi om de Europacup in Rome, nadat zij een jaar eerder landskampioen was geworden. De stad Tilburg was toen nog niet zo bekend buiten de landsgrenzen, dus begrepen de hockeyers dat zij ook een missie te volbrengen hadden. Zij namen een doos met overgebleven Hart van Brabant emblemen uit 1959 mee en plakten de Eeuwige Stad daarmee vol. Tijdens een bezoek aan het Vaticaan ging deze missie gewoon verder. Deze Zwitserse Gardist moest eens weten dat hij met de Bille van Marjèt op z’n achterflapje rondliep! (Foto: coll. Karel de Beer) 

 

et Binnepad                  

nu Korte Hoefstraat

dit verwijst waarschijnlijk naar de mogelijkheid om, komend van et Gurke richting Groeseind, een stuk af te steken. Op de hoek met de Goirkestraat zat slijterij Weuwke Paaj (zie hoofdstuk 1: wed. Paaijmans)

 

de Binnering of Shittyring

de Cityring

op elkaar aansluitende wegen rond het centrum, die allemaal “ring” gingen heten in de plaats van “straat” of “plein”: de Schouwburg-, Noordhoek-, Gasthuis-, Veldhoven-, Besterd-, Heuvel- en Paleisring. Die moesten een ringbaan rond het stadscentrum vomen om dat beter bereikbaar te maken. In het kader van het 72-miljoenproject van burgemeester Becht (uit 1959) moesten deze wegen verbreed en beter op elkaar aangesloten worden. Met parkeergarages erbij zou dit de stad qua verkeer gereed maken voor de toekomst. Dit plan is slechts voor een deel uitgevoerd. Boven de Lijn is er weinig verbreed en “beneden” is alles later eenrichtingverkeer geworden, en op sommige plaatsen weer versmald. Dit gebeurde in het kader van een vif jaar durende opknapbeurt van de Cityring die in september 2011 werd voltooid.

 

De situatie vanaf sept. 2011. De Cityring is beperkter van omvang en leidt het autoverkeer in één richting met de klok mee rond het winkel- en uitgaanscentrum. De ringen boven de lijn doen niet meer mee maar wel is daar de Brokxlaan achter het station aangelegd (ter hoogte van de Atelierstraat op het kaartje).

 

De bijnaam “Shittyring” verwijst naar de onvrede die sommigen ermee hebben gehouden. Natuurlijk moest er in die jaren rond 1960 wel iets gebeuren, alleen al vanwege de verkrotting in bepaalde delen van de binnenstad, maar om verkeerswegen te maken moesten er ook doorbraken worden gepleegd op plaatsen waar je dat eigenlijk niet zou willen en dit ging ten koste van erfgoederen, waarvan het meest betreurd worden:   

 

Foto Binnering 2. Bijschrift: Het stadhuis dat in 1847-‘48 was ontworpen door Hendrik van Tulder (1819 – Schaerbeek 1903) werd in 1971 gesloopt vanwege de grootschalige reconstructies in de binnenstad. Van Tulder was de eerste Tilburger die zich architect mocht noemen en vóór 1850 werken opleverde. Het liep daar in zijn geboortestad overigens niet helemaal goed mee af. Zo hebben de (eerste) Korvelse kerk en de Paoterskerk (zie daar) hun eeuwfeest niet gehaald. De Heuvelse kerk is nog de meest markante herinnering in Tilburg aan deze architect. Van zijn stadhuis bleven maar enkele objecten gespaard: de Plee van Willemien (zie daar) en de twee grote beelden op het dak, die Handel en Nijverheid voorstellen (uit 1905, na restauratie in 2017 ondergebracht bij het RAT). Deze foto is van een ansichtkaart, in 1934 gestuurd aan de familie Klein in Leeuwarden (coll. Karel de Beer)    

 

Ook de intendantwoning die hoorde bij het paleis van Koning Willem II moest er om dezelfde reden als het stadhuis aan geloven, met Paleisstraat en al. Van 1935 tot aan de sloop in ’63 had dit pand twee musea gehuisvest (zie in hoofdstuk 3 bij Liernur)

 

De Noordhoekse H. Hartkerk stond op een cruciaal punt in de Cityringplannen, t.w. langs de Hart van Brabantlaan nabij het punt waar de Gasthuisring (op de foto vooraan links) en de Noordhoekring (achter de kerk rechts) uitkwamen. Maar was het nu écht nodig om deze neogotische creatie uit 1898 van Pierre Cuijpers (1827-1921, ook bekend als architect van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam) te slopen? Overigens werd ook het teruglopend kerkbezoek als reden genoemd. De kerk was inderdaad naast mooi vooral heel groot. Tijdens de bouw bleek er te weinig geld om ook de geplande 90 meter hoge toren te bouwen. De sloop in 1975 deed veel stof opwaaien, in dubbel opzicht (foto: Tilburgse Herinneringen op Facebook)  

 

Sloop van de Noordhoekse kerk in 1975. De muurschilderingen uit 1954 van Egbert Dekkers (1908-’83, priester-kunstenaar in Moergestel) staan nog fier overeind. Genesis en Apocalyps, waar vind je dat zo treffend in één beeld?

 

Maar daar krijg je ook wat voor terug…

 

de Binneròtte, of den Curaçao

Curaçao- of Antillenbuurt (Goirke-West)

buurtje in het westelijk deel van et Gurke tussen de Ringbaan Noord, de Wittebollestraat en de Goirkestraat met straten die naar eilanden van de Nederlandse Antillen zijn genoemd. Rond 1930 werden hier vijftig huizen gebouwd om arbeiders van buiten de stad die in de textielindustrie kwamen werken een bescheiden huisvesting te bieden. De eerste bewoners, de familie Schonewille uit Rotterdam, noemden hun nieuwe woonomgeving uit heimwee de Binnenrotte, waar zij vandaan kwam. Rob van Putten heeft uitgezocht dat dit het (gekanaliseerde) deel was van de rivier de Rotte dat was gelegen binnen de oude stadsgrenzen van Rotterdam. Aan weerszijden van het water bevond zich een kade waarlangs huizen stonden. Tussen 1868 en 1874 werd de Binnenrotte gedempt ten behoeve van een groot spoorwegviaduct (dat inmiddels weer is afgebroken na de opening van de Willemspoortunnel in 1993). Daarna sprak men van Gedempte Binnenrotte. Vanaf 1942 heet de straat weer Binnenrotte.

De Tilburgse “Binneròtters” waren arm en vormden een hechte buurt. Door het verdwijnen van werkgelegenheid in de textielindustrie vanaf de jaren 1960 slopen er steeds meer criminele activiteiten “de Binneròtte” in. Dit versterkte de reputatie die deze buurt met zijn armoede toch al had, namelijk als “gribusbuurt waor vur nog gin vèèf cènt wonde.” In het licht van het bijna 75-jarig bestaan van de buurt werd er in 2004 een boekje uitgegeven “Van Binnenrotte tot Goirke-West” dat tevens een afscheid inluidde vanwege plannen om in 2005 de huisjes te vervangen door nieuwe woningen. Enkele van de oorspronkelijke bewoners die er nog zaten waren daar allerminst gelukkig mee! (zie ook hoofdstuk 2: de Boefkeshèrmenie)

 

Kijkje van de Goirkestraat de Wittebollestraat in, met rechts de Surinamestraat (foto 1983 van Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

ene blaawslôot of stinkslôot

vervuilde waterloop                                                             

een waterloop waarop geloosd werd door particulieren (toen er nog geen ondergronds riool was) en/of fabrieken. De uitgestrektheid van de stad, de ligging in drie afwateringsgebieden en het ontbreken van open water zijn problemen geweest bij het krijgen van een goede afvoer en zuivering van het vervuilde water. Men zei dat in perioden van veel vervuiling vroeger het koperbeslag van de huizen in de buurt er blauw van uitsloeg. De betiteling kan ook te maken hebben met de vieze kleur van het water door verf- en looistoffen (chroom) erin (zie de Vèùle Leij en et Vèùlwaotermesjien).

 

et blaaw (Tilburgs) pèkske                                                              

bundel wolmonsters

dit was een bundel van rolletjes blauw pakpapier met daarin strengen van ruwe, gewassen wol. Iedere streng was van een andere kwaliteit: de een van de rug, de andere van de lende etc van het schaap. De door een riempje bij elkaar gehouden en naar kwaliteitsklassen gesorteerde rolletjes dienden als monsters van Tilburgse wolhandelaren die daarmee naar hun klanten, de wollenstoffenfabrikanten, gingen (zeker tot de oorlog liepen ze daar vaak mee door de stad, zie hoofdstuk 1 bij Henri Blomjous)

 

den Blaoshal

opblaasbare tennishal Goirle

tennishal in Goirle (Sportpark Van den Wildenberg) die door een ventilator overeind werd gehouden en dat vanaf de jaren 1970 minstens 25 jaar lang.   

 

Blariefarie

Van Blarcum                

winkel in comestibles in de Juliana van Stolbergstraat waar tegenover door dezelfde ondernemer naar Frans voorbeeld de eerste bistrot van Nederland werd ingericht. Ook waren zij de grondleggers van de wijnhandel Jean Arnaud, gevestigd aan de Geminiweg op het industrieterrein Loven en vervolgens uitgebreid met het wijnmuseum Maison du Vin. Vroeger  kwam Van Blarcum voor de feestdagen nog aan de deur vragen of mevrouw misschien kaas of iets dergelijks wenste te bestellen! Op 2 januari belde hij dan weer aan met "het notaatje."

 

den Blènde Fiel                          

gebouw sociëteit Philharmonie     

waar je aan de straatkant (de Kloosterstraat) niet eens naar binnen kon kijken, omdat er slechts een rij kleine raampjes en een grauwe, hoge deur in zaten. Dit gebouw uit 1835 was gebouwd voor zeepfabrikant Hendrik Pieter van der Velde, die eerder een zeepziederij, “De Hoop”, had aan het Piusplein welke hij rond 1833 verkocht aan de Prins van Oranje die er paardenstallen van maakte. Van der Velde heeft dit gebouw meer laten neerzetten voor de sociëteit Concordia (opgericht in 1785) die zich er in 1835 vestigde om zich toe te leggen op muziekbeoefening rond het Gilde St. Cecilia o.l.v. de priester Philippus van Roy (geb. 1764, sinds 1818 in Tilburg). Concordia werd in 1839 opgeheven, nadat het dank zij een Koninklijke donatie een schuld kon afbetalen. In 1840 werd sociëteit de Philharmonie opgericht waar 29 leden van de voormalige Concordia zich bij aansloten (met als eerste president Pieter van Dooren, zie hoofdstuk 1, bij Thomas "Parijs" van Dooren). Muziekbeoefening werd dus een belangrijke acitiviteit. Een andere was het boogschieten, waarvoor in 1844 de “Honos Alit Arcum” werd opgericht. Koning Willem II werd beschermheer, daartoe benaderd door mr. Jacobus Arnoldus Mutsaerts (zie hoofdstuk 1) die later zelf ook beschermheer werd. In 1847 werd het pand aan de Kloosterstraat van Van der Velde gekocht door een groep leden van de Philharmonie. Pas in 1953 nam de sociëteit het eigendom van deze verenigde eigenaren over. De activiteiten van “de Fiel” in de Kloosterstraat werden intussen verbreed. Zo was er in 1893 reeds een paardrijvereniging, die gold als eerste burger rijvereniging van het land en die enkele decennia daarna dichtbij (aan de Oude Dijk) kon beschikken over een eigen manege (zie Leo van Loon in hoofdstuk 1). In 1906 werd er een tennisafdeling opgericht die achter het gebouw over één baan beschikte welke precies tussen een paar bomen en de muziekkiosk paste. Opmerkelijk feit: betrokken bij de oprichting waren ir. M.H. Damme, ingenieur bij de Werkplaats van de Spoorwegen (zie den Atteljee) en zijn chef ir. G.H. Brandt. Zij hielpen bij de aanleg van de baan en smaakten het genoegen om als herendubbel de eerste partij te mogen spelen, tegen Walter van den Bergh en Rein van der Pant. Hoewel “de Phil” in enge zin een herensociëteit was bood zij in ruime zin, via de afdelingen, dus ook activiteiten voor de dames. Tot ver in de negentiende eeuw bleef “de Phil” de enige sociëteit in Tilburg met een eigen gebouw. In 1955 kocht de gemeente het pand op in verband met de bouw van de schouwburg. De Philharmonie verhuisde toen naar de Goirleseweg, naar het pand waarin restaurant Bremhorst had gezeten. Een activiteit die de Phil tot ver buiten de stadsgrenzen bekend maakte was het januaribal, ook wel "koppelbal" genoemd. Dit van oorsprong debutantenbal voor kinderen van fabrikanten werd sinds de veertiger jaren gehouden en trok ook deelnemers uit het hele land (bron: “Sociëteit Philharmonie 1840-1965”, een uitgave ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan in 1965)  

 

Boven: kijkje richting gebouw van de Philharmonie hoek Kloosterstraat – Markt. Links “de Boterhal” (zie daar), en links daarvan maar buiten beeld het oude Stadhuis. De auto rechts komt uit de Raadhuisstraat (foto uit 1954 door Sjef van Delft, coll. RAT). Onder: het deel waar de Philharmonie haar sociëteitsruimte had.  

 

Leden van Lawn Tennis Club Philharmonie op haar baan achter het pand aan de Kloosterstraat in 1910. In verband met de nabijheid van ramen was er een groot net omheen gehangen dat speciaal in Scheveningen was gekocht (coll. RAT)

 

den Bloemetèùn                                                                       

voorste banken in de kerk

in het bijzonder die in de Gurkese kerk (zie: de Kathedraal van Tilburg). Deze banken werden verpacht aan de rijkelui. Naar alle waarschijnlijkheid hadden de vrouwen die daar zaten veel bloemen op hun hoeden, waardoor de daarachter zittende minderbedeelden een florissant uitzicht hadden!

 

Blonde Mientje          

bepaalde chocoladereep

die werd bedacht en verkocht door Frans van Geloven, die met zijn vrouw Marie van Geloven - Heerkens het Bels Winkeltje aan de Emmastraat dreef. Zij verkochten chocolade uit Turnhout. Hun eigen product, genoemd naar een destijds populair liedje over een Blonde Mientje met een hart van prikkeldraad, werd zeer bekend. De winkel verhuisde later naar de wijk Jeruzalem en de Blonde Mientjes werden nog gemaakt tot het midden der jaren 1970. 

 

Boerke Mutsers (in et Zaand)

café Mutsaers in ’t Zand/Boerke Mutsaers            

was vanaf 1644 een boerenbedrijf waar ook jagers kwamen rusten. Pas later officieel Boerke Mutsaers geheten en onder deze naam nu bekend als een horecabedrijf bij station Tilburg West (inmiddels Tilburg Universiteit, maar in de volksmond Tilburg Boerke Mutsers genoemd, zie daar). Het kwam wel meer voor dat horecazaken ontstonden uit een boerenbedrijf (Bet Koolen, ‘t Wit Paardje en in Berkel: Pijnenburg). Dat begon vaak met een gelagkamer in de voorkamer van de boerderij, een uitspanning voor voerlui met hun paardenkarren.

 

Foto van de situatie in 1954, toen de Delmerweg uitkwam bij Boerke Mutsers. Later werd daar een tunnel onder het spoor gelegd met (rechts) de bijhalte Tilburg West. Aan de overkant van het spoor rechtsachter verrees het winkelcentrum Westermarkt. De ventweg waar de auto aan komt rijden is een fietspad geworden. Boerke Mutsers ging ook met de tijd mee en verving zijn oude behuizing door een nieuw, groter onderkomen (foto: coll. RAT)

 

Bommelskonte                                                                         

topografische aanduiding voor gebiedje waar nu industrieterrein Kraaiven ligt, algemener: ergens waar het niet pluis was.

 

 

Tot in de achttiende eeuw was Bommels Konte een bestaand toponiem, getuige de kaart (hierboven) die Diederik Zijnen in 1760 tekende van het gehele Tilburgse en Goirlese grondgebied. Uit het toponiem ontstond het gezegde: “Ik gao nòr Bommelskonte,” als een man de hort op gaat (op café) maar dit niet wil uiten tegenover vrouw en kinderen. Of: "Hij gaat naar Bommelskonten," wil zoveel zeggen als: "Hij steekt zich in een netelige zaak, gaat zijn verderf tegemoet." En verder: ”Bommelskonte leej drie uure bôove de hèl.” Hiermee gaf men aan dat daar de ingang van de onderwereld, de hel, moest zijn: "Want de honden blaffen er met het gat en daarom stinkt het er zo." Men kon vanuit de Hasselt via et Haaj-ènd (zie daar) in het Tilburgse Bommelskonte komen. Begin achttiende eeuw moet er al een herberg hebben gestaan waar criminelen hun toevlucht zochten en hun gestolen goederen in veiligheid konden brengen. Zo is het bekend dat Jan Hendrik Wikman, die ook "Heintje Woeste" werd genoemd (geb. rond 1675), de buit van zijn inbraak in het huis van Jan Willemsen op den Haajkaant onderbracht, "in de herberg van Adriaan Huismans aan het Craijven onder Tilburg." In 1707 werd deze Wikman, lid van de beruchte Bende der Moscoviten, onder meer hiervoor veroordeeld.

Het Tilburgse Bommelskonte (nu dus Kraaiven) komt als Bommerskonten voor in het stripverhaal "Het teken van de slang", dat Ed Schilders (auteur) en Luc Verschuuren (illustrator, zie hoofdstuk 1) hebben gemaakt voor de Tilburgsche Waterleiding-Mij. Ed Schilders legt uit: "Daar waar volgens de overlevering in Tilburg Bommelskonten lag, met de ingang naar de hel, brouwt in dit verhaal een gekke geleerde zijn elixer voor het eeuwige leven op het hellevuur." Hieronder zien we die gek, die de heldin in het verhaal ontvoert en haar zegt waar hij haar naartoe wil brengen.

 

Tekening Luc Verschuuren, coll. Karel de Beer

 

den Börgemistersbuurt, Villapark, Jambuurt of et Wèstènd

wijk Zorgvlied

dit was een van de eerste uitbreidingswijken buiten de ringbanen, in het  zuidwestelijke kwadrant van de kruising Ringbaan West en Bredaseweg. Oorspronkelijk strekten de weilanden van Oerle zich hier uit. In het begin van de twintigste eeuw dacht men er riante villa’s neer te zetten in een parkachtige omgeving zoals men in de strook langs de Bredaseweg wel kan zien, maar dit bleek financieel niet haalbaar. Vervolgens werd hier rond de twintiger jaren het nieuwe hoofdgebouw van de Katholieke Leergangen geprojecteerd. De hoofdingang zou aan het pleintje van de Burgemeester Suijsstraat komen. Daaromheen wat minder riante maar toch nog ruime woningen voor staf en docenten van dit nieuwe onderwijsinstituut. De eerste rector, dr. Möller (zie hoofdstuk 2: Sint Leendert) vestigde zich al gauw aan de Bredaseweg, niet ver van deze plek. Ook het leergangenplan bleek echter financieel niet haalbaar: het instituut werd gehuisvest in een bestaande villa aan de Bosscheweg (huidige Tivolistraat). Toch kwam het goed nog met Zorgvlied. Het is een mooie, ruime wijk geworden met veel monumentale bomen, en soms toch uitgesproken riante woningen zoals helemaal aan het begin die van architect Bonsel (zie hoofdstuk 1 bij “Mies Optie” Beels - Brouwers) en de professor (en latere premier) Jan de Quay. Volgens sommige berichten werd de nieuwe wijk ook de Kaawèèrpelbuurt genoemd. Sommigen spraken ook wel van de Jambuurt. Men beweerde namelijk dat de bewoners zoveel aan hypotheek moesten betalen dat ze iedere dag alleen nog maar jam op hun brood konden smeren! Gerard Steijns heeft een uitvoerig onderzoek verricht naar het ontstaan van de wijk Zorgvlied, dat in twee artikelen is verschenen in het blad “Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur”, uitgave van de Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed, jaargang 19-2 en 20-2.

 

 

de Bosse van ons Grutvadder

openbaar groen

bossen “die van niemand zijn,” waar iedereen doorheen mag wandelen, van de gemeente

 

de Booterhal                                                               

veilinggebouw uit 1888

aan de Markt (Stadhuisplein), afgebroken in 1959. Vanaf circa 1920 werden er, naast boter en andere zuivelproducten, ook groenten en fruit verkocht en vanaf 1949 ook bloemen. De Boterhal stond naast het oude stadhuis dat in 1849 werd gebouwd. Alle oorspronkelijke bebouwing, ook de Booterhal (waarvan de voorzijde is te zien op de foto bij de Blènde Fiel), is ten prooi gevallen aan de aanleg van de Cityring en de bouw van de Schouwburg en later de Concertzaal.

 

 

Bòtstraot

Nieuwstraat                 

Deze niet meer bestaande straat in Goirle die op de Bergstraat uitkwam, schuin tegenover het kantoor van Van Puijenbroek, werd genoemd naar Peerke van Ostade die om een onbekende reden Bòt werd genoemd. Hij woonde vroeger in deze straat, en maakte aardige winsten met het uitlenen van kleine geldbedragen. Van de opbrengst kocht hij een aantal huizen in de Nieuwstraat, die daardoor Bòtstraat werd genoemd. Twee kleinzonen van Peerke, Jan en Pierre van Ostade, zijn bekend geworden als komieken.

 

et Brèssersstròtje, ook wel Pisstròtje      

(Oude) Kerkpad

 

Opzij en achter de Heikese kerk was het één ouderwetse doolhof. Dit is een beeld uit 1954 vanaf de kerktoren. De Heuvelstraat loopt van midden links naar rechts boven en de eerste straat rechts is de Monumentstraat die naar rechts beneden loopt. Deze gaat langs de oorspronkelijke zaak van Bressers (nu Meesters) en verdwijnt achter de kerk. Op dat punt komt et Brònsgiststròtje op de Monumentstraat uit. Iets daarvoor zien we et Brèsserstròtje naar boven lopen, van Bressers (Meesters) naar Van Nunen Boes.

 

Het Kerkpad of Brèssersstròtje in de richting van de achterzijde van de Heikese kerk gezien in 1954 dit straatje bevond zich achter de Heikese kerk waar nu nog het Kerkpad is, van het punt waar de eerste zaak van Bressers was (nu het stadscafé Meesters) tot de Alexanderstraat en Pleinstraat (bij voorheen Van Nunen Boes). In deze straat werd in 1893 de zaak van Johan Bressers gevestigd, waaruit het tegenwoordige Bressers Metaal is ontstaan (zie ook hoofdstuk 1: Johan Bressers en de Staalmeesters). Het was een smal en donker straatje met een aantal café's in de buurt, waardoor het ook weleens naar urine kon ruiken.

Vandaar de tweede bijnaam.

 

Metaalhandel Joh. Bressers (en Zonen), mede naamgever van et Brèssersstròtje

Rechts een portretfoto door H. van der Schoot van Joh. Cornelis (Kees) Martinus Maria Bressers (1906-’93, x 1936 Antoinette (Annette) M.M.J. Minke, geb. Avereest 1912 - 2005). Met zijn broer Tijn (M.C.M.X.) Bressers nam hij de leiding van de metaalhandel over van hun vader Johan. Kees ging in 1971 met pensioen, maar liet in 1983 merken dat hij er nog was toen de familiezaak 90 jaar bestond. Hij bood een groot feest aan in het historische pand links (nu Meesters, op het moment van de foto een antiekzaak) dat vanaf 1822 door vier generaties Bressers bewoond was geweest. Hij hield daarbij een gloedvolle feestrede. Evenals zijn overgrootmoeder en grootvader was Kees lid van het gilde St. Sebastiaan. Een van zijn zonen, Joost, was een bekend hockeyer die in het elftal van hockeyclub Tilburg in 1970 landskampioen werd en ook meerdere malen uitkwam voor het Nederlands elftal. Vader Kees vond dat wel leuk maar ook betrekkelijk, want: “Eerst studeren, dan hockeyen,” luidde zijn parool (foto’s: coll. RAT)     

 

et Bronsgiststròtje  

deel van de Emmastraat                      

Steegje dat achter de Heikese kerk uitkwam op de Monumentstraat. Op de hoek was de kruidenierszaak en koffiebranderij van L.J.C. Bronsgeest & Zoon gevestigd. Leo Bronsgeest kwam in 1852 uit Oegstgeest en begon op de Heuvel een handel in koloniale waren. Niet lang daarna verhuisde hij naar de Monumentstraat (nr. 12) waar hij met zijn gezin woonde en zijn kruidenierszaak en koffiebranderij dreef. Hij werd in de zaak opgevolgd door dochters van hem. In 1916 werden winkel en woonhuis overgenomen door Emile de Bruijn. Vroeger liep de Emmastraat van de Monumentstraat helemaal tot het Piusplein. Het smalle deel dat et Bronsgiststròtje werd genoemd is geheel verdwenen om plaats te maken voor het stadskantoor (zie de Koolekiest) en het Stadhuisplein. De naam Bronsgeest leeft voort in een aantal oud-Tilburgse gezegdes. Een daarvan, om aan te geven dat er een zware bevalling had plaatsgevonden, luidt: “de Haajkese kèrk durt stròtje van Bronsgist.” Voor meer zie: www.cubra.nl/wtt onder Bronsgist.

 

Het (verdwenen) smalle deel van de Emmastraat dat et Bronsgiststròtje werd genoemd.

 

de Buitenkôoj

glazen voorbouw eerste station

Het eerste treinstation aan de Spoorlaan uit 1863 kreeg een glazen voorbouw die de Buitenkôoj werd genoemd.

 

foto uit 1930 (coll. RAT)

 

 

den Bult, of den Oprit                                                           

viaduct in de Ringbaan-West over het spoor

het viaduct over de spoorlijn richting Breda werd rond 1937 gebouwd. Het benodigde zand werd uit het Wandelbos gehaald, waar een mooie vijver ontstond. Het viaduct van de Ringbaan-Oost over de havenarm naar de stad (Piushaven) werd ook wel den Oprit genoemd.

 

de Bus van Peeters                                                      

lijndienst van Tilburg op Turnhout

in 1924 opgezette buslijndienst tussen Tilburg en Turnhout door de Belgen Gaston Meganck en Jan Peeters. De eerste stapte er letterlijk en figuurlijk al gauw uit. Ondanks de meestal magere bezetting bestaat deze lijndienst nog altijd.

 

de Buunder                   

het Grollegat               

ven, officieel een visvijver, waar ook wel werd gezwommen en geschaatst. In de omgeving van de Kommerstraat en de Leij. Daar lagen nog enkele plassen die populair waren bij dagrecreanten zoals de Lange Jan (zie bij Klèèn Scheeveninge).

 

et Bylandtpaojke                                                                     

pad zonder naam

dit pad voerde van de Hasselt naar de vèllekesblôoterij van Pessers.

 

 

4.C

 

Château Beau-père                                                

villa Kerstens-Smits

omdat men beweerde dat de villa van Franciscus (Frans) J.A. (1902-’89) en Elisabeth E.J.M. (1907-2000) Kerstens-Smits aan de Bredaseweg (321) destijds was betaald door de vader van de bruid. Bovendien was Frans werkzaam in de wijnhandel van de familie. Met zijn broer Leon trad hij in de twintiger jaren in de voetsporen van vader André. Vandaar de bijnaam. De villa uit 1939 is inmiddels een rijksmonument.

 

de Citroenpers                           

kerk van de H. Pastoor van Ars

aan de Beneluxlaan in wijk ‘t Zand (II). Gekenmerkt door een ronde vorm met in het midden bovenop een scherpe spits (1960, architect v.d. Bolt). Na in 1975 overbodig te zijn geworden als kerk heeft het gebouw een nieuwe bestemming gekregen als wijkcentrum (“’t Sant”) en filiaal van de openbare bibliotheek.

 

 

Claassens Molen of de Stêene Meule                                                                         

molen van Gerardus Claassens

molen “op Logt aan de Noordhoek”, aan een stukje verdwenen Noordstraat dichtbij de Lòcht (zie daar). Dit was een korenmolen van het type ronde, stenen stellingmolen, uit 1811. In 1832 wordt Guillaume Francis Blomjous genoemd als bakker en mede-eigenaar. Opmerkelijk was dat de vijf oprichters die in 1811 ook gezamenlijk de grond hadden gekocht, een combinatie vormden van bierbrouwers (twee broers Mombers) en bakkers (Blomjous v.d. Houdt en v. Asten). Gerardus Claassens werd door het overlijden in 1877 van zijn schoonvader Jan Baptist Smulders (in 1853 als mede-eigenaar genoemd) mede-eigenaar van deze molen. Mogelijk ook mede-eigenaar of in elk geval pachter is in die periode geweest Peter van den Boer, die we al eens tegenkwamen vanwege zijn muzikale interesses (zie in hoofdstuk 2 bij et Zoeaavekoor). Hij moet het molenaarsvak goed in de vingers hebben gehad want onder zijn “bewind” tot 1881 nam het aantal klanten en molenaarsknechten flink toe. De laatste molenaar was tot 1905 Adriaan van Gorp, uit een familie die eerder verbonden was aan de molen van Schraven (zie de Reus van Broekhoove in hoofdstuk 1). Waarom deze molen op de Noordhoek, gezien het aantal betrokken mede-eigenaren en pachters door de jaren heen, juist werd genoemd naar Gerardus Claassens is niet duidelijk. Het lijkt erop dat dit vooral met eigendom te maken heeft, want Claassens wordt niet genoemd als molenaar, maar begint op zeker moment naast de molen wel de eerste stoombakkerij van Tilburg. In de molen werd na de periode Van den Boer een smederij gevestigd door H.C. Vorselaars (1888). De molen werd in 1910 onttakeld en deels afgebroken. In 1965 werd alles wat er nog over was verder afgebroken in verband met de verkeersreconstructies in de omgeving van Noordhoek - Gasthuisstraat (Ad Vorselaars: “De stenen molen op de Logt aan de Noordhoek”) .

 

  De Spoorlaan (Prèlwèg, zie daar) met links achter Claassens Molen. Rechts de spoorwegovergang met voetbrug naar de Gasthuisstraat (foto rond 1900, coll. RAT)

 

Criesje Mommers           

voormalige fabriek C. Mommers en Co., nu Nederlands Textielmuseum         

voormalig fabriekscomplex van C. Mommers & Co. aan de Goirkestraat (zie Christiaan Mommers hoofdstuk 1) waarin, na de verhuizing van Mommers naar industrieterrein Noord in de jaren 1950-1960, nog de wollenstoffen fabrieken van George Dröge en Brouwers van Glabbeek gevestigd geweest zijn. Na een grote opknapbeurt van Criesje Mommers, waarbij m.n. het markante meerlaagse fabrieksgebouw (dat stamt van rond 1890 wat vrij uniek is) en de schoorsteen konden worden behouden, zijn sinds 1986 in het Mommerscomplex het Nederlands Textielmuseum en de Tapisserie en Damastweverij gehuisvest. In een door George Dröge bijgebouwd deel werd vervolgens de Tilburgse Dans- en Muziekschool gevestigd, totdat deze het nieuwe Factorium aan de Bisschop Zwijsenstraat kon betrekken. Toen vonden ook het Stadsmuseum en het RAT er de benodigde (extra) ruimte.

 

Oud en nieuw ontmoeten elkaar in het voormalige Mommerscomplex. Het Nederlands Textielmuseum trekt veel belangstelling uit binnen- en buitenland en won de fel begeerde prijs voor Museum van het Jaar in 2017 (coll. Textielmuseum) 

  

Foto Op de plaats waar vroeger de ontelbare weefgetouwen aan één stuk door stonden te klitsklatsen, kun je nu in het TextielLab alles leren over de techniek van toen en nu. Herman A.K.M. de Beer (1917-2009) werd geboren aan het Wilhelminapark, ging voor priester studeren en woonde en werkte na zijn eerste Mis (in de kerk van et Gurke in 1942) alleen nog maar in andere plaatsen. Zo is hij lang pastoor in Boxtel geweest. Rond de eeuwwisseling, toen hij de 80 al was gepasseerd, hebben wij hem (hij was mijn heeroom) en zijn huisgenoten uitgenodigd voor een sentimental journey door de stad die hij zo lang niet gezien had. Hier heeft hij plaatsgenomen aan et trapwèèfketaaw van het TextielLab en is wat onwennig bezig om en tòffelklêed bij elkaar te fietsen (foto: Karel de Beer)

 

4.D

 

et Daanshèùs

dansgelegenheid aan het Piusplein                                        

herberg, café annex dansgelegenheid van de weduwe Torremans-Bedaux aan het Piusplein waar ook op orgelmuziek werd gedanst (rond 1900). Dit trok, zeker als de kermis draaide, op dat plein veel belangstelling.

 

den Dèùkboot of Open-riool-met-drol                                                     

Tunnel van Herman Makkink

een openbaar kunstwerk uit 1987 van Herman Makkink (1937-2013) aan de Vierwindenlaan op de hoek met de Burgemeester Rauppstraat, dat daar werd geplaatst in het kader van het Masterplan voor de Beeldende Kunst Tilburg uit 1983.

