INHOUD DE PAAP VAN GRAMSCHAP
REGISTER
HOME CUBRA

IDIL - Informatie-Dienst

 Inzake Lectuur

IJsenbrant, Peter

Illegale pers tijdens de bezetting

InTilburg boekenreeks


© Ronald Peeters 1992-2015 & Ed Schilders 2015 & Stichting Cultureel Brabant 2015


 

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K
L
M
N

O

P
R
S
T

U

V

W

 

Ronald Peeters & Ed Schilders

IDIL - Illegale pers


IDIL - Informatie-Dienst Inzake Lectuur
Nederlandsche (Nederland's) Boekhuis

 

Familie Verbiest


In 1937 werd door boekhandelaar en directeur van het Nederlands Boekhuis te Tilburg, Gerard Verbiest, de Informatie-Dienst Inzake Lectuur opgericht. Gerardus Cornelius Joseph Maria Verbiest werd op 3 maart 1894 te Rotterdam geboren. In 1919 is hij naar Tilburg gekomen. Vanaf 1920 woonde hij aan de Industriestraat 1, en vanaf 1932 aan de Boerhaavestraat 76. Zijn bedrijf was aan de Langestraat 70 gevestigd.
Verbiest werkte met zijn IDIL in opdracht van de verenigde katholieke bibliotheken en boekhandels en had voor en tijdens de oorlog zo'n 200 abonnementen. Zijn recensenten kregen van hem een instructielijst met zestien aanwijzingen, variërend van praktische tips tot ernstige vermaning. Er was een beoordelingsschaal, overgenomen van de Belgische Boekengids, van I tot en met V, variërend van: 'I. Verboden Lectuur' (boeken die op de kerkelijke Indexlijst stonden of in strijd waren met de kerkelijke Boekenwet), 'II. Streng voorbehouden Lectuur' (bij uitzondering door welgevormde rijpere lezers te lezen), 'III. Voorbehouden Lectuur', 'IV. Lectuur voor volwassenen alleen' ('veronderstelt zedelijke voorlichting en vorming, doch vraagt verder géén voorbehoud'), 'IV-V. Lectuur voor 16 jaar en ouder' tot 'V. Lectuur voor allen'. Na de oorlog had Verbiest een paar honderd katholieke recensenten in dienst. De recensies verschenen in handboeken, kranten en vanaf 1947 ook op de radio in Boekennieuws van de KRO. Boeken kregen ook een code, waaruit bleek waarom op een boek een verbod of voorbehoud was, zoals een P voor protestant, een S voor socialistisch of Ma voor materialistisch.

De IDIL ging zich vanaf 1949 ook bezighouden met het goede jeugdboek. De door de Fraters van Tilburg in 1924 opgerichte Katholieke Keurraad voor Jeugdlectuur, werd in 1957 aan IDIL verkocht. De Stichting IDIL en het Nederlands Boekhuis N.V. waren toen gevestigd op het adres Parkstraat 16.
Het maanblad IDIL-Tijdingen verscheen naast de gedrukte recensiekaartjes; vanaf 1949 verscheen de maandelijkse IDIL-Gids voor Jeugdlectuur, en vanaf 1951 kwam de wekelijkse IDIL-Koerier uit. In 1952 werd door het Alg. Secretariaat voor Katholieke Boekerijen, de Vlaamsche Boekcentrale te Antwerpen en het Nederlands Boekhuis te Tilburg het eerste deel van het jaarlijkse Lectuur-repertorium uitgegeven. Verbiest kreeg in de jaren vijftig de veelzeggende bijnaam van 'de Paus van Tilburg'. Bij het 25-jarig jubileum op 31 juli 1962 kwam er een nieuwe instructielijst uit; de Romeinse cijferaanduiding was toen verdwenen. In 1968 gaat IDIL op in het Katholiek Bibliotheek en Lectuur Centrum. Op 31 december 1970 worden alle IDIL-uitgaven gestaakt. De archieven van IDIL en Gerard Verbiest bevinden zich in het Katholiek Documentatiecentrum te Nijmegen.
Door het Nederlands Boekhuis werden veel boeken uitgegeven, zoals de eerste bundel van Antoon Coolen Lentebloesem (1921) en zijn Sextet in 't Hemelrijk (1935). Onder de Tilburgse auteurs vinden we namen als Anton Eijkens, p. Maurits Molenaar M.S.C. en dr. H.W.E. Moller. Anton van Duinkerken schreef over deze uitgeverij in zijn Brabantse herinneringen (Utrecht, Het Spectrum, 1964; 3e druk 1979, p. 231-232). 

