INHOUD WTT
HOME

Het Woordenboek van de Tilburgse Taal wordt mede mogelijk gemaakt door

Het Tilburgs Alfabet (Van aajkes tt zaandkl) werd geschreven door Jace van de Ven.

Klik hier voor de letters die niet tot de officile spelling behoren:

C

Q

X

Y

A

B

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

 

Wil Sterenborg

 Van -e tot ewglope

-e

verkort voornaamwoord

gij/ ge verkort tot e achter persoonsvorm

in bijv. komde, kwaamde, witte, wieste

GG15 Enclitisch verbonden restant van het pers. vn. gij/ge

Uit gi, de bijvorm van gij, ontstond ji, waarvan de i resteerde in bijv. komt i, waarin de slotconsonant van het werkwoord stemhebbend werd (komdi) en de slotvocaal ten slotte reductie onderging: komde.

 

Verwijderen van een bloedzuiger - uit: Kroniek van de Kempen

chel

Frans Verbunt: bloedzuiger

Sjef Paijmans - ...en bloedzuigers waren eggels. (Herinneringen - CuBra, circa 2002)
WBD III.4.2:205 'echel' - bloedzuiger (Hirudo medicinalis)

Cees Robben:  'munne man drinkt as unne ech-chel ..'

A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - echel - bloedzuiger

WNT ECHEL - bloedzuiger

 

chtelek

bijwoord

eigenlijk

Naarus - 'k Weet zeker d gullie oe eige al is afgevraagd het wurrom zo die Naarus echteluk hier uweg gegaon zn, en zoj daor giender nogal aorde? (ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
 

-chteg

achtervoegsel

-achtig

waorchteg, waoterchteg, brgchteg, bistchteg, knderchteg, glchteg, gruunchteg

...die lange kousen vond ik wel mskeschtig. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Cees Robben:  treuzelchteg; dutselchteg;

Cornelis Verhoeven:  -ACHTIG (-tig) achterv., met grote frequentie en vrijheid gehanteerd; geplaatst achter ww-stammen, zelfst. en bijv.naamw, maar ook eigennamen om affiniteit, geneigdheid en gezindheid aan te geven; danstig, geneigd tot dansen, paptig - belust op pap; Piettig - P. welgezind.

Goem.-ACHTIG achtervoegsel (= suffix)- gelijkende op, eigenschappen hebbende van, geneigd voor.

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  -ECHTIG - -achtig, achtervoegsel

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  -ACHTIG achter een zaaknaam betekent: 'houdende van': ik blijf thuis, want ik ben nie kermisachtig. Achter persoonsnamen drukt het de voorkeur, de toegenegenheid, de aanhankelijkheid uit: Ik ben nie brgemeesterachtig.

 

chtig

bijwoord

echt, werkelijk

De Wijs -- d hek echtig nie gedaon, krske sterven en honderd duuzend zere botterhammen eten (17-08-1964)

 

ed

zelfstandig naamwoord

eed

Etymologie:
Got., D. Eid, N. eed, T. ed

 

eeg

zelfstandig naamwoord

eg

►zie ook g

WBD (Hasselt) - eg

WBD (Hasselt): houtere eeg, zere eeg, zaoj-eeg, stppeleeg, spkereeg, kttingeeg, schfeeg, wrteleeg, eegtaant; gge, vurgge, ingge, rgtgge, eeghaok

 

stoppel-eg; ca. 1870 - hiermee werd het wortelzaad na de graanoogst onder-gegd - uit: Rijke oogst van schrale grond, tentoonstellingscatalogus Noordbrabants Museum, 1991

elders: zaotg, kttingg, schfg, vleugelg, peeje-g, gge 

Henk van Rijen: zere eg, onkrdeg - onkruideg

K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - EEGT - egge

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EEG (zachte e) zelfstandig naamwoord v. - egge

Trommelen 'Tilb. toponiemen in de 16e eeuw' no.171 eegd = eg

 

eegaaleg

bijvoeglijk naamwoord

WBD III.4.4:16 'egalig' = bewolkt

WBD III.4.4:227 'egaal' = vlak, ook 'effen', 'plat'

 

ge

bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord

eigen; intiem, vertrouwd; eigen; mezelf, jezelf, zichzelf etc.

bijvoeglijk voornaamwoord

Cees Robben:  men geste kernllie: oewen gen ikke

Piet van Beers Ndderhaand moete nie maawe: vur 't geste plezier. (Brabants Bont 1; z.j., ca. 2005)

voornaamwoord - wederkerend

R oew ege doen; hij doe zen ge - hij zorgt voor zichzelf

B Toe zenge koome. - Tot zich zelf komen

gez. MP As g'oewge goed doet, dan doedet gin rot appel. (D'16)

gez. MP Wie zenge bewaort, bewaort gin rt appel.

gez. MP Agge oewge nie kietelt, dan laagde not.

Cees Robben Mar ik ontgaaf t mn ge... (19860613)

Cees Robben Wie heej naa zn gen/ t Mist laoten paaien...? (19580524)

Cees Robben Hij is van zn ge al z zot as n kerrad... (19660218)

Cees Robben Des aaltij al unne bonzjoerder gewist die zn ge nt erges iets aon gelege heej laote ligge... (19850419)

Cees Robben Ge het genog aon oe ge... (19790824)

Lodewijk vanden Bredevoort -- Zwemmen han we ons ge geleerd. (ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Lodewijk van den Bredevoort --Hij besloot dus zen ge aon te melden bij Openbare Werken. Meej twee gezonde haande aon oew lf, kosse ze oe daor aaltij gebrke. Et gaaf un vaast lon, en vaaste rmoei, in de volksmond. (Kosset 1, 2006)

zelfstandig gebruik

familie

-  Wanneer ge eige" [bent] of tot de permitaotie behoort, zijt ge lid van de familie. De Noord-Brabantsche Tongval, Nieuwe Tilburgsche Courant 31-07-1930.

Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek - Ege gao veur. (ge = tot de familie behorend)

WBD III.2.2:58 'eigen (zijn)' = verwant; 'eigen volk' = verwant; 61 = familie

Buuk - ge is gin vdje - je mag best trots zijn op jezelf

bijwoordelijk gebruik

Henk van Rijen: ge meej mekaar zn - familiaar met elkaar omgaan

Andere dialecten

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EIGEN versterking van mij, ons, uw: Ik scheer mijn eigen; zijn eigen = zich; Dat is van eigen(s) - dat spreekt vanzelf; verwant door bloedverwantschap of aanhuwing: 'Nen bruur is meer eigen as 'ne zwager; op zijn eigen - onafhankelijk; eigen zijn mee iemand - zeer bevriend, zeer gemeenzaam;

derge

zenge

 

ge, van zn [van zen ge]

wederkerend voornaamwoord

zelf, van of uit zichzelf

Cees Robben Hij is van zn ge al z zot as n kerrad... (19660218)

 

gegeraajd

bijvoeglijk naamwoord

eigengereid

Cees Robben unne ge-geraaide meens valt k nie te raoije... (19680320)

Cees Robben Ge bent unne ge-geraaide meens en ge wilt nie geraoje zn... (19660729)

 

gel

zelfstandig naamwoord

egel, kaardcilinder

WBD 'aegels' (II:938)- vroeger: entreewalsen

 

gelek

bijwoord

eigenlijk

Cees Robben:  we doe nze paa hier dan gelek oover de vloer?

Stadsnieuws: Ik drink gelek not, mar zo meejendan meude wles ... (210107)

 

genr

zelfstandig naamwoord

eigenaar

Kees en Bart: eigenr; 'eigenaer'; 'huiseigenaers/-ners'

R.J. 'genaor', 'genr' (blz.165)

 

ges

eiges

voornaamwoord

R zelf

Henk van Rijen: ge zget ges, w ge zeet - je bent het zelf, wat je zei

 

geste

voornaamwoord, bijvoeglijk naamwoord

eigen in een oneigenlijke superlatief

eigen

- Schaait er over uit asteblief!  Mee m'n geste oogen heb ik er bijgestaon. Uit:  Mos... mos... mosselen Schets uit het Tilburgsche leven door KRATS, Nieuwe Tilburgsche Courant 28 mei 1926.

Cees Robben Oewen genste... (19721013)

Goem. EIGENSTE - bn, vn, in verbinding met lidw. of demonstr.: den - , dezen - , dien - , dat - enz.

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EIGENSTE, met lidw. of aanw. of bez. vn = dezelfde: zijn eigenste woorden, dat is die eigenste vrouw.

 

getilt

zelfstandig naamwoord

zelfgeteelde tabak

De pp dietie rokte, ging om den haoverklap t. Zal wel van den gentilt gewist zn. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

 

Cees Robben - Prent van de week - 13 juni 1975

gews

bijvoeglijk naamwoord

eigenwijs

Cees Robben:  w zde toch gews

WBD III.1.4:175 'eigenwijs' = koppig; 225 'eigenwijs'= balorig

 

gewzeghd

zelfstandig naamwoord

eigenwijsheid

 

k, kske

zelfstandig naamwoord

eik

Cees Robben:  en kiest van waajbomehout f van ke

Henk van Rijen: (boogschuttersterm) enen boog van turks ke - latboog van lagen hout

Dialectenqute 1876 - klauter in den ikenboom ( = die in gte - geiten)

A.A. Weijnen, Dialectatlas van Noord-Brabant; Antwerpen 1952 --
 nder diejen k ligge veul kels

 

ke

stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

van eikenhout

Cees Robben Of ge naa begraove wordt in n kiest van waai-bme-hout of van ke.. dr onder gaode.. (19750704)

 

 

kel

zelfstandig naamwoord

eikel

kels raope

Hedde'r wel 'ns in gebeten?

Eekels zijn mar verkenseten!

Mar 'nen eik, mee stam en kroon,

komt uit 'n eekeltje en is schoon! (Piet Heerkens; uit: Brabant, Eekels, 1941)

Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek - En blnd vreke vnt k nog wl is enen kel. (Tilburgse Taaklplastiek 136)

A.A. Weijnen, Dialectatlas van Noord-Brabant; Antwerpen 1952 --
 nder diejen k ligge veul kels

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: tis goej weer vur de kel (Bi'40) - zonneschijn na regen

Henk van Rijen: ds linken kel - dat is linke soep

 

kenbom

zelfstandig naamwoord

eik, eikeboom

►k

Dialectenqute 1876 - kenboom ( = fr. mme)

WBD III.4.3:110 kenbom - eik (Quercus)

 

l

bijvoeglijk naamwoord, bijwoord

ijl

Cees Robben z kln.. en l... (19600715)

 

eemel, emel, immel

bijwoord

eenmaal

KAREL. J, en soms begiene ze nog te schne k! SJAREL. Och, Karel, daor kunne me ok beter mee laage dan schreuwe. Ge mokt naaw eemel van meensche gin Trappiste (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 6 april 1945)

Des naaw eemel den aord van 't bisje. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 6 april 1945)

Henk van Rijen: eens, eenmaal

 

eemelt

zelfstandig naamwoord

emelt, larve van de langpootmug

WBD III 4,2:158 lemma Emelt, larve van de langpootmug
emelt frequent in Tilburg
 

emer

zelfstandig naamwoord

emmer

WBD puteemer (ook Hasselt en Korvel - putemmer - zinken of gekuipte houten emmer waarmee men water put)

...om den eemer vol waoter te scheppe... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Kareltje Vinken; feuilleton in 10 afl. in NTC 13-4-1940 24-8-1940)
-- 'n boerinneke [...] mee twee eemers versche roome, die ze pas gemolken had, et schuim stond er nog op te broezen. (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Oome Teun in den trein; NTC 16-9-1939)

 

-- en laait ie as vlam naor buiten uit,

dan helpt er geen blusse mee eemer of spuit! (Piet Heerkens; uit De knaorrie, Den braand, 1949)

Cees Robben:  twee eemers waoter haole

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: vrouwetraone ... en kwartje den eemer (Pierre van Beek: Tilburgse Taalplastiek 1970) - ze vloeien rijkelijk

Cees Robben:  'List heetie nog unne emer waoter verkocht'

Piet van Beers Eet meer fruit: Wel twoalef eemers vruchten... (With Love; 1982-1987)

WBD (III.2.1:123) 'emmer', 'putemmer'

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EEMER zelfstandig naamwoord m. - emmer: Het rgent mee' eemers; nen eemer melk.

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord m. - emmer

J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - EEMER: Dewijl het waarschijnlijk van ee (water) komt, behoort men eemer te schrijven. Z.A.

K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - EEMER, nu emmer; het eerste bij Kil. en Plant., het laatste niet.

'Emmer' was eertijds 'immer'.

WNT EMMER, gewestelijk ook 'eemer'; 'emmer' en de daaraan beantwoordende vormen hebben den invloed van een ondergaan.

EEMER - zie EMMER.

De Jager 'Taalkundige handleiding tot de Staten-overzetting des bijbels'

EEMER Jes. XL:15: Siet de volckeren zijn geacht als een druppel van eenen eemer / Eemer werd vroeger bestendig geschreven voor 'emmer dus bij voorb. Vondel III.123: 'Men bluscht een' grooten brant met eenen eemer bloets' ... Deze, thans verouderde, schrijfwijze, welke, naar de afleiding, de ware schijnt te zijn, komt ook alleen bij Kil. voor. Het woord wordt ook nog in Breda aldus uitgesproken. Zie Hft.

Etymologie:
Got. D. Eimer, N. emmer, T. emer

 

en, ene

telwoord, voornaamwoord

een, ene, een zekere

Cees Robben:  ten n taander; nie vur t'en of taander, mar ...; vat er ng ne van mn;

Cees Robben:  die heurt er ginnen ene (= niets); en ding weet ik zeeker;

Cees Robben:  (tot zijn vrouw): zoo as gij bestaot er gin en; van et en kwaam et aander;

Cees Robben:  d we der enen p kunne vatte; van zen lve ginnen ene;

Cees Robben:  zene kp is ene laazerus; ene meej veul geneuk;

Pierre van Beek: Van wie zde gij er en(e) / intje? - hoe heet je?

Pierre van Beek: Hij zeeter ginnen ene / hij zeeter nie veul - hij is zwijgzaam, gesloten

Henk van Rijen: ene tuut mm - n pot nat

enen ik n ene gij - grove steek voor het hechten van stof

Etymologie: Got. ains, D. ein, N. een, T. en

 

eneghdje

zelfstandig naamwoord verkleinwoord

eentje

Kees en Bart: p men eneghdje - in/op mijn eentje

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EENDIGHEID en EENIGHEID zelfstandig naamwoord v. - eenzaamheid: in de een(d)igheid zitten

 

eengaal

bijwoord., bijvoeglijk naamwoord

egaal

geen Tilburgse bewijsplaatsen

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EENGALIG, eegalig - gelijk, effen, Fr. gal: twee eegalige prden; de pataten komen eegalig uit.