 

Dionysiusstraat of het Pad van de Poststraat      

Antoniusstraat                          

voordat de Fraters van Tilburg hier een lagere school annex handels-ulo neerzetten (zie hoofdstuk 3, bij frater Tharcisius) was er alleen nog maar een zandpad dat leidde van de Poststraat naar de Tuinstraat, over grond van de rijke leerlooier en -handelaar Antonius Bogaers. De zeer bekende maar inmiddels al lang weer verdwenen school werd St. Denis genoemd, naar de heilige Dionysius. Vandaar dat men toen van Dionysiustraat sprak, ook nadat de straat in 1881 officieel werd genoemd naar Antonius Bogaers, die in 1883 op 61-jarige leeftijd stierf na een val van zijn paard. Hij was een neef van Vincent "Sanneke Boogers" (zie hoofdstuk 1). Vermoedelijk werd deze beslissing genomen omdat Bogaers de grond had geschonken waarop de fraters hun school bouwden. Voordat er enige bebouwing was werd er gesproken van "het Pad van de Poststraat" (dit was vroeger een nogal belangrijke straat waar bijvoorbeeld burgemeester Jansen woonde, en van 1901-'09 de architect Franciscus Cornelis de Beer die bekend werd door zijn ontwerpen van de winkel van Van Boxtel aan et Radioplèntje en de textielschool aan de Lange Schijfstraat etc. in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid).

 

de Dodenweg                              

Rijksweg 63                  

het stuk tussen Tilburg en Breda van deze rijksweg maakte in Tilburg onbetwist de meeste aanspraak op deze “titel”. Het schijnt dat in de jaren dertig de kasseien waren vervangen door een inferieur soort asfalt dat de weg onder bepaalde omstandigheden spekglad maakte. Vanaf de jaren vijftig kreeg de weg drie rijstroken, wat het inhalen tot een Russische roulette maakte (zoals Berry van Oudheusden het treffend uitdrukt in zijn boek “Bredaseweg met drie gezichten”, Tilburg 2015, p. 83). Pas door de openstelling eind 1971 van de nieuwe snelweg A58 werd het probleem opgelost en kon de naam Dodenweg in het vergeetboek. Totdat de groei van het stadsdeel Reeshof aanleiding gaf om de weg tot Hulten weer te verbreden, naar 2x2 rijstroken. Die konden maar net in de beschikbare ruimte worden gepast. Voor een fietspad aan beide zijden was geen plaats. Een smal tweerichtings fietspad leidde opnieuw tot ongelukken, nu vooral bij de oversteekplaatsen voor fietsers. Tijd om de bijnaam weer uit de kast te halen?

 

de Dèùkplank                             

de Brug van Weleer 

openbaar kunstwerk uit 1987 aan de zuidzijde van het viaduct over het spoor tussen de Heuvel en het NS-plein, gemaakt door Hanshan Roebers (geb. 1941), dat het eerste was uit het Masterplan voor de Beeldende Kunst Tilburg (zie ook bij den Dèùkboot). Uitgevoerd in azobéhout, staal en koper.

 

de Dôoj Kraon                            

de Kraan                         

stuk buitengebied van Berkel (Tilburg-Noordoost) langs het spoor. Zie ook hoofdstuk 1 bij Keeke de Commies. De oprukkende stad heeft dit gebiedje in haar greep gekregen.

 

de Drie Mutsen                          

Sint Annakerk                            

De bijnaam verwijst naar de koepels die kenmerkend waren voor dit gebouw en hoog boven de omgeving uitstaken: een grotere in het midden en twee kleinere als afronding van twee slanke torens aan de voorzijde. Deze kerk uit 1899 (architect Henri van den Abeelen, bouwpastoor Bernardus Janssens) werd in 1973 gesloopt.

 

De Drie Mutsen van de St. Annakerk torenden hoog boven de wijk uit. Waarschijnlijk wordt er gevlagd vanwege de bevrijding van Tilburg (27 okt. 1944) of van het land (5 mei 1945)

 

In de schaduw van de St. Annakerk was lang de brandweerkazerne gevestigd, o.a. in de voormalige witte Bioscope (zie daar).

 

den Drôoge of den Drêûge                                

fa. George Dröge                       

wollenstoffenfabriek in de Goirkestraat, in de oude gebouwen van Criesje Mommers (zie daar en in hoofdstuk 1 bij George Johan Dröge, en Constant Hubert Donders). Beide uitspraken kwamen voor. Tilburgers realiseerden zich namelijk vaak niet dat de ö eigenlijk als eu moet worden uitgesproken.

 

de Drugs- en Spermaflat      

flat Spoorzicht                            

flatgebouw op de hoek van de Alleenhouderstraat en de St. Ceciliastraat, dat aan het eind van de jaren 1990 in opspraak kwam wegens toenemende overlast.

 

 

4.E

 

Engelientje

n.n.                                                                     

eencentswinkeltje aan de Bredaseweg.

 

den Eeventueele                       

fa. Anton Ghijben      

juwelierszaak in de Heuvelstraat die zo genoemd werd omdat de juwelier steeds leek te twijfelen of hij aan de wensen van zijn klanten kon voldoen. Hij gebruikte namelijk om de haverklap het woord “eventueel.”

 

den Èùlevlucht           

omgeving Korvel, nu Korveldwarsstraat

tot circa 1900 was deze naam in zwang voor het straatje met enkele geïsoleerd staande huisjes, dat ongeveer van de Korvelseweg naar de Nieuwstraat liep (zie hoofdstuk 2, Prutsmadame)

 

 

4.F

 

et Fabriekaantekrantje        

Het Nieuwsblad van het Zuiden     

 

Het voormalige hoofdkwartier aan de Heuvel (foto: Tilburg gefotografeerd door Schmidlin, Tilburg 2013, coll. RAT)

 

Deze derde Tilburgse krant werd in 1917 geïnitieerd door textielfabrikanten Henri Blomjous (zie hoofdstuk 1) en Rudolf Diepen, advocaat G. Pastoors en H. Gianotten die een drukkerij had in de Willem II straat, als reactie op de meer voor sociale problemen en vernieuwing openstaande Nieuwe Tilburgsche Courant (NTC, zie: den Artsekraant). De nieuwe krant was meer gericht op ondernemers en kaapte klanten weg bij de Tilburgsche Courant die daardoor in problemen kwam (zie: de Kraant van Bartje Luyten). Korte tijd later trok Gianotten zich om zakelijke reden al terug en nam Blomjous alle touwtjes in handen. Hij trok in 1919 Wilhelmus (Willem) Hermanus Oltheten (1881-1948) aan als hoofdredacteur, die dit daarvoor in Groningen was bij “Ons Noorden”, het enige katholieke dagblad aldaar. Willem Oltheten bleef hoofdredacteur tot zijn dood in 1948. Hij loodste Het Nieuwsblad van het Zuiden nog door de lastige oorlogsjaren waarin de krant een verschijningsverbod kreeg opgelegd. Na de oorlog mocht zijn krant weer snel verschijnen, wat voor de NTC moeilijker lag. Hierdoor won Het Nieuwsblad van het Zuiden definitief de concurrentiestrijd van zijn rivaal. Willem Oltheten stelde kort voor zijn overlijden in 1948 zijn zoon J.W. (Jan) aan als zijn opvolger. Deze zag op zeker moment veranderingen aankomen en schrapte in 1961 het woord “katholiek” uit de ondertitel. In 1964 nam Het Nieuwsblad van het Zuiden de NTC over. In 1967 werd de krant (op last van Blomjous) verkocht aan de Brabants Pers. Deze kwam nu onder de supervisie van uitgeversconcern VNU. Het Nieuwsblad van het Zuiden bleef onder de vertrouwde naam verschijnen, al werd deze in 1983 ingekort tot Het Nieuwsblad. Overal moesten de kranten indikken door de opkomst van nieuwe media. Zo kwam nu ook het Nieuwsblad (waarvan de druk al niet meer eigen huis plaatsvond maar in een centrale drukkerij in Best) in een overnamecarrousel terecht.

 

De krant beleefde in de zestiger en zeventiger jaren haar beste periode. Hier een editie waarin “katholiek” al uit de ondetitel was geschrapt (foto: coll. Brabants Dagblad)

 

In 1994 volgde een volledige fusie met het Brabants Dagblad en verdween de naam Nieuwsblad. In 1999 verkocht de VNU zijn dagbladengroep aan Wegener, dat op zijn beurt in 2008 in handen kwam van het Engelse Mecom. In 2014 werd Mecom tenslotte (?) overgenomen door de Vlaamse Persgroep, die al enkele andere Nederlandse (landelijke) kranten onder haar vleugels had. Het BD werd vanaf dat moment een regio-editie van het Algemeen Dagblad. Wel bleef de eigen, al fors afgeslankte, stadsredactie in Tilburg bestaan. Deze verhuist in 2017 van het gebouw Het Laken aan de Hart van Brabantlaan (waar ze in een gebouw zat met Uitgeverij Zwijsen) naar het gebouw Deprez in de Spoorzone, waar de gemeente bezig is om met een aantal partijen vooral uit het onderwijs en bedrijfsleven een nieuw mediacluster te realiseren.     

 

De ontwikkelingen waren soms nog maar moeilijk bij te houden (foto: coll. Brabants Dagblad)

 

Fesjèèr                                             

café (Cees) Fouchier later De Postelse Hoeve      

aan het Hasseltplein. Oorspronkelijk een café annex herberg in een oude boerderij uit 1608, die in 1827 in handen kwam van Peter Heerkens. Rond 1930 zwaaide een oom van Cees Fouchier, H.J. Heerkens (zie hoofdstuk 1) er nog de scepter. Voor ‘t café speelde vroeger Tontje Spaape dansmuziek op z’n accordeon, erachter was een voetbalveld waar een fabriekselftal speelde. Cees Fouchier (1903-’69) volgde zijn oom op als uitbater, trouwde de dienstbode die er inwoonde en bouwde het café uit. In 1934 werd er een verenigingszaal aangebouwd voor bruiloften en partijen, toneel en muziek.

 

 

Deze verbouwing tastte de monumentale waarde van het pand flink aan. Fouchier afficheerde zijn zaak met: “Café Concertzaal C.A. Fouchier”, of op z’n Tilburgs kortweg: “Fesjèèr”. De zaak, die vanuit de Hasseltse kapel gezien aan de overkant van de huidige Dr. Deelenlaan lag, moest in 1964 worden afgebroken om plaats te maken voor het nieuwe Mariaziekenhuis (nu Tweestedenziekenhuis). Fouchier kon zich vervolgens even verderop aan het Hasseltplein vestigen, op het punt waar de Reitse Hoevenstraat op dit plein uitkwam. Hier stonden eerst enkele kleine huisjes en de boerderij van J.H. Verhoeven (Hasseltplein 6), die tot de jaren 1960 zijn akkers had tussen de Reitse Hoevenstraat en Ringbaan West. De nieuwe zaak heette nu officieel De Postelse Hoeve, genoemd naar een vroeger iets noordelijker gelegen hoeve, maar velen bleven nog lang Fesjèèr zeggen. Cees Fouchier was ook lid van het Hasselts Gemengd Kapelle Koor (HGKK), opgericht in het uitbreidingsjaar 1934, dat nog steeds domicilie heeft in De Postelse Hoeve. Fouchier overleed in 1969 op 66-jarige leeftijd. De leiding van het bedrijf ging toen over in de handen van Chris Vermeer, die was getrouwd met een dochter (Joke) van Fouchier en zij werden in 1992 opgevolgd door Harry en Yvonne Vermeer. De zaak werd verschillende keren uitgebreid en verbouwd. De vrouw van Cees Fouchier stierf in 1992 op de leeftijd van 91 jaar. In 2016 verkochten de Vermeers hun bedrijf aan de familie Mutsaers van hotel De Druiventros in Berkel-Enschot, die de zaak op dezelfde voet voortzette.

 

Het Hasselts Gemengd Kapelle Koor (HGKK) werd in 1934 opgericht in het met een zaal uitgebreide café Fouchier. Hier staat het koor ter gelegenheid van zijn eerste lustrum in 1939 bijeen voor de fotgraaf (Schmidlin). Alle namen zijn bekend in het archief van het koor en het RAT. Een beperkte opsomming: op de voorste rij zittend v.l.n.r. C.A. (Cees) Fouchier, H.J. (Drik) Heerkens, W. Teurlings, W. Janssens, A. van Baest (dirigent). Op de tweede rij zesde van rechts staat A. Schoonus. Genoemde W. (Wimke) Janssens was een organisator van het eerste uur. Hij heeft zich ook ingezet voor een kermis ieder jaar op het Hasseltplein. A. (Annie) Schoonus, later Van Roermund - Schoonus, is ook voorbidster en kosteres geweest in de Hasseltse kapel (zie bij Maria Virginie Doorakkers, hoofdstuk 1). Foto: coll. HGKK/RAT

 

Het HGKK in 1997 voor de Hasseltse kapel. Op de achterste rij derde van links staat dirigent Ad van Oosterhout (zie ook hoofdstuk 3) en helemaal rechts (niet in uniform) de ook bij de vorige foto genoemde Wimke Janssens en Annie van Roermund – Schoonus (foto coll. Karel de Beer)

 

Ook deze in 1933 door kapelaan Cox van de parochie Hasselt opgerichte harmonie Voor Koning Christus (VKC) was thuis in café Fouchier. Hier staat het gezelschap ter gelegenheid van zijn koperen jubileum in 1946 op het Hasselplein voor de camera van fotograaf Schmidlin. In 1966 fuseerde VKC met Capelle St. Jan (opgericht in 1898, zie hoofdstuk 1, Wim “Bok”van Spaendonck en in hoofdstuk 2, Kapèlle Den Bok) tot Harmonie Orkest Tilburg (HOT) dat heeft bestaan tot 2010 (coll. Schenkels/RAT, alle namen bij het archief bekend)   

 

den Fraater                   

Frater van Gemertschool    

opgericht rond 1970 voor kinderen met een leerachterstand. Frater van Gemert bekommerde zich om deze kinderen al lang voordat de officiële instanties dit gingen doen. Vanaf 2018 wordt de school afgebouwd, door een dalend aanbod van nieuwe leerlingen. Dit komt mede doordat andere scholen steeds beter in staat zijn passend onderwijs te bieden aan kinderen met sociaal-emotionele of medische problemen. Een zelfstandige unit zoals die de laatste tijd heeft bestaan aan de Schout Backstraat is daardoor niet meer haalbaar.

 

et Fraatersgat (1)     

tuin van fratershuis Koestraat/Molenbochtstraat

waar vroeger een fraterschool met tuin en theehuis was. In de heg van deze tuin was een gat gemaakt, zodat men (vooral kinderen) een stuk kon afsteken op weg naar de Enschotsestraat. Ook was dit een favoriete plek voor verliefde stelletjes om in de avonduren of het weekend stiekem te gaan vrijen, werd verteld.  

 

et Fraatersgat (2)                     

Fraterstraat                 

een straatje dat van de Lange Nieuwstraat met een hoek van 90 graden naar de Gasthuisring voerde, om de tuin van de Fraters van Tilburg (zie ook hoofdstuk 2) en de Drukkerij Zwijsen heen. De Biechtstuultjes (zie daar) kwamen hierop uit. 

 

et Fraatersgat (3)

vijver op Sparrenhof

een vijver door de fraters zelf gegraven op hun buiten Sparrenhof tussen de Bredaseweg en Gilzerbaan (zie hoofdstuk 3 bij frater Silvius Mutsaers)

 

et Fraatersvèldje

veldje Elzenstraat

speelveldje tegenover de H. Hartschool van de fraters aan de Elzenstraat, parochie Noordhoek. Dit veldje lag op de hoek van de Elzenstraat met de Ceciliastraat en werd verder omsloten door Vormenfabriek (daarvoor schoenfabriek De Pont- Mannaerts) en de kunstijsbaan. Er werd vooral gevoetbald en geslagbald. Later kwamen er ook speeltoestellen.

 

 

4.G

 

de Gaos

bosgebied De Gaas                                                                                 

zo noemde men een met grof gaas omheind stuk bos langs de Bredaseweg tegenover Piusoord, grenzend aan Huize Wildrick. Men zei dat koning Willem II hier in 1845 een jachthuis liet bouwen en dat dit later bekend werd als Huize Wildrick. Hoe dan ook, Wildrick was gelegen op een 113 hectare groot landgoed, dus wie weet was de Gaos daar eens een deel van. Dit stuk bos is ook nog een tijd eigendom geweest van Wim "Bok" van Spaendonck (zie hoofdstuk 1). Op belendende grond richting spoorlijn is inmiddels de wijk Witbrand-Oost gebouwd. De Gaos heet nu officieel De Gaas (de echte naam is uit de bijnaam ontstaan!) en staat te boek als een ontginningsbos van 28,2 hectare groot.

 

et Gasfebriek                               

Energiebedrijven Tilburg (EBT)   

was gevestigd aan de Lange Nieuwstraat, tussen den Atteljee (zie daar) en de wijk Theresia, in de tijd dat gas voor plaatselijk gebruik nog lokaal werd gewonnen. De productie van gas uit kolen begon in Tilburg in 1873, die van electriciteit in 1911. In 1954 ging de productie van electriciteit over naar de (provinciale) PNEM. Rond 1965 werd Tilburg aangesloten op het aardgasnet en verdween ook de gasproductie. Het energiebedrijf behield een vestiging aan de Ringbaan Noord tot 1988. Toen ging ook deze over naar de PNEM. In 1999 ontstond Essent uit een fusie van de PNEM met een Limburgse energieproducent. 

Het was bepaald geen pretje om bij de gasfabriek te wonen. Er was altijd, dag en nacht, veel lawaai op et Gasfebriek. Dikwijls, wanneer de wind verkeerd stond, hadden bewoners van naburige wijken veel last van stank en vieze rook. Als dit op een maandag (wasdag) gebeurde dan konden de vrouwen de was niet buiten te drogen hangen. In en vlak na de oorlog werd door het energiebedrijf regelmatig de mogelijkheid geboden om kosteloos cokes te rapen, wat door veel vrouwen uit de omgeving werd gedaan. Met de ontgaste kolen kon men de kachel toch enigszins warm krijgen. Een opzichter van et Gasfebriek hield toezicht op het rapen. Er werd gefluisterd dat vrouwen die met hem even "achter de fabrieksmuur gingen" de beste raapplaatsen kregen toegewezen! (zie ook hoofdstuk 2, de Gasbòl)

 

Boven: de gemeentelijke gasfabriek aan de Lange Nieuwstraat van 1910 op een foto uit 1915. Beneden: cokesterrein van de gasfabriek in 1926 (foto’s: Adriaan van Beurden, coll. EBT/RAT)

 

  Op het hoogtepunt van de EBT aan de Lange Nieuwstraat torende et Gasfebriek hoog boven de omgeving uit.

 

Spelen naast et Gasfebriek: “Niet omdat het moest, maar omdat het niet anders kon”. Speeltuin aan de Le Sage ten Broekstraat in 1952. Op deze plaats kwam in 1964 een open kunstijsbaan. In 1969 bouwde de firma Pellikaan een hal over de bestaande ijsbaan heen. IJshockeyclub TIJSC Trappers, die tot 1952 op de ijsbaan in de Elzenstraat thuis was geweest, had hier zijn thuishaven totdat de IJshal op Stappegoor werd gerealiseerd (foto: coll. Tilburgse Herinneringen op Facebook).

 

et Gat van Keej

in de Berkdijksestraat                                                                        

waar Kee Adams een snoepwinkeltje had. In het trottoir hiervóór zat een verzakking die voor knikkerende kinderen een mooie speelplek vormde. Het ging erom wie de meeste knikkers in et Gat van Keej kon krijgen.

 

de Gèèt (2)                     

La Gaité (Piusplein 19)         

café aan het Piusplein, ter hoogte van de huidige hoek met de Paleisring. Ene Eduard was daar een bekende ober. Het pand waarin dit café was gevestigd werd rond 1960 gesloopt in het kader van de sanering van de Koningswei. De bijnaam is een verbastering van de Franse uitspraak van de naam.

 

 

de Gèèt (3)                     

La Gaité (Julianapark)           

Ook het Julianapark heeft zene Gèèt gehad. Dit café was niet zo oud als dat aan het Piusplein, maar mocht deze bijnaam met evenveel recht dragen, want het Julianapark werd ook et Gèètepark genoemd (zie hierna). De carnavalsvereniging die in dit La Gaité huisde heette, hoe kan het anders: "De Gèète".

 

et Gèètepark(ske)    

Julianapark                   

parkje aan het einde van de Goirkestraat, waar vroeger al het Lijnsheike begon (de weg naar den Haajkaant) waar de schoenfabriek van Mannaerts was gevestigd, nu Oude Lind). Tijdens de oorlog moest het Julianapark van de Duitse bezetter “Goirkepark” heten, wat dichter bij het al gebezigde Gèètepark kwam. Mogelijk is de bijnaam ook ontstaan uit spot omdat het kleine grasveldje nauwelijks een park te noemen was. Je zou er nog ginne koej op kwijt kunnen.

 

Aan het Julianapark stond in 1959 een aantal onbewoonbaar verklaarde wevershuisjes te wachten op de sloper (coll. RAT)

 

Julianapark in de richting van de Ringbaan Noord (rond 1970)

 

de Gigant

Volkswagen?                                                              

jarenlang hing hij boven de markt: een geheimzinnige grote investeerder wiens naam niet genoemd mocht worden maar die een gigantische nieuwe fabriek in Tilburg zou willen vestigen en daarmee enorm zou bijdragen aan de oplossing van het probleem van de snel teruglopende werkgelegenheid in de textielindustrie. De gemeente had een groot terrein voor “de Gigant” gereserveerd ten westen van Tilburg (nu de Gesworen Hoek in stadsdeel Reeshof). Al gauw was het een openbaar geheim dat het om Volkswagen zou gaan. Deze Duitse automobielfabrikant is hier toch niet gekomen.

 

de Gildenbond (later bekend als de Scala)

Tuinstraat 66-70

oorspronkelijk het gebouw van enkele verenigde lokale vakverenigingen (de R.K. Tilburgsche Gildenbond, gesticht in 1896) in de Tuinstraat, dat   kortweg de Gildenbond werd genoemd. Het was een vergader- en cultureel centrum annex kantoor, in 1898 gebouwd naar ontwerp van architect C. van Hoof. In 1953 werden hier onderdelen van de Scala in ondergebracht. Dit was een dancing annex ruimte voor exposities, concerten en feesten, die sinds 1928 in het voormalige hoofdgebouw van de fabriek van Bogaers in de Tuinstraat had gezeten maar toen dus verhuisde naar het gebouw van de Gildenbond (ook wel: Werkliedenbond). De monumentale grote zaal van de Scala (voorheen Gildenbond) werd in 2003 door brand verwoest maar de bebouwing aan de Tuinstraat bleef behouden. Die geldt als gemeentelijk monument (zie: “Tuinstraat, de verbinding”, door Berry van Oudheusden, Tilburg 2017).   

Het voormalige gebouw van de Gildenbond uit 1898 in de Tuinstraat, hier op een foto uit 1989 (uit “Katholiek Tilburg in beeld”, door Ronald Peeters & Ed Schilders, Tilburg 1990, p. 123)

 

de Golse Boskes                                                                       

bosachtig gebied tussen Tilburg en Goirle

waar in 1933 het kleuterdagverblijf Kleuterheil werd gebouwd naar ontwerp van architect Jos Donders. In een gezonde omgeving konden stadskinderen hier komen aansterken. De witte bus waarmee de kinderen werden gehaald en thuisgebracht bleef lang in het straatbeeld aanwezig. In de jaren 1952-‘58 werden er op initiatief van kinderarts dr. Keijzer enkele voorzieningen in de Golse Boskes bijgebouwd voor kinderen die extra aandacht, zon, frisse lucht en onderwijs nodig hadden, te weten de Openluchtschool San Domenico Salvio en Herstellingsoord Godelieve. Ter plaatse herinnert de Dr. Keijzerlaan aan de initiatiefnemer. De gebouwen zijn van architect Jos. Bedaux (1910-‘89). Verder zijn in de Golse Boskes enkele villa’s gebouwd waaronder die van Jos. Bedaux zelf (inclusief zijn kantoor, nu van Bedaux de Brouwer Architecten). Godelieve komt in 2000 in het nieuws in verband met sloopplannen, die gezien de herontdekte kwaliteiten van de architect veel stof doen opwaaien. Niettemin werd het complex grotendeels gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.

In de jaren 1950 hadden de Golse Boskes overigens ook de bedenkelijke reputatie dat het er ‘s avonds weleens niet pluis kon zijn, zeker in de tijd van de RIOS-bende (zie ook hoofdstuk 2).

 

Deze pendelbus van Kleuterheil was bekend in het Tilburgse straatbeeld (foto uit begin vijftiger jaren)

 

 

et Golsepad                   

Goolsepad (1987-’97)           

het Goolsepad heeft heel lang geen officiële naam gehad. Het pad vormde een verbinding tussen de zuidkant van Tilburg (Oerle ter hoogte van de Trouwlaan) en Goirle (bij de Golse Boskes, zie hiervoor) en liep door het Stappegoorgebied heen waar nu sport- en onderwijsvoorzieningen zijn. In 1987 werd door de gemeente besloten om de in de volksmond al eeuwen gebruikte naam et Golsepad officieel te bevestigen (Goolsepad). Het ging hier evenwel alleen om het zuidelijke gedeelte van het oorspronkelijk pad (het noordelijke deel was al verhard en heette inmiddels Stappegoorweg). In 1997 werd dit besluit weer ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit, te weten om het intussen straat geworden pad te noemen naar de onderwijspionier professor Goossens (Prof. Goossenslaan).

 

de Golse Trèm             

tramlijn van Tilburg via Goirle naar Hilvarenbeek, Esbeek, Belgische grens.

Deze liep vóór 1913 over de Heuvel door een smal straatje in zuidelijke richting, te weten ter hoogte van het latere hotel Riche en de (verbrede) aansluiting met het Piusplein. Tot de jaren 1930 reed de lange Golse trèm op 16 september honderden Tilburgse pelgrims ter bedevaart naar Esbeek. Zij gingen er de heilige Cornelius vereren, nadat pastoor Jurgens in die plaats in 1898 in het bezit was gekomen van enkele relikwieën van deze heilige. De belangstelling hiervoor was zeer groot, wat blijkt uit het liedje: “de Golse tram is overvol, bracht menigeen op hol, op Sint Corneliusdag. Hij was dan zo zwaar belaan, dat hij soms wel stil bleef staan.” In 2001, toen de Broederschap van de Heilige Cornelius honderd jaar bestond, namen er op 16 september “Sinter Knilles” nog steeds circa 200 mensen deel aan de Corneliusbedevaart!

 

de Gouwe Aopekôoj

huis Eduard van Spaendonck Korte Heuvel

waar de Gouwen Aop (zie hoofdstuk 1: Eduard van Spaendonck) met zijn gezin woonde. Dit was aan de Heuvel op de hoek met de Veemarktstraat tegenover fotograaf Mulder (nu: hoek Korte Heuvel tegeover popcentrum 013). Later werd in dit huis een advocatenkantoor gevestigd.

 

Eduard van Spaendonck was directielid van het familiebedrijf, dat eerst G.C. van Spaendonck heette maar in 1921 enigszins van naam veranderde. Misschien is deze foto toen wel gemaakt, om bekendheid te geven aan de gewijzigde naam. 

                              

de Gouwe Driehoek

deel van de Heuvelstraat

de groei van warenhuizen en andere grootwinkelbedrijven had gevolgen voor het aanzien van de winkelcentra. Grote warenhuizen zoals Vroom & Dreesmann, De Bijenkorf en Hema slaagden erin om op de beste locaties hun posities in te nemen. In de Tilburgse Heuvelstraat kwamen de V&D en de kledinggigant C&A schuin tegenover elkaar te zitten. De Hema, eerst op de Heuvel, vestigde zich op zeker moment tegenover V&D. Toen was deze “driehoek” veruit het drukste deel van de Heuvelstraat geworden.

 

Drukte in de Gouwe Driehoek. Linksvoor V&D, rechts de Hema en C&A. Na het failissement van de eerste eind 2015 heeft het Canadese Hudson’s Bay een aantal V&D-vestigingen overgenomen, ook die in Tilburg. In september 2017 werd Hudson’s hier geopend. De Hema overleefde de moeilijke jaren net wel maar heeft zijn formule moeten herzien en het Tilburgse pand daarop aangepast om een nieuwe start te maken. De zaak van C&A is daarmee de meest constante factor in de Gouwe Driehoek, al is de concurrentie op modegebied groot.    

 

et Gouwe Klumpke  

J. van Gorp-Elissen   

schilderszaak op de hoek van de Jan Aartestraat met het Piusplein. Bekend was dat de familie veel geld had, vandaar.

 

de Groene Long                                                                         

groene, open strook tussen Ringbaan West en Reitse Hoevenstraat

Tot in de jaren vijftig waren hier nog boerderijen met akkers (zie foto) maar geleidelijk werd ook dit gebied steeds meer volbouwd. De grootste “bewoner” is nu onderwijsinstelling de Rôoj Panne (zie daar). Ten zuiden van deze strook, tussen de Wandelboslaan en de spoorlijn, bevindt zich nog steeds een oud woonbuurtje dat de Bokhamer heet (zie foto). Aan de andere zijde loopt de Groene Long door tot aan het Hasseltplein met de Hasseltse kapel en de Postelse Hoeve (zie Fesjèèr)

 

 

Dit huisje staat er nog steeds, in de Bokhamerstraat

 

de Grote Albert Heijn            

Albert Heijn                 

gevestigd in het voormalige fabrieksgebouw van Janssens van Buren, tussen de Gasthuistraat en de Jan Heijnsstraat. Voordat Ahold het gebouw kocht van concurrent Schuitema had de laatste hier een aantal jaren een vestiging van Familia in gehad. Ahold opende er een Microwinkel, maar toen deze formule werd losgelaten werd de zaak omgebouwd tot een grote Albert Heijn supermarkt (nu: XL, maar men blijft toch Grote Albert Heijn zeggen) met een zeer volledig assotiment. Ook werden hier verschillende nieuwe vormen van winkelen beproefd. Na verloop van tijd hebben zich meer filiaalbedrijven hier gevestigd en is dit een druk bezocht wikelcentrum geworden.

 

et Grôothèùs                

Veldhovenring 90-94            

Dit was aanvankelijk een boerderij. Al in 1640 stond er een weefgetouw in en later groeide dit uit tot een febriekshèùs, een van de voorlopers van de textielfabrieken. Er werd gewerkt voor kooplieden als De Beer, Maas, Colen en Franken. In 1853 werkten hier 22 volwassenen en 12 kinderen voor Norbert Swagemakers, die er een lakenfabriekje in had gevestigd. In 1910 is het pand gesplitst in drie woningen. Ernaast op nr. 96 was et Klèènhèùs.

 

de Gruune Akkers of Laorakkers

akkerland op Oerle en Korvel

vroeger was dit een van de grootste akkerbouwgebieden van Tilburg. Eén akker is gebruikt om in 1852 een begraafplaats (Laarstraat) aan te leggen.

In dat jaar werd ook de eerste kerk van Korvel gebouwd (architect H.J. van Tulder) die midden op het plein stond. Toen deze te klein werd besloot men ze in 1924 al te vervangen door een grotere (Eduard Cuypers) en die een eind op te schuiven richting kerkhof, aan de zuidelijke rand van het plein. De eerste kerk werd afgebroken en midden op het plein stond nu de kiosk die te zien is bij Francisca van den Hout (hoofdstuk 1).

 

Dit bord staat er nog steeds, aan de Laarstraat. Mijn vader zag er destijds de galgenhumor van in. “Dat ze dit juist op een kerkhof moeten zetten”, zei hij grijnzend. Inderdaad, binnen de omheining. Enige tijd later (1984) was zijn tijd gekomen, “plotseling maar niet geheel onverwachts” en werd hij vervolgens daar “geparkeerd”, alleen in een vak…. (foto: Karel de Beer, 2003)     

 

de Gruunmèrt                                                                            

dinsdagse markt op het Willemsplein

deze markt was daar tot 1940. Er werden voornamelijk groenten en aardappelen verkocht.

 

Markt op Willemsplein en Koningstraat in 1959.

 

Beeld van de laatste Gruunmèrt op het Willemsplein in 1965. Overigens is het niet zo, wat de tekst suggereert, dat de Willem II straat als rijweg werd doorgetrokken tot de Broehovenseweg. Dit is wel een idee geweest, maar gelukkig niet uitgevoerd. Op een deel van het Willemsplein is het stadskantoor (zie de Koolekiest) gekomen en over het andere deel gaat de cityring (foto uit Tilburgse Herinneringen op Facebook).

 

 

4.H

 

Haagse antenne

fop-antenne op een auto

in de tijd dat een autoradio nog een zeldzaam artikel voor de “happy few” was, kon men een stoere antenne op zijn auto laten zetten die nergens op aangesloten was. Zulke auto’s reden er ook in Tilburg rond. Men dacht dan dat er een radio aan boord was. Het woord “Haags” werd hier wel meer in verband gebracht met uiterlijke schijn.

