INHOUD DE PAAP VAN GRAMSCHAP
REGISTER
HOME CUBRA

Haans, Ad

Haans, Frits
Hamers, Adriaan
Hanewinkel, ds. Stephanus
Hardenberg, mr. Herman
Hasseltse kapel
Heerkens S.V.D., p. Piet
Heerkens, Leo
Heerkens, Nor

Heijden, Rinus van der

Heijst, A.N.P van

Helligers, Han
Hertshoren (Cervicornus) Drukkersgeslacht

Hest, Joost van

Heumakers, Arnold

Hoecken, Christian
Hoek, Luc van
Hogendorp, G.K. Graaf van
Hogeschool, Katholieke
Hornman, Wim
Horsten, fr. Tharcisio
Horsten, Jan
Houdijk, Jaap
Houdt, fr. Ludovicus van den
Huijsmans, Constant

Hulsenboom, Martin
Huysmans, Joris-Karl


© Ronald Peeters 1992-2015 & Ed Schilders 2015 & Stichting Cultureel Brabant 2015


 

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K
L
M
N

O

P
R
S
T

U

V

W

 

Ronald Peeters & Ed Schilders

Ad Haans - J.-K. Huysmans


Haans, Ad (22 juli 2015)

 

Bron: Brabant Cultureel/Brabant literair. Fotograaf niet bekend

 

Ad Haans werd in Tilburg geboren op 14 september 1939. Aan de Katholieke Leergangen studeerde hij Nederlands, gevolgd door een studie algemene taalwetenschap en taalpsychologie aan de Universiteit van Nijmegen. Van1963 was Ad Haans als docent werkzaam in het HBO-onderwijs, van 1972 tot 1993 aan de Nieuwe Lerarenopleiding van het Mollerinstituut in Tilburg. Vanaf 1993 is hij, zoals hij het zelf noemt, 'een wegbezuinigde ‘vrijgestelde’ met veel aandacht voor poëzie'. Dat laatste uitte zich in de publicaties vanaf 1997 over dichters als Rainer Maria Rilke, Gerrit Achterberg en Martinus Nijhoff, uitgegeven door het door Haans opgerichte Bureau Pragmatekst. In 2015 publiceerde hij onder het pseudoniem Reinier de Wolf een openhartige beschrijving van de problematische relatie die hij had met zijn aan kanker overleden zoon: Grawitz.

Ed Schilders & internet 2015

 

 

 

Ad Haans - Lezing over Rainer Maria Rilke

Ad Haans - De wolf en het lam

Ad Haans - Mystiek in de poëzie

Ad Haans - Over Jasper Mikkers

Ad Haans - Columns uit het Brabants Dagblad

Bibliografie uit WorldCat

Haans, A. F. J. (1999). Mystieke ervaringen in de Nederlandse poëzie in de eerste helft van de twintigste eeuw. Tilburg: Haans.

Rilke, R. M., & Haans, A. F. J. (2008). Rainer Maria Rilke: Bloemlezing. Den Dungen: Tilia Levis.

Haans, A. F. J. (2012). Verzamelde bijdragen aan het letterkundig tijdschrift 'Leydraden': 1998-2012. Tilburg: Bureau Pragmatekst.

Rilke, R. M., & Haans, A. F. J. (2013). Mijn levensjaren met Paula Modersohn-Becker: Requiem Für Eine Freundin. Tilburg: Bureau Pragmatekst.

Haans, A. F. J. (2013). GeDICHTen van Gerrit Achterberg GeOPENd. Tilburg: Bureau Pragmatekst.

Haans, A. F. J. (2014). Nooit meer fouten tegen -d,-t, of -dt. Tilburg: Uitgeverij Bureau Pragmatekst.

Haans, A. F. J., & Nijhoff, M. (2014). Martinus Nijhoff en 'Het uur u'. Tilburg: Bureau Pragmatekst.

Rilke, R. M., & Haans, A. F. J. (2015). Rainer Maria Rilke: Tweetalige bloemlezing met verantwoording en biografie. Tilburg: Bureau Pragmatekst.

 

Haans, Frits


Frits Haans werd in 1920 te Tilburg geboren. Hij was als leraar Nederlands werkzaam te Bergen op Zoom en Breda. Zijn oeuvre bestaat uit gedichten en verhalen, vooral voor de jeugd. Ook op didactisch gebied heeft hij zijn sporen verdiend. Voor het lager onderwijs was hij medesamensteller van bijvoorbeeld De Meiboom en voor het middelbaar onderwijs van 12 x Taal. Sinds 1968 heeft hij in eigen beheer poëziebladen met grafiek en later de Haneboeken uitgegeven. Als bekend verzamelaar van kleingrafiek schreef hij in de jaren zeventig in binnen- en buitenlandse vakbladen over grafiek en het ex libris. Hij schreef de tentoonstellingscatalogus Boekmerken uit Brabant van de bibliotheek van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen ('s-Hertogenbosch, 1978). Zijn belangrijkste publikaties zijn: Siske en zijn konijntjes (1947), Prentenboek van Onze Lieve Heer (1949), Jan Klaasen kraait victorie (1950), Koert Wiels (1951), Friedel en Bonneton (1956), Cees Andriessen: En Hollandsk grafiker (1971) en Een avondje Hanlo (1980). Enkele boeken verschenen onder het pseudoniem Frits Hemel.
Noordbrabants schrijversboek 1981, 's-Hertogenbosch, 1981, p. 34-41; Encycl. van Noord-Brabant, 2, 1985, p. 125.

Bron: Internet 2015

Omslagtekening: Frans Mandos

 

Grafiek voor en van Frits Haans

Kleingrafiek groter

art.exlibris.net

Exlibrissen voor Frits Haans gemaakt

 

Cees Andriessen, 1975. Rechts: Miroslav Matous, z.j.
 

Ap. Boema, 1970. Rechts: Jan Battermann, z.j.

 

Vojtech Cinybulk, z.j.

 

Ed Schilders

Clichédruk (200 exemplaren) door Frits Haans gemaakt voor een onbekende uitgave.

 

 

Ronald Peeters

Kleingrafiek vervaardigd door Frits Haans

 

Lijntekening met de hand ingekleurd (links). Ex Libris voor Piet Haans.

 

Geboortekaartje.

Kleingrafiek groter


Hamers, Adriaan


Regionaal Archief Tilburg


Adriaan Petrus Hamers werd op 14 juli 1871 in Tilburg geboren. Op 4 juni 1898 is hij tot priester gewijd. Hij was achtereenvolgens rector te Goirle (1899), kapelaan te Millingen (1899), Dussen (1902) en St. Anthonis (1903), rector te Oisterwijk (1913) en ten slotte pastoor te Deursen (1918-1928). Hamers was een verdienstelijk tekstschrijver-componist van geestelijke en wereldlijke liederen. Hij schreef tientallen zogenaamde Liederen in volkstoon, die bij W. Bergmans in Tilburg werden uitgegeven. Het meeste succes heeft hij wel gehad met zijn Psalterke. 105 geestelijke liederen voor kerk, school en huisgezin (Tilburg, W. Bergmans, vele drukken), waarvan er meer dan 200.000 verkocht werden! Hij maakte voor zijn composities gebruik van gedichten van onder anderen de Tilburgse priester-dichters A. van Delft en H.J.M. Donders.
Hamers overleed op 13 juli 1929 te Oosterhout en werd te Tilburg begraven op de begraafplaats van het Heike aan de Bredaseweg (graf A 11/4).

GAT, Collectie bidprentjes; GAT, Bibliotheek, cat. nrs. 3866 en 5360; GAT, Collectie kerkboeken etc., nr. 100, uitgave 1922 van het Psalterke; NvhZ van 17-7-1929; NTC van 15-7-1929; Roomsch Leven van 21-7-1929; R.K. Wie is dat?, Leiden, z.j. (ca. 1925), p. 54.
Regionaal Archief Tilburg

Ronald Peeters

Regionaal Archief Tilburg & CuBra

 


Hanewinkel, ds. Stephanus


Bron: Meijnecke (2009)

 

Stephanus Hanewin(c)kel werd op 5 oktober 1766 te Nuenen gedoopt. Hij was de zoon van Hermanus Christianus Hanewinkel, predikant te Nuenen, en van Catharina Elisabeth Sluiter. Stephanus Hanewinkel was predikant te Bakel in 1790, te Aarle, Beek en Lieshout in 1791, te Oost-Graftdijk in 1798, te Vierlingsbeek in 1802, in combinatie met Sonsbeek in 1806, te Warns en Scharl in 1811, te Ravenstein in 1818, in combinatie met Dieden in 1825. Hij ging op 1 juli 1841 met emeritaat. Hij trouwde te Bakel in 1798 met Alida von Schmidt auf Altenstadt (1779-1858).

Zijn eerste werk dat hij naamloos publiceerde, was Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in den jaare 1798-1799 (in brieven) in twee delen (Amsterdam, 1799-1800; reprint 's-Hertogenbosch, 1973). Het gaat over de houding van protestanten tegenover het katholieke volksdeel in de Meijerij van 's-Hertogenbosch. Het bevat een schat aan informatie over de volkscultuur in de Meijerij en het is sterk anti-katholiek geschreven. Over zijn bezoek aan Tilburg schrijft hij (op p. 107-109 in het eerste deel):
 

Dit Dorp is het grootste van de geheele Majorij, en ook één der grootsten van onze geheele Republiek; hetzelve is als eene Stad aangelegd, in het midden ligt een groot Marktplein, ook vind men 'er eene schoone Kerk en een fraai Kasteel. De straaten zijn belegd met keisteenen.[...] 
Hoe meer ik Tilburg beschouw, hoe meer ik deszelfs Inwooners op den keeper bezie [...], hoe sterker ik in het gevoelen versterkt word, dat de eigenschappen der Roomschen zoo hier, als op andere plaatzen der Majorij, zijn: Domheid, dweepzucht, bijgeloof en onverdraagzaamheid. De haat der Roomschen tegen de Protestanten is overäl geweldig sterk [...]
 

 

Over de dichtkunst van de Tilburgers heeft hij ook al geen goed woord over als hij spreekt over de intocht van Antonius van Gils in 1779 in Tilburg:
 

Tilburg draagt grooten roem 'er op, dat voor eenige jaaren één van deszelfs Inboorlingen, als Primus van de Leuvensche Akademie alhier wierd ingehaald, deeze plegtigheid geschiede met allen pracht en luister. [...] men maakte bij die gelegenheid ellendige rijmen, vooräl jaarschriften, want deeze zijn de geliefkoosde rijmen der Brabanders. - Zie hier één der besten, die ik 'er van gevonden heb, en dan kunt Gij over de anderen ligtlijk oordeelen, hoe schoon zij geweest zijn:

eCCe t Is Voorzeker en geVVIs
Dat Van gILs prIMUs Is.

Wat dunkt U van dit vers? men lapte 'er een latijnsch woord bij, om toch het zoo geliefd jaartal te kunnen vinden.
 


Zijn tweede publikatie, nu wel op naam, is Geschied- en aardrykskundige beschryving der Stad en Meiëry van 's-Hertogenbosch,beginnende met de vroegste tyden en eindigende met den jare 1802 (Nijmegen, 1803). Hij publiceerde verder nog anoniem als zedelijke Belijder van de schoone godsdienst van Jezus, boekjes die in Amsterdam verschenen. Ds. Stephanus Hanewinkel overleed op 15 december 1856 te Ravenstein.