 

entoetmm

uitdrukking - van gelijke aard

GG ds amml entoetmm - dat is van hetzelfde laken een pak van Fr. tout de mme'

 

eepilee(j)

pil - stofnaam (textiel)

WBD II.4. p. 862 J.T. Bonthond, Woordenboek voor de manufacturier (1947) verwijst bij ,,epil "naar biberette". Bij biberette" zegt hij: Bontsoort van konijnenvel, geschoren en onder verschillende namen in den handel gebracht.

pil: het type pil in: K 183 (= Tilburg) .

 

eepinglee(j) [uitspraak onzeker; niet af te leiden uit WBD]

pingl - stofnaam (textiel)

WBD II.4. p. 862- J.T. Bonthond, Woordenboek voor de manufacturier (1947) zegt bij pingl": Katoenen weefsel in effen binding, met afwisselend blauwe en witte kettingdraden en blauwe inslag, waardoor een z.g.n. speldeknopruitje ontstaat. Toepassing: verpleegsterskleeding.

pingl: het type pingl in: K 183 (= Tilburg) .

WNT lemma ping 2001 - znw. onz., g. mv. Uit fr. pingle (1907)

Stof met zeer fijne ribben. TAS, Textielwdb. [1953].

V. DALE [1976]. Verpleegsterslinnen of epingl

 

rbeezie, -zem

zelfstandig naamwoord

aardbei, 'aarbei', 'aarbeezie'

Cees Robben opschrift in de pent van 19641120

Henk van Rijen: rbeezeme kremer zat - aardbeien kregen we er genoeg

Stadsnieuws: Vruuger kchteme de rbeezeme in en spaone mndje bij den boer (120709)

WBD III.2.3:181 'aardbezie', 'aardbezem' = aardbei

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord vr. e(e)rdbezem' - aardbei

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EERDBEES (uitspr. erbees, jerbees, jarbees) aardbezie, Fr.fraise

 

rde

zelfstandig naamwoord

aarde, grond, zand

Kees en Bart: 'omd-t-er 'ne mol onder 't erd aon 't fruuten was'

Kees en Bart: 'onder 'nen hoop erd'

Hier gaopt et graf,/ dien open mond/ van moeder eerde (Piet Heerkens; uit: De Mus, Gestrve kiendje, 1939)

Dialectenqute 1876 - himmel en rde (voor vgl. gte - geiten)

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  rd, r, jrd, jr, JAEAERD, JAEAE zelfstandig naamwoord v. - aarde

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- rd - aarde; rd on de kniejes hbbe

 

rde

bijvoeglijk naamwoord

aarden

A.A. Weijnen, Dialectatlas van Noord-Brabant; Antwerpen 1952 -- rde ptte zn nie veul wrd

 

rdrs, rdrs

zelfstandig naamwoord

bonenstaak, de staak waarop de peulen rijzen, d.w.z. opklimmen tijdens de groei

- plur. rdrsse

WNT lemma RIJS I,A,1,C 3: als staak voor erwten, snijbonen enz.; bij de samenstelling geen 'aardrijs' o.i.d.

 

eere

werkwoord, zwak

eren, vereren

B eere - irde - ge-ird

- ook vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij irt

 

reg, rg

zelfstandig naamwoord, onzijdig

iets dat erg is, slecht, bedenkelijk

- op d gebied komt er iets te zien daor niemand rg in hee; Willem van Mook, voorwoord in programmaboekje van de Korvelse revue Vruuger en naa, 1926.

 

reger, rger

zelfstandig naamwoord

erger

gez. teege den reger - om te voorkomen dat het erger wordt

Cornelis Verhoeven:  ERGER (rger) m. - alleen in 'tege den rger', om te voorkomen dat het erger zal worden, uit voorgevoel van nog meer ellende; gezegd over uitingen van goed humeur of uitbundigheid waarachter enige bewolking te vermoeden is, bv. van kinderen die zeer uitgelaten zijn en weldra in de put zitten of ruzie zullen maken. Z.a.

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- rger zelfstandig naamwoord - erger; d zal teejge d'n rger zn, zegt men als ... (z.a.)

 

rem

zelfstandig naamwoord

arm = lichaamsdeel

meervoud: reme, maar ook r(e)m

Gelukkig waar et menne linkse rm, die ik nao detter vier weken laoter de gips vanaf wier geknipt bekaant niemer rcht kos krge. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Veur we ths waren, vielen ons rm der bekaant aaf. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

armoede

Cees Robben rem brikt gin eer (19710820) [Armoede is geen schande]

bijvoeglijk naamwoord

arm

- In 't derde bedrijf komt ok 'n bietje ernst, tooneelen van heel rme meensen en w Krvel vur de rme meensen doe. Willem van Mook, voorwoord in programmaboekje van de Korvelse revue Vruuger en naa, 1926.

 

reme

in de uitdrukking 'van den reme'

van den arme; sociale voorziening voor arme mensen

van de reme, van de soosjaale, van Finsnsjus n, n al n zo. Daor eete ze wir van, h! [Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015]

 

remke

zelfstandig naamwoord verkleinwoord

armpje

verkleinwoord van rm, geen vocaalkrimping

Dirk Boutkan: verkleinwoord: remke (blz. 16, 51)

Dirk Boutkan: remke (zonder vocaalkrimping omdat verkleinwoord suffix niet onmiddellijk volgt op de stamsyllabe); blz.31: Voorwaarde is dat het achtervoegsel (= suffix) direct volgt op de lettergreep waarin de lange klinker staat.

 

reme..., rme...

als eerste lid in een samenstelling; van of voor de arme mens

rmenbngske

zelfstandig naamwoord verkleinwoord

armenbankje

WBD (III.3.3:45) 'armenbankske', 'armbankske' = armenbank (in de kerk) - de zitplaatsen in de kerk voor de armen

rmmeensetd

Om half negen, rmmeensetd, liepen wij naor de kerk en toen de rouwmis twaar, te voet naor et kerkhof. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006) [uitvaarten en huwelijksmissen waren duurder naarmate ze later op de dag gevierd werden]

rmemeensevis

J, rme meense vis, enne gebakken panherring, j femilie van de bukkum. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

 

remoej; rmoej

zelfstandig naamwoord

armoede

Cees Robben in al zn eeremoei (19570704)

Cees Robben Dan ruuk ik wir dem eeremoei/ die vruuger deur vur deur/ De straot op kwaam heel zwoel en zwaor/ van kender en slameur... (19701016)

Cees Robben As ge meej oewen remoei ginne raod wit... Dan zde nie werd deggem het... (19840420)

 

Schilderij van Jules Bastien-Lepage, Oktober - aardappeloogst; 19e eeuw

repel 

repeleeters - afbeelding uit Katholieke Illustratie circa 1930

zelfstandig naamwoord, ook in het meervoud vaak zonder s

aardappel(s)

Gewas uit de familie der nachtschades - solanum tuberosum

Weijnen, Dialectatlas: Uitgangsloos meervoud in Tilburg: 'rpel' (blz.118)

Dirk Boutkan: plur.: rpel, maar 'rpels' na een specifiek aantal (55)

Jan Jaansen - ...z'n stiefmoeder gaaf 'm alle daogen meer slaog dan erpels... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Boere-Profeet; feuilleton in 5 afl. in de NTC 1-7-1939 29-7-1939)

Cees Robben En rrepel... de biste... (19550716)

Cees Robben Den lompsten boer hee aaltij de grtste repel... (19811218)

Cees Robben Vleje-week-vrom waren oew (...) repel glaozig... (19680209)

Cees Robben En vandaog wil ik slaoi mee juin meejaai meejrepel... (19810902)

Lechim --

in: Tilburgse Koerier, ca 1975

Enqute over Je favoriete Tilburgse woord op Facebookpagina Je bent een echte Tilburger als... maart 2013 -

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- repel - aardappel

WBD I:1436 aardappels: 'rpels'

WBD III.2.3:111 'aardappel' = idem; ook 'pieper'

► Dossier repel

Spelling met '-appel'

Toen kwamen er rappels mee gebraojen worst... (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit t klokhuis van Brabant 9; 22-02-30)

Cees Robben:  daor zn d'rdappel, diep omgeploegd

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  rdappel (uitspr. rappel, rpel) zelfstandig naamwoord m. aardappel

Uitdrukkingen

Pierre van Beek - de repel afgiete - een plasje doen

WBD III.1.1. lemma urineren  - frequent: vooral noordelijk Tilburg de aardappels afgieten

Pierre van Beek: zolang rpels zetten as ge mist ht - zolang moglijk doorgaan

Frans Verbunt: rlep of loof - komt er nog wat van? kiezen of delen

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: Sopt hier oewen rpel mar in (Pierre van Beek:, Tilburgse Taalplastiek 1969) kaartterm, gezegd door een rikker die acht slagen speelt.

Cees Robben - 't Is me w lekkers...' zei Kupke met de spot in zijn ogen..., hoe grter de rpel... hoe lomper den boer...! (Cees Robben De Prent van de week in het Zilver; 1981)
Verbunt - De lompsten boer tilt de grotste rpel. (Verbunt, Tilburgs voor Tonpraters 7e, 1996)
Verbunt - Zo lang rpel zette agge mist ht. (Verbunt, Tilburgs voor Tonpraters 7e, 1996)
Verbunt - Meej den dieje bnde ok ng nie n de nuuw rpel. Met hem kun je nog heel wat meemaken. (Verbunt, Tilburgs voor Tonpraters 7e, 1996)
Verbunt - Zo lillek as ene mttegen rpel. (Verbunt, Tilburgs voor Tonpraters 7e, 1996)
Verbunt - Zo schnhlleg as enen duuvel die zen rpel in wijwaoter kokt. (Zo scheinheilig als een duivel die zijn aardappelen in wijwater kookt.) (Verbunt, Tilburgs voor Tonpraters 7e, 1996)

Werkzaamheden

Lodewijk van den Bredevoort - In et naojaor moese we meej rpel gaon steke, d wil zeggen, onze vadder staak ze meej zunne riek t en wij moese ze in et zaand zuuke, opraope en in de maand gooien. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Nel Timmermans - Verder kwaam er ene rpelboer meej en rdkr meej en prd erveur, die belde nie on de deur mar had zelf en bel bij em n hij riep hil de td repul, repul, Pauke Verhaage was d. (Nel Timmermans; Wtter amml n de deur komt; CuBra; 200?)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: meej Peeter n Paulus gmme rpel prutte (Kn'50) = 29 juni gaan we aardappels uit de grond halen

Oude aardappelsoorten

Dialectenqute 1876 - klaairrepels ( = lang)

WBD I:1446 blauwputjes: 'blouputjes'

WBD I:1446 rode witbloem: 'rooj witbloem'

WBD I:1446 bleke rode: 'blaeke rooj'

WBD I:1448 putjesaardappels: 'putjesrepel'

WBD I:1448 zandjannen: 'zaantjanne'

WBD I:1448 kralen: 'kraole'

WBD III.2.3:113 'ongepelde erpel' = aardappel in de schil

Bijnamen

Karel de Beer - Tilburgs Bijnamenboek (2000) - rpel-Merie = bep. aardappelverkoopster (blz.88)

Karel de Beer - Zo is het bekend dat rpel of Lonse Merie heel wat jaren regelmatig vant de Klaaj (dit is het rivierengebied boven Wllek ofwel Waalwijk) naar Tilburg trok om in het noordelijk stadsdeel aardappelen te verkopen. Zij overnachtte dan in caf Bert van Dal omdat de weg terug te lang was. Dit deden mr kooplieden van buiten de stad, ook bijvoorbeeld in et Wit Prdje, en je kon er vergif op innemen dat zij een deel van de opbrengst daar achterlieten. (2002, Bijnamenboek Tilburg, website; Bijnaam van de maand mei 2002)

Verbunt - Kaawrpelbuurt - villapark, oude bijnaam voor Zorgvlied. (Verbunt, Tilburgs voor Tonpraters 7e, 1996)

Lodewijk van de Bredevoort - Vetarm z zon dieet in deze td hiete, geleuf ik, ofwel kaauw rpelbuurtvrete. (ps. van Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Jeugdherinneringen van een gewone volksjongen; Tilburg 2006.)

Gereedschap

WBD I:1451 (Hasselt) poothout: 'repelpin'; (183) rrepelpin

WBD I:1456 aanaardploeg; 'repelploeg'

WBD I:1461 drietandige aardappelhaak: 'errepelhaok'; Hasselt: drietaant

Cees Robben:  ds gemak om repels te ztte [namelijk een knecht met een houten poot]

Overdrachtelijk gebruikt

WBD III.1.1:114 'aardappel' = adamsappel

Tekening: Anton Mauve

Samenstellingen

► De samenstellingen met 'repel' in het eerste lid staan hieronder

Samenstellingen met 'repel' in het tweede lid

kuusrepel - voor varkens gekookte aardappelschillen

putjesrepel - mottige aardappelen

WBD I:1448 'putjesrəpəl' - putjesaardappels (bep. soort)

vrekesrpel - varkensaardappelen

Van Delft - - "As we dan goed misten, dan haolen we een vat van de roei, de zetters en verrekeseirepul nie meegerekend, nee alleen een vat eeters", zoo keuvelde een Hasseltsche huiswever(Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 110; 20-04-1929)

Frans Verbunt (1996) - slechte aardappelen, goed genoeg als varkensvoer: kuusrpel

ztrepel - pootaardappelen

Frans Verbunt (1996) - pootaardappelen

Stadsnieuws -  Tis rmoej agge oe ztrepel moet opeete - Het betekent armoede als je gedwongen bent je pootaardappelen op te eten (080209)

 

repelbnneke

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

aardappelmandje

WBD (III.2.1:205) 'aarpelbenneke', ook 'aardappelmand'

 

repelbocht

zelfstandig naamwoord

aardappelloof.

Verbunt, Tilburgs voor Tonpraters 7e, 1996 - Bocht wil hier zeggen dat het afval was.

 

repelfoj

zelfstandig naamwoord

Gorisse - Bij het oogsten hielp men elkaar over en weer, wat beloond werd met de rpelfooi (aardappeloogst) en de boekent (boekweit dorsen). (Tilburg; Gorisse e.a.; Tilburg 2001)
Goedgetld -  extra betaling of feestelijke maaltijd voor boerenknechten en -meiden wanneer de oogst binnen was.