 

et Haaj-ènd of Zaand-ènd

gebiedje noordelijk van de Hasseltse kapel

Dit lag na de aanleg van het Wilhelminakanaal aan weerszijden hiervan, waar nu de Dr. Deelenlaan en aan de overkant het industrieterrein liggen (zie hoofdstuk 1: de Rôoje Cols 1).

 

et Halvemaantje                        

pleintje aan de Korenbloemstraat               

dit pleintje ligt in de vorm van een halve cirkel aan de Korenbloemstraat ter hoogte van de Generaal Kromhoutkazerne (nu Kromhoutpark)

 

de Havervelden

omgeving Theresiakerk

dit was een gebied, omgeven door Lange Nieuwstraat, Buitenstraat, de Oude Langstraat, Veldhovenstraat, Wilhelminapark en de Stedekestraat, waar in de jaren 1920-’30 de wijk Theresia werd gebouwd. De kerk (van de architecten Hendrik W. Valk en Caspar M.B. van den Beld) werd in 1930 voorlopig ingezegend door de bouwpastoor, de latere bisschop Wilhelmus Mutsaerts (zie ook ‘t Witte Huis). De drie klokken werden geschonken door de familie Mannaerts-Schoenmakers: twee in 1930, namelijk: “Joseph”, genoemd naar de schenker (zie Jos Mannaerts, hoofdstuk 1) en de andere “Maria”, naar zijn vrouw; een derde (“Theresia”) in 1938 bij hun zilveren bruiloft. In de oorlog werden al deze klokken door de Duitsers geroofd en omgesmolten tot wapentuig. Een set vervangende klokken is er gekomen rond 1948 als cadeau van de parochie ter de gelegenheid van het zilveren priesterjubileum van pastoor G. Bannenberg. Van deze set dook de klok “Maria’ in 2016 op bij een veilinghuis in Istanbul voor de vraagprijs van $ 7.500,00 wat nogal hoog is voor een afgedankt replica! De Theresiakerk was immers in 1997 buiten gebruik gesteld en vervolgens omgebouwd tot een woonbestemming.

 

De Theresiakerk op de Havervelden, kort na de bouw rond 1930 (zie Katholiek Tilburg in Beeld door Ronald Peeters & Ed Schilders, Tilburg 1990, p. 44-45)

 

Heiligdom Heikant

bedevaartsoord Pirke Donders

Peerke (Pirke) Donders (1809-’87, zie hoofdstuk 1) heeft een armoedige jeugd gehad. Hij werd geboren op den Haajkaant in een klein huisje waar de gezinsleden de ruimte nog moesten delen met het grote weefgetouw (ketaaw) van vader Donders die thuiswever was. Na verloop van jaren verdween aanvankelijk praktisch alles op deze plek. Alleen de waterput of wat daarvan nog over was herinnerde aan de vroegere bewoners. In 1923 werd er een houten kapel (architect Jos Donders) gebouwd in Surinaamse stijl. In 1931 werd het geboortehuis van Pirke herbouwd (H. Frankefort) en ingezegend, in 1933 gevolgd door een monument (Karel Lücker) en een kruisweg in de openlucht, waarvan de diverse staties werden “geadopteerd” door Tilburgse parochies (beelden door P. Verbraak & Zonen, het eerste beeld geplaatst in 1937). Daar in het midden van het park kwam in 1982, het jaar van de zaligverklaring, een semi-openlucht kapel die in 2009 (het jaar van zijn 200ste geboortedag) werd vervangen door het fraaie Peerke Donders paviljoen met een uniek Museum voor de Naastenliefde. Al met al heeft de voortdurende en intense verering van Peerke Donders, van hier tot in Suriname, geleid tot een herdenkingsplaats van aanzien: “Heiligdom de Heikant” aan de Pater Dondersstraat (zie: www.peerkedonders.nl)

 

 

Zicht vanuit het paviljoen (2009) op het omgevende park met de kruisweg.

 

hèngselmèndjes        

vriend en vriendin

partners die nog niet met elkaar verloofd zijn, waarvan het maar afwachten was of het iets zou worden.

 

Hèrdgange

buurtschappen

vroegere woonkernen of buurtschappen, zoals Korvel, Oerle, Hasselt en Heikant die al vroeg een zekere ordening kenden van ruimte en bebouwing. Vaak waren deze ontstaan rond driehoekige pleinen (frankische driehoek) maar soms in een andere vorm en door zandwegen met elkaar verbonden. De bebouwing bestond oorspronkelijk vooral uit boerderijen, vanwaaruit schapenteelt werd bedreven. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw werden er steeds meer kerken, woonhuizen en winkels gebouwd, en textielfabrieken met huizen voor fabrikanten en arbeiders in de ruimten tussen de kernen in. Deze structuur van aan elkaar gebreide kernen is typerend gebleven voor de stedenbouwkundige structuur van Tilburg. Bij de sloop van fabrieken en kerken eind 20e eeuw vielen er dan ook weer grote gaten tussen de oude herdgangen.

 

de Hèrmenie                

sociëteit de Nieuwe Koninklijke Harmonie           (NKH)

in 1820 werd het muziekgezelschap De Harmonie opgericht, dat tot 1839 heeft bestaan. In 1843 werd de Nieuwe Harmonie opgercht, met sociëteit. Die heeft geregeld voor koning Willem II (die beschermheer werd) mogen optreden en in 1849 diens begrafenis begeleid. Daarom ontving de Nieuwe Harmonie in 1850 het predikaat koninklijk. Het muziekgezelschap oefende doorgaans in cafés en koffiehuizen, totdat de NKH zich in 1878 vestigde in de Stationstraat in het gebouw waar ze nu nog zit (zie ook: de Stêek van Put). Er waren toen circa 500 leden. Naast het gebouw werd een sfeervolle  feesttuin met muziekkiosk ingericht (zie ook: “Muziekverenigingen en civil society in Tilburg, een bezigheid van de burgers,” door Petra Robben in het Tijdschrift Tilburg, Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed, jaargang 33 nr. 1, april 2015)

Aan het begin van de bouw werd er op 18 oktober 1877 een gedenksteen geplaatst, aangeboden door de werkende (d.i. de musicerende) leden, met alle namen van het bestuur (zie foto). Voorzitter was de wijnhandelaar J.A. Verbunt (1822-’78, zie ook bij Eduard Verbunt, hoofdstuk 1) die nog tijdens de bouw overleed. Hij woonde in de Nieuwlandstraat en had daarachter in de Langestraat zijn wijnpakhuizen. Secretaris: C.J. Heestermans (1817-’81, Bredaseweg, commies ter secretarie); pennigmeester: J. Castelijns (1834-1906, omgeving Monumentstraat, winkelier in manufacturen); J.A.B. van Roessel (1842-1919, mouter/bierbrouwer op Veldhoven); H. van der Pas (1835-1902, koek- en banketbakker op de Markt); G.A. Gimbrère (1845-1906, Koningsplein, fabrikant in paraplu’s en parasols); J.G. Klijsen (1858-1902 broodbakker Heuvelstraat); A.J. Verschuuren (1853-’87, boekhouder Nieuwlandstraat); J.J. (Jacques) Krever (1824-’91, Donkerstaart, zie ook hoofdstuk 2: de Zèùphèrmenie) die lid was vanaf 1843, als muziekmeester en dirigent de muzikale leiding had van 1874 tot 1882 en die op dit gebied ook landelijke bekendheid genoot (bron: Frans Kense op het Geheugen van Tilburg, juni 2015). In dit bestuur was de gegoede middenstand in de meerderheid.

 

 

Een bekende naam in de geschiedenis van de NKH was die van Jos Kessels (Pieter Joseph Frans, Heerlen 1856 – Santa Ana 1928) dirigent van 1884 tot 1896. Hij had in 1880 samen zijn jongere broer Mathieu (Mathijs Joseph Hubertus, Heerlen 1858 – 1932) in Heerlen een muziekuitgeverij en handel in muziekinstrumenten opgezet. De overstap van Jos naar Tilburg werd in 1886 gevolgd door broer Mathieu die positieve berichten had ontvangen over het muziekklimaat in Tilburg. Mathieu zette zijn zaken hier voort en stichtte ook de Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Muziekinstrumenten die groeide tot een grote en veelzijdig aanbieder van muziekinstrumenten. Hij was ook componist van harmonie- en fanfaremuziek (evenals zijn broer Jos) en onvermoeibare organisator en stimulator op muziekgebied. Naast een zakelijk, had hij ook het ideële motief voor ogen dat muziekbeoefening heilzaam zou zijn voor een bredere laag van de bevolking. Mathieu Kessels hoorde bijvoorbeeld tot de groep van initiatiefnemers en oprichters van de Tilburgse Muziekschool (zie ook Jos Vastersavendts, hoofdstuk 1). De grote fabriek van Kessels heeft tot 1955 vlakbij het spoor gestaan, waar daarna Van Gend & Loos zich vestigde.   

In het begin van de twintigste eeuw begon men bij de NKH ook met het vertonen van films. In 1912 werd daar een aparte zaal voor gebouwd, die met de nodige aanpassingen bijna het eind van de oolog haalde. In 1944 werd ze echter door een Duitse tijdbom compleet verwoest (zie hoofdstuk 1: Frans Hèrmenie Mutsaers). In 1958 opende naast de sociëteit de nieuwe bioscoop Harmonie die tot 1987 draaide. De tuin werd in die jaren gebruikt als parkeerplaats. In 1999 werd de bioscoop gesloopt en het hele complex opgeknapt. In de tuin kwam een appartementsgebouw te staan en bleef er nog ruimte over voor een openbaar parkje. In 2017 wordt bekeken of het Kessels Muziek Instrumenten Museum (zie: www.muziekinstrumentenmuseum.nl) bij de NKH zou kunnen intrekken. Dit museum is opgebouwd rond een verzameling instrumenten, werktuigen en machines die door de familie Passier uit de fabriek van Kessels was gered. Het heeft sinds 2014 in de Goirkestraat gezeten in de voormalige fabriek van Dröge, nadat het zijn eerste jaren had doorgebracht in het voormalige gemeentehuis van Berkel-Enschot. 

 

Stationstraat richting Nieuwlandstraat in 1915. Links het gebouw van de Nieuwe Koninklijke Harmonie, rechts (torentje) de Geldersche Credietvereeniging, later advocatenkantoor (Mannaerts e.a.) en in 2017 Hostel Roots (coll. RAT)

 

De bioscoopzaal (die níet bleef) naast het sociëteitsgebouw in de Stationstraat.

 

et Hèrringsènd                           

begin Korvelseweg                                 

waar nu het St. Annaplein, het Lieve-Vrouweplein en het begin van de Korvelseweg zijn.

 

(in) ‘t Hert                     

Hubert Meelis                             

stoffenzaak in de Heuvelstraat van Jan Hubert Meelis (1853-1923, dreef de zaak van 1895-1920) met een hertenkop aan de gevel. Was vrijgezel en liet na zijn overlijden de zaak na aan drie medewerkers: Raaymakers (zie ook hoofdstuk 1), Dekkers en Rozendaal. De laatste deed zijn deel al gauw van de hand; Raaymakers bracht zijn naastgelegen sigarenwinkeltje in en werd een tijdlang mede-eigenaar, totdat hij uitgekocht werd door Dekkers.

 

Heuvelse Akkers

tussen Stinweg (Heuvelstraat) en Prèlweg (Spoorlaan)                                             

gebied, nu omsloten door Heuvelstraat, Nieuwlandstraat, Stationsstraat, Spoorlaan en Heuvelring. Dit gebied werd pas bebouwd na aanleg van de spoorlijn (met het station, 1863) en de Spoorlaan (1867). Die werden met het centrum verbonden door de Comediestraat (later Willem II-straat) en de Stationsstraat.

 

Hèùverbrôojkes of Höpkes                                                              

Hubertusbroodjes

deze zijn alleen op 3 november te krijgen. Na zegening in de kerk zouden ze de gelovigen bescherming geven tegen hondsdolheid. Over de heilige Hubertus van Luik (655-727) deden tal van verhalen de ronde, o.a. dat hij zich bekeerde na een wonderlijk voorval tijdens de jacht. Daarom is hij tot de dag van vandaag voor katholieken ook de patroonheilige van de jacht.

 

Hoedevangers                            

fa. Hoendervangers 

winkel in hoeden, petten en sigaren sinds 1916 aan het Piusplein, later gesplitst in een hoeden/petten- en een sigarenwinkel. Uiteraard werd de oprichter Kees Hoed genoemd (kwam in 1877 als weeskind uit Steenbergen hier zijn geluk beproeven, zie hoofdstuk 1 bij Philibertus Hoendervangers) evenals zijn (klein-) kinderen: Jan Hoed, Flip Hoed, Trees Hoed etc. De laatste hoed en pet werden verkocht op 27 november 1999 (aan mij en mijn vrouw) voordat de zaak wegens gebrek aan toekomst voorgoed sloot. Tot op die dag stond de 82-jarige kleinzoon van de oprichter Kees Hoed jr. nog in de zaak, die dus bijna 125 jaar heeft bestaan! In de Zomerstraat en aan de Veldhovenring heeft deze familie ook winkels gehad waar je hoeden en petten kon kopen. De naam Hoendervangers werd in Tilburg destijds verbasterd tot Hoedevangers. De tabakspeciaalzaak aan het Piusplein bleef gewoon bestaan en heeft in januari 2016 het feit gevierd dat zij daar 100 was gevestigd. 

 

Hoeden, petten en sigaren te koop bij de familie Hoe(n)de(r)vangers aan het Piusplein.

 

Flip Hoe(n)de(r)vangers had zijn zaak in de Zomerstraat.

 

Hollandterrein

vroegere vestiging garage W.A. Holland                                                     

dit was het terrein aan de Hart van Branbantlaan, tussen de Acaciastraat, Sint Ceciliastraat en Elzenstraat, waar voorheen garagebedrijf W.A. Holland (Austin, Morris, Rover) was gevestigd. Kort na 2000 werd er op dit terrein een kantoor- en wonigcomplex gebouwd. Een groot kantoorgebouw op dit complex heet Het Laken, naar de lakenfabriek van E. Elias die hier ook eens was gevestigd (met de wollenstoffenfabriek van M. Aelen).

 

 

Hòlle Wèg

zandweg tussen Bredaseweg en Gilzerbaan                                                                        

deze zandweg was enigszins verdiept gelegen tussen de Bredaseweg (ter hoogte van Dahliavereniging Flora) en de Gilzerbaan, vandaar de bijnaam (zie hoofdstuk 2 bij gruunjas)

 

et Hoo                                              

Heike’s Ontspanningsoord (H.O.O.)            

het sportveld voorbij Boerke Mutsers (zie daar) tussen de spoorlijn en het Wandelbos, waar onder meer de voetbalclub ‘t Heike thuis was totdat deze in 1942 uiteenviel. Et Hoo is hier van 1935 tot 1959 gevestigd geweest. Janus van de Biggelaar (zie hoofdstuk 1) was een tijd de beheerder. Later werd het veld gebruikt door de Ontspanningsvereniging Spoorwegpersoneel Tilburg (O.V.S.T.) Iets verderop ligt nu nog Bosvreugd, destijds van de parochie Noordhoek die daar een speeltuin had.

 

den Hooggaatie                         

Russische schommel              

deze voorloper van het moderne reuzenrad stond in 1927 voor het eerst op de Tilburgse kermis.

 

Den Hooggaatie op het Heuvelse deel van de kermis in 1954

 

Ook op het Willemsplein achter het paleis heeft de kermis lang gestaan (foto 1951, van Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

et Hôogspoor

ophoging spoorlijn door Tilburg

project van de gemeente Tilburg en de NS om “de Lijn” (zie daar) mét het station op te hogen, zodat er geen gelijkvloerse kruisingen in de binnenstad meer waren als barrières tussen de Törke en de Kaajbuuters. De eerste spade voor dit project werd, in de nadagen van zijn burgemeesterschap, de  grond in gestoken op 8 mei 1957 door mr. Eduard Hendrik Joan Baron van Voorst tot Voorst (1892-1972, van 1946-1957 burgemeester van Tilburg). Met deze eerste spade startte de eerste fase van het hoogspoorproject, te weten de omlegging van et Bèls Lèntje (zie daar).

 

 

Burgemeester Van Voorst tot Voorst steekt in mei 1957 de eerste spade in de grond onder toeziend oog van NS-baas Den Hollander in een rechstreekse radio uitzending (foto: Persbureau Het Zuiden, coll. RAT)

 

Het spoor wordt vanaf het viaduct van de Ringbaan West (achtergrond) omhoog gebracht. De rails worden op het nieuwe zandlichaam gelegd. Heel dicht tegen de Alleenhouderstraat aan (rechts) ligt een noodspoor (foto: Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

den Horizon

Janssens de Horion  

textielfabriek aan de Koestraat. Zie hoofdstuk 1, bij Franciscus (Frans) Janssens.

 

Huis der Dertien Celletjes, later ook: de Gouwen Berg, of de Gouwendijk

klooster Zusters van Liefde aan de Oude Dijk

de eerste bijnaam, “Huis der Dertien Celletjes” stond voor het eerste eigen kloosterhuis van de Zusters van Liefde (zie ook hoofdstuk 2: Krengen van Barmhartigheid) aan de Oude Dijk, dat in 1834 gereedkwam en toen bestemd was voor dertien zusters. Al gauw te klein geworden ging het klooster c.a. na verloop van tijd de hele Ouwendijk (zie daar) en de achtergelegen grond omvatten. Met zoveel grond en gebouwen pal tegen de rand van het stadscentrum leverde dat na verloop van tijd nog een paar bijnamen op. In de bouw van het Huis der Dertien Celletjes zouden stenen zijn verwerkt van de (tweede stenen) schuurkerk ’t Heike die daar vlakbij van 1691 tot rond 1832 heeft gestaan. Het Huis der Dertien Celletjes is in 1882 deels afgebroken en herbouwd en heeft nu de status rijksmonument.    

 

 

den Hunkerbunker of Slètteflèt                                                    

Verpleegstersschool St. Elisabeth

verpleegstersschool met -flat van het (oude) St. Elisabeth Ziekenhuis die stond in de St. Josephstraat vóór de voormalige burgemeesterswoning van Jan van de Mortel (zie hoofdstuk 1: Jan Ch.A.M. en Josephine E.A.M. van de Mortel-Houben). Dit zat zo. In 1910 liet Van de Mortel, toen nog als advocaat en procureur, een villa bouwen op een diep perceel aan de St. Josephstraat. Het was een neoklassiek ontwerp van architect Aug. van Spaendonck. Nadat Jan van de Mortel in 1947 als pas gepensioneerde burgemeester van Tilburg was overleden, besloot zijn weduwe om te verhuizen naar Koningshoeven. Villa en grond aan de St. Josephstraat werden gekocht door stichting het R.K. Gasthuis, die al sinds 1829 de ziekenzorg in Tilburg overkoepelend regelde. In de villa vestigde het erachter gelegen Elisabeth Ziekenhuis een St. Dionysius- en Heilige Theresia-paviljoen. In “de voortuin” aan de St. Josephstraat werd “de Hunkerbunker” gebouwd met woon- en opleidingsfaciliteiten voor de verpleegsters. Toen rond 1980 de verhuizing van het ziekenhuis naar de rand van de stad in zicht kwam wilde het ook weer van de villa en het gebouw aan de St. Josephstraat af. De villa werd in 1980 gesloopt omdat er geen nieuwe bestemming voor was te vinden en “de Hunkerbunker” (wat overigens geen specifiek Tilburgse bijnaam was!) werd verkocht aan de Stichting Studentenhuisvesting.

 

 

 

Hunnel

gedroomde autotunnel onder de Heuvel                                                                                              

dit is een samentrekking van "tunnel" en "Heuvel." Begin jaren negentig kwam in politieke kringen het idee op tafel om het probleem van de grote verkeersdrukte op de Heuvelring op te lossen door het Heuvelplein te ondertunnelen. Dit alternatief is niet echt serieus overwogen, maar dook weer op uit onvrede over de herinrichting rond 1995 van het Heuvelplein, die den Oudste Tilburger (zie daar) z’n plek kostte en tot verkeerschaos in de binnenstad leidde (door het afluiten van de Heuvelring voor particulier gemotoriseerd verkeer). Deze onvrede bleek blijvend en algemeen, zodat er in 2002 plannen opdoken om het allemaal nog eens opnieuw te bezien. Ook dit nieuw "Hunnelplan" haalde het niet. Wel is in het kader van de nieuwe Cityring (zie Binnering) de Heuvelring in 2011 weer opengesteld voor gemotoriseerd verkeer, ziij het in één richting.

 

de Hut van Mie Pieters          

café Jagers- en Visscherslust bij Heukelom                                          

de geschiedenis van dit café gaat terug tot 1860. Met name toen Maria (Mie) Pieters hier de kasteleinse was groeide de populariteit en werd dit ook een geliefde pleisterplaats voor wandelaars en fietsers. De oude naam Jagers- en Visscherslust werd helemaal vergeten. Mie Pieters is nog steeds te vinden aan de Laag Heukelomseweg tussen Berkel-Enschot en Oisterwijk (zie ook hoofdstuk 1, A. Bersin)

 

Huttonia                                                                        

microland van Henk Kuiper

“Huttonia” werd bedacht als een alternatief voor ons “Consumptia”. Henk Kuiper (1951-2014) was bekend als een bioloog en milieuactivist in het algemeen en fel pleitbezorger voor de Lindeboom in het bijzonder (zie den Oudste Tilburger). Hij bouwde zijn hut op een bakfiets zodat hij ook in Goirle kon gaan staan toen het hem in Tilburg te warm onder zijn voeten werd d.w.z. te moeilijk om een consumptieloze “staat” te creëren. Goirle was evenmin gemakkelijk voor Henks’ Huttonia. Kuiper werd ook landelijk bekend, met name met zijn felle actie tegen het kappen van de lindeboom. Hij schreef een mooi boek over den Oudste Tilburger, getiteld: Tilburg vijf eeuwen rond een "heilige" Linde.

 

 

Toen in 2014 Henk Kuiper ongeneeslijk ziek bleek, verplaatste Huttonia zich op een dag naar de prof. Dondersstraat, waar een grote groep vrienden een aubade hield voor het huis waar hij verzorgd werd. Zie www.cubra.nl/specialebijdragen/eigenweg/kuiper.htm

 

 

4.I

 

de IJskelder

Hasseltstraat

aan de zuidkant van de Hasseltstraat, bijna bij het Hasseltplein, lag een stukje grond waar eind jaren vijftig de Ringbaan West werd doorgetrokken naar de Ringbaan Noord. Voordat dit gebeurde stond het hier bekend als de IJskelder. Alle bebouwing moest uiteindelijk wijken voor de Hasselt rotonde met (later) het Draaiend Huis in het midden. Totdat deze rotonde in 1959 werd aangelegd hield de zaak van bakker Van Rooij-de Groot (zie foto) lang stand.

 

Het laatste stuk van de Hasseltstraat richting Hasseltplein met de Hasseltse kapel. Links kwam hier een landweg uit die bekend stond als “de landweg door de IJskelder”. Deze foto zou men ook kunnen noemen: “de eerste Hasselt rotonde” (foto uit 1954 van Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

't IJspaleis

huis aan het Wilhelminapark

een groot huis aan de westelijke kant van het Wilhelminapark waar twee ongehuwde zussen woonden, die naar men zei bijna nooit stookten. Omdat mijn bron me niet kon zeggen om welk huis het precies ging ben ik zelf op zoek gegaan. Al gauw kreeg ik de tip dat het om nr. 34 zou gaan, dicht bij de Gasthuisring. De bewoner van dat pand die ik sprak dacht dat dit niet kon kloppen, omdat de familie Schyns die hier indertijd lang woonde juist bekend stond als het tegendeel van kil en zuinig. Over de heer Schyns wist hij nog te vertellen, dat deze ieder jaar op koninginnedag de weg overstak om sinaasappels te prikken op de geweien van twee hertenbeelden die bij de ingang van et Park (zie daar) stonden. De beelden, vervaardigd door de firma Braat in Delft, waren ter gelegenheid van de opening van het park in 1898 geschonken door omwonenden, maar zijn er niet meer. Daar aan de overkant moet ergens het huis hebben gestaan van de dames Lies en Jo Jansen (met een onbekend aantal s-en in hun naam) die teruggetrokken leefden en bekend stonden om hun sobere, zuinige levensstijl. Zo brandde er ook nooit veel licht, heel on-Brabants. Of hun huis ook op de foto te zien is zullen we vermoedelijk nooit zeker weten.

 

 

den IJzerstraat                           

IJzerstraat                     

in 1872 richtte Willem van der Schoot een ijzerhandel op aan de Willem II-straat. Al gauw kwam er achter in zijn tuin zoveel metaal te liggen dat men het daaraan grenzende straatje den IJzerstraat ging noemen. In 1895 vestigde zijn weduwe er een metaalgieterij. In 1900 werd de straatnaam door de gemeente definitief vastgesteld als IJzerstraat. In 1905 woedde er een uitslaande brand in de gieterij. Zie ook hoofdstuk 1, bij den Houten, IJzeren en Koperen Van der Schoot, en bij Fons van der Schoot.                     

 

et Irraslòntje

het Eras-laantje

dit staat voor een rij van acht monumentale graven op het kerkhof van parochie ’t Goirke waar leden van de familie Eras rusten.

Het kerkhof van et Gurke heeft een belangrijke heemkundige waarde. Een rondgang leert heel wat over de families die in het verleden een rol hebben gespeeld in dit stadsdeel. Natuurlijk zijn daar fabrikantenfamilies bij zoals Eras, Pessers, Mannaerts, Franken en De Beer. Enkele onderdelen van het kerkhof hebben de status van monument, te weten het ijzeren hek met de beelden aan de straatzijde (vervaardigd door de Tilburgse ijzergieterij Van der Schoot) en bepaalde bijzondere graven. Monumentale waarde (zij het niet officieel) heeft het Eras-laantje zeker, al was het alleen maar vanwege deze haast uitgestorven manier van begraven.

Mijn broer Joop uit Schiedam heeft het Eras-laantje geïnventariseerd en de verweerde grafteksten zoveel mogelijk ontcijferd.

 

Het grootste deel van het Eras-laantje is hier in beeld (foto: Karel de Beer 2007)

 

 

4.J

 

Jeruzalem                                                                      

wijk oostelijk van de Ringbaan-Oost, tussen deze ringbaan en het kanaal in, zuidelijk van de Piushaven

In 1949 werden daar de eerste grauw-witte woningen gebouwd in het opgespoten zand. Deze entourage maakte een desolate, woestijnachtige indruk, waardoor men zich wel in het midden-oosten kon wanen. Vandaar dat men over "Jeruzalem" ging praten, welke naam het ook officieel werd. Rond 2015 komt nieuwbouw op gang, aansluitend op de ontwikkeling van de Piushaven. Steeds meer oude huzen verdwijnen. “Nieuw Jeruzalem” is een feit.

 

Jood Kan

Eerste Tilburgsche Bontweverij                                                                  

deze in 1914 opgerichte fabriek waarin veel verschillende stoffen werden geproduceerd die veelal verwerkt werden tot huishoudtextiel (poetsdoeken, dweilen, handdoeken, molton enz.) was Joods eigendom en gevestigd in de Houtstraat. Michel Kan, oorspronkelijk uit Meppel (later Amsterdam, net als zijn zakelijke partners) was een van de oprichters. De fabriek werd in 1929 gesloten wegens meerdere problemen van arbeidsrechtelijke en financiële aard. De productie werd voortgezet in de omgeving van Antwerpen.

 

de Jordaan                     

Textielbuurt                

volksbuurt in de omgeving van Hasseltstraat tot Ringbaan-Noord, waarvan de bewoners het niet breed hadden (vergelijk met de gelijknamige buurt in Amsterdam). De straatnamen in deze wijk komen uit de textielindustrie: de Textielstraat, Weverstraat, Plesserstraat, Drapenierstraat e.d.

 

 

4.K

 

Kaajstoep                       

Kei Stoep bij de Kwaden Hoek                        

dit was een voormalig landbouwgebied van circa 70 ha, gelegen pal onder de huidige A58 ten westen van de spoorlijn (nu fietspad) het Bels Lijntje en in de negentiger jaren door de Tilburgse Waterleiding Maatschappij gekocht ter uitbreiding van het waterwingebied en de natuurontwikkeling. Op oude kaarten vermeld als: “de Kei Stoep bij de Kwaden Hoek”. Door verdere aankopen en verbindingen maakt dit nu deel uit van een aaneengesloten natuurgebied van circa 450 ha. groot dat nu bekend staat als “Kaaistoep”.

 

Karl Marx Universiteit     

Katholieke Hogeschool    

tijdelijke naam voor de huidige Universiteit van Tilburg, toen deze op 11 maart Tilburg 1969 werd bezet onder aanvoering van linkse studenten. Na een symbolische bezetting begon er op 28 april een totale bezetting, die duurde tot 7 mei 1969.      

 

et Kastiltje of Kasteel den Dijk

huis aan de Nieuwendijk (huidige Bisschop Zwijsenstraat)

gebouwd in opdracht van Michiel van Bommel (1669-1763), die uit Leiden kwam en de eerste Tilburgse textielfabrikant genoemd mag worden. Ook zijn zoon Martinus woonde hier tot zijn dood in 1783. In 1786 verwierf de lakenverver Cornelis Verbunt het pand. De bekendste bewoner was wel de lakenfabrikant en burgemeester Martinus van Dooren (1756-1811) die het in 1800 van Verbunt kocht. Martinus ontving in 1809 in dit huis koning Lodewijk Napoleon. Daarbij verleende de koning Tilburg per decreet stadsrechten. Martinus van Dooren werd aangesteld als de eerste maire van de stad Tilburg. Helaas is et Kastiltje eind 19e eeuw ten prooi gevallen aan de slopershamer.

 

Het Kastiltje aan de Nieuwendijk (coll. RAT)

 

In de omgeving van et Kastiltje aan de Nieuwendijk ontstond een van de vroegste centra van de Tilburgse wollenstoffenindustrie. Michiel van Bommel stichtte er enkele fabriekshuizen die door zijn zoon Martinus werden uitgebreid en samengevoegd tot het eerste meerlaagse fabrieksgebouw in de stad (1766). In 1782 verkocht Martinus van Bommel zijn fabriek aan lakenfabrikant (Pieter) Vreede & Van Marle uit Leiden. Martinus Cornelis van Dooren (zie boven) trouwde in 1783 met Adriana Josepha Dams (1757-1833) en richtte met kapitaal uit beide families wollenstoffenfabriek Van Dooren & Dams aan de Nieuwendijk op. Zijn schoonbroer Gerardus Dams (1763-1817) werd zijn compagnon. Omdat deze Gerardus geen zonen had, kwam de leiding van de fabriek na 1817 geheel in handen van de familie Van Dooren. Inmiddels was de in 1811 overleden Martinus van Dooren opgevolgd door zijn zonen: eerst Pieter (zie ook in hoofdstuk 1 bij Thomas "Parijs" van Dooren) en zijn broer Ludovicus die al jong stierf. In 1825 besloot Pieter, wellicht aangemoedigd door zijn oom Thomas, om een nieuw bedrijf op te richten en wel een wolspinnerij naar Engels model. In 1927 betrok deze een nieuw gebouw aan de zuidkant van de stad waarin dat jaar al de eerste stoommachine van Tilburg werd geïnstalleerd (zie ook hoofdstuk 1, Francois "den Baron van de Leij". Rond 1800 had Van Dooren & Dams daar al een volmolen en ververij gehad). De fabriek van Van Dooren & Dams werd voortgezet door Henricus van Dooren, een jonge broer van Pieter, die liefst 50 jaar de leiding had. Van Dooren & Dams verhuisde naar het Korvelplein waar in 1872 het gebouw van J.N. Diepen & Co. werd overgenomen (zie hoofdstuk 1, Johannes H.A. Diepen). Aan de Nieuwendijk heeft daarna nog een reeks textielfabrieken gezeten. De laatste was Gebrs. Janssen (zie hoofdstuk 1, Karel en Jan Swagemakers) maar men bleef toch spreken van “het Triborghcomplex,” naar de laatste langdurige gebruiker (vanaf 1938) Triborgh (zie hoofdstuk 1, Wim Bok van Spaendonck). Rond 1987 zijn hier alle resterende opstallen gesloopt om plaats te maken voor een woningcomplex tussen de Bisschop Zwijsenstraat, het Koningsplein, de Piusstraat en Primus van Gilsstraat (het “Zwijsencluster).