NNBW, I, Leiden, 1911, kol. 1022; Encycl. van Noord-Brabant, 2, 1985, p. 140; Gerard Rooijakkers, 'Confrontatie of accommodatie? Het protestantse beschavingsoffensief in de Meijerij van 's-Hertogenbosch (1648-1800)', in: Brabants Heem, jrg. 43, 1991, nr. 1, p. 1-7.
juli 2001: Marcel C.A. van der Heijden, Lys Sint Mourel en andere Tilburgse schatten. Tilburg in het werk van enkele schrijvers (Tilburg, Jan van Laarhoven B.V., 1994), p.23-31 ('Brieven uit Tilburg. Stephanus Hanewinkel').

18 mei 2015: Frank C. Meijneke, Op reis door de Meierij met Stephanus Hanewinckel. Voettochten en bespiegelingen van een dominee, 1789-1850 (Stichting Zuidelijk Historisch Contact, Tilburg, 2009).
Ronald Peeters

 

 

Ed Schilders


Hardenberg, mr. Herman

 

Mr. Herman Hardenberg, geboren op 11 juli 1901 te 's-Gravenhage, was algemeen rijksarchivaris te 's-Gravenhage (1953-1966). Hij publiceerde archiefinventarissen, diverse boeken en vele artikelen in tijdschriften en jaarboeken, bijvoorbeeld het artikel Het ontstaan van de vrijheid Tilburg dat hij in de bundel Van heidorp tot industriestad (Tilburg, Henri Bergmans, 1955) schreef. Zijn verhaal over Hermanus Harten, in de geromantiseerde historische verhalenbundel Uit oude papieren (Amsterdam, P.N. van Kampen & Zoon N.V., z.j.), speelt zich gedeeltelijk af in Tilburg op het eind van de 18e eeuw. Hardenberg overleed op 18 april 1976 te Brussel.
Wie is dat ?, 's-Gravenhage, 1956, p. 246; A.E.M. Ribberink, 'Herman Hardenberg 1901-1976', in: Nederlands Archieven Blad, jrg. 80, 1976, p. 101-106.
Ronald Peeters


Hasseltse kapel

 

 


Regionaal Archief Tilburg


De Hasseltse kapel werd omstreeks 1530 gebouwd. In het klokketorentje hangt een bronzen Mariaklokje dat in 1536 door de Bossche klokgieter Jasper Moer werd gegoten. Het opschrift luidt:

Maria is mynen naem 
Jasper Moer maeckten mij
Int jaer ons Heeren MCCCCCXXXVI

Enkele auteurs hebben zich door dit devote kapelletje, dat ter ere van Onze Lieve Vrouw werd gebouwd, in historische en literaire zin laten inspireren. De eerste was Edmond Meelis, die omstreeks 1900 in zijn bundel Uit Tilburg's verleden een hoofdstuk aan deze kapel wijdde. Willem van Mook publiceerde in 1930 de brochure Beknopte folkloristisch-historische beschrijving van het Tilburgsch genade-oord der 'Hasseltsche Kapel' of 'Kapelle van onze Lieve Vrouwe ter Hasselt'. Lamb. G. de Wijs schreef in 1939 de eerste uitvoerige historische schets: De geschiedenis van de Hasseltsche kapel. Het beste historische werk werd in 1972 onder redactie van dr. F.J.M. van Puijenbroek gepubliceerd onder de titel Eeuwen en uren in de Hasseltse kapel, dat in 1987 in populaire vorm bewerkt zou worden door zijn echtgenote Nel van Puijenbroek-van Mierlo onder de titel De Hasseltse kapel te Tilburg troost en toeverlaat voor velen.

Jehan Kuypers beschreef in zijn boekje Lieve Vrouwkes van Brabant of eenen krans van Maria-legenden (Maastricht/Vroenhoven, 1940) de legende van Winus Monkels:
 

Diep onder den zompigen grond van De Hasselt staat mee de armen in de hoogte en krom als van eenen gebochelde, het geraamte van Winus Monkels, en boven zijnen schedel drukken de fundamenten van de Lieve Vrouwe kapel. Want vierhonderd jaar geleden, toen 't er allemaal moer was en wildernis, kroop Winus Monkels iederen uchtend in zijn donkere hut, en kwam er niet uit voor den avond hem in duisternis verborg. Dan hurkte hij achter brembosschen of vlierenhout en maakte mee zijnen spitsen dolk tooverteekens over de vlakte, tot er menschen neven kwamen, die hij door hun ribben stak om hun beurs te rooven. Zoo is 't ook gebeurd mee 'nen edelman, die over de aardsche wegen ging aan de hand van Onze Lieve Vrouw. Want toen Winus Monkels dezen braven mensch bij de keel greep, stuurde zij in de gedaante van struische mannen, twee aartsengelen om den edelman te bevrijden; zoodat de struikroover van De Hasselt uit consternatie mee zijn armen omhoog in het moer vluchtte, en vier meter diep verzonk.

Sedert dien dag steeg uit het ven een benauwende lucht, en op de plaats waar Winus was verzonken bleef geenen kikvorsch in leven.
Doch de edelman, die maanden nadien van zijn verre reis weerom kwam, mee vijfhonderd gouden ducaten, gaarde van wijd in 't ronde de boeren bijeen, en liet hen zand varen van de Oirschotsche hei om de Wijers te dempen, en steenen te bakken voor den bouw van een sierlijke kapel. En Winus Monkels, die vier meter diep in zijn naakt geraamte stond, waartusschen zijn ziel in gedaante van eenen vetten wurm tot den laatsten werelddag moet blijven dolen, kreeg op zijnen schedel den last te torschen van een kapel, die meestentijds vol zou zijn van devote menschen.
 


In zijn boek Jaren en jeugd in Brabant (Amsterdam, 1944), dat in 1987 werd herdrukt onder de titel Jeugd in een fabrieksstad (Tilburg, De Schaduw), haalt Uri Nooteboom zijn herinneringen op aan de Hasseltse kapel:
 

Het was er druk in vroeger jaren als ge er in den jongen Meidag binnen kwaamt. Ge stondt gedrongen in den smallen ingang en de zingende stem van de kwezel bad haar honderd-en-vijftig wees-gegroeten met de onze-vaders en de vijftien geheimen. Als de eene kwezel was uitgebeden begon de andere op een iets lageren toon. Men drong naar voren als een plaats vrijkwam in de ongemakkelijke banken. De zon zette strepen goud licht door de oostelijke vensters. Het altaar was één versiering van barokke krullen, pilaren en tierlantijnen. Het stond vol vazen met papieren bloemen, er naast in de hoeken stonden krukken en daarboven hingen ex voto's, ofschoon ge nooit vernomen had, dat daar ooit een wonder was gebeurd, of dat daar iemand was genezen. De Tilburgsche vroomheid prevelde hier haar ochtendlijk morgengebed in de benauwde sfeer van een overvolle ruimte.

april 2015

In 2013 verscheen de bloemlezing De kapel op de Hasselt als deel 2 in de reeks InTilburg (redactie Ed Schilders, Ronald Peeters, Gianotten Printed Media) ter ondersteuning van een restauratie van de kapel. Het boek bevat werk van veertig Tilburgse schrijvers en beeldend kunstenaars: Pierre van Beek, A.J.A.C. van Delft, Harrie Janssens, Gerard de Croon, Uri Nooteboom, Lodewijk van den Bredevoort, Elie van Schilt, Harry Corvers, Henriëtte Vunderink, Piet Brok, Piet van Beers, Frans en Kees Mandos, Lechim, Cees Robben, Frank Klaroen, Joep Eijkens, Jan Swolfs, Ed Schilders.

Ronald Peeters


 

 

De legende van Winus Monkels in De Stad als Museum van Luc Verschuuren en Ed Schilders (Tilburg, Woonzorgcentrum Padua 2013)

 

De Hasseltse kapel in de Rijmkroniek van Tilburg (1946). Tekst Anton Eijkens, kalligrafie Kees Mandos.

Audiobestand: 'De Hasseltse Kapel' door Tony Ansems

 

Heerkens, Leo


Bron: Rolf Jansen, We hebben gezongen en niks gehad (1984)

 

Leo Adrianus Cornelus Heerkens werd op 17 januari 1904 te Tilburg geboren als zoon van Johannes Heerkens (1860-1916) en Petronella Maes (1872). Hij was de broer van Piet Heerkens (zie verder). Leo Heerkens had een houtwerkplaats aan de Korvelseweg. In 1928 vertrok hij naar Helmond, waar hij in 1929 trouwde met Catharina Wilhelmina Vernoy. In Helmond begon hij een wasserij, en in zijn vrije tijd hield hij zich bezig met schilderen, boetseren, dichten, componeren, piano- en orgelspelen. Leo schreef de muziek bij gedichten van zijn broer Piet in de zangbundel Nederlands Volkslied. Hij schreef verder nog zo'n 120 liederen, waarvan 45 op teksten van hemzelf of Piet. De overige zijn op teksten van B. van Meurs, Guido Gezelle en anderen. In 1949 maakte hij de dichtbundel De Knaorrie van zijn broer Piet af, die in 1944 overleden was. Leo Heerkens overleed op 11 maart 1966.
Ronald Peeters, 'Pater Piet Heerkens S.V.D., Tilburgse schrijver en missionaris (1897-1944)', in: Actum Tilliburgis. Tijdschrift van de Heemkundekring Tilborch, jrg. 6, nr. 1, mei 1975, p. 7-17; Rolf Janssen, We hebben gezongen en niks gehad, Tilburg, 1984, p. 91-122.

- Rolf Janssen over Leo Heerkens

- Inhoudsopgave Leo Heerkens op CuBra

 

Heerkens, Nor


Ronald Peeters


Norbertus Franciscus ('Nor') Heerkens werd op 19 april 1906 te Tilburg geboren. Hij studeerde van 1918-1924 aan het gymnasium van de Norbertijnen te Heeswijk-Dinther en daarna, samen met Anton van Duinkerken, Nederlands aan de R.K. Leergangen te Tilburg. In 1926 werd hij redacteur van het dagblad De Morgen en van het weekblad De Nieuwe Eeuw. Hij verhuisde in 1930 naar Helmond. In 1936 werd hij redacteur in algemene dienst bij uitgeverij de Spaarnestad in Haarlem. In de oorlog gaf hij het illegale blad De Uitkijk uit, waarvan hij na de oorlog nog zo'n vijfentwintig jaar redacteur bleef. Heerkens ging in 1964 in Hilvarenbeek wonen.
Zijn eerste gedicht werd in 1923 onder het pseudoniem Albatros in het Jong Studentenblad gepubliceerd. Hij schreef vijftien bekende jongensboeken (Bilthoven, H. Nelissen) die 'kwartjesboeken' werden genoemd, zoals Kees, De koning der  zandbaan, Zijn eerste zesdaagse, Met den Uiver naar Melbourne, Vliegtrein A 10 in brand, De gouddelvers van de Negus, Het pelikaantje en Het zwarte kaperschip. Voorts schreef hij novellen, korte verhalen en romans, zoals De vreemde vogel, Geld betekent niet alles, en de Brabantse streekromancyclus De vijf eiken (De Bilt, De Fontein, 1973), De wolwevers (De Bilt, De Fontein, 1975) en De Nieuwkomers (Baarn, De Fontein, 1979). 

De wolwevers gaat over de bewustwording van de arbeiders in de Tilburgse wolindustrie en hun strijd tegen de absolute macht van de fabrikanten en de toenmalige pastoors. Heerkens heeft voor deze roman een uitvoerig literatuuronderzoek gedaan, wat dit boek tot een herkenbare Tilburgse roman maakt.
Nor Heerkens is in 1991 te Hilvarenbeek overleden.