WTT 2013 - Het woord fooi betekent oorspronkelijk afscheidsmaal of afscheidsdronk. Het gaat terug op het Franse voie, weg. Dus een feestelijkheid aan het einde van de aardappeloogst, en wel op het moment waarop de betrokken land- dan wel seizoensarbeiders weer weg gingen.
Ter Laan - Fooi, in Brabant, Zeeland,Vlaanderen en Antwerpen de naam van een (oogst)feest. (K. Ter Laan, Folklore en volkswijsheden; Utrecht 2005, 3e.)

 

repelklder

zelfstandig naamwoord

aardappelkelder; waar de aardappels bewaard worden

WBD rpelklder - aardappelkelder

Dorrus Misters - In het najaar, wanneer de aardappelen moesten gestoken (gerooid) worden, hielpen de buurvrouwen elkaar totdat bij ieder van haar de aardappelen in de kelder lagen. (Nieuwe Tilburgse Courant - woensdag 8 november 1950, Onze Tilburgse folklore, Wijkbuurten in vroeger dagen)

Dorrus Misters - Verder vonden we gewoonlijk in de woonruimte nog een deur naar op- of zijkamer en de bedstee van het ouderpaar. Onder de opkamer was de kelder, waarin de aardappelen en in de slachttijd ook de kuip met de pekel, waarin de hammen en zijden spek en de kleinigheidjes als de pootjes, rugstrang, enz. een plaats vonden. (Nieuwe Tilburgse Courant - vrijdag 27 juni 1952, Uit onze Tilburgse folklore 16. Rond de boerenhaard 1)
Jan Naaijkens - Elk huis had een kelder. Die was onmisbaar in een tijd dat ijskasten onbekend waren. Er hing een geur van vochtige, beschimmelde aarde in onze kelder. Er stonden grote, stenen potten die gevuld waren met snijbonen en zuurkool, ze stonken een uur in de wind. In een hoek lag een hoop aardappelen waar lange, ziekelijk bleke scheuten aan ontsproten. Het stikte er van de muizen en ongedierte waar een vette, walgelijke pad zich ongans aan kon vreten. (Het dorp van onze jeugd; 1999)

 

repelkrmis

zelfstandig naamwoord

aardappelkermis

A.J.A.C. van Delft - 's Zondags na 2 Juli, zeven weken vr Tilburgsche kermis, in den tijd van t aardappels steken, was het Hasseltsche kermis. Deze werd gehouden in de omgeving van de Hasseltsche kapel en duurde slechts n Zondagmiddag en avond (Nieuwe Tilburgsche Courant - zaterdag 3 augustus 1929, Van vroeger dagen 126: Hup! Rollebol!)

A.J.A.C. van Delft - Rond vijftig jaar geleden [ca. 1880] was het een algemeen gebruik dat men alvorens kermis te gaan vieren, eerst de aardappelen gerooid had en tweedens de put geveegd. Dat aardappelen rooien geschiedde door het geheele gezin, vader en moeder staken de patatten uit den grond en al de kinderen moesten rapen; de groote "piepers" werden "opgezakt" en de kleine kwamen in den sopketel van de varkens terecht, dat waren de zg. kuus-errepeltjes. Het put vegen bestond uit het schoonmaken van de regenput of de regenton, waar in den loop van het jaar stof en blaren uit de dakgoot zich verzameld hadden. Eerst als beide werkzaamheden verricht waren, paste het een rechtgeaard Tilburger kermis te vieren. (Nieuwe Tilburgsche Courant - vrijdag 10 januari 1930, Van vroeger dagen 148: Brokkelingen 1)
 

repelkl

zelfstandig naamwoord

aardappelkuil

door Robben gebruikt in een gezegde dat tevredenheid uitdrukt: prinsheerlijk

Cees Robben Z lekker as unne prins in unne repel-kuil... (19680216)

 

repelkoek

zelfstandig naamwoord

pannenkoek bereid met aardappels

MTW pannekoek, bereid met aardappels

► zie Dossier Pannenkoek

 

repellaand

zelfstandig naamwoord

aardappelland, -akker

A.J.A.C. van Delft - Benevens den landbouw, zegt hij, maakt de fabrieksarbeid het bestaan uit van Tilburgs inwoners. Men schat het getal menschen, hetwelk door dien arbeid "tegen niet hooge dagloonen", om der goedkoope levenswijs wille, onderhoud vinden, op ruim 6000; de meeste huisgezinnen hebben een reepje land of tuin achter hunne woning, tot het teelen van warmoezerijen, en hebben daarbij een zekere uitgestrektheid gronds, om aardappelen voor het gezin te winnen; zij houden daarbij veelal een geit en mesten een varken, welke hun melk, spek en mestspecie voor hun aardappelland verschaffen. (Nieuwe Tilburgsche Courant - zaterdag 12 april 1924, Van vroeger dagen 34: Factoren voor groei)

Anoniem - Daarbij kwam, dat zeker aan de buitenkant van Tilburg vrijwel iedereen er een flinke lap grond bij zijn huiske had liggen, waarop de aardappelen en groenten geteeld werden, een geit werd gehouden en de nodige konijnen verzorging vroegen. (Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 9 april 1955; Toen Tilburg nog dorps was)

Van Delft - - "We hebben dan tegelijk veul mis voor ons eirepullaand, want huskemis deugt nie daorveur." "D witte, war?"(Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 110; 20-04-1929)

Dorrus Misters - Behalve voedsel was er ook nodig strooisel (strouwsel), want die beestjes moesten mest maken voor de tuin en het te pachten aardappelland. (Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 29 maart 1951, Onze Tilburgse folklore 6. Paaseieren, namen en verdwenen gebruiken)
Van Beers - stuk grond waarop de aardappelen gepoot worden; bijvoorbeeld in de volkstuin.

Ik hb er ene [een mol] op munne tn.
Mar... ik hm nie in de haand.
Ik ziege't smrges nt gazon
n n m'n rpellaand.
(Piet van Beers Mlle zn krse CuBra)

repellof

zelfstandig naamwoord

aardappelloof

WBD I:1471 loof v.d. groeiende aardappelplant; 1 'repel-lof'

 

Foto: collectie Wim van de Wouw (CuBra)

repelschlle  

zelfstandig naamwoord: aardappelschillen

werkwoord, zwak: aardappels schillen

Kees en Bart: 'errepuls gescheld'

 

Foto: Regionaal Historisch Centrum / Stadsmuseum Tilburg

Lodewijk van den Bredevoort - Daor zitte drie van die knaape tusse, die bte et rpelschelle, ginne pot in et hshaawe tsteeken. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

Lodewijk van den Bredevoort - Erpel hoefde ons Thea nie te schelle, d deeje de manne, die d al jaore deeje, s aoves nao den bottram. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)

Piet van Beers - Unne lange wnter

()
De blaojkes die zn allang van de bome.
D blft zeeker zo, ng 'n mnd f tweej, drie.
Hoe dieje lange wnter goed dur te koome.
D weet ik zo krk op 't momnt ng nie.

Mar meej d ik d dnk, heur ik ons Keej al roepe:
"Zg Peer, de rpel moete geschld.
n ge zot tch stffe n de kpkes omwaase.
n hoe ist meej de gruunte gestld?"
(CuBra - 23 februari 2004)

Jodocus - Japanse kers-idylle (in het dialect van Moergestel):
Hij stao daor zo freet as un himmels boeket
Op mun graasveld te geuren en kleuren.
Ik h munne stoel in zun schaoduw gezet:
't is vekaansie! W kan me gebeure!

Zwaorlvige hommels en vliegskes van goud
Zn druk in de weer rond de blommen;
Ut gromt en ut gonst en ut vliegt en ut dauwt
Om ut uurst b de honing te kommen.

Van nieje en wepse hk naauw nog gin laast,
Die kunne de kaauw nog nie lje;
Aachter munne rug in de heg en de maast
Zn de musse al volop aont vrje.

Mun boek laot ik dicht en mun oge gaon toe.
Un zaolig gevuul zo te drome!
Soms denk ik: ik leef pas volop a'k niks doe,
A'k mar alles laot gaon en laot kome.

Unnen droom duurt nie lang en den bloesem vergaot;
Daor zun we 't wel meej moete stelle.
Ons To lapt de raome en roept innis kwaod:
'Ik docht d g rpel zt schelle!'
(Jodocus, pseudoniem van Jacques Stroucken, in: Toemet-hooi)


Lechim - 't Schelle van d'rpels
D'r hong 'n plaotje op de deur :
"Aachterom - zonder belle"
Daor zaat de Kriest 'nen mer vol
Mee rappel
[sic] te schelle.

Ik vroeg: "Mar meens w doede naauw?
Ds wrk vur vrouwehaande,
Of ligde gij bij jullie Jaans
Ok vort z strak aon baande?"

"Och n, d valt wel mee zee Kriest
Mar ze wil gaon kampeere
Daor wordt rpel-schelle mn taok
Ik w't mar is prebeere"

"Want d'aander week 'n zaoterdag
Dan gao'me daor al heene
En 'k wil nie vur Jan Klaosse staon,
Drom z'k vast aon t treene."

(De Tilburgse Koerier ongedateerd knipsel, ca. 1970)

Lechim
Ze snaauwde: "Schelt de rpel vast
En gao de raome waasse,
Dan kund' ak' naor de mrt toe z
Strak op de kiendjes paasse"

(De Tilburgse Koerier ongedateerd knipsel, ca. 1970)

 

Schilderij van Evert Pieters

 

repel-steekes-td

zelfstandig naamwoord

de tijd van de aardappeloogst

Cees Robben Zukkes weer is baomis-weer... / Des t aaltij/ Teege repel-steeks-td... (19701009) [het weer is altijd slecht tegen de tijd dat de aardappelen in het najaar geoogst moeten worden]

repelstrk

zelfstandig naamwoord

aardappelstruik

WBD I:1475 aardappelstruik: 'bos'; Hasselt: 'strk'

 

repelziekte

zelfstandig naamwoord

aardappelziekte

WBD I:1479 aardappelziekte: repelziekte, repelziekte

 

reve

werkwoord, sterk

B reve - rf - gerve; ik ref, gij/hij reft

Dirk Boutkan: reve - ieref - gereve

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: neering is gin reve (Kn'50) - alleen een zaak of winkel brengt de klandizie niet aan; wat de eigenaar doet, is ook belangrijk.

Piet van Beers Rommelmrt?: ' n Koopere laamp, die ik ot hb ge-orve. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

WBD III.3.1:186 'erven' = erfenis

WBD III.3.1:187 'erven' = erfgenaam

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  GEORVEN: 3e hoofdvorm van 'erven'

 

rf

zelfstandig naamwoord

erf

WBD III.3.1:187 'erf' = erfgenaam

 

rfenis

zelfstandig naamwoord

erfenis

Goem. :rfenis, zelfstandig naamwoord vr.

 

rg, rig, reg

zelfstandig naamwoord

erg

Cees Robben Ze heeter gin rig in desse slaoi-beene heej.. (19691024)Ze hbben oe dus, zonder rg, verdronke. (Henritte Vunderink, Oode n de lindenbom, uit: Tis de moejte wrd; 2011)

Henk van Rijen: 'Haawt ur reg in' - Ben er op bedacht

Frans Verbunt: dieter gin rg in hbbe, die zitten in Vught

WBD III.1.4:299 'erg' = gruwelijk; 'zonder erg' = zonder opzet

bijwoord., bijvoeglijk naamwoord

erg, zeer

reger - regst

Cees Robben Ik heb nog gin rig in oe... (19830909)

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  ERG - spijtig, verdrietig

 

rm, rem

I zelfstandig naamwoord

1. lichaamsdeel: arm

Dirk Boutkan: verkleinwoord: remke

uitdrukking -  enen brnen rm haole - in het gevlij komen, strooplikken

MP gez. Liever in den rm dan p den rm. (Liever voedsel dan opschik) [woordspeling van arm, lichaamsdeel, en arm, armenbedeling]

Cees Robben [vrouw spreekt:] k H nog nt meej unne kromme rum gelpe, Antoon... (19570803) [Arm in arm lopen.]

- Meestal verwijst de uitdrukking Meej ene krommen rem loope naar het gebruik om een vrouw te bezoeken die zojuist bevallen is. Men bracht dan enige geschenken mee die zich in een mand bevonden, welke in de kromme arm hing.

Lechim - ...zonnenollie op deren rm... (Lechim; ps. v.  Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Tis not nie goed)

Pierre van Beek: gez. Iemand boovenrems vatte - iemand met woorden uitschakelen (Tilburgse Taaklplastiek 174)

Steijns - n as ons moeder dan in de kraom laag, kwaam de femielie n de buurt meej de krommen rem. Die brchte dan vur heur in der krf amml lkker spul meej om n te strke. (G. Steijns; Grot Dikteej van de Tilburgse Taol 2001)

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  ERM (uitspr. a:rrem, eirrem, aerrem) zelfstandig naamwoord m. - arm

2. WBD boovenrm, (Hasselt) boowvenrem - bovenbeen van een paard

3. WBD laojrme, laojrme (II:980) - ladebenen: twee verticale latten waarmee de weeflade bevestigd is.

4. WBD (II:2773) 'rem' - asarm

5. WBD III.1.1:146 'armkneukel' = elleboog

6. liefdadigheidsinstantie ter bestrijding van armoede

Kees en Bart: hij trok van den Stillen Erme

Pierre van Beek: den reme - het Armbestuur; trkke van den rme

Pierre van Beek: van den rme begraove - op kosten van het burgerlijk armbestuur (Tilburgse Taaklplastiek 181)

Elie van Schilt - Dan moeste mee naor de stad vur nuuw kleren en nuuw schoenen. Erme meessen die ut nie konnen betaolen kregen un bonneke van ut ermbestuur uyt de parochie en konnen dan ergens nuuw kleer en schoenen haolen, maar de meskes en de jongens die mee kleren liepen van ut ermbestuur hadden wel allemal dezelfde kleren, dus iedern kon zien "Die zen aongekleed dur dun erme". (Uit: As ge katteliek geboren wierd; CuBra ca. 2000)

WBD III.3.1:354 'de arme, armbestuur' = liefdadigheidsinstelling

Goem. ARM - bn/bijwoord ( -ar, -sta) ...den :reme (collect.) - de armen: Hij trekt van den arme, werd van den arme begraven.

ARME zelfstandig naamwoord m. - armbestuur, bureel van weldadigheid; Van den arme komen: (schertsend gezeid; van iets dat men zeer spaarzaam gebruikt)

7. armoede - in de uitdrukking: n den rme - in armoede geraakt, armlastig

Cees Robben:  'rem, meneer, d brikt gin eer'

II bijvoeglijk naamwoord

arm, armoedig

R.J. dodrm

Cees Robben:  et rem vlk n et rk; gezond maoger, braaf en rm, kaod n muug;

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: rntenier rm dier (HM'70) - Een rentenier moet vaak van bescheiden middelen rond zien te komen.