 

De Bisschop Zwijsenstraat, voorheen de Nieuwendijk, met de voormalige fabriek van Pieter Vreede op een foto uit 1900. Een deel van het gebouw werd korte tijd later afgebroken. In het andere deel zat de firma Donders-Hofland tot 1938. De bomen rechts horen bij de tuin van et Kastiltje (foto: coll. RAT)

 

 

De fabriek van Van Dooren & Dams verliet in 1872 de Nieuwendijk en betrok aan het Korvelplein het vrijgekomen gebouw van J.N. Diepen & Co. Het deel linksonder dat aan het plein grenst bestaat nog (foto: coll. RAT)

 

het Kasteeltje op Gorp

jachthuis te Gorp & Roovert

oorspronkelijk een jachthuis op het landgoed Gorp & Roovert onder Goirle. Dit landgoed ontstond in de achttiende eeuw op voormalige landbouwgrond  uit de Middeleeuwen, toen in dit gebied (waar de Rovertsche Leij meandert) een sterrenbos werd aangelegd met centraal een vijver. In het midden van de negentiende eeuw kwam het landgoed in bezit van de familie De Zezero de Tejada. Eugène F.J. de Zezero liet in 1868 het jachthuis met markante arkeltorentjes bouwen dat nu bekend staat als het Kasteeltje op Gorp. In 1894 is het bezit van de familie De Zezero verkocht aan Van Beusekom en Huijsmans, die ook al gronden in het naburige gebied Roovert hadden. Na hun overlijden kwam het hele landgoed (circa 1.200 ha) in handen van de textielfabrikant Van Puijenbroek. Het kasteeltje is een rijksmonument (zie ook hoofdstuk 1 Van Puijenbroek-Vroom en bij Aart Mutsaerts)

 

 

de Kathedraal van Tilburg of Peerkes kerk                                          

parochiekerk van ‘t Goirke

deze kerk is toegewijd aan Sint Dionysius (evenals de kerk van ‘t Heike) en bevat veel beelden en andere kostbaarheden, ook nog uit de tijd toen et Gurke slechts een schuurkerk had. De in 1839 ingewijde kerk, een vroeg voorbeeld van neogotische kerkenbouw, werd in de jaren 1902-’03 en in 1935 (onder pastoor Sprengers) verbouwd. In 1839 werd de doopvont uit de schuurkerk, waarin Peerke Donders (zie hoofdstuk 1) nog was gedoopt, in de nieuwe kerk van et Gurke geplaatst. Deze beroemde Tilburger droeg als jonge priester hier zijn afscheidsmis op voordat hij in 1842 (definitief) naar de missie in Suriname vertrok. Vandaar de tweede bijnaam. De eerste bijnaam stamt uit de tijd dat pastoor Sprengers grote verbouwingsplannen had. Zijn ambities, waar de bijnaam spottend naar verwees, konden slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd vanwege de nadering van de oorlog. Het waren de stuiptrekkingen van de strijd om het primaat tussen de Heikese en Goirkese kerk, welke nooit echt werd beslist. De Goirkese kerk is sinds 2001 ook een rijksmonument (zie: “O, prachtig huis! De Goirkesekerk in Tilburg: geschiedenis, gebouw en inventaris”, door Joost van Hest, Tilburg 2015)

 

 

de Kattebak                  

Catechismus                 

spotnaam, zeker in de Hasselt en op Broekhoove gebruikt. In zuiver dialect is het: Kòttegissemus

 

ene kattekop

vaatje bier

voor particulier gebruik van 1/4 ton; voor cafees en gezelschappen werden kènnekes van ½ of 1 ton gebruikt.

 

de Katterug                                                                 

flatgebouw Stadhuisplein

in hoogte oplopend flatgebouw tussen Willem II-straat en Koningsplein, over de cityring heen.  

 

De bouw van de Katterug was een spectaculaire gebeurtenis. Op deze foto uit 1974 zien we de cityring in de oorspronkelijke gedaante er onderdoor gaan, te weten met twee rijstroken in elke richting.

 

De Katterug in 1982, hoog oplopend naar het lege Koningsplein toe (foto: Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

et Kedènt                         

Kwaadeind (-straat)           

verbastering van de echte naam, letterlijk: slecht eind. De straat leidt van de Hasseltstraat naar de Rinbaan West. De flessenhals (zie de foto) is er intussen al lang uit. Nu staat links het woonzorgcentrum Den Herdgang op de plaats van de vroegere Kamgarenstoffenfabriek (Kastofa).

 

De beruchte flessenhals in de Kwaadeindstraat (foto uit 1954, Tilburgse Herinneringen op Facebook)        

 

(de) Kèrk(buurt)

Heikese kerk en Markt                                                                        

de oorspronkelijke Heikese kerk en directe omgeving: Markt en kerk met kerkhof. Pas in de 18e eeuw breidde de bebouwing zich ook in zuidelijke richting uit (zie et Kastiltje en den Ouwendijk). Rond 1820 kwam er een begraafplaats in de Schèèf (zie daar en in hoofdstuk 1 bij Thomas van Dooren) en verdween het kerkhof bij de Heikese kerk (zie voor meer over de kerk zelf: “Bewijs van ontwaakten kunstzin, De Heikese kerk in Tilburg: geschiedenis, gebouw en inventaris” door Joost van Hest en Gerard Steijns, Tilburg 2011)    

 

    

Kerk en Markt in 1890, vóór de restauratie in 1895 onder architectuur van C.F. van Hoof die de Heikese haar huidige, neogotische aanzicht gaf.

 

Ook aan de achterzijde had de Heikese kerk zo zijn bijzondere hoekjes. We noemden al et Bronsgiststròtje. Hier kijken we van de Monumentstraat naar de Bisschop Zwijsenstraat. We zien links wat niet meer is: het (latere) café/bodehuis van Schuurmans en de voortuin van het Paleis-Raadhuis. Rechts de achterzijde van de kerk, aan de zijkant waarvan (rechts) de Markt begint. In de Bisschop Zwijsenstraat staan het verdwenen café (op de hoek) en het politiebureau (torentje). Daarachter de kapel van de Clarissen die nu bij het Fontys complex (“Kunstcluster”) hoort (foto uit 1932, coll. RAT)  

 

et Kèrmespèèrd                                                                       

carrouselpaard

Paul Spapens (schrijver, journalist, cultuurhoeder) en Jan Melis (politicus, ondernemer) namen in 1995 het initiatief om ter gelegenheid van het 425-jarig bestaan van de Tilburgse Kermis een monument op te richten. Dit werd een afgietsel van een houten carrouselpaard uit 1880 dat in 1998 op het NS-Plein werd geplaatst.

 

 

et Kèrststalleke

Haans Autoschade Lovensestraat                                                               

nauwe loods in de Lovensestraat, waar Jos Haans rond 1959 zijn bedrijf Haans Autoschade begon. Men zei dat je daar zijwaarts naar binnen moest, zo krap was het er. In 2000 werken er 25 man in het bedrijf, gevestigd aan de Jules Verneweg. Wil de Pig Pigmans, die bekend staat als een handige monteur en alleskunner met auto’s, werkt dan al 40 jaar bij Haans en heeft dit allemaal dus meegemaakt.    

 

de Kèùl

deel Gemeentelijk Sportpark                                                                                        

lager gelegen deel van het Gemeentelijk Sportpark waar hockeyclub TMHC Forward tot medio 2011 was gevestigd. Eerst speelde daar de Tilburgse Voetbal Vereniging (TVV) Korvel (die hadden hier níet hun eerste kèùl, zie de Ligt) die echter vertrok omdat ze van de gemeente geen toestemming kreeg om daar een clublokaal met kantine te bouwen. Later mocht Forward dat op die plaats wel!

 

de Kiepkesschool

kleuterschool Heike                                                             

zo werd de bewaarschool (kleuterafdeling) van den aawe Haajkese schôol genoemd, aan de Schoolstraat (zijstraat van de Korte Schijfstraat; later kwam hier het eerste gebouw van de GGD). Het woord kiepkes (voor jonge kippen of kuikens) werd meer gebruikt voor groepen kleuters, vooral waar die krioelden rond de rokken van onderwijzeressen of nonnen (de kloeken)

 

de Kieteltèùn of Theetuin

tuin bij café De Kluijt                                                                           

ideale plaats voor verliefde paartjes bij café De Kluijt van Jo en Rika (broer en zus) Kluijtmans aan de rand van de Rauwbraken (de Ròjbraoke). Dit was een moeras- en bosgebied tussen Tilburg en Berkel-Enschot waar vroeger ook een leemgroeve was met steenfabrieken (zie hoofdstuk 1: A.J. Claesen en in dit hoofdstuk: het Spoor van Claesen en het Treintje van Stevens). Men kwam hier via de brug van de Heikantsebaan en dan langs de steenfabriek van Claesen. Achter café De Kluijt was ook een speeltuin voor de kleintjes. Even verderop lag het drukbezochte café van Drik Meelis (1852-1944) waar ook een kroeltèùn of kieteltèùn was. (deze term werd dus vaker gebruikt voor een tuin met banken en prieeltjes bij een wat afgelegen café.) Men zegt dat het vaak druk was in dit café omdat Meelis drie mooie dochters had (Trees, Anna en Fien). Een van hen trouwde met Hessels. Drik Meelis was een dag per week marktmeester in de Boterhal (zie daar). Er werd niet alleen gevreëen en gespeeld, maar ook gesport in de Ròjbraoke. Bij genoemde cafés en steenfabrieken lagen verschillende voetbalvelden, waar o.a. enkele bedrijfsvoetbalverenigingen (zoals GeDro van George Dröge) hun domicilie hadden. In de zestiger jaren was het gedaan met deze pret, want toen werd in dit gebied het industrieterrein Loven aangelegd.

 

Café De Kluijt aan de Nieuw Lovensestraat

 

Klèèn Amsterdam     

deel van het Goirke rond de Houtstraat

broeinest van geweld, ongewoon voor Tilburg (zie Ed Schilders: “Appetjoek, Spotten en schelden in Tilburg, Goirle en Ommelanden”, Tilburg 2016, pag. 22) maar wellicht heeft ook de aanwezigheid van “Jood Kan” (zie hiervoor) een rol gespeeld, omdat deze tijdens de crisis gevoelig in aanvaring kwam met z’n personeel.   

 

Klèèn Oel        

arm buurtje op Oerle

in een uitgestrekt weide- en akkergebied was dit een kleine kern waar gewoond werd, aan de Oerlesestraat ter hoogte van de Veestraat. (zie Oel en Kwètterie). 

 

                         

Foto uit 1925 van Klèèn Oel (Oerlesestraat – Veestraat)

 

Klèèn Scheeveninge

de Lange Jan (e.o.)    

lag aan de overkant van het Wilhelminakanaal, ter hoogte van de Leij en de Kommerstraat (die naar het Grollegat leidde, zie hiervoor bij de Buunder). De plas die “Lange Jan” werd genoemd diende als viswater maar er werd ook gezwommen en geschaatst, al was dat niet zonder gevaar. Het water was er namelijk wel 25 meter diep en liep vanaf de kant steil omlaag. Men had er rond 1939 zand gewonnen voor het viaduct over het kanaal in de autoweg naar Eindhoven, die na de aanleg van de A58 voor dit doel weer overbodig was. Zwemmen in het kanaal was hier wel toegestaan maar anders dan in het echte Scheveningen slechts voor mannen, omdat voor het omkleden er alleen bosjes langs de kant ter beschikking stonden. Klèèn Scheeveninge lag tegenover de plaats van de latere gemeentewerf en de laatste flat van Jeruzalem (zie daar). Daar begon de Piushaven en was er een zwaaikom waar toen ook Kees Kies zijn aanlegsteiger en werf had voor de pleziervaart. Hier klopte het “natte hart” van Tilburg!

 

Ook dit was Tilburg. Een visser zit rustig te vissen op Klèèn Scheeveninge, tegenover de werf van Kees Kies (foto Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

Studenten van het corps St. Olof zijn bij Kees Kies neergestreken voor een ontgroeningsactiviteit. Helemaal links René Norenburg (zie hoofdstuk 1, foto 1941, coll. fam. Norenburg)

 

Klein Afrika

winkelcentrum Verdiplein

in de wijk Stokhasselt (Noord). Dit plein kreeg een slechte naam door vandalisme en kleine criminaliteit. Dit leidde zelfs tot wetenschappelijk onderzoek, waaruit de gemeente in 2004 concludeerde dat verschillende etnische en culturele groepen langs elkaar heen leefden. Meer aandacht voor met name nieuw ondernemerschap rond het plein lijkt een jaar of tien later zijn vruchten af te werpen (Brabants Dagblad, maart 2017)   

 

de Klinkert                    

Lange Nieuwstraat, resp. Huize de Klinkert en Norbertusulo

de met klinkers verharde 1 kilometer lange straat die helemaal loopt van de Gasthuisring naar de Besterd. Huize De Klinkert herinnert daar nog aan. Daar was eerst een bejaardenhuis (“Sint Annahofje”, architect G.A. de Beer). In dat complex is in 1946 ook de Norbertusmulo van start gegaan die men eveneens "de Klinkert" noemde. Dit is men blijven doen ook nadat deze school in september 1949 al was verhuisd naar het gebouw van de Wilhelminaschool in de Molenstraat (zie “de School met het Kroontje”). Toen de bejaarden waren verhuisd naar De Kievitshorst werd er een tehuis voor daklozen in gevestigd dat ook “De Klinkert” werd genoemd. Dat is in 1998 samengegaan met huize Poels in Traverse (Reitse Hoevenstraat).

 

Huize De Klinkert aan de Lange Nieuwstraat op een foto uit 1996 door Paul van Galen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

 

de Klòttermèrt of Kaawmèrt                                                             

wintermarkt, rond Sinterklaas en/of Kerstmis,

waar je naar allerlei cadeautjes kon zoeken. Oorspronkelijk op de Markt voor de Heikese kerk. Er lagen koopjes voor weinig geld, want men had niet veel te besteden. Als je helemaal geen geld (meer) had kon je nog altijd gaan kijken naar “et ötgepakt in de ittelozzies”. Het ging vooral om de sfeer. Het was er druk en men liep voor de show met de klompen luid klossend door de Heuvelstraat. Later, tot in de jaren 1930-’40 werd de Klòttermèrt alleen gehouden op 5 december ’s middags en ‘s avonds (klòtteraovent) op het Piusplein. In de jaren 1950-‘60 takelde deze mèrt helemaal af, om later toch een doorstart te maken in de parkeergarage onder het Koningsplein. Klòttere werd een Tilburgs woord voor het doen van sinterklaasinkopen. In de jaren 1950 is er ook een Kunstklòttermèrt gehouden, op de Heuvel. Daar boden kunstenaars hun werk - bijvoorbeeld voorstudies - voor een schappelijke prijs aan het Sinterklaaspubliek aan (zie ook bij Raldaldal.)  

 

de Knêûp                                                                       

kunstwerk Dick Fluitsma

deze bakstenen constructie “Stoel” uit 1973 stond eerst aan de oostzijde van Stadskantoor I, is later verplaatst naar de Cobbenhagenlaan en staat nu voor de ingang van het Theresialyceum aldaar. Het grappige van deze stoel is dat ze zelf ook lijkt te zitten, met de benen (poten) over elkaar.

 

et Knêûpekaomerke               

stamhut Dr. Mollertroep    

deze verkennerstroep o.l.v. broeder Paolo van de Broeders van Liefde aan de Ringbaan West (“west-end”, zie hoofdstuk 1: pastoor W.J.J. de Klijn en hoofdstuk 3: broeder Ronaldus) had tot 1963 haar hoofdkwartier op de zolder van de Sint Thomas jongensschool aan de Ringbaan West. Om in 1953 een reis naar Rome (een heel gedurfde onderneming in die tijd) te kunnen betalen moest er door de verkenners vele uren smyrna worden geknoopt. De ruimte waarin deze noeste arbeid werd verricht werd et Knêûpekaomerke genoemd. De Mollertroep, waar eind jaren zestig de St. Leonardtroep (ook uit “west-end”) in opging, bestaat sinds 1990 als Scoutinggroep Dr. Moller.

 

De Dr. Mollertroep van broeder Paolo (die tweede van links staat) in 1953 voor de start hun busreis naar Rome.

 

en Knipke                                                                                     

schilderij van Knip

In Tilburg zeiden ze: “Ik hèb en Knipke òn mene muur”, als iemand wilde laten weten dat hij een schilderij had van de Tilburgse schildersfamilie Knip. Nicolaas Frederik Knip (1741-1808) kwam uit Nijmegen als decorateur en behangschilder en trouwde in 1774 met de dochter van de kamerbewaarder van de heer van Tilburg (Anna Elisabeth Drexler). Zij woonden toen enige tijd in de dienstwoning van diens kasteel (zie “de Stenen Kamer”). Nicolaas ging ook “vrije kunstwerken” maken. Hun kinderen waren Joseph Augustus (1777-1847), Henriëtte Geertruij (1783-1842), Mattheus Derk (1785-1845) en - na hun verhuizing naar Den Bosch - Willem (1788-1821). Joseph Augustus werd de bekendste schilder. In 1801 toog deze naar Parijs waar hij werd gesteund door de bloemschilder Gerard van Spaendonck (1746-1822). Die kwam ook uit Tilburg, had zich definitief in Parijs gevestigd en is er een beroemd bloemschilder geworden. Joseph August verbleef tot 1808 in Parijs. Zijn zuster Henriëtte volgde zijn voorbeeld en verbleef in Parijs van 1802 tot 1805. Ook enkele kinderen van Joseph Augustus genoten artistieke bekendheid, te weten August (1819-1860) en Henriëtte Ronner-Knip (1821-1909) zodat opeenvolgende generaties van de familie Knip tot ver in de 19e eeuw verdienstelijke schilderwerken hebben geleverd.        

 

de Koej van Brouwers          

stoommachine van J. Brouwers

de eerste stoommachine van J. Brouwers Lakenfabrieken aan de Korte Schijfstraat. Op de in 1849 geplaatste ketel was een hoorn aangebracht.

 

de Koningswei, ook wel de Wei, of de Waaj           

Willemspark                

Een woonwijk op het achterterrein van het paleis van koning Willem II, oorspronkelijk (1866) ontworpen door Hendrik van Tulder (waar ook het stadhuis van was, zie bij de Binnering) als een sjieke woonwijk. Door geldgebrek, misrekening en tegenwerking werd het uiteindelijk een volkswijk die, na te zijn verpauperd, in de jaren zestig van de twintigste eeuw is afgebroken om plaats te maken voor een modern centrum. Er is alleen nog maar een stukje rond de Oranjestraat van over (tussen de Paleisring en de Emmapassage, naast café ‘t Elfde Gebod. Ondanks deze miserabele historie blijft het een feit dat de Koningswei de eerste wijk in Tilburg was die volgens een vooraf ontworpen stratenplan werd bebouwd.

 

de Kookpòt                   

Beschermende Groei             

kunstwerk van Wout Martens aan de noordzijde (onder het luifel bij de ingang) van Stadskantoor I.

 

de Koolekiest of de Sarcofaag                   

Stadskantoor I                           

in 1972 gebouwd pal naast het paleis van koning Willem II, naar ontwerp van architect Kraaijvanger, zo genoemd door de afwerking met zwarte natuursteen (die vlak na de bouw niet goed bevestigd bleek te zijn, wat een rel gaf). Na een jaar of veertig was het gebouw helemaal “uitgewoond” en werden er plannen gemaakt voor renovatie en modernisering. Dit heeft de gemoederen doen verhitten tot boven het kookpunt van de Kookpòt bij de ingang. Uiteindelijk wist architect Ger Rosier (van het bureau De Drie) een compromis te bekokstoven dat voor alle partijen aanvaardbaar was. Toen in de loop van 2017 bleek dat geen van de aanbestedende partijen in staat was om een bieding te doen binnen het maximaal beschikbare budget lag er een nieuw probleem…

 

      

De versteende stad: het Paleis-Raadhuis in de knellende omarming van het stadskantoor van Kraaijvanger. Je moet maar op het idee komen…..

 

De T hadden ze al gauw ergens anders voor nodig, maar het overblijvende “oor” oogde ineens uitnodigend (foto Karel de Beer, 2006) 

 

et Kopenhagencollege          

Cobbenhagencollege             

middelbare school, in 1968 ontstaan als dependance van het Pauluslyceum, werd genoemd naar prof. dr. M.J.H. Cobbenhagen (1893-1954) die een van de eerste en belangrijkste hoogleraren van de R.K. Handelshogeschool was (de latere Universiteit van Tilburg). Hij beoefende de economie vanuit het katholieke denken. Dit hield o.a. in het realiseren van een corporatieve ordening, wat eerst gestalte kreeg in een kortstondige proef met een Tilburgse Sociaal Economische Raad (1945-‘46) en daarna in de landelijke SER (opgericht rond 1950). In de oorlog heeft Cobbenhagen zich bijzonder ingezet om de hogeschoolgemeenschap verbonden te houden, buiten de ogen van de bezetter, voor alle studenten die hadden geweigerd om de loyaliteitsverklaring te tekenen.

 

et Koppelstròtje

n.n.

in 1870, toen het huidige Pieter Vreedeplein e.o. nog vol fabrieken stond, liep daar tussendoor een straatje dat zo werd genoemd.

 


 

 

Begin van deze pagina

Inhoud Bijnamen

CuBra Home

 


 

de Körvelse Schèèf

akkergebied Korvel

uitgestrekt akkerbouwgebied dat vanaf Korvel - Oerle reikte tot de plek waar vanaf 1922 de westelijke uitbreiding van de stad van start ging met de bouw van de kerk van pastoor W. de Klijn (zie hoofdstuk 1) en de verharding van de Ringbaan West.

 

et Körvels Huukske          

Oerle(se)zijstraat             

en omgeving: arm buurtje tussen Oerlesestraat en de schansmuur van de wollenstoffenfabriek van Van Dooren & Dams, ter hoogte van de huidige Van Coehoornhof en de Sacharias Jansenstraat. Op de hoek met de Oerlesestraat stond de boerderij van Oppermans (zie hoofdstuk 1). Het kon er in et Körvels Huukske ook ruig aan toe gaan (er werd soms geknokt). De naam Oerle(se)zijstraat, vroeger overigens maar een zandpad, is intussen verdwenen (zie ook Paddewaajkes). Tegenover et Körvels Huukske aan de Oerlesestraat (zie ook De Poel) stonden vier kleine huisjes. In één daarvan had Miet Cools een winkeltje. Zij bood ook onderdak aan Johannes Jan Jêûk Dikkers, zie hoofdstuk 1. In een van de andere huisjes sleutelde den Oeper Oppermans (zie hoofdstuk 1) aan zijn auto's en in nog een ander woonde de visboer Jaoneke Formanoy wiens zoon Rinus een bekende voetballer van Willem II was in de roemrijke vijftiger jaren. Er is ook een voetbalveld geweest in et Körvels Huukske (zie de Ligt).

 

et Körvels Kòlkje                                                     

deel Oerlesestraat

vroegere (tot 1900) naam van gedeelte van de Oerlesestraat tussen Christiaan Huygensstraat en Trouwlaan.

 

de Körvelse Trèm                                                    

tram naar Goirle over Korvelseweg

de Golse Trèm (zie daar) reed over de Korvelseweg, werd alleen dáár de Körvelse Trèm genoemd en komt voor in een liedje uit een oude Körvelse Revue: "De Körvelse Trèm, de Körvelse Trèm, dè is en weereldwonder…” (dit staat op de LP "Witte dè nòg?" uit 1979, uitgegeven bij het 25-jarig bestaan van het Tilburgs Kinder Vakantiewerk)

 

Werken aan de Körvelse trèmreels in 1929. Links woonde de familie Diepen-Berghegge en in de verte (wit) het nu nog beeldbepalende huis van Diepen-Sträter (architect Jan v.d. Valk)

 

de Kraant van (Bartje) Luyten

de Tilburgsche Courant       

deze krant werd opgericht in 1869 als eerste dagblad van Tilburg door Bart Luyten, een weesjongen die het drukkersvak had geleerd bij de Fraters van Tilburg (zie voor deze drukkerij in hoofdstuk 1 bij Cor Lauwerijssen en volg de daar geplaatste link naar Jos Naaijkens op CuBra). De conservatief-katholieke Tilburgsche Courant ging in 1931 op in de Nieuwe Tilburgsche Courant (NTC, zie den Artsekraant) nadat ze veel abonnees had verloren aan het Nieuwsblad van het Zuiden (zie et Fabriekaantekraantje). Antoon Arts wekte de Tilburgsche Courant in 1945 tijdelijk weer tot leven om een naoorlogs verschijningsverbod voor zijn krant te ontwijken. In 1951 mocht de NTC weer op de markt komen en verdween de Tilburgsche Courant voorgoed van het toneel.

 

et Kraojke, of Wieske Snuf (2)                        

fa. Kraayvanger                         

snoepwinkeltje aan de Thomas van Kempenstraat, naast de groentenzaak van Straatman, opzij van de kerk van pastoor De Klijn aan de Ringbaan West. Er waren veel scholen in de directe omgeving, dus snoep klandizie verzekerd! De tweede bijnaam heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat het een klein, donker en rommelig winkeltje was.

 

et Krimmatooriejum                                                             

schoorsteen BeKa met bejaardenflat

zo is men de monumentale, gerestaureerde schoorsteen van BeKa met een nieuw, daaromheen gebogen gebouw met seniorenwoningen gaan noemen. De voormalige textielfabriek Van den Bergh-Krabbendam (BeKa), genoemd naar de uit Enschot afkomstige Pieter van den Bergh die in 1835 trouwde met Rijka Krabbendam en in 1853 de wollenstoffenfabriek BeKa stichtte,  was bekend door een imposant ketelhuis uit 1904 (zie het Stoomkasteel) aan de St. Josephstraat. Dit monument werd in 1965 gesloopt, maar de schoorsteen ernaast kon gelukkig worden behouden. In 1859 betrok BeKa een deel van de voormalige Lancierskazerne die in 1841-’42 voor koning Willem II was gebouwd. Tot 1856 diende dit complex als kazerne, daarna voor industriële doeleinden (BeKa en De Kanter leerindustrie. De laatste verkocht zijn deel later aan BeKa). BeKa groeide uit tot een van de grootste wollenstoffen fabrieken in Tilburg en breidde nog diverse keren uit in de St. Josephstraat. In 1968 sloot de fabriek. In 1986 werd besloten om de nog bestaaande bouwdelen (voorbouw, schoorsteen en paardenstallen) aan de Kazernehof te restaureren. De voormalige stallen werden geschikt gemaakt om het Gemeentearchief te huisvesten (thans Regionaal Archief Tilburg, RAT). 

 

De schoorsteen van BeKa begin 2017 kort na een grondige restauratie (foto: Elsje van Dyk - de Beer)

 

De voormalige paaardenstallen van de koning werden in 1980 verbouwd tot Gemeentearchief. Eronder kwam ook een grote archiefkelder (foto: coll. RAT)

 

et Kroepoekdak

kapconstructie NS-station

deze futuristische dakconstructie werd ontworpen door de NS-architect ir. Koen van der Gaast en in 1965 opgeleverd. De grote modernisering en uitbreiding van het station van 2013–’17 liet de dakconstructie ongemoeid. Het station werd in 2015 aangewezen als rijksmonument. Hieronder enkele eigen foto’s (1,3 en 4)uit 2007.

 

Het Kroepoekdak in aanbouw in 1963 over een bestaand gebouw heen dat als noodstation diende.

 

Het Kroepoekdak in aanbouw in 1963 (foto van een foto die in 2007 werd geëxposeerd in de foyer van de Concertzaal)

 

Het Kroepoekdak, vanuit alle windstreken direct herkenbaar

 

Evenveel lèntjes en stripkes als op een druk goederenemplacement

 

de Kromme                                                                  

café op de Mèrt

vroeger, op wat nu de Oude Markt is, echter niet bekend welk café.

de Krôontjesschool 

Wilhelminaschool Molenstraat, nu Veldhovenring

tegenover de Nijverstraat. De officiële naam van de school was in metalen letters aan de gevel bevestigd, met boven de "W" een kroon. Op zeker moment is de naam verwijderd, waarschijnlijk in de jaren 1940-'45 op last van de bezetter. Alleen het kroontje en het woord "school" bleven over, vandaar de bijnaam. Nu is de firma Oostelbos Installatietechniek in het pand gevestigd.

 

de Kruijssens Molen

molen Elzenstraat

molen aan de Elzenstraat, door Jacobus Lombarts-Couwenberg in 1861 gebouwd en in de negentiende eeuw bemalen door Cornelis Kruijssen en daarna diens zoon nog. Oorspronkelijk werd er graan en schors gemalen. Later kwam er een houtzagerij bij. Daarna was de molen, zeker al in de jaren 1914-’18 tot de sloop in 1963, eigendom van de familie Mathijssen. Het wiekenkruis werd al afgebroken in 1933, daarna heeft de romp dienst gedaan als opslag voor de fa. Matthijssen & Wijffels (hout en triplex voor hun grote Doe-Het-Zelfzaak tegenover de molen). De laatste molenaar (tot 1933) was een Mathijssen, wiens zoon nog kastelein is geweest in het café dat erbij hoorde. Het was er altijd gezellig druk, want het café stond goed bekend en had veel vaste klanten. Ook was het gezin Mathijssen kinderrijk. Een van de dochters trouwde met een politieagent die Mathijsen heette en die bekend stond om zijn grillig optreden. Hij was nogal schappelijk voor vrouwelijke, maar streng voor mannelijke wetsovertreders.

 

Kruijssens Molen (later Mathijssen) in de Elzenstraat, hoek Boomstraat, vóór de onttakeling in 1933 (foto: Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

Kruijssens Molen (later Mathijssen) zonder wieken maar met veel hout voor de deur (foto: Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

kwaansel- of lèkbier                                                             

vermorst of restbier

dat ook wel in veevoeder verwerkt werd. Voorzover direct onder de tapkraan opgevangen, werd er een vol glas van gemaakt dat werd weggegeven aan iemand die het niet (meer) kon betalen.

 

de Kwaden Hoek of Kaojenhoek

Ringbaan Oost tussen prof. Romeinstraat en Wagenaarstraat 

verwijst naar een gebiedje rond de Ringbaan Oost, tussen de Professor Romeinstraat en de Wagenaarstraat, waar oorspronkelijk slechts arme landbouwgrond was, maar werd ook gebruikt voor de wijk Groeseind die hier later (jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw) werd gebouwd (er kwamen naar men zei nogal wat smokkelaars e.d. wonen).               

 

de Kwakkel                   

deel Elzenstraat                        

een gedeelte van de Elzenstraat werd vroeger zo genoemd, namelijk het stuk dat liep van de Kruijssens Molen (zie daar) tot het Watertorenplein. De reden is niet bekend.

 

de Kwattahuizen

blok woningen Zorgvlied                                                                  

bijnaam voor de huidige woningen Schout de Roijstraat 14-26 en Schout Backstraat 7-25 in wijk Zorgvlied. Deze woningen uit 1933, ontworpen door de Tilburgse architect Jos. Donders, horen tot de oudste die in deze wijk zijn gerealiseerd. Het eigendom ging in 1937 over naar de familie Van Iersel, eigenaar van de Kwatta chocoladefabrieken in Breda. Vandaar de bijnaam.

 

de Kwètterie                                                               

Veestraat - Hoogtestraat

van hieruit leidde een weg naar Goirle via de Grote Goirlesebaan en het Stappegoor (zie hoofdstuk 1: Kupke Lemmens). Rechts daarvan ter hoogte van Oerle was een buurtje met kleine huisjes dat Klèèn Oel werd genoemd (zie ook daar).

 

 

4.L

 

het Lange Laar                                                                           

achter Boerke Mutsaers

dit was een gebiedje in de buurt van de spoorlijn ter hoogte van Boerke Mutsers in et Zaand (zie daar) dat vooral in de wintermaanden waterrijk was. Je kon daar dan goed schaatsen. Te bereiken door in het verlengde van de Alleenhouderstraat rechtdoor van de stad af te blijven fietsen, evenwijdig aan het spoor. Langs dat pad was ook een afscheiding met veel paaltjes, waar men graag even met de voet op steunde als men moe was. Bij café Boerke Mutsers was een overweg die de Delmerweg verbond met het Wandelbos. Voor het Lange Laar moest men daar vóór het café rechts en vervolgens linksaf.

 

het Langepad                             

Langestraat resp. Oude Langstraat                             

zandweg die vroeger van de huidige Veldhovenring naar de Heuvelstraat leidde. Door de aanleg van de spoorlijn in 1863 kwam er een barrière tussen het noordelijk (nu de Oude Langstraat in wijk Theresia) en zuidelijk deel (Langestraat). De Langestraat ligt in het gebied tussen de Tuinstraat en de Spoorlaan dat de “Heuvelse Akkers” (zie daar) werd genoemd en pas in de tweede helft van de negentiende eeuw werd volgebouwd (zie ook bij Monopole).

                              

Lauke Tòd                     

Janssens van Buren 

deze textielfabriek aan de Gasthuisstraat kreeg in de volksmond dezelfde bijnaam als één van haar directeuren (zie hoofdstuk 1, Laurentius Joannes Janssens).

 

de Lighalle                    

Charlotte-oord                          

dit was een herstellingsoord voor jeugdige tuberculosepatiëntjes, in 1914 opgericht door de naamgeefster Charlotte Swagemakers. Deze kinderen hadden vooral rust nodig en moesten daarom veel liggen. Deze bijnaam werd ook wel ironisch gebruikt, bijvoorbeeld: "Bij die (slechte) siegaarètte mosten ze meepesaant en briefke vur de Lighalle meejgeeve". Nadat de tuberculose geheel was teruggedrongen werd in 1956 Charlotte-oord aan de Dongeseweg gekocht door het Elisabeth Ziekenhuis en aangepast tot een buitenkliniek met onderwijsfaciliteiten voor een brede categorie van gehandicapte kinderen.