GAT, Bevolkinsregisters, 1900/1910, deel 30 fol. 189 en 1910/1920, deel 17 fol. 51; 1921/1939, gezinskaart 17/51; Noordbrabants schrijversboek 1981, 's-Hertogenbosch, 1981, p. 42; Encycl. van Noord-Brabant, 2, 1985, p. 151; HN van 24-4-1987.

Eerste aflevering van De Uitkijk na de capitulatie van Duitsland. Bron: Delpher

april 2015: Nor Heerkens was, net als Hans van Uden / Karel Janson, een belangrijk leverancier van jeugdboeken, die onder de noemer 'kwartjesboeken' (zie boven) werden uitgegeven in Helmond.

Een van zijn laatste publicaties is Hilvarenbeek van de hak op de tak, eigenlijk bijschriften bij historische foto's (Hilvarenbeek, De Hilverbode, 1976)

 

Ronald Peeters

 

Ed Schilders

Nor Heerkens in de reeks 'Kwartjesboek'

 

Omslagtekening van Nor Heerkens; volgende illustraties: Charles Boost

Het vervolg op Koning der zandbaan; illustraties Charles Boost

 

 

 

 

 

Met afbeeldingen van Frans Mandos Tzn - Over Jimmy, een jonge vliegmachinefanaat uit Udenhout die in Tilburg op de Rijks-HBS zit, en uitgroeit tot een van de beste piloten van de KLM.

Met afbeeldingen van Frans Mandos Tzn., onder andere dit portret van de auteur:

 

 

Nor Heerkens geportretteerd door Gerrit de Morée, die veel van Heerkens' jeugdboeken illustreerde. Bron: Noordbrabants Schrijversboek 1981.

 

 

Heerkens S.V.D., p. Piet


Regionaal Archief Tilburg


Petrus Martinus ('Piet') Heerkens werd geboren op 4 november 1897 te Tilburg. Hij was een van de 'Korvelse' jongens die in de jaren 1914-1922 hun weg vonden naar het missiehuis St. Willibrordus te Uden om daar opgeleid te worden tot missionaris van de Congregatie van het Goddelijk Woord. Hij begon zijn studie in april 1914, en was in 1918 te Oudenbosch. Op 6 februari 1927 werd hij te Teteringen tot priester gewijd. Het missiekruis werd hem in het missiehuis te Steyl overhandigd door Eugenio Pacelli, de nuntius te Berlijn en de latere paus Pius XII. In september 1927 vertrok hij naar de missie van Flores in het voormalige Nederlands-Indië. Zijn eerste werkterrein was Rekas in het uiterste westen van Flores. Hij moest daar onder de nog heidense bevolking zijn missionerende arbeid verrichten. Dit kon hij fysiek niet aan en daarom werd hij in 1929 overgeplaatst naar het klein-seminarie te Toda-Belu om daar als leraar en tijdelijk prefect aangesteld te worden. 

In 1933 werd hij pastoor in de oude parochie Sika op Midden-Flores. Pater Heerkens had grote belangstelling voor de gewoonten, tradities, folklore en verhalen van de inlandse bevolking, waardoor hij vele gegevens kon verzamelen voor zijn literaire arbeid. In 1936 moest hij om gezondheidsredenen naar Nederland terugkeren. Toen hij weer wat op krachten was gekomen, gaf hij op missieavonden aanvankelijk nog vele lezingen met films of lichtbeelden. Spoedig ging hij zich toeleggen op het schrijven. Op 28 januari 1944 is hij na een maagoperatie in het ziekenhuis te Eindhoven overleden. Hij werd op 1 februari begraven op het kerkhof van het missiehuis St. Lambertus te Helvoirt.
Piet Heerkens heeft een uitgebreid oeuvre nagelaten, variërend van gedichtenbundels in Tilburgs dialect, tot romans over de missie op Flores en theologische werken. Hij schreef gedichten die zijn broer Leo op muziek zette.
In 1930 verscheen zijn eerste werk de roman Flores de Manggurai (Uden, Missiehuis), in 1932 gevolgd door Sinjo de slimme aap (Uden). In hetzelfde jaar verscheen In de goudmijnen van Rome. 'n Boekje van Roomsche blijdschap (Uden). Andere bekende werken over de missie en theologische onderwerpen zijn: Ola Wolo (Eindhoven, 1938), Ria Rago (Eindhoven, 1938), Pietje. Een boekje van Roomse blijdschap (Eindhoven, W. van Eupen, 1939), Het lied van Saka Ladja (Antwerpen-Heemstede, Boekenclub Sint-Bavo, 1949), Lieder der Florinesen (Leiden-Köln, E.J. Brill, 1953), Van katoen tot ikatdoek (Amsterdam, Koloniaal Instituut, jr. onbek.), De navolging van Christus ('s-Hertogenbosch, Malmberg, 1937), Bij de bron (Roermond, Romen en Zonen, 2 delen, 1941-1942) en tot slot postuum het boek In Pace. Teksten voor bidprentjes (Roermond, Romen en Zonen, 1946).
Voor Tilburg zijn vooral de zes gedichtenbundels in het Tilburgs dialect van belang, die vanaf 1938 tot na zijn dood in 1944 verschenen bij drukkerij Henri Bergmans te Tilburg. Uit zijn eerste gedichtenbundel Den örgel (1938) is het bekende gedicht Tilburg:
 

Tilburg

'k Zie oe daor zo gèere ligge,
Tilburg, waor 'k geboore ben,
mee oew kerken, oew febrieke,
waor ik iedere lijn van ken.

'k Zie zo gèeren al die toorens,
mee d'r kruise fier in top,
't blauw deurboore naost de schaawe
mee d'r pluimen om d'ren kop.

Want de toorens van oew kerken
en oew schaawe zinge schoon,
zinge men van bidde, werke,
lieve liekes zonder toon.

Deurom zie 'k oe daor zo gèere,
Tilburg, waor 'k geboore ben,
mee oew kerken, oew febrieke,
waor ik iedere lijn van ken.

 

Twee gedichten in het tijdschrift Brabantia Nostra (jrg. 2, 1936), die onder het pseudoniem Piet Körvel (Den örgel; p. 217) en Piet van Tilborgh (De boeremeid; p. 284) verschenen, werden opgenomen in de bundel Den örgel. In de bundel De Mus (1939) staan ook enkele 'liekes' van zijn broer Leo Heerkens. De Kinkenduut (1940), waaraan wederom zijn broer bijdroeg, werd uitgegeven als 'busselke drie'. Zijn vierde bundel Brabant (1941; in 1978 te Tilburg herdrukt bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Pillot Standaard Boekhandel) droeg hij op aan dr. P.C. de Brouwer. Bekend is het gedicht Brabantse scheldprocessie, waarin hij een scala van spotnamen van de inwoners van Brabantse steden en dorpen opsomt: In Tilburg (wonen) Turken en Kruiken. Op de eerste zondag van september 1968 trok in Heeze een Brabantse scheld- en spotprocessie door de straten, geïnspireerd door dit gedicht. Ook het gedicht As Tilburg zingt.. komt uit deze bundel (fragment):
 

We hebben de schoonste stad van et laand,
en onze vadder is fabberikaant !

We hebben hier ok eenen blauwen sloot
en as ge 'm ruukt dan valde dood!

Dan hebben we nog 'n zwembazin
en daor kunnen wel duuzend weeverkes in.

Ok hemme hier schaawen en toorens zat,
en dörom is Tilburg zo'n schoone stad.


In 1941 wordt zijn vijfde bundel Vertesselkes uitgegeven. De uitgave van zijn laatste bundel De Knaorrie heeft Piet Heerkens niet meer mee kunnen maken. Zijn broer Leo maakte deze bundel af 'omdet ie 'et nie meer kon' vanwege zijn ziekte. In 1949 werd de bundel gepubliceerd en Leo Heerkens schreef in het 'veurwordje': M'n bruur was zo geere 'en tijdje Brabants bard geweest. Hij vuulde zo goed aon, da mee 'et Brabants plat ok 'et Brabantse hart zö verdwijne en omgekeerd. Da dees busselke eraon zal meewerke om dà te veurkome hoop ik uit de grond van m'n hart en ik geleuf 'et ok stellig.

Ronald Peeters, 'Pater Piet Heerkens S.V.D., Tilburgse schrijver en missionaris (1897-1944)', in: Actum Tilliburgis. Tijdschrift van de Heemkundekring 'Tilborch', jrg. 6, nr. 1, mei 1975, p. 7-17; Rolf Janssen, We hebben gezongen en niks gehad, Tilburg, 1984, p. 91-122, waarin vele liedjes van Piet en Leo Heerkens zijn opgenomen; Encycl. Noord-Brabant, 2, 1985, p. 151-152.
juli 2001, februari 2002 Zie ook website CUBRA (Cultureel Brabant;. Lauran Toorians, ‘Pater Piet Heerkens S.V.D. als indoloog. Tilburgse Gezelle die ook Longfellow ‘deed’’, in: Brabant Literair, bijlage van Brabant Cultureel, jrg. 51, nr. 2, februari 2002, p. 18-21.

maart 2015 Dankzij het speurwerk van Ben van de Pol is aan het licht gekomen dat Piet Heerkens na zijn terugkeer uit de missie ook een grote hoeveelheid dialectverhalen en –gedichten geschreven heeft voor Tilburgse kranten.

Onder het pseudoniem Jan Jaansen schreef hij (1939) voor de Nieuwe Tilburgsche Courant het feuilleton ‘Groeten uit Baozel’ (18 afleveringen). Het betreft verhalen die Heerkens baseerde op werk van de populaire Duitse dialectschrijver Augustin Wibbelt.

In dezelfde krant verschenen in 1940-41 dialectverhalen op naam van Augustin Wibbelt met Heerkens als vertaler.

In 1941 publiceerde Heerkens in het ‘Bijblad’ van de Nieuwe Tilburgsche Courant wekelijks een gedicht. De helft daarvan is opgenomen in zijn bundel Vertesselkes en De Knaorrie, het geheel is door Ben van de Pol ontsloten op CuBra.

Ronald Peeters

Ex libris: door Kees Mandos, 1942

 

 

Kerst- en nieuwjaarswens van Piet Heerkens, 1942, getekend door Frans Mandos Tzn.

 

Ed Schilders

Brabantia Nostra, jaargang 2, nummer 9, 1936

 

Brabantia Nostra, jaargang 2, nummer 10, 1936

 

Rijmprent. Tekst Piet Heerkens, tekening Henk Potters

 

 

Bron: Internet, met dank aan Lauran Toorians

 

Regionaal Archief Tilburg

 

Fotograaf niet bekend

 

Het afscheidsfeest van Piet Heerkens aan de vooravond van zijn vertrek naar Flores, Tilburg 1927.

 

 

Gerard Steijns

Ed Schilders

Het graf van Piet Heerkens op de kloosterbegraafplaats in Teteringen achter het voormalige kloostergebouw. Foto's Ed Schilders

Piet Heerkens - Brabant

Piet Heerkens - De kinkenduut

Piet Heerkens - De knaorrie

Piet Heerkens - De mus

Piet Heerkens - D'n Orgel

Piet Heerkens - Vertesselkes

Jan Jaansen & Augustin Wibbelt - feuilleton Groeten uit Baozel (redactie Ben van de Pol)

- Meer over Lieder der Florinesen

- Lauran Toorians over Piet Heerkens

- Ed Schilders over Piet Heerkens en de toren van de kerk van Korvel – 2 columns uit Brabants Dagblad

- In memoriam uit de Nieuwe Tilburgsche Courant, 29 januari 1944

- Ed Schilders over zijn speurtocht naar het graf van Piet Heerkens

- Alle gedichten in ‘De Zaaier’ (redactie Ben van de Pol)  

- De Brabantse Scheldprocessie geannoteerd door Ed Schilders

- Inhoudsopgave Piet Heerkens op CuBra


Begin pagina

Inhoud De Paap van gramschap

CuBra Home


 

Heijden, Rinus van der  (3 september 2015)

 

Bron: website Brabant Cultureel. Foto: Gemma van der Heyden.