Elie van Schilt - erm meessen en die wonden er toen veul in Tilburg. Ok veul rke, mar die mokte wel det de erme, erm blven. (uit: Un paor momentjes vur wet ouw monumentjes; CuBra, ca. 2000)

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 --
rm - arm

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  ARM (Kemp. a:rrem, eirrem, aerrem) Fr. pauvre

 

rmbaand

zelfstandig naamwoord

armband

 

rmoej - remoej - remoe

zelfstandig naamwoord

1. armoede

Bij hullie ist rmoej troef. - Bij hen heerst doorlopend gebrek.

B rremoej

MP gez. As ge meej oewen rmoej ginne raod wit, ist nie werd dgge ze het.

Cees Robben:  As ge meej oewen rmoej ginne raod wit, zde nie wrd dggem ht

Kees en Bart: rremoei

Audioregistratie 1978 - Mar et was wl remoej troef, remoej troef! Mar ze waaren et veul eensgezinder onder mekaare! (Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels)

Frans Verbunt: ge kunt meej tweeje meer rmoej lijen as alleneg

Frans Verbunt: wie gift wttie heej, is wrd dttie rmoej lijdt

Frans Verbunt: vaast wrk, vaaste rmoej

Frans Verbunt: rmoej zuukt list

Piet van Beers -- Ik hb toen van rmoei, de kwaast mar gevat.
n bn er de kke gn vrve.
Die han in gin jaore 'n klurke gehad.
Dus kon ik er niks n bedrve. (CuBra)

Henritte Vunderink -- Der was veul rmoej in die td,
veul traone zn gelaote.
Daor kan ik fabriekaant n kerk
aaltij nog om haote. (2007)

WBD III.3.1:210 'armoede lijden/ hebben', 'missen, derven, ontberen, te kort komen, verlet hebben' = ontberen

Hees rremoei (III:10)

Cornelis Verhoeven:  rmoej m. geldgebrek, ellende; ook 'kou': rmoej lje = 't koud hebben

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  ARMOEI (uitspr. arramoei) - armoede

Bosch rremoei - armoede

2. koude

Et lkt dk op de Noordpool z/ k barst van den rremoei. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Agge in de badkp moet)

Ge lt saoves van rremoei/ de kachel zuutjes braande. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Ene trostprs...)

3. Als laatste redmiddel

Van rremoei z ik toen mar/ nr de taandarts toegegaon. (Lechim; ps. v.  Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Taandpnt....)

 

rmoejeg

bijvoeglijk naamwoord

armoedig

- J.M. Van der Donck, Mooi Truike, in Joh. A. Leopold en L. Leopold, Van de Schelde tot de Weichsel, deel 1, 1882: 't Zaag er wel hil rremoeiig ut

- WBD III.1.4:259 'armoedig' = ellendig

 

rmoejzaajer

zelfstandig naamwoord

'armoedezaaier'

WBD type 'armoedzaaier' (II:943) bijnaam v.d. wever

 

rzele

werkwoord, zwak

M aarzelen

rzele - rzelde - gerzeld

geen vocaalkrimping

 

s

zelfstandig naamwoord

ijs; eis

Ut waoter was in de bittere kaaw s geworre (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 2 februari 1945)

MP gez. Koud, d ist pas as den boer s scht.

R.J. Niks as s n sneuw; de se gestld; skaaw haande

As et s mar nie te hard is... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Gesappel in Sapporro)

Frans Verbunt: p aaw s vriest et gaaw

Stadsnieuws: Gin s n tch schts: gezegd van iemand die bij het lopen zijn voeten naar buiten zet (ook: ginne krmis n tch nooga) (120406)

s Wenters moese ze et s van de straote hakken, meej van die pikhouwelen. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

WBD III.4.4:95 'hol ijs', 'bol ijs' = bomijs; ook 'scholijs'

WBD III.4.4:97 'kwakkelijs' = slecht dragend ijs

Cornelis Verhoeven:  EIS (s) m, wat geist wordt, vooral in de uitdrukking - : 't zal den s mr zen - dat zal slechts een ideale voorstelling v. zaken betreffen.

 

eesj

uitroep

hee!, nou zeg!

- Eesj?! Wllik? Dieje prietpraot daor doe ik ammel nie n meej. (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

shllege

zelfstandig naamwoord

Frans Verbunt: ijsheiligen

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- sheilige zelfstandig naamwoord - ijsheiligen: Pancraas, Servaas, Bonifaas (12, 13, 14 mei)

 

skaast

zelfstandig naamwoord

ijskast, koelkast

Cees Robben:  skaast

K. de Beer - Tilburgs Bijnamenboek (2000) - et skasje = Van Schijndel (blz.70)

 

spin

zelfstandig naamwoord

ijspegel

Ge kunt beter 'n paor knoezelbuskes minder hebbe dan d de spinne aon oe neus hange,of d oe maogsap bevriest. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 26 januari 1945)

Henk van Rijen: ijspegel

 

selek

bijvoeglijk naamwoord, bijwoord.

IJselijk

- J.M. Van der Donck, Mooi Truike, in Joh. A. Leopold en L. Leopold, Van de Schelde tot de Weichsel, deel 1, 1882: 't Waar innen sselik heeten daag vaan de maond Juli.

 

 

eetallaazjeweek

zelfstandig naamwoord

WTT 2013) -- de week waarin Tilburgse slagers hun etalages zo fraai mogelijk inrichtten met uitbundig opgemaakte vleesschotels en versieringen. Meestal de week voor Pasen om het naderende einde van de vastentijd te vieren. Dergelijk etalages trokken steeds veel publiek.

Audio-opname 1978 Dhr. Bertens Mar nou is dt donderdags vur de Paose waar d zogezeej en eetallaazjeweek n dan hadder veul dieter iets manjiefieks van ksse maoke hor. Zak zgge iets van vt spte van kouw varkesreuzel, daor zogezeej wt kalfsvt tussedeur d en bietje harder wrt f van alles spte op hamme n kestele f ten n taander van maoke (Collectie Heemkundekring Tilborch; transcriptie: Hans Hessels ► Klik hier voor audiofragment

 

Etalage van slagerij Lejeune in 1936 (detail). Met dank aan Regionaal Archief Tilburg.

► KLIK HIER voor volledige weergave van de foto

De etalageweek was een populaire vorm van volksvermakelijke vrijetijdsbesteding, en is vergelijkbaar met 'nr et tgepakt kke' (sinterklaasetalages), en het bezoek aan kerken waar in de kersttijd levensgrote kerststallen werden aangericht, het 'krstalle louwe'.

A.J.A.C. van Delft - Dan wordt er een aandacht besteed aan de etalages als op geen anderen dag van het jaar () Vandaar dan ook dat er op Witten Donderdag steeds een bijzondere drukte in de straten heerscht want men gaat Paasch-etalages kijken. En ieder jaar sta je dan als leek-toeschouwer verbluft over wat die knappe vaklui naar voren weten te brengen. Neen, dat in het slagersbedrijf zulke mooie dingen gemaakt konden worden, daar had je toch eigenlijk geen erg in. (NTC 10 april 1934)

Nieuwe Tilburgsche Courant - 15 april 1900

 

Tilburgsche Courant - 7 april 1901

 

Tilburgsche Courant - 24 maart 1910

► paoskoej

 

eete

1. werkwoord, sterk

eten

eete - aat - gegeete

Dialectenqute 1876 - ten en drinke (tusschen ee en in)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: irst eete, dan zevere (Pierre van Beek: Tilburgse Taalplastiek 1972) - eerst leven, dan filosoferen.

Frans Verbunt: eete, pissen n nr bd

MP gez. Hak hooj gegeete, dan hak trf gescheete.

MP gez. Had, had haaj gefreete, dan hadde trf gescheete.

MP gez. Ge meut wl p en aander hnger krge, agge ts mar kmt eete. [... als je maar niet vreemd gaat]

Cees Robben:  gegeeten n gedrnke; as ge haaj had gegeete ...;

Cees Robben:  Ge ht naa immel klaante daor kunde nie van eete

1.1. In tegenwoordige tijd vocaalkrimping: ik eet/ gij/hij/ zij it; imp.: it

Piet van Beers tverkop: Dan is m'n vrouw al vruug op pad/
n it bte de deur. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

Dirk Boutkan: eete - (hij) it (vocaalkrimping) blz.38

1.2. Als voltooid deelwoord ook 'ge-eete'

Elie van Schilt - 's Middags wier ur werm geten... (Uit: As ge katteliek geboren wierd; CuBra ca. 2000)

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  G(E)EETE: 3e hoofdvorm van 'eten'; GETEN: samentr. van 'geten'

2. zelfstandig naamwoord

Cees Robben:  meej oew ge-eet

 

eeter

zelfstandig naamwoord

de ether; in verband met televisieuitzending

Cees Robben Swels ons Logje in den eeter zit, ben ik aon t verteeveeje... (19741018)

 

eeters

zelfstandig naamwoord

aardappelen voor consumptie door mensen

Van Delft - - "As we dan goed misten, dan haolen we een vat van de roei, de zetters en verrekeseirepul nie meegerekend, nee alleen een vat eeters", zoo keuvelde een Hasseltsche huiswever (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 110; 20-04-1929)

 

eeteskaast

zelfstandig naamwoord

WBD spinde (voorraadkast of bewaarruimte voor levensmiddelen), ook genoemd: broodkaast, vliegekaast of kaast

 

eeteswaor

zelfstandig naamwoord

Henk van Rijen: etenswaar, levensmiddelen

 

eevangeelie

zelfstandig naamwoord

evangelie

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: aawwveneevangeelies (D'16)- oudewijvenevangelies: verhalen uit de oude tijd; bakerpraatjes

Frans Verbunt: ene van et lang eevangeelie - langdradig iemand

 

ve

bijwoord

Henk van Rijen: even, hetzelfde

Henk van Rijen: 'Ze praote aatj ve plat'

Henk van Rijen: 'T-is amml ve rot'

 

eevegetij

bijwoord

uit even & getij; op hetzelfde moment, gelijktijdig

Van Delft - Ze liepen alle twee hard en ze waren "evegetij te ende". Dit is: Ze waren even vlug aan het einde. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 108; 6 april 1929)

 

avena fatua

eevie

zelfstandig naamwoord

WBD III.4.3:341 eevie - oot (Avena fatua), ook 'oot' genoemd

 

ze

werkwoord, zwak

Henk van Rijen: ijzen

WBD III.1.4:294 'ijzen' = schrikken; 'ijzen' = idem

 

eezel

zelfstandig naamwoord

ezel - dier uit het ondergeslacht van de paardachtigen - Equus africanus asinus

Ezel - bron: website Lach van de dag

I Uitdrukkingen

I.1 Voortplanting

- ene van nen eezel oover de halve deur - gezegd van een kind van een ongehuwde moeder [WTT: de uitdrukking verwijst naar het kruisen van ezels en paarden, en daarmee naar onvruchtbaarheid]

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: Van nen eezel oover de halfdeur gewipt ('70)- een buitenechtelijk kind

I.2 Noodlot / bestemming

MP gez. As ge as eezel geboore zt, wrde gin prd.

Kubke Kladder - Hoop op beterschap bestaot er nie want as ge as ezel geboren zijt, worde toch nooit 'n prd. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit t klokhuis van Brabant 1; 9-10-1929)

Van Delft - "Als men als ezel geboren is, wordt men geen paard." Dit is: Wie arm is, blijft het in den regel. Een werkman heeft als regel geen kans zich hoogerop te werken. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 108; 6 april 1929)

Pierre van Beek We hebben lang gezocht naar een Nederlandse zegswijze, die overeenkwam met het opschrift van een Italiaans asbakje, dat op onze tafel prijkt. Dit luidt: "Chinasce tondo non pu morir quadro!" Letterlijk vertaald wil dit zeggen: "Wie rond geboren wordt, kan niet vierkant sterven." In Tilburg heeft men er een eigen spreekwoord voor en wel het volgende: "As ge as ezel geboren zijt, worde gin prd!" De Tilburgse uitdrukking is - naar wij menen - evenwel toch iets enger in de betekenis omdat men er hier het gezegde gewoonlijk bezigt als men aan wil geven, dat iemand die arm is het in de regel wel blijft. Tevens wil men er wel mee aangeven dat het voor een gewoon man moeilijk valt hogerop te komen. (Tilburgse taalplastiek 11 Nieuwe Tilburgse Courant maandag 17 april 1950)

II Diverse

Cees Robben Hij zit daor as unne ezel tussen twee brege hooi... Waor zal ie naa t irst aon begiene? (19840824)

Piet van Beers -- Ne, hij ztte m te prd, of beeter gezee, ten eezel n ging er zlf nffe lope. Van daor t nr Jeericho ds nog n hil nd n ge moet flink nstappe vur dgge in de bebouwde kom van die plts zt .t Verhaol gao dan vrder: De Samaritaon zuukt n kosths vur zene passazjier. (CuBra)

Dialectenqute 1876 - den ezel is kuppig - de ezel is koppig

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: Beeter van enen eezel wl gedraoge dan dur en prd int zaand geslaoge (Pierre van Beek: Tilburgse Taalplastiek 1971) - Beter met minder tevreden zijn dan door grote ambities mislukken.

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: Wie nen eezel rijdt, moet k ieder jaor ene koop hout paachte (Pierre van Beek: TT-'69) - Het een hoort bij het ander (z.a.)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: z frut as den eezel van Stien llie (RL'77)- zo onooglijk als de ezel...

Frans Verbunt: kken as enen eezel die int hooj stao te zke - onnozel (ook Stadsnieuws: 220306)

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EZEL, zelfstandig naamwoord m. - ezel; fig. dwarsdrijver, nijdigaard

WBD III.1.4:36 'ezel' = ezelachtig persoon

 

eezelskr, eezelskrke

zelfstandig naamwoord

ezelskar, ezelskarretje

- t Was er ons vural om te doen om mee de Brabantsche Week 'ns 'n echte aawerwetsche Brabantsche ezelskr naor Tilburg te laoten komen. En Van Oeffeltje komt, ge zult 'm zien op den Heuvel, mopperend en grommend tegen z'nen luien ezel. Uit het land der Brabantsche week, Nieuwe Tilburgsche Courant 31-07-1930, door W.v.M. = Willem van Mook.