 

de Ligt                                                                                             

"kuil" in et Körvels Huukske (zie daar)

een lager gelegen stuk grond aan het begin van de Oerlesestraat nabij het Korvelplein. Nu staan er huizen, maar rond 1920 was daar een voetbalveld aangelegd. De in 1921 opgerichte Tilburgse Voetbalvereniging (TVV) Korvel ging daar spelen. De spelers verkleedden zich in een van de kleine huisjes die daar in de buurt stonden. Als ze gewonnen hadden kregen ze een flesje bier uit het winkeltje van Cools. De club heeft tot rond 2000 bestaan. Tinus van Eijk is lang voorzitter geweest. Ook heeft TVV Korvel nog gespeeld op het gemeentelijk Sportpark aan de Goirleseweg (zie de Kèùl).

 

de Lijn                                                                        

spoorweg dwars door Tilburg

die aan de ene kant Tilburg sinds 1863 met Breda verbindt (en vroeger ook Turnhout) en aan de andere kant met Den Bosch en Eindhoven via Boxtel (sinds 1866). “De Lijn” vormde vooral een barrière toen alles zich nog gelijkvloers afspeelde (zie o.a. et Hôogspoor).

 

Al voor de oorlog waren er plannen voor een ongelijkvloerse oplossing, maar geldgebrek en de bezetting waren spelbreker. John Majoie (zie hoofdstuk 1) schreef al:

 

“Bijna honderdduizend menschen

Van deez’ doorgesneden stad

Zijn intussen deze bomen,

Die veel dwars zijn, reeds lang zat!”

 

(Uit: “Geen tunnel!” door John Majoie, 1940. Bron: “Voici! Het opmerkelijke leven van John Majoie”, Ed Schilders Tilburg 2017, pag. 52)

 

Vanouds voelden de Tilburgers van “beneden de Lijn” zich wat stadser en voornamer dan die van “boven de Lijn”, omdat de meeste centrumfuncties van de stad, lang voordat er sprake was van een spoorlijn, gevestigd waren in en rond de herdgang "Kerk en Heuvel". Toen de spoorlijn er eenmaal was luidde een veel gestelde vraag bij een kennismaking: “Komde gij van boven of beneden de lijn?” (zie ook hoofdstuk 2 onder Kaajbuuters en Törke). Iemand van boven de Lijn, zoals van et Gurke, de Hasselt of den Haajkaant, werd wel "ene meens van ginne kaant" of "ene ginnekaanser" genoemd (en van beneden de lijn: "ene meens van disse kaant" of "ene dissekaanser"). Een kind uit een gemengd huwelijk (disse x ginne kaant) werd wel een "half-om-half" genoemd.

 

De Lijn in het stoomtijdperk, hier gezien vanaf de voetgangersbrug bij de overweg Gasthuisstraat (of de Lòcht, zie hierna) in westelijke richting (naar Breda sinds 1863, met de aftakking links naar Turnhout sinds 1867, foto: website Ad Kusters)

 

In 1950 werd de Lijn “onder stroom gezet”. Hier is een werktrein bezig met het aanbrengen van de bovenleiding. We zien de voetgangersbrug die is vermeld bij de vorige foto. De gebouwen rechts langs het spoor horen tot het complex van de Fraters van Tilburg (coll. Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

Schoolkinderen begroeten met vlaggen in 1950 de eerste officiële electrische trein die langs de Zuid-Oosterstraat Tilburg binnenrijdt. De toren op de achtergrond (met spits) is die van de Sacramentskerk aan de Ringbaan Oost (foto vanaf de voetgangersbrug overweg Heuvel – Koestraat, coll. RAT)

 

de Lòcht

tussen ’t Nieuwland en de Veldhoven                                       

oorspronkelijk was dit de naam van een stuk grond tussen ‘t Nieuwland en de Veldhoven. Ook de huidige Noordhoek hoorde hier (deels) toe (zie “de Stenen Molen”). Later werd er alleen nog de Gasthuisstraat en omgeving (juist boven de lijn) mee bedoeld. Enkele belangrijke gebouwen hier kregen als toevoeging “op de Lòcht”: het Fratershuis Joannes Zwijsen (werd soms kortweg aangeduid met: ”de Lòcht”, uit 1845 aan de Gasthuisstraat, zie Fraters van Tilburg, hoofdstuk 2). Van 1839-1929 was hier het gasthuis op de Lòcht, het eerste grote ziekenhuis van Tilburg. Ook kwam hier de kerk aan de Lòcht (zie Paoterskèrk 1, en in hoofdstuk 1: Elisabeth Janssens, de Koningin van de Lòcht).

 

de Luie Tiest                                

goederentrein Bèls Lèntje 

tot oktober 1934 passeerde er nog 4x daags een personentrein, toen hield dit op en passeerde er nog slechts 2x daags een gederentrein. Deze reed erg langzaam en stopte bij iedere onbewaakte overweg. Daarom werd deze trein “de Luie Tiest” genoemd.

 

Lupkes                              

Nieuwstraat                 

dit was het tracé van de Korvelse Waterloop, dat van de vroegere leder- en schoenfabriek van Van Arendonk (aan de Nieuwstraat, die daarom in de volksmond Lupkes werd genoemd) langs de “schansmuur” voerde van het zusterklooster op den Ouwendijk en langs de Koopvaardijstraat (ongeveer) en Piushaven naar de Leij. Een klein stukje is nog te herkennen achter de voormalige waterzuivering (zie ook et Vèùlwaotermesjien). Het tracé lag lager dan de omgeving, waardoor er ieder jaar wel een keer wateroverlast ontstond bij onweersbuien.

 

4.M

 

Magere Jòsje

kerktoren Postelse Hoeflaan

zeer ranke toren van de kerk De Goede Herder uit 1962 aan de Postelse Hoeflaan (wijk ‘t Zand I) naar een ontwerp van architect J. Strik uit Boxtel, die in zijn woonplaats ook een Magere Jòsje had neergezet, naast de kerk van Maria Regina in de wijk Selissen. Bouwpastoor van het “Tilburgs Magere Josje” was M. Koolen MSC (van de missionarissen van het H. Hart). Mager Josje was in de werkelijkheid een opvallend slanke prostituee in Amsterdam, die het slachtoffer werd van een destijds geruchtmakende moord en daardoor landelijk bekend werd onder haar bijnaam.

 

Het Magere Josje was overal in de omgeving te zien, maar dat duurde niet lang. Het bisdom bleek veel te hoge verwachtingen te hebben gehad van het aantal kerkgangers in deze westelijk stadsuitbreiding. Het kerkgebouw werd in de jaren zeventig al aan de eredienst onttrokken en in 1986 gesloopt (foto coll. RAT)

 

Maison Boes

huis aan de Heuvel                                                                 

pand aan de oostkant van de Heuvel, dat in 1920 werd aangekocht door de Vereniging van Tilburgsche Fabrikanten van Wollen Stoffen, als kantoor en verenigingsgebouw. Hier kon ook Barend van Spaendonck met zijn bureau van de grond komen (zie hoofdstuk 2, den Fabriekaantenbond). Toen de VTFWS rond 1930 verhuisde naar de Willem II-straat kocht Louis van den Brekel (zie hoofdstuk 1 bij Jos van den Brekel) het pand, waarmee hij zijn ernaast gelegen hotel-café-restaurant Modern kon uitbreiden.

 

Maison Boes in 1930, nadat de Tilburgse Fabrikantenbond hier tien jaar gehuisvest was geweest. Waarom dit pand Maison Boes werd genoemd is niet bekend (coll. RAT)

 

Manhattan aan de Leij

modern Tilburg

In de tijd van burgemeester Brokx (1988-’97) werd er intensief nagedacht over de verdere stedenbouwkundige aanpak van de stad na de rigoureuze ingrepen van burgemeester Becht in de jaren zestig en zeventig. Een optie was om het accent te leggen op hoogbouw met daartussen ook ruimte voor groen- en andere voorzieningen, zeg maar het Rotterdamse model. Sceptici spraken schamper over het nieuwe Tilburg als het “Manhattan aan de Leij”. Ondanks alle bedenkingen is de stad een eind in die richting gekomen door hoogbouw gedoseerd toe te passen als landmark op strategisch gekozen plaatsen, zoals langs de Spoorlaan en Hart van Brabantlaan, hier en daar aan belangrijke toegangswegen en nog in ontwikkeling zijnde locaties: de Spoorzone, de Piushaven en het vernieuwde winkelcentrum.

 

Het in 2004 voltooide Westpoint aan de Ringbaan-West is het letterlijke hoogtepunt van “Manhattan aan de Leij”. Even is het met zijn 142 meter (47 verdiepingen) zelfs het hoogste woongebouw van ons land geweest maar daar moest Rotterdam natuurlijk al gauw met een paar meter overheen (foto “The Sky is the Limit”, Karel de Beer 2006)  

 

Mariapleintje of de Jodenbuurt     

Lieve-Vrouweplein  

aan het begin van de Korvelseweg, waar vroeger de Zomerstraat was. Er staat een bekend Mariabeeld en er woonden voor de oorlog enkele joodse families, vandaar de tweede bijnaam.

 

Het Lieve-Vrouweplein in 1956 met rechts de St. Annakerk aan het begin van de Capucijnenstraat (foto coll. RAT)

 

de Melisputter

speciale golfclub                                                                      

een putter is de stok (club) waarmee in de golfsport het balletje over het laatste deel van de hole naar de put wordt geslagen (geput). Voor dit preciesiewerkje ontwierp de Tilburger Anton (Toon) Melis (zie hoofdstuk 1) na zijn pensionering als metaalondernemer een speciaal product. Nadat dit officiële erkenning had gekregen boekte hij er veel succes mee.

 

et Mèlkfebriek                           

villa De Lange Akker              

aan de Bosscheweg 55-57 in Berkel-Enschot. Gebouwd in 1920 naar een ontwerp van de Amsterdamse architect F.A. Warners in de bouwstijl van de bekende Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright, meer in het bijzonder diens Robie House in Chicago. Opdrachtgever was de textielfabrikant Leon Swagemakers die getrouwd was met de Tilburgse fabrikantendochter Maria Janssens (Miet van de Langenakker, zie hoofdstuk 1, Maria Swagemakers-Janssens). Voor de in het algemeen meer op knusheid en traditie gestelde Nederlanders was deze bouwstijl in die tijd veel te koel en zakelijk, vandaar de bijnaam. De Lange Akker werd drastisch uitgebreid nadat de Provinciale Kruisvereniging de villa in 1966 had gekocht om er een opleidingsinstituut voor kraamverzorgsters in te vestigen. Vanaf 1988 was De Lange Akker het hoofdkantoor van deze kruisvereniging. In 1996 ging de villa met aanbouw over in andere handen en kreeg ze de functie van kantoorverzamelgebouw. In 2016-’17 werd de villa, intussen een rijksmonument, teruggebracht in de oorspronkelijke staat en werden er enkele woonvleugels gebouwd in de grote tuin. Medio 2017 betrokken de eerste bewoners dit wooncomplex van Aerde Borgert Architecten. 

 

et Mietavèld

locatie MITHA-beurs Ringbaan West                         

terrein aan de Ringbaan West, waar in 1966 het gebouw van de GGD is neergezet naar een ontwerp van architect Jos. Bedaux. In 1952, toen hier nog een open veld was, heeft er eens een grote tent gestaan waarin een beurs werd gehouden van de middenstand van Tilburg, die MITHA heette (Middenstand Tilburg Handel en Ambacht). Het veld werd in die tijd naar dit evenement genoemd.

 

 

de Misvormde Kegel                                                              

sculptuur Piushaven

in de Piushaven drijvend sculptuur van roestvrijstaal, in 1989 gemaakt door Eugène van Lamsweerde in het kader van het Masterplan Beeldende Kunst in Tilburg.

 

Monopole

wijnhandel Verbunt Langestraat                                                                 

het gebouw van de Wijn- en Gedestilleerdhandel Frans Verbunt aan de Langestraat, waar in de top van de voorgevel de naam van champagnehuis Monopole en "anno 1894" gebeiteld staat. Men bleef dit gebouw zo noemen ook nadat de wijnhandel verhuisde naar Quirijnstok in Tilburg Noord en Monopole een bestemming kreeg als wijkcentrum Binnenstad.

Joseph Antonius Verbunt (1822-1878) kwam in 1844 uit Bergeijk naar Tilburg en vestigde hier een zaak in tabak, wijn en gedestilleerd. In 1893 stapte Frans J.J.B. Verbunt (1856-1924) uit het  familiebedrijf om onder zijn eigen naam verder te gaan in zijn specialiteiten: gedestilleerd en aperitieven. Zijn broer Bernard (1871-1940) zette het oorspronkelijke bedrijf voort als wijnkoperij onder de naam J.A. Verbunt (zie ook hoofdstuk 1 onder Eduard Verbunt). Frans J.J.B. werd in 1909 ook bekend als de grondlegger van gloeilampenfabrief N.V. Volt, die later een dochterbedrijf van Philips werd en groeide tot een van de grootste particuliere werkgevers van de stad. De twee drankenhandels Verbunt waren lang gevestigd in de Langestraat: Frans Verbunt in het traditionele trapgevelpand Monopole, en J.A. Verbunt ter hoogte van de Korte Tuinstraat waar later appartementen werden gebouwd (de bewoners parkeren hun auto's nog in de voormalige wijnkelders). In 1967 werd J.A. Verbunt overgenomen door Frans Verbunt. Kort daarna, in 1971, verloor het familiebedrijf zijn zelfstandigheid toen het werd gekocht door Douwe Egberts. In 1974 verhuisde de wijnhandel uit de binnenstad naar een nieuw complex aan de Jac. van Vollenhovenstraat. In 1991 werd Verbunt Wijnkopers weer zelfstandig en vestigde het zich in een statig pand aan de Heuvelring. Frans C.H. Verbunt van de vijfde generatie maakte een herstart met het familiebedrijf, totdat hij in 2010 toch maar besloot zijn aandelen te verkopen aan Salenstein Holding met hoofdzetel in Argentinië. Verbunt Wijnkopers bleef in de nieuwe situatie zelfstandig voor de Nederlandse markt werken, nu gevestigd aan de Cobbenhagenlaan. 

 

 

Moordhoek                   

Noordhoek                    

vanwege de geruchtmakende, nooit overtuigend opgeloste moord op het 11 jaar jonge meisje Marietje Kessels wiens stoffelijk overschot in 1900 werd aangetroffen in de Noordhoekse kerk. Ed Schilders schreef in 1988 onder deze titel (Moordhoek) een boek over deze zaak en ook in 2000, honderd jaar na dato, weet deze trieste zaak de gemoederen danig bezig te houden. Zo zelfs dat er een monument voor het slachtoffertje is opgericht aan de Dionysiusstraat (bij de plek waar de in 1975 gesloopte kerk heeft gestaan, zie ook bij “de Binnering”). Marietje was het dochtertje van de bekende muziekinstrumentenmaker M.J.H. Kessels (1858-1932), die in 1886 zijn Koninklijke Fabriek van Muziekinstrumenten verplaatste van Heerlen naar Tilburg (Noordhoek). Het graf van Marietje is een van de bekendste van de historische graven op het kerkhof aan de Bredaseweg (zie ook de Schèèf). De fabriek van Kessels, die een aanzienlijke reputatie genoot maar ook meerdere malen in moeilijk vaarwater kwam, heeft tot het midden van de jaren vijftig bestaan.

 

Gelikte weergave van de Kon. Nederlandse Fabriek van Muziekinstrumenten van M.J.H. Kessels, met links de villa van de familie Kessels aan de St. Ceciliastraat (coll. RAT)

 

Mutsers op den Dam

boerderij Van Ophooff-Mutsaers                                                 

boerderij van de weduwe Van Ophooff - Mutsaers die in het verlengde van de Trouwlaan lag, ten zuiden van de huidige Ringbaan Zuid. Hier bevindt zich de tegenwoordige sport- en onderwijslocatie Stappegoor, welke naam verwijst naar een route door een moerasachtig gebied (goir) van Tilburg naar Goirle. Mogelijk heeft daar vroeger al een natuurlijk of kunstmatig opgehoogde strook (dam) gelegen waar je over kon lopen (stappen). 

 

 

4.N

 

Naatje Huisarrest             

Huize Nazareth                          

dit was een voogdijgesticht van de fraters van Tilburg, die met deze zorg waren begonnen in 1911 bij hun huis in de Capucijnenstraat. Toen dit al snel te klein werd, lieten zij in 1916 Huize Nazareth in de Nazarethstraat bouwen, dat naderhand nog sterk uitgebreid werd (architect Jos Donders). Van 1924 tot 1974 was hier een internaat bij voor onder voogdij gestelde kinderen. Het complex bevatte, naast eigen bakkerij en schoenmakerij, ook enkele cellen voor moeilijke gevallen. De bijnaam wijst op een strak regime! Naast het gebouw waren er sportvelden en een tuin, die ook werden gebruikt voor openluchtspelen en optredens van de bekende harmonie "Ons Genoegen" van Huize Nazareth. In die tuin bouwden de jongeren in 1949 zelf een tribune, die er rond 2000 nog stond. Begin jaren negentig werd het hoofdgebouw gered van de sloop door tussenkomst van een actiecomité en kreeg het huis een nieuwe bestemming: wooncomplex voor studenten van Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Bij de verbouwing in 1994 werd de 140 meter lange voorgevel behouden. Met name Riet van Beurden die in de Nazarethstraat woonde heeft zich ingezet voor behoud van dit historische pand. Zij was een kleindochter van Piet van Beurden (zie in hoofdstuk 1 onder Piet van Beurden en ook: “In dankbare herinnering aan Riet van Beurden 1926-2012”, door Joep Eijkens op www.cubra.nl/specialebijdragen/eigenweg/riet.htm)

 

Groep kinderen in 1923 bezig met het schillen van aardappelen (foto coll. Henricus P. Embregts)

 

 

Harmonie “Ons Genoegen” van Huize Nazareth paradeert in 1954 mee in het bloem- en wolcorso bij de viering van 10 jaar bevrijding. Hier passeert zij de Molenbochtstraat (foto: Lex van Beurden, coll. RAT)

 

Riet van Beurden gespot bij “haar” Nazareth.

 

et Nieuwendiep

locatie St. Josephgesticht                                                                  

water nabij de Lange Nieuwstraat dat moest worden gedempt voor de bouw in 1888 van het St. Josephgesticht (architect Hubert de Beer) aan de Lange Nieuwstraat. Dit gebeurde door vrijwilligers, die in totaal wel 18.000 karren met grond, sintels e.d. aanvoerden. Het St. Josephgesticht ontstond als “dependance” van het te klein geworden R.K. Gasthuis aan de Locht. Daar verbleven te veel bejaarden als “vaste gasten”. Het nieuwe gebouw aan de Lange Nieuwstraat werd dus gesticht voor de verzorging van bejaarden en gebrekkigen. In 1960 werden de bewoners in andere huizen ondergebracht en in 1977 – na nog een aantal jaren een MTS gehuisvest te hebben – werd het St. Joseph gesloopt.

 

Ansichtkaart met links de plek aan de Lange Nieuwstraat waar eerst water was en in 1888 het St. Josephgesticht werd gebouwd (links). Rechts het torentje van het Clarissenklooster 1890 dat nog bestaat als rijksmonument). Beide gebouwen door architect A.G. de Beer (zie hoofdstuk 1)

 

Nijveroord                                                                   

wijk omgeving Lange Nieuwstraat

die als een van de eerste in de stad (na “de Koningswei”, zie daar) op basis van een plan werd bebouwd.

 

et Niksestròtje

naamloos straatje                                                                   

omdat dit straatje geen naam had: het vormde een verbinding tussen de Hoefstraat (tegenover de vroegere kerk van het Groeseind) en de Sint Nicolaasstraat.

 

et Nôotekraokerspad            

Hoolstraat                     

in Berkel-Enschot, waar altijd kènderköpkes hebben gelegen. Het is de enige plek in dit stadsdeel (en een van de weinige in heel Tilburg) die aan het begin van de eenentwintigste eeuw hiermee nog bestraat is. Al circa vijftig jaar komt de wielerronde van Berkel-Enschot hierlangs, en naar men zegt moet dit stuk voor de mannelijke geslachtsdelen steeds een pijnlijk deel van het traject geweest zijn. Vandaar de bijnaam.

 

het Noppengebouw 

Popcentrum 013                       

 

 

aan de Veemarktstraat hoek Tivolistraat, waar vroeger fotograaf Mulder en nachtclub The Blue Note waren gevestigd. Hier werd eind jaren 1990 een “popcluster” gebouwd naar een ontwerp van Benthem Crouwel Architekten. Daarin kwam een aantal bestaande voorzieningen in de stad op het gebied van de popmuziek samen, te weten Bat Cave, Muziekkantenwinkel en Noorderligt. De laatste was ook buiten Tilburg zeer bekend en zat eerst in de gelijknamige, voormalige bioscoop aan de Veldhovenring. Het nieuwe gebouw aan de Veemarktstraat, dat eind 1998 werd geopend, kreeg zwarte buitenwanden waarop in een regelmatig patroon een groot aantal (echte) CD’s werd bevestigd, als noppen op een donzige stof. Vandaar de bijnaam. Bij de opening was 013 de eerste popzaal in Europa die speciaal voor dat doel was gebouwd. In 2007 werden foyer en kelder verbouwd en in 2015-’16 vond er een grondige verbouwing van de zalen plaats.  

 

 

 

boerderij de Notenboom

boerderij van de familie De Brouwer

deze boerderij stond op het punt waar nu de President Steijnstraat de Paul Krugerstraat kruist. Dit is iets ten zuiden van de Oerlesestraat ter hoogte van de Veestraat, dus dichtbij of nog horende tot Klèèn Oel (zie daar). De boerderij werd genoemd naar de enorme notenboom die op het erf stond. Sinds de negentiende eeuw was de boerderij in het bezit van de familie De Brouwer. De laatste bewoner was J.L.H. de Brouwer, die de boerderij in 1976 verkocht aan de gemeente en naar Hilvarenbeek verhuisde. In dat jaar nog werd boerderij “de Notenboom” gesloopt.

 

Boerderij de Notenboom van de familie De Brouwer in 1952 (Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

In april 1927 werd er bij boerderij de Notenboom een melkcursus gehouden, georganiseerd door de NCB (Noordbrabantse Christelijke Boerenbond). Op de foto staat een rij gastvrouwen en cursisten, met de skyline van de stad op de achtergrond.

 

 

4.O

 

Oel                                      

Oerle                                 

dit was een van de herdgangen (Oerle en Broekhoven), waar Tilburg uit is ontstaan. Het omvatte lange tijd een uitgestrekt weide- en akkergebied, dat ook het grondgebied van de latere (vanaf 1922) parochie “Westend” omvatte (zie hoofdstuk 1, bij pastoor W. den Absoluusie de Klijn). Tegenwoordig wordt er met name de Oerlesestraat en omgeving mee bedoeld (zie ook: de Witte Wijk). Klèèn Oel was een woonconcentratie op Oel ter hoogte van de Veestraat.

 

et Oerlemanspaojke of Duuvelstròtje

officieuze looproute              

dat liep vanaf de Hasseltstraat langs kolenboer Oerlemans via het latere (nu) Nassauplein naar het Mill Hillterrein (nu de Rôoj Panne, zie daar). Het nu bestaande Frans Siemerpad kan een onderdeel van deze route geweest zijn.

 

Oliemolen (1)

boerderij met malerij van Priems                                                               

was vroeger (tot 1900) een gedeelte van de Oerlesestraat tussen Korvelplein en Christiaan Huygensstraat, dat werd genoemd naar de boerderij met oliemolen (waar koolzaad e.d. werden gemalen of geslagen tot olie) van de familie Priems.

 

Oliemolen (2)

boerderij Reitse Hoevenstraat 30-32

waar vroeger, evenals op bovengenoemde boerderij van Priems, olie werd gemaakt. Deze Olliemeule, gebouwd in 1770 door Cornelis Bles, dreef op paardenkracht (rosmolen). In 1880 werd door F.A. Teurlings (de vader van Joh. Baptist “Pèèp” Teurlings, zie hoofdstuk 1) een windmolen gebouwd als krachtbron. Na 1920 werd het den Olliemeule verkocht aan de congregatie van Mill Hill (die vlakbij een nieuw klooster had, zie de Rôoj Panne). Daarna heeft ook de Siemer er gewoond (zie hoofdstuk 1: F. Siemer). Nu is er een reptielenhuis gevestigd. Sinds 1987 is er een reptielenhuis gevestigd dat is uitgebreid tot een kleine dierentuin. In 2017 zijn er verhuisplannen naar de Bleukweg, een grotere locatie in een nieuw te ontwikkelen groen gebied ten zuiden van de Reeshof.

 

De Oliemolen aan de Reitse Hoevenstraat in 1971. Op de achtergrond rechts de hoogbouw van het bejaardenoord Vredeburcht (1960) Foto: L.H. Tangel, Rijksdienst Cultureel Erfgoed

 

den Opstoet

(carnavals) optocht                                                                

verbastering, waarmee nu de jaarlijkse carnavalsoptocht wordt bedoeld. Carnaval kent den Inhaol èn den Opstoet. De eerste is de aankomst van Prins Carnaval op het station en Zijn rijtoer naar het stadhuis waar Hij de sleutels van de stad overhandigd krijgt van den Börger. Den Opstoet is de grote carnavalsoptocht op zondag door de stad met praalwagens en vreemd uitgedoste groepen carnavalsvierders. Vroeger trokken er veel vaker optochten door de stad, met name op bijzondere kerkelijke dagen. De grootste was de Heilig Hartstoet (zie ook hoofdstuk 1: Lucas van Hoek) maar ook de Driekoningenstoet was heel bekend, met levensechte van de Tilburgse Dierentuin geleende kamelen. Van de carnavalsoptocht werd pas echt werk gemaakt toen medio jaren 1960 het openbaar carnaval van start ging.

 

Een van de irste Opstoete draait in 1965 bij de Nettorama de Schouwburgring op. l’Echo des Montagnes is nadrukkelijk van de partij (zie de Zèùphèrmenie in hoofdstuk 2)

 

Hoe druk het kan zijn in de stad bij den Opstoet (Korte Heuvel, febr. 2017)

 

Van zulke opstoete waren er legio. Boven: communicantjes in de Bisschop Zwijsenstraat. Onder: processie van de oude naar de nieuwe kerk in de Gasthuisstraat (zie ook Paoterskerk 1). Foto’s uit 1955 van Tilburgse Herinneringen op Facebook.

 

De Driekoningenstoet werd ieder jaar opgesteld bij het Missiehuis aan de Bredaseweg (zie in hoofdstuk 2: de Rôoj Harte). Op de binnenplaats van het klooster arriveerde dan de veewagen van de firma Van Dijk, bekend van de dierentuin verderop aan de Bredaseweg naast de Oude Warande. Met die wagen, of misschien waren het er méér, werden echte kamelen aangevoerd die in de stoet meeliepen als vervaarlijk wiebelende "tronen" voor de drie "koningen". Je kon daar maar beter niet te dicht bij in de buurt komen want deze kamelen waren, zo werd er gefluisterd, ooit afgekeurd voor het circus omdat ze erg nukkig waren. Ze zouden in de circustent eens de loge in gesprongen zijn. Men zei dat het geen echte koningen waren die er bovenop zaten maar verklede oppassers van de dierentuin. Anderen beweerden dat de oppassers er vóór liepen en dat de koningen bovenop wél echt waren. Het Driekoningen zingen door de straten in Tilburg kent een lange traditie en is altijd blijven bestaan, zij het in deze tijd nog maar op een laag pitje. Dan gingen groepjes als koningen verklede en met lampionnen uitgeruste kinderen langs de deuren om liederen over de Driekoningen te zingen. Daar kregen ze wat snoepgoed of geld voor. Ook grote mensen waagden zich hier soms aan, om geld op te halen voor een goed doel. De grote optocht naar de Heuvel met echte dieren is al sinds 1957 verleden tijd. Herinneringen zijn gebleven. In een column die oud-Tilburger Guido de Wijs (zie hoofdstuk 1 bij Caroline Wolmèrrie de Wijs) eens schreef in het Utrechts Nieuwsblad is de oude sfeer goed te proeven. Zie www.cubra.nl/auteurs/guidodewijs/guidodewijs05epifanie.htm

 

et Ötdilpunt                                                                 

distributieplaats

van kranten, vanwaar de bezorgers in alle vroegte over de stad uitzwermen om iedereen op tijd van het laatste nieuws te voorzien. Zolang de kranten iedere ochtend per trein werden aangevoerd was het NS-station ötdilpunt.

 

den Ötlègger                

Merwedestraat                          

tussen Ringbaan-Noord en Wilhelminakanaal, voordat daar straten kwamen die naar waterwegen werden genoemd.

 

den Ötwèg

doodlopend straatje                                                                             

doodlopend zijstraatje van et Zaandstròtje (zie daar, en in hoofdstuk 2 bij Jaanus Knik.) Er stonden 4 à 5 woningen.

 

de Oude Baan

weg tussen Tilburg en Breda                                                              

wegverbinding tussen Tilburg en Breda in de tijd dat deze nog niet verhard was. De verharding kwam tot stand in 1827, toen het tracé van de N630 (nu N282) over Hulten en Klein Tilburg gereedkwam als onderdeel van de rijksweg Middelburg-Nijmegen (in het kader van het Rijkswegennet van Koning Willem I, vastgelegd bij KB in 1816). Eerder was den Bèrndèèk (zie daar) de uitvalsweg van Tilburg naar Breda geweest, maar in 1826 kwam de rechte doorsteek van ongeveer de Delmerweg (café Het Dorstige Hert) naar de Heikese kerk tot stand, tegen de zin van de Korvelse fabrikanten Diepen en Jellinghaus. Zij besloten daarom zelf een verbinding aan te laten leggen tussen Korvel en de nieuwe rijksweg via et Hèrringsènd (zie daar). Deze Korvelseweg was in 1828 gereed.

 

de Oude Heikant

de Schans e.o.                                                             

het deel van de oorspronkelijke wijk Heikant dat beschermd stadsgezicht is geworden. Sinds de jaren 1960 is ook deze oude herdgang geheel omgeven door bebouwing, en wel door die van de nieuwbouwwijk Tilburg-Noord.

 

het Oude Paleis

huis van Frankenhoff

in 1835 kocht de Prins (Willem II) van Oranje een huis van Frankenhoff aan de Nieuwendijk (nu Bisschop Zwijsenstraat) waar hij ook na 1840 vaak verbleef toen hij al koning was. In 1849 is hij daar na een kort ziekbed overleden, juist voordat zijn nieuwe paleis klaar was. In 1872 werd het oude paleis gesloopt. Op die plek werd in 1874 een gedenknaald onthuld. Deze staat afgebeeld op een foto van de intendantwoning bij het nieuwe paleis (zie hoofdstuk 3 bij Alexander Liernur. Zie ook de Piek van Willem II in dit hoofdstuk).

 

den Oudste Tilburger

lindeboom op de Heuvel                                                    

niemand wist precies hoe oud deze boom was. In de loop der tijd is men ze gaan snoeien in een kegelvorm en werd zo een geliefde ontmoetingsplek. De basisdiameter waaronder men kon vertoeven bedroeg liefst 25 meter. Men denkt dat zij toch minstens 350 à 400 jaar oud moet zijn geweest, toen deze eens zo monumentale lindeboom onder enorme belangstelling en medeleven op 27 april 1994, na een lang en pijnlijk lijden, definitief het veld moest ruimen. Zij was van een vrij zeldzame soort, namelijk een Hollandse winterlinde, een van de weinige etagelinden die in ons land voorkomen. Vroeger werd er recht bij gesproken (“gebodenlinde”). Maar nu was zij moe en ziek geworden van de steeds grotere verkeersdrukte om haar heen, zei men. Bij het optakelen van de stam, die een omtrek had van vijf meter, kwamen er enkele stekjes tevoorschijn waarover men zich heeft ontfermd, in de hoop dat het ooit iets wordt met deze nakomelingen. De tijd zal het leren (zie ook hiervoor bij Huttonia, Henk Kuiper)

 

Deze foto is de oudste (1850) die bekend is van de Heuvel. De lindeboom lijkt wat zuidelijker te staan, maar dit kan gezichtsbedrog zijn. We zien de zuidkant van de Heuvel met rechts de doorgang (Zwaanstraatje) naar het Piusplein. Achter de Lindeboom was later hotel Riche, nu de Heuvelpoort (coll. RAT)

 

De Heuvel zoals die er uit hoort te zien: de kerk, het standbeeld en de lindeboom, op een foto uit 1934 (coll. RAT)

 

Onder de lindeboom, een geliefde ontmoetingsplek. 