 

Journalist, kunstredacteur en publicist Rinus van der Heijden werd in 1945 geboren in Helmond maar woont al sinds 1952 in Tilburg. Gedurende veertig jaar werkte hij bij het Nieuwsblad van het Zuiden en het Brabants Dagblad, redactie Tilburg. Als kunstredacteur waren de jazzmuziek, de theaterdans, en klassieke muziek zijn specialismen. In 1978 was hij een van de grondleggers van het magazine JazzNu, waarvan hij ook zes jaar uitgever was en gedurende negen jaar redacteur. Van der Heijden trad in 2006 toe tot de redactie van Jazzenzo, waarvan hij van 2011 tot begin 2015 hoofdredacteur was. In mei 2015 startte hij een eigen website onder de naam JazzNu. Daarnaast is hij hoofdredacteur van het online tijdschrift Brabant Cultureel - Brabant Literair.

Van der Heijden is co-auteur (met Henk van Belkom, Ruud Erich, en Jan van Rijthoven) van Jazz in Tilburg: Honderd jaar avontuurlijke muziek (2010), en hij verzorgde de teksten in de fotoboeken Tilburg in de jaren ’60 (2007), Tilburg in de jaren ’80 (2008) en Tilburg in de jaren ’70, alle gevuld met journalistiek fotowerk van het Tilburgse persbureau Van Eijndhoven (2009, Uitgeverij Nieuwland). Hij was ook mederedacteur van Cultureel lexicon Tilburg, 1945 – 2008 (Oisterwijk, Wolf Publishers). Zijn passie voor wielrennen is terug te vinden in zijn teksten voor De kanonbol, over de legendarische Tilburgse baanrenner Jan Pijnenburg (2003, teleXpress) en het gedenkboek 'Ne Heer fietst nie: jubileumboek T & WC Pijnenburg (Toer- en Wielerclub "Pijnenburg", 1986).

Tilburg Wiki; website JazzNu; de auteur.

 

Ed Schilders

 

Homepagina van JazzNu

 

 

 

 

3 december 2015

Met Ruud Erich, Jan van Rijthoven, en Gemma van der Heyden (fotografie) publiceerde Van der Heijden: Henk van Belkom Van 'Beren-Temmer' tot jazzmuzikant (Tilburg 2015), een gedetailleerde biografie van de Tilburgse bandleider van The South Jazzband, inspirator en gangmaker, en ambassadeur van de jazzmuziek. Het boek bevat een chronologisch beeld van het leven en de carrière van Henk van Belkom en een gedegen discografie.

 

Ed Schilders

 

Heijst, A.N.P. van(25 november 2015)

 

Adrianus Nicolaas Petrus van Heijst werd op 19 juni 1922 geboren aan de Bredaseweg 117 in Tilburg. In 1968 promoveerde hij aan de Universiteit van Utrecht waar hij hoogleraar was in Reanimatie en klinische toxicologie. Daarnaast was hij hoofd van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum, en van de afdeling Reanimatie en toxicologie van de Kliniek voor inwendige geneeskunde in Utrecht. Van Heijst schreef een tiental werken op zijn vakgebied, waaronder Vademecum vergiftigingen (met S. A. Pikaar; 1978).

Lectuurrepertorium

 

Helligers, Han (2014)

 

Bron: Cubra

 

Han Helligers, pseudoniem voor de Tilburgse dichter Johan de Kok (1951- 31 december 2011). In 2000 verscheen bij Uitgeverij The Flame Publishing te Tilburg zijn eerste dichtbundeltje Vier gedichten vanwege de Vader (onder de naam Johan de Kok). En ook in zijn tweede bundel, Der verdammte Krieg (Tilburg, eigen beheer, 2005),  speelt de vaderfiguur weer een belangrijke rol. De auteur draagt de gedichtenbundel op aan zijn in 1999 overleden vader, die als een rode draad door al de gedichten loopt. Pas na zijn dood begreep de dichter dat zijn vader ‘onvrijwillig Frontarbeider’ was. Zijn tochten naar het Oostfront en zijn ontberingen worden gereconstrueerd. En ergens schrijft de dichter ‘Ik heb geërfd zijn oorlog en vrede’, waarmee hij kennelijk aangeeft hoe het, voor hem vrij onbekende verhaal van zijn vader, hem nog steeds intrigeert en emotioneel aangrijpt.

 

  Ronald Peeters & Ed Schilders


Hertshoren (Cervicornus), Drukkersgeslacht


Het uit Keulen afkomstige 16e-eeuwse drukkersgeslacht Cervicornus, ook wel Hirtzhorn of Hertshoren genoemd, heeft drie generaties gebloeid. Stamvader was Eucharius Cervicornus, die filialen had in Marburg (1535-1538) en tijdelijk ook in Koblenz (1547). Zowel hij als zijn zoon Godfried (Godevaert) sr. en kleinzoon Godfried (Godevaert) jr., hebben relaties gehad met Antwerpse kringen. Godevaert sr. werd in 1554 wegens het drukken van ketterse boeken gekerkerd en is spoedig daarna naar Antwerpen uitgeweken. Hij durft zich in de Antwerpse akten nergens boekdrukker te noemen. Toen hij in 1557 in Antwerpen verbleef was hij reeds weduwnaar van Apollonia Boelen, de dochter van Mathijs Boelen en Marieke Boons. Marieke was een nicht van de Tilburgse priester Jan Boons die in 1550 achter den Hoevel omtrent de Molenstraet woonde. Het geslacht Boons woonde verspreid over Turnhout, Beerse (bij Turnhout), Loenhout, Tilburg en vermoedelijk ook in Antwerpen. 
Dr. P.C. Boeren, die de lotgevallen van dit drukkersgeslacht publiceerde, suggereert dat Godevaert sr. al tijdens het leven van zijn vader Eucharius, die kort na 1547 overleed, in Antwerpen als factor voor zijn vader optrad. Op die manier zou hij bij zijn verkoopactiviteiten, die boekhandelaren volgens Boeren 's winters op het platteland ontplooiden, zijn vrouw hebben leren kennen. En een heeroom in de familie was tenslotte ook goed voor de contacten. In twee Tilburgse akten, aangetroffen in het Algemeen Schepenprotocol van 1557 en 1559, komt Godevaert Hertshoren voor. In de eerste akte, een erfdeling van de nalatenschap van wijlen Jan Boons, wordt hij boeckdrucker tot Antwerpen genoemd. Bij het opmaken van de tweede akte, die handelt over de nalatenschap van Adriaan, de natuurlijke zoon van wijlen priester Jan Boons, was Godevaert Hertshoren niet meer aanwezig. Er wordt dan gesproken over de toeziend voogden van de kinderen van inmiddels wijlen Goiaerts Hertshoren die hij vercregen hadde by Apollonien zyn huysvrouw. 
Dr. P.C. Boeren, 'Het drukkersgeslacht Hertshoren (Cervicornus)', in: Het Boek, deel 31, afl. 1, 1952, p. 44-51; GAT, Rechterlijk Archief, R 303, fol. 27r (1557); R 296, fol. 41v (1551); R 305, losse akte van 13-2-1559 (1560 n.s.) liggend bij fol. 62b.
 

Hest, drs. J. (Joost) H.J. van (3 oktober 2015)

 

Bron: website Munumentenadviesbureau

 

Joost van Hest werd in 1962 geboren in Tilburg. Hij studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (Radboud Universiteit). Zijn afstudeerscriptie was gewijd aan de inventaris van de Heilige Lambertuskerk in Udenhout. Na zijn afstuderen werkte hij als inventarisator van het kerkelijk kunstbezit in het bisdom Den Bosch (Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland). Vervolgens was hij docent kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing bij Instituut Posterheide. Na in 1997-2014 in de monumentensector te hebben gewerkt is hij nu werkzaam voor Museum Catharijneconvent in Utrecht. Hier richt hij zich op de inventarisatie en herbestemming van het kloosterlijk

erfgoed. Van Hest heeft verschillende publicaties op zijn naam staan, onder meer over het katholieke erfgoed in Tilburg.

'O,prachtig huis', Tilburgse Historische Reeks deel 19, 2015)

 

Ronald Peeters

 

 

- Hest, Joost van, ´Gids voor het gebouw en de inventaris van de Sint Dionysius kerk, ´t Heike te Tilburg´, VIII (1990), nr. 3, p. 77-80. & Hest, Joost van, ´De huidige kerk van ´t Heike´, VIII (1990), nr. 3, p. 81-94.
- Brouwer, Luud de en Joost van Hest, ´Van akkergebied tot stadswijk. De verstedelijking van de Heuvelse Akkers´, IX (1991), nr. 2, p. 32-40.
- Brouwer, Luud de en Joost van Hest, ´De Willem II-straat, voorheen Komediestraat (1870-1992). Stedebouwkundige, kunsthistorische en sociale ontwikkeling´, X (1992), nr. 3, p. 56-69

 

WorldCat

Hest, J.H.J. van. 1989. De neobarokke preekstoel in de St.-Lambertuskerk te Udenhout: kunst- en cultuurhistorische aspecten van een kerkmeuhbel. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen.

Hest, Joost van. 1989. Beknopte gids voor de St. Dionysiuskerk, 't Heike te Tilburg. S.l: s.n.].

Hest, Joost van. 1999. "De kapel van het voormalig St.-Elisabeths gasthuis te Arnhem". Bulletin : Bulletin Van De Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond, Tevens Orgaan Van De Rijksdiensten Voor De Monumentenzorg En Voor Het Oudheidkundig Bodemonderzoek, En Van De Nederlandse Museumvereniging. 98 (2): 75-85.

Hest, Joost van. 1999. "De kapel van het voormalige St.-Elisabeths gasthuis te Arnhem". Bulletin KNOB / Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond. 75-87.

Hest, Joost van. 2001. St.-Elisabeths Gasthuis: bouwgeschiedenis van een Arnhems ziekenhuis. Utrecht: Matrijs.

Hest, J.H.J. van. 2006. "De kerk van het Goddelijk Hart van Jezus in De Horst: een zorgvuldig gecomponeerd voorbeeld van 'vroeg-christelijke kerkbouw'". Venster : Kwartaalblad Van De Stichting Oude Gelderse Kerken. 4: 8-13.

Frank, Ceesjan, and J.H.J. van Hest. 2007. "Jonge kerkarchitectuur uit de twintigste eeuw". Venster : Kwartaalblad Van De Stichting Oude Gelderse Kerken. 5 (4): 10-16.

Hest, J.H.J. van. 2009. "De voormalige kapel van het Sint-Elisabeths Gasthuis in Arnhem: verval, restauratie en behoud van religieus erfgoed". Venster : Kwartaalblad Van De Stichting Oude Gelderse Kerken. 7 (1): 10-16.

Hest, Joost van, and Gerard Steijns. 2011. 'Bewijs van ontwaakten kunstzin': de Heikese kerk in Tilburg: geschiedenis, gebouw en inventaris. Tilburg: Parochie De Goede Herder.

Hest, J.H.J. van. 2014. "Het derde Blijde Geheim: een kerstraam vertelt over Erfgoed in Kerken en Kloosters". Catharijne : Magazine Van Museum Catharijneconvent Utrecht. 32 (3): 26-27.