Bij ons ts () kwaampie aaltij aon meej zen eezelskrke. Mar assie er meej zen eezelskrke nkwaam dan komder niemer aaf! [Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015]

 

zer

zelfstandig naamwoord

ijzer (stofnaam); strijkijzer

WBD hangzer - hangijzer (roostertje aan een hengsel, waarop men een koekepan o.i.d. laag boven het vuur kan plaatsen)

WBD zere eeg (Hasselt) - onkruid-eg, ook 'onkrdg' genoemd

Van Delft - "Hij kan alles gebruiken en laat niets liggen dan heet ijzer en een molensteen", voor iemand die het onderscheid tussen mijn en dijn niet al te ernstig opneemt. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929)

Cees Robben van zer en hout (19590822)

Audioregistratie 1978 -- Dan hadde vruuger ene grote kaaj meej zere blle van die grotte, war, n daor deej llek die meej di ene snt. Op dieje kaaj! (interview met dhr. Hermans, transcriptie door Hans Hessels)

Dialectenqute 1876 - hout en zer ( = fr. mme)

WvM 'De y van den yzer waer da ghe mee strekt'

K. de Beer - Tilburgs Bijnamenboek (2000) - Fien meej der zere broek = Jos. v.d. Mortel-Houben (blz.56)

WBD III.4.4:164 'ijzergrond' = geelbruine aardlaag

 

zerdraojke

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord van zerdraod

ijzerdraadje

Interview Hermans - 1978 - n dan hadde van die zerdraojkes meej midde en gske derin, dan wier daor meej zon kln handvatje deraon, meej en pinneke deraon, en hkske, war (transcriptie Hans Hessels, 2013)► KLIK HIER om het interview te beluisteren

 

zere

stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

ijzeren

Interview Hermans - 1978 - n in de midde ston ammel paole, zere paole n dr bonde ze die koeje ammel aond hk ng meejgemktd was mistdinsdags!. (transcriptie Hans Hessels, 2013)► KLIK HIER om het interview te beluisteren

 

zergras

zelfstandig naamwoord

Henk van Rijen: lidgras, kweek (Triticum repens); ook: 'paone'

WBD III.4.3:344 zergras - kweek (Elymus repens, triticum repens)

ook genoemd: paone, peene, peeze

Naar het begin van de pagina

Inhoud Woordenboek Tilburgse Taal
CuBra Home

ffe

bijvoeglijk naamwoord - bijwoord

effen, even, egaal

een korte tijd, even

De Wijs  -- Hakoe daor effe? (feb. 1962)

Cees Robben ...effe veul... (19820827)

WBD III.4.4:227 'effen' = glad, vlak, ook 'egaal', 'plat'

J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - EFFEN en effentjes zegt men hier voor even, eventjes in de beteekenis van 'een weinig'; 'twelk schijnt aan te duiden, dat 'even' en 'effen', hoezeer thans onderscheidenlijk gebruikt wordende, dezelfde woorden zijn.

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- ffe - bn, bijwoord - eenkleurig, even, glad

 

ffegetije

bijwoord.

tegelijkertijd

N. Daamen - handschrift 1916 - 'aiveketij' - tegelijkertijd

Cees Robben hij (...) heej effe-getij zn antwoord klaor... (19650416)

Henk van Rijen: 'ffegetj'

► ffe zo getij

 

ffegoed

bijwoord

evengoed, net als iedereen

Cees Robben Mar assie gedaon heej mottie effegoed vge... (19650828)

 

ffenaaf

bijwoord

uitdrukkingloos, vlakweg, zonder meer, kortweg, nuchter, langs z'n neus weg, te kijken staan

Piet Heerkens -- mar et smidje ha' zin in 'n schoon jong wijfke
mee 'n geef en 'n slaank jongemeiskeslijfke,
hij stookte ze gloeig en smeedde er op los...
mar 't wier geen maagdeke, lief van blos,
nee 't wier een monster, zwart en afschuuwlijk,
geen meensch meer gelijk, nee, effenaaf gruuwlijk... (1941)
De Wijs -- Hij kekt z effenaaf, zo zuurig en ie is al zo lillijk (17-10-1966)

Cees Robben Ik keek wel effenaaf toen ik zaag desse mn fiets gejat han.. (19870918)

Cees Robben W kekte toch effenaaf Toon..! (19671006)

Cees Robben Hij zieter z mar effenaaf uit... (19740308)

Cees Robben Zeej t pastrke effenaaf... (19600116)

Pierre van Beek "Van fn (fijn) meense en motrgen worde vern....; ge zijt nat zonder d-ge er rg in hed!" Onder "fn" wordt verstaan: uiterlijk vroom, dus zonder dat de innerlijke gesteldheid aan het uiterlijk vertoon evenredig is. De H. Schrift - en ook ons volk - noemt die "effenaaf": Farizeers! (Tilburgse taalplastiek 8 Nieuwe Tilburgse Courant zaterdag 25 maart 1950)

bijvoeglijk naamwoord

bijna hetzelfde, vergelijkbare

Cees Robben Ik keek wel effenaaf toen ik zaag desse mn fiets gejat han.. Na hek van de asseraansie n effenaave trug gekocht... (19870918)

--

Bosch effenaf - glad, neutraal, wezenloos, zonder te lachen

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- ffenaf bijwoord. - kortaf

A.P. de Bont: effenaf bijw. 1) op de kop af, juist, precies; 2) zonder versiering; 3) koel: Hij keek mar effenaf.

Cornelis Verhoeven:  EFFEN AF (effen aaf) bijwoord, glad, zonder rimpeling; ook: zonder te lachen, neutraal, tamelijk koel: effen aaf kke.

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EFFENAF bijwoord - effen, zonder versiering. Zij was maar effenaf gekleed. Rechtuit, zonder omwegen; weinig van zeggen, slecht gemutst: Hij is zoo effenaf vandaag.

 

'Efkes w lekkers', slogan bij een snoepkraam bij de Hasseltse kapel (2017).

 

Dezelfde snoepkraam, nu in mei 2019

 

fkes

bijwoord

eventjes, even

Cees Robben Swels det ik efkes wochte moes (19590912)

Cees Robben Komt toevallig Siendereklaos efkes nog mee appels gooien (19571207)

Cees Robben Aon de raand van de stad/ Leej unne zaanderige pad/ Nog efkes en dan laot-ie t schiete... Hij is uit de td.. (19580222) [Over de Reitse Hoevenstraat; Robben bedoelt hier de asfaltering van de zandwegen in het toenmalige buitengebied van Tilburg]

Cees Robben Hij keek me efkes aorig aon (19661021)

Cees Robben Jonge.. lstert naa is efkes... (19701023)

Cees Robben En toen stond ie efkes stil... (19701120)

Piet van Beers --

"Ik gao fkes nr de tn, Merie."
zeej Balthazar Vermeer.
"Ak oe sewle nie mir zie,
ist naa de liste keer." (CuBra)

Tillie B -- ffe vraoge hoe dt meej em gao. Meschient fkes oover zenen bast aajen f n zen wrtele kriebelen f iets. (pseudoniem van Nicole van Wagenberg; uit een column van haar website Tilburgs Taolbuuroo, 2012)

WBD III.4.4:131 'efkes' = poosje

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- fkes - bijwoord: even

Weijnen, Dialectaltlas: Kaart 101 sluit 'fkes' niet uit, evenmin als 'wltje' en 'tdje',

A.P. de Bont: efkes, bijw. efkens - eventjes

Goem. EVENTJES, EFFENTJES - fkes, bijwoord

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 - EFKENS bijwoord. eventjes; lichtjes, in zeer geringe mate: Ik kwam maar efkens aan ze' lijf en hij begost te grijzen.

 

'Een hoogstmodern systeem van eggen in Tilburg', circa 1930; LEES MEER

g

zelfstandig naamwoord

► zie ook eeg

WBD eg, ook genoemd (Hasselt) 'eeg'

WBD sleep, ook genoemd 'slp' (werktuig bij het slepen, o.a. t.b.v. de egalisatie v.d. akker)

WBD gge - eggen

WBD (Hasselt) vurgge - eggen voor het zaaien

WBD (Hasselt) ingge - eggen na het zaaien

WBD (Hasselt) gge meej de lichten hoek - bot eggen

 

ge vf

zelfstandig naamwoord

kinderspel met centen als inzet

mogelijk vergelijkbaar met mitjesteeke

Interview Jolen - 1978 - mitjesteekesnt () meej sntemar meej, meej de ge vf, d witte nie zeeker hmeej de ge vfmj de ge vf, d noemde ze zo h腔 (transcriptie Hans Hessels, 2013) ► KLIK HIER om naar de pagina met de audiobestanden van dit interview te gaan

Interview Jolen - 1978 - meej de ge vf wastdan hadde vf lsse sntegewoon lsse snte nt as ge naa ng ht, war en, tweej, drie, vier leuwkes boove, d was, d noeme ze bbers! Agge dan, ik zal mar es zgge, ik gojde er drie mar den aandere gojden er mar tweej dan ha ik die vf gewonne d was ge vf! (transcriptie Hans Hessels, 2013) ► KLIK HIER om naar de pagina met de audiobestanden van dit interview te gaan

 

eige, eiges, eigen

►zie ook ge

1. bijvoeglijk naamwoord

Kees en Bart: 'mee d d'eiges boter maoken' - met dat zelf boter maken

As ge 't allemol goed beschouwt beteekent 't toch eigenlijk niks in z'n eige; (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit t klokhuis van Brabant 4; 2-11-1929)
2. wederkerend voornaamwoord

niemand zal 't geluk oe geven

as ge'r eigens niks veur doet!

(Piet Heerkens; uit: De Mus, Timmerman, 1939)

Mar j, ge mot et eiges weete, 't zijn ou zaoke... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Oome Teun als opvoeder; feuilleton in 6 afl. in NTC 2-3-1940 6-4-1940)
Den burgemeester hee-g-et me eiges gezeed! (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe dokter; feuilleton in 4 afl. in NTC 27-1-1940 17-2-1940)

W vreuger van eiges gong kan naa himmaal nie mir, en w vruuger nie hoefde d mot en zal naa. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

"En hedde dan iges nog iet veur oe maog?" (Piet Heerkens; uit Vertesselkes, Vrouwke Misre, 1944)

Bosch eiges - zelf

3. zelfstandig naamwoord

eigen = familie

-  Wanneer ge eige" [bent] of tot de permitaotie behoort, zijt ge lid van de familie. De Noord-Brabantsche Tongval, Nieuwe Tilburgsche Courant 31-07-1930.

Van Delft - "Van eigen moet 't hebben": Van je familie kun je onaangenaamheden verwachten. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929)

 

eigendigluk

bijwoord

eigenlijk

De Wijs  -- Eigendiglijk staode daor mar n bietje te meutele. (10-02-1963)

 

kker

zelfstandig naamwoord

akker, bouwland (ook volgens WBD)

Flaneur (pseudoniem van Antoon Arts) - Ja, die jongens van Flaneur waren rakkers, maar wat ze zeker nooit aan hulli pa" hebben durven vertellen is, dat ze gingen vuurke stooke" in den Ekker aachter moeder van Lierup" waar de koeien in de waai" stonden (nu de Mariastraat) en dat ze dat vuurke" stookten met solfter"... (Uit: Zonder opschrift; Nieuwe Tilburgsche Courant zaterdag 16 april 1904)

Cees Robben ...de geur/ van ekker en bos (19551119)

Cees Robben Dekkers en de waai (19570119)

Cees Robben de ekkers in de Vloed (19570704)

Cees Robben Dn ekker-gods die leej z schn vol blommen... (19571102)

De rg was ng nie van den kker/ of menne vlieger stond al klaor. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Vliegertd)

Jaa, dan nomde ze meej nr den kker! Wij han, bij ons hbbe we ng wl enen hond gehad die de kat meej nr den kker nom! [Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015]

WBD III.4.4:137 'akker' = veld

Weijnen, Dialectaltlas: met umlaut (kaart 51, blz.92)

Kaart uit: A.A. Weijnen, Onderzoek naar de dialectgrenzen in Noord-Brabant; 1937 

 

kkerlaand

zelfstandig naamwoord

akkerland

Cees Robben:  kkerlaand

 

kkermnneke

zelfstandig naamwoord

Henk van Rijen: witte kwikstaart (Motacilla alba)

Eigenhuis Akkermannetje. Volksnaam voor Witte Kwikstaart en Gele Kwikstaart.

 

kkes

bijwoord

event, eventjes; verkorting van fkes

 

ksaome

zelfstandig naamwoord

examen

Cees Robben - t eksaome van t verkeer/ wier dan k mee glaans genomen... (19540717)

- N goei gesprek hoeft vur mn nie langer as twee minute te dure. Dan wil ik best kkes lstere.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

- Trouwes kkes hil iets aanders.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

kseem

zelfstandig naamwoord

eczeem

Mar as ge unne stinpst op oewen drriejre had, n as bidde nie hielep, dan moeste bij t feitvrouwke van Van Hees zn. Die mkte dr ge zallefkes. Vur pste, kseem, fratte, padscheete, n alles. (Ed Schilders; W zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009)

 

kske

zelfstandig naamwoord,verkleinwoord

eikje

verkleinwoord van 'k', met vocaalkrimping

 

kster

zelfstandig naamwoord

ekster - Pica pica

 

n de lindebom? Int jaor blk toen de ksters ng gin kont han n dur der ribbe scheete, stond ie der al. Naa issie al bekaant vf jaor wg, mar hdde gij em gemist? (G. Steijns; Grot Dikteej van de Tilburgse Taol 1998)

 

 

Ill: Rolf Jansen

 

ksterog

zelfstandig naamwoord

likdoorn

M-I de naar binnen geperste eeltmassa onder de voetzool; likdoorn

WNT EKSTEROOG - eeltachtig gezwel op de tenen

 

l

zelfstandig naamwoord

lengtemaat van 0,726 m

(in Tilburg in gebruik vr de invoering v.h. Ned. Metriek Stelsel, 1820)

Henk van Rijen: ze heeget gin zeuve el bred - ze heeft het niet al te breed

Henk van Rijen: goed van vf cnt et l - iets van de minste kwaliteit

Cees Robben:  'zoo gemn as goed van vf cent 't el'

 

lf

telwoord

elf
 

lfde

telwoord

elfde [zonder svarabhaktivocaal omdat die binnen de eerste syllabe blijft]
 

lkenden

voornaamwoord

elkeen, iedereen

B elkendeen

Van elk+een met epenthetische d

Bosch elkendeen - iedereen

 

lleboog, llenboog

zelfstandig naamwoord

zelfstandig naamwoord

elleboog

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: Meej dlleboogen op de knie kunde schte vur drie (D'16)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: waafel, lleboog van taafel ('86) - gezegd tegen iemand die zijn ellebogen op tafel heeft.