GAT, Bevolkingsregisters 1910/1920, deel 72 fol. 140 en deel 86 fol. 164; 1921/1939, gezinskaart 66/164; GAT, Adresboeken 1922-1948; E.M. Peet, 'Rooms-Katholieke Informatie Dienst Inzake Lectuur (1937-1970)', in: Jaarboek van het Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen, 1985, p. 50-80; Twan Geurts, 'Met hoogrood aangelopen tonsuur. De katholieke recensiedienst IDIL, 1937-1970', in: SIC. jrg. 4, nr. 1 & 2, 1989, p. 44-51.; Ronald Peeters en Ed Schilders, Katholiek Tilburg in beeld, Tilburg, 1990, p. 140-141.

 

Archief Fraters van Tilburg

 

 

 

NLM Den Haag. IDIL-affiche.

 

Ed Schilders

 

24 september 2015

IDIL en Simon Vestdijk

In december 1951 kwam IDIL in opspraak nadat een hoofdinspecteur van politie in Sittard de plaatselijke uitbater van de stationskiosk gesommeerd had de roman De dokter en het lichte meisje van Simon Vestdijk niet langer te etaleren. De kwestie liep zo hoog op dat kamerlid drs. G.M. Nederhorst (PvdA) vragen stelde aan minister L.J.M. Beel. Of dit niet in strijd was met artikel 7 van de Grondwet, de vrijheid van drukpers? Beel antwoordde dat de hoofdinspecteur zich had laten leiden door het advies van 'IDIL uit Tilburg'. De inspecteur werd berispt door de burgemeester wegens 'te grote ijver', en ging de lokale geschiedenis in als 'De hoofdcommissaris en het lichte meisje'.

 

Cartoon waarin de kwestie Sittard-Vestdijk op de korrel wordt genomen. Uit: De buste van Beets wordt u persoonlijk aangeboden, Jacques Den Haan, Utrecht, Bruna, 1968. Tekenaar niet leesbaar, bron niet vermeld.

 

IDIL en W.F. Hermans

In aflevering 8 (augustus-september) van jaargang 1950 van het literaire tijdschrift Podium, publiceerde W.F. Hermans (1921-1995)  een felle tirade tegen de Informatie-dienst inzake lectuur. Hermans noemde Idil onder meer ‘het rooms-katholieke half-ondergrondse culturele terreurorgaan'.  Het was de eerste keer dat een gerenommeerd auteur een poging ondernam de bemoeienissen van IDIL te bestrijden. Hermans had daarvoor goede redenen. In de publicaties van Idil -- Idil-tijdingen en de ‘boekzaalkaartjes' die direct ter beschikking gesteld werden aan aangesloten bibliotheken – werd een aantal van zijn titels streng beoordeeld: Conserve: verboden lectuur; Horror coeli: voorbehouden; Moedwil en misverstand: volwassenen; en De tranen der acacia's: verboden.

De aflevering van Podium zorgde onmiddellijk voor beroering in katholieke kring, vooral bij Idil uiteraard, dat zich na een moeizame en betekenisloze start in de jaren dertig juist aan het opwerken was als een waardige, dat wil zeggen strengere, opvolger van Boekenschouw, dat de oorlog niet overleefd had. Het gevolg was dan ook dat de directeur van Idil, Gerard Verbiest, een boze brief naar Podium stuurde en aandacht vroeg voor de Idil-visie op de zaak. Die ruimte kreeg hij niet. In plaats daarvan publiceerde Hermans in het oktober-december nummer 1950 (dat in februari 1951 verscheen) een tweede tirade, getiteld ‘De heilige Idil en haar nar', waarmee Verbiest bedoeld wordt, wiens brief hij geheel opnam.

Verbiest liet het er op zijn manier niet bij zitten en gaf de laatstgenoemde publicatie van Hermans in extenso in druk als bijlage bij een van zijn Idil-tijdingen (1951, verder niet gedateerd), onder de titel 'Acrobatiek der vrijheid op het Podium', vermeerderd met een lang commentaar.

Verbiests brief aan Podium is vrij kort en bevat de gangbare verontschuldigingen van de recensiedienst: er worden geen boeken verboden, zij geeft slechts ‘advies' of het werk onder de Indexregels van de Roomse Kerk valt of dat het tegen de christelijke zedenleer of de natuurwet is. Hij verweet Hermans dat de kwalificatie ‘terreurorgaan' te sterk doet denken aan de Duitse bezetting.