Hest, J.H.J. van. 2014. "De registratie van kloosterlijk erfgoed". Bulletin KNR : Konferentie Nederlandse Religieuzen. 17 (3): 26.

Hest, J.H.J. van. 2015. "Vraag & aanbod religieus erfgoed". Zusters Van Liefde : Informatieblad. (49): 14-15.

Hest, Joost van, and Ronald Peeters. 2015. 'O, prachtig huis!': de Goirkese kerk in Tilburg: geschiedenis, gebouw en inventaris. Tilburg: Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed.

 

Heumakers, Arnold (18 september 2015)

Na het gymnasium aan het Sint Odulphuslyceum in Tilburg ging Jan Antonius (Arnold) Heumakers (Tilburg 1950) geschiedenis studeren in Amsterdam. Nadat hij in 1978 cum laude was afgestudeerd, was hij tot 1986 wetenschappelijk medewerker bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Vervolgens was hij tot 1992 docent geschiedenis en cultuurfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf toen was hij literair criticus bij achtereenvolgens de Volkskrant en NRC Handelsblad. Daarnaast is Heumakers essayist. Zijn onderwerpen zijn voornamelijk literatuur, geschiedenis, en filosofie, met een voorkeur voor de Verlichting en de Romantiek. Hij publiceerde zijn essays in tijdschriften en in bundels als Schoten in de concertzaal (1993), De fatale cirkel (1997) en De schaduw van de vooruitgang (2003). In 2015 promoveerde Heumakers aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift De esthetische revolutie.

Tilburg Wiki

Bron: internet 2015

 

Bibliografie WorldCat

 

Hoecken, Christian (19 augustus 2015)

 

Links: portret van een door Google gecachte website (2015). Rechts:  gedenkteken voor de missiepost in Sugar Creek, opgericht in 1988. Foto door Dolores Grizzell, Winamac, Indiana. Bron: http://www.potawatomi-tda.org/kansas/stphilip.htm

Over Christian Hoecken is op het internet veel te vinden maar niet dat hij in 1808 in Tilburg werd geboren. Zijn Engelstalige wikipediapagina vermeldt geen geboortejaar, als geboorteplaats slechts ‘Upper Brabant’, en schaart die regio onder België (dat toen nog niet bestond). Dat het Tilburg 1808 was, daar kwam ik slechts bij toeval achter. Hoecken trad in bij de jezuïeten, vertrok in september 1832 naar de Amerikaanse missie, en deed vanaf 1836 met succes bekeringswerk onder indianenstammen als de Kickapoos, de Ottawas, en de Sioux. Hij bestreed hun drankgebruik, bekeerde stamhoofden tot het katholicisme, en gaf les in landbouw. Daarnaast heeft hij ook enige boekwerkjes gepubliceerd waarin de katholieke grondbeginselen (zoals onder andere vastgelegd in de katechismus) in de taal van de Potawatomi-indianden (het Algonkisch) gedrukt zijn. Die drukwerken hebben hem een plaats gegeven in de gedetailleerde bibliografie van publicaties van leden van de orde der jezuïeten: Bibliothèque des écrivains de la Compagnie de Jésus, ou Notices bibliographiques de tous les ouvrages publiés par les membres de la Compagnie de Jésus, deel 2, door de gebroeders Augustin en Aloïs de Backer,Luik, 1851. Daarin staat het vermeld: 1808, Tilbourg. Hoecken overleed op 19 juni 1851 aan cholera aan boord van een boot op de Missouri.

Bron: Archive.org. Digitale bewerking Paap van gramschap.

Kinderboek in het Pottowatomie, ten gebruike van Katholieke Christenen.

Kinderboek in het Pottowatomie, ten gebruike van Katholieke Christenen. De Tien geboden.

 

Regionaal Archief Tilburg

Bibliothèque des écrivains de la Compagnie de Jésus, ou Notices bibliographiques de tous les ouvrages publiés par les membres de la Compagnie de Jésus, deel 2, door de gebroeders Augustin en Aloïs de Backer, Luik, 1851.

 

Potewatomi Missinoikan Catechisme ipi nemconin echiteck Wayowat Kwiyuk enemadjik, Catholique echinika-sidjik. (Katechismus en gebedenboek van de Pottowatomies, ten gebruiike van de ware Christenen, genaamd Katholieken). Cincinnati, Montfort en Conahans, 1844.

Pewani ipi Potewatomi Missinoikan , Eyowat Nemadjik Catholiques endjik. (Kinderboek in het Pottowatomie, ten gebruike van Katholieke Christenen. Baltimoinak, John Murphy, Okimissinakisan Ote Missinoikan, 1846.

Potewatomi Nememissinoikan Ewiyawat nemadjik Catholiques enjick. (Gebedenboek van de Pottowatomies , ten gebruike van Katholieke Christenen. Baltimoinak John Murphy, Okimissinakisan Ote Missinoikan, 1846.

Lettre du P. Hoecken , missionnaire de la Compagnie de Jésus près les Pottowatomies, à un Père Général de la même Compagnie (vertaald uit het Italiaans). Résidence de St.-Stanislas, 27 december 1839. —Bevindt zich in : Annales de la Propagation de la Foi, dl. 13, Lyon, 1841, pag. 60-65.

Lettre du R. P. P. J. de Smet , de la Compagnie de Jésus à MM. les Membres des Conseils centraux de Lyon et de Paris. Universiteit vanSt. Louis, 16 januari 1852. — Deze brief, op pagina 236-242 van de Annales de la Propagation de la Foi , dl. 14, Lyon, 1852, is een verslag van het overlijden van pater Hoecken.

Kinderboek in het Pottowatomie op Archive.org

Brief van P.J. de Smet over het overlijden van Christian Hoeckens (bron: Gallica)


Hoek, Luc van


Ronald Peeters


Lucianus Albertus Matthias Maria ('Luc') van Hoek werd op 30 juni 1910 te Tilburg geboren. Na het doorlopen van het Sint Odulphuslyceum, studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde aan de R.K. Leergangen te Tilburg, met als belangrijkste docent L.C. Michels. In de periode 1931-1947 publiceerde hij gedichten en proza. Hij was een bekend beeldend kunstenaar, autodidact, en naar eigen zeggen was de priester F. Siemer (zie aldaar) zijn grote leermeester. In 1938 trouwde hij met Helena Sieben (Scherpenheuvel, B., 1911), en het echtpaar vestigde zich in Goirle. Als kunstenaar van voornamelijk religieuze kunst, is hij bekend om zijn vele glas-in-loodramen, grafisch werk en kostuums voor de historische stoeten van onder andere Onze Lieve Vrouw van Hanswijk in Mechelen (1938 en 1963) en de H. Hartstoet in Tilburg (1955 en 1961). Tijdens de mobilisatie 1939 leerde hij de schrijver mr. A. Roothaert kennen, waarmee hij een tijd in de redactie van 'De soldatenkrant' zat.

Zijn vroegste gedichten (1933) zijn in het katholieke letterkundige tijdschrift Roeping geplaatst. In 1934 werd hij mede-redacteur van Roeping en in 1935 van Brabantia Nostra. Hierin publiceerde hij veel gedichten en essayistisch werk. 
 

Tussen Demer en Dommel

Tussen Demer en Dommel
bloeien twee paradijzen
voor wie 't licht en het donker
Weet eender te prijzen:

noem den Demerkant licht
wijl daar heuvelkens rijzen ! 
Roem de donkere Dommelstreek,
Roem dees' ernstige wijze.


(uit: Brabantia Nostra, jrg. 1, 1935, nr. 1, p.3)

 

 

Van zijn hand verschenen drie gedichtenbundels: Tussen Demer en Dommel (Tilburg, Boekhandel Triborgh, 1935), De Roothoorn (Tilburg, Boekhandel Triborgh, 1938) en Grisaille (Tilburg, W. Bergmans, 1947). Van Hoek schreef vijf prozawerken: Ridder-Joris (Averbode, 1931), Legenden van God den Almachtigen Vader (Tilburg, Boekhandel Triborgh, 1939), Het Gezegende Land. Een Brabants spel van Sint Willibrord (Antwerpen, Het Speyker, 1939), Het jaar van de late nachtmis (Bussum, Paul Brand, 1946) en onder het pseudoniem van Barend Ballinck het boek Het leven van Peter Pauwel Rubens. Uitgave voor de jeugd (Brussel, De Pijl, 1946). Hij publiceerde daarna nog zeer sporadisch. In het Noordbrabants Schrijversboek 1980 ('s-Hertogenbosch, 1980, p. 52-57) staat zijn korte verhaal Omgekeerd perspektief.
Over zijn leven en werk werd een fraaie monografie uitgegeven, geschreven door dr. Frans van der Ven en drs. Cees Boon (1986). Luc van Hoek overleed op 29 januari 1991 in Goirle.
Dr. P.C. Boeren, Van Maas tot Schelde, Nijmegen, 1944, p. 41-43 en 74; dr. H. Kapteijns, 'Letteren in Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe Brabant, III, 's-Hertogenbosch, 1955, p. 272-273; Willem van Toorn (red.), Querido's letterkundige reisgids van Nederland, Amsterdam, 1982, p. 562 (door Carel Swinkels); dr. Frans van der Ven en drs. Cees Boon, Luc van Hoek, Goirle, Gemeente Goirle, 1986; NvhZ van 13-5-1976, 11-5-1980, 8-9-1986, 17-11-1986, 17-1-1987, 30-1-1991 en 2-2-1991; dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990.

 

AANVULLING 23-12-2017: In september en oktober 2017 organiseerde Heemkundekring De vyer Heertganghen Goirle in Heemerf De Schutsboom een tentoonstelling met een grote keuze uit alle disciplines waarin Van Hoek werkzaam is geweest. Bij die gelegenheid verscheen een uitgebreide catalogus -- Leven en werk van Luc van Hoek -- met teksten van Jan van Eijck, Norbert de Vries, Ed. Gouverneur en Jace van de Ven.

 

 

Op de genoemde tentoonstelling was onder andere een portret te zien zoals Van Hoek zichzelf zag in de tijd dat hij in Vlaanderen ondergedoken zat.

 

 

Ronald Peeters

 

Verlovingskaart (architect) Jo Bedaux met Mien Willekens, houtsnede Luc van Hoek 1936.

 

Internet 2015

 

'Om een Brabants feest mee te beginnen en te eindigen', rijmprent van het Brabants Studentengilde van O-L-Vrouw; tekst Luc van Hoek, linosnede Kees Mandos, 1941.

Ed Schilders

Brabants Volkslied. Tekst: Luc van Hoek, muziek: B. van Gool. In Brabantia Nostra, 1936

 

Advertentie voor Tussen Demer en Dommel. Brabantia Nostra, 1935.

 

Kerstprent in Brabantia Nostra, 1935.

 

 

Nico van Hoof

 

Devotieprentje, gedrukt bij Bergmans, 1939.

 

Kleingrafiek van Luc van Hoek Ronald Peeters

Grotere weergave

De bestandsnamen bevatten de precieze gegevens.

Grotere weergave kleingrafiek

 

 

 

Luc van Hoek op Cubra

Lauran Toorians over Luc van Hoek

Nico Verhoof over de kleingrafiek van Luc van Hoek

 

De zwarte joffer

De engelen

Het stroo en het licht - Kerstverhaal

Theodoor van Loon

Maria-bloesem

 

Bibliografie uit WorldCat

 

Hogendorp, G.K. Graaf van

 

Gijsbert-Karel Graaf van Hogendorp. De schilder is niet met volledige zekerheid bekend: Jean-François Valois of Cornelis Cels. Bron: Wikipedia.