 

lke

voornaamwoord

elke

Dirk Boutkan: (blz. 62) De vorm 'lke' kan een 'n' krijgen, alleen in m.sing.

 

llemaot

zelfstandig naamwoord

ellemaat

WBD llemaot (II:1384) - ellemaat, maatstok

 

lvendrtegst

bijwoord

De Wijs -- Ach meens, t gao wel goed mar alles op zn elfendertigst (1965)

Frans Verbunt: uiterst fijne kam in de weverij, waarmee (waarop) het fijnste linnen geweven werd; dat werk vorderde langzaam.

WNT ELF-EN-DERTIGSTE - grappige aanduiding van eene ongunstige plaats in eene rangorde, in Z-Ndl.

 

lzessje

zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Henk van Rijen: sijs (Carduelis spinus)

 

em, hum

persoonlijk voornaamwoord.

hem (zonder nadruk)

Hddem gezien? Hum zie ik not.

Zgt em d mar.

Cees Robben:  Ik haaw em n de laajbaand, n ng leetie em p de kaajbaand.

Cees Robben:  dan moete em de kaans geeve: mar toen hak em;

Cees Robben:  ik zal em (de sok) zmmedene dichttrkke, dan kundem sebiet nschiete;

A.A. Weijnen, Dialectatlas van Noord-Brabant; Antwerpen 1952 --
 ze hbben em bnt en blaauw geslaon

Dirk Boutkan: (blz. 69) als objectsencliticum: -em, -nem, -tem

WNT HUM (II) bijvorm van HEM, zeer gewoon bij Hooft. HIJ: 3e en 4e naamval hem (hum), enclytisch -em (-um).

 

em

wederkerend voornaamwoord; ongeveer betekenisloos en niet persoons- of getalsgebonden; komt voor bij werkwoorden die verwijdering uitdrukken: em naaje, em peeze, em pooje, en sjoere, em knpe, em opblaoze, em optuutere, em smeere.

 

m

de letter M van het alfabet

-  De M van emmer  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

en

lidwoord

een; meestal geschreven als un of 'n.

voorzetsel (bij dagbepalingen)

een, 'n

Dirk Boutkan: (blz. 27) 'enen dag op et laand'

Verbogen vormen: ene, enen, ne, nen

A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - een (vr naam v.e. weekdag, bv. 'en zondag' - verleden, aanstaande

 

n

voegwoord

en

 

n alles

bijwoord

versterking van het voorgaande

Cees Robben [Hij] leej te bed en alles... (19780721)

 

n naa gij

uitroep

en nu jij; om datgene wat verteld is te versterken; met een zekere uitdaging: overtref mijn verhaal maar eens

Cees Robben [Een vrouw tegen haar vriendin] Hij spult mar dn banjerheer.. t komt er meej de schoep binnen en t gaot er meej de kr uit. En naa gij Merie... (19641106)

 

nd, ndje

zelfstandig naamwoord

eind, einde, uiteinde, afstand; langwerpig stuk

We gn en ndje waandele.

- Alles hier op de wreld hee toch een end, behalve sesiesworst z "de Tuter" zeggen, want die hee-t-er twee. J, w zulde daor op afdingen!... (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit 't klokhuis van Brabant 4; 2-11-1929)

- A.A. Weijnen, Dialectatlas van Noord-Brabant; Antwerpen 1952:  Hij w mn meej en nd hout slaon.

- Henk van Rijen: en ndje moeder Gods - stok voor een aframmeling

- Henk van Rijen: stuuper mn is en ndje - geef me eens een zetje

- WBD III.3.1:399 'dood end' = doodlopende weg

- WBD III.2.2:52 'einde' = dood

- WBD III.4.4:131 'end = poosje; 196 'end' = uitgestrektheid

- Cornelis Verhoeven:  Eind ... 2. (van iets langs gezegd, bv. worst of hout) stuk: 'n nd hout.

- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899: END zelfstandig naamwoord o. , vrklw. endje(n), endeke(n). - eind, einde

- Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- nd - einde; 'n nd hout - een stuk hout

Stuk vee

- Een roestpraatje (Weekblad van Tilburg, 5 oktober 1867): t zijn ende zoo stee-g-t geval. In Van de Schelde tot de Weichsel (deel 1, 1882) geannoteerd als: een nd vee is een stuk vee.

Eend

Cees Robben De end ging aon 't broeie (19810515)

 

ndeldrm

zelfstandig naamwoord

endeldarm

WBD III.1.1. lemma endeldarm, dikke darm endelderm ook in Tilburg, Udenhout

► nteldrem

 

nder

zelfstandig naamwoord

einder

WBD III.4.4:7 'einder' = idem

 

ndeling

zelfstandig naamwoord

N. Daamen - handschrift 1916 - "Ge mot is nor den endeling informeeren (afkomst)"

Schu eindeling = eindelijk

Mol. endeling - eindelijk, op 't laatst, ten laatste

 

ndhoove

Zelfstandig naamwoord, plaatsnaam, toponiem

Eindhoven

ook: nthoove, met name in Tilburgse toponiemen als nthoovesewg

Mar ast in Endhoove gebeurt... (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Dan vuuldet meer)

Zeg Tirrus hddet ok geheurd/ hoet in Endhoove gao? (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Gekleurd d maag nie)

 

ndvoor

WBD (Hasselt) - zijvoor (deze blijft aan de zijkanten van een bijeengeploegde akker over)

 

ng

bijvoeglijk naamwoord, bijwoord.

eng

WBD ng staon (v.e. paard) - met de benen dicht opeen staan

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: hij is z ng dgge ginne spker in zen gat kunt peutere (Bi'40) hij is erg gierig

 

ngel

zelfstandig naamwoord

Lekker. Iedere keer as ik 'nen hap naam kreeg ik 'n gevuul of er 'n engeltje mee 'nen fluweelen sok over m'n hart aaide. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit t klokhuis van Brabant 9; 22-02-30)

Van Beek - Hem heeft een goede engel gediend. - d.w.z. per toeval is hem een geluk te beurt gevallen; of: Onverwacht is iets goed afgelopen buiten eigen toedoen. (Nwe. Tilb. Courant; Onze folklore afl. 4; 19 maart 1959)

GG en zat wf is nen ngel in bd - alcohol maakt de remmen los

Buuk D smkt f er en ngeltje oover oew tong (hartje) piest = heel lekker

 

ngelshm

zelfstandig naamwoord

Henk van Rijen: overhemd met losse boord

WBD III.1.3:47 'Engels hemd' = overhemd; ook 'boezeroen'

 

nkeld, nkelt

bijvoeglijk naamwoord, bijwoord

enkel, slechts

...enkeld en alleen... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in NTC 31-12-1938 18-2-1939)
...en al laag er de lijn ok al enkelde jaoren, er liepen toentertijd nog mar enkelde treinen op 'nen dag... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; Oome Teun in den trein; NTC 16-9-1939)

Rembrandt die hee van z'n

wonder-palet

op geen enkeld paneel

zoo'n schoon rood oot gezet! (Leo Heerkens; uit De kinkenduut (Piet Heerkens), Vlinderke, 1940)

Cees Robben t Is paone en tis enkelt rcht.. (19600219)

Cees Robben Zeg kende gij d brooike nog/ Van klaoren blom.. van enkelt rog/ t hartjesbrood... (19600624)

Cees Robben Ge het gin licht op..! .. D klopt... enkelt donker... (19660603) [...alleen donker bier]

Cees Robben t Is enkelt unne weet... (19670922)

bijvoeglijk naamwoord

n enkel, slechts n

Cees Robben En naa mee dees schuupke spaoide n spit diep n enkelt gat... (19780210)

Cees Robben Op de goot stao enkelt de waas te wosseme... (19791012)

WBD III.4.4:257 'enkelte','enkele' = gering aantal

met paragogische t

A.P. de Bont: nkel(d) telw. en bijw. - enkel

 

nnige, nnegt

onbepaald voornaamwoord

enige, enkele, een paar

uiteenlopende uitspraak

nnige

Cees Robben Aleen mar verlet naor ennige stessel-kiesjes... (19720414)

nnigte

... al was ze wel ennigte jaoren aawer as hij. (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 4; NTC 22-10-1938)

As ge ennigte weken gelejen dur den ekker liept, zodde gezee hebben: d wordt niks mee 't gruun; (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit t klokhuis van Brabant 3; 23-10-1929)

- We hebben hier ok ennigte schone grote museums. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

Ennigte daage van te veure... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

Cees Robben ennigte spie een paar stuivers (19551119)

Piet van Beers Schabbernak: Nao nnigte weeke waare de Tilbrgers/ Daor al hillemol op tgekeeke. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

Piet van Beers Strompele: Al nigte maonde ha ik laast (...) van menne rechterknie'. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

WBD III.4.4:257 'enigte' gering aantal

nnegte

Der stnne ng nnegte koej in de waaj.

Kees en Bart: nnegte (passim)

A.P. de Bont: ennegte - telw. - enige

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- nnegte - telwoord enige, enkele

innigte

Hullie moeder had innigte weeke geleeje nog gevraogd of ze mee naor de stad ging om w bloeskes en n broek te gaon kope. (Jos Naaijkens; Middelbaoreschoolperiekelen; CuBra, ca 2005)

 

nnegste

bijvoeglijk naamwoord

Henk van Rijen: enigste

WBD III.2.2:70 'het enigste kind' - enig kind; ook: 'eenling'/'enkeling'

 

ntel

zelfstandig naamwoord

Henk van Rijen: verandering, andere manier

Pierre van Beek: et p nen ntel gooje - het op ruzie aanleggen (Tilburgse Taaklplastiek l6l)

Henk van Rijen: - het op een andere manier proberen

 

nteldrem

zelfstandig naamwoord

endeldarm van geslacht rund

in de slagerij: aarsdarm

Audio-opname 1978 -- Dan sneede gij zak zgge van aachtere, boove de koej wier d durgeslaon, zak zgge, d kontwrek zogezeej, dr aachter witte wl, n dan, j, dan moeste diejen nteldrem dert haole n dan lsmaoken n doen n dan viel er hil dieje pns, die viel in ene keer in diejen bak neer! (Interview met dhr. Bertens; transcriptie Hans Hessels 2013)

KLIK HIER om het bestand te beluisteren   

Illustratie uit Handboek voor de slager; 1956; onder hoofdredactie van J.W. Baretta,een uitgave vanwege het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening.

 

ntele

werkwoord, zwak

WBD III.1.4:240 'entelen' = kibbelen

ntele - ntelde - genteld

N. Daamen - handschrift 1916 - "ntele - ruziemaken, vooral onder de kinderen"

Van Beek - "Entelen" - ruzie maken. (Nwe. Tilb. Courant; Uit Tilburgs folklore; 18 juli 1958)

Van Beek - "Op 'nen entel gooien." - ruzie zoeken; provoceren. (Nwe. Tilb. Courant; Uit Tilburgs folklore; 18 juli 1958)

Cees Robben Naa-nie entele.. kernollie... (19580802)

Henk van Rijen: zitte awir te ntele - zit je alweer te vervelen!

ch, dr waar netuurlek in llek hshaawe welles stront n de knikker. D begos meej stchele en ntele. Daor kwaam hommeles van, n dan begos t r pas goed te spanne. (Ed Schilders; W zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009)

CiT (1)'Zitt'awir te entelele?!'

Cornelis Verhoeven:  ENTELEN (ntele) onov. ww, doorgaan met pogingen om gelijk te krijgen.

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- ntele ww - klieren, vervelen

WNT: knorren, brommen, kijven (verouderd) vervelend doen, pesten, vitten

 

nter

zelfstandig naamwoord

WBD veulen van een jaar oud, ook 'jrling' genoemd

 

nternt

bijwoordelijke uitdrukking

van eind tot eind

 - Ge kunt 't wel van ntertnt vragen. - Van eind tot eind (der straat of 't dorp), alom. (Hier is die r voor klankafwisseling, zoals in arzijn of kernijn in plaats van azijn en konijn.) (A.J.A.C. van Delft; 1961; in: Nieuwe Tilburgse Courant, Bekoring van dialect; Typische zegswijzen uit onze streek; uit de volksmond opgetekend)

 

er, der

bijwoord

er

Dirk Boutkan: het postcliticum 'der' blz.40

 

erbrmelek

bijvoeglijk naamwoord

Henk van Rijen: gebrekkig, ellendig

 

rbeezie, eerbeezie

zelfstandig naamwoord

aardbei

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- rbeejzie - aardbei

 

rbje

werkwoord, zwak

arbeiden, ook 'arbje'

rbje - rbjde - gerbd

WBD de koej rbt - maakt uitdrijvende bewegingen bij het kalven; ook genoemd: de koej 'arbjt', 'wrkt', 'prst'

 

erbij zn

uitdrukking - erbij zijn, zwanger zijn

En vurlichting waar der toen ng nie bij, dus veul vraauwe waare-n-er llek jaor steevaast bij. Dan waare ze wir aon de tl, n asse n mnd of zis op scheut waare, dan werd de luurkrf wir klaor gezt. (Ed Schilders; W zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009)

 

rdkr

zelfstandig naamwoord

zandkar, grondkar

WTT 2012 - elke kar met twee hoge wielen die achter het trekdier gespannen werd

Verder kwaam er ene rpel boer meej en rdkr meej en prd erveur, die belde nie on de deur mar had zelf en bel bij em n hij riep hil de td repul, repul, Pauke Verhaage was d. (Nel Timmermans; Wtter amml n de deur komt; CuBra; 200?)

K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - Aardkar, Erdker: Eene stortkar, mistkar om aarde en diergelijke mede te halen.

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 --
rdkr - aardekar z.a.

zie ook rtkr

 

erfhs

zelfstandig naamwoord

erfhuis

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: Geurtjes rfhs (Kn'50) - onderlinge verkoping bij arme mensen, op zondagmiddag, zonder notaris

 

rgeraans, rgeraand, rgeraant

bijwoord

ergens

Et moet daor ergeraans ligge.

Van Delft - "Ergeraans" wil ook zeggen: ergens.  (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929)

En in Baozel is d nog 'n bietje erger as ergerand aanders! (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 1; NTC 1-10-1938)

Cees Robben:  Hdde gllie rgeraand n gedraaid?

Stadsnieuws: Ik weet nie persies waor ie wont, rgeraand op Krvel geluf ik (300806)

Piet van Beers Vrmde kst: Frankrijk, Portugal of Spanje/ f daor rgeraand. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

- Dan gingde rgeraant nortoe n dan waar daor van alles te doen.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

WBD III.4.4:198 'ergent', 'ergant', 'ergerans', 'ieverans', 'ieverantergens'; 'ieverens' = ergens

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- rreges; ook 'rgant'

J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - ERGERHANDS voor 'ergens'. Dit woord meen ik bij de oude schrijvers wel gevonden te hebben.

Cornelis Verhoeven:  ERGAND bijwoord, ergens.

Bosch: ergand - ergens

WNT kent het niet, wel ERGERINGS, gevormd naast ERGENS

 

rkett

zelfstandig naamwoord

bazig vrouwspersoon

1965 - Van een meisje of vrouw, die graag over haar jongen of man de baas speelt, kan men horen zeggen: "W zeide (ben je) toch een erketet (klemtonen op eerste en laatste lettergreep). We kunnen die "erketet", welk woord aan klanknabootsing doet denken, niet thuis brengen. Het schijnt echter toch wel in ruime kring bekend. (Pierre van Beek Tilburgse Taalplastiek 25 - 02-01-1965)

Uit een brief van A.C. Hoogendoorn (Goirle) aan Pierre van Beek - 1965 - archief Erven Pierre van Beek

GG rtekett - bazige vrouw

Stadsnieuws: Nou, hij kan zene zk wl ophaawe: hij heej me toch en rtekett getrouwd (180207)

 

rmoejeg

bijvoeglijk naamwoord

B armoedig

 

erneffe

bijwoord

ernaast

Audioregistratie 1978 -- Rktie em dan moes de meens ene snt n hum geeve mar mog ie ng ene keer doen, mar ging ie ernffe, ging ie ernffe, war, n rldenie en ndje vrder, moesie daor blve ligge (interview met dhr. Hermans, transcriptie door Hans Hessels)

 

eronder bosse

werkwoord, zwak

tekeer gaan; geweld gebruiken

Cees Robben Ge hetter de vurrege week nogal ondergebost... (19730302)

 

rreges, reges, rregent

bijwoord.

- om is gaaw erregent nor toe te beene (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

Henk van Rijen: ergens

 

Schilderij van Georg Flegel (detail) - Stilleven met erwten.

 

rt

zelfstandig naamwoord

erwt

Dialectenqute 1876 - erten en boone

Jan Jaansen -- ...die kiepe van onzen buurman hebben al onze erten uitgekrabbeld! (ps. v. Piet Heerkens svd; Boere-Profeet; feuilleton in 5 afl. in de NTC 1-7-1939 29-7-1939)

Uitdrukkingen

1. Zijn erwten uit hebben; afgedaan hebben; verloren hebben

- N. Daamen - handschrift 1916 - "hij hee doar z'n erten uit"

- Van Delft - "Wie tegen 't heilig huiske pist, heeft z'n erwten uit van dien kant en kan z'n biezen wel pakken, want hij wordt toch met den nek aangekeken." Dit is: Wie in strijd met de kerkelijke geboden handelt (of in engeren zin: wie de bedienaren der Kerk weerstreeft of tegenwerkt), kan het op den duur niet op dezelfde plaats uithouden. Hij doet het best te vertrekken, wijl hij dan van die zijde toch geenerlei hulp meer te wachten heeft. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 108; 6 april 1929)

 

Uit een Tilburgs liedschrift

 

- Kubke Kladder -- D ze zukke kost vur ons nie mokt is nog al wiebus, aanders z ze mee hil d'r gekook gaauw d'r erten uit hebben... (ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit 't klokhuis van Brabant 9; 22-02-30)

2. Zijn erwten diep in de grond steken; iets te goed willen doen.

- Jan Jaansen -- ...as ge d'erte zoo diep in d'eerde stopt, dan zijn ze mee Sint Jan nog nie boven. (ps. v. Piet Heerkens svd; Boere-Profeet; feuilleton in 5 afl. in de NTC 1-7-1939 29-7-1939)
3. Geef ze een erwtje

Pierre van Beek -- Dezer dagen tekenden wij ten slotte nog op: "'t Zn kender, zeej Bronsgist, gif ze 'n erwtje!" Bronsgeest was weleer de thans nog bestaande kruidenierszaak van de firma De Bruyn in de Monumentstraat. Als moeder boodschappen kwam halen, plachten de kinderen hier steeds "een snoepje" toe te krijgen. Van de betekenis der uitdrukking zijn we niet zeker. Ze kan als een plagerijtje tegenover de kinderen bedoeld zijn, maar als diepere zin kan men er ook wel uithalen, dat 'n kinderhand gauw gevuld is. (Tilburgse taalplastiek 4 Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 25 februari 1950)

4. Twee erwten op een plankje

Metafoor voor kleine borsten (of: eigenlijk geen borstvorming maar de tepel als erwt)

- Twee rtjes p n plngske (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

Bronnen buiten Tilburg

WBD III.2.3:81 'erwt' = doperwt; ook: 'peulerwt'

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -ERT (uitspr. aeaert, rt, aart, aeaet, aat; - erwt

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- rt - zelfstandig naamwoord erwt; hij h z'n rte t. in het gezegde zen rte t hbbe: afgedaan hebben. Robben gebruikt het gezegde in de laatste prent die hij tekende voor Rooms Leven/ Kerknieuws, dat ophield te bestaan: Cees Robben Zonder Kerk-nuus (...) want d hee (...) net as ik zn erte uit... (19691227)

 

zie ook snrt

zie ook Dossier Snert

 

erteegenaon

bijwoord.

ertegenaan

Henk van Rijen: hij prden erteegenaon - hij sloeg erop

 

rtesoep

zelfstandig naamwoord

erwtensoep

Piet van Beers --

"Agge tch gaot Bal," ...zeej Merie,

"Brng dan w Praaje meej.

Tweej dikke, vur den rtesoep

n w vur den Hasjee" (CuBra)

Piet van Beers --

Ast rgent of miezert, of 't waait er es flink.

Dan zgge ze: "W ist toch wir snrtweer."

Ik haaw nie van rgen n k nie van wnd.

Mar... van rtesoep hb ik gin afkeer. (CuBra)

rtkr

zelfstandig naamwoord

kar waarop grond (aarde) vervoerd wordt

Van Delft - - Hij rijdt bij voorkeur met de "ertkeir", want die kan "ie te heui stooten". (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 110; 20-04-1929)

►zie ook rdkr

Foto: Regionaal Archief - Stadsmuseum Tilburg

 

rtrs

GG bonenstaak

 

rtsoep

zelfstandig naamwoord

erwtensoep

rtsoep meej wrst

Piet van Beers De donkere daoge vur Krsemis: n as dan telste/ de middag vurbij is/ Dan wrm ik d pnneke/ rtsoep mar op. (Spoeje doemmeniemer; 2009)

Piet van Beers Praaj: "Breng dan w Praaje meej./ Tweej dikke, vur den Ertesoep/ n w vur den Hasjee" (Spoeje doemmeniemer; 2009)

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  ERTSOEP, ERTSOP zelfstandig naamwoord  v. - erwtensoep

► snrt

 

ertussent

voornaamwoordelijk bijwoord

ertussenuit

Henk van Rijen: toen ie de pliesie zaag, prdenie ertussent - toen hij de politie zag, ging hij ervandoor

 

es

bijwoord

eens; ook uitgesproken en gespeld 'is'

kom es gaa hier

 

sprs

bijwoord

Henk van Rijen: met opzet = 'sprs'

 

ssnsie

zelfstandig naamwoord

Boerke Tinuske de Bont/ strooit essensie op den ekker,/ goed veur den grond;/ 't ruukt nie lekker,/ wel gezond. (Piet Heerkens; uit: Brabant, 1941)

Henk van Rijen: drijfmest (Fr. essence)

 

et

lidwoord

onbepaald persoonlijk voornaamwoord

het; er (= daarvan)

Dirk Boutkan: (blz.69) als objectsencliticum (3 pers., neutrum) -et / -get

Weijnen, Dialectaltlas: Wanneer 'er' betekent 'daarvan' luidt het in T 'et'; het is het pers vn 3e pers. onz., acc./nom.-vorm. Even zuidelijk zegt men 'es'.

Hildebrand - 'Camera obscura': 'Et is een leelijk huis, is et niet? (Keesje v.d. Diaconie) blz.74 ca.: et

 

tterbl

zelfstandig naamwoord

Henk van Rijen: 'tterbol' vervelend iemand

 

Et Vn

Toponiem

Het Ven; vroegere benaming van ongeveer het huidige Piusplein

Interview dhr. Van den Aker -- 1978 -- Ge had vruuger wl pltse wr ze, wr ze ginge daansen n zo, hr. Ik weet wl toen ik en jaor f achtien oud was, d ik al dikkels bij Huubke de Leuw kwaam vruuger op et Vn n bij Schlen Baks n Frns Illese (Elissen)mar d waare ammel gesloote dinge, zaole zommar daor gingde dan, koste dan saoves nr toe om en dansje te maoke f zo, h腔 (transcriptie Hans Hessels 2014) ► Klik hier voor audiofragment

 

etzllefde

aanwijzend voornaamwoord

hetzelfde

Interview Van den Aker (1978), transcriptie door Hans Hessels (2014) - In Tilburg ging d presies etzllefde! As hier in de haaj, iemand vrder in de haaj iemand wonde, dan brchte zem ok nr de stad toe! Klik hier om dit bestand te beluisteren

 

Lechim - Gedicht van de week uit de Tilburgse Koerier (1957-1982)

gske, ugske

zelfstandig naamwoord, verkleinde vorm

oogje verkleinwoord van 'og', met umlaut

Interview Hermans - 1978 - n dan hadde van die zerdraojkes meej midde en gske derin, dan wier daor meej zon kln handvatje deraon, meej en pinneke deraon, en hkske, war, dan zaat de vrouw veur n hij eraachter n dan gaaf hij den draod aon n die sloege ze om d hkske n dan trok zij em dur die ogen vur en. (transcriptie Hans Hessels, 2013)

► KLIK HIER om het interview te beluisteren

H.A. Sterneberg -- ...en laot me slaopen gaon,/ m'n eugskens vallen toe! (uit: Een Busselke Braobaansch, uit: Aoventgebeejke, 1932)

Piet Heerkens -- Ou twee eugskes allebaai / zijn lijk blumkes in de waai... (uit: Dn rgel, Slaopliekes 2, 1938)

Piet Heerkens -- De sterre traone geen zier, / ze knipperen eugskes van plezier! (uit: Dn rgel, Naacht, 1938)

Piet Heerkens -- Och blumke,/ 'k heb oe zo dikkels bekeeke, / vriendelijk ding aon m'ne voet, / oe blaanke blaoikes, / oe gouwe draoikes, / oe eugske d doe me zo goed! (uit: Dn rgel, Blumke, 1938)

Jan Jaansen -- "Ik weet nog iets beter," en 't kwezelke kneep d'r eugskes toe... (ps. v. Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in NTC 31-12-1938 18-2-1939)
Jan Jaansen -- Jan Ansems is ommers laoter zelf getrouwd mee dzelfde meske, waor oome Teun toentertijd 'n eugske op ha! (ps. v. Piet Heerkens svd; 'Oome Teun naor zee'; NTC 18-11-1939)
Jan Jaansen -- Die "goeie zaok" bestond veur Rosa Stokkermans hierin, d ze al lang 'n eugske ha op Harrie van den apotheker.. (ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 4; NTC 22-10-1938) Jan Jaansen -- ...de stiekeme knipeugskes van Harrie... (ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 12; NTC 17-12-1938)
Jan Jaansen -- ...ze hee misschient alleen mar wille zeggen, d ge er 'n eugske op hebt? (ps. v. Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de NTC 25-2-1939 18-4-1939)
Naarus -- Dr gong zon onuitgesproken hoera onder de mensen op, ze ruisten in dr handen, ze schuifelden w, ze knipten hier en daor n eugske. (Bernard de Pont, columns in Groot Tilburg 1941; CuBra)

Lechim -- W hdde tch kln ugskes, Jaon,/ ene kaoter van et fist? (ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980 uit de Tilburgse Koerier; uit: Vur den aawe prs)

Audioregistratie 1978 - Hier n daor en gske vt zo [in de soep] Der kreg gin man enen hartnval, d nie! (Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels)

Cees Robben deugskes zeejig naor beneej... (19550827)

Cees Robben Ons Kupkes-schutters-eugskes (19560714)

Cees Robben Dr eugskes blinken (19580201)

WBD III.1.1:234 'een oogje knippen' = knipogen

WBD III.1.1:235 'een knipoogje geven' = knipogen

Weijnen, Dialectatlas -- met umlaut, volgens kaart 48

A.P. de Bont -- eugske(n) zelfstandig naamwoord onzijdig - oogje

 

jer, r

zelfstandig naamwoord

WBD uier, ook 'jr' genoemd

(voor onderdelen zie 'ketier')

A.A. Weijnen, Dialectatlas van Noord-Brabant; Antwerpen 1952 --
 de rome spt t den jer van de koej

Van Delft - "'t Is 'n uir, zee Jan Tooten, en de kat jongde in z'n pruik", waarvoor men ook wel hoort: "'t Is frut, zee Jan van Pelt", als iets niet goed lukt. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: tis en jer meej zucht (Pierre van Beek: Tilburgse Taalplastiek 1964) - het valt tegen (zucht = opzwelling die bestaat uit vocht, die de uier voller doet lijken dan hij is).

Henk van Rijen: mar juu Peer, w heej die koej en er

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord vr. en o. uier

Jan Tooten placht te zeggen: "'t is een uir mee zucht". Door die aanvulling wordt de uitdrukking eigenlijk pas verstaanbaar. Als men uit een "uir" (koe-uier) melk verwacht en men krijgt dan niets dan lucht (zucht), is dat iets anders dan wat het behoort te zijn of wat men verwacht, zoals Jan Tooten in zijn zegswijze geen jonge katjes in zijn pruik verwacht had. Ook zijn we achter de identiteit van Jan Tooten geraakt. Het was een bakker in de Zwijsenstraat "een eindje voorbij de Varkensmarkt". Hij bezorgde zijn brood met een hondekar. Het feit dat hij 'n "gevleugeld woord" op zijn naam heeft staan, wijst reeds naar populariteit. Pierre van Beek - TTP Nr. 3, Za 16-05-1964

eul

zelfstandig naamwoord

slaapbol, klaproos, papaver

N. Daamen - handschrift 1916 - "eulen- papavere"

Heuk. heul, eul (z.a.): papaver somniferum.

WNT VI:702 eul, ool (van Lat. 'oleum')

FvW 250: heul I

SdG 359, 42, 335: heul

Kiliaen - eul, heul - papauer

 

ill.: Rolf Jansen

l, ltje

zelfstandig naamwoord

uil

MP gez. Tis vl, zi den , n hij bekeek zen jong.

Pierre van Beek: gez. Hij zt en gezicht as enen l vur et geutgat (v. verbazing) (Tilburgse Taaklplastiek 740125)

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: komt ten ffer: den l is dod (D'l6) - hekeling van bepaald gedrag tijdens de lijkdienst (zie onder 'ffer')

Ill.: Naumann - athena noctua

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: 'ds vur onzen Hb', zi de jonge n hij staak ene pad in zene zak (D'l6)

Woordspeling met de naam Huib = Hubertus, en Huib = uil

Mandos, Brabantse Spreekwoorden: kat: 'oo, l, ge doet me nrcht, want de ms is mn toegeleej!'

l: 'oo, kat, ge moet weete dtter veul ngegund brod wrdt gegeete.' (Tilburg, Breda, St.-Oedenrode, 1892)

Cees Robben:  'smellekes, klampers en d'n uil'

WBD III.4.1:189 'uil' - uil (steenuil) (Athene noctua), ook: 'huib',

'huibke' of 'smelleken' genoemd

WBD III.1.4:36 'uil' = ezelachtig persoon

 

levlucht, den

toponiem

De Uilenvlucht, deel van Korvel

- titel van een scne uit de Korvelse Revue Vruuger en naa, 1926.

- We gingen dur den Uilenvlucht,/ Aachter nor 't Korvelsch Huukske; Willem van Mook, voorwoord in programmaboekje van de Korvelse revue Vruuger en naa, 1926.

- Willem van Mook Den Uilenvlucht was de verzamelnaam voor drie grote weverswoningen. Ze stonden zeer afgelegen, op een open veld, waar toen nog geen andere bebouwing was. Er voor, er achter en bezijden niets dan weide, heide en bossen. In bet begin van deze eeuw waren die drie huizen tot ruines vervallen en toch woonden er toen nog mensen in. Het Kretshuis was het voornaamste van de drie. De Keet en de Krucht waren dpendances van het grote Kretshuis dat in het begin van de vorige eeuw, toen Tilburg onder Frans bewind stond (1795-1813), gebruikt is geweest als Leprosie (Melaatsenhuis). Omdat er in Tilburg gelukkig geen melaatsen waren, bestemde men het voor quarantaine bij besmettelijke ziekten. (...) Volgens de grote Van Dale betekent Uilenvlucht het vliegen van de uilen in de avondschemering, want overdag vliegen de uilen niet (...) De oude bewoners van Korvel gaven in de vorige eeuw aan die drie vervallen weverswoningen de naam van Uilenvlucht omdat er in de avondschemering geen uilen maar vrijende paartjes rondfladderden. Hetgeen van een bijzondere spiritualiteit getuigt. Het open veld waar vroeger den Uilenvlucht was, is open terrein gebleven, als om het verleden te eerbiedigen.Het is thans een plein waar vijf straten samenkomen, met als kern de Trouwlaan, als enige reminiscentie aan de vrijende paartjes van vroeger. (Nieuwe Brabantse novellen; 1970)

- Tilburgsche Courant 1894 - Ook een waarzegster! Bij het hevig onweder dat Maandagavond boven Tilburg woedde, sloeg de bliksem in eene woning aan den Uilevlucht. Het hemelvuur verzengde de haren van eene vrouw, die het voorrecht zegt te bezitten aan andere menschen de toekomst te voorspellen, kwetste het kind dat ze op den arm droeg en verschroeide zegt men een spel kaarten dat de vrouw bij zich had. Nademaal de meeste harer bezoekers twijfel zijn gaan opperen omtrent hare bedrevenheid in de zwarte kunst, heeft zij zich zulks zoozeer aangetrokken , dat ze zich in de residentie-stad zal vestigen. Men vreest terecht , dat nu nog meer omtrent de plannen van het Ministerie zal verteld worden dat niet waar is". (Tilburgsche Courant, 26-7-1894; complete bericht)
 

r

zelfstandig naamwoord

WBD uier v.d. merrie

WBD (Hasselt) uier v.e. varken (alle tepels samen)

Henk van Rijen: mar juu Peer, w heej die koej en r.'

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord  vr- en o. - uier

J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - UUR, voor 'uijer'.

 

re

werkwoord, zwak

re - rde - gerd

geen vocaalkrimping

WBD (van een koe) een zwellende uier krijgen in de draagtijd;

ook 'nre' of 'jere' genoemd

WBD (Hasselt) ont re zn - (v.e. merrie) afscheiding geven uit de tepels als bewijs van zwangerschap, ook genoemd 'doppen n de speene hbbe' of 'behaawe zn'

A.P. de Bont: zw.ww.intr. - uieren, een vollere, opgezette uier krijgen.

 

eurieant

zelfstandig naamwoord

1965 - Wanneer iemand in een gezelschap of op een feestje de baas wil spelen en wanneer dit niet door iedereen gewaardeerd wordt, kan men de kritische opmerking horen: "Wat is die kerel toch een euriant." (Pierre van Beek Tilburgse Taalplastiek 23 - 02-01-1965)
1965 - We kregen ook een reactie op het zo vreemde "euriant", waarmee iemand zou betiteld worden, die op een vervelende manier in gezelschap de baas probeert te spelen. Inzender kent de uitdrukking: "'t Is me 'nen horriante kerel!" Dat wordt gezegd van iemand, die niet is uit te staan, niet te verdragen is. We zitten hier dan wel dicht bij het Franse "horrible", dat o.a. "afschuwelijk" betekent. De Fransen hebben daarnaast het werkwoord "horripiler", dat betekent: kippevel bezorgen of ergeren. (Pierre van Beek Tilburgse Taalplastiek 24 - 9-01-1965)


Uit een brief van A.C. Hoogendoorn (Goirle) aan Pierre van Beek naar aanleiding van Van Beeks vraagstelling in de krant) - afbeelding: Archief erven Pierre van Beek


1965 - De inzender van de nogal merkwaardige woorden "euriant", "uitteur" en "rkett" alsmede de uitdrukking "jikkeres van marante" deelt ons mede, dat deze woorden vroeger door rasechte Hasseltse mensen werden gebruikt. (Pierre van Beek Tilburgse Taalplastiek 25 16-01-1965)
 

eus, eusel

zelfstandig naamwoord

1. hoos, schepper om te hozen

N. Daamen - handschrift 1916 - "eus - houten schep om water op te scheppen, om mede te euzen"

► euze

2. soort van dakgoot

of d'euzen *) lekken, *) -noot van Sterneberg bij dit woord: de goten... (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: Troostweeg,  1932)

WBD I,1: De ozie is de onderste rij of rijen pannen of de onderkant van de strobedekking. Het bedoelde deel steekt enigszins over en laat het regenwater afstromen zonder dat de muren nat worden.

WBD - overstekend deel van een dak, ozie van het dak; ook 'drp' genoemd

Cees Robben Dn eusel drpt mar... (19611208)

 

euse

zelfstandig naamwoord

eeuwsel, weide in een bos

WNT: weide die rondom of aan twee zijden door hakhout is ingesloten

A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - eeuwsel, uwsel - zomervoederweide (brab.)

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EESEL, EEUWSEL zelfstandig naamwoord o. -bij landb.: weide of beemd, tusschen een bosch gelegen of langs twee of vier zijden door een schaarbosch begrensd.

WNT: gewestelijk in Z.-Ndl., bepaaldelijk in Braband.

Euuwssel... Pascuum, ager pascuus, KIL.

Zie: Pijnenburg - Etymol. v. h. oudste Nederl., blz. 33+

K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - EUWSEL - weide. Niet meer in de dagel.omgang, maar er zijn nog weiden die zo genoemd worden.

 

t, t

voorzetsel, bijwoord

uit

Ze gao nie veul t. Hij kwaam t Riel.

t diejen bl komt nie veul t. - Uit die buil komt niet veel.

t licht - volop licht, klaarlicht

De Wijs --  (Gehoord van twee jongens die samen overnachten) Doe-de gij oew zwarte sokke nie ut? -- -Die hk ut. Oh, dan kan ik de mn k wel ut doen! (04-07-1969)

Cees Robben:  ik dcht ik lt men kooverkooke mar is t; kkt is w beeter t;

Cees Robben:  et is ert; n naa der t; n not mir der t;

Tontje waar me toch lam mar die hatter ok veul t, heurde ik dan. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006) [er veul t hbbe: veel gedronken hebben]

Dialectenqute 1876 - t (met fr. oeu)

radio (Brab. 921111) van ts t

WBD III.4.4:236 'uit' - helder (Korvel)

Dirk Boutkan: (blz.41) 't/ t' als ww-deel

 

thalle

werkwoord, zwak

uithallen, d.w.z. het vlees van een zelfgeslacht dier (meestal varken) aan huis verkopen; syn.: uitponden, uitslijten.

LDM: Een ander ook nog al veel voorkomend geval was het "uithallen" bijv. van een koe bij noodslachting. Het gemeentelijk abattoir bestond nog niet en keurmeesters waren er al evenmin. De slager die in zulke gevallen ter hulp werd geroepen, moest zelf maar uitmaken of het vlees al dan niet in zijn geheel of gedeeltelijk voor de consumptie geschikt was. De omroeper bewerkte dan die buurten die niet al te ver van de slachtplaats verwijderd lagen en noemde daarbij de prijzen van de verschillende vleesdelen die zouden worden aangeboden. Daar deze prijzen gewoonlijk vrij wat lager genoteerd waren dan in de slagerswinkel, togen de huismoeders er graag heen. (Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 3 De stadsomroeper; NTC 2-12-1950)

 

euw

zelfstandig naamwoord

M eeuw

Cees Robben:  middeleuws

A.A. Weijnen, Dialectatlas van Noord-Brabant; Antwerpen 1952 --
 et is en 'uw' geleeje dk oe gezien hb

Dirk Boutkan: (blz.24) ' w' = euw; idem blz.99

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord vr. 'euw' - eeuw

 

euweg

bijwoord en bijvoeglijk naamwoord

eeuwig

korte eu

Cees Robben Euwig jong.. en euwig oud. (19700417)

As gij d veur mekare wit te boksen, zal ik oe euwig dankbaor zn (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

Ik heb toen boven op de zolder bij ons ths, op men knien un hl rzenhuuke zitten bidden, dk mar not naor de hel z hoeven. Euwig braande, des lang. (Lodewijk van den Bredevoort ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)

's Moeder heej k nie 't euwege lve. (Jos Naaijkens; Mnne ceeveej; CuBra)
uitdr: Henk van Rijen: euweg sund - bijzonder jammer

A.P. de Bont: bnw. en bijw. 'uwig' - eeuwig

 

euweghd, eeuwighei

zelfstandig naamwoord

eeuwigheid

Piet van Beers Slotgebed: Ten slotte de zeegen, vur ons allemaol saomen/ vandaog mee de Carneval n in euwighei AOMEN. (t lfde buukske, 2010)

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EEUWIGHEID zelfstandig naamwoord v. -Da(t) zal 'en eeuwigheid duren.

 

ze

werkwoord, zwak

Henk van Rijen: azen op, loeren op, wachten op een kans; hozen

N. Daamen - handschrift 1916 - "wij hebben van naacht d kuiltje leeggeeusd"

Van Delft - De Tilburger praat van een poel "leegeuzen", wat leegscheppen, hoozen beteekent. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 118; 8 juni 1929)

euze - eusde - gesd

A.P. de Bont: zw-ww-tr. 'euren' - azen, van voedsel voorzien (ook t.o.v. behoeftige mensen gezegd)

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 --
ze - hozen

 

euzel

zelfstandig naamwoord

WBD overstekend deel van een dak, ozie van het dak; ook 'drp' genoemd

N. Daamen - handschrift 1916 - "onder den euzel - onder den drup van de goot"

 

Typoscript van een brief van A.C. Hoogendoorn aan Pierre van Beek - 1965 - Archief erven Pierre van Beek

 

Haor. EUZE - dakschuinten

A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - euzie, eus, deus, euzel, deuze, neuze, neuzeldrop, oos, deuzienge, dozieg, dozie

A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord  mv. euzen, ozin, "het gedeelte v.e. dak dat over den muur uitsteekt, en regenwater afwerpt".

WNT: Oozie, daarnaast euzie, en ook nog wel, ofschoon minder gebruikelijk, OOZE en EUZE, zelfs DEUZIE en NEUZIE, zelfstandig naamwoordw, vr.

Got. ibizwa, overdekte plaats, overdekte galerij.

Cornelis Verhoeven:  EUZIE m, ook wel: euzendrp; ozie - het over de muur uitstekende gedeelte v.e. dak, waarvan de regen afdruipt (v. Dale).

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EUZEL en NEUZEL zelfstandig naamwoord m. - het onderste van een strooien of pannendak, dat over den muur steekt en het regenwater afwerpt.

 

eeventeweel

bijwoord

eventueel

- Gij wilt k zon schoon treeningspak? D wort moeilik, mar ik kan eventeweel

wl w vur jou regele.  (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)

 

ewg

bijwoord

weg

wijd eweg is alle smart naa,/ klaor muziek is mijn gedaachte. (Piet Heerkens; uit: De Mus, Geluk, 1939)

B ze zn ewg om te speule - ze zijn eweg spelen

B ewg lope - vrtloopen (weg)

Naarus - 'k Weet zeker d gullie oe eige al is afgevraagd het wurrom zo die Naarus echteluk hier uweg gegaon zn, en zoj daor giender nogal aorde? (ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)

WBD III.1.2:131 'eenweg' = verdwenen (ook 'eweg')

Stadsnieuws: Ik z wir es ewg; ik koom mrege wg vrom (310506)

A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - eweg (bijwoord.) - weg (brab.) = eng. away Mnl.vz. een >in

Jan Naaijkens - D's Biks - 1992 -- ewg - bijwoord. weg

Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  EWEG (e toonl.) bijwoord - weg, henen; Eng. away, Mnl. 'enweg'

A.P. de Bont: bijw. 'ewg' - weg

Cornelis Verhoeven:  WEG 2)bijwoord - verdwenen, uitgesproken als 'eweg'; hij is eweg.

J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - EWEG voor 'weg' is hier, gelijk op meer plaatsen, in de praattaal zeer gemeen. ...Kiliaan heeft 'eweg gaen', het Friesch 'aewer',het Engels 'away', enz.

K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - EWEG voor 'weg', 'niet voorhanden'. Kil.: ewegh-gaan - abire; eng. away.

 

ewglope

werkwoord, sterk

Henk van Rijen: weglopen

 

Naar het begin van de pagina

Inhoud Woordenboek Tilburgse Taal

CuBra Home