Hermans deed er zijn voordeel mee. Hij benadrukte het veelomvattende voorlichtingssysteem dat Idil had opgebouwd - ‘recensiekaartjes, de Idil-tijdingen, de Idil-affiches, de Idil-gids, de Jeugdlectuurlijst (oplage een half miljoen)' - en ging vervolgens over naar ‘de pertinente leugens'. De eerste daarvan is, volgens Hermans, Verbiests uitspraak dat Idil ook veel propaganda maakt voor niet-katholieke auteurs. Om dat te ontkrachten legt Hermans de lezer een van Idils ‘Boekennieuws'-uitgaven voor, een soort snel-recensies die de bibliotheken over nieuwe titels moest inlichten. In deze ene uitgave wordt werk met I (verboden voor katholieken) of II (streng voorbehouden aan rijpere lezers) gequoteerd van: Hermans zelf (Tranen der acacia's; I), Anton Roothaert, Alberto Moravia, Norman Mailer, Irwin Shaw, Truman Capote, Willy Corsari, Johan Fabricius, en Graham Greene. Er komt in dit ‘Boekennieuws' om precies te zijn maar één werk voor dat niet verboden of streng voorbehouden is: Ridders der gerechtigheid van Stefan Andreas.

Idil zou volgens Verbiest geen boeken ‘verbieden'; Hermans wijst erop dat het genoemde ‘Boekennieuws' de Romeinse I toch duidelijk kortweg verklaart met ‘verboden' (in latere gidsen zou Idil ‘verboden' wijselijk veranderen in ‘Af te wijzen lectuur'). Hermans: ‘En dat alles moet doorgaan voor bevordering van "het culturele leven van ons land".'

Verbiest beklaagde zich dat Podium zelfs geweigerd had zijn kopij terug te sturen, terwijl hij toch een postzegel had ingesloten (Hermans: ‘de postzegel [heb ik] in mijn zak gestoken'). Zijn voorgenomen weerwoord gaf hij daarom afzonderlijk in druk als bijlage bij Idil-tijdingen, onder de titel ‘Acrobatiek der vrijheid op het Podium' (1951, geen nadere datering). ‘Daarin wordt ‘De heilige Idil en haar nar' in extenso herdrukt, en voorzien van Verbiests commentaar. Hermans schrijft ‘schutting-bellettrie', vindt Verbiest, krenkt de katholieken ‘opzettelijk', en ‘in blasfemische beeldspraak', en hij geeft een vertekend beeld door slechts één ‘Boekennieuws' te citeren.

In hoeverre Idil door deze ‘affaire’ aan macht of prestige heeft ingeboet, is moeilijk te kwantificeren. Het is niet duidelijk of bibliotheken hun abonnementen opzegden, nog minder in hoeverre bibliothecarissen hun aanschaf- en uitgiftebeleid wellicht stilzwijgend hebben aangepast. Zeker is dat Idil in de jaren vijftig geen mildere koers is gaan varen. Het is niet toevallig dat met name in Tilburg in 1953 nog twee boekhandelaren werden aangeklaagd wegens het uitstallen en verkopen van een roman van Simon Vestdijk, en dat zij in eerste aanleg door het kantongerecht veroordeeld werden tot boetes, maar in tweede aanleg werden vrijgesproken. [Jacques den Haan, De buste van Beets, Utrecht, Bruna, 1968]

Tot een nadere polemiek kwam het niet meer, ook doordat Podium ophield te bestaan. In het nummer van mei-juni 1951 zou Hermans met een fragment uit Ik heb altijd gelijk het katholieke volksdeel hebben beledigd, en een politie-actie werd aangezwengeld door de hoofdredacteur van de Volkskrant, J.M. Lücker: ‘of de politie [...] hier geen taak heeft'? [VK 23 juni 1951] Op 3 juli deed de Amsterdamse politie een inval bij de uitgever van Podium, de Bezige Bij, en nam daar de resterende exemplaren in beslag; alle negen. De kans dat de schrijver veroordeeld zou kunnen worden op basis van ‘belediging van een volksdeel' werd door het openbaar ministerie van stonde af aan klein geacht, en wel omdat dit gegeven uit het wetboek van strafrecht (artikel 137 c) in dit geval duidelijk in conflict kwam met het grondwettelijk recht van vrijheid van meningsuiting en drukpers. De minister van justitie zette de vervolging echter toch door, en op 20 maart 1952 stond Hermans terecht in Amsterdam. Hij werd vrijgesproken.

Einde discussie? Wat Hermans betreft wel. In 1956 krijgen Verbiest en IDIL echter te maken met nog zwaardere tegenstand: katholieke schrijvers.