De liberale politicus Gijsbert Karel Graaf van Hogendorp (1762-1834), van 1813-1814 Secretaris van Staat (minister) van buitenlandse zaken, vice-president van de Raad van State en in 1815 lid van de Tweede Kamer, maakte in 1818 op verzoek van de Staten-Generaal een inspectietocht door het Koninkrijk der Nederlanden en deed er verslag van in zijn Bijdragen tot de Huishouding van Staat in het Koningrijk der Nederlanden ('s-Gravenhage, 1818). In mei 1818 bezocht hij Tilburg:
 

Tilburg is zeer uitgebreid; de bevolking is van tien duizend zielen; vele burgerhuizen en boerenwoningen, zien er wel en nieuw uit; vele andere getuigen van armoede en ellende. Hier waren groote lakenfabrijken, welke van tijd tot tijd verminderd zijn, doch onlangs wederom opgebeurd, door de machinerie en de leveringen aan de troepes. Wij hebben uit den mond van den Intendant-Generaal gehoord, dat de bestellingen binnen 's lands, voor het leger, omtrent drie ton 's jaars aan het rijk kosten. Hier kan men zien, hoe nuttig deze penningen besteed zijn, en deze aanmoediging van de volksvlijt is een van de kostelijkste, welke men vergunnen kan. Ook fijne lakens worden er van eene goede hoedanigheid vervaardigd, veelal voor de officieren, en ook eenige voor den handel. Een groot aantal werklieden blijft buiten kostwinning in de fabrijken. Zij zijn weinig geschikt voor den landbouw, waar aan een fabrikant sommige van dezelve heeft willen zetten; doch na eenige dagen werks, hebben zij de schop terug gegeven, onder betuiging, dat hun de armen van het lijf vielen. Er zijn eenige katoendrukkerijen, met houten platen, op grove lijnwaden, voor de flijt van eenige uren in den omtrek. Ik heb er Oostindische en Gendsche lijnwaden, omtrent gelijk in prijs, gezien. [...]
Zoo is er in Tilburg een bosch van honderd morgen, slechts dertig jaren geleden geplant, waar het eene jaar door het andere, voor drie duizend gulden gehakt wordt. Oudere ontginningen zijn niet alle even voorspoedig geweest. Men mag daaruit besluiten, dat er wezenlijke vorderingen zijn gemaakt in de landbouwkunde. Van de theorie is dit zeker, en door de praktijk wordt het hier bevestigd. Het lijdt eenigen tijd, voor dat de geleerdheid der boeken tot den werkman overgaat, in den landbouw, in de fabrijken en in alle andere bedrijven; doch de tijd schijnt te naderen, waar t
heorie en praktijk zich in den landbouw zullen ontmoeten.

Gysbert Karel Grave van Hogendorp, Bijdragen tot de Huishouding van Staat in het Koningrijk der Nederlanden, verzameld ten dienste der Staten Generaal, 's-Gravenhage, 1818, deel 3, 1e stuk, p. 10-13 (coll. GAT, bibl. nr. 1417); NNBW, II, Leiden, 1912, kol. 587-593.

Hogeschool, Katholieke


Ter gelegenheid van het tiende lustrum van de Katholieke Hogeschool te Tilburg in 1977, werd een literaire bundel uitgegeven onder de titel Het Hoogsteschoolwoord. De teksten werden geschreven door auteurs, die allen verbonden zijn (geweest) aan de Hogeschool, zoals onder anderen Frank Valkenier (F.J.H.M. van der Ven), Jace (van de Ven), Fred La Haye, Tymen Trolsky en Thomas Anckerstee.
Ronald Peeters


Hornman, Wim

 

Detail uit een foto (zie onder) uit Regionaal Archief Tilburg.

 

Wilhelmus Johannes Maria ('Wim') Hornman, geboren op 21 juni 1920 te Tilburg, begon zijn loopbaan als journalist bij Het Nieuwsblad van het Zuiden en vertrok in 1952 als oorlogscorrespondent naar Korea. Als enige Nederlander maakte hij daar de wapenstilstandsonderhandelingen in Panmoenjon mee. Daarvoor schreef hij zijn oorlogsromans Ik wil leven (Amsterdam, De Bezige Bij, 1952) over de 'Tjotten-oorlog' in Korea, en daarna De hele hap (Amsterdam, De Bezige Bij, 1953), over de tweede politionele actie in Indonesië, hoofdzakelijk door de mariniers. Later woonde hij in Zaandam. 

Samen met zijn echtgenote Joke maakte hij in 1955-1956 een autoreis van anderhalf jaar door Afrika; daarover schreef hij een reportagereeks voor het Dagblad voor de Zaanstreek en voor de Nieuwe Tilburgsche Courant. Hij maakte er ook vier boeken over: de factnovel Het masker af (Leiden, Sijthoff, 1957) over de opstand van de Zuidsoedanese rebellen tegen de regering van Khartoem en de Mau-Mau-opstand in Kenya, de factnovel Sobonjo, de onstuimige (Leiden, Sijthoff, 1958) over de legendarische reuzenstam van de Masai, de reisbeschrijving De gesel van de angst (Leiden, Sijthoff, 1959) over Zuid-Afrika en de toenmalige Belgische Kongo en ten slotte de factnovel Simba's sterven niet (Klaroen, 1960), over de opstand van de Simba-rebellen in de Kongo. 

In 1959 zou hij wederom met zijn vrouw Joke voor anderhalf jaar op reis gaan, dit keer naar Zuid-Amerika. Hij trok met zijn Landrover door de landen Venezuela, Colombia, Ecuador, Peru, Bolivia, Chili, Argentinië, Paraquay, Uruguay en Brazilië. Hij schreef er vele artikelen en boeken over: de reisbeschrijving Carnaval der tegenstellingen (Leiden, Sijthoff, 1961), de roman Helden en dwazen (Leiden, Sijthoff, 1962), de reisbeschrijving Zuid-Amerika opnieuw ontdekt ('s-Gravenhage, Albani, 1962), Rioolratten (Haarlem, Spaarnestad, 1965) over de verschopte jeugd in Brazilië, zijn bekende roman De rebel (Haarlem, Gottmer, 1968) over het leven van de priester Camilo Torres Restrepo (1927-1966), die in Columbia de stengun verkoos, de roman Wij willen leven (Haarlem, Gottmer, 1969) over Agua de Dios, de roman De rode bisschop (Haarlem, Gottmer, 1970) een geromantiseerde biografie van de Braziliaanse bisschop Dom Helder Camara over de periode dat hij bisschop van Recife was, de roman In de greep van de Tupamaros (Haarlem, Gottmer, 1971) over de stadsguerilla in Uruguay en ten slotte de roman Tranen van God (Haarlem, Gottmer, 1979).
Over twee andere landen schreef hij de roman Kinderen van het geweld (Haarlem, Gottmer, 1973) over Noord-Ierland, en de factnovel Requiem voor een dictator (Haarlem, Gottmer, 1974), een ooggetuigenverslag van het ondergrondse verzet in Spanje.
Hij trok ook weer twee jaar door Afrika en schreef de roman De jaren van de krokodil (Baarn, Hollandia, 1978), een verslag van de opkomst en het bloedige bewind van de Oegandese president Idi Amin. Van een ander genre zijn de boeken: De smoelensmid (Baarn, Hollandia, 1976), de paardeboeken Hoop en glorie in de drafsport (Baarn, Free Spirit Production, 1979), 100 vragen over paarden en pony's (Utrecht, Het Spectrum, 1982) en De koning van de koers (Utrecht, Het Spectrum, 1984), De helden van de Willemsbrug: Rotterdam mei 1940 (Amsterdam, Omega Boek, 1984), Ik houd mijn hart vast (Amsterdam, Omega Boek, 1988), De geschiedenis van de Mariniersbrigade (Amsterdam, Omega Boek, 1985) en het Noordhollands platenboek (Goes, Pitman, 1988). In het boek over de Willemsbrug speelt de Tilburgse marinier Toon Clijsen een belangrijke rol. Vele boeken van Hornman zijn vertaald en uitgegeven in Engeland, Frankrijk, Oost- en West-Duitsland, Noord-Amerika en Spanje.

Hij zou na al zijn wereldreizen zijn geboorteplaats Tilburg niet vergeten. In 1982 publiceerde hij een reeks van zes romans over de op- en ondergang van de Tilburgse textielindustrie gedurende de periode 1933 tot deze tijd, onder de verzameltitel Het geslacht Van Galen (Amsterdam, Impuls, 1982, en bij Albini, 1983). De titels (van de editie 1983) zijn: De glazen villa, In vuur en vlam, Het kwaad, Erop of eronder, Eindelijk wapperen weer de vlaggen en Door de wol geverfd.
Wim Hornman woont thans in Schoorl.
GAT, Bevolkingsregister 1921/1939, gezinskaart 26/3; Persbericht Uitgeverij Albini BV, Alphen aan den Rijn, oktober 1983.
juli 2001: In 1993 schreef hij zijn 45e boek De Laatste Man over de oorlog in Korea (zie: De Telegraaf van 19-3-1993). Wim Hornman overleed op 3 november 1996 te Heemstede. Zie: Brabants Dagblad van 5-11-1996 en Snoecks 98, p. 23.

Regionaal Archief Tilburg

Wim Hornman met zijn vrouw Joke kort voor hun vertrek naar Afrika voor het pand van de Nieuwe Tilburgsche Courant op de Heuvel, 1955.

Ed Schilders

Ronald Peeters

Bron: Internet 2015

   

 

14 september 2015

- Aan de verschijning en inhoud van Hornmans boek over de oorlogshandelingen in Korea,  Ik wil leven, kleven een paar misverstanden dan wel misvattingen. LEES MEER

- De foto op het omslag van Ik wil leven werd niet in Korea gemaakt. LEES MEER

Ed Schilders (30 augustus 2015)

Wim Hornman placht veel aandacht te besteden aan de opdrachten die hij in zijn boeken voor de lezer schreef, getuige de volgende voorbeelden.

 

1978

 

 

Horsten, Jan


Regionaal Archief Tilburg


Jan Horsten werd op 5 mei 1906 te Tilburg geboren. Na de ambachtsschool werd hij huisschilder, later kerkschilder van beroep. In de crisisjaren werd hij werkloos en dat betekende voor hem een breuk met het roomse verleden. Bij de werkverschaffing van voor de oorlog en de DUW (Dienst Uitvoering Werken) erna, deed hij de inspiratie op voor zijn roman De Vier Winden. In de oorlog legde hij mede de basis voor de Eenheids Vak Centrale (EVC), waarvan hij in van 1948 tot 1955 districtsbestuurder was. Voor het vakbondsblad Werkend Nederland schreef hij artikelen en korte verhalen. Kort na 1952 stopte hij met het vakbondswerk, verliet uit onvrede de CPN en keerde terug naar het bedrijfsleven. De laatste jaren voor zijn pensioen werkte hij als uitvoerder in de bouw. Daarna is hij weer gaan schrijven. Onder het pseudoniem Jan van Tilburg schreef hij in 1952 De Vier Winden (Amsterdam, Pegasus), dat hij in 1987 (Tilburg, De Schaduw) herschreef, maar nu onder zijn eigen naam. Alle partijpolitiek van dit destijds door de kerk geboycotte boek, is eruit. De Vier Winden is genoemd naar het ontginningsgebied ten zuiden van Tilburg in de omgeving van de Ambrosiushoeve aan de weg naar Hilvarenbeek.