 

 

et Ouwèèvepaojke of Huppelpaojke

paadje bij veld Willem II                                     

in de buurt van de huidige Fatimastraat en Hoevenseweg, waar voetbalclub Willem II tot 1903 zijn terrein had (zie ook bij Voebolwèg)

 

et Ouwemannehèùs, Taawmènnekeshèùs of et Kloster

Liefdesgesticht Sint Ignatius            

in 1836 begonnen de Zusters van Liefde een armenschooltje op ’t Goirke als een nevenvestiging van hun huis op de Oude Dijk. In 1838 schonk de textielfabrikant Nicolaas van Amelsfoort (1783-1846) zijn huis aan de parochie, waar de zusters oude mannen gingen verplegen. Dit was het eerste centrum voor sociale dienstverlening in de stad. Het huis werd in 1842-’43 uitgebreid tot gestichtgebouw (architect P.W. Blomjous). In 1855 werden de twee karakteristieke vleugels naar de straatzijde toegevoegd met in de linker een kapel. De zorg voor armlastige, zorgbehoevende oude mannen, werd later uitgebreid tot dito vrouwen (1911, St. Liduinagesticht). Dit bejaardentehuis stond vanaf 1961 bekend als “Huize (‘t) Goirke” maar het gebouw werd ook nog wel et Kloster genoemd. Later verhuisde dit naar Tilburg-Noord (de Heikant). Het gebouw kreeg in de negentiger jaren een woonbestemming voor studenten. In 2000 werd het grotendeels door brand verwoest. In 2007 werd besloten het gebouw te herstellen en het met de naastgelegen Mariaschool uit 1921 (architect Cees van Meerendonk) om te bouwen naar een gemengde woonbestemming (architect P. van der Geld & partners te Hilvarenbeek). Het staat nu op de rijksmonumentenlijst als een waardevol gebouw met eenvoudige neo-classicistische vormen.

 

  

Boven: een oude foto van het St. Ignatiusgesticht met rechts het begin van het Zusterstròtje (zie daar). Onder: de Goirkestraat met rechtsvoor het St. Ignatiusgesticht. De foto moet na 1905 zijn genomen, omdat in dat jaar de kerk aan de straatzijde een neogotische makeover kreeg (zoals de Heikese kerk die had gehad; ’t Goirke kon niet achterblijven!) De torenspits was hier een onderdeel van. In 1966 werd deze er weer af gehaald vanwege de slechte bouwkundige staat.    

 

Ook de voormalige Mariaschool uit 1921 maakt sinds 2007 deel uit van het nieuwe wooncomplex. Er kwamen acht koopwoningen in (deze foto uit 1983, coll. RAT)

 

Een recente opname van het wooncomplex Huize Goirke (St. Ignatiusgesticht) met links de voormalige Mariaschool juist te zien (foto Jan Korpershoek voor Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

 

den Ouwendijk of den Aawendèèk

Oude Dijk                                      

vooral bekend vanwege het onmetelijke complex van gebouwen (klooster, scholen e.d.) en tuinen aan de rand van het centrum van Tilburg, van de Zusters van Liefde (zie ook het Huis met de Dertien Celletjes en hoofdstuk 2: “de Krengen van Barmhartigheid”). Ook Gouwendijk genoemd, vanwege de vermoede rijkdom van de zusters!

 

 

4.P

 

Paajke Plèk of Plèk Paajke                    

winkel van Paijmans                 

winkeltje in snoep- en zoetwaren (eencentswinkeltje) aan het Pieter Breughelpleintje. De eigenaar, een oud-wielrenner, stond ook op de markten. Zijn twee zonen Karel en Cees hielden zich vooral bezig met wielrennen. Cees is zelfs nog kampioen van Nederland geworden bij de amateurs.

 

Paajmans de Glijer   

bakkerij Paijmans Delgijer      

grappige woordspeling op de naam van deze in Tilburg bekende bakker, die (in de jaren 1950-’60) op het Piusplein een vestiging had.

 

Broodbezorger Remeijsen van de firma Paijmans Delgijer in actie (foto uit 1953 van Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

de Paddewaajkes                      

Oerlesezijstraat                         

Een stuk weiland met sloot achter de fabrieken aan het Korvelplein, waar van 1909-1954 de Oerlesezijstraat was, die liep van de Hesperenstraat naar Oerlesestraat (nu Sacharias Jansenstraat). Dit moet destijds aan de oostkant van et Körvels Huukske zijn geweest (zie daar).

 

de Paotergaopers                     

café Den Eik                  

aan de Bredaseweg (hoek Eikstraat). Dit café werd door het jaar heen ook wel genoemd naar carnavalsvereniging De Paotergaopers die er lang, tot ongeveer het jaar 2000, haar thuisbasis had. Het café staat er in alle eenvoud pal tegenover het dominante Missiehèùs van de Rôoj Harte (zie hoofdstuk 2). Vandaar de naam van de vereniging en de bijnaam van het café.

 

de Paoterskèrk (1)            

kerk parochie Gasthuisstraat    

kerk op de Lòcht (nu de Gasthuisring) van 1861 tot 1957 (architect H. van Tulder). Deze was bedoeld als het visitekaartje van de “patersafdeling” van de Fraters van Tilburg, maar die is niet geworden wat men had verwacht (de paters konden maar moeilijk leven onder de regels van de fraters, zie hoofdstuk 1 bij P.C. de Brouwer: “de paterskwestie”). Toen dit vuiltje van tafel was werd deze kerk in 1917 parochiekerk van de Gasthuisstraat. Men bleef doorgaans Paoterskèrk zeggen. In 1957 werd deze aan de heilige Vincentius a Paulo toegewijde kerk afgebroken en vervangen door een nieuw kerkgebouw even verderop in de straat, toegewijd aan O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. Nu is dit gebouw ontdaan van toren in gebruik als kantoor.

 

 

Op deze foto links de kapel van de fraters (architect A.G. de Beer) en rechts de Paoterskèrk (H. van Tulder 1861) waarvan goed te zien is dat deze deel uitmaakte van het complex van de Fraters van Tilburg. Op de voorgrond het kerkhof van de fraters dat er ook bij hoorde. De foto is genomen naar de Gasthuisstraat toe (coll. RAT)  

 

Deze schepping van Van Tulder heeft nog geen honderd jaar mogen bestaan.

 

Drukte na de inzegening in 1955 van de nieuwe kerk even verderop in de Gasthuisstraat door mgr. Mutsaerts. De Scotjes die uit deze parochie kwamen, brengen een aubade op het kerkplein voor v.l.n.r. zittend: pastoor Karel Janssens (zie ook hoofdstuk 1), de Bisschop van Den Bosch mgr. W. Mutsaerts (zie ook bij ’t Witte Huis) en mgr. Karel Pessers (zie de Pessers-kathedraal en in hoofdstuk 1 onder Bernardus Pessers). Achter hen burgemeester Van Voorst tot Voorst en rechts fotograaf Van Eijndhoven.       

 

de Paoterskèrk (2)            

Kapucijnenkerk                        

aan de Korvelseweg, ook wel de hulpkerk van Korvel. Bekend van zijn “vissersmis” zondags om vier uur in de morgen voor degenen die vroeg op pad gingen maar eerst hun zondagsplicht wilden vervullen. Voor menigeen ook een favoriete plaats om de biechtplicht te vervullen. De Kapucijnen stonden erom bekend dat zij wereldser en meer vergevingsgezind waren dan de parochiegeestelijken. Een bekende biechtvader daar was pater Gregorius. Ook werd er het “pesjonkele” bedreven: op Allerzielen en 2 augustus (pesjonkeldag) na een kort gebed de kerk uit en weer in om telkens een volle aflaat te verdienen, voor jezelf of voor een overledene. Deze term is een verbastering van portiuncula: een kapel van de Heilige Franciscus van Assisi in de buurt van Assisi waar ieder bezoek een volle aflaat opbracht. Men bedacht in Tilburg dus een slimme, snelle methode om meer “hemels krediet” op te bouwen! Voor de rol van de paters Kapucijnen bij het ontstaan van het Tilburgs Byzantijns Koor, zie hoofdstuk 3 onder frater Frederico van Dongen. De "kèrk van de Kappesiene" is na sluiting van de St. Annakerk nog enkele decennialang hulpkerk geweest van de parochie Binnenstad. Ook daarna werden er nog diensten gedaan door de Kappesiene die iedereen kon bijwonen. Het complex is nu rijksmonument.

 

Kapucijnenklooster en kerk aan de Korvelseweg uit 1882 (ontwerp: broeder Valenus)

 

In 1937 werd er een verdieping op het klooster gezet door het dak op te vijzelen (foto: Jan Korpershoek 2014 voor Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

 

het Park                             

Wilhelminapark              

Dit werd aangelegd in 1898 naar een ontwerp van Leonard Springer en in 1998 grondig gerenoveerd. Heette vóór 1898 het Plein de Veldhoven en was oorspronkelijk een middeleeuwse nederzetting van boeren. Bij de opening als park in 1898 werd de Koningin Wilhelminaboom geplant. In de oorlog 1940-’45 moest het park van de Duitse bezetter Noorderpark heten. Leonard Springer (1855-1940) was tuinarchitect en boomkundige die ook het Leijpark, het Wandelbos en het Julianapark (zie et Gèètepark) heeft ingericht. Ook ontwierp hij villatuinen, zoals de huidige Muzentuin achter de Concertzaal en die van Mariënhof aan de Bredaseweg (zie in hoofdstuk 1, bij Jos. Jansen). Na 2000 telt Tilburg ook op andere dan de hier genoemde plaatsen nog veel bijzondere bomen die door Springer zijn geplant (voor veel meer over het Wilhelminapark, zie: “Het Wilhelminapark van Tilburg” door Cees van Raak, Tilburg 2010. De eerste vier foto’s hieronder zijn van Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

Het Wilhelminapark twee jaar na de opening, in 1900. Foto naar de westzijde toe (richting Goirkestraat). De schoorsteen links op de achtergrond is van Thomas de Beer. Een muziekkiosk staat er al!

 

Het Wilhelminapark in 1936, gezien in de richting van de Veldhoven(ring). Nu kun je er doorheen kijken, maar later kwam hier een grote volière te staan.

 

Het Wilhelminapark mogelijk ook in 1936, ter hoogte van de CTM (waar de melkkar bij hoort) richting Gasthuisstraat.

 

Een nieuwe muziekkiosk naar het schijnt, met links nog eens stukje te zien van de melkinrichting CTM.

 

Het Wilhelminapark op een mooie dag in 2007. Foto boven: Leonard Springer koos mooie en sterke bomen. Dan krijg je dat het gezegde opgaat: “Boompje groot, plantertje dood.” Onder: In de vijver dreef (levende) kunst rond (foto’s Karel de Beer)

 

de Paus en de Smous              

fa. Elias Eras                    

verwijst (in omgekeerde volgorde) naar de religieuze afkomst van de directeuren van deze textielfabriek (RK en Joods), die in 1957 ontstond door de overname en samenvoeging van H. Eras-Janssen aan de Ringbaan Noord door E. Elias Lakenfabrieken, Industriestraat (zie hoofdstuk 1, bij Eras-Janssen, en hoofdstuk 2: SET)      

 

de Pechhoek en de Pechstraat         

de Berkhoek                

buurtschap in Udenhout tussen de spoorlijn van Tilburg naar Den Bosch en de rijksweg N65 ter hoogte van Quatre Bras, en de straat die vanaf de Kreitemolenstraat toegang gaf tot dit gebied. Oorspronkelijk was dit de Peggestraat of Pegstraat, welke naam verwees naar de schuin op de weg aansluitende akkers. Omdat hier veel oer (ijzer) in de grond zit, zou de bliksem hier vaker in zijn geslagen. Dit heeft in de loop der jaren menig boer zijn boerderij gekost. Vandaar dat men de 'g' in de naam ging vervangen door 'ch'. In de jaren 1950 is de officiële naam veranderd in Berkhoek. Men beweerde dat het aantal blikseminslagen sindsdien aanzienlijk minder is (maar dat kan ook door electrificiëring van de spoorlijn in die jaren gekomen zijn…..) 

 

de Pèèn (2)                    

fa. Pijnenburg                             

een bekende ijssalon in de Van Alphenstraat die in 1932 werd gestart door de familie Pijnenburg. Een dochter die trouwde met Kempenaers volgde hen op. De zaak is tegenwoordig al drie generaties verder als IJsspecialist EDMA nog steeds gevestigd in de Van Alphenstraat.

 

 

de Pèèrse Hemel of den Ouwe Soos

gebouw Sociale Dienst

voormalig gebouw van de Sociale Dienst, later UWV, op de hoek van het NS-Plein en de Burgemeester Brokxlaan. Het gebouw is uit midden jaren zeventig in neo-futuristische stijl, van architect Jacobus (Jac) L.W.J.J. van Oers (Son en Breugel 1939 – Amsterdam 2003). De blauwe gelijkvloerse verdieping lijkt op een treinwagon en het hoge gedeelte op een stapel rails. Wanneer er in 2017 plannen opduiken voor sloop en nieuwbouw op dit terrein blijkt hoe omstreden deze schepping van Van Oers is. Met name uit de architectenwereld wordt gewezen op de bijzondere betekenis van het gebouw.

 

”Yes?” (vèèndet schôon?) “Mwa?” (et gao nogal); “No?” (lillek ding). Foto van Stadsgezicht Tilburg op Facebook.

 

Jac. Van Oers, architect, zowel bewonderd als verguisd.

 

et Peestròtje                

Boogpad                         

fietspad over het bedrijventerrein de Katsbogte. Vroeger heette het officieel de Boogstraat. Uit die tijd stamt ook de bijnaam.

 

Pellikaandorp

huizen familie Pellikaan                                                                    

de Tilburgse aannemer Henk Pellikaan (zie hoofdstuk 1) bouwde in de jaren 1970 voor zichzelf en enkele van zijn kinderen een drietal huizen aan de Kennedylaan in Goirle. Deze “nederzetting” noemde men het Pellikaandorp.

 

Pellikaanhal

Sporthal van bouwbedrijf Pellikaan

Zoals in hoofdstuk 1 vermeld timmerde Henk Pellikaan met zijn bouwbedrijf fors aan de weg met sporthallen. De meest aansprekende in zijn eigen stad die ook naadloos aansloot bij zijn passie voor de (ijshockey) sport was deze die in 1969 werd gebouwd aan Le Sage ten Broekstraat in de wijk Theresia. Rechts op de achtergrond de Theresiakerk. IJshockey werd een groot item  in sportminded Tilburg (foto van Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

 

de Pels, of het Rode Autootje

auto van Pels                                                                         

elektrisch aangedreven auto, bouwjaar 1942, ontworpen en gebouwd door ir. Th. Pels die in de Burgemeester Damsstraat woonde. De carrosserie liet hij maken door Smulders in de Hasseltstraat. Ir. Pels trok met deze eerste elektrisch aangedreven auto de aandacht van de landelijke autovakpers en ook het internationale autovak. Theo Pels werd in 1910 geboren in Den Bosch en haalde in 1937 zijn diploma werktuigbouwkunde in Delft. Hij vond werk bij De Regenboog en ging wonen in de Burg. Rauppstraat in Tilburg. Daar in zijn garage knutselde hij de aandrijving en het chassis van zijn auto in elkaar. Met de zes accu’s die kunstig waren gekoppeld kon hij met drie versnellingen 14 km/u halen, zo nodig enkele uren achter elkaar. Voor een dwergautootje was de afmeting (lengte 160 cm) best wel fors, maar van de politie moest er ook een volwassene met rijbewijs mee kunnen wanneer de kinderen door wijk Zorgvlied gingen rijden. Verschillende autotijdschriften hebben sinds 1942 artikelen aan deze auto gewijd die, zoals op de foto is te zien, met een officieel kenteken reed. Na zijn periode bij De Regenboog ging Theo Pels na de oorlog verder als leraar in het middelbaar en hoger technisch onderwijs in Tilburg en Breda. De elektromotor van zijn “Pels”  heeft het na jaren trouwe dienst begeven, maar een nieuwe eigenaar in Uden heeft deze nog niet zolang geleden helemaal gerenoveerd. Pels kende ook Leo Schoenmakers, wiens vader een model stoomtrein had gebouwd (zie hoofdstuk 1, bij Willem Schoenmakers). Zij gingen bij elkaar kijken (informatie en foto’s van de familie Pels via het Geheugen van Tilburg)

 

De twee oudste kinderen Pels mochten in 1950 met de Wegenwacht poseren in Zorgvlied tegenover Huize Mariëngaarde. Deze foto is in 2009 opnieuw in de Autokampioen geplaatst.  

 

De geheel opgeknapte Pels rijdt nog steeds rond ergens in Uden.

 

et Pètgevoel

Udenhouts gevoel                                                                   

hebben inwoners van den Uunent die zich inzetten voor een aantal onder de Stichting Pet georganiseerde evenementen zoals het Festipet, Muzepet, Theapet en de kindervoorstelling Petje. Het heeft allemaal te maken met het ontstaan van het straatfestival Festipet, waarvoor ze letterlijk met de pet rond moesten gaan. Festipet werd een blijvend succes en lokte weer andere initiatieven uit.

 

Peeters, de Grôote   

fa. F.J. Peters later Peters' Oude Kunst      

vooraanstaand, landelijk bekend antiekhuis, gevestigd door Hub Peters aan de Spoorlaan (nummer 5) vlakbij de overweg Heuvel - Koestraat. Later verhuisde deze naar een villa naast het Noord-Brabants Natuurmuseum, aan het andere eind van de Spoorlaan. Nadat de laatste telg van de familie Peters uit de zaak was gestapt is de Grôote Peeters door een medewerker, Peter Bierhuizen, nog voortgezet in een vroegere viswinkel op de hoek van de Noordhoekring en Boomstraat. Eind 2012 is hij daarmee vanwege zijn pensionering opgehouden.

 

Peeters, de Klèène   

Brabants Antiekhuis              

de minder dure van de twee Tilburgse antiquairs Pe(e)ters. Deze zaak was gevestigd door Tonie Peeters en voortgezet door zoon F.A.J.M. Peeters in de Telegraafstraat (nummer 20) tegenover landbouwer Jan Vermelis. De levensgezellin van Tonie was Jet Timmermans, dochter van "den Beul" Tiest Timmermans (zie daar). De Klèène Peeters was nog een tijdje gevestigd aan de Tivolistraat, totdat hij daar moest wijken voor de nieuwbouw van Interpolis en het Popcentrrum 013.

 

de Pessers-kathedraal

kathedraal (1937) in Yuncheng, China

Carolus (Karel) Franciscus Henricus Maria Pessers (geboren 1896) werd na zijn priesterwijding in 1923 naar de missie in midden China gezonden en in 1936 benoemd tot apostolisch prefect van zijn regio, in welke hoedanigheid hij met behulp van familiekapitaal ervoor zorgde dat daar een kathedraal werd gebouwd (zie meer in hoofdstuk 1, onder Bernardus Pessers)

 

 

de Piek van Willem II

gedenknaald Koning Willem II                                                       

In 1874 werd er met veel ceremonieel in aanwezigheid van Prins Hendrik (zoon van Willem II) een monument onthuld op de plaats waar Koning Willem II in 1849 was overleden (zie het Oude Paleis). Het was een 13 meter hoge gedenknaald, in neogotische stijl ontworpen door architect Hendrik van Tulder.

 

Foto uit 1930 van de originele gedenknaald. Kijkrichting: uit de Bisschop Zwijsenstraat naar de Monumentstraat. Rechtsaf: Paleisstraat. Linksaf: Markt. De foto is genomen op de stoep voor het oude politiebureau.  

 

In 1968 werd deze gedenknaald afgebroken vanwege de aanleg van de Cityring (zie bij “Binnering”). Na twaalf jaar opslag in brokstukken besloot de gemeente in 1980 de originele gedenknaald niet opnieuw op te richten, gezien de slechte staat van het materiaal. Dus ook deze creatie van Van Tulder mocht haar honderdste verjaardag niet halen. We zagen dit monument al op een foto met de ook gesneuvelde intendantwoning (zie hoofdstuk 3 bij Alexander Liernur).

De Juniorkamer Hart van Brabant nam daarop het initiatief om tot een nieuw gedenkteken te komen. Dit werd ontworpen door de Brabantse kunstenaar Ton Buijnster en in 1987 onthuld aan de Oude Markt naast de Heikese kerk. Het is een strakke naald op zwarte sokkel met gegraveerde herinneringstekst. Op de naald is het medaillon met de beeltenis van de koning van de oorspronkelijke naald aangebracht:

 

                                            

Piet den Dief of Grötter de Gruyter             

fa. P. de Gruyter & Zn.            

spotnaam (wellicht ook buiten Tilburg) voor deze destijds grote Brabantse kruideniersketen à la Albert Heijn. Zo was er destijds aan ieder uiteinde van de Heuvelstraat een winkel van De Gruyter. Men zei daarom wel: "Van Degrèùter nòr Degrèùter lôope,” ofwel "grèùtere" wat betekende: door de Heuvelstraat flaneren om te zien en gezien te worden, en als je nog jong was: om een meisje te versieren (vandaar dat dit ritueel ook wel werd genoemd: de Mèskesmèrt). Van iemand die hieraan meedeed zei men wel: "Hij heej hilde stad rond- of aafgefènteld." De Gruyter stuntte ook wel met het geven van 10% korting. Kwajongens maakten daarvan: "Witte wèt tòppunt van astraant is? Bij Piet den Dief op den tonbank schèète èn dan 10% korting vraoge!" (zie ook hoofdstuk 1, bij Van Luijk) Andere namen van grootgrutters in die dagen: André van Hilst, Simon de Wit, Spar, Végé, Co-op en Vivo. Albert Heijn zat voornamelijk nog boven de rivieren maar kwam er wel aan.

 

In zijn hoogtijdagen hoefde je in Tilburg meestal niet ver weg als je een De Gruyter nodig had. Hij had wel tien zaken in de stad. Hier een selectie. Linksboven: Oude Markt–Heuvelstraat 1950; rechtsboven: Heuvel–Heuvelstraat 1959; linksonder Bredaseweg-Wilgenstraat 1960 en rechtsonder Gasthuisstraat-Pironstraat 1960 (foto’s: Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

Pijlijserhoeve of Waterhoef             

Hoeve aan de He(e)rstal      

hoeve, oorspronkelijk (15e eeuw) van de familie Pijlijser, in tweede helft van de zestiende eeuw in het bezit gekomen van de heer van Tilburg en Goirle die resideerde in het kasteel van Tilburg (zie de Stenen Kamer). Daarmee werd deze hoeve een van de vijf kasteelhoeven die er in Tilburg zijn geweest (alleen die in de Hasseltstraat is bewaard gebleven.) De hoeve was oorspronkelijk omgracht. De gracht werd gevoed door een waterloop die ook de kasteelgracht van water voorzag. Vandaar dat men ook wel over de Waterhoef sprak. Oorspronkelijk lag de hoeve aan de Herstalsestraat, later was dit de Hendrik de Keijserstraat (nummer 51). In 1960 werd ze afgebroken. Niet te verwarren met de nog bestaande langgevel boerderij uit 1890 aan de Pijlijserstraat (103).

 

Pinneke van Dun

café Van Dun                                                               

café aan het Lijnsheike.

 

Pirke Staok                   

café fam. Van de Staak

al in 1832 werd dit pand in de Reeshof vermeld als “de Kievit”. In 1877 was hier een kastelein bekend, dus was het (ook) café. In 1910 vestigde Petrus (Peerke) van de Staak zich hier, die daarvoor meesterknecht was bij een steenfabriek, aan de Reeshofdijk die de grens markeerde met de (toen) bewoonde wereld. Pas in die tijd raakte het café erg bekend, bijvoorbeeld door enkele voetbalvelden die Peerke op een deel van zijn weilanden liet aanleggen. Na drie generaties van de familie Van de Staak ging de zaak over naar een nieuwe eigenaar die de naam veranderde in Kievitshoeve. Veel oudere Tilburgers hielden het toch liever bij het nostalgische Pirke Staok. In 2016 ging het pand nogmaals over naar een andere eigenaar die het grondig restaureerde en vernieuwde. Nu heet het “Peerkes Hoeve.”

 

 

de Pishoek                                                                    

hoek Korvelseweg-Berkdijksestraat

dit had ongetwijfeld te maken met de aanwezigheid van een aantal cafés en enige bierbrouwerijen in die buurt.

 

de Plee van Willemien

closetpot Stadhuis

 

 

 

Omdat koninklijke gasten ook maar mensen zijn, was in het Stadhuis op de Markt één toilet voorzien van een chique closetpot, “voor het geval dat…,” tijdens een koninklijk bezoek. Toen de sloop van het gebouw in 1971 echt naderde, organiseerde de gemeente een afbraakfeest voor ambtenaren en oud-ambtenaren. Zij mochten allemaal iets meenemen voor zover het geen kwaad kon. Hoewel de “Plee van Willemien” niet tot deze categorie hoorde, was er toch iemand die het presteerde om die te demonteren en ongezien uit het gebouw te krijgen. De burgemeester (Cees Becht, zie hoofdstuk 1) werd pisnijdig en dreigde de politie in te schakelen. Ze zijn er echter nooit achter gekomen wie het gedaan had. Wel werd de schade al gauw hersteld, en wel op carnavalszaterdag 1972, toen de prins Fons (Kleintjes) d’n Irste met zijn gevolg traditiegetrouw z’n opwachting maakte bij de burgemeester om de sleutels van de stad in ontvangst te nemen. In ruil kreeg den börger tot zijn grote verrassing de vermiste Delfts blauwe closetpot terug, met een fraai blauw lint eromheen. De onderstaande foto heeft maart 2011 in het Brabants Dagblad gestaan waarop de dader (de dan 76-jarige Ed Ghering, op de foto rechts) besloot openheid van zaken te geven en uit de doeken te doen hoe hij dat gefikst had zonder dat iemand het ooit te weten kwam.   

 

We zien v.l.n.r.: burgemeester Becht, wethouder Ed de Grood (petje), raadslid Joop Brouwers, prins Fons d’n Irste en adjudant van de prins Ed Ghering die zich nog 39 jaar van de domme zou houden.

 

Plèktunnel

donkere, stille onderdoorgang

waar je goed intiem kon zijn, ideaal plèkplèkske voor puberstelletjes. Als voorbeeld is genoemd een onderdoorgang naast de vishandel van Klaas Bot in de Oerlesestraat (tussen de Veestraat en Trouwlaan) 

 

et Poejerhòk

bedrijfsgebouw Lovense Kanaaldijk                                         

dit was de voormalige brouwerij De Kroon van Antonie de Kroon aan de Lovense Kanaaldijk (voorheen Hoevense Kanaaldijk Oost) ter hoogte van de Bosscheweg, gebouwd in 1868 en gesloopt in 1968. In dit gebouw zijn na de brouwerijperiode ondermeer een groentedrogerij en kunstwolmalerij gevestigd geweest; activiteiten die kennelijk met veel stof (poejer) gepaard gingen. Ook heeft de Vormenfabriek hier van 1927-’37 gezeten voordat deze naar de St. Ceciliastraat verhuisde (zie hoofdstuk 1, bij Cornelis Joh. Nooteboom)

 

Het Poejerhok op een foto uit 1928 kort nadat de Vormenfabriek hier begon, met een indrukwekkende stellage op het dak. De draaibrug die juist is geopend zal later vervangen worden door een hefbrug. Op de achtergrond de spoorbrug over het kanaal (coll. RAT).

 

Situatie Poejerhok nadat de hefbrug in de Bosscheweg gereed was gekomen.

 

de Poel

buurtje zuidkant Oerlesestraat

kleine wijk tussen de Oerlesestraat, Generaal Smutslaan, Kaapkoloniestraat en de Tafelbergstraat (de vroegere Poelstraat). Vroeger vormde de Oranje Speeltuin het hart van deze hechte volksbuurt. Tegenover De Poel, aan de andere kant van de Oerlesestraat, was et Körvels Huukske (zie daar.)              

 

de Poepsteeg                               

Hoogtestraat                               

omdat er veel zwervende neringdoenden (“poepen”, van het Duitse “Buben”) woonden, of omdat het een plaats was waar veel gevreeën werd (“poepen” als verbastering van “poppen” = vrijen.) Dit laatste zowel door jonge liefhebbers die een rustig donker plekje zochten, als door mensen van buiten die in enkele oude kleine wevershuisjes tegen betaling aan hun trekken konden komen. Ook overdag geen straat met veel daglicht: aan de ene kant de vette walm uitblazende achtergevel van chroomlederfabriek De Hinde; aan de andere kant een braakliggend terrein dat als klandestiene stortplaats diende.

 

In de Poepsteeg was overdag niet veel te doen. Zo lag die er in 1972 nog bij, tussen de Hoogtedwarsstraat en de Varkensmarkt.

 

de Poort nor et Kèrkhof

eerste ziekenhuis

zo werd het eerste ziekengasthuis van Tilburg genoemd, het Burger-Zieken-Gasthuis dat in 1827 werd gehuisvest in de wijk Veldhoven, aan het huidige Wilhelminapark. Voor dit doel kocht de fabrikant W.J. Mutsaerts daar toen een voormalig fabriekshuis. Mutsaerts behoorde tot zijn dood in 1830 tot het eerste regentencollege van het ziekenhuis. 

 

de Pr(l)èlwèg                              

Spoorlaan                      

omdat deze parallel loopt aan de spoorlijn. Als je het precies wist en er de moeite voor over had, sprak je deze bijnaam uit als "Prlèlwèg." Omdat dit moeilijk uitspreekbaar is verviel de eerste letter l.

 

De Prèlwèg ter hoogte van het station in de richting van de Heuvel gezien (foto uit 1910, coll. RAT)

 

De Prèlwèg ongeveer op hetzelfde punt in omgekeerde richting gezien, met links op de hoek met de Stationsstraat de zaak van Albert Jansen, bekend van de soirees intimes in de tijd van De Stijl (zie hoofdstuk 1, Antony Kok. Foto coll. RAT)

 

Prima Rotzooi In België Afgekeurd             

Priba                                 

de werkelijke naam van dit Belgische warenhuis was een samentrekking van Prix Bas. Het vestigde een filiaal in de Heuvelstraat, dat door het Tilburgse kooppubliek met de nodige scepcis werd ontvangen. Het heeft het er dan ook niet zo lang uitgehouden. In het grote pand kwam vervolgens een overdekte markt.

 

De Priba in de Heuvelstraat. Helemaal links en deel van de bekende kantoorboekhandel Aarts & Co. Achter de bestelauto op de hoek het beeldbepalende pand van Hamers-van Hooff.

 

(de) Put van (Van) Hees of ZEM-put

Oostplas                                         

waterplas langs de A58 ter hoogte van Abcoven en de Hoge Wal (Goirle), waar wordt gevist en gedoken. Dit water is ontstaan uit een zandafgraving, nodig voor het aanleggen van het verbindingstuk tussen de autoweg naar Eindhoven en die naar Breda aan de zuidkant om Tilburg heen. Aanneem- en sloopbedrijf Van Hees mocht er puin storten, waarmee de oevers werden verstevigd.

 

 

4.R

 

et Radioplèntje                                                                         

ruimte Heuvelstraat – Nieuwlandstraat

waar vroeger een druk kruispunt met stoplichten was (Nieuwlandstraat-Heuvelstraat-Zomerstraat-Raadhuisstraat) via welke ook veel doorgaand verkeer zich door het centrum moest wurmen, is een luwtegebied ontstaan met enkele terrasjes en een boom in het midden. De bijnaam van deze locatie verwijst naar een vroegere concentratie hier van enkele zaken in radio, televisie en andere elektronische artikelen: Van Boxtel (als destijds de bekendste), de Radiobeurs en Groothuis. Meer dan genoeg reden om daar de naam et Radioplèntje aan te geven, ook toen er successievelijk maar één elektronicazaak overbleef (de Radiobeurs). Onderstaande foto’s zijn van Tilburgse Herinneringen op Facebook.

 

“Hoe zullen wij dit pleintje noemen?” Sinterklaas brengt uitkomst! Dit gebouw is ontworpen door architect Frans C. de Beer en gebouwd in 1947 direct naast de eerste, kleinere winkel van Van Boxtel die werd afgebroken voor de Raadhuisstraat (foto uit 1948)

 

Ludo van Boxtel de radiopionier. Hier in 1938 op de Heuvel als mobiele service van Philips.

 

In 1953 opende Groothuis een zaak aan het Piusplein in radio, televisie e.a. Hij vestigde zich op zeker moment heel stoer op de hoek van de Nieuwlandstraat met de Zomerstraat, tegenover grote broer Van Boxtel (links, net buiten beeld). Met de Radiobeurs erbij (waar op de foto de naam van te zien is) werd het er nogal druk. Het was een echte cluster geworden die logischerwijs Radioplèntje werd genoemd. Groothuis is na niet al te lange tijd weer teruggegaan naar het Piusplein. Deze foto is in 1973 genomen uit de Heuvelstraat met op de achtergrond het klokkentorentje van de hervormde Pauluskerk.   

 

Soms werd er nog een poging gedaan de elektronische decibellen te overstemmen. Hier marcheert Drumfanfare Volt over et Radioplèntje (1989)

 

Raketflat of et Pòtlôod

hoogbouw Triborghterrein                                                             

flatgebouw op voormalig Triborghterrein, Bisschop Zwijsenstraat - Anna Paulownahof, vanwege de vorm.

 

Raldaldal                        

het Huis der Duizend Likeuren       

voormalig café bij het draaibruggetje op de Prinsenhoeven, destijds St. Josephstraat 2, laag achter de dijk op een hoek gelegen. Hier kwamen vroeger veel paardenmensen en jagers binnen. De kroegbaas die Kees de Reijer werd genoemd was ook een paardenman (zie hoofdstuk 1, Kees van Nieuwamerongen). In de jaren 1950 werd dit café een ontmoetingsplaats voor kunstenaars, beoefenaren van creatieve beroepen in het algemeen en kunstminnaars. Kees de Reijer van Nieuwamerongen vond dat schitterend, want het kon voor hem niet gek genoeg. Bovendien dreigde zijn café in de naoorlogse jaren wat in verval te raken. Het verhaal wil dat hij er als enige in was geslaagd om gedurende de oorlog door te blijven draaien omdat hij was gespecialiseerd in likeuren en daar een zeer grote verzameling in had, terwijl andere dranken niet te verkrijgen waren. Na de oorlog kreeg hij weer concurrenten en gingen de zaken geleidelijk aan voor hem minder voorspoedig. De kunstenaars, die eerst altijd op de zolder van Gé en Lucie Hurkmans in de Goirkestraat bijeenkwamen, waren bij hem zeer welkom. In de jaren 1950 hielden sommigen van hen er ook exposities, onder wie Jan van Riel, Jos Zeegers en Kees Mandos (zie hoofdstuk 1).

In “Raldaldal” vonden ook wel verhitte discussies plaats over kunst en werden ideeën op kunstgebied uitgebroed. Legendarisch is geweest de manifestatie De Klad in de Pers (1956), waarbij Brabantse journalisten tekeningen en schilderijen exposeerden, die door kunstenaars werden beoordeeld en gerecenseerd. Ook werden er voetbalwedstrijden tussen journalisten en kunstenaars gespeeld op het terrein van de AaBe-fabriek. Piet van Ierlant (zie hoofdstuk 1) die sportwethouder was en zich graag in dit café liet zien, was dan de scheidsrechter.

 

Het voetbalveld van AaBe aan de Ringbaan Zuid wordt met zorg geprepareerd, misschien wel voor een van de wedstrijden die de kunstenaars en journalisten in Raldaldal hadden bekokstoofd (foto: Tilburgse Herinneringen op Facebook)
 

Een ander initiatief was het houden van een Kunstklòttermèrt (zie Klòttermèrt) voor het eerst in 1953. Vlak voor Sinterklaas konden Tilburgers dan voor een zacht prijsje een schilderij of iets dergelijks kopen, waarmee “de kunst naar het volk” werd gebracht. In 1955 werden hiervan door de KRO tv-opnames gemaakt. De bijnaam “Raldaldal” had te maken met een carnavalslied dat de bezoekers van het etablissement zelf hadden verzonnen.

 

De Piushaven met de kerk van Broekhoven I op de achtergrond. Rechts nog glorieus “Raldaldal” aan de Havendijk bij de brug van Prinsenhoeven. De Piushaven beleeft vanaf ca. 2000 een fraaie revival als woon- en recreatiegebied. De gebouwen links doen daaraan mee: de oude ijzergieterij die ook tijdelijke kerk en supermarkt is geweest werd grondig gerenoveerd en omgebouwd tot woonbestemming. Daarnaast is de voormalige pastorie nu als Villa Pastorie een geliefde horecazaak (foto Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

    

Sfeertekening van Raldaldal door Cees Robben (Collectie Cees Robben Stichting, Goirle)

 

Voor de Tilburgse revue 'Duizend dromen' (2011) schreef Ed Schilders een scène die zich in het Huis van de Duizend  Likeuren afspeelt. De uitvoering van het bijbehorende lied kan hieronder worden afgespeeld. De muziek is gecomponeerd door Peter van Beijnum.

 

 

Videoproductie: MovedMedia, Tilburg

 

Frans Mandos Tzn in zijn kraam op de Kunstklòttermèrt

 

Razzeldazzel                

Amicitia                                          

dancing van Sociëteit Amicitia nabij de Heuvel aan het eind van de jaren 1920 gevestigd in de oude Stadsschouwburg (Metropole, zie hoofdstuk 1 bij Herman van der Waarden) waar je kwam via een naamloos straatje dat tegenover de Spoorlaan op de Heuvel uitkwam, tussen het huis van KNO-arts van Iersel en het bureau van den Fabriekaantenbond (zie hoofdstuk 2 en in dit hoofdstuk Maison Boes) in. Deze dancing werd Razzeldazzel genoemd omdat men er, anders dan in gangbare gelegenheden, op een nieuwe manier danste "die niet mocht," of in ieder geval niet hoorde. Razzle-dazzle is in de twintiger jaren in Amerika een bekend begrip: "(the) razzle-dazzle (of the) roaring twenties (of) Chicago." Ook scoorden in de jaren 1950 Bill Haley & His Comets een hit met (do the) Razzle-dazzle (dance with me.)  

 

de Rijks            

Koninklijke HBS Willem II                                 

in 1866 opgericht. In 1964 is de naam veranderd in Koning Willem II-lyceum, later in Koning Willem II College, maar men bleef toch bijvoorbeeld zeggen: "Zit jöllieje Loewie nie op et Odulphus?" "Neej, op de Rijks." 

 

de Rimboe                     

Sportterrein De Boschkens                                             

bestaande uit twee voetbalvelden met kleedkamers en een kantine, gelegen in Goirle voorbij de Bakertand aan de A58. De fraters van Huize Nazareth (zie bij "Naatje Huisarrest") hebben het terrein ooit gekregen ten behoeve van de jongens van hun instituut die intern waren. Die konden er spelen en voetballen. In 1972 nam Harrie Zoontjes het beheer over. De velden werden vervolgens gebruikt voor "wild voetbal", dit wil zeggen voor ad hoc wedstrijden en toernooien van vaste clubs of gelegenheidsteams. In 2002 is het laatste uur aangebroken voor dit terrein, omdat er op gebouwd gaat worden.    

 

Het Rode Fietspad

fietsroute door de stad

In de jaren zeventig was de auto nog echt de alleenheerser op de weg. Tilburg was een van de eerste steden die dacht aan een georganiseerd fietsnetwerk. In 1977 was de fietsroute met de bijnaam Het Rode Fietspad een feit. Dit trok veel bekijks, zelfs van nieuwsgierige buitenlandse ogen. Het eerste fietstraject voerde langs de Tivolistraat, Heuvel, Heuvelring, Tuinstraat, Korte Schijfstraat en Boomstraat en was uitgevoerd in tegels resp. asfalt in een roodachtige kleur.

 

het Rondje van de Koerier

rubriek Tilburgse Koerier

jarenlang heeft er iedere week in de Tilburgse Koerier (huis-aan-huisblad, opgericht in 1957) een foto gestaan die op een willekeurige plaats in de stad was genomen door fotograaf Van Aarle (Korvelseweg). Het hoofd van een willekeurig persoon op die foto werd omcirkeld. Deze gelukkige kon bij de redactie een prijs ophalen, beschikbaar gesteld door de middenstand.

 

de Rôoj Panne                             

St. Joseph-studiehuis, nu instelling voor vakonderwijs              

opgericht door de paters van Mill Hill aan de (toenmalige) Tongerlose Hoefstraat (1914) vanwege de kleur van het dak. Dit internaat is eerst enkele jaren (1912-1914) gevestigd geweest aan het Wilhelminapark, daarna van 1914 tot 1973 in de Rôoj Panne. In dezelfde straat is ook de Oliemolen (2, zie daar) een tijdje eigendom geweest van Mill Hill. In de Rôoj Panne is nu een scholengemeenschap gevestigd voor vakonderwijs. Deze onderwijsinstelling heeft zich sterk uitgebreid met nieuwe gebouwen in de richting van het Hasseltplein. De Groene Long (zie daar) is daarmee flink rood uitgeslagen zou je kunnen zeggen. Het markante oorspronkelijke gebouw met de Rôoj Panne is van de bekende Tilburgse architect Jan van der Valk (1873-1961).

 

Vroege foto van het St. Joseph-Studiehuis van de paters van Mill Hill, later onderwijsinstelling de Rôoj Panne.

 

de Rôoj Schouwe                                                                      

schoorstenen Frans Mutsaerts & Zn.

zo noemde men drie markante schoorstenen van de wollenstoffenfabriek van Frans Mutsaerts & Zn aan de Spoorlaan ter hoogte van de Noordstraat, die in 1979 werden gesloopt voor de nieuwbouw van garage Knegtel (zie hoofdstuk 1: Joannes Franciscus Mutsaerts)

 

Vanuit de Gasthuisstraat kijken we hier de Noordstraat in, die toen helemaal tot het spoor ging. Voorbij de overweg direct links zijn enkele schouwe van de fabriek van Frans Mutsaerts te zien. Rechtboven een stukje van de Noordhoekse kerk (foto uit 1925, Tilburgse Herinneringen op Facebook).

 

 

4.S

 

et Schaopstròtje                       

Telefoonstraat                           

in 1870 was dit nog het Haagstraatje. Werd in die periode ook wel et Schaopstròtje genoemd naar de enige familie die er voorheen woonde. Voordat de huidige naam officieel van kracht werd heette deze straat ook een poos (in 1895 in ieder geval) Tuinpad.

 

de Schèèf                        

Lange Schijfstraat

en omgeving, vroeger de Schijfakkers, vooral bekend om de aanleg van het eerste kerkhof buiten de stad volgens toen nieuwe richtlijnen voor het begraven van overledenen. In 1813 in gebruik genomen als algemene begraafplaats aan de Bredaseweg. Na verdere grondverwerving werd in 1834, mede dankzij Thomas van Dooren (zie hoofdstuk 1), het kerkhof grotendeels gekocht door de parochie van het Heike. Tot 1930 bleef een deel in gebruik als protestantse begraafplaats. Vanaf 1887 werd er een monumentaal hekwerk omheen gezet met heiligenbeelden. Het geheel is nu erkend als rijksmonument. Het heeft echter geen haar gescheeld of de beelden waren ten prooi gevallen aan de gemeentelijke vernieuwingsdrift. Enkele beelden stonden in de jaren 1970 al klaar bij oudijzerhandel Van Raak (zie ook hoofdstuk 1) om naar de smeltovens te worden gebracht, toen ze werden gered door een interventie van prof. Van den Eerenbeemt en zijn actiecomité: “Heiligen gaan niet naar de hel”. Pas in 1999 kon de hele groep worden herenigd, nadat ook het laatste beeld dat al in handen van derden was gevallen kon worden teruggekocht.

 

 

de School met het Kroontje              

Wilhelminaschool    

dit was een openbare school in de Molenstraat. Naast de koninklijke naam van deze school prijkte er op de gevel een vergulde kroon. Toen onder de oorlog de naam Wilhelmina moest worden verwijderd liet men het kroontje stiekem staan. Vandaar de bijnaam. De Norbertusulo (zie “de Klinkert”) mocht rond 1950 enkele klaslokalen van de Wilhelminaschool gebruiken.

 

de Schôone Leij                          

de Nieuwe Leij                            

zie bij de Vèùle of Oude Leij.

 

Of het water schoon is kun je niet zien, maar het is wel en hil schôon plòtje (foto uit 1900 van de Leijweg langs de Leij, Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

de Schôot van Zwijse

monument mgr. Zwijsen                                                    

het standbeeld van de breeduit zittende mgr. Zwijsen, die lang "de wacht heeft gehouden" voor de oprijlaan met vijver van het paleis van Koning Willem II (later verhuisde het beeld naar de zijkant van de Heikese kerk, zie hoofdstuk 2 bij de Fraters van Tilburg) vormde een favoriete speelplek voor deugnieten die er graag op te klauterden. De politie die vanuit het bureau aan de overkant een oogje in het zeil hield maakte de jongelui wijs dat dit gevaarlijk was omdat je daar een ziekte van kon oplopen (door de groene uitslag). Ook was het een favoriete slaapplaats voor jongelui die te diep in het glaasje hadden gekeken om hun roes uit te slapen.

 

Sjoo Lèp                            

fa. De Lepper                  

snoepwinkeltje Oerlesestraat (begin 20e eeuw)           

 

de Slabak, of de Trechter    

CZ-kantoor                   

entreepartij van het nieuwe kantoor van de CZ-groep aan de Ringbaan West (ca. 1995) met (letterlijk) opvallende vorm.

 

de Sloeber                     

De Lopende Man        

kunstwerk van Peter Erftemeijer in brons uit 1990 op de Oude Markt, tegenover de Heikese kerk.

 

 

de Spataojersbank                                                  

bènkske in het Wandelbos

waar aaw mènnekes die niet meer zo goed horen dicht bij elkaar gaan zitten, “omdèsse aanders mekaar nie bekweeke gekreege kunne krèège.” 

 

et spèùthèùs

van de vrijwillige brandweer                                                                         

hierin stond hun slangenwagen. Bij brandalarm spoedden de spuitgasten zich hierheen om uit te rukken naar de plek des onheils. Vroeger waren er in de stad vijftien kringen van de vrijwillige brandweer. Er is één spèùthèùs bewaard gebleven: aan de Gasthuisring nr. 8.

 

ene Spèèkers

kindervoertuig Willem Spijkers                                                                  

dit was een trapvoertuig voor kinderen, in de jaren 1950 gemaakt door Willem Spijkers uit bijeengescharrelde oude onderdelen die hij met elkaar verbond door elektriciteitsbuis. Zo reed menig kind op den Bèsterd rond in een echte Spijkers. 

 

het Spoor van Claesen

werktrein steenfabriek Claesen                                                   

smalspoor bij de steenfabriek van Claesen op de Rauwbraken vlak bij de Heikantsebaan (tegenwoordig de Jac. van Vollenhovenstraat), dat diende om leem aan te voeren uit de leemkuilen die ten zuiden van de huidige Zuiderkruisweg lagen (zie ook de Kieteltèùn, et Trèntje van Steeves en in hoofdstuk 1: A.J. Claesen). Aan de westzijde van de leemkuilen stond een watermolentje om het waterpeil te reguleren.

 

de Spoorzone                                                                             

terrein grenzend aan het spoor

toen in 2011 de Hoofdwerkplaats van de Spoorwegen (zie den Atteljee) uit het centrum van Tilburg verdween, kwam er achter het station parallel aan het spoor een strook van 1 kilometer lengte vrij voor stadsontwikkeling. Er werd gekozen voor een combinatie van nieuwbouw en hergebruik van als waardevol bestempelde gebouwen. Dit werd een langjarige operatie die tot  nieuwe kansen moest leiden voor wonen, werken, leren en recreëren in de binnenstad. Ook kwam er nu ruimte vrij voor extra voorzieningen in en om het station w.o. een noordelijke toegang (Burgemeester Stekelenburgplein) en een nieuwe oost-west verkeersader (Burgemeester Brokxlaan).

 

Het hart van de Spoorzone in 1983 met de reusachtige LocHal uit 1932. Enkele hallen links daarvan zijn gesloopt om ruimte te maken voor de noordelijke toegang van het station. Daarachter links is de Pellikaan ijshockeyhal te zien die er ook niet meer is (verplaatst naar Stappegoor). Linksvoor is een stukje van het Kroepoekdak te zien met “de Wasknijper” (zie daar. Foto Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

De Spoorzone grenst in het oosten aan het NS-Plein. Daar staat de enorme Koepelhal, hier in vogelvlucht te zien, die zeer geschikt is voor grote evenementen. Op de achtergrond linksboven de Heuvelring en in het midden de hoogbouw aan het Pieter Vreedeplein (foto John Schouten, bureau Van Eijndhoven)    

 

Voor afbeeldingen van de Polygonale Loods en de Houthal aan de westkant, zie bij den Atteljee. Aan de zuidwest zijde van de spoorlijn is in 1959 een rangeerterrein aangelegd waar Van Gend & Loos en de brandstoffenhandel Piet van Beurden zich vestigden. Deze ruimte is ook nog tot de Spoorzone te rekenen. Nu ook dit terrein is vrij gekomen en een aantal jaren tijdelijke functies heeft vervuld, zijn er in 2016-’17 plannen ontwikkeld om daar een publiek Spoorpark aan te leggen.

 

 

en spuul

functionele waterplas                          

plas water voor industriële (voor het spoelen van wol) en andere (was) doeleinden (bijv. aan het Hasseltplein)

 

De Hasseltse kapel had een bekende spuul voor de deur, hier op een foto van Schmidlin uit 1927

 

de Stêek van Put

hoofddeksel Jan van der Put                                                                            

(“ministers-”) hoofddeksel met opgeslagen randen van Jan van de Put (ook wel Jan Put genoemd), conciërge van de sociëteit de Nieuwe Koninklijke Harmonie (zie de Hèrmenie), die dit vermoedelijk in 1893 heeft gedragen bij het 50-jarig bestaan van de sociëteit. In 2000 is de steek gevonden door Theo Dekker (1926-2003; archivaris, inspirator en verzamelaar van Tilburgse zaken, x Deen Tuerlings) tijdens een opruiming voor een grote verbouwing van de sociëteit. Hij wist er ook bij te vertellen dat Jan van de Put altijd de grote trom droeg als de harmonie uittrok, en dat hij in zijn functie werd opgevolgd door zijn zoon Gérard.

 

et Stèève Zaand                         

Stevenzandsestraat

(en omgeving) bij de Piushaven. Vermoedelijk oorspronkelijk afkomstig van “het Zand van Steven.”

 

de Stenen Kamer                       

het Kasteel van Tilburg        

dit werd in de 15e eeuw gekocht door Jan van Haestrecht, heer van Tilburg, in de omgeving van de huidige Hasseltstraat. Van “die stheenen camer aan die Hasselt” is niet veel bekend gebleven. In 1858 verkochten de laatste eigenaressen, de freules Margaretha, Catharina en Clarina van Hogendorp het, en enige tijd later is het afgebroken voor de bouw van de fabriek van Pessers (zie hoofdstuk 1, Bernard den Gouwen Bult Pessers). Men zegt dat de stenen van het kasteel zijn gebruikt om de fabriek en enkele huizen in de Goirkestraat te bouwen, waaronder dat van Nicolaas Pessers zelf (de oprichter van de fabriek). Toen de fabrieksgebouwen in 1977 gesloopt werden zijn er muurtjes opgetrokken langs de lijnen van de vroegere fundamenten van het kasteel. 

 

de Stinkerd   

tram naar Dongen                                                   

zo werd de tram genoemd die van de Spoorlaan via de Hasseltse kapel naar Dongen ging.

 

het Stoomkasteel     

ketelhuis BeKa                                                          

dit was een imposant bijgebouw uit 1904 van de textielfabriek Van den Bergh-Krabbendam aan de Sint Josephstraat, waarin de stoomaandrijving van deze fabriek werd ondergebracht. Het werd in 1965 gesloopt, voordat de overgebleven gebouwen de monumentstatus hadden verworven. BeKa was gevestigd in de vroegere gebouwen van de Lancierskazerne (zie et Krimmatooriejum). 

 

Het fabriekscomplex van BeKa in z’n glorietijd met het grote ketelhuis voor aan de St. Josephstraat. Links daarvan en linksachter de voormalige kazerne met paardenstallen van Koning Willem II.  

 

de Straotwèg

weg naar Turnhout                                                                

zo werd de wegverbinding tussen Tilburg en Turnhout ook wel genoemd. Deze kwam in 1855 gereed.

 

et Stripkespak of Muzenkoffer       

Concertzaal                  

zo genoemd naar de grote zaal met geribde zijkanten. In 1996 gebouwd naast de schouwburg naar ontwerp van Jo Coenen, als blikvanger en bekroning van “het Kunstcluster” dat een aantal kunstopleidingen van de hogeschool Fontys (de vroegere R.K. Leergangen) omvat op het gebied van dans en muziek. De officiële opening vond plaats tijdens een gala-avond in aanwezigheid van Koningin Beatrix (zie ook hoofdstuk1, bij Gerrit Brokx)

 

Et Stripkespak aan de Schouwburgring zijde (foto Karel de Beer 2005)

 

De grote zaal, spiegelend in de glazen wand van het zijgedeelte met trappen en gangen. Het open klapraam geeft een speels effect (foto Karel de Beer 2005)   

 

et Stròtje bij den heer Brands                                        

Pieter Vreedepad                     

dit kwam uit op de Heuvelstraat waar vanaf 1878 Norbert W.W. Brands woonde, op de plaats van de latere V en D. Daarvoor, vanaf circa 1840,  woonde hier Hendrik (Heintje) Frederik Lodewijk Vreede (1810-’68, een kleinzoon van Pieter Vreede) lakenfabrikant, lid van de gemeenteraad en voorzitter van de Kamer van Koophandel. Het huis van Brands moest wijken voor het warenhuis, waarmee ook et stròtje verdween (zie: “De Straten van Tilburg” door Ronald Peeters, Tilburg 1987)

 

et Stròtje van Jan Tabak      

Berkdijksezijstraat 

kwam uit op Berkdijksestraat ter hoogte kruidenier Dusee. Bestaat nu niet meer (nu is daar de uitbouw van apotheek Zorgvlied.)

 

et Stròtje van Jantje Marienus, of Marienusstròtje                         

steegje naast café-restaurant Marinus

achter de Heikese kerk door het steegje naast de winkel van Bronsgeest (zie et Bronsgiststròtje), zo kwam je bij café-restaurant Marinus (of het Tilburgsch Koffiehuis). Daarlangs was een steegje dat genoemd werd naar deze zaak. Marinus was onder middenstanders een bekende en geliefde ontmoetingsplaats (zoals van de R.K. Handelsvereeniging) en speelde een belangrijke rol in het sociale en maatschappelijk leven van de stad. Zo vond hier in 1896 de oprichting van voetbalclub Willem II plaats, in eerste instantie onder de naam Tilburgia. Initiatiefnemer was Gerard de Ruiter, een stagiair bij de Werkplaats der Spoorwegen (zie den Atteljee). Van veel meer verenigingen en andere gezelschappen stond bij Marinus de wieg en zij bleven vaak hun thuis houden in dit café. Ook in de culturele hoek werd Marinus legendarisch, vooral onder schrijvers en dichters. Rond de jaren twintig hebben Theo van Doesburg, Antony Kok (zie hoofdstuk 1), Marnix Gijsen, Wies Moens, Antoon Coolen, Anton van Duinkerken, Pieter van der Meer, Gerard Knuvelder, Hendrik Moller en Jan Engelman dit etablissement bezocht. Zij hadden ieder wel iets met De Stijl en het Dadaïsme, of waren representant van het Brabants katholicisme (zie ook hoofdstuk 1, Frans Siemer). Anton van Duinkerken moest lang zoeken voordat hij café Marinus vond, waarin de “Roomsch Katholieke Jongeren” hun eerste onderlinge kennismaking vierden. Hier had hij zijn historische ontmoeting met Antoon Coolen, die hem de hand schudde en enkel “Brabant” zei. Brabantia Nostra was hier!

Afgeleide uitspraak: “hij is (hartstikke) Jantje Marienus,” wat wil zeggen “hij is morsdood," of: “hij is straal bezopen.”

 

Café-restaurant Marinus op een foto uit 1900. De persoon rechts staat voor het steegje.

 

et Stròtje van Taminiau of Pissteegje        

Damsstraat                   

liep achter praktijk en tuin van dokter Taminiau om (zie hoofdstuk 1, o.a. Antoon “Pum” Taminiau) van Korte Heuvel naar Piusplein. Hier stond het huis van Dams, totdat zijn kleinzoons Eduard en Alfons Janssens in de 19e eeuw een nieuw huis bouwden, waar (in een deel) van 1902 tot 1999 de familie Taminiau woonde. Na de verkoop van het onroerend goed door deze familie is et stròtje tijdelijk afgesloten geweest in verband met herinrichting van het gehele perceel en ingrijpende verbouwing van het huis tot horeca bestemming. In 2001 is restaurant Storm er geopend. De tweede bijnaam die ik voor dit straatje zag verwijst naar de ligging in het uitgaanscentrum van de stad, tussen het Piusplein en de Korte Heuvel met hun talrijke cafés in. Het straatje biedt aan hen die op uitgaansavonden in hoge nood verkeren gelegenheid om snel tot ontlasting te komen!

 

 

4.T

 

Taminiau’s Troetelkind      

het Algemeen Afdelings Ziekenfonds AAZ             

het eerste grote Tilburgse ziekenfonds, opgericht in 1914, waar dokter Philippus (Philip) Lodevicus Marcus Maria Taminiau (Utrecht 1874 - 1940, zie ook hoofdstuk 1: Antoon “Pum” Taminiau en hierboven et Stròtje van Taminiau) met succes het vuur voor uit zijn sloffen liep. Taminiau was zeer betrokken bij het ziekenfondswezen en bij de NMG (Ned. Maatschappij tot bevordering der Geneeskunde, later met de K van Koninklijk ervoor). In 1910 was hij een van de initiatiefnemers voor het houden van een congres van de NMG in Tilburg vanwege het 50-jarig bestaan van de Kring Tilburg. Het congres werd een groot succes want de moeizame verhouding tussen geneesheer en levensverzekering werd er eindelijk geregeld. Dit feit werd wel “de Vrede van Tilburg” genoemd. Taminiau promoveerde ook op een onderzoek naar erfelijkheid van bepaalde ziektes. Hij was maatschappelijk actief bij enkele culturele instellingen, zoals de afdeling Tilburg van de Maatschappij tot bevordering van de Toonkunst. Philip Taminiau was de overgrootvader van de bekende couturier Jan Taminiau (geb. Goirle 1975).

Taminiau was tot het laatst (1940) nauw betrokken bij zijn troetelkind het AAZ (Algemeen Afdelings Ziekenfonds). Dit was van 1914-’36 gevestigd bij apotheek Kerssemakers aan het Wilhelminapark. In dat laatste jaar telde het al 33.000 verzekerden. In 1950 was dat 137.000 en dit bleef geleidelijk toenemen. In 1966 betrok het AAZ een groot nieuw kantoorpand (architect Jos. Bedaux) aan de Tuinstraat, naast het kantoor van de Nederlansche Credietbank op de Heuvel. De naam veranderde vervolgens in Ziekenfonds Midden-Brabant en later in VGZ.

 

Philip Taminiau, dokter op de Heuvel 1904-’39 (foto 1930 van schilderij door Jan van Delft, coll. RAT)

 

Kringdiner NMG (Ned. Mij. tot bevordering der Geneeskunde) in 1904. Staand rechts dr. Philip Taminiau.

 

Het “kind” werd 25 jaar in 1939 en liet dit gedenkbord maken. “Dokter, ziekenhuis en medicijn brengen samen zonneschijn” staat erop. 

 

Foto Situatie Heuvel – Tuinstraat rond 1980. Het ziekenfondsgebouw ging wat schuil achter het bankgebouw van de NCB. De Tuinstraat was een veilige fietsstraat. De kantoorpanden werden niet veel later afgebroken voor het nieuwe Pieter Vreedeplein.

 

et Teepelhof                                                                

Iglonium

een groep van 39 onderling geschakelde iglo’s (halve bollen gemaakt van piepschuim) welke diende als tentoonstellingsruimte. Deze stond in 1971 opgesteld naast het gemeentehuis om de stad en haar activiteiten onder de aandacht te brengen (architect Jac. van Oers, zie ook bij de Pèèrse Hemel)

 

Dit moet een geënsceneerd plaatje zijn, want in werkelijkheid stond het Iglonium opgesteld aan de andere kant van het stadskantoor (huidige locatie Primark)

 

et Teerevèldje of et Teereplèntje

openbaar sportveld Zorgvlied                                                       

geasfalteerd sportveld op de hoek van de Burgemeester Rauppstraat en de Vierwindenlaan, ook gebruikt voor gymnastieklessen van het naastgelegen Parklandcollege. Op deze plaats heeft van 1957-‘69 de noodkerk van de parochie Petrus en Paulus gestaan. In 1968-'69 werd schuin ertegenover  aan de Vierwindenlaan de definitieve parochiekerk gebouwd. Bouwpastoor C. Manders heeft dat niet meer meegemaakt. Hij werd in 1965 namelijk benoemd in Hilvarenbeek (zie hoofdstuk 1: pastoor W.J.J.J. de Klijn). Jan Hoes (1917-2002) volgde in 1965 Manders op en werd in 1969 de eerste pastoor in het nieuwe kerkgebouw. Hij bleef in deze functie tot 1976. 

 

et Teurlings Molentje           

Veldhovense windmolen    

oorspronkelijk een oude standerdmolen aan het (nu) Rosmolenplein 57 waar Teurlings een café naast bouwde. De eigenaar die na hem kwam, Johannes Holten, sloopte de oude molen en bouwde in 1889 een nieuwe achtkantige stelling-/ korenmolen (zie foto). De romp die uit Amsterdam werd gehaald was van molen De Ruiter geweest. Vanwege de donkere beschermende bekleding die ze hier kreeg werd de molen wel “De Zwarte Ruiter genoemd” maar men bleef ook nog “Teurlings molen” zeggen. In 1926 werden wieken en kap verwijderd. Alleen een deel van de romp, spierwit geschilderd, staat er nu nog. De familie Teurlings bezat boven de lijn meerdere molens (zie ook hoofdstuk 1: Antonius A. Teurlings en bij Jacobus de Reus van Broekhoove Schraven).

 

De Veldhovense of Teurlings Molen met café Nieuw Molenzicht in 1900 (coll. RAT)

 

Thomas de Beerdriehoek

voormalig fabrieksterrein Thomas de Beer                                                        

het terrein van de voormalige wollenstoffen fabriek van Thomas de Beer (zie hoofdstuk 1 bij Norbertus, Nopke de Beer) nabij het Wilhelminapark, waar rond 1990 een nieuwe bestemming aan werd gegeven. De oude fabrieksgebouwen werden gesloopt maar het relatief jonge gebouw van de wolspinnerij (uit begin jaren zestig) bleef behouden en werd een centrum voor moderne kunst, het Museum De Pont. Dit ging in 1992 van start, gefinancierd uit de nalatenschap van mr. J.H. de Pont, die financieel betrokken was geweest bij de fabriek.    

 

Op de plaats waar vroeger de weefgetouwen stonden te klitsklatsen zijn nu woningen gebouwd, zoals dit appartementenblok uit 1995-’97 van architect Rudy Uytenhaak. 

 

Het Museum de Pont bestond 25 jaar in 2017 en kon bogen op een succesvolle eerste kwart eeuw. Linksboven: bij het 20-jarig bestaan in 2012 werd door de gemeente een poortconstructie aangeboden, ontworpen door Van Benthem Crouwel Architecten. Rechtsboven: ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan werd het museum verrijkt met een kunstwerk bij de ingang door Anish Kapoor (“Sky Mirror”), gesponsord door gemeente, particulieren en de kunstenaar zelf (vanwege zijn speciale band met De Pont). Onder: het museum van binnen met de grote hal op een rustig moment. Het licht en de ruimte zijn uniek.

 

De grote hal met prachtig natuurlijk licht en de wolhokken (op de grond: “Planet Circle” van Richard Long)

 

Prinses Beatrix als eregast bij De Pont op 16 september 2017 voor de onthulling van het kunstwerk van Anish Kapoor. V.l.n.r.: mr. Jos de Pont, oudste zoon van mr. J.H. de Pont (1915-‘87) en voorzitter van het museumbestuur; Wim van de Donk, commissaris van de Koning Noord-Brabant; Sophie Walker, partner van Anish Kapoor, tevens ontwerper van de tuin rond het kunstwerk; Hendrik Driessen museumdirecteur, met zijn kersverse koninklijke onderscheiding; Anish Kapoor, beeldend kunstenaar; Joy de Pont, vrouw van Jos; Prinses Beatrix (coll. De Pont)

 

Tilburg Boerke Mutsers      

halte Tilburg West (nu station Tilburg Universiteit)     

de voorhalte van de NS, gelegen tussen het winkelcentrum Westermarkt en de univeristeit in, is gebouwd op de plaats waar vroeger het overweggetje was voor Café Mutsaers in ’t Zand, het huidige restaurant, party- en congrescentrum Boerke Mutsaers (zie ook hiervoor bij Boerke Mutsers) naar de Delmerweg aan de overkant.     

 

       

In 1965 werd de Statenlaan onder het spoor aangelegd en vervolgens kwam links, rechts en in het midden de voorhalte Tilburg West tot stand. De Westermarkt is gerealiseerd (rechts achter) en Boerke Mutsers is inmiddels vernieuwd.

 

het Tilburgs Model

stedelijk bestuursmodel     

geavanceerd bestuursmodel met financieel beheerssysteem dat tot stand kwam in het midden van de tachtiger jaren, onder het burgemeesterschap van drs. H.B.P.A. Letschert (1924-1996, burgemeester van Tilburg van 1975-1988, x Wilhelmine Albertine “Wally” Maschhaupt, 1924-2004). Zijn opvolger Brokx kwam op het idee om het Tilburgs Model ook te gebruiken voor stadspromotie, en het in het buitenland uit te dragen om er munt uit te slaan voor de stad.

 

et Tönpadje                  

Tuinstraat                     

in 1871 verbreed en bestraat (zie ook bij Langepad) en uiteindelijk een mooie straat geworden (zie “Tuinstraat, de verbinding” door Berry van Oudheusden, Tilburg 2017)

 

 

de Torendreef                                                                           

laan in de Oude Warande    

omdat deze laan georiënteerd was op de toren van de Heikese kerk en daarmee de ligging van het hele bos bepaalde.

 

Of dit de Torendreef is of niet, de Heikese kerk is toch niet meer te zien aan de einder. Wel is dit zeker een van de lanen die zo typerend zijn voor de Oude Warande (foto Karel de Beer 2007)

 

het Trèntje van Steeves

smalspoor steenfabriek Stevens

De foto uit 1925 is van de achterzijde van steenfabriek Stevens aan de Lovense Kanaaldijk, hoek Enschotsestraat (huidig: Kapitein Nemostraat). Deze fabriek startte in 1920 met droogkamers die toen tot de modernste van ons land hoorden. Op de voorgrond een locomotief met kipkarren, die over een smalspoor enkele kilometers verderop in de leemputten (ter hoogte van de huidige Boogschutterstraat) hun grondstof gingen halen. Foto genomen van bij de huidige Gelrebaan richting Kapitein Nemostraat. In 1964 kocht de gemeente alle grond op voor industrieterrein Loven.

 

 

Trottoirtegelpoëzie

cultuurproject gemeente                                                   

project van de gemeente uit 1994 om, ter ere van de renovatie van de Stadsschouwburg, 23 tegels te leggen tussen de Noordhoekring en het kantongerecht, met daarin gebeitelde gedichten. Pijnlijke foutjes waren echter: er zat er niet één bij van een Tilburgse dichter, en de tegels waren niet dik genoeg zodat er scheuren in kwamen.

 

de Twaalf Apostele (2)                                                        

rijtje huizen Hoevenseweg

tussen Koningshoeven en AaBe/Hoevenseweg, voordat de Ringbaan-Zuid en later de Kempenbaan er doorheen werden getrokken (zie hoofdstuk 2: Tooke Zèùp).

 

Het Barrièrehuis (rechts) dat in 1835 werd gekocht door Prins Willem II van Adriaan Klaassen en enkele van de “apostelen” staan in 1971 te wachten op sloop. Het verkeer eist ruim baan. Op de achtergrond de eerste huizen van de wijk Jeruzalem (foto: Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

Twiggy of Miss Twiggy                                                        

beeldje Schouwburgring

het bronzen beeldje van een superslank meisje op de Schouwburgring bij boekhandel Bruna, dat op 13 oktober 1967 bij de oplevering door Nationale Nederlanden (eigenaar van het complex) werd geschonken. Genoemd naar een toentertijd populair modelletje uit de modewereld (slank was “in”!)

 

 

4.U

 

den Uunent                   

Udenhout                       

sinds de gemeentelijke herindeling van 1 januari 1997 behorend tot de gemeente Tilburg, tot groot verdriet van in ieder geval de toenmalige burgemeester van die plaats W.J.A. (Wim) Dijkstra, die maar kort daarvoor zijn wethouderschap in Tilburg had verruild voor deze burgemeesterspost.

 

 

4.V

 

Van Nuunestròtje              

Alexanderstraat                 

zijstraatje van de Heuvelstraat waar de winkel van Van Nunen Boes was (zie hoofdstuk 1: “Pop” van Nunen)

 

De winkels van Van Nunen Boes in de Heuvelstraat op een foto uit 1934 (coll. RAT)

 

de Vèèrekesstraot   

Hesperenstraat                         

zijstraat van de Korvelseweg, tegenover de paters Capucijnen en de Paoterstraot.

 

Vekaastere (de rôoje of de gruune)                            

1) fa. Wed. v. Casteren & Zn. resp, 2) fa. Harrie v. Casteren (Hacas)     

1) oud internationaal transport- en verhuisbedrijf (waaruit Scansped in Tilburg is ontstaan). Vroeger ook bekend om de rode verhuiswagens die werden getrokken door een (span) paard(en), met de voerman hoog op de bok. “Et pèèrd van Vekaastere” was een begrip. Ook de ironische uitdrukking: “Ge waart femielie as ge voerman most zegge teege Vekaastere.” Men noemde dit bedrijf ook wel de Rôoje Vekaastere om een onderscheid te maken met

2) de Gruune Vekaastere, die het groffere transportwerk deed, zoals zand. Dit bedrijf van Harrie van Casteren gebruikte groene vrachtwagens.

 

 

Jo Coolen, menner bij Van Casteren, hoog op de bok klaar vertrek (1958)

 

Locaal transport (drie foto’s van Tilburgse herinneringen op Facebook)

 

et Vèn                               

Piusplein                        

verwijst naar een plas water die hier vroeger was, zoals op het Hasseltplein (zie Spuul). Ook liep het hier nogal gauw onder als het hoosde. In 1869 werd deze plek, samen met de aansluitende grintweg naar Hilvarenbeek (de Bikse Dèèk), door de omwonenden spontaan genoemd naar Pius IX, die al sinds 1846 paus was (Piusstraat en Piusplein). Deze paus was in Tilburg erg gerespecteerd. Iedere mijlpaal die hij bereikte in zijn lange geestelijke loopbaan ging in die tijd hier met een grote feestelijke herdenking gepaard. Een aantal ex-zoeaven die voor Pius IX hadden gevochten woonden in Tilburg (zie bijv. hiervoor den Arteskraant en in hoofdstuk 1 Charles den Hoed Bastings). Pas in 1881 werden de namen Piusstraat en Piusplein door de gemeente officieel vastgesteld. Nog lang bleef het Piusplein bij oudere Tilburgers beter bekend als et Vèn. In die buurt herinnert de naam Hoogvensestraat nog aan de oorspronkelijke situatie, alsmede de oude benaming voor het Koningsweigebied: de (Lage) Venneweiden.

 

De gevolgen van een wolkbreuk in de Emmastraat in 1952. Als het Piusplein onder liep dan werd het ook in de aangrenzende straten een zwembad. Het kan goed zijn dat op de achtergrond de kermis staat opgesteld op het Piusplein, want het was een tijdlang een “traditie” dat de kermis door een wolkbreuk werd getroffen.

 

de Vètstrêep                                                               

plek op de Heuvel

nabij de Lindeboom, waar vanaf de jaren 1920 bussen vertrokken voor dagtochtjes. Op die plaats lag namelijk steeds motorolie op het wegdek.

 

de Veugelkôojkes

gebouw De StadsHeer

deze toren aan de Spoorlaan ter hoogte van de Noordhoek is 101 meter hoog en telt 31 verdiepingen waarvan de eerste zes worden ingenomen door kantoorruimte. Op Westpoint na is dit het hoogste gebouw van Tilburg. Op vrij willekeurige plaatsen steken er balkonnetjes uit, vandaar de bijnaam.

 

(foto Karel de Beer 2007)

 

de Veugeltjesbuurt                                                

deel wijk Broekhoven

“waor vur nòg gin vèèf cènt wonde;” verwijst naar straten met vogelnamen (niet alle!) Vroeger is in dat gebied een boerderij “Vogelzang” geweest.

 

Samen muziek maken hoorde er ook bij in de Veugeltjesbuurt. Foto uit 1960 van Harmonie Vogelenzang in actie bij buurthuis Lijsterstraat (parochie Broekhoven III, deelwijk Groenewoud. Foto: Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

de Vèùle Leij resp. de Vèùle Strôom           

de (Oude) Leij resp. de Voorste Stroom

in 1878 werd van de oude bedding van het riviertje de Leij in zuidoost Tilburg weer een waterloop gemaakt (ene blaawslôot, zie daar) om het vervuilde industriewater af te voeren. Stroomafwaarts in de richting Oisterwijk - waar de (Oude en Nieuwe) Leij die komt uit de richting België/Gôol, langs het zuidoosten van Tilburg stroomt en dan overgaat in

de Voorste Stroom - gaf dit steeds meer problemen. In de jaren 1930 werd dit hoog opgelopen conflict tussen Tilburg en Oisterwijk opgelost door de bouw van de waterzuivering-Oost (zie Vèùlwaotermesjien). Tegenwoordig, na verplaatsing van de waterzuivering naar noordelijk van de stad, maakt dit gebied deel uit van Moerenburg. 

 

et Vèùlwaotermesjien  

waterzuivering-Oost

juist over het kanaal. Vroeger was er een “blaawlôop” (open riool), die daar uitkwam. Globaal volgde die, vanuit het centrum gekomen, het tracé van de Havenstraat (zie bij Lupkes: Korvelse Waterloop)

 

de Vier Stinkerds                                                         

omgeving Noordstraat

Punt bij de Noordstraat, waar naar men vroeger zei van alles gebeurde wat het daglicht niet kon verdragen en waar letterlijk een vies luchtje aan zat. Het waren haakse stukjes straat die aan de ene kant uitkwamen op de Korte Schijfstraat tegenover de Schoolstraat en naast de openbare school, en aan de andere kant in de Noordstraat tegenover Drogisterij Grielen. Dus vermoedelijk hoorde het huidige Burgerijpad daartoe.  

 

de Virtien Billekes, of Zeuve Splitjes

café Moulin Rouge

aan de Koestraat (nu NS-plein) ter hoogte van de plaats waar nu het Japans restaurant Osaka is. De baas van het café, Piet Hoefnagels, had zeven dochters, vandaar. Bij veel jongeren was Moulin Rouge in de jaren 1950-'60 bekend van de jazzconcerten die er werden georganiseerd door de Two Beat and Modern Jazz Society, welke jazzclub in 1958 opgericht werd door een groep leerlingen van het Odulphus. Eerst organiseerde die jazzavonden bij Frans Verbunt op het Korvel (l’Echo des Montagnes), maar enige tijd later streken ze neer bij Moulin Rouge. Daar speelden nationale grootheden van de moderne jazz zoals Han Bennink en Misha Mengelberg. Ook Pim Jacobs en Rita Reys traden er op (1961) en waren zeer lovend over deze jazzclub. Soms strikten ze een Amerikaanse grootheid voor een optreden, zoals Nelson Williams (trompettist bij Duke Ellington) en Elvin Jones (beroemd drummer). Eric Dolphy, die een beroemdheid was in de moderne jazz, werd in 1964 gestrikt voor een concert in de Studiozaal van de Stadschouwburg. De Two Beat and Modern Jazz Society heeft met een korte onderbreking bestaan tot 1964 (zie: “Jazz in Tilburg, Honderd jaar avontuurlijke muziek”, door Rinus van der Heijden e.a. Tilburg 2010). In 1968 werd de Moulin Rouge door de nieuwe eigenaars omgetoverd in een populaire discotheek: De Meulen. Daar kwamen veel ijshockeyfans omdat verschillende ijshockeyspelers er een bijbaantje hadden.

 

Links met het luifel omlaag, hotel café restaurant Moulin Rouge aan de Koestraat. Een of twee deuren verder kwam een tijdje later “Broodje Jantje” te zitten, de slagerij annex automatiek van Jan de Kort (zie hoofdstuk 1)

 

en Vlimme

boek van Roothaert                                                               

een boek van schrijver mr. Anton (Antonius M.H.) Roothaert (1896-1967). Deze ging met dierenarts Pulles (“Vlimmen”) langs boerderijen in Tilburg (“Donschot”). De naam van zijn bekende creatie beklijfde bij het publiek beter dan die van hemzelf. Daarom zei men vaak “ik hèb en Vlimme in mene kaast”. Vader Antonius P.Cl. Roothaert (overl. 1923) kwam van buiten de stad en trouwde in 1893 met de Tilburgse weduwe Johanna Josepha de Leuw, die in de Piusstraat een cafeetje dreef. Anton jr. kreeg een katholieke opvoeding, maar zette zich in zijn boeken fel af tegen de R.K. kerk. Wellicht dat doctor Vlimmen daarom zoveel gelezen werd! Vader Roothaert was in Tilburg een biljartfabriek begonnen waarin de bekende Roothaerttafels werden gemaakt.

 

de Voebolwèg             

Voetbalweg, huidige Fatimastraat

deze weg leidde naar de toenmalige velden van voetbalclub Willem II bij de AaBe-fabriek, die in 1811 was opgericht en met name bekend werd van de wollen dekens. Dit terrein op de Koningshoeven was van de familie Van den Bergh, ook eigenaar van de AaBe-fabriek (zie in hoofdstuk 2: de Tricolores)

 

het Volksgebouw                     

hoek Kruisstraat - Hoefakkerstraat,

gebouw op den Bèsterd, waar in 1901 de socialistische beweging in Tilburg voor het eerst een eigen gebouw had.

 

Vòskes                                             

café De Roskam resp. café Voskens             

Dit café aan de huidige Korte Heuvel werd oorspronkelijk genoemd naar zijn functie als uitspanning voor voerlui die langs dit drukke punt kwamen, naar of van den Bosch en Oisterwijk. Het café kreeg op zeker moment ook de naam Voskens, maar na het overlijden van de laatste exploitant uit de familie (de legendarische Engelien) werd het door haar opvolger voortgezet als De Roskam. Omdat iedereen deze zaak alleen maar als Vòskes kende en men dit vooral zo wilde houden, werd in 1999 besloten het café opnieuw de naam Voskens te geven. Bijnaam en naam hebben hier dus stuivertje gewisseld (zie ook hoofdstuk 1: Sofie Trommelen).

In 1797 begon de familie Voskens met het uitbaten van uitspanning De Roskam. Door de grote poort naast het café konden man en paard het erachter gelegen koetshuis bereiken (de poort is er nog steeds, maar het koetshuis moest in 2002 wijken voor de nieuwbouw van "Attak"). Het café werd door vele generaties van de familie Voskens gedreven. Het oude pand brandde echter in 1900 af, en het duurde tot 1909 voordat de open plek weer opgevuld was met een fraai nieuw café De Roskam met poort en twee bijpassende woonhuizen aan de andere kant. Het geheel hoort nu tot een beschermd stadsgezicht en het interieur van het café wordt beschouwd als historisch waardevol. In de twintigste eeuw werd De Roskam een geliefde plaats voor literaire en andere ontmoetingen met een artistiek tintje. Ook gewone studenten vertoefden er graag, vooral in de periode dat de R.K. Leergangen en de Katholieke Hogeschool (nu de universiteit) met hun verenigingen in de buurt waren gevestigd. Zo vergaderde St. Leonardus (of Leendert, zie hoofdstuk 2) iedere zaterdagavond in een bovenzaal. Hier ontmoetten Anton van Duinkerken en De Siemer (zie hoofdstuk 1) elkaar. In deze inspirerende omgeving zijn tijdschriften als Brabantia Nostra en Edele Brabant ontstaan. Na verhuizing van de onderwijsinstellingen is het café gewoon verder blijven bestaan, zij het na het overlijden van de laatste Voskens (Engelien, 1909-’89) toch wat wegkwijnend. Eerst kwamen zus en broer Trommelen die de zaak nog even voortzetten als De Roskam. Kort na 2000 kwam Vòskes in handen van de gebroeders Zandboer, tot dan vooral bekend als restauratiehouders in de Tilburgse ziekenhuizen. Het pand werd grondig opgeknapt met behoud van de historische waarden, en ging als culinair centrum “Het Huys van Voskens” een nieuw tijdperk in. Maar velen bleven gewoon Vòskes zeggen. In 2015 gaat de zaak verder als Brasserie ’t Zusje.

 

Voskes voor de brand. De neogotische kerk op de Heuvel werd in 1899 afgebouwd en de brand bij Voskens was in 1900, dus deze foto is in de korte periode daartussen gemaakt (coll. RAT)

 

Voskes na de brand, jaren zeventig (coll. RAT)

 

de Vrijgezellenflat

woongebouw aan de Trouwlaan

De eerste flat voor eenpersoonshuishoudens kwam uitgerekend dáár, wat tot hilariteit leidde.

 

 

4.W

 

de Wasknijper

klokkentoren naast NS-station

tevens dienend als schoorsteen van het station. De toren is voorzien van een carillon met twaalf klokjes en werd geplaatst ter nagedachtenis aan alle gevallen stadgenoten in de oorlog 1940-‘45. Aan de toren is een bronzen plaquette bevestigd met een passende tekst.

 

 

Wasse de Knikker       

fa. Moonen                    

modezaak (overhemden, stropdassen, handschoenen) in de Heuvelstraat (waar later Burley kwam). Men bleef deze zaak noemen naar de familie Wassen-van de Knikker die in dit pand rond 1860 een winkel in garen en band had gevestigd, ook nadat de weduwe Johanna Maria Moonen (1870-1952) die zaak had overgenomen.

 

Witlox’ Wouwer

vennetje in Noord                                                                   

vennetje bij de grens met Udenhout waar mensen uit Tilburg-Noord (et Gurke en den Haajkaant) gingen zwemmen. Het woord wouwer betekent visvijver. Deze kan genoemd zijn naar de bekende bierbrouwerij van Noud Witlox (overleden tussen 1914 en 1918) op den Haajkaant. Deze Witlox woonde daar in een boerderij en had nog een brouwerij in Haaren (zie hoofdstuk 1: Jacobus van Roessel).

 

de Witte Bioscope

bioscoop Capucijnenstraat                                                              

dit was het goede (= katholieke) alternatief voor de slechte bioscoop (Apollo Bioscope) die van 1911 tot 1923 heeft bestaan op de Heuvel (nr. 78, waarin eerder, van 1909 tot 1911, de Tilburgsche Bioscope gevestigd was). De "witte" werd in 1913 op initiatief van kapelaan Verschuuren van parochie St. Anna opgericht en ondergebracht in een sinds 1907 bestaand parochiehuis met toneelzaal aan de Capucijnenstraat nr. 47, dat hiervoor gezichtsbepalend werd verbouwd door architect Jos Donders en daar is geweest van 1913 tot 1921. In de mobilisatieperiode 1914-‘18 werden er in het gebouw ook militairen ondergebracht. In 1921 is het pand door de gemeente gekocht en onherkenbaar omgebouwd tot brandweerkazerne.  

 

De Witte Bioscope omgetoverd tot brandweerkazerne met slangentoren erbij.  

 

de Witte Hit, of Twit Pèrdje

’t Wit Paardje

bekende uitgaansgelegenheid op ’t Lijnsheike, waar je zo fèèn daanse kon. Oorspronkelijk een halteplaats van de postkoets naar Den Bosch, die naar men zei door een zwart en een wit paard werd getrokken. In ieder geval in 1856 was ’t Wit Paardje een koffiehuis (café) aan ’t Lijnsheike in Noord. In 1923 kwam de zaak in handen van de familie Cruijssen die er in 1938 een zaal bij bouwde. Hier begon de faam van ’t Wit Paardje als accommodatie voor feesten en partijen. In 1972 volgde er een verdere uitbreiding, maar in 1997 sloot de zaak. In het pand kwam vervolgens een supermarkt. 

 

Zwart pèèrd vur Twit Pèrdje

 

Afbeelding van café dancing Twit Pèrdje op een suikerzakje

 

‘t Witte Huis 

Radio-Therapeutisch Instituut (Oncologisch Instituut) Tilburg

in de Prof. Dondersstraat (nr. 20), waar je maar beter weg kon blijven want daar behandelden ze kankerpatiënten. Dit huis werd in 1928 gebouwd (architect Otto Triebel) in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid in opdracht van de leerfabrikant Max Weil. Dat was een jood die in de oorlog naar de V.S. uitweek. Zijn huis werd door de Duitsers gevorderd. Na de oorlog woonde burgemeester Van Voorst tot Voorst hier korte tijd. Vervolgens had het huis enkele medische bestemmingen, zie hierna. Van 1981 tot 2010 was het in gebruik als kantoor en daarna werd het na restauratie weer als woonhuis in gebruik genomen. ’t Witte Huis is een rijksmonument.

 

Al heel vroeg werd in Tilburg stralingstherapie toegepast; een traditie die begon bij dr. Karel A.F. Deelen (1862-1943, een befaamd medicus die als geboren Drutenaar zelfs in een Tilburgs liedje terecht kwam: "Den hond van dòkter Deele, die pieste in et zaand. De jonges kwaame geloope, de mèskes riepe: braand!") en werd voortgezet door Van Buchem, Goettsch en Bernard G.J.M. Verbeeten. De laatste werd in 1952 oprichter en eerste directeur van een speciaal instituut hiervoor, dat in 1954 werd gevestigd in de witte villa op de hoek Prof. Dondersstraat - Jan van Beverwijckstraat (nadat hier de KNO-afdeling tijdelijk had gezeten waar dr. Van Iersel en dr. Enneking de leiding van hadden). Met name nadat het Radio-Therapeutisch Instituut zijn intrek had genomen in het pand, kwam het in de hele stad bekend te staan als 't Witte Huis. In 1981 verhuisde het instituut naar nieuwbouw aan de Brugstraat en kreeg het een andere naam: het Dr. Bernard Verbeeten Instituut, Instituut voor Radiotherapie en Nucleaire Geneeskunde.

 

’t Witte Huis in 1930 (coll. RAT)

 

Het Verbeeten Instituut in 't Witte Huis werd in 1954 ingezegend door mgr. Wilhelmus Mutsaerts (1889-1964) die uit een Tilburgse fabrikantenfamilie kwam (zie voor familierelatie hoofdstuk 1, bij Johannes Franciscus Soosje Mutsaerts). Na zijn priesterwijding in 1914 werd hij kapelaan in Best en een jaar later secretaris van het bisdom Den Bosch. In 1928 werd hij bouwpastoor van de Theresiaparochie in Tilburg. In 1942 werd Mutsaerts tot bisschop gewijd. Na een jaar als coadjutor van mgr A.F. Diepen (zie hoofdstuk 1) werd hij in 1943 residerend bisschop van Den Bosch. In de periode tot 1960 werd hij de bisschop van oorlog en herstel. Nadat hij in Tilburg 't Witte Huis had ingezegend zou er ook een demonstratie worden gegeven van de hypermoderne kobaltapparatuur, die echter grandioos de mist in ging. Toen er niets gebeurde nadat een zuster de handle toch echt wel goed had overgehaald, liet monseigneur Mutsaerts duidelijk hoorbaar zich ontvallen: “De gèèt van Pigmans” (wat vroeger in Tilburg vaak werd uitgeroepen als iets niet wilde lukken, zie ook hoofdstuk 1 bij Leonardus Pigmans). Dit leidde tot grote hilariteit onder alle aanwezigen én tot een “kortsluiting” bij de arme zuster die tevergeefs de handle had overgehaald, want die heette toevallig ook Pigmans, kende de uitdrukking niet en ging onder het slaken van een gilletje van haar stokje! 

 

et Witte Kloster                                       

moederhuis Gutjesnonnen, nu Notre Dame          

het moederhuis van de Gutjesnonne (zie hoofdstuk 2) aan de Bredaseweg (nr. 291), ingezegend in 1915. Later werd in het kader van een ingrijpende verbouwing en modernisering de voorbouw aan de Bredaseweg helemaal witgekalkt, wat dit  klooster ook een nieuwe bijnaam opleverde. Nu is dit woonzorgcentrum Notre Dame.

 

 

de Witte Wijk                              

deel van Oerle             

in het gedeelte van de uitgestrekte wijk Oerle (zie Oel) dat aan de Ringbaan Zuid grenst werden in de jaren 1950 veel witte huizen gebouwd. Ook de Sint Lidwinakerk (zie foto) werd in 1952 in het wit uitgevoerd (bouwpastoor: Frans den Bankier Tilman, zie hoofdstuk 1). Dit alles gaf deze buurt een aparte, zuidelijke aanblik. Vandaar dat men sprak van de Witte Wijk.

 

 

de Wolstad                       

Tilburg                              

authentieke bijnaam van Tilburg. Ook sprak men vroeger wel van “het Rome van Nederland” vanwege het enorme aantal katholieke kerken, kloosters en scholen. Later volgden meer (gelegenheids-) titels zoals: het Hart van Brabant, Wijnstad, Kruikenstad (gedurende carnaval), Onderwijs- en Studentenstad, Transportstad, Kermisstad en in de jaren dat Gerrit Brokx (zie hoofdstuk 1) burgemeester was en de stad veel nieuwe arbeidsplaatsen nodig had: Tilburg Moderne Industriestad. Vanaf het einde van de twintigste eeuw werd Tilburg vervolgens ook Manhattan aan de Leij genoemd, toen er steeds meer (plannen voor) hoge gebouwen kwamen (eerst de universiteit, Interpolis en twee woontorens bij het Cenakel; later met name Westpoint en “De Stadsheer” op het voormalig Knegtelterrein).

 

 

4.Z

 

et Zaandpad                 

(Oude) Kapelstraat  

liep vroeger van de Goirkese kerk naar de Hasseltse kapel

 

et Zaandstròtje                          

Minister Talmastraat            

was onverhard en liep parallel aan de Goirkestraat, achter de fabrieken van Enneking en Mommers langs, van “et Zusterstròtje” (zie daar) naar de Leo XIII-straat. Later werd de straat verhard en Minister Talmastraat genoemd (in de buurt van de huidige Bisschop Bekkerslaan). Op 1 februari 1945, toen Tilburg al was bevrijd, richtte een Duitse V-1 bom een grote ravage aan in deze straat, zoals dat een van die dagen ook gebeurde bij een V-1 inslag op verzorgingshuis Mariëngaarde in de wijk Zorgvlied (zie hoofdstuk 1: Benoit Mutsaerts en Sien van der Sande)

 

de Zaktelefoon                           

gebouw Manpower (Heuvelring)  

wegens visuele gelijkenis met de eind twintigste eeuw populair geworden “mobieltjes” (architect: bureau Storimans 1998). Bedacht door de maker van dit boek (het Tilburgs Bijnamenboek 2000) en door enkele plaatselijke bladen overgenomen.

 

de Zak van Jansen

waterberging Goirle                                                             

dit is grote kunststoffen bergingszak voor overtollig regenwater die in lege toestand op de bodem van een grote vijver in Goirle ligt. Bij overvloedige regenval loopt deze zak van 20 x 40 x 3,5 meter vol en dient als een buffer voor het naar de waterzuivering af te voeren water. Dit systeem - Goirle heeft nu drie van deze zakken - is onder wethouder Jos Jansen van Goirle ingevoerd, vandaar de bijnaam.

 

den Zèèlbôot of de Frietbèùl            

kerk St. Maarten                       

modern kerkgebouw in de Reit nabij station West, door de architecten Schijvens en Verberk (1963), in 1964 geconsacreerd door mgr. Bekkers. Moest in 1983 al weer worden afgebroken vanwege de ontkerkelijking. De witte spits is ook vergeleken met een omgekeerde patatzak, vandaar de tweede bijnaam. Bouwpastoor was Vogels.

 

Dit pareltje was gedoemd kopje onder te gaan vanwege een te optimistische kijk op de ontwikkeling van het kerkbezoek (coll. RAT)

 

In dezelfde periode ontwierp Jos Schijvens de Kapel van Onze Lieve Vrouw ter Nood (1964), een oorlogsmonument (inmiddels ook een rijksmonument) in de schaduw van de Heikese kerk, bekleed met wit marmer en voorzien van glas-in-betonramen door Daan Wildschut. Er staat een bijzonder, vijftiende-eeuws Mariabeeld in (foto’s Karel de Beer 2006)

 

Ze zijn er

leuze bakker Marijnen                                                                        

met deze woorden gaf bakker Marijnen in de Stationsstraat aan dat je bij hem verse worstenbroodjes kon halen, die zeer bekend en volgens velen de lekkerste van Tilburg “en dus van heel Nederland” waren. Als je het had over “Ze zijn er” dan wist iedereen dat je bakker Marijnen bedoelde. Deze leuze staat nog steeds op de gevel, hoewel de bakker hier al lang weg is.

 

 

't Zitje van Brokx      

kantoormeubilair burgemeester                                                 

set zitmeubelen van een bijzonder design in Stadskantoor 1 (zie de Koolekiest). De Gemeenteraad ging pas na krachtig aandringen door burgemeester Gerrit "de Sherrif" Brokx (zie hoofdstuk 1) akkoord met deze aanschaf. De meubelen in kwestie waren afkomstig uit het Nederlands paviljoen op de wereldtentoonstelling van Sevilla in 1992, waar ze speciaal voor waren ontworpen. Als bestuurslid van de Stichting Holland Sevilla was Brokx betrokken geweest bij de Nederlandse inbreng daar. Hij had zijn zinnen gezet op de zitmeubelen, als een aandenken na afloop van de tentoonstelling. Volgens hem waren ze voor een prikje te koop. Veel gemeenteraadsleden vonden het niettemin een hoog bedrag voor het beoogde doel (aankleding van het kantoor van de burgemeester) maar gingen toch morrend overstag.  

 

‘t Ziekenhuiskwartier           

locatie eerste St. Elisabeth

omgeving Ringbaan-Oost - Nieuwe Bosscheweg. Na de verhuizing van het ziekenhuis naar de nieuwbouw achter het Leijpark wordt de wijk ook wel “’t Oude Elisabeth” genoemd.

 

de Zonnebank                             

parkeergarage Tivoli            

aan de Spoorlaan, schuin achter de Heuvelsekerk. Deze in de jaren 1990 gebouwde parkeergarage, ontworpen door Benthem Crouwel Architecten, werd uitgerust met blauwe tl-buizen om een aparte uitstraling te geven (maar men zei ook wel om ronddolende junks te weren). Deze verlichting deed denken aan kunstlicht met ultraviolet waaronder men bruin wordt, maar dan in het heel groot.

 

het Zonnehuis

voormalige villa Wouters                                                                 

villa uit 1925 van Jos. Wouters in de Professor Dondersstraat (nr. 46) op een zeer ruim kavel, grenzend aan ’t Witte Huis op nr. 20 (zie daar). Werd zo genoemd vanwege zijn nauwkeurige oriëntatie op de zon, wat in die tijd in trek was. Oorspronkelijk gebouwd als een riant fabrikantenhuis, passend in een totaalplan van ir. Rückert uit 1915 voor een villapark op die locatie. Later is "het Zonnehuis" verbouwd tot deurwaarderskantoor en in 1999 op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst, dit tot spijt van de gebruiker en eigenaar L. Netten die zijn plannen zag gedwarsboomd. De rechtbank bevestigde in 2003 echter de aanwijzing als monument. Later werd er toch een aantal bomen gekapt, dit tot woede van de buurt.

 

de Zuid

Zuid Nederlandse Kledingfabriek

confectiefabriek die van 1913 tot 1970 was gevestigd in de Stedekestraat nabij het Wilhelminapark. Je kon daar bijvoorbeeld ook uit een coupon stof een mooie pantalon op maat laten maken. Een nieuw fabrieksdeel werd in 1957 gebouwd naar ontwerp van Jos. Bedaux. Rond 1960 is op de gevel een mozaïek aangebracht (zie foto) met daarin verwerkt afbeeldingen van diverse kleermakersgereedschappen, vervaardigd door de Moergestelse kunstenaar Jan Dijker (1913-’93). Piet Veldt was toen directeur van “de Zuid” en hij wilde (vanwege de kosten) liever dit gevelmozaïek dan een aquarium, wat de oorspronkelijke suggestie was om het 50-jarig bestaan van de onderneming te vieren. Nadat het gebouw leeg was komen te staan werd er in 1989 een Marokkaanse moskee in gevestigd, totdat het in 2006 om veiligheidsredenen werd afgekeurd en ontruimd moest worden. Overleg met gemeente en buurtbewoners over nieuwbouw sleepte zich jaren voort. Het mozaïek is van de sloop gered en wordt elders in de stad herplaatst. 

 

 

et Zusterstròtje                         

Veldstraat                     

steegje bij de Goirkestraat rechts naast het oude Ignatiusgesticht (Huize Goirke) tussen het klooster en de fabriek van Franken. Is te zien op de foto’s van het Ignatiusgesticht (zie Ouwemannehèùs). Einde weg rechts was et Zaandstròtje naar de Leo XIII-straat. Et Zusterstròtje was een deel van de voormalige Veldstraat, later bisschop Aelenstraat. Intussen is er een nieuw stratenplan in deze buurt gerealiseerd.

 

Kijkje vanaf et Zaandstròtje (links) door de Veldstraat (met café Mesuger) en et Zusterstròtje naar de Goirkestraat (foto uit 1958 van Tilburgse Herinneringen op Facebook)

 

de Zwarte Madonna’s, Dèùvetille, Koolekitte of Twintouwers

woontorens Cenakel                             

twee antracietkleurige woontorens behorende tot het Cenakelcomplex op de hoek van de Kempenbaan met de Ringbaan Zuid, eind negentiger jaren gebouwd naar ontwerp van Bedaux de Brouwer Architecten, annex aan het oorspronkelijke klooster (zie hoofdstuk 1, bij pater Weve) dat toen geheel gerenoveerd werd.

 

’t Zwembad

moderne villa Zeebregts                                                                    

opvallend rechthoekig huis aan de Bredaseweg (nr. 426) waar je helemaal door de grote ramen van voor naar achter kon kijken en dat verder geheel wit was. Dit was een gewaagde, experimentele bouwstijl in de jaren 1960-‘70. “’t Zwembad” was een ontwerp uit 1961 van architect Jos. Schijvens (1908-’66) voor aannemer Zeebregts.

 

De nieuwe villa Zeebregts begin zestiger jaren. Daarnaast woonde lang het gezin van Fons Kleintjes (Prins Fons den Irste, zie “de Plee van Willemien”) x Riet Mutsaerts (zie in hoofdstuk 1, de Zeven gezusters Mutsaerts).

 


 

Begin van deze pagina

Inhoud Bijnamen

CuBra Home