 

IDIL en Anton van Duinkerken

Anton van Duinkerken had zich in De Tijd niet onbetuigd gelaten tijdens het rumoer rond Podium/Hermans versus IDIL/Verbiest, en ook Gabriël Smit had zijn mening in de Volkskrant niet onder stoelen of banken gestoken. Twee gerenommeerde katholieke auteurs in twee gerespecteerde roomse kranten. Vooral Van Duinkerken trok fel van leer en hij bevestigde terloops een van Hermans' belangrijkste aantijgingen, namelijk dat Idil haar macht (op de boekenmarkt) misbruikte om publicaties van auteurs bij katholieke uitgevers op voorhand, dus in manuscriptvorm, in te zien en te beoordelen. Dat was, herinnerde Van Duinkerken zich, gebeurd met een roman van Dick Ouwendijk, die na het negatief oordeel van Idil niet door een katholieke, wel door een niet-katholieke uitgever was gepubliceerd. Volgens Van Duinkerken werd ook de vertaling van Graham Greene's The Power and the Glory door Idil afgekeurd, waarna het ‘in aanzienlijk slechtere vertaling elders verscheen'. [Van Duinkerken, Veertig jaar katholieke uitgeverij; 1951]

Van Duinkerken schreef zijn bijval voor Hermans, waarover Hans van Straten in zijn Hermans-biografie ten onrechte nogal schampert, onder de titel ‘Rome en het tolerantieprobleem' [De Tijd, 30 juni 1951]. Nog op een ander stuk geeft hij Hermans indirect gelijk. Had Hermans de term ‘half-ondergronds' gebruikt, Van Duinkerken vertaalde dat voor de goede verstaander in ‘semi-publiciteit'. De Idil-recensies functioneerden in de ‘semi-publiciteit', dat wil zeggen: werden niet gepubliceerd in voor iedereen vrij toegankelijke vorm, maar werden rechtstreeks gericht aan bibliotheken. Dit, vond van Duinkerken, sloot de ‘openbare polemiek' uit, en dat was het grote verschil tussen het functioneren van het huidige Idil en het vroegere Boekenschouw, Boekzaal, of zelfs Den Gulden Winckel:

‘Gerard Verbiest heeft van letterkundigen, rooms of onrooms, niet te verwachten dat zij zijn informatiedienst als heilsinstituut voor de fraaie letteren zullen beschouwen.’

Nadat de polemiek met W.F. Hermans zo goed als gesloten was, bleef IDIL ook in katholieke kring een zeurend gezwel. In maart 1956 kwam het tot uitbarsting met een speciaalnummer van het tijdschrift Roeping. In acht bijdragen wordt de aanval geopend door Gabriël Smit, Dick Ouwendijk (een door IDIL verguisde en door Van Duinkerken verdedigde auteur) , Lambert Tegenbosch (redacteur), P.J. Venemans (‘niet-katholiek boekverkoper'), Willem van Rossum (katholiek boekhandelaar), Allert de Lange (uitgever), Rogier van Aerde (auteur), en Jos Panhuysen (katholiek auteur; later door een mystificatie zelf beticht van pornografie, in reactie waarop hij de roman De pornograaf schreef).

Ouwendijk levert de beste bijdrage:

‘Men maakt een complex verschijnsel [i.e. literatuur] niet eenvoudig door er een vereenvoudigend oordeel over uit te spreken [zoals Idil doet]: men dringt dan het verschijnsel in een hoek. Dat wil zeggen: men bejegent het op intolerante en vrijwel steeds op onbillijke wijze [...] het instituut-oordeel is hier in beginsel een fout, en geen schoonheidsfout, maar een waarheidsfout; het is een afschuwelijke nesteling van een systeem in iets, dat men in zijn existentie onaangetast moet laten.’ [p. 670]

Gabriël Smit:

Mocht ik tegen Idil zijn, dan is het vooral daarom: om een persoonlijk, niets ontziend fanatisme, dat mij in strijd lijkt met de fundamentele verdraagzaamheid, waartoe wij ten opzichte van elkaar als "huisgenoten des geloofs" verplicht zijn.’ [p. 678]

 

IDIL en Gerard Verbiest

De Informatie dienst inzake lectuur, werd in 1937 opgericht en onder leiding gesteld van de Tilburger Gerard Verbiest, directeur van uitgeverij Het Nederlandsch Boekhuis in Tilburg. Daarmee was een oude wens van Verbiest in vervulling gegaan, want al in 1921 had hij  in een spraakmakend boekje, Wat ieder moet weten van boekhandel en uitgeverij, geschreven onder het pseudoniem Maarten Maasland (Verbiest was in Rotterdam geboren, vandaar 'Maasland'), gepleit voor een systematische aanpak inzake morele voorlichting met betrekking tot nieuwe boeken. Daaruit mag blijken dat Verbiest tot de katholieken behoorde die het bestaande systeem van recensietijdschriften niet adequaat genoeg achtten. De organisatie die Verbiest voor ogen stond en waarvoor hij vijftien jaar lang geijverd heeft voordat ze gerealiseerd werd, zou slagvaardiger zijn. Idil richtte zich meer nog dan de recensietijdschriften direct op bibliotheken, boekhandelaren, uitgevers, onderwijzers, geestelijk adviseurs en pedagogen. De boekrecensies verschenen weliswaar ook in een tijdschrift, Idil-tijdingen, maar Idil leverde, aanvankelijk zelfs uitsluitend, ook besprekingen op het formaat van bibliotheekfiches, later ook verkorte recensies om de actualiteit te waarborgen, en het produceerde overzichtslijsten van quoteringen, die uiteindelijk hun beslag kregen in Lektuur-kompas (1964). Vanaf 1947 verzorgde Idil op zaterdag ook de KRO-radiorubriek ‘Boekennieuws'.

De start van Idil was niet voortvarend. De dienst telde in 1942, toen hij door de bezetter verboden werd, ongeveer tweehonderd abonnementen. Ondanks het verbod bleven de fiches - in die tijd nog de enige activiteit van Idil - verschijnen, en het aantal abonnees liep op tot vierhonderd. Na de oorlog steeg dat aantal snel tot meer dan duizend, mede doordat Boekenschouw niet meer terugkeerde, en door de samenwerking met het Vlaamse Boekengids. Na de oorlog verzorgde Idil de voorlichting over het verantwoorde boek met behulp van uiteenlopende media. Idil-tijdingen, onder leiding van drs. L. van den Ham, bevatte korte recensies en verscheen wekelijks, later maandelijks. Om de twee weken werden fiches (het aantal varieert; de uitgave werd ‘Boekzaal' gedoopt) verzonden. Elk halfjaar verscheen een register op voorgaande recensies. Verder zijn ook enige tijd een- of tweemaal per week beknopte recensies met morele kwalificaties naar de boekhandel, bibliotheken en de pers verstuurd (Idil-koerier). Met betrekking tot de jeugd verschenen maandelijks de Idil-gids voor jeugdlectuur en jaarlijks de Jeugdlectuurlijst. Ten slotte was het mogelijk een telegraaf-abonnement te nemen, zodat de abonnee een telegram ontving zodra ‘een verboden boek is gesignaleerd'. [Van de Pas; De strijd; 1959-159]

Op 25 januari 1949 werd de Idil-raad opgericht, een stichtingsbestuur dat over Idil moest waken. De samenstelling van het bestuur maakt duidelijk welke partijen elkaar gevonden hadden in Verbiests streven: rector Joris Baers, directeur van Boekengids; Arthur Bredero, een kapucijn, waarschijnlijk namens kloosterbibliothecarissen; H. Divendal, schrijver van enige zedenkundige brochures; Wim van Gent, voorzitter van de R.K. Nederlandsche boekhandelaren- en uitgeversvereeniging Sint Jan; P. van der Putt, voorzitter van de Bond van R.K. Openbare Leeszalen en Boekerijen in Nederland; rector L. Rooyackers, lid van het hoofdbestuur van de vereniging ter bevordering van goede zeden Sint Willebrord; P.H. van der Wiele, voorzitter van de keuringsraad ten dienste der Sint-Vincentiusbibliotheken (vooral volksbibliotheken op parochieel niveau); A. de Wilt s.j., secretaris van de bisschoppelijke adviescommissie in zake lectuurvoorziening; en frater Ludwinus, voorzitter van de Keurraad. De Keurraad, opgericht in 1924, eveneens in Tilburg, fuseerde in 1954 met Idil. Het dertigjarig bestaan van de Keurraad viel samen met de jaarvergadering van Idil, en bij die gelegenheid sprak de bisschop van Den Bosch, monseigneur Mutsaerts ‘uit naam van het Nederlandse episcopaat', en hij ‘verklaarde dat de bisschoppen achter het werk van de stichting staan. Mgr. spoorde Idil aan zich tegen onjuiste opvattingen te blijven verdedigen.' [Boekengids 1954-258]

Idil zat stevig in het zadel. De katholieke uitgevers betaalden ongeveer tachtig procent van de onkosten, boekhandelaren en sympathisanten pasten het ontbrekende bedrag bij. In 1954 verkreeg Idil behalve steun van de Nederlandse bisschoppen ook pauselijke goedkeuring. Het zal Verbiest goed gedaan hebben, want juist de laatste jaren had zijn organisatie, en zijn systeem in het bijzonder, zwaar onder vuur gelegen. In 1951 was Idil in Podium scherp aangevallen door Willem Frederik Hermans, en in dezelfde tijd was Idil in opspraak geraakt in Sittard in zake de roman De dokter en het lichte meisje van Simon Vestdijk.

Hoewel de ‘affaire-Hermans-Podium' zonder twijfel de meeste aandacht gekregen heeft in de pers van die tijd, zal Verbiest het meest pijnlijk getroffen zijn door de tegenkanting die hij ondervond vanuit katholieke kring. Zoals zo vaak was ook hierin Anton van Duinkerken de voorganger geweest. Hij viel Hermans niet alleen bij, twee jaar eerder had hij Verbiest ook al geschoffeerd, zo althans ervoer Verbiest dat, in een feestrede die Van Duinkerken op 29 september 1949 hield op een jaarvergadering van de Vereeniging Sint Jan (katholieke boekhandelaren). In die tafelrede zei Van Duinkerken dat de dag waarop Idil zou worden opgeheven de mooiste van zijn leven zou zijn. Verbiest verliet daarop de feestzaal maar liet het er niet bij zitten. Op 5 november verzocht hij in een brief het woord te mogen voeren op de aanstaande ledenvergadering ‘over het incident op 29 September en wat daarmee verband houdt'. Op 8 november schrijft hij opnieuw aan de leden omdat zijn verzoek is afgewezen. Hiermee neemt Verbiest geen genoegen, evenmin als met de ‘goodwill-brief die het Bestuur mij 21 October j.l. toezond'. Om zijn standpunt te verduidelijken stuurt hij de leden een gestencilde brochure van zeven pagina's. Daaruit blijkt dat Verbiest en zijn Idil de laatste maanden wel vaker kritiek te verduren hebben gekregen, vooral van katholieke uitgevers. Het katholieke boek zou door Idil achtergesteld worden. Dit wordt door Verbiest eenvoudig weerlegd. Het is opmerkelijk dat hij daarbij zeer uitgebreid kan signaleren dat de medewerking van katholieke uitgevers aan Idil gekenmerkt wordt door ‘weerstanden, nonchalance, onwil of oppervlakkige goede trouw'. De niet-katholieke uitgevers daarentegen, daarmee heeft Verbiest veel betere ervaringen, tenminste waar het de toezending van recensie-exemplaren betreft.

Het hielp. Op 11 november 1949 kon Verbiest op briefpapier van IDIL, en onder de vermelding 'Confidentieel', aan de leden van Sint-Jan berichten: 'Het stemt tot voldoening, dat het na enig geharrewar met den Voorzitter, tenslotte geheel overeenkomstig mijn verlangen is gekomen tot  een MOTIE waarin de bejegening van Idil op 29 september jl. wordt betreurd. Deze MOTIE is met algemene stemmen (inclusief Bestuur) aangenomen en zal worden gepubliceerd in Boek en Leven, welk blad aan de deelnemers der feestdis, die géén abonné zijn, zal worden toegezonden. Ik meen dat het incident als gesloten kan worden beschouwd.'

Verbiest telde ten besluite zijn zegeningen: 'Prestige en goodwill, van Idil zijn zeer zeker vooruitgegaan in deze kring, waarvan vele leden mij persoonlijk van hun waardering en sympathie blijk kwamen geven.'

Ondanks alle tegenkanting bleef de Informatie Dienst Inzake Lectuur bestaan tot 31 december 1970 als alle uitgaven worden gestaakt. Van Duinkerken heeft die dag niet meer meegemaakt.

Naast de in de tekst genoemde bronnen:

Archief CMM Brothers (Fraters van Tilburg), Dossier Keurraad / IDIL.

‘Rooms-Katholieke Informatie Dienst Inzake Lectuur (1937-1970)', door E.M. Peet, in Jaarboek van het Katholiek documentatie centrum; Nijmegen 1985.

‘Met hoogrood aangelopen tonsuur', door Twan geurts, in Sic, Tilburg 1989, afl. 1 en 2.

‘De katholieke recensiedienst Idil', door Hans Petermeijer, in Boekenpost, jrg. 7, maart-april 1999 (nr. 40).

In Boekengids: 1940-54; 1943-3; 1947-236 & 275; 1948-152; 1954-9 & 258; 1962-206; 1963-1.

Ed Schilders

Advertentie van de St. Vincentiusbibliotheken. Datum niet bekend.

 

Maarten van Maasland (pseudoniem van Gerard Verbiest: Wat ieder weten moet van boekhandel en uitgeverij; in: Jaarlijksche Boekenschouw 1920-1921, Tilburg, Het Nederlansche Boekhuis, 1921.

 

  Archief CMM Brothers/Fraters van Tilburg

 

 

Archief CMM Brothers/Fraters van Tilburg

 

 

 

 


Begin pagina

Inhoud De Paap van gramschap

CuBra Home


IJsenbrant, Peter (29 augustus 2017)

 

Peter IJsenbrant werd in 1956 geboren in Tilburg. Hij studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde en Bibliotheek- wetenschappen. Hij is al vele jaren werkzaam als managing consultant, maar daarnaast altijd betrokken gebleven bij de letteren. Zo richtte hij in 1986 het Letterkundig tijdschrift SIC op dat tot 1994 verscheen. Voorts was hij mede-oprichter en tien jaar voorzitter van de Stichting dr. P.J. Cools MSC, de stichting die de jaarlijkse Tilburgse boekenmarkt ‘Boeken rond het paleis’ organiseert. In 2015 was hij betrokken bij de oprichting van de erebegraafplaats Kunstrijk, in 'De Utrecht', waar dichters en schrijvers worden herbegraven. Hij is met name geïnteresseerd in de negentiende-eeuwse Nederlandse, Engelse en Franse literatuur. Een bijzondere activiteit van IJsenbrant is de vervaardiging en verkoop van schrijversbeelden en - bustes.

 

www.schrijversbeelden.nl

 

Samen met Ed Schilders stichtte hij in 1987 uitgeverij en publiciteitsbureau Dante PB & BP, gespecialiseerd in literaire relatiegeschenken. Met Martin Hulsenboom en Ed Schilders publiceerde hij eind 2016 het boek Biblio-sonnetten van en over de Franse dichter Paul Verlaine.

 

 

Op 27 augustus 2017 verscheen Boeken uit de doeken, een verzameling bespiegelingen over schilderijen met de lezer of het lezen en het boek als onderwerp, ter gelegenheid van de twintigste Tilburgse boekenmarkt 'Boeken rond het paleis', in samenwerking met Martin Hulsenboom (Stichting dr. P.J. Cools, Tilburg 2017).

 

Illegale pers tijdens de bezetting


In de bezettingstijd zijn er in Tilburg verschillende illegale blaadjes uitgegeven. In november 1940 begonnen de communisten in Tilburg het illegale blaadje Vrede en vrijheid. Het is vermoedelijk het eerste ondergrondse blaadje in Noord-Brabant. In augustus 1943 werd het gecombineerd met het illegale De Waarheid, het blad van de communistische partij, dat na de bevrijding, in december 1944 in Noord-Brabant als Volksdagblad voor bevrijd Nederland en ook als Weekblad voor het bezette gebied verscheen.


Regionaal Archief Tilburg.

 

In 1942 kwam hoofdagent van politie Frans van Bilsen (Ginneken, 1911) in Tilburg aan de Ringbaan-Oost 14F wonen. Voordien was hij hoofdagent te Vlaardingen, waar hij een gevaarlijke dubbelrol speelde: hij zat in de illegaliteit, en deed pogingen om te infiltreren binnen Duitse organisaties. Hij hield zich bezig met het vervaardigen van het illegale krantje De Stem van Vrij Nederland. In Tilburg speelde hij een rol in het zogenaamde 'Englandspiel' door twee uit Haaren ontsnapte 'Engelandvaarders' Ubbink en Dourlein voor de Duitsers verborgen te houden en later veilig op weg te helpen naar Engeland. Via pater Gervasius O.F.M. Cap. kwam hij in contact met de drukker van het blad Groot Tilburg, A. Greven. In december 1943 was hij weer in staat zijn illegale blad, nu onder de naam De Stem, uit te geven. Van Bilsen werd geheel ten onrechte vanwege zijn 'dubbelrol' op 20 januari 1944 door de Limburgse illegaliteit geliquideerd. De Stem werd voortgezet door G. Derckx en B. de Wijs. Zij werden echter door de Duitsers opgepakt en in Vught gefusilleerd. De broer van de eerste redacteur, A. Derckx, heeft de uitgave nog enige tijd vanuit Utrecht voortgezet. Na de bevrijding is de naam door een dagblad in Breda overgenomen.

Tilburg heeft nog meer illegale blaadjes gekend. In 1943 verscheen de Brabantsche Studentenbrieven. De ondergedoken en de vanaf 5 mei 1943 voor de arbeidsinzet gedeporteerde studenten, hadden hun blad Het Gastmaal, dat onder leiding van G. Freeman door het Brabantsche Studentengilde van O.L. Vrouw werd uitgegeven. 
L.J. van de Gevel en zijn buurman H.C.C. Want gaven tussen juni 1944 tot aan de bevrijding op 27 oktober 1944 totaal 1185 nummers uit van de Berichten van de GPD, dat is de geallieerde persdienst. De firma K.E.C. Want en Zn. had vanaf februari 1943 al het illegale bulletin de Geallieerde Persdienst uitgegeven. 
De Nieuwsbode, die aanvankelijk als blaadje van De Vrije Pers in Utrecht werd uitgegeven, werd in augustus 1944 door J. Merkx in Tilburg zelfstandig voortgezet. De naam werd al spoedig gewijzigd in De Laatste Vuurproef, omdat het blaadje ongewenst was geïnfiltreerd.
Anton van Oirschot, De krant in Brabant, Heeze, 1963, p.53-54; J. Rep, Englandspiel, Bussum, 1977; dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 9, 's-Gravenhage, 1979, p. 1006-1007 en 1916; Frans Janse, Tilburg 1940-1945. Jaren van verduistering, Tilburg, 1984, p. 68-69 en 78-80; Encycl. van Noord-Brabant, 1, 1985, p. 151; 2, 1985, p. 238-240 en 4, 1986, p. 295; Lydia E. Winkel, De ondergrondse pers 1940-1945, Amsterdam, Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, 1989, geheel herzien door drs. H. de Vries; GAT, Mededeling Gerrit Kobes 14-1-1992.

Regionaal Archief Tilburg

 

 

 

 

 

InTilburg (15 juli 2015)

 

De boekenreeks InTilburg werd in het najaar van 2013 gelanceerd door de Tilburgse drukkerij/uitgeverij Gianotten Printed Media met als doelstelling een serie boeken over Tilburg, Tilburgers en de Tilburgse Taal voor een breed publiek. De redactie van de reeks wordt gevormd door Hans Hop en Han van Meegeren namens de uitgeverij, en Ed Schilders en Ronald Peeters. De vormgeving wordt verzorgd door Bart Gladdines. Tussen oktober 2013 en 1 oktober 2015 verschenen twaalf titels.

 

De schonste taol van't laand
De mooiste Tilburgse woorden
Auteurs: Ed Schilders en Ronald Peeters

 

De kapel op de Hasselt
Een bloemlezing uit het werk van 40 Tilburgse auteurs. Zie lemma Hasseltse kapel.

 

Uit het archief van de fraters
Auteurs: Rien Vissers en Han van Meegeren

 

Tilburg in kleur 1900-1930
De mooiste ingekleurde ansichtkaarten
Auteur: Ronald Peeters

 

Ik praot nie frêet
Een bloemlezing van gedichten in de taal van Tilburg en omstreken
Samengesteld door Ed Schilders

 

Grenzeloos Tilburg 1914-1918
Een stad vol vluchtelingen
Onder redactie van Astrid de Beer, Berry van Oudheusden, Ronald Peeters en Ed Schilders

 

Van Acacia tot Zilverlinde
De mooiste bomen van Tilburg
Auteur: Han van Meegeren

 

Met voorbedachten rade?
Moord en doodslag in Tilburg 1868 - 1972
Auteur: Berry van Oudheusden

 

Ik kan het niet langer houden!
Berichten over poep, pies en winderigheid in Tilburg en aangrenzende hogedrukgebieden
Auteur: Ed Schilders

 

Het gesprek van de dag
Spraakmakende gebeurtenissen uit Tilburg in de tweede helft van de 20ste eeuw
Auteur: Marcel de Reuver

 

Veertien tuinen vier seizoenen
Leven met de natuur op de Tilburgse volkstuinen
Auteur: Jeroen Ketelaars

 

Tegendraads - Een Tilburgse roman

Auteur: Ineke van Pelt

 

Spotten en schelden in Tilburg, Goirle en ommelanden

Auteur: Ed Schilders

 

Auteurs: Jeroen Ketelaars & Lauran Wijffels

 

Auteur: Ed Schilders

 

Auteur: Ed Schilders

 

Auteur: Ronald Peeters

 

Auteur: Ronald Peeters


Begin pagina

Inhoud De Paap van gramschap

CuBra Home


IDIL - Informatie-Dienst Inzake Lectuur

Illegale pers tijdens de bezetting

InTilburg boekenreeks