 

De Vier Winden, een groot heideveld, lag nog gehuld in de lichtgrijze sluier van de mistbank. Vanaf de grote weg zwenkten DUW-arbeiders een zandweggetje in en het leek of ze gedragen door de mist voortzweefden naar de schuilketen. Nog verscholen achter het naaldbos, schoot de zon haar eerste stralenbundels de lucht in, alsof ze eerst de aarde van haar komst wilde verwittigen vooraleer zij als een roodgloeiende bal boven het bos te voorschijn kwam. Snel veranderde haar kleur in een felle gloed en ze overstraalde de aarde, die koud en kil ontwaakte uit haar nachtelijke verstarring. De melkwitte mistbank werd door de zon snel opgelost en deed ook de hei haar kilheid verliezen. De dauwdruppels die als zilveren knoppen aan de dunne takjes van de berkebomen trilden lieten zich in de heiplanten vallen. Een fluitsignaal verscheurde de stilte van de heide en echode langs de bosrand de ruimte in. Uit de schuilketen verschenen mannen die met grote passen traag door de heistruiken beenden naar de omgespitte lappen grond, als bruine vlekken over de heide verspreid.

 

Jan Horsten schreef verder de romans Bels Marieke (Laren, A.G. Schoonderbeek, 1961) onder het pseudoniem van J. Conradi (de naam van zijn moeder) en De stroper van het Mariënbos (Maasbree, Corrie Zelen, 1980). Hij laat al zijn boeken in Tilburg spelen. De 'Prinsenbuurt' in het laatste boek bijvoorbeeld, is de Koningswei. Jan Horsten is de eerste Tilburgse arbeider-schrijver.

DTK van 12-6-1980 en 15-10-1987; NvhZ van 18-7-1980; HN van 13-3-1987.
juli 2001: Jan Horsten publiceerde op 87-jarige leeftijd in 1994 zijn laatste roman Een stad ontwaakt. Hij overleed te Tilburg en werd aldaar op 20-11-1995 gecremeerd. Zie: HN van 22-3-1994.

Ronald Peeters

 

 

Horsten, fr. Tharcisio



Fraters van Tilburg

 

Joannes Laurentius Horsten werd op 5 september 1879 te Tilburg geboren. Hij trad op 8 september 1896 in de Congregatie van de Fraters van Tilburg als fr. M. Tharcisio Horsten, en werd op 28 augustus 1900 geprofest. Fr. Tharcisio Horsten was twintig jaar lang in het onderwijs werkzaam als leraar Nederlandse taal- en letterkunde, eerst aan de Bisschoppelijke Kweekschool te 's-Hertogenbosch, en daarna vanaf 1914 aan de kweekschool te Tilburg. 

Hij was samensteller van verschillende handboeken voor de middelbare school, de kweekschool en de hoofdaktestudie. Genoemd kunnen worden de uit enkele delen en vele drukken bestaande series Stemmen van verre en dichtebij (vanaf 1914) en Keurlessen (vanaf 1915, samen met fr. J. Reynders en fr. S. Rombouts). Hij publiceerde veel artikelen in tijdschriften, zoals in De Beiaard, Tijdschrift voor Taal- en Letterkunde, Opvoeding en Onderwijs, en Ons Eigen Blad. Fr. Tharcisio Horsten was een groot kenner van de werken van Vondel, waarover hij ook veel publiceerde, onder andere het boek Vondels kleine gedichten (Zutphen, W.J. Thieme & Cie, 1918). Hij schreef ook onder het pseudoniem F.C. Rath.
Van 1926-1938 was hij algemeen overste van de Congregatie van de Fraters te Tilburg, waardoor er een einde kwam aan zijn literaire arbeid. In 1938 werd hij directeur van het Tilburgse fraterhuis Petrus Donders. 
Fr. Tharcisio Horsten heeft over zijn congregatie een driedelig standaardwerk uitgegeven: De Fraters van Tilburg van 1844-1944 (Tilburg, Drukkerij RKJW, 1946-1952). Hij overleed op 4 augustus 1952 in het moederhuis van de Fraters te Tilburg.
Fr. M. Prudentius, 'Een terugblik', in: Verleden en heden van de Congregatie der Fraters van Tilburg, dec. 1938, nr. 1, p. 7-12; Archief Generalaat Fraters Tilburg.

Archief Fraters van Tilburg

 

Ronald Peeters


Houdijk, Jaap


Jaap Houdijk, geboren op 25 december 1961 te 's-Hertogenbosch, woont sinds 1981 in Tilburg waar hij Engels en Nederlands aan het Mollerinstituut studeerde. Zijn eerste publikatie was de novelle Tor in het Vlaamse blad Dietsche Warande & Belfort. In SIC publiceerde hij Rochus' Relict (1986), Het boogje van Mathijsen (1990), het romanfragment De vlucht (1988), en samen met Ton van Zeeland Tilburgse mijmeringen. De katholieken en een bagatel over Elise van Calcar (1989). Voor Tilburg Magazine (1991) schreef hij het korte verhaal Het proefmuurtje. Hij heeft een kleine roman Het Hazepad in voorbereiding. Jaap Houdijk is redacteur van het literaire tijdschrift SIC.
HN van 21-3-1987.
Ronald Peeters

 

Houdt, fr. Ludovicus van den


Archief fraters van Tilburg


Petrus Lambertus Josephus van den Houdt werd op 12 oktober 1848 te Tilburg geboren. Hij trad in 1866 in de Congregatie van de Fraters van Tilburg als frater M. Ludovicus van den Houdt en werd op 3 september 1872 geprofest. Sinds 1867 was hij in het lager onderwijs werkzaam; vanaf 1884 als hoofd van de Heuvelse St. Josephschool. Na 1904 was hij nog hoofd van lagere scholen in Deurne, 's-Hertogenbosch, en tot 1918 te Reusel. 
Van 1883 tot februari 1896 was hij redactie-secretaris van het letterkundige tijdschrift Bloemkrans, door de Fraters uitgegeven in de drukkerij van hun R.K. Jongensweeshuis. 

Hij correspondeerde ten behoeve van Bloemkrans, in de periode 1891-1893, met de Vlaamse priester-dichter Guido Gezelle. Fr. Ludovicus was zelf ook dichter en hij schreef vele Latijnse gezangen, cantates en feestliederen. Bij de drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis verschenen De kleine taalvriend. Taaloefeningen voor de lagere school (1882-1898; vier delen), Geschiedenis van het Oude Testament (1892; herziene 2e druk van uitgave door fr. Modestus de Bont uit 1859) en Vijftigtallen. Leesboek voor de Volksschool, zes deeltjes met elk vijftig stukjes (1904-1905; in 1907 2e sterk gewijzigde herdruk en in 1914 werd het zesde deeltje in drie delen A, B en C gesplitst). In 1919 schreef fr. Ludovicus anoniem het omvangrijke werk Levensschets van den hoogeerw. pater Maria Franciscus Salesius de Beer. In het Archief van het Generalaat van de Fraters bevindt zich nog een bundel gelegenheidsgedichten in manuscript (1894-1923).
Hij stierf op 1 januari 1926 in het moederhuis te Tilburg.
Fr. M. Tharcisio Horsten, De Fraters van Tilburg van 1844-1944, Tilburg, 1946, deel 1, p. 156-157; Jef van Kempen, 'Bloemkrans. Letterkunde voor katholieke jongelieden', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 9, nr. 1, maart 1991, p. 14-17; Jef van Kempen, 'Uw lied is Vlaandrens roem. Guido Gezelle en frater Ludovicus van den Houdt', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 9, nr. 1, maart 1991, p. 18-22; Archief Generalaat Fraters Tilburg.

Ronald Peeters

Fraters van Tilburg
  Brief van Guido Gezelle aan frater Ludovicus van den Houdt

Jef van Kempen over Ludovicus van den Houdt (Tilburg Tijdschrift)


Huijsmans, Constant


Rijksinstituut voor kunsthistorische documentatie

 

Constantinus Cornelis ('Constant') Huijsmans werd op 1 januari 1810 geboren te Breda als zoon van de fijnschilder/drogist Jacobus Carolus Huijsmans en Maria Elisabeth Beens. Zijn broer Victor Godfried Huijsmans is de vader van de bekende Franse schrijver Joris-Karl Huysmans. Constant Huijsmans studeerde aan de academies van beeldende kunsten te Antwerpen en Parijs, en volgde in 1836 zijn inmiddels blind geworden vader op als directeur van het Stads Teeken Instituut en als tekenleraar aan de Koninklijke Militaire Academie, beide in Breda. De schilder en tekenleraar Huijsmans heeft ook enkele publikaties op zijn naam staan. In 1840 publiceerde hij de tekenmethode Het Landschap (Dordrecht, H.J. Backer) en in 1852 de tekenmethode Grondbeginselen der Teekenkunst (Amsterdam, P.N. van Kampen. 

In het tijdschrift De Gids schreef hij drie artikelen over tekenen en het kunstambacht: De kunstbeschaving van den nijverheidsstand en de middelen om haar te bevorderen (1853, jrg. 17, p. 583-617), Het teekenen beschouwd in betrekking tot de nijverheid (1858, jrg. 22, p. 743-779) en Eene vraag des tijds. Kunst en industrie (1863, jrg. 27, p. 23-62 en 1864, jrg. 28, p. 254-296). Huijsmans voorzag met zijn Grondbeginselen der Teekenkunst in een bij het tekenonderwijs bestaande behoefte. In 1852 werd hij, mede door zijn publikaties, benoemd tot lid van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. 
In 1866 verhuisde hij van Breda naar Tilburg, waar hij aan de juist gestichte Rijks-HBS Koning Willem II als eerste tekenleraar werd aangesteld. Van september 1866 tot maart 1868 heeft hij onder anderen les gegeven aan Vincent van Gogh, die in die periode op deze HBS zat. Huijsmans woonde op het Ven 21 (het pand dat links op de hoek van het Piusplein met de Emmapassage stond). Huijsmans bezat een behoorlijke bibliotheek, waaronder werken van Leonardo da Vinci (1716), de Schildersboeken van Vasari en Carel van Mander (1618), zes boeken van Jan Luyken en vele, met name Franse, poëziebundels. In augustus 1874 was zijn neef Joris-Karl Huysmans bij hem op vakantie. 

In de Stads- of Atheneumbibliotheek te Deventer zijn nog zes brieven van Constant Huijsmans aan de Shakespeare-vertaler Leendert Burgersdijk (1828-1900) bewaard gebleven; een uit Breda (1864), vier uit Tilburg (1869-1877) en een uit 's-Gravenhage (1880). Burgersdijk, die Huijsmans nog van de KMA in Breda kende, heeft regelmatig Shakespeare-vertalingen aan Huijsmans om commentaar voorgelegd. In 1879 vertrok hij naar 's-Gravenhage. Op 73-jarige leeftijd ondernam hij een tiendaagse reis naar Zuid-Nederland (onder andere naar Tilburg en Turnhout) om vrienden, familie en kennissen te bezoeken. Hiervan maakte hij een reisverslag dat zich thans in het Bredase Stadsarchief bevindt. In 1989 werd dit handschrift, voorzien van talloze annotaties, uitgegeven door Ad. C. Willemen onder de titel Constant Huijsmans' laatste reis. Schier ultieme exercities in voyeurisme (Tilburg, Thomas Leeuwenberg). Huijsmans overleed te 's-Gravenhage op 28 november 1886.
Prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt, 'Van Gogh in Tilburg', in: Brabantia, jrg. 20, nr. 6, 1971, p. 212-223; prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt, 'Constantijn Huysmans, tekenleraar van Vincent van Gogh', in: Brabantia, jrg. 21, nr. 1, 1972, p. 18-23; prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt, De onbekende Vincent van Gogh. Leren en tekenen in Tilburg, 1866-1868, Tilburg, 1972; Jef van Kempen, 'Joris-Karl Huijsmans in Tilburg', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 6, 1988, nr. 3, p. 72-77 Ad. C.J.M. Willemen, 'Een schets van C.C. Huijsmans', in: Tilburg, jrg. 6, nr. 3, 1988, p. 78-80; Ad. C. Willemen, 'Nieuwe Huijsmans schetsen', in: Tilburg, jrg. 8, nr. 2, 1990, p. 53-55; Huub Franssen e.a., Jaren van voorzichtig beleid 1866-1991. De huidige Rijksscholengemeenschap Koning Willem II 125 jaar in Tilburg, Tilburg, 1990, p. 10-44.
juli 2001: Ronald Peeters, 'Constant Huijsmans' laatste reis' (boekbespreking), in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, VII (1989), nr. 3, p. 95.
Wilma van Giersbergen,
'Tekenleraar C.C. Huijsmans (1810-1877). Tilburg en de Rijks-HBS Koning Willem II (1866-1877), in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XVI (1998), nr. 3, p. 55-67.
Ronald Peeters

Stadsmuseum Tilburg / Vincents Tekenlokaal

 

Grondbeginselen der Teekenkunst 1852 en drie litho’s uit zijn tekenmethoden.

Regionaal Archief Tilburg

Het woonhuis van C.C. Huijsmans aan het Piusplein (huidige hoek met Emmapassage), 1918.

 

 

Ad Willemen over Constant Huijsmans

Wilma van Giersbergen over Huijsmans

 

Hulsenboom, Martin (17 mei 2015)

 

Martin Hulsenboom (links) ontvangt het eerste exemplaar van Doctor Syntax uit handen van uitgever Willem Donker. Foto: Peter IJsenbrant.

 

Martin Hulsenboom werd in 1958 geboren in Tilburg. Hij studeerde Kunstgeschiedenis in Nijmegen en is werkzaam als senior consultant in de ICT-sector. Uit liefhebberij vertaalt Hulsenboom literaire teksten uit het Pools, Frans en Engels. Zijn debuut maakte hij in 1994 met de vertaling van Zofia Nalkowska’s Medaillons, een verhalenbundel die beschouwd wordt als een klassieker uit de antifascistische literatuur.

Daarna volgde een aantal uitgaven van curieuze en vrijwel vergeten teksten, in kleine oplagen in eigen beheer of in samenwerking met vrienden. In 2015 verscheen zijn magnum opus, de vertaling van William Combe’s The Tour of Doctor Syntax in Search of the Picturesque (Doctor Syntax op zoek naar het pittoreske), een humoristische, berijmde vertelling uit 1812 over de Engelse dominee Syntax, die naam hoopt te maken met de geïllustreerde beschrijving van zijn reis door Engeland.

In 2016 verscheen zijn vertaling van de 'Bibliosonnetten' van Paul Verlaine, waarbij Peter IJsenbrant een biografisch portret van de Franse dichter schreef en Ed Schilders de geschiedenis van de uitgave in kaart bracht; de uitgever is Stichting Cultureel Brabant.

Op 27 augustus 2017 verscheen Boeken uit de doeken, een verzameling bespiegelingen over schilderijen met de lezer of het lezen en het boek als onderwerp, ter gelegenheid van de twintigste Tilburgse boekenmarkt 'Boeken rond het paleis', in samenwerking met Peter IJsenbrant (Stichting dr. P.J. Cools, Tilburg 2017).

 

Martin Hulsenboom: De Warschause veduteserie van Bernardo Bellotto. Een iconologische interpretatie, in: Kunstlicht, 1991, no. 2/3 (pag. 43-49).

Nałkowska, Z., & Hulsenboom, M. (1994). Medaillons. 's-Hertogenbosch: Aldus.

Uzanne, O., Robida, A., Hulsenboom, M., & IJsenbrant, P. (2011). Het einde van het boek. Tilburg: Op dreef voor Purcell.

Gresset, Jean Baptiste Louis, & Boxtel, H. van, & Bullinga, M. & Engelsman, W. & Hulsenboom, M. & Schilders, E. & Swiers, J. (2013). Ver-Vert of de reizen van de papegaai van de visitatie van Nevers. Amsterdam, Breda, La Haye, Ooij, Tilburg: Académie Ver-Vert.

Combe, William, & Hulsenboom, M. (2013). Doctor Syntax op zoek naar het pittoreske. Een gedicht [Bloemlezing]. Z.pl. [Tilburg], z.u. [Bibliomachia].

Moore, Clement C. & Hulsenboom, M. (2014). Een bezoek van Sint Nicolaas – Het was de avond voor het Kerstfeest. Tilburg, Papier van Purcell / Bibliomachia.

Boileau-Despréaux, N., & Hulsenboom, M. (2014). De Lutrijn: Komisch epos in zes zangen. Tilburg: Bibliomachia.

Combe, W., Rowlandson, T., & Hulsenboom, M. (2015). Doctor Syntax op zoek naar het pittoreske. Rotterdam, Ad. Donker.

  Ed Schilders

 

 

 

 

 

 

- Volledige vertaling van Een bezoek van Sint Nicolaas

- Volledige versies van Ver-Vert

- Vertaling van Le Lutrin / De Lutrijn van Boileau


Huysmans, Joris-Karl


Bron: Nos contemporains chez eux; www.Gallica


De bekende Franse naturalistische schrijver uit het fin-de-siècle en volgeling van Emile Zola, Joris-Karl Huysmans (Parijs 1848-1907), was een zoon van de uit Breda afkomstige schilder Victor Godfried Huijsmans en de Franse onderwijzeres Elisabeth Malvina Badin. Victor was een broer van Constant Huijsmans, die in 1866 tekenleraar werd (van onder anderen Vincent van Gogh) aan de Tilburgse Rijks-HBS Koning Willem II. Constantijn Huijsmans woonde op het Piusplein (het Ven 21). Hij correspondeerde in 1874 met zijn Parijse neef Joris-Karl. Reeds in zijn kindertijd bezocht Joris-Karl de plaatsen waar zijn vader woonde: Breda, Ginneken, Turnhout en later ook Tilburg. Over zijn korte vakantie bij zijn oom in Tilburg in augustus 1874 schreef hij in 1875 het verhaal Un Campement de Bohémiens. Dit werd voor het eerst in 1988 door de Tilburger Jef van Kempen vertaald onder de titel
'Een zigeunerkamp' en gepubliceerd in het tijdschrift Tilburg. Het verhaal gaat over enkele zigeuners die met zes karren op het Piusplein waren aangekomen en er hun tenten rond de grote poel opzetten. De stad Tilburg was in rep en roer.
 

De aankomst van deze karren was een gebeurtenis van belang. De burgemeester maakte zich los uit de groep waarin hij stond te praten, stelde zich op met zijn rechterbeen vooruit, veegde zijn lippen af met een zijden zakdoek, kuchte, spuwde, en richtte met luide stem het woord tot de zojuist aangekomenen... Deze leken zich weinig van zijn woorden aan te trekken. Vrouwen met flonkerende ogen, met blinkende tanden, gekleed in onbeschrijflijke lompen, in haveloze hemden die door hun scheuren naakt blank vlees lieten doorschemeren, sprongen van de wagens, pakten de zeilen, de palen, de kinderen vast, en wierpen alles op de grond in de modder.
De burgemeester was ontsteld en kon geen woord meer uitbrengen.
[...] Ik wandelde rond de tenten, toen een jonge vrouw van een aanbiddelijke schoonheid, mijn hand greep en zei: 'Mijnheer, geef me tien stuivers!' Ik aarzelde, dat beken ik, toen ze zich een weinig bukkend mijn hand kuste met haar geheel met wondermooie tanden versierde mond, als druppels kwikzilver die dartelen in een rozeblad! Hoe kon ik weigeren! Ik gaf haar het geldstuk dat ze me had gevraagd, en vluchtte om te ontsnappen aan de toekomstvoorspelling die ze mij beslist wilde meedelen.


Joris-Karl Huysmans schreef onder andere de boeken Le Drageoir à épices (1874), Marthe, histoire d'une fille (1876), Les Soeurs Vatard (1879), En Ménage (1881), A Vau L'Eau (1882), zijn meest bekende werk A Rebours (1884), En Rade (1887), La Bièvre (1890), Là-Bas (1891), En Route (1895) en Sainte Lydwine de Schiedam (1901).
Zijn boek Don Bosco (1902) werd in 1935 vertaald door M. Molenaar M.S.C. en in Tilburg uitgegeven. Drie andere werken van hem werden in het Nederlands vertaald: Tegen de keer (A Rebours, Amsterdam, 1977), Op drift (A Vau L'Eau, Amsterdam, 1979) en De Bièvre (La Bièvre, Utrecht, 1983).
George Ross Ridge, Joris-Karl Huysmans, New York, 1968; Jef van Kempen, 'Joris-Karl Huijsmans in Tilburg', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 6, 1988, nr. 3, p. 72-77; Ad C.J.M. Willemen, 'Een schets van C.C. Huijsmans', in: Tilburg, jrg. 6, 1988, nr. 3, p. 78-80; 'Un Campement de Bohémiens' werd opgenomen in Bulletin de la Société J.K. Huijsmans, nr. 25, 1953, en de brief die Constant Huijsmans op 26 december 1874 aan Joris-Karl schreef, is afgedrukt in nr. 3, 1930; Over zijn reizen in Nederland publiceerde hij 'En Hollande' (1877), afgedrukt in het Bulletin nr. 33, 1957.

21 mei 2015 In 2013 verscheen de Franse vertaling van het artikel over 'J.-K. Huysmans in Tilburg' door Jef van Kempen, oorspronkelijk gepubliceerd in Tilburg Tijdschrift (1988), waarin opgenomen Van Kempens vertaling van Un campement de bohémiens (Een zigeunerkamp). De tekst is vertaald en van uitgebreide aantekeningen voorzien door Jan Landuydt.

  Jef van Kempen

PDF van deze vertaling op website huysmans.org

Stadsarchief Breda

Zigeuners getekend door C.C. Huijsmans.

Zigeunerleven. Foto's Henri Berssenbrugge, circa 1910 - Bron: Internet

 

  Regionaal Archief Tilburg

 

- Vertaling door Jef van Kempen van Huysmans' Un campement de bohémiens 

- De bekering van J.-K. Huysmans, artikel uit De Parelduiker door Jef van Kempen en Ed Schilders

Artikel over Huysmans in Tilburg, door Jef van Kempen, uit Tilburg Tijdschrift (1988)


Begin pagina

Inhoud De Paap van gramschap

CuBra Home


Haans, Ad

Haans, Frits
Hamers, Adriaan
Hanewinkel, ds. Stephanus
Hardenberg, mr. Herman
Hasseltse kapel
Heerkens S.V.D., p. Piet
Heerkens, Leo
Heerkens, Nor

Heijden, Rinus van der

Heijst, A.N.P

Helligers, Han
Hertshoren (Cervicornus) Drukkersgeslacht
Hest, Joost van

Heumakers, Arnold

Hoecken, Christian

Hoek, Luc van
Hogendorp, G.K. Graaf van
Hogeschool, Katholieke
Hornman, Wim
Horsten, fr. Tharcisio
Horsten, Jan
Houdijk, Jaap
Houdt, fr. Ludovicus van den
Huijsmans, Constant
Hulsenboom, Martin

Huysmans, Joris-